maandag 13 mei 2013

Klein mysterie 447 – Baldadigheid

De Horster politievrouw Nicol Claessens twitterde zaterdagochtend in alle vroegte: ‘Rond half 3 spiegel van auto getrapt Schoolstr Horst. Daarna alle vuilcontainers omgeduwd op straat! Spoor tot in Meterik #triest Tips?’
Ik ben zo iemand die dan naar de Schoolstraat fietst om ter plekke de situatie in ogenschouw te nemen. Nicol had niets teveel gezegd. Als je niet beter wist zou je denken dat hier kort tevoren een veldslag had gewoed: ravage van heb ik jou daar met overal rondslingerende bierblikjes, her en der verspreid liggende omgegooide verkeersborden, schots en scheef staande straatjuwelen, omgehakte bomen, in brand gestoken auto’s, links en rechts dwars op de weg geparkeerde zeecontainers en nog nasmeulende vuurtjes. Aleppo was er niets bij.
Nicol vroeg om tips. Zoals te doen gebruikelijk in zulke gevallen werd onmiddellijk een beschuldigende vinger uitgestoken richting jeugd. Geloof het maar niet. Ik zou tegen Nicol willen zeggen: zoek eens in bejaardenkringen. Ga maar na: vrijdag kwam na veertien dagen een einde aan de meivakantie voor leerlingen van basisscholen en middelbare scholen. Veertien dagen waarin opa’s en oma’s zaten opgescheept met de koters van hun koters. De zeurende, brutale, krijsende, in de broek poepende, blèrende, apathische, etterende, gamesverslaafde, zuigende en zich vervelende koters van hun koters. Als je na veertien dagen dan eindelijk van die kwelling verlost bent, wil je wel eens los gaan. Die Sau rauslassen. Grotelijks de beest uithangen. De boel de boel laten. De bloemetjes buiten zetten.
En dus gingen de Horster oudjes vrijdagavond massaal aan de zuip. De goudgele rakkers waren niet aan te slepen. Handelaren in pilletjes en andere opiaten kenden een avond zoals ze ’m lang niet meer hadden gekend. Massaal werden de katjes in het donker geknepen. Tot diep in de nacht werd op stoelen en tafels gedanst.
En toen was het ineens afgelopen. Was de kastelein na het laatste laatste pilsje onverbiddelijk. Zat er na de zoveelste wildplas niets anders op dan weer huiswaarts te keren. De meesten met de auto uiteraard: zoveel hadden ze nou toch ook weer niet gedronken? De weinigen op de fiets konden voor zo’n stoerdoenerij natuurlijk niet onderdoen en besloten in de Schoolstraat blijk te geven van het even trieste als irritante machogedrag waar deze generatie bejaarden zo bekend om staat. Met bovengenoemde ravage tot gevolg.
Allemaal zo voor de hand liggend dat het eigenlijk #triest is dat ik Nicol op dit spoor moet zetten. 

Klein mysterie 446 – Náksen doelie

De náksen doelie, verkeert die eigenlijk nog onder ons? Of is ie verdwenen op de mestvaalt der geschiedenis? Uitgezet als illegale vreemdeling wellicht? Wacht even, hij zal toch niet in afwachting van zijn uitzetting in vreemdelingendetentie zijn genomen?
Náksen doelie. Het begrip kwam vorige week voorbij op een verjaardagsfeestje – is dat tenminste nog érgens goed voor. Het was een eeuwigheid geleden dat ik het had gehoord. Wat is ennen náksen doelie? Is nog niet zo heel eenvoudig te omschrijven. Als ik me er gemakkelijk vanaf wilde maken, zou ik zeggen ‘een naakt persoon’. De pest is alleen dat niet alle naakte personen nákse doelies zijn: een bejaarde man in z’n blootje is geen náksen doelie (eerder ennen fiezen nammie), op een nudistencamping verblijven geen nákse doelies, een aantrekkelijke blondine in adamskostuum is geen nákse doelie. Wat is ennen náksen doelie dan wel? In mijn beleving (laat ik dat vooral benadrukken): een naakt kind vóór de geslachtsrijpe leeftijd. Jonge kinderen die in hun blote kont door de woonkamer lopen, krijgen gekscherend of gespeeld bestraffend ‘Heej, náksen doelie, waat dunkt ow?’ toegeworpen. Pubers, adolescenten, jong volwassenen, volwassenen, 50-plussers, grijsaards, oudjes en eeuwelingen smaken dit genoegen allemaal niet. Of komt dit omdat die doorgaans niet in hun blote kont door de woonkamer lopen? Is een dementerende 103-jarige die pinnekenáks door de verlaten gangen van het verpleeghuis struint wel degelijk ennen náksen doelie?   
Moeten we de Horster en Meerlo-Wanssumse dialectwoordenboeken geloven dan lijkt alles wat hierboven staat onzin. Dan zou het náksedoelieschap uitsluitend voor vrouwen zijn weggelegd. Alleen voor een bepaald type vrouw dan, een doelie: een sloons, slet (Horst), sloerie, slordige vrouw, slons (Meerlo-Wanssum). Is en doelie al erg, en nákse doelie moet dan wel helemaal afschrikwekkend zijn.
Blijkens het Venrays woordenboek kennen ze in het beschaafde Venray geen doelie en bijgevolg ook geen nákse doelie. Wat ze daar wel hebben, en ik ben daar bepaald jaloers op, is een náksen dákraam. Staat in het woordenboek omschreven als een ‘spottende scheldnaam’. Ik probeer het nog eens: zouden we naar analogie daarvan en in weerwil van de Horster en Meerlo-Wanssumse woordenboeken ennen náksen doelie misschien als licht spottende koosnaam mogen betitelen?          

(Wie een ander of beter licht op deze zo interessante kwestie kan werpen is, zoals altijd, van harte uitgenodigd te reageren. Zal er wel weer niet van komen, toch voel ik me verplicht dit zo af en toe eens te herhalen.)

Klein mysterie 445 – Greenpark

Hoe vaak hebben we Dick & Mark in maart en april na wéér een wanprestatie niet horen zeggen ‘Ja, maar als we de laatste 8/7/6/5 wedstrijden winnen, zijn we wél gewoon kampioen’? Wensdenken, hopen tegen beter weten in. Die laatste 8/7/6/5 wedstrijden werden niet gewonnen en nu is dus niet PSV maar Ajax kampioen. Met zeven punten voorsprong. De kans dat je kampioen wordt is nu eenmaal niet zo heel erg groot als je belabberd speelt.
Ik moest aan Dick & Mark denken toen vorige week bekend werd dat Villa Flora nu weliswaar miljoenen tekort komt, maar bij verkoop in 2020 een winst van zeven miljoen euro zal opleveren. Dus of de gemeente Venlo nu alsjeblieft graag snel even drie miljoen euro wil voorschieten. In Dick & Marktaal: ‘Als we er na al die voorgaande miljoenen nu nog eens drie miljoen euro extra in stoppen, zijn we over zeven jaar spekkoper.’ Heeft eveneens alle schijn van wensdenken en hopen tegen beter weten in. Met geen mensenmogelijkheid valt nu toch iets zinnigs te zeggen over de onroerend goedprijzen van 2020? Is de kans dat er miljoenen moeten worden bijgelegd niet even reëel? 
Greenport, Klavertje Vier, Floriade, Greenpark, Venlo, Greenportlane, Development Company Greenport Venlo, Innovatoren, Freshpark Venlo, Campus Greenport Venlo, Villa Flora: zou ook maar iemand nog weten wat het allemaal precies is, wat de dwarsverbanden zijn, hoeveel miljoenen (miljarden?) er door wie in zijn gestoken, hoeveel miljoenen (miljarden) het voor wie op gaat leveren? Zelf ben ik de draad al jaren geleden kwijtgeraakt. Maakt niet uit, is immers allemaal niet mijn business. Maar hoe zit dat met het gemiddelde Noord-Limburgse raadslid? Met het gemiddelde Limburgse Provinciale Statenlid? Heeft dat nog overal zicht op? Of is dat ook ergens tussen Californië en Zaarderheiken de weg kwijtgeraakt? Vertrouwt dat maar op alle juichverhalen van de bestuurders? Of is dat er echt op goede gronden van overtuigd dat die drie miljoen voor Villa Flora, die tientallen (honderden?) miljoenen voor Campus Greenport Venlo en al die andere miljoenen voor al die andere plannen en plannetjes welbesteed zijn?
Afgelopen zaterdag zetten Robin van der Kloor en Roel Ophelders in Dagblad De Limburger nogal wat vraagtekens bij Campus Greenport Venlo (meest verontrustende zinnetje: ‘Er is gewoon geen weg meer terug’). Vergelijk dat eens met het himmelhoch jauchzende stuk van burgemeester Kees van Rooij waarin hij Provinciale Staten oproept Campus Greenport Venlo te ondersteunen (vermoedelijk vooral financieel). Kon zomaar een leerling zijn van Dick & Mark, die Kees.

maandag 6 mei 2013

Top 5 – Toppiezinnen uit de Kadernota (2)

Hoewel het nog ruim een week duurt voor de gemeenteraad ’m aan de voorkant behandelt, heb ik nu al maximaal plezier beleefd aan de Kadernota. Want ze hebben zichzelf weer maximaal overtroffen, onze dames en heren Horster ambtenaren en bestuurders. Muntte de Kadernota van vorig jaar al maximaal uit door creatief doch helder taalgebruik, dit jaar is het niveau aan de voorkant nog hoger. Terwijl de ambtenaren er aan de achterkant toch bij bosjes uitvliegen. Geluk bij een ongeluk is dat de afdelingen en domeinen in organisatie en sturing zijn veranderd naar maximale programmasturing op grote veranderopgaven. Dat leidt tot maximale winst aan de voorkant, zeker nu de vraagverheldering maximaal wordt benut. Tel daarbij de maatwerkondersteuning aan minder zelfredzame burgers aan de voorkant bij op en het paradigma is maximaal. Al moet je het dan wel door de bril aan de voorkant bekijken. Dan kom je ook tot maximale zelfsturing aan de voorkant. Taakobject is dan wel dat het dashboard maximaal meestuurt, zodat ook de uitwerking aan de voorkant opgavegericht is. Integraal vloeit hieruit een benadering voort die maximaal inzet op zelfsturing van de transitieopgave.
Zeer terecht geven de opstellers zichzelf op bladzijde 3 een pluim door te stellen dat het begrip ‘Mijn onbegrijpelijke (gemeentelijke) overheid’ in Horst aan de Maas niet voorkomt. Ter illustratie van de begrijpelijkheid van de kadernota hierbij mijn top 5 van toppiezinnen uit de Kadernota 2013:
5. ‘Door vraagverheldering maximaal te benutten leveren we maatwerkondersteuning aan minder zelfredzame burgers.’ (p. 3)

4. ‘Door digitale ondersteuning worden ook hier zaken maximaal aan de voorkant afgehandeld.’ (p. 3)

3.  ‘Geo-informatie is maximaal aan de voorkant beschikbaar en raadpleegbaar door burgers en bedrijven.’ (p.11)

2. ‘De brillen staan in 2018 centraal in onze rolneming.’ (p. 3)

1. ‘Toepassen van flexibele schil geeft maximaal toegevoegde waarde aan de publieke zaak.’ (p. 14)
Helaas waren er ook dit jaar weer zinnen die net buiten de top 5 vielen. Mijn top 5 van net buiten de top 5 van toppiezinnen uit de Kadernota 2013 gevallen toppiezinnen uit de Kadernota 2013:
5. Om de bewustwording van de 4 ‘Brillen’ in de samenleving verder te versterken, blijven we bij elke verandering de nieuwe rolneming van de gemeente en de samenleving benadrukken vanuit de Brillen.’ (p. 24)

4. Bij ‘bulk’ producten helpen we zelfredzame burgers snel en goed door het digitale kanaal maximaal te benutten (self-service).’ (p. 3)

3. ‘Er is een gelijk vertrekpunt qua kwaliteit, efficiency en kosten of er wordt eerlijk omgegaan met een verschil in vertrekpunt.’ (p. 5)

2. ‘Dit hebben we vanuit verenigingen zelf laten ontstaan door aan de voorkant duidelijk te zijn.’ (p. 12)

1. ‘Het van 2010 tot 2014 doorgevoerd programma rond de 3D’s, deregulering, digitalisering en (werkgevers)dienstverlening heeft zijn vruchten afgeworpen en draagt maximaal bij aan een wederzijdse win-winsituatie.’ (p. 9)

Klein mysterie 444 – Provocaties

Wat ook wel vermakelijk is, is het eeuwige gehakketak tussen PvdA en SP. Twee partijen die in elkaars verlengde liggen, maar in plaats van zich te richten op gezamenlijke vijanden maken ze elkaar af. Of doen daar althans pogingen toe. Niet alleen landelijk, ook lokaal. Volg één gemeenteraadsvergadering en je weet: het zit niet lekker tussen die twee. Altijd zo geweest en zal voorlopig ook wel zo blijven.
De haarkloverijen beperken zich niet tot de raadszaal. Dankzij Twitter kan tegenwoordig de hele wereld meegenieten. De strijd verloopt volgens een geijkt patroon: (1) de PvdA of een PvdA’er zegt iets, doet iets of laat iets na; (2) Thijs Coppus (SP) verstuurt hierover een provocerende tweet; (3) Roy Bouten (PvdA) voelt zich aangesproken; (4) je hebt de poppen aan het dansen.
Vooral het Nieuw Gemengd Bedrijf staat altijd garant voor pittige discussies (klik bijvoorbeeld hier), maar ook de landelijke politiek ontsnapt niet aan de aandacht van beide heren. Zo vlogen ze elkaar afgelopen week in de haren over de rol van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan (PvdA) bij de arrestatie van twee republikeinen op de Dam tijdens kroningsdag. Van der Laan kwam daarover aan het woord bij Pauw en Witteman. Thijs: ‘Zo dan. De PvdA-wat-krom-is-recht-lul-show bij de Vara.’ Een ‘zielige reactie van @coppus die er meteen de PvdA weer bijhaalt’, aldus Roy. ‘Deze burgemeester heeft een geweldige klus geklaard.’ Waarop Thijs … enz. enz.
Vermakelijk dus. Interessant wordt het pas als Roy de provocaties van Thijs aan zich voorbij laat gaan. Dat was onlangs nog het geval bij tweets van Thijs over de zaak Dolmatov (‘Het is duidelijk. Als het om asielzaken gaat, staat de PvdA voortaan aan de kant van VVD, SGP en PVV’) en over de worsteling van de PvdA met de strafbaarstelling van illegaliteit (‘En dan na afloop lekker ‘De Internationale’ gaan zingen’). Uit het niet reageren van Roy trek ik de conclusie – provoceren is ook mij niet vreemd – dat ie het in deze beide gevallen voor de verandering met Thijs eens is (hetgeen hem zou sieren).
Het vermaak zou nog groter zijn als Roy meer genoegen zou scheppen in provoceren en zout in de wonde strooien. Nu laadt hij af en toe de verdenking op zich dat hij in wezen meer van het harmonie- dan van het conflictmodel is – en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Neem nu kroningsdag. Per tweet (zij het in slechts drie hashtags) laat Thijs zich voor het eerst in de geschiedenis in het openbaar kritisch uit over z’n eigen partij: #SP #eed #genânt. Wat er daarna ook gebeurt, geen reactie van Roy. En ik had nog wel zó gehoopt op iets in de trant van ‘Is dat nou een barst op een barstje in het altijd zo gesloten SP-bolwerk?’ of ‘Vaandelvlucht @coppus !!!’ of ‘Heeft de Grote Roerganger wel toestemming gegeven voor die tweet van @coppus ?’ of ‘Enkeltje Siberië dan maar voor kritische @coppus’ of ‘Hoe heeft die tweet van @coppus Oss kunnen passeren?’ Volgende keer hopelijk beter.

Intermezzo – Brand! Brand!

Sinds deze week heerst weer code geel in Noord-Limburg. Blijft het nog een paar dagen droog dan volgt ongetwijfeld code oranje: groot gevaar voor bos- en heidebranden. Bij zulke berichten veer ik altijd op. Ik mag op z’n tijd namelijk graag een lekkere fik zien. Is waarschijnlijk historisch bepaald: m’n opa werd in 1929 benoemd tot Horster brandweercommandant (voorste rij, tweede van links).
Bij mij begon het allemaal met de grote brand in de veilinghallen in wat toen nog Grubbenvorst was. Een zonovergoten zondagmiddag in mijn herinnering. We waren op bezoek bij m’n oma (opa was al enkele jaren dood) toen het nieuws van de veilingbrand doordrong. Daar moest m’n vader, nooit weg van enige sensatie, natuurlijk bij zijn. Ik mocht mee. Vanachter een hek dat de provinciale weg van het veilingterrein scheidde, zagen we hoe een immense vuurzee de veilinghallen verwoestte. (Enig speurwerk doet me wel twijfelen aan de betrouwbaarheid van m’n geheugen: de brand vond plaats op 30 april 1969 – ik was toen 4 jaar en 2 maanden. En zonovergoten? Nee, half bewolkt! Een zondag? Nee, een woensdag, zij het dan Koninginnedag. Als ik er al bij ben geweest, moet het een van mijn oudste herinneringen zijn.)
M’n vader en ik bleven daarna hartstochtelijke brandliefhebbers, waarbij de lol niet zozeer zat in de brand zelf als wel in het lokaliseren ervan én in het met vliegende vaart zo kort mogelijk achter de brandweerwagen aanrijden.
Voor Horster pyrofielen waren de jaren zeventig een gouden tijdperk. De Peel was nog niet onder water gezet en stond dus vanaf april tot diep in oktober min of meer continu in brand. Woonachtig aan de westkant van Horst konden we wel wat met dat gegeven. Hoorden we de brandweersirene, dan sprongen we in de Eend en zetten, nog voordat de brandweerwagen gepasseerd was, koers richting Peel – een toppunt van pyrofielengeluk beleefden we toen we op een keer eerder dan de brandweer op de plek des onheils arriveerden.
Was het toentertijd trouwens niet zo dat in heel Horst de sirene afging bij brand? Als signaal voor brandweerlieden om zich naar de brandweerkazerne te spoeden? In elk geval hing bij de tuinbouwloods (op de hoek Loevestraat - Gastendonkstraat) een bordje waarop met krijt de locatie van de brand was geschreven – even handig voor vertraagde brandweermannen als voor vertraagde sensatiezoekers. 
Toen de brandweerkazerne verhuisde van de Gastendonkstraat naar de Americaanseweg werd het allemaal minder: de Meterikseweg was niet langer de meest logische uitvalsweg richting Peel en daarmee waren we in een klap onze vanzelfsprekende voorsprong op de brandweerwagen kwijt. Sowieso nam het aantal Peelbranden vanaf het begin van de jaren tachtig schrikbarend af. Woningbranden konden ons aanzienlijk minder bekoren. Al bleef het een sport de locatie van de brand te traceren, bijvoorbeeld aan de hand van het waterspoor dat de brandweerwagen in bochten achterliet. En ik schaam me niet te erkennen dat ik de grote branden bij het champignonverwerkingsbedrijf tussen de A73 en de Venrayseweg (begin van deze eeuw) en Keijsers Interieurbouw aan de Songertweg (2008) met enig genoegen heb gadegeslagen. Zoals het ook een frustratie blijft dat ik enkele jaren geleden een grote brand op het industrieterrein heb gemist. 

Klein mysterie 443 – Trapveldje (5)

Naar schatting ergens eind jaren negentig (in elk geval zo lang geleden dat ik niet kan instaan voor de juistheid van alle details). De bel gaat. Vier jongens van een jaar of tien staan aan de deur. Ze vertellen dat ze in Meterik op de basisschool zitten. Dat er in Meterik geen trapveldje is waar ze kunnen voetballen. Dat ze dat heel erg jammer vinden. Dat ze een brief hebben geschreven voor de gemeente. Dat ze nu handtekeningen ophalen, zodat de brief door zoveel mogelijk mensen wordt ondertekend. Wil ik misschien ook een handtekening zetten?

December 2002. Onder de kop ‘Trapveldje in zicht?’ meldt de nieuwsbrief van de Meterikse dorpsraad: ‘Na vele jaren lijkt er een oplossing in zicht voor het trapveldje. Een terreintje aan de Crommentuijnstraat (voormalige kas Smulders) is beschikbaar. Met de buurt wordt gekeken naar de invulling van het veldje.’

Mei 2013. Op zoek naar een trapveldje beland ik met neef T. in Meterik. Zou het trapveldje aan de Crommentuijnstraat er intussen zijn? Jazeker! Althans: tussen de huisnummers 15a en 17 leidt een betegeld pad naar iets wat er vanaf de Crommentuijnstraat uitziet als een trapveldje. Vol verwachting fietsen we het pad in. En inderdaad: een trapveldje. Maar bij de aanblik van beide goals wijkt ons enthousiasme al snel voor teleurstelling. Lengte: 5,25 meter. Hoogte: 1,65 meter (ik ben het nog na gaan meten). Neet hoeg mer laank. Hoe verzin je het? 
Wat is dat toch met die Horster trapveldjes? Zijn ze niet te nat, dan is het gras wel te hoog. Is het gras niet te hoog dan staan de goals wel te ver uit elkaar. Staan de goals niet te ver uit elkaar dan is er wel een ballenvanger die ontbreekt. Is er geen ballenvanger die ontbreekt, dan zijn er wel kuilen die voetballen onmogelijk maken. Zijn er geen kuilen die voetballen onmogelijk maken dan staan de tralies achter de goals wel te ver uit elkaar. Staan de tralies achter de goals niet te ver uit elkaar dan is er wel een stijgingspercentage dat hoger is dan dat van de Mont Ventoux. Is er geen stijgingspercentage dat hoger is dan dat van de Mont Ventoux dan is er wel een klimrek dat in de weg staat. Is er geen klimrek dat in de weg staat dan zijn de goals wel te breed. Zijn de goals niet te breed dan zijn ze wel te laag.
Waar had het voetbal in Horst aan de Maas niet kunnen staan met adequate trapveldjes? Of is het andersom en vormen die belabberde trapveldjes juist de verklaring voor de huidige successen van Sparta ’18 (promotie naar de tweede klasse) en Wittenhorst (in de race voor promotie naar de hoofdklasse)? Maar hoe valt de degradatie van Meterik (naar de zesde klasse) dan te verklaren?

maandag 29 april 2013

Klein mysterie 442 – PGE

Je hoort er pas echt bij als je valt te reduceren tot een afkorting. Nooit gedacht, maar ook mij is nu deze eer te beurt gevallen. Geen AMA, geen BOM, geen WAG, geen ZMLK, geen ZMOK, geen GKL, zelfs geen GDL. Wat dan wel? Een PGE!

Teletekst, dinsdagavond 23 april 2013, pagina 101:
Politie houdt eenlingen in de gaten

De politie houdt met het oog op de inhuldiging op 30 april zo’n honderd mensen in de gaten, die als gevaarlijke eenlingen worden beschouwd. De politie hanteert een lijst van ‘potentieel gevaarlijke eenlingen’ (PGE’s), met voor het merendeel vrijgezelle, gefrustreerde mannen. Na de aanslag op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn is door de politie gewerkt aan de lijst. De man die in 2010 een waxinelichthouder naar de gouden koets gooide, is zo’n PGE. Hij zit vast. Sommige mensen op de lijst is te kennen gegeven dat ze in de gaten worden gehouden, melden bronnen aan de NOS.
Het valt niet te ontkennen, ik pas voor honderd procent in het profiel: man, vrijgezel en gefrustreerd. Ernstig gefrustreerd, zoals genoegzaam uit de wekelijks op Horst-sweet-Horst verschijnende stukjes mag blijken. Omdat ik me ook regelmatig badinerend dan wel kwetsend over (leden van) het koningshuis heb uitgelaten en bovendien al sinds m’n vroege jeugd een bekende van de politie ben, ben ik eigenlijk een PGE hors categorie. Of misschien wel een PEGE, een potentieel extreem gevaarlijke eenling. Klein smetje op m’n status is dat ik momenteel autoloos ben, nadat binnen een jaar m’n witte Toyota Corolla en blauwe Mazda 323 – wat me overigens autotypes lijken die bij het profiel van een PGE passen – de geest hadden gegeven. 
Mijn PGE-schap verklaart waarschijnlijk waarom de politie hier de laatste tijd zo vaak langzaam voorbij komt gereden, waarom ik sinds enige tijd steeds een klikje hoor als ik bel of gebeld word, waarom ik recentelijk zoveel mannen met gleufhoed, zonnebril en grijze regenjas, geleund tegen een lantaarnpaal quasionopvallend een krantje zie lezen, waarom ik word lastiggevallen als ik een foto maak van het straatnaambordje Willem Alexanderstraat
Wat me wel frustreert is dat me vooralsnog niet te kennen is gegeven dat ik in de gaten word gehouden. Ik bedoel: je mag dan voor jezelf wel weten dat je een PGE bent, het is nooit weg dat van officiële zijde bevestigd te zien. Maakt het ook gemakkelijker om me aan te sluiten bij de lotgenotencontactgroep. Vandaar dus hierbij de oproep aan de politie even contact met me op te nemen. Hoeft deze P(E)GE ook niet te gaan dreigen met het rood spuiten van alle naar het koningshuis verwijzende Horster straatnaambordjes.

Intermezzo – Willem Alexanderstraat, Horst, maandag 29 april 2013, tussen 16.15 en 16.30 uur

1 zandbak
0 tuinkabouters
23 lantaarnpalen
0 rinkelpijpen
33 grote putdeksels, verzonken in de weg
0 olifantenpaadjes
0 achteloos weggegooide snoeppapiertjes
2 bladkorven
0 wilde tuinen
29 kleine waterputdeksels, verzonken in het trottoir
0 passerende fietsers
5 elektriciteitskastjes
0 straatmuzikanten
0 mensen op straat
4 parkeerhavens met 9 parkeerplaatsen, waarvan 3 bezet
0 textielcontainers
36 woningen
0 gaspaaltjes
1 schommel
2 netloze doelen
1 picknickbank
1 ‘Hier niet’-bordje
3 geledigde groene keukenafvalbakjes (klein)
0 graffiti
3 bochtmarkeringspaaltjes
1 klimtoestel
0 architectonische waagstukjes
1 openbare afvalbak
0 buiten-de-potpissers
2 zitbanken
1 geledigde kliko
3 stenen waterleidingpaaltjes
48 straatkolken
0 verkeersborden
0 ‘Te koop’-bordjes
1 vrijstaande vlaggenmast
0 big bags
1 in de tuin werkende man
0 passerende auto’s
57 regendruppels
0 zwervers
5 bochten in de weg
1 bordes zonder toegangsdeur
0 kunstwerken in de openbare ruimte
1 straatnaambordje
0 opstaande voor stoepranten geschikte stoepranden
34 laanbomen
0 molshopen

(met excuses voor de onvolledigheid, maar ik voelde me na verloop van tijd zó geïntimideerd door alle spiedende blikken vanachter de gordijnen dat ik het verder wel goed vond zo)

Top 5 – Horster kroningsfeestontgoochelingen in 1948

Je hébt soms van die feestjes …
Op zaterdag 4 september 1948 deed koningin Wilhelmina afstand van de troon. Twee dagen later werd haar dochter Juliana ingehuldigd als nieuwe koningin. In het hele land was de troonswisseling aanleiding voor het organiseren van uitbundige festiviteiten. Zo ook in Horst, waar het lokale Oranjecomité een feestprogramma op touw zette dat enkele dagen duurde. Het klonk allemaal als een klok: ‘nationale liederen’ gezongen door schoolkinderen, een historische optocht met praalwagens, een voetbalwedstrijd, films voor de schoolgaande jeugd, een wielerronde, feeërieke verlichting van het gemeentehuis, een dansavond, optredens van mannenkoor en harmonie, verlichte en versierde straten en pleinen. Kom er vandaag de dag (of morgen) nog maar eens om. En toch krijg je bij het lezen van het verslag in De Echo van Noord-Limburg van 11 september 1948 (gereproduceerd in Oud Horst in het nieuws deel 7, p. 147) de indruk dat het paarlen voor de zwijnen waren. Mijn top 5 van Horster kroningsfeestontgoochelingen in 1948:

5. Ontgoocheling over het niveau van de optocht:

4. Ontgoocheling over de filmbelangstelling van de schoolvrije jeugd:

3. Ontgoocheling over de ietwat rijkelijke zegen van koning Pluvius:

2. Ontgoocheling over het gezeik over de toekenning van de prijzen voor de optocht:

 1. Ontgoocheling over de minachting voor het mannenkoor:

Ontgoocheling was er eveneens bij het gemeentebestuur, dat kon opdraaien voor een financiële strop van 402,09 gulden. En het kan niet anders of ook Juultje moet ontgoocheld zijn geweest over het gedrag van haar Horster onderdanen. Haar wraak liet slechts anderhalf jaar op zich wachten. Samen met Benno bracht ze op 25 april 1950 een bezoek aan Limburg. Ook Horst werd aangedaan en voor deze speciale gelegenheid gooide de vorstin het op een akkoordje met Boreas (zoek bijvoorbeeld hier maar eens op wie dat is).
Vanuit Sevenum zou het gezelschap om kwart over vijf in Horst arriveren. Het hele dorp was uitgelopen ter verwelkoming van het koninklijk paar. Maar wie zich om kwart over vijf ook in Horst vertoonde, geen Juultje en Benno. Pas tegen half zeven arriveerde de stoet. In de tussentijd had Boreas aan zijn verplichtingen voldaan en wachtend Horst gekweld met sneeuwbuien en bittere kou. Ooggetuigen verklaarden later dat de majesteit in haar vuistje lachte toen ze Horst werd binnengereden.

Top 5 – Horster Oranje-etalages

Horst en de Oranjes, dat is al zoiets. Hoe het in America, Broekhuizen, Grubbenvorst, Lottum of Sevenum is weet ik niet, maar in Horst zelf heb ik van Oranjekoorts nooit veel kunnen bespeuren. Zal wel karakterologisch bepaald zijn. Niet snel gek te maken, die Horstenaar, zo constateerde het Dagblad voor Noord-Limburg al op 24 november 1950: ‘Hij is vergeleken bij de buren waarmee hij zich het liefste vergelijkt, de Venraijers en de Serummers, opvallend gelijkmoedig van aard. Hij loopt niet gauw warm voor iets, maar is ook niet licht uit zijn evenwicht te brengen. Deze typische onverstoorbaarheid openbaart zich zelfs op het gebied van de sport, waar toch zo vaak een zeker fanatisme opgeld doet. Dit flegma heeft zijn schaduwkanten. Het leidt er soms toe, dat men minder bereikt dan wel mogelijk zou zijn, maar anderzijds heeft het ook zijn voordelen: door de mindere hartstochtelijkheid blijven ook vele tegenstellingen achterwege.’ Doorgaans ben ik allergisch voor beschouwingen over ‘de volksaard’. Toch moet ik toegeven dat deze karakterschets veel herkenbaars bevat.
Openbaart ‘deze typische onverstoorbaarheid’ zich behalve op sportgebied ook in winkeletalages? Met kroningsdag in aantocht nam Horst-sweet-Horst de proef op de som en onderwierp de Horster winkeletalages aan een inspectie. En het moet gezegd: daar fleur je als overtuigd antimonarchist dan toch weer behoorlijk van op. Troonswisseling? Het merendeel van de Horster middenstanders lijkt er niet koud of warm van te worden en heeft niet de moeite genomen de etalage-inrichting aan te passen. En van degenen die dit wel hebben gedaan, gaat slechts een enkeling vol op het orgel. Het vizier lijkt al helemaal gericht op Moederdag en (daar word je als overtuigd antimoederdagist dan toch weer een stuk minder vrolijk van).  
Graag zou ik in het geringe aantal Oranje-etalages een antiorangistisch statement van de Horster middenstand lezen. De werkelijkheid is ongetwijfeld een stuk banaler: de Horster middenstander kent zijn pappenheimers (‘Hij loopt niet gauw warm voor iets’). Middenstanders zijn natuurlijk ook geen middenstander geworden voor het maken van statements maar voor het maken van geldelijk gewin - geef ze eens ongelijk.

Dit gezegd hebbende, hierbij toch mijn moeizaam tot stand gekomen top 5 van Horster Oranje-etalages:  

5. Marskramer, Kerkstraat:
De perfecte visualisatie van het begrip ‘een verplicht nummer’. 

4. Sproetje Kinderkleding, Kerkstraat:
Is het nu toeval dat die jongen behalve een oranje shirt ook een jack en een broek draagt waarin met enige fantasie de kleuren van de Nederlandse vlag te herkennen vallen? Een vraag die mutatis mutandis bij nog veel meer etalages valt te stellen.

3. ’t Winkeltje, Herstraat: 
De meest oranje aller Horster Oranje-etalages. Maar vergis ik me of is die etalage altijd oranje? Wel een prachtige foto van Emma, Juliana, Hendrik en Wilhelmina:

2. Cadeaushop Seuren, Veemarkt:
Heeft er ongetwijfeld het meeste werk van gemaakt, met onder meer een pracht kroon:

1. De Greef Textiel, Meterikseweg:
Ondanks alle mogelijke waardering voor de inspanningen van cadeaushop Seuren is dit süβe tafereeltje de onbetwiste nummer 1.