donderdag 14 juni 2018

Intermezzo – De Horster politiek

Alweer ruim twee maanden geleden dat ik nog eens heb geschreven over de Horster politiek. Ongewoon lang. Sommige mensen vragen zich zelfs af of er wat aan de hand is.


Ja, er is wat aan de hand: ik ben een beetje uitgekeken geraakt op de Horster politiek. Dat heeft onder meer te maken met:
- de verstikkende deken van zelfgenoegzaamheid waaronder de coalitiepartijen zich al jarenlang verstoppen;
- het onleesbare coalitieakkoord, dat bol staat van vaag- en managementtaal, vaak ook nog in het Engels (‘dashboard’, ‘triple helix’, ‘level playing field’, ‘LEAN-principes’, ‘upgraden’, ‘flagship-projecten’);
- het gezwabber van D66+GroenLinks tijdens de coalitieonderhandelingen;


- de plicht tot positiviteit, die de coalitiefracties de oppositiefracties opleggen. Als fracties al de noodzaak voelen elkaar plichten op te leggen, dan zou dat de plicht moeten zijn om te allen tijde kritisch te zijn;
- het verhulgelul dat moet verklaren waarom Horst aan de Maas nu met vijf wethouders zit opgescheept. Die vijf wethouders hebben natuurlijk niets te maken met de ambities van de nieuwe coalitie – zoals PvdA-fractievoorzitter Roy Bouten vorige week tijdens de raadsvergadering beweerde – maar alles met het feit dat de vier coalitiepartijen allemaal tevreden moesten worden gesteld. Zeg dat dan gewoon!


- de opmerking van D66+GroenLinks-fractievoorzitter Jim Weijs (nota bene het grootste talent in de Horster politiek) in de raadsvergadering van 8 mei dat ook hij nog veel vragen heeft over de gang van zaken rondom de verkoop van de Kasteelboerderij, maar dat wat zijn partij betreft dit dossier gesloten is. Het lijkt me juist de dure plicht van een gemeenteraadslid om elke vraag die hij of zij heeft te stellen. Waartoe zijn zij anders op aarde?
- de ogenschijnlijk kritiekloze omarming in het coalitieakkoord van initiatieven als Afslag 10 en Gezondste Regio 2025;


- de volstrekt ongehoorde schoffering van de kiezers door PvdA-lijsttrekker Birgit Op de Laak, die ondanks een enorm aantal voorkeursstemmen weigerde zitting te nemen in de nieuwe gemeenteraad en daarvoor tot op heden bij mijn weten geen verklaring heeft gegeven;


- de magere kwaliteit van het debat in de gemeenteraad. Illustratief in dit verband: de bespreking van het coalitieakkoord, vorige week tijdens de raadsvergadering. In een indrukwekkend betoog veegde SP-fractievoorzitter Bart Cox op een groot aantal punten beredeneerd en beargumenteerd de vloer aan met het akkoord. Ook Peter Elbers (VVD) betoonde zich kritisch over een aantal zaken. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen hielden het vervolgens bij een korte reactie, waarbij de plicht tot positiviteit weer eens de boventoon voerde: ‘Laten we de komende vier jaren met de hele raad goed beleid maken’ (Bob Vostermans; CDA), ‘De SP en VVD hebben de verantwoordelijkheid om mee te denken en niet alleen in een afwachtende houding te blijven’ (Bram Hendrix; Essentie), ‘We gaan uit van de kracht van het collectief’ (Roy Bouten; PvdA).

Van die dingen.

Mocht hopelijk toch wel weer een keer hè, een positief-kritisch stukje?

zaterdag 9 juni 2018

Intermezzo – Grafkelder (2)

Eerst maar eens even iets rechtzetten: op 17 maart publiceerde dagblad De Limburger een interview met de Horster deken Alexander de Graaf Woutering over de Sint-Lambertuskerk.


Daarin kwam ook de grafkelder van de familie Van Wittenhorst ter sprake. Die grafkelder van de voormalige bewoners van kasteel Huis ter Horst ligt ergens onder de vloer van de huidige kerk. De deken werd in het artikel als volgt geciteerd: ‘De kelder is in 1924 al eens geopend. Daar zijn mondelinge getuigenissen van. Maar in archieven is niks aangetroffen.’ Een uitspraak die me bevreemdde, omdat ik dacht dat de deken wist dat de opgraving uit 1924 wel degelijk goed gedocumenteerd is. Op 2 april publiceerde ik er een stukje over (klik hier). Vanochtend sprak de deken me daarop aan. Hij zei nog net niet dat de documentatie over de opgraving uit 1924 al sinds jaar en dag op z’n nachtkastje ligt. Maar dat hij alle ins en outs van die documentatie kent, was me al snel duidelijk. In het interview had hij er diverse malen aan gerefereerd, alleen was dat blijkbaar niet doorgedrongen tot de betreffende journalist, die de deken vervolgens verkeerd citeerde. Waarvan akte. 


De deken was vanochtend overigens in opperbeste stemming. Hij ziet namelijk een al decennialang gekoesterde droom werkelijkheid worden: opgraving van de bewuste grafkelder van de familie Van Wittenhorst. Vandaag is de eerste concrete stap in die richting gezet.


Om te achterhalen waar de grafkelder zich bevindt, is het eerst noodzakelijk om de exacte locatie van de toren van de in 1944 verwoeste Sint-Lambertuskerk te bepalen. Daarvoor is archeologisch onderzoek nodig en dat is vanochtend onder leiding van archeoloog Xavier van Dijk van start gegaan. En wel in het huidige atrium, waar zich de fundamenten van de toren en van het allereerste oersteen kerkje bevinden. Die waren aan het einde van de ochtend nog niet aangetroffen. De oogst bestond op dat moment uit onder meer een kroonkurk, enkele eeuwenoude scherven


én het skelet van een kind, nauwelijks een halve meter onder de bestrating van het atrium. Een hoogst sensationele vondst? Nee: eeuwenlang bevond het kerkhof zich rondom de kerk en naarmate het kerkhof voller werd, kwamen de graven steeds dichter aan de oppervlakte te liggen.


Bij terugkomst aan het eind van de middag stonden de zaken er heel anders voor: op luttele meters van het skelet had Xavier inmiddels een deel van de fundering van de toren en het meer dan duizend jaar oude kerkje blootgelegd. En daar sta je dan, oog in oog met iets dat Horstenaren meer dan duizend jaar geleden hebben gebouwd – nauwelijks te bevatten.


Met wapperende soutane sloeg de deken het nog steeds allemaal gade. Zijn stemming was inmiddels tot euforische hoogten gestegen: volgende week worden de fundamenten verder blootgelegd en daarna ligt opgraving van de grafkelder in het verschiet.

zaterdag 2 juni 2018

Ingezonden – De Greune Droad doorgeknipt?

De Greune Droad is een initiatief om de aanblik van het centrum van Horst te verfraaien. Of moeten we zeggen ‘De Greune Droad was een initiatief om de aanblik van het centrum van Horst te verfraaien’? Het lijkt er namelijk op dat de Greune Droad onlangs is doorgeknipt. Tot ergernis van onder meer Jan Duijf (Kloosterstraat Horst), van wie ik onderstaande ingezonden bijdrage ontving.

De Greune Droad doorgeknipt?


De Greune Droad is een plan om het aanzien van de kom van Horst met kunst en groen tot een mooiere eenheid te smeden. Het initiatief hiervoor werd genomen door het centrummanagement. Bij de presentatie was er veel bijval van onder meer de politieke partijen, dorpsraad en buurtvereniging Herstraat. De reacties bij de presentatie duidden al op een breed draagvlak onder de bevolking om de opdracht voor het ontwerp aan mensen van het kunstenaarscollectief Zeen te geven. Horst toont lef en zelfvertrouwen. Stimuleert ontwerpers van eigen bodem.

Dat draagvlak werd nog versterkt door het betrekken van Horster burgers van allerlei pluimage bij het realisatieproces. Tijdens dat proces werd er kritisch en zorgvuldig gekeken naar de voorstellen. Ten slotte lag er een goed doordacht plan om het Horster centrum nog mooier te maken. Wie schetst dan ook mijn verbazing als de plannen ten gemeentehuize op de mesthoop worden gesmeten: een landelijk bureau zou met een beter voorstel kunnen komen.

Ik vat dat op als een schoffering van de ontwerpers die als een stelletje provincialen worden weggezet. Een belediging bovendien van de niet achterlijke burgers die bij het realisatieproces waren betrokken. Bovenal getuigt het van een misplaatste arrogantie: het slaafse navolgen van de modieuze waan dat landelijke ontwerpbureaus het beste in staat zouden zijn de eigenheid en het karakter van een dorp als Horst vorm te geven. Juist niet zou ik zeggen. Kunnen we zelf.

Tsjonge, wat zijn we op het gemeentehuis positief, origineel en creatief bezig!

Jan Duijf Kloosterstraat

zondag 27 mei 2018

Intermezzo – De gele taxi / De gaelen taxi

The taxi that hurried is een uit 1946 daterend kleuterboekje van Lucy Sprague Mitchell, Irma Simonton Black en Jessie Stanton, met tekeningen van Tibor Gergely. In 1956 vertaalde Annie M.G. Schmidt The taxi that hurried in het Nederlands. Onder de titel De gele taxi verscheen het als deel 16 in de reeks Gouden Boekjes. 


De gele taxi was een van mijn favoriete kinderboeken. Tientallen keren moet het me zijn voorgelezen. Vijftig jaar later staan zowel het verhaal als de fantastische tekeningen me nog steeds helder voor de geest. Zó ging het er dus aan toe in een wereldstad. Zó zag een wereldstad er dus uit. Zou het onderhand niet eens tijd worden voor een vertaling in het Horster dialect van een boek dat zo’n diepe indruk op me maakte? Dacht het wel! Kijk en luister (klik op de pijl om het filmpje te starten):



(Met dank aan M&M voor de vertaaladviezen)

zondag 20 mei 2018

Intermezzo – Tachtig jaar repetitielokaal harmonie, een verhaal met Volledige Vergunning

Van Sraar van den Beuken ontving ik onderstaande ‘mijmeringen’ over de repetitielokalen van de Koninklijke Harmonie Horst. Sraar vertrouwde ze afgelopen jaar toe aan het papier, ik plaats ze hier met veel genoegen.

Tachtig jaar repetitielokaal harmonie, een verhaal met Volledige Vergunning

Soms kan iets zo vertrouwd worden dat het verweven raakt met je eigen ik. Dan kruipt het naar binnen en zet het zich vast in die gedeeltes van het gemoed waar de nostalgie en de melancholie huizen. Dit sentiment bekruipt me de laatste tijd wel eens. Neem me niet kwalijk dat ik begin met een ietwat ondeugende inleiding. Als oud muzikant van de harmonie maar nog altijd belangstellend ga ik, in zoverre mogelijk, elke week luisteren naar de repetitie bij De Lange. Heb ik mij via de Jan Nabbenweg – links en rechts volgestouwd met aaneengeregen stalen boxen, kassahuisjes, banken, kratten, kisten en noem maar op – geworsteld, dan kom ik pardoes voor een gesloten zaaldeur. 



Na deze stormbaan in de tegenovergestelde richting zonder kleerscheuren te hebben genomen, mijn MLV (Militaire Lichamelijke Vaardigheid) insigne behaald in mijn diensttijd komt mij hierbij nog goed van pas, moet je vervolgens doorheen de lawaaierige café om in de zaal te komen. Ben je daar binnen dan wil je een stoel. Ik kan je verzekeren dat in het bezit komen van een stoel behoort tot een van de grotere uitdagingen van een rustend lid van de harmonie. Want heb je met enige haspelarij tussen een janboel van jassen, dassen en tassen, of mogelijk een onbezet exemplaar tussen de spelende muzikanten weten te bemachtigen, dan denk je hé, hé … hier zit ik dan. Zo … neem deze ontboezeming – overigens enigszins wel getoetst aan de werkelijkheid – dus niet al te serieus en weet dat de correcte bediening van Pim en zijn kornuiten en kornuitessen verder OK is.

Dat vertrouwde
Ja, dat vertrouwde, dat eigen, die melancholie heb ik de laatste jaren in groeiende mate met de vroegere Zaal van Heijster, overigens met mij ook meerdere oudere leden. Die zaal, in 1937 gebouwd door Van Heijsters Theike, met vervolgens drie generaties Van Heijster achter de tap (begin jaren zestig heel even onderbroken door Sef en Lies Cox). Die zaal is dit jaar dus 80 jaar – een mensenleven lang – de repetitielocatie van onze harmonie. Ja … in dit jubileumjaar misschien ook wel interessant dit even te memoreren. Wat die verhuizing betreft, daarover dit verhaal met een leuke anekdote die ik jullie niet wil onthouden.
Mannenkoorzaal?

Voor de duidelijkheid eerst dit bericht uit de Nieuwe Venlosche Courant van 3 februari 1937:

Nieuwe Venlosche Courant van 29 september 1937:


Van huren door de Koninklijke Harmonie van de Mannenkoorzaal is verder niets bekend, mocht het zo zijn dan kan dat hooguit één of twee repetities zijn geweest. Dus enige twijfel bij deze. De Mannenkoorzaal was vroeger de zaal waar Mooren Piet jarenlang een bioscoop heeft gerund. Nu bevindt zich daar een goktent.


Beeld van Sint David
Ik herinner mij uit mijn jeugd dat de harmonie destijds (1937) repeteerde in het oud gemeentehuis in de toen zo genoemde Harmoniezaal op de hoek van Steenstraat en Sint-Lambertusplein, denk daarbij aan de ruimte waar nu het Huis van de Streek zit.


Mijn ouderlijk huis stond waar nu slagerij Christ Coppens is gevestigd. Het was aan de zij-achterkant ingesloten door de Harmoniezaal/gemeentehuis. Achterom konden wij vanuit ons huis via een klein binnenplaatsje achter in de harmoniezaal komen waar zich het podium bevond.


Mijn vader plaatste samen met ‘oême Sjang’ – de legendarische ‘meister Van den Beuken’ en de vader van Hans – voor  aanvang van de repetitie de lessenaars en de stoelen en ze maakten de kachel aan. De ‘booremós mèt wôrs’ voor het St Davidsfeest werd destijds bij ons in de keuken bereid.  Vanaf het podium gezien links in een hoek van de zaal (straatkant) was op de muur een beeld van Sint David geschilderd, naar ik meen door ‘oême Toên’, Antoon Van Well, toenmalig bestuurslid.

Volledige Vergunning
De ‘Sociëteit Harmonie’ – de harmonie genoot in die tijd groot aanzien in de Horster gemeenschap! – beschikte voor die harmoniezaal over een eigen ‘Volledige Vergunning’ die op naam stond van Antoon Seuren. Hij was van beroep postbode, in die tijd een achtenswaardig ambt, en vaandeldrager van de harmonie. ‘Söre Toëntje’ was de vader van voorheen veearts Piet Seuren, oud bestuurslid van onze harmonie en later lid van de Vrienden van de Harmonie. Aan die Volledige Vergunning was tevens een verlaat sluitingsuur verbonden. Dit fenomeen, dit privilege, dit sluitingsuur, heeft nog lang in de gelederen van onze harmonie voortgeleefd. De oudere leden weten dat, maar voor de jongeren nadere uitleg. 

Vergeetachtigen
Van oorsprong was café De Sport van ‘Van Heijsters Theike’ een alcoholvrije locatie (1933). Uit betrouwbare bron, bij monde van onze vaders Sjang en Grád van den Beuken, vernamen wij dat ook toen al bij de harmonie het aantal ‘allesvergeetachtigen’ dat van de geheelonthouders verre overtrof (doordenkertje). Om die reden verhuisde die Volledige Vergunning van de harmoniezaal  automatisch mee naar zaal Van Heijster, die vervolgens in dankbaarheid door Theike werd geëxploiteerd, tot lafenis van de immer dorstige muzikanten en verdere clientèle. Niet voor niets zingen we tot op heden: ‘en as ze oêtgeblaoze ziên dá hebbe de miëste dôrs, dát is, de keuninklukke toêteclub vá Hôrs’, een tekst uit het carnavalsliedje ‘Huur daór dao keumt de Harmonie’ van Fer Hobus, gezongen op de liedjesavond van D’n Dreumel door drie leden van de harmonie (Fer, Wim Moorman [sr] en ik zei de gek) en in dit jubileumjaar door Ger de Mulder zo mooi ‘verklankt’ in het muziekstuk ‘colours’. 



De keuze van de harmonie voor zaal Van Heijster als repetitielokaal lag goed en dat was wederzijds. De harmonie voelde er zich vanaf het begin kind aan huis. Het repetitielokaal werd gezien als de tweede huiskamer die in hoge mate huiselijkheid, gemoedelijkheid en gezelligheid uitademde. Gevolg: de derde helft van de repetitie – een kwartier pauze was toen gebruikelijk – duurde voort tot ver in de kleine uurtjes. Met muziek werden we slimmer gemaakt, met toepen en kruusjasse leerden we zaken doen. Waarna de sterke verhalen bij de tap niet van de lucht waren en parallel met het vroegere uur alleen maar sterker werden. Het was ook de tijd dat ‘s avonds om negen uur de toen nog schaarse straatverlichting (hoëgoêt 8 luchtepäöl innut hiêle däörp) gedoofd werd en het op pleinen en in straten ‘sakkenduuster’ was – met de ‘kniêpkat’ kon men wat bijlichten. Het uitgaansleven ‘doorewaeks’ bestond nog niet, maar … Guus Meeuwis zou toen gezongen hebben: ‘Niet in Brabant maar in zaal Van Heijster brandt nog licht’.


Geachte lezer. Die zaal Van Heijster, met Volledige Vergunning, keurig gedekte tafeltjes met daarop een bloemetje, een aparte tafel voor het bestuur – de knakworstjes van Jan en Theo waren toch lekkerder – dit en nog veel meer deed mij verlokken tot deze mijmeringen. ‘Nostalgisch gedoe van een oude man’, hoor ik jullie al denken, immers tijden veranderen. Dat weet die oude man ook. Die zaal, die is er nog en ook nog wel de gezelligheid,  maar toch … is daar die melancholie. 

Sraar van den Beuken

zaterdag 19 mei 2018

Intermezzo – Verbinding

Er ligt een positief akkoord dat idealen en realisme met elkaar verbindt. Met onze inwoners, stakeholders en andere overheden houden we verbinding om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. We hebben een concrete verbinder tussen overheid en ondernemers op strategisch en tactisch niveau. Deze ‘verbinder’ ziet trends en ontwikkelingen vanuit het perspectief van de ondernemer en de overheid (en het onderwijs). De verbinder begeeft zich in het veld en in de netwerken.



Wij willen projecten aanjagen die inspireren tot innovatie en we leggen daartoe actief verbindingen met de sector en andere belanghebbenden, zoals milieu- en dierorganisaties. Daarbij maken we slimme en efficiënte verbindingen tussen wonen en zorg, economie en werkgelegenheid, infrastructuur/inrichting leefomgeving en toegankelijkheid.



De focus van de transformatie van het sociaal domein ligt op het verbinden, verbeteren en vernieuwen samen met onze zorgpartners. We volgen en verkennen nieuwe experimenten bij de ondersteuning van onze mantelzorgers en zoeken daarbij ook de medewerking en verbinding met zorgverzekeraars. We haken aan op het gedachtegoed van ‘Positieve gezondheid’ met Gezondste Regio 2025 als initiatiefnemer, aanjager en verbinder. We gaan met een creatieve en aansprekende aanpak de verbinding tussen betrokken inwoners en de overheid verder versterken. Een mooi moment waarbij vanuit saamhorigheid en verbinding een breed pallet van activiteiten en evenementen worden georganiseerd.



Wij erkennen en onderschrijven het belang en de importantie van de ongeorganiseerde sport, waarbij we een duidelijke meerwaarde en behoefte zien om dit, bij behoefte, ook te verbinden met andere, ‘georganiseerde’ sporten. Niet alleen vanuit het perspectief van bewegen en gezondheid, maar ook vanuit de educatieve meerwaarde en de verbindingen die gemaakt kunnen worden met andere onderdelen van het onderwijsaanbod. Met het onderwijs worden verbindingen gelegd om mogelijkheden van gebruik te bezien. Bijvoorbeeld in een vorm van onderwijsondersteuning of innovatieve en alternatieve verbindingen en ideeën tussen onderwijs en bedrijfsleven. 



We zien het belang van verbinding tussen verenigingen, doelgroepen en organisaties door middel van cultuur. We zetten sport als middel in om groepen inwoners en maatschappelijke partners met elkaar te verbinden met als doel een gezonde levensstijl voor onze inwoners te stimuleren en verdere ontwikkelkansen te bieden aan individuele inwoners of risicogroepen. Ervaringen die van pas gaan komen bij de implementatie van de Omgevingswet, waarbij ook sprake is van een noodzakelijke omslag in denken en doen om de verbinding met de gemeenschap, bedrijven en inwoners te versterken.


Als het gisteren gesloten coalitieakkoord (klik hier) één ding leert, dan is het wel dat er gouden tijden aan zitten te komen voor de apotheken en drogisterijen in Horst aan de Maas.

woensdag 16 mei 2018

Klein mysterie 755 – Graffiti (7)

Vanmiddag. Ik passeer op de fiets een bekende. Ik groet hem. Hij groet mij. Ik fiets door. ‘Oh, Wim …?’, roept hij me na. Ik fiets terug. Of het mij ook is opgevallen dat er de laatste tijd zoveel graffiti op bordjes, kastjes, muren en dergelijke worden gespoten? Met name Desk komt hij overal in Horst aan de Maas tegen.


Van Desk had ik inderdaad ook al de indruk dat hij (zij?) op het moment vrij actief is. Net als Zip



en Cash.


Of mij dat ook zo stoort, wil mijn bekende weten. Nee, erg mooi vind ik die tags (zeg maar handtekeningen) doorgaans niet. Toch neem ik er – in tegenstelling tot mijn bekende – geen aanstoot aan. Hondenpoep, zwerfafval, slecht afgestelde beregeningsinstallaties en bejaarden die klagen over de jeugd van tegenwoordig – om maar eens een paar dwarsstraten te noemen – dát zijn dingen waar ík me aan stoor.


Wildstyle (graffiti met gestileerde tekst) en pieces (grote, arbeidsintensieve, vaak veelkleurige graffiti) vind ik eveneens niet altijd mooi, maar ik heb er meestal wel bewondering voor: ze  vereisen een zeker vakmanschap en ook een flinke portie lef. Want ga er maar aan staan, zo’n werk in het holst van de nacht maken met allerlei vijanden op de loer.


Graffitisten intrigeren me vooral. Als ik ze al zou willen veroordelen (waartoe ik dus geen aandrang heb), zou ik eerst willen weten waarom ze doen wat ze doen. Wat zijn hun drijfveren? Hun sporen nalaten? ‘Iets neerzetten dat de wereld kan zien’, zoals The Graffitist, die ik in februari sprak (klik hier), me toevertrouwde? Of is er meer? De goegemeente op stang jagen misschien? Een schreeuw om aandacht? Een uiting van maatschappelijke onvrede? De kick van het iets doen dat niet mag? Je onderscheiden van anderen? Verveling?


Ik wil het allemaal zó graag weten. Dus kom op, Desk, Zip, Cash en anderen, meld je bij mij (horstsweethorst@gmail.com), ik luister naar je verhaal en ik zal het hier publiceren. (Dit laatste op voorwaarde dat jij het er ook mee eens bent en met de plechtige belofte dat ik je echte naam niet naar buiten zal brengen – zoals ik bij The Graffitist ook niet heb gedaan.)


Desk, Zip, Cash en anderen, doe het niet voor mij, doe het voor de goede zaak: ik ben er heilig van overtuigd dat mijn bekende daarna voortaan met andere ogen naar jullie werk zal kijken.

zondag 13 mei 2018

Intermezzo – Gecraqueleerde container

Meanderende rivieren, wegen met geluidsschermen, smalle steegjes, gevaarlijke gelijkvloerse kruisingen, onbeduidende beekjes, brede dubbelbaans autowegen, doodlopende straten, verdiept liggende wegen, bochtige verbindingsweggetjes, olifantenpaadjes, wegen met fietssuggestiestroken, kaarsrechte kanalen. Nooit geweten dat Grubbenvorst het allemaal heeft. Pas gisteren kwam ik er achter.

Eigenlijk zou ik hier hoognodig eens m’n frustraties over de coalitievorming, de vreemde capriolen van D66+GroenLinks en de laatste verwikkelingen rondom de Kasteelboerderij van me af moeten schrijven. Maar hoe zou ik dat kunnen na wat ik gistermiddag in Grubbenvorst heb gezien? First things first.


De Brandakkerweg in Grubbenvorst is een zandweg van niets naar nergens, evenwijdig aan de spoorlijn Venlo-Nijmegen. Enige attractie: een stoffige, diep uitgesleten rotonde. Dat dacht ik althans tot gistermiddag. Gistermiddag ontdekte ik dat de Brandakkerweg nog iets veel en veel mooiers te bieden heeft. En wel een container, die nagenoeg alles wat ik de laatste tijd heb gezien verre overtreft in schoonheid.


Vanop een afstandje leek het erop alsof de container was bekrast of beschilderd met Chinese karakters.


Van dichtbij bleek het te gaan om craquelures. Volgens Van Dale is een craquelure een ‘haarscheurtje in een verf- of vernisoppervlak, hetzij een teken van ouderdom of door slechte verfbehandeling ontstaan’. Het is zonneklaar dat het in dit geval de slechte verfbehandeling is die het ‘m heeft gedaan.


Of is het misschien toch iets minder zonneklaar? Zou Jacob van Deventer dan misschien toch uit de dood zijn opgestaan? Jacob van Deventer (circa 1505-1575) was een meesterlijk kaartenmaker, die vanaf 1558 plattegronden maakte van alle steden in de toenmalige Nederlanden. Dit is bijvoorbeeld een detail van zijn plattegrond van Middelburg:


Is de gedachte dan heel vreemd dat Jacob van Deventer in Grubbenvorst is herrezen en op de vier zijden van deze container de plattegrond van een hedendaagse wereldstad heeft aangebracht?


Bezoek je een film, een museum, een theater, een paleis, een concert, dan weet je van tevoren min of meer wat je kunt verwachten.


Sta je onverhoeds oog in oog met iets van buitengewone schoonheid – zoals mij gistermiddag dus overkwam aan die stoffige Brandakkerweg in Grubbenvorst –, dan is de intensiteit van de sensatie veel groter.


Omdat ik u diezelfde intensiteit van de sensatie gun, heb ik overwogen dit stukje niet te publiceren. Maar ik moet mijn enthousiasme, opgetogenheid, extase misschien zelfs, toch ergens kwijt? Daarom publiceer ik het desalniettemin, met bezwaard hart.

Vergeef me.

zaterdag 5 mei 2018

Intermezzo – Waving Helmets

Ben je even een paar dagen weg uit deze gemeente, is er ineens een kunstwerk geland. Een kinetisch kunstwerk nog wel!


Zowel Hallo Horst aan de Maas als ’t Meteriks Krèntje bevatte deze week bovenstaande foto van het kunstwerk. De foto deed me niets, duidelijk geen liefde op het eerste gezicht. Maar mag je een kunstwerk op basis van één foto be- of veroordelen? Nee. Dus toog ik gisteren naar de Heere Peel in America, een kunstmatig stukje Peel tussen Loohorst en Meerdal. Tot m’n verrassing bleek het te gaan om een drijvend kunstwerk, wat uit de foto niet viel op te maken. En tot m’n grote vreugde bleek het ook nog eens te gaan om een bewegend kunstwerk – kinetische kunst is een van m’n favoriete kunstgenres.


Waving Helmets is een werk van Thijs van de Manakker uit Helenaveen. Hij maakte het in 2010, honderd jaar nadat turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel een gouden helm vond uit de tijd van de Romeinen. De helm zou mogelijk hebben toebehoord aan een Romeinse ruitereenheid, een turma. Die bestond uit 32 cavaleristen, met aan het hoofd een decurio. Thijs van de Manakker (klik hier): ‘Nou heeft iedereen het altijd maar over die ene man, die honderdman met zijn gouden helm, de man van Deurne, maar wie heeft het over die 32 jongens, die onder hem reden en streden? Wat is er met hen gebeurd? Niemand die het zich afvraagt. Ik wel! Laat ik hen maar eens in het daglicht stellen: 32 Waving Helmets.’


Waving Helmets, een perpetuum mobile, is al vaker tentoongesteld. Dat het nu in de Heere Peel is beland, is te danken aan Paul Jacobs, uitbater van Aan De Drift, een horecagelegenheid met natuur- en informatiecentrum in de Heere Peel (klik hier). Aan De Drift ligt aan een poel. Samen met Thijs van de Manakker kwam Paul Jacobs tot de conclusie dat die poel bij uitstek geschikt is om Waving Helmets te exposeren, voorlopig voor twee maanden.


Intussen prijs ik me gelukkig dat ik niet ben afgegaan op die foto, maar ter plekke een kijkje heb genomen. Zou u ook moeten doen. Als je niet beter wist, zou je denken dat Waving Helmets speciaal voor deze locatie is geschapen. Kunstwerk en idyllische omgeving vormen één harmonisch geheel. Ik ben zelfs geneigd te zeggen dat de rust en stilte die sowieso heersen op deze plek nog aan intensiteit winnen door de 32 helmen, die meedansen op de wind en door de continue beweging voortdurend van aanzien veranderen.

Waving Helmets nodigt uit tot contemplatie en meditatie. Ga een uur aan de rand van de poel zitten of liggen en je kunt er gegarandeerd weer een hele tijd tegenaan.


Waarom koopt de gemeente Horst aan de Maas – liefst vandaag nog – Waving Helmets eigenlijk niet gewoon aan? 

zondag 15 april 2018

Intermezzo – Horst-sweet-Horst goes Venray!

Elf dagen
- géén goddelijke lambada’s van Het Aardbeienland;
- géén azijnpisserij over de verwikkelingen in de Horster politiek;
- géén fietstochtjes door het buitengebied van Horst aan de Maas;
- géén overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs,
- géén helse verontwaardiging over de uitbreiding of komst van een exponent van de vee-industrie;
- géén Horster dingen ontdekken waaraan ik m’n hele leven achteloos voorbij ben gegaan.
Want: Horst-sweet-Horst goes Venray! Veni vidi Venray (met dank aan Kirsten Schoeber voor het vignet). Elf dagen lang. Op uitnodiging van Cultura Venray (klik hier) is Schoutenstraatje 15 in Venray van 19 tot en met 29 april mijn tijdelijk verblijfadres. Daar, in hartje Venray, ga ik onderzoeken of het gras bij de Venrayse buren groener is of dat er toch niets boven Horst-sweet-Horst gaat (het antwoord weet ik natuurlijk al, maar laat ze dat in Venray nog maar even niet horen). 


Hoe zit het met de vermeende stadse pretenties van Venray? Kent Venray ook olifantenpaadjes? Hoe is het gesteld met het Venrays dialect? Is het Venrayse buitengebied net zo vernacheld als dat van Horst aan de Maas? Is Venray meer kunst-minded? Worden Polen en andere niet-Nederlanders in Venray wél gekoesterd? Wat is de staat van de Venrayse trapveldjes? Is de geur van varkens ook tot in de Venrayse haarvaten doorgedrongen?


Op die, en vele andere vragen, hoop ik in die elf dagen een antwoord te vinden. Door in gesprek te gaan met Venraynaren en door Venray te gaan verkennen, van Lull tot ’t Brukske en van de Ballonzuilbossen tot het Lavendelplein.


Van m’n bevindingen zal ik zo mogelijk dagelijks verslag doen op een weblog en een Facebookpagina, allebei met de naam Veni vidi Venray (klik hier voor het weblog en hier voor de Facebookpagina). Daarnaast toon ik op Schoutenstraatje 15 van 19 tot en met 28 april dagelijks tussen 14.00 en 16.30 uur foto’s, video’s en teksten die het resultaat zijn van m’n ontdekkingstochten door Venray. Bezoekers (óók uit Horst aan de Maas) zijn dan van harte welkom om een kijkje te komen nemen. En ook voor een kop koffie/thee en/of een praatje.


Maar er is nog veel meer. Zo zal ik op zondag 22 april om 11.00 uur een gratis stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten verzorgen op het Sint-Annaterrein (zie ook hier). En zo hebben Jan Dirk van der Burg, Jan Duijf (Kloosterstraat Horst), Erik van Maarschalkerwaard en Frank Schijven al toegezegd me op een middag of avond te komen verblijden met een bezoek aan het Schoutenstraatje 15. Zij zullen dan iets komen zeggen, doen, laten horen of zien. Publiek is daarbij van harte welkom (exacte data en tijdstippen en details over hun bijdrage volgen nog op weblog en Facebook).


Komt dat zien, komt dat zien! Ik heb er in elk geval veel zin in!

P.S. Thuis bij Venraynaren aan tafel gaan is voor mij een andere manier om Venray te leren kennen. Daarom ben ik nog op zoek naar Venrayse eetadresjes. Heeft u familie, vrienden of kennissen in Venray wonen? Probeer hen dan zo ver te krijgen mij tussen 19 en 29 april een vegetarische maaltijd voor te schotelen! Uitnodigingen zijn van harte welkom via horstsweethorst@gmail.com.