donderdag 22 juni 2017

Intermezzo – Egbert Derix & Eric Vloeimans

Lastig om het droog te houden, gisteravond in café Cambrinus bij het concert van pianist Egbert Derix en trompettist Eric Vloeimans. Ga er ook maar aanstaan als muzikanten en publiek: buitentemperatuur naar schatting 32 graden, binnentemperatuur naar schatting 47 graden, gevoelstemperatuur binnen naar schatting 83 graden.
Maar het was niet alleen de hitte die het lastig maakte om het droog te houden, het was óók de muziek. Of het was misschien nog wel méér de muziek: tegen hitte kun je je tot op zekere hoogte nog wapenen, tegen emoties die muziek teweeg kan brengen niet. Die overvallen je. En dan kan het gebeuren dat ondanks een gevoelstemperatuur van 83 graden de koude rillingen over je rug lopen. Waar ‘m dat nu precies in zit? Ik heb er diep over nagedacht, maar ik geloof niet dat ik het heel goed onder woorden kan brengen. Ja, er waren twee virtuozen aan het werk, musicerend op de toppen van hun kunnen, improviserend, elkaar aanvullend en uitdagend, ontspannen en toch met een ongekende intensiteit. En die twee virtuozen maakten ook nog eens hartverscheurend mooie muziek, waar ik bevattelijk voor ben. Al die ingrediënten bij elkaar emotioneren blijkbaar. Zoiets moet het zijn.
Nu dit toch al een klef stukje aan het worden is – ongetwijfeld mede onder invloed van een binnentemperatuur van naar schatting 53 graden en een gevoelstemperatuur van naar schatting 91 graden bij het schrijven ervan – kan er ook nog wel een klefheidje bij. En wel dit: doorgaans heb ik er niet zoveel last van dat ik trots ben op dingen die in Horst aan de Maas gebeuren. Ook in dit geval weet ik niet of ‘trots’ het juiste woord is. Maar laat ik het dan zo zeggen: ik voel me bevoorrecht dat zo’n memorabel concert als dat van gisteravond hier in mijn eigen Horst aan de Maas plaatsvindt.
En als ik nu niet oplet, ga ik hier ook nog de loftrompet steken over Cambrinus en zijn uitbaters Jan Duijf en Henny Smits. Maar dan zou ik de klefheidsgrens overschrijden, wat ik uiteraard niet op mijn geweten wil hebben. Daarom laat ik het hier maar bij. 

maandag 19 juni 2017

Top 5 – ’t Gasthoês giêt plat-affiches

’t Gasthoês gaat komende zondag plat! ’t Gasthoês gaat komende zondag plat? Wel godverde … Ho. Ho. Wacht. Rustig. Geen misverstanden: ’t Gasthoês blijft hopelijk voor eeuwig fier overeind, maar in elk geval nog een tijdje na komende zondag. Hoezo gaat ’t Gasthoês dan komende zondag plat? Dat zit zo: ‘t Gasthoês giêt plat is de naam van een manifestatie waarop komende zondag in ’t Gasthoês het Horster dialect (‘plat’) wordt gevierd. Dit in het kader van het 5 x 11-jarig bestaan van carnavalsvereniging D’n Dreumel. Om het evenement onder de aandacht te brengen hangen in de etalages van Horster winkels affiches met dialectuitdrukkingen, in een aantal varianten. Voldoende varianten zelfs voor een heuse Horst-sweet-Horst top 5! Komt ie, de Horst-sweet-Horst top 5 van ’t Gasthoês giêt plat-affiches:

5.
Ligt ongetwijfeld aan mij, maar ik ken het niet, d’n hak vioêle. Is het trouwens Horster dialect? Of is het Nederlands dat in het Horster is vertaald? Zoiets als geej kunt meej d’n bout hachele? Ik zou geej kunt meej de pot óp prefereren. Of geej kunt meej de poekel roetsje. Al geldt ook daarvoor dat je je kunt afvragen hoe origineel Horster die uitdrukkingen zijn. 

4.
Kniens. Nog zo’n woord dat ik nooit heb gebruikt, nooit gebruik en nooit zal gebruiken. Genetisch bepaald waarschijnlijk. In mijn directe omgeving ken ik slechts één persoon die ik het woord regelmatig in haar mond heb horen nemen. Ik heb altijd gedacht dat het waers of kort geknupt betekende, maar volgens E maes inne taes (de Horster woordenlijst uit 1989) is iemand die kniens is gow giftig. Weer wat geleerd.

3.
Misschien vergis ik me, maar kan het zo zijn dat het iconische Horster wah – ook wel geschreven als – zo langzamerhand tot iets folkloristisch is verworden? Natuurlijk, oer-Horstenaren bezigen nog altijd de klassieker hojje wah. Maar daar staan hele volksstammen tegenover die wah achterwege laten en het houden bij hojje. Vreemd genoeg hoor je import-Horstenaren met Venrayse, Brabantse en soms zelfs Arabische roots dan weer wel hojje wah zeggen, ongetwijfeld in de hoop bij autochtone Horstenaren in een goed blaadje te komen staan.

2.
Het Horster dialect heeft zo z’n ondoorgrondelijkheden – althans voor mij. ’t Raegent daat ’t zekt, inderdaad. Maar waarom dan heej stiët te zeike en niet heej stiët te zekke? Door erover na te denken slaat trouwens wel de twijfel toe: is het zeknaat of zeiknaat?

1.
Ik heb het al vaker gezegd: hoe fantastisch de Horster woordenlijsten E maes inne taes en Zò bót ás en hiëp ook zijn, wat er aan ontbreekt is een deugdelijke betekenisverklaring van veel woorden en vooral uitdrukkingen. Nu denk ik toevallig te weten wat lang zök a hebbe betekent (namelijk langzaamaan doen, treuzelen), maar wat betekent – om maar eens een paar dwarsstraten uit beide woordenlijsten te noemen – ut is aal iën vothouwe, de zaak velt voêl, de foek is d’r oêt, as en ped op enne kloêt, iemes sneeje?

N.B. Ondanks alles blijft één ding als een paal boven water staan: roeteketoet keumt aaltied oet.

zaterdag 17 juni 2017

Intermezzo – Gecraqueleerde zeikton

Nee, dit is geen close-up van de zoutvlakten van Utah. En evenmin een satellietfoto van de Mekong Delta. En ook geen detailopname van de barsten in het asfalt van de autostrada tussen Modena en Bologna. Wat dit dan wel is? Dit is de gruwelijke schoonheid van een gecraqueleerde zeikton. Niet in Verweggistan, nee, gewoon onder handbereik, aan het Peelse uiteinde van de Zwarte Plakweg in America.  
Het blijft een vreemde gewaarwording dat Horst aan de Maas zichzelf sinds jaar en dag op de kaart probeert te zetten met de verkeerde dingen. Kastelen, oude boerderijen, bossen, agrotoerisme en rust heb je overal en doorgaans meer, beter, mooier en groter dan hier. Tegelijkertijd blijven de ware pareltjes, de daadwerkelijke unique selling points van Horst aan de Maas onbenoemd. Ze leiden een verborgen bestaan, vaak ook voor de eigen bevolking. Spijtig genoeg soms zelfs voor Horst-sweet-Horst.
Het bestaan van de gecraqueleerde zeikton aan de Zwarte Plakweg was mij tot deze week onbekend. Des te groter de ontroering toen ik woensdag ineens oog in oog kwam te staan met dit monster. Want een monster is het, zwart en dreigend, opduikend uit het frisse, onschuldige groen waarmee het zo fel contrasteert, met een slang die in opperste concentratie ligt te wachten op het commando om te beginnen met zijn vuilspuiterij.  
Laten we wel wezen, dit is niet meer en niet minder dan de laatste rustplaats van een afgedankte zeikton: zijn tijd was gekomen, iemand heeft ‘m hier ooit neergezet en sindsdien heeft niemand er nog naar omgekeken. Toch is de verleiding groot er méér in te zien. Bijvoorbeeld een nooit tot ontploffing gekomen kernwapen. Of een kunstwerk met een boodschap. Een kunstwerk als aanklacht tegen de almaar voortgaande uitputting van de aarde, tegen de almaar voortgaande intensivering van de landbouw. Een proces dat op den duur onvermijdelijk zal leiden tot craquelé, tot scheuren en barsten in de aarde, in onze maatschappij, in onze manier van leven.
Hoe het ook zij, de gecraqueleerde zeikton is een van die verborgen parels van Horst aan de Maas. Laat die vermaledijde Vaderdag morgen mooi voor wat ie is en begeef u naar het Peelse uiteinde van de Zwarte Plakweg. U zult er beslist geen spijt van krijgen.

donderdag 15 juni 2017

Top 5 – Onneembare Melderslose vestingen

Had ik iets gemist? Was de Derde Wereldoorlog uitgebroken? Zat er een scheurtje in de kerncentrale van Tihange? Had Donald Trump op een verkeerde knop gedrukt? Of was de eeuwenoude strijd tussen Melderslo en Lottum soms opnieuw opgelaaid?

Ik schrok me een hoedje toen ik vanochtend door Melderslo fietste. Waar ik ook kwam: doodstil, geen levend wezen op straat te bekennen en overal gebarricadeerde huizen. Dat wil zeggen: berolluikte huizen.
Eenmaal thuis natuurlijk meteen alle media, al dan niet sociaal, gecheckt. Dat stelde me weer enigszins gerust, want uit niets bleek dat Melderslo en aanpalende gebieden door een ramp van enigerlei omvang waren getroffen. Wat er dan wel aan de hand was in Melderslo? Werkelijk geen idee! Misschien een collectieve oefening voor het geval zich in de nabije toekomst enig onheil mocht aandienen in de orde van grootte zoals hierboven aangeduid? 
Hoe het ook zij, vanmorgen is mij zonneklaar geworden dat Melderslo zijn mannetje kan staan du moment dat de pleuris uitbreekt. Laat Melderslo een voorbeeld zijn voor andere nederzettingen in deze contreien! Als klein Horst-sweet-Horst-eerbetoon hierbij de Horst-sweet-Horst top 5 van onneembare Melderslose vestingen, waargenomen op de ochtend van 15 juni 2017. Komt ie:

5.
Waar gehakt wordt, vallen helaas ook wel eens spaanders: helemaal onneembaar is deze vesting natuurlijk niet. Wat dacht u van het dakraam? En van het wc-raampje? En niet te vergeten van het rolluik voor het kamerraam dat net niet helemaal tot beneden is uitgerold? 

4.
De buren moeten het duidelijk nog een beetje leren, maar de bewoners van het huis links zijn écht goed bezig. En mocht er bij nader inzien helemaal niets aan de hand zijn, dan is het heerlijk chillen op dat bankje.

3.
Als de nood echt aan de man komt, dan valt wellicht nog te overwegen om ook de luiken te sluiten (vooropgesteld dat het geen neppers zijn).

2.
Mooi om te zien dat hier helemaal het zekere voor het onzekere is genomen door het raam linksonder (of is het de voordeur?) extra te barricaderen (en misschien ook wel te camoufleren) met een struik.

1.
Laat de Derde Wereldoorlog/de radioactieve straling/Trump/de Lottumers maar komen! Perfect!

zondag 11 juni 2017

Intermezzo – Ruimte

Wat ook best fijn is, is dat er nog ondernemers zijn voor wie het begrip ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ géén holle frase is. Ondernemers die rentmeesterschap hoog in het vaandel hebben staan en komende generaties niet willen opzadelen met de consequenties van hun ambities en ijdelheden. Ondernemers die niet bezwijken voor een ogenschijnlijk verlokkelijk aanbod en gemeenschapsbelang laten prevaleren boven eigenbelang.
Ik kom hierop door een bord dat sinds vorig jaar een akker aan de Spoorweg in Hegelsom staat te ontsieren. Niet zomaar een akker, nee, de laatste akker aan het gedeelte van de Spoorweg tussen Stationsstraat en Heijnenstraat. Deze akker biedt weer een doorkijkje naar akkers aan de Asdonckerweg, waaronder een akker met staakbonen, de trots van Hegelsom. Andere akkers aan dit deel van de Spoorweg hebben de afgelopen 25 jaar moeten wijken voor een bankgebouw, een uitzendbureau, een school en een accountantsbureau.
‘Werp een dam op tegen verdere (lint)bebouwing en bescherm dan in elk geval dat laatste stukje open, authentiek landschap dat hier nog resteert’, hoop je dan. Dat is alleen buiten de gemeente Horst aan de Maas gerekend. Die zegt doodleuk: ‘Gun je bedrijf ruimte om te ontwikkelen, bouw hier.’ Maar wat is het dan toch goed om te zien dat de (Horster) ondernemers één front vormen, hun verantwoordelijkheid nemen en met z’n allen zeggen: ‘Als de gemeente haar verantwoordelijkheid niet neemt, dan doen wij het wel. Onze nakomelingen mogen niet de dupe worden van onze expansiedrang. Wij werken niet mee aan de verdere verrommeling van Horst aan de Maas en daarom blijven we met onze vingers van dit stukje cultuurlandschap af. We gunnen onze bedrijven graag de ruimte om zich te ontwikkelen, maar dat kan ook best elders.’
  
Als de dames en heren ondernemers nog een jaartje in deze bewonderenswaardige houding weten te volharden, zul je zien dat het bord op den duur vanzelf verdwijnt en de laatste akker aan de Spoorweg tussen Stationsstraat en Heijnenstraat ook voor de komende generaties behouden blijft.

zaterdag 10 juni 2017

Top 5 – Kasteelboerderijmomentjes van week 23

Sinds de publicatie van Andries Brantsma’s ‘Totaaloverzicht’ (klik hier) zijn voor Kasteelboerderijwatchers weer gouden tijden aangebroken. Van de relatieve rust van de voorbije twee jaar is weinig meer over: de Kasteelboerderij staat opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Deze week kunnen we in Kasteelboerderijmomentjesopzicht zelfs kenschetsen als een topweek. Aanleiding voldoende voor de Horst-sweet-Horst top 5 van Kasteelboerderijmomentjes van week 23. Komt ie:
5. donderdag 8 juni – Hallo Horst aan de Maas had een week eerder als stelling waarop lezers konden reageren: ‘Dossier Kasteelboerderij moet onderzocht worden’. Vandaag blijkt (klik hier) dat 82 procent van de reageerders het eens is met de stelling. Om hoeveel respondenten het gaat, wordt helaas niet duidelijk.  

4. zaterdag 10 juni – De Limburger onthult dat de provincie 341 duizend euro bijdraagt aan de in totaal bijna 800 duizend euro kostende restauratie van de Kasteelboerderij.
Verder blijkt uit het artikel dat het woongedeelte van de boerderij wordt verbouwd tot bed & breakfast. Mooiste zin uit het stuk: ‘Daarnaast moet er een tweede verdieping komen die bezoekers vanaf de begane grond kunnen bereiken.’

3. donderdag 8 juni – In haar column ‘Marieke ment …’ in Hallo Horst aan de Maas blikt Marieke Vullings terug op de commissievergadering van twee weken geleden waarin het rapport van Andries Brantsma ter sprake kwam (klik hier). Ze besluit de column (klik hier) aldus:
‘Natuurlijk, elk verhaal heeft twee kanten en zoals al tijdens de vergadering van de Commissie Samenleving werd opgemerkt, het zijn ook aannames. Maar toch, je zou denken dat het College van B&W zulke beschuldigingen graag recht wil zetten en uit wil leggen hoe het volgens haar wel is gegaan. En dan maakt het niets uit of er dan al in drie eerdere debatten over gediscussieerd is, zoals de wethouder maar blijft zeggen, de waarheid verdient toch een podium?’
2. dinsdag 6 juni – Naar aanleiding van het rapport van Andries Brantsma stellen D66 en SP in de gemeenteraadsvergadering zes nieuwe vragen over de Kasteelboerderij (klik hier en ga naar 3.01.00). Verantwoordelijk wethouder Bob Vostermans zegt toe die binnen vier weken schriftelijk te gaan beantwoorden. Wat betekent dat Kasteelboerderijwatchers weer een nieuw Kasteelboerderijmomentje hebben om naar uit te kijken!

1. donderdag 8 juni – Voormalig wethouder Leon Litjens (CDA) twittert jammer genoeg nauwelijks meer, maar vandaag slingert Don Leon er voor de verandering toch nog eens een tweet uit (klik hier): ‘Paleis Soestdijk verkocht voor 1,7 miljoen. Werk aan de winkel voor Andries Brantsma!’ Gewoon een onschuldige, geinige tweet? Of een typisch gevalletje frustratietweet? Ik houd het op het laatste.

maandag 5 juni 2017

Klein mysterie 743 – Eik

Bossen zijn mooi – solitaire bomen zijn misschien nog wel mooier.
Een van mijn favoriete solitaire bomen in Horst aan de Maas was een eik. Hij stond aan de rand van een akker aan de Meerweg in Kronenberg. Enkele jaren geleden trok ie voor het eerst mijn aandacht, vooral omdat aan zijn voet een machtig bouwwerk van kratten in elkaar was geknutseld. Ik keerde er daarna regelmatig terug. Het machtige krattenbouwwerk verdween na de oogst. De eik bleef staan – natuurlijk bleef de eik staan.
Maar zo natuurlijk was het dus niet dat de eik bleef staan: toen ik twee weken geleden de akker aan de Meerweg passeerde, bleek de eik geveld. Ik wijdde er op 28 mei een berichtje aan op Facebook (klik hier): 
‘Sinds jaar en dag stond een eik aan de rand van een akker aan de Meerweg in Kronenberg allemachtig prachtig te wezen. En nu is die allemachtig prachtige eik geveld. Waarom toch? Ziek? Of stond ie iets of iemand in de weg?’
Er volgden verschillende reacties. Onder meer van Rien Sonnemans:
‘Daar had toch niemand last van? Hij staat er al zolang ik weet. In mijn kinderjaren zagen wij hem al staan vanuit onze ramen. Een geweldige en prachtige boom was het.’
Ook Elly Michiels-Fleuren reageerde:
‘Het lijkt erop dat deze eik over de kadastrale grens is heengegaan en dus tot overlast heeft geleid. Dan mag deze verwijderd worden. Zo te zien nog volop bomen aan de andere kant van het pad :-)’
Al een week lang vraag ik me af waar ik verdrietiger van word: van het kappen van de eik of van de reactie van Elly. Of interpreteer ik het verkeerd en is de reactie grappig bedoeld? Iets in de geest van ‘Stoute eik’? Kan zijn. Ik proef er eerder iets in van ‘Eik, jij staat onze welvaart in de weg, maak dat je wegkomt’.
Misschien moet je over één gekapte solitaire eik niet te sentimenteel doen: er resteren nog genoeg solitaire eiken, ook in Horst aan de Maas. Maar als klopt wat Elly zegt en de eik inderdaad vanwege het economisch belang het veld heeft moeten ruimen, welk lot staat andere solitaire eiken dan te wachten, zoals deze aan de Hogenbos, in het grensgebied tussen Meerlo en Tienray? 
Of deze, aan de Graafsebosweg, in het grensgebied tussen Hegelsom en Kronenberg?
Uiteindelijk gaat het om een fundamenteler vraag: zelfs als solitaire eiken afbreuk zouden doen aan onze welvaart, is de bijdrage die ze leveren aan ons welzijn niet veel essentiëler? Wat mij betreft een retorische vraag. 

zondag 4 juni 2017

Intermezzo – Statushouders (2)

Vorige week schreef ik (klik hier):
‘Waar ik ook een boek over zou kunnen schrijven, zijn mijn belevenissen als vrijwilliger van VluchtelingenWerk Horst aan de Maas. Mocht het er ooit van komen, dan kan ik alleen maar hopen dat ik erin zou slagen dat net zo mooi, net zo integer en net zo zonder zelfverheerlijking te doen als Anniek Verheijen het heeft gedaan.’
Mocht het ooit komen van dat boek, dan zou ik aan mijn ervaringen van afgelopen week minstens één hoofdstuk kunnen wijden. Maar zou ik dat hoofdstuk nu, op dit moment, schrijven dan zou het me zeker niet lukken het net zo mooi en net zo integer te doen als Anniek Verheijen het heeft gedaan. Nee, dan zou het een rauw en schril hoofdstuk worden, waarin ik ongenadig hard om me heen zou meppen. Dan zou het een hoofdstuk worden dat bol zou staan van machteloze woede en opgekropte frustratie.
Goed, dat boek is er niet, dat hoofdstuk evenmin. Mijn machteloze woede en opgekropte frustratie zijn er wel. Het zou alleen de zaak niet dienen als ik die hier nu zou uiten, dus ik zal op m’n tong bijten. Bovendien was er naast alle ellende ook een enkel lichtpuntje. Of om met Ede Staal te spreken (klik hier):

't Het nog nooit, nog nooit zo donker west
Of 't wer altied wel weer licht
.

Dat licht kwam in dit geval vooral van twee mannen van wie ik de afgelopen dagen diep onder de indruk ben geraakt. Mannen van een zekere leeftijd die op hun welverdiende lauweren zouden kunnen rusten en zich zonder gewetensbezwaren zouden kunnen overgeven aan het zwitserlevengevoel. Maar nee, met de energie van een twintigjarige en de vasthoudendheid van een terriër zetten zij zich in voor mensen die het minder goed hebben getroffen dan wij. Ze proberen ondoorgrondelijke procedures te doorgronden, ze bellen, schrijven en mailen zich suf, ze houden zich in op momenten dat ze zouden kunnen ontploffen, ze rennen van hot naar haar. Niet voor even, nee, dag in dag uit, week in week uit, maand in maand uit. Onvermoeibaar en in alle anonimiteit voor ons en voor de gemeente (laten we dat vooral niet vergeten) het vuile werk opknappend. Belangeloos en zichzelf wegcijferend – niet altijd tot onverdeeld genoegen van hun naasten, maar dat nemen ze dan maar voor lief. 
Ware helden, ze bestaan nog. 

maandag 29 mei 2017

Intermezzo – Donkere ogen

Waar ik ook een boek over zou kunnen schrijven, zijn mijn belevenissen als vrijwilliger van VluchtelingenWerk Horst aan de Maas. Mocht het er ooit van komen, dan kan ik alleen maar hopen dat ik erin zou slagen dat net zo mooi, net zo integer en net zo zonder zelfverheerlijking te doen als Anniek Verheijen het heeft gedaan. Ook zij is vrijwilliger bij VluchtelingenWerk Horst aan de Maas. Over haar ervaringen heeft ze onlangs een indrukwekkend verhaal gepubliceerd op haar website Mooionkruid (klik hier). Met haar toestemming reproduceer ik het hier, want het verdient een zo groot mogelijk lezerspubliek.

Donkere ogen

Ergens in 2014, Libië. De jonge vrouw ligt op de grond en kijkt zoekend om haar heen. Water, ze wil water. Haar mond is kurkdroog na de wilde jeeptocht van vannacht. Ze bevindt zich in de Sahara, midden onder de brandende zon. Het is bizar warm, maar dat is niet het voornaamste probleem. Deze warmte kent ze al haar hele leven en voelt juist als thuis. Het is het steeds langer durende gebrek aan voedsel en water waardoor ze zich zo enorm zwak voelt. Minuten werden uren en zijn inmiddels overgegaan in eindeloze dagen, maar zij heeft nog maar weinig besef van tijd. Ze kan zich niet meer herinneren hoe lang ze niks meer binnen heeft gekregen. Haar lippen zijn net zo droog en gebarsten als de aarde waarop ze ligt. Ze heeft pijn, pijn in haar hart, alsof het doorboord wordt. Ze mist haar kinderen, haar man, haar moeder. Maar ze moet doorzetten. Júíst nu.
Een paar jaar later.

Maart 2017, Nederland. Het is dinsdagmiddag, half vier. Ik sta voor de deur bij huisnummer 53 en wacht. De gordijnen zijn dicht, zoals iedere week. Het duurt even voordat de deur wordt geopend. De jonge vrouw begroet me hartelijk en lacht een prachtige glimlach. Ze geeft me een hand, zegt ’Hallo Anniek, hoe gaat het?’ en laat me binnen in haar woning. Als ik haar dan even aankijk en onze ogen elkaar vinden, dan lijkt het alsof er kleine lichtjes schijnen in haar donkere kijkers. Haar donkere ogen die mijn ogen zoeken, die mij vervolgens écht zien. Haar donkere ogen met – zo is gebleken – een behoorlijk donker verhaal. Haar donkere ogen die echter vol vertrouwen de toekomst in durven kijken.

Zij is een lieve, warme vrouw van 25 jaar oud, afkomstig uit Eritrea, op de vlucht en na een lange omweg inmiddels gestrand in mijn buurdorp waar ze een modern appartementje bewoont. Ze maalt koffiebonen met een vijzel. De koffie bewaart ze dan in een zware stenen kan, en verwarmt ze vervolgens op kooltjes. Een heel karwei, eerder een ritueel. Maar ik drink iedere week thee bij haar en die bereid ze gewoon met een waterkoker.

Doordat ik wekelijks bij haar op bezoek ga, wordt mijn wereld groter. De kennis over haar cultuur is verrijkend voor mij. Ze vertelt over haar woning, noem het een hutje van platen en planken. Nee, ze had geen ramen in haar hut. En geen bankstel. Ze vertelt over de vijf-uur-durende-voettocht naar de ‘supermarkt’, met de ezel naast haar. En dan ook weer terug naar huis, vijf uur. Nu fietsen wij samen naar de Lidl en koopt ze salade of aardappelen in een plastic zakje. Niemand verwondert zich er over, ook ik niet; het lijkt de normaalste zaak van de wereld dat alles maar in plastic zakjes verkocht wordt. Ook doen we samen haar administratie. Soms zie ik door de bomen het bos niet meer en bel ik de gemeente voor extra uitleg. De zinnen in de brieven zijn zo cryptisch opgesteld dat ik het als Nederlander niet eens begrijp. Als ik haar vraag of ze in Eritrea ook zoveel papieren had, schudt ze hard haar hoofd en zegt ’Neeee!’.

Ergens ben ik blij voor haar, dat zij tijden gekend heeft zonder bureaucratie. Hoe fijn moet dat geweest zijn. Maar wanneer ze me andere verhalen vertelt, over Eritrea, dan krijg ik kippenvel. Over haar verleden, haar vluchtroute, haar leven daar. Dan lijkt mijn adem even te stoppen en mijn hartslag te vertragen. Het liefst wil ik haar dan even knuffelen, om haar te laten voelen dat ik met haar meeleef. Maar wat heeft ze aan medeleven? Het is allemaal gegaan zoals het gegaan is. Zij is zo anders dan alle mensen die ik ooit eerder ontmoet heb. Haar verhaal geeft me een ander gevoel, onmetelijk en grenzeloos. Een ver-van-mijn-bed-show die toch ineens dichtbij is nu. Dit is een vrouw van mijn eigen leeftijd die noodgedwongen een ander leven heeft gekregen. Heel anders dan dat ze ooit had kunnen denken. Het is confronterend merk ik. Hoewel ik me niet in haar kan verplaatsen en niet kan voelen wat zij voelt, merk ik dat het echt wat met me doet. Elke keer weer. En voel ik me dankbaar dat zij in mijn leven is gekomen.

Wat ik zo bijzonder vind aan deze jonge vrouw, is dat ik merk dat ik écht contact met haar heb. Ze luistert, ze kijkt, ze ziet me. Hoe vaak heb ik het idee dat Nederlandse mensen met niet écht horen als ik iets zeg? Dat ze zijdelings nog even op hun telefoon kijken, of er toevallig een appje binnenkomt. Of dat ze knikken als ik iets vertel, terwijl ik voel dat ik geen echte verbinding heb. Dat ik eigenlijk net zo goed tegen de muur kan praten.

Soms wil de jonge vrouw woorden schrijven als ik bij haar ben. Ze pakt dan haar schooltas en zoekt haar schrift en potlood. Vervolgens noem ik woorden op die zij dan probeert te schrijven. Fiets, groente, koelkast, nagellak. Ze is leergierig, wil dingen weten. Als ze het woord niet kent dan schrijft ze het in Tigrinya (de taal die zij in Eritrea sprak) naast het Nederlandse woord. Op die manier leert zij de Nederlandse taal. Als we op een dag een verhaaltje lezen wat ze op school heeft behandeld, kom ik erachter dat ze het niet helemaal begrepen heeft. Het onderwerp is ‘Glorix’ maar ze kan me niet uitleggen wat dat dan precies is, Glorix. Is het de fles? Is het het spul ín de fles? Als ik het haar vertel, lijkt ze het nog niet helemaal te snappen. Ik vraag haar waar zij haar toilet mee schoonmaakt. Ze neemt me mee naar haar badkamer en laat me een grote fles douchegel zien. Naast het toilet poetst ze hier ook de douche en de wasbak mee. Ik lach en leg haar uit waar dit goedje voor dient. ’Dit is voor je huid en haar’, vertel ik terwijl ik naar mijn armen en mijn haren wijs. Ze begint te lachen, ze wist het niet. Dus we gaan weer samen naar de Lidl, dit keer om Glorix en allesreiniger te kopen.

Als ik vandaag binnenstap in haar woonkamer, stromen verschillende uitheemse geuren mijn neus binnen. Het ruikt heerlijk. Ik ruik komijn, gok ik. En misschien kaneel? Kurkuma? Of kruiden die we in Nederland helemaal niet kennen. Ik vertel haar dat het lekker ruikt in haar huis. Ze lacht en zegt ’Dankjewel Anniek.’ Een twinkeling schittert weer in haar ogen. Haar donkere ogen met een onmetelijk indrukwekkend verhaal. Een oud verhaal, maar ook een nieuw verhaal wat voor haar ligt.

Ze vraagt me wat ik wil drinken. Ik zeg dat ze drie keer mag raden. Haar glimlach verraadt haar gedachten.

‘Thee?’, probeert ze.

Ik knik.

Lekker, thee.


Anniek Verheijen

zondag 28 mei 2017

Intermezzo – Kasteelboerderij (10)

Iets ad acta leggen is iets terzijde leggen, iets als afgedaan, als afgehandeld beschouwen, iets niet verder in behandeling nemen. Twee jaar geleden leek het erop alsof het dossier Kasteelboerderij met een zucht van verlichting ad acta was gelegd. Is geweest, zand erover, we gaan ons weer met echt belangrijke dingen bezighouden. Zoiets. En nu, als donderslag bij heldere hemel, is daar ineens luis in de pels Andries Brantsma, die met een ‘totaaloverzicht’ (klik hier) het stof van dit dossier heeft afgeblazen. Tot groot ongenoegen van het gemeentebestuur, zo bleek afgelopen dinsdag tijdens een vergadering van de gemeentelijke Commissie Samenleving (klik hier en ga naar 1.53.00).
De gedachtewisseling in de commissie verliep volgens de bekende lijnen van twee jaar geleden. CDA en Essentie deden er het zwijgen toe. De PvdA hield het bij enkele procedurele vragen. D66 en SP constateerden dat het stuk van Andries Brantsma behalve aannames ook nieuwe feiten bevat. ‘Welke dan?’, vroeg Richard van der Weegen (PvdA). Eveline Baas (D66):
‘Het gaat om zorgvuldigheidsbeginselen bij het opzeggen van de erfpacht, zorgvuldigheidsbeginselen en gebrek aan fair play bij de koop, een andere koper die tegen de marktwaarde had willen kopen, discrepantie tussen onderhoudsbedragen, het achterhouden van huurwaardekennis door de wethouder ten tijde van vragen daarover, het ontbreken van criteria en het akkoord verklaren met de opbouw van de afkoopsom en het terugvloeien van geld uit de afkoopsom naar de koper.’
Meer dan voldoende aanleiding voor een onderzoek, aldus D66 en SP. Een onderzoek naar de al dan niet vermeende feiten én naar de aannames. Maar een getergde wethouder Bob Vostermans (CDA) zag daar geen enkele aanleiding toe:
‘Het stuk van de heer Brantsma is een stuk dat zéér suggestief is. Ik lees er geen nieuwe feiten in op basis waarvan we met elkaar het debat zouden moeten aangaan. Suggestieve zaken zijn geen feiten. Voor mij is het vooral een déjà vu van eerdere debatten.’
Het mag duidelijk zijn: de wethouder zou het dossier Kasteelboerderij maar wat graag opnieuw ad acta leggen. Dit zal voorlopig niet gebeuren: D66 en SP lieten doorschemeren schriftelijke vragen te gaan stellen, waardoor de hele kwestie na de zomer waarschijnlijk andermaal in de gemeenteraad aan de orde zal komen. 
Het slagveld overziend rijst de vraag waarom het gemeentebestuur, overtuigd als het is van zijn zorgvuldig handelen, niet gewoon instemt met een onafhankelijk onderzoek naar de verkoop van de Kasteelboerderij. Opdat het dossier daarna definitief ad acta kan worden gelegd.

dinsdag 23 mei 2017

Intermezzo – Aanplakborden

1. Vind ik wat ik vond? Nee! Mijn overtuiging dat het CDA de schuld is van veel (zo niet alles) is vrees ik in staal gegoten, maar er zijn ook terreinen waarop wel degelijk beweging zit in mijn denkbeelden en opvattingen.
2. Op 3 augustus 2008 schreef ik (klik hier): ‘Gemeentelijke aanplakborden leiden tot ontsiering van de openbare ruimte. Weg ermee!’ Vind ik wat ik vond? Nee! Het is zelfs de grootst mogelijke onzin. Negen jaar later vind ik het on-voor-stel-baar dat ik blijkbaar ooit van mening was dat gemeentelijke aanplakborden de openbare ruimte zouden ontsieren. Voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid dat ik nu precies de tegenovergestelde opvatting ben toegedaan. Nu zou ik schrijven: ‘Gemeentelijke aanplakborden zijn sieraden in de openbare ruimte. Koester ze!’ 
3. Aanplakborden, al dan niet gemeentelijk, zijn op hun mooist als ze leeg zijn. Dat wil zeggen quasi-leeg: ook als ze zogenaamd leeg zijn, bevatten aanplakborden altijd restanten van eerdere aanplaksels. Elk affiche laat zijn sporen na. Die afzonderlijke sporen vormen samen niet alleen een visueel aantrekkelijk geheel, ze vertellen ook nog eens een verhaal. Het verhaal van de vermaaksgeschiedenis in een bepaalde omgeving in een bepaalde tijd. Zo vertellen al die snippers en snippertjes op de aanplakborden in Horst aan de Maas en omgeving het verhaal van de stockcarraces in Baarlo, van Sevenumse kermis, van de Lindefeesten in Sambeek, het polsstokverspringen in Melderslo, het bokkenollen in Grientsveen, de gazonmaaierraces in Lottum, het oogstcorso in Kronenberg, de harmoniefeesten in Horst.  

4. Op zondagmiddag 23 april stond ik in Griendtsveen enkele minuten lang gefascineerd te kijken naar het deels lege gemeentelijk aanplakbord aldaar.
Ik nam me voor nu eindelijk eens een stukje te schrijven over de rehabilitatie van het gemeentelijk aanplakbord. 
Het kwam er niet van. 

5. Afgelopen vrijdag voor het eerst in vele jaren, in aangenaam gezelschap, weer eens een bezoek gebracht aan Insel Hombroich, een magische plek in Neuss (slechts een uurtje rijden van Horst aan de Maas), waar landschap, kunst, natuur en architectuur een prachtig geheel vormen. In een van de paviljoens van Erwin Heerich werd ik gegrepen door zes zogeheten décollages.
Ze deden me sterk denken aan quasi-lege (gemeentelijke) aanplakborden.
6. Aan tekstbordjes bij de kunstwerken doet Insel Hombroich niet. Dat is mooi omdat het je onbevooroordeeld naar kunstwerken laat kijken. Dat is minder mooi omdat het je laat gissen naar achtergronden en makers van de kunstwerken. Gelukkig is er tegenwoordig internet. Waardoor ik er snel achter kwam dat de zes décollages werken zijn van de Franse kunstenaar Raymond Hains (1926-2005).
7. Holly Moors schrijft op Moors Magazine, zijn onvolprezen dagelijkse elektronische krant, over Raymond Hains (klik hier): 
Zo was hij bijvoorbeeld gefascineerd door affiches en hun geschiedenis – dat wil zeggen: hoe affiches in korte tijd al door weer en wind, regen, scheuren en over elkaar plakken een geheel ander leven gingen leiden en er een compleet nieuw kunstwerk ontstond. Hains was de eerste die oog had voor dit soort gevonden kunst, en leerde daardoor anderen beter kijken naar de schoonheid van het verval in het dagelijkse leven.’

maandag 22 mei 2017

Klein mysterie 742 – Limburgs

Op z’n achterste poten staan is zo’n beetje de grondhouding van de Limburger. Maarten van Rossem die zegt dat Limburg op een klompvoet lijkt? De Limburger staat op z’n achterste poten! Hollands geschamper over onze zachte g? De Limburger staat op z’n achterste poten! Chriet Titualaer die met onvoldoende respect wordt herdacht? De Limburger staat op z’n achterste poten!
Deze week stond de Limburger op z’n achterste poten over de Taalunie. De schurken van de Taalunie hebben namelijk nagelaten het Limburgs als een streektaal aan te merken in een onderzoek naar de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen. Wat dagblad De Limburger verleidde tot een vlammend hoofdredactioneel commentaar: 
‘Als je als Taalunie bij de taalkeuzes van ingezetenen wel alternatieven voor het Nederlands zoals Fries of Engels of Frans registreert maar de Limburgse streektaal niet, dan is dat een klap in het gezicht van de tienduizenden Limburgers binnen en buiten de provincie die thuis dialect spreken maar dat niet mogen invullen in de vragenlijst van de Taalunie.’
Op internet circuleerde meteen een petitie (klik hier), getiteld ‘Wij spreken Limburgs, ook al wil de Taalunie dat niet weten’. Uit de toelichting:
‘De nu publiek gemaakte ‘Staat van het Nederlands’-rapportage presenteert de Limburgse tweetaligheid als Nederlandse ééntaligheid en miskent het feit dat 70 procent van de inwoners in Limburg hun eigen taal gebruiken, bewust gebruiken, en als iets anders dan standaard-Nederlands ervaren. Dit is kwalijk, zowel politiek, maatschappelijk als wetenschappelijk.’
Ik woon en werk al mijn hele leven in Limburg. Ik spreek al mijn hele leven met veel plezier en vol overtuiging het Horster dialect, een onderdeel van de Limburgse streektaal. Voel ik me geschoffeerd door de Taalunie? Nee. Ervaar ik het onderzoek van de Taalunie als een klap in mijn gezicht? Nee. Vind ik de miskenning van het Limburgs door de Taalunie kwalijk? Nee. Heb ik het gevoel dat de Taalunie ons onze identiteit en streektaal afpakt? Nee. 
Ben ik trots op mijn Limburgerschap? Nee. Schaam ik me dan soms voor mijn Limburgerschap? Absoluut niet! Wat dan? Mijn Limburgerschap is voor mij gewoon een gegeven. De Taalunie heeft daar geen invloed op. Zelfs als ze het zou willen dan kan de Taalunie mij m’n identiteit, m’n dialect en m’n Limburgerschap niet afpakken. Het laat me koud of de Taalunie het Limburgs al dan niet bestempelt als streektaal. Als de Taalunie het Limburgs abracadabra vindt, zal me dat worst wezen. Dit in tegenstelling tot vele andere Limburgers. Alleen al tientallen prominenten hebben de internetpetitie ondertekend, van Ger Koopmans tot André Rieu, van Connie Palmen tot Liliane Ploumen en van Gé Reinders tot onze eigenste Jos Schatorjé. Typisch gevalletje d’n iënen haan deut d’n ándere kraeje
De op hun achterste poten staande Limburgers hoeven overigens niet te wanhopen: ennen boëm velt ni ván iëne slaag.

maandag 15 mei 2017

Klein mysterie 741 – Verval (2)

Als betrokken lid van de Vereniging tot Instandhouding van het Verval beleefde ik vorige week dinsdag een zwarte dag. De gemeenteraad van Horst aan de Maas ging die dag namelijk bij hamerslag akkoord met het bestemmingsplan ‘Bondserf ongenummerd’ te Meterik. ‘WTF!’, zou u kunnen denken. Dat mag. Maar misschien reageert u wat genuanceerder als ik u vertel dat dit besluit het einde inluidt van een van de fraaiste staaltjes van verval in Horst aan de Maas.
‘Bondserf ongenummerd’ is een perceel van ongeveer achthonderd vierkante meter in het centrum van Meterik. Hoofdbestanddeel van het perceel is een champignonkelder die jaren geleden buiten werking is gesteld. Daarna heeft geen mens meer omgekeken naar het perceel. Dit heeft geresulteerd in een paradijsje. In oktober 2013 nam ik er voor het eerst een kijkje (klik hier). Wat ik toen zag? 
‘Ik zag jarenlange verwaarlozing die hier een klein paradijs heeft geschapen. Ik zag planten, struiken en bomen die zonder menselijk ingrijpen gewoon hun gang zijn kunnen gaan. Ik zag de grip die de tand des tijds langzaam begint te krijgen op de opstallen van de voormalige champignonkwekerij. Ik zag een gedroomd decor voor buitendingen, een gedroomd decor voor jongeren die zich voor even willen onttrekken aan het ouderlijk gezag, een gedroomd decor voor belevingstheater. Ik zag kortom fantastisch verval. In de Romantiek zouden ze er een moord voor hebben begaan.’
En nu, terwijl het er alleen maar mooier op is geworden, moet dit paradijsje wijken voor een paar woningen. Tot onuitsprekelijke vreugde van de Spießbürger. In het bestemmingsplan (klik hier) heet het: ‘Bovendien is het perceel in de loop der jaren verrommeld en een doorn in het oog voor de omgeving. Het slopen van de aanwezige bebouwing en het verwijderen van het ongewenste groen is een aanzienlijke verbetering voor de omgeving.’ Ook de Dorpsraad Meterik kraait van plezier: ‘De dorpsraad is erg blij dat er nu eindelijk daadwerkelijke stappen worden gezet om te komen tot het opruimen van deze lelijke puist.’
Zucht. Ik kan alleen maar herhalen wat ik in oktober 2013 schreef: ‘Erken nou verdorie toch eens dat ook in verval schoonheid kan schuilen. Omarm het verval, koester het! Verval hoort nu eenmaal bij de Werdegang van dingen. Waarom zou je je daarvoor schamen? Waarom zou je het verbergen? Is zo’n perceel in staat van ontbinding niet veel spannender, uitdagender, prikkelender dan de zoveelste steriele tuin, fantasieloze woning of eenvormige parkeerhaven?’
Intussen zet de Vereniging tot Instandhouding van het Verval haar strijd voor behoud van het verval onverminderd voort. Kent u nog vervallen plekjes in Horst aan de Maas die worden bedreigd in hun voortbestaan? Meld het via horstsweethorst@gmail.com en ik zorg ervoor dat uw melding op de juiste plaats belandt.