zondag 20 mei 2018

Intermezzo – Tachtig jaar repetitielokaal harmonie, een verhaal met Volledige Vergunning

Van Sraar van den Beuken ontving ik onderstaande ‘mijmeringen’ over de repetitielokalen van de Koninklijke Harmonie Horst. Sraar vertrouwde ze afgelopen jaar toe aan het papier, ik plaats ze hier met veel genoegen.

Tachtig jaar repetitielokaal harmonie, een verhaal met Volledige Vergunning

Soms kan iets zo vertrouwd worden dat het verweven raakt met je eigen ik. Dan kruipt het naar binnen en zet het zich vast in die gedeeltes van het gemoed waar de nostalgie en de melancholie huizen. Dit sentiment bekruipt me de laatste tijd wel eens. Neem me niet kwalijk dat ik begin met een ietwat ondeugende inleiding. Als oud muzikant van de harmonie maar nog altijd belangstellend ga ik, in zoverre mogelijk, elke week luisteren naar de repetitie bij De Lange. Heb ik mij via de Jan Nabbenweg – links en rechts volgestouwd met aaneengeregen stalen boxen, kassahuisjes, banken, kratten, kisten en noem maar op – geworsteld, dan kom ik pardoes voor een gesloten zaaldeur. 



Na deze stormbaan in de tegenovergestelde richting zonder kleerscheuren te hebben genomen, mijn MLV (Militaire Lichamelijke Vaardigheid) insigne behaald in mijn diensttijd komt mij hierbij nog goed van pas, moet je vervolgens doorheen de lawaaierige café om in de zaal te komen. Ben je daar binnen dan wil je een stoel. Ik kan je verzekeren dat in het bezit komen van een stoel behoort tot een van de grotere uitdagingen van een rustend lid van de harmonie. Want heb je met enige haspelarij tussen een janboel van jassen, dassen en tassen, of mogelijk een onbezet exemplaar tussen de spelende muzikanten weten te bemachtigen, dan denk je hé, hé … hier zit ik dan. Zo … neem deze ontboezeming – overigens enigszins wel getoetst aan de werkelijkheid – dus niet al te serieus en weet dat de correcte bediening van Pim en zijn kornuiten en kornuitessen verder OK is.

Dat vertrouwde
Ja, dat vertrouwde, dat eigen, die melancholie heb ik de laatste jaren in groeiende mate met de vroegere Zaal van Heijster, overigens met mij ook meerdere oudere leden. Die zaal, in 1937 gebouwd door Van Heijsters Theike, met vervolgens drie generaties Van Heijster achter de tap (begin jaren zestig heel even onderbroken door Sef en Lies Cox). Die zaal is dit jaar dus 80 jaar – een mensenleven lang – de repetitielocatie van onze harmonie. Ja … in dit jubileumjaar misschien ook wel interessant dit even te memoreren. Wat die verhuizing betreft, daarover dit verhaal met een leuke anekdote die ik jullie niet wil onthouden.
Mannenkoorzaal?

Voor de duidelijkheid eerst dit bericht uit de Nieuwe Venlosche Courant van 3 februari 1937:

Nieuwe Venlosche Courant van 29 september 1937:


Van huren door de Koninklijke Harmonie van de Mannenkoorzaal is verder niets bekend, mocht het zo zijn dan kan dat hooguit één of twee repetities zijn geweest. Dus enige twijfel bij deze. De Mannenkoorzaal was vroeger de zaal waar Mooren Piet jarenlang een bioscoop heeft gerund. Nu bevindt zich daar een goktent.


Beeld van Sint David
Ik herinner mij uit mijn jeugd dat de harmonie destijds (1937) repeteerde in het oud gemeentehuis in de toen zo genoemde Harmoniezaal op de hoek van Steenstraat en Sint-Lambertusplein, denk daarbij aan de ruimte waar nu het Huis van de Streek zit.


Mijn ouderlijk huis stond waar nu slagerij Christ Coppens is gevestigd. Het was aan de zij-achterkant ingesloten door de Harmoniezaal/gemeentehuis. Achterom konden wij vanuit ons huis via een klein binnenplaatsje achter in de harmoniezaal komen waar zich het podium bevond.


Mijn vader plaatste samen met ‘oême Sjang’ – de legendarische ‘meister Van den Beuken’ en de vader van Hans – voor  aanvang van de repetitie de lessenaars en de stoelen en ze maakten de kachel aan. De ‘booremós mèt wôrs’ voor het St Davidsfeest werd destijds bij ons in de keuken bereid.  Vanaf het podium gezien links in een hoek van de zaal (straatkant) was op de muur een beeld van Sint David geschilderd, naar ik meen door ‘oême Toên’, Antoon Van Well, toenmalig bestuurslid.

Volledige Vergunning
De ‘Sociëteit Harmonie’ – de harmonie genoot in die tijd groot aanzien in de Horster gemeenschap! – beschikte voor die harmoniezaal over een eigen ‘Volledige Vergunning’ die op naam stond van Antoon Seuren. Hij was van beroep postbode, in die tijd een achtenswaardig ambt, en vaandeldrager van de harmonie. ‘Söre Toëntje’ was de vader van voorheen veearts Piet Seuren, oud bestuurslid van onze harmonie en later lid van de Vrienden van de Harmonie. Aan die Volledige Vergunning was tevens een verlaat sluitingsuur verbonden. Dit fenomeen, dit privilege, dit sluitingsuur, heeft nog lang in de gelederen van onze harmonie voortgeleefd. De oudere leden weten dat, maar voor de jongeren nadere uitleg. 

Vergeetachtigen
Van oorsprong was café De Sport van ‘Van Heijsters Theike’ een alcoholvrije locatie (1933). Uit betrouwbare bron, bij monde van onze vaders Sjang en Grád van den Beuken, vernamen wij dat ook toen al bij de harmonie het aantal ‘allesvergeetachtigen’ dat van de geheelonthouders verre overtrof (doordenkertje). Om die reden verhuisde die Volledige Vergunning van de harmoniezaal  automatisch mee naar zaal Van Heijster, die vervolgens in dankbaarheid door Theike werd geëxploiteerd, tot lafenis van de immer dorstige muzikanten en verdere clientèle. Niet voor niets zingen we tot op heden: ‘en as ze oêtgeblaoze ziên dá hebbe de miëste dôrs, dát is, de keuninklukke toêteclub vá Hôrs’, een tekst uit het carnavalsliedje ‘Huur daór dao keumt de Harmonie’ van Fer Hobus, gezongen op de liedjesavond van D’n Dreumel door drie leden van de harmonie (Fer, Wim Moorman [sr] en ik zei de gek) en in dit jubileumjaar door Ger de Mulder zo mooi ‘verklankt’ in het muziekstuk ‘colours’. 



De keuze van de harmonie voor zaal Van Heijster als repetitielokaal lag goed en dat was wederzijds. De harmonie voelde er zich vanaf het begin kind aan huis. Het repetitielokaal werd gezien als de tweede huiskamer die in hoge mate huiselijkheid, gemoedelijkheid en gezelligheid uitademde. Gevolg: de derde helft van de repetitie – een kwartier pauze was toen gebruikelijk – duurde voort tot ver in de kleine uurtjes. Met muziek werden we slimmer gemaakt, met toepen en kruusjasse leerden we zaken doen. Waarna de sterke verhalen bij de tap niet van de lucht waren en parallel met het vroegere uur alleen maar sterker werden. Het was ook de tijd dat ‘s avonds om negen uur de toen nog schaarse straatverlichting (hoëgoêt 8 luchtepäöl innut hiêle däörp) gedoofd werd en het op pleinen en in straten ‘sakkenduuster’ was – met de ‘kniêpkat’ kon men wat bijlichten. Het uitgaansleven ‘doorewaeks’ bestond nog niet, maar … Guus Meeuwis zou toen gezongen hebben: ‘Niet in Brabant maar in zaal Van Heijster brandt nog licht’.


Geachte lezer. Die zaal Van Heijster, met Volledige Vergunning, keurig gedekte tafeltjes met daarop een bloemetje, een aparte tafel voor het bestuur – de knakworstjes van Jan en Theo waren toch lekkerder – dit en nog veel meer deed mij verlokken tot deze mijmeringen. ‘Nostalgisch gedoe van een oude man’, hoor ik jullie al denken, immers tijden veranderen. Dat weet die oude man ook. Die zaal, die is er nog en ook nog wel de gezelligheid,  maar toch … is daar die melancholie. 

Sraar van den Beuken

zaterdag 19 mei 2018

Intermezzo – Verbinding

Er ligt een positief akkoord dat idealen en realisme met elkaar verbindt. Met onze inwoners, stakeholders en andere overheden houden we verbinding om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. We hebben een concrete verbinder tussen overheid en ondernemers op strategisch en tactisch niveau. Deze ‘verbinder’ ziet trends en ontwikkelingen vanuit het perspectief van de ondernemer en de overheid (en het onderwijs). De verbinder begeeft zich in het veld en in de netwerken.



Wij willen projecten aanjagen die inspireren tot innovatie en we leggen daartoe actief verbindingen met de sector en andere belanghebbenden, zoals milieu- en dierorganisaties. Daarbij maken we slimme en efficiënte verbindingen tussen wonen en zorg, economie en werkgelegenheid, infrastructuur/inrichting leefomgeving en toegankelijkheid.



De focus van de transformatie van het sociaal domein ligt op het verbinden, verbeteren en vernieuwen samen met onze zorgpartners. We volgen en verkennen nieuwe experimenten bij de ondersteuning van onze mantelzorgers en zoeken daarbij ook de medewerking en verbinding met zorgverzekeraars. We haken aan op het gedachtegoed van ‘Positieve gezondheid’ met Gezondste Regio 2025 als initiatiefnemer, aanjager en verbinder. We gaan met een creatieve en aansprekende aanpak de verbinding tussen betrokken inwoners en de overheid verder versterken. Een mooi moment waarbij vanuit saamhorigheid en verbinding een breed pallet van activiteiten en evenementen worden georganiseerd.



Wij erkennen en onderschrijven het belang en de importantie van de ongeorganiseerde sport, waarbij we een duidelijke meerwaarde en behoefte zien om dit, bij behoefte, ook te verbinden met andere, ‘georganiseerde’ sporten. Niet alleen vanuit het perspectief van bewegen en gezondheid, maar ook vanuit de educatieve meerwaarde en de verbindingen die gemaakt kunnen worden met andere onderdelen van het onderwijsaanbod. Met het onderwijs worden verbindingen gelegd om mogelijkheden van gebruik te bezien. Bijvoorbeeld in een vorm van onderwijsondersteuning of innovatieve en alternatieve verbindingen en ideeën tussen onderwijs en bedrijfsleven. 



We zien het belang van verbinding tussen verenigingen, doelgroepen en organisaties door middel van cultuur. We zetten sport als middel in om groepen inwoners en maatschappelijke partners met elkaar te verbinden met als doel een gezonde levensstijl voor onze inwoners te stimuleren en verdere ontwikkelkansen te bieden aan individuele inwoners of risicogroepen. Ervaringen die van pas gaan komen bij de implementatie van de Omgevingswet, waarbij ook sprake is van een noodzakelijke omslag in denken en doen om de verbinding met de gemeenschap, bedrijven en inwoners te versterken.


Als het gisteren gesloten coalitieakkoord (klik hier) één ding leert, dan is het wel dat er gouden tijden aan zitten te komen voor de apotheken en drogisterijen in Horst aan de Maas.

woensdag 16 mei 2018

Klein mysterie 755 – Graffiti (7)

Vanmiddag. Ik passeer op de fiets een bekende. Ik groet hem. Hij groet mij. Ik fiets door. ‘Oh, Wim …?’, roept hij me na. Ik fiets terug. Of het mij ook is opgevallen dat er de laatste tijd zoveel graffiti op bordjes, kastjes, muren en dergelijke worden gespoten? Met name Desk komt hij overal in Horst aan de Maas tegen.


Van Desk had ik inderdaad ook al de indruk dat hij (zij?) op het moment vrij actief is. Net als Zip



en Cash.


Of mij dat ook zo stoort, wil mijn bekende weten. Nee, erg mooi vind ik die tags (zeg maar handtekeningen) doorgaans niet. Toch neem ik er – in tegenstelling tot mijn bekende – geen aanstoot aan. Hondenpoep, zwerfafval, slecht afgestelde beregeningsinstallaties en bejaarden die klagen over de jeugd van tegenwoordig – om maar eens een paar dwarsstraten te noemen – dát zijn dingen waar ík me aan stoor.


Wildstyle (graffiti met gestileerde tekst) en pieces (grote, arbeidsintensieve, vaak veelkleurige graffiti) vind ik eveneens niet altijd mooi, maar ik heb er meestal wel bewondering voor: ze  vereisen een zeker vakmanschap en ook een flinke portie lef. Want ga er maar aan staan, zo’n werk in het holst van de nacht maken met allerlei vijanden op de loer.


Graffitisten intrigeren me vooral. Als ik ze al zou willen veroordelen (waartoe ik dus geen aandrang heb), zou ik eerst willen weten waarom ze doen wat ze doen. Wat zijn hun drijfveren? Hun sporen nalaten? ‘Iets neerzetten dat de wereld kan zien’, zoals The Graffitist, die ik in februari sprak (klik hier), me toevertrouwde? Of is er meer? De goegemeente op stang jagen misschien? Een schreeuw om aandacht? Een uiting van maatschappelijke onvrede? De kick van het iets doen dat niet mag? Je onderscheiden van anderen? Verveling?


Ik wil het allemaal zó graag weten. Dus kom op, Desk, Zip, Cash en anderen, meld je bij mij (horstsweethorst@gmail.com), ik luister naar je verhaal en ik zal het hier publiceren. (Dit laatste op voorwaarde dat jij het er ook mee eens bent en met de plechtige belofte dat ik je echte naam niet naar buiten zal brengen – zoals ik bij The Graffitist ook niet heb gedaan.)


Desk, Zip, Cash en anderen, doe het niet voor mij, doe het voor de goede zaak: ik ben er heilig van overtuigd dat mijn bekende daarna voortaan met andere ogen naar jullie werk zal kijken.

zondag 13 mei 2018

Intermezzo – Gecraqueleerde container

Meanderende rivieren, wegen met geluidsschermen, smalle steegjes, gevaarlijke gelijkvloerse kruisingen, onbeduidende beekjes, brede dubbelbaans autowegen, doodlopende straten, verdiept liggende wegen, bochtige verbindingsweggetjes, olifantenpaadjes, wegen met fietssuggestiestroken, kaarsrechte kanalen. Nooit geweten dat Grubbenvorst het allemaal heeft. Pas gisteren kwam ik er achter.

Eigenlijk zou ik hier hoognodig eens m’n frustraties over de coalitievorming, de vreemde capriolen van D66+GroenLinks en de laatste verwikkelingen rondom de Kasteelboerderij van me af moeten schrijven. Maar hoe zou ik dat kunnen na wat ik gistermiddag in Grubbenvorst heb gezien? First things first.


De Brandakkerweg in Grubbenvorst is een zandweg van niets naar nergens, evenwijdig aan de spoorlijn Venlo-Nijmegen. Enige attractie: een stoffige, diep uitgesleten rotonde. Dat dacht ik althans tot gistermiddag. Gistermiddag ontdekte ik dat de Brandakkerweg nog iets veel en veel mooiers te bieden heeft. En wel een container, die nagenoeg alles wat ik de laatste tijd heb gezien verre overtreft in schoonheid.


Vanop een afstandje leek het erop alsof de container was bekrast of beschilderd met Chinese karakters.


Van dichtbij bleek het te gaan om craquelures. Volgens Van Dale is een craquelure een ‘haarscheurtje in een verf- of vernisoppervlak, hetzij een teken van ouderdom of door slechte verfbehandeling ontstaan’. Het is zonneklaar dat het in dit geval de slechte verfbehandeling is die het ‘m heeft gedaan.


Of is het misschien toch iets minder zonneklaar? Zou Jacob van Deventer dan misschien toch uit de dood zijn opgestaan? Jacob van Deventer (circa 1505-1575) was een meesterlijk kaartenmaker, die vanaf 1558 plattegronden maakte van alle steden in de toenmalige Nederlanden. Dit is bijvoorbeeld een detail van zijn plattegrond van Middelburg:


Is de gedachte dan heel vreemd dat Jacob van Deventer in Grubbenvorst is herrezen en op de vier zijden van deze container de plattegrond van een hedendaagse wereldstad heeft aangebracht?


Bezoek je een film, een museum, een theater, een paleis, een concert, dan weet je van tevoren min of meer wat je kunt verwachten.


Sta je onverhoeds oog in oog met iets van buitengewone schoonheid – zoals mij gistermiddag dus overkwam aan die stoffige Brandakkerweg in Grubbenvorst –, dan is de intensiteit van de sensatie veel groter.


Omdat ik u diezelfde intensiteit van de sensatie gun, heb ik overwogen dit stukje niet te publiceren. Maar ik moet mijn enthousiasme, opgetogenheid, extase misschien zelfs, toch ergens kwijt? Daarom publiceer ik het desalniettemin, met bezwaard hart.

Vergeef me.

zaterdag 5 mei 2018

Intermezzo – Waving Helmets

Ben je even een paar dagen weg uit deze gemeente, is er ineens een kunstwerk geland. Een kinetisch kunstwerk nog wel!


Zowel Hallo Horst aan de Maas als ’t Meteriks Krèntje bevatte deze week bovenstaande foto van het kunstwerk. De foto deed me niets, duidelijk geen liefde op het eerste gezicht. Maar mag je een kunstwerk op basis van één foto be- of veroordelen? Nee. Dus toog ik gisteren naar de Heere Peel in America, een kunstmatig stukje Peel tussen Loohorst en Meerdal. Tot m’n verrassing bleek het te gaan om een drijvend kunstwerk, wat uit de foto niet viel op te maken. En tot m’n grote vreugde bleek het ook nog eens te gaan om een bewegend kunstwerk – kinetische kunst is een van m’n favoriete kunstgenres.


Waving Helmets is een werk van Thijs van de Manakker uit Helenaveen. Hij maakte het in 2010, honderd jaar nadat turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel een gouden helm vond uit de tijd van de Romeinen. De helm zou mogelijk hebben toebehoord aan een Romeinse ruitereenheid, een turma. Die bestond uit 32 cavaleristen, met aan het hoofd een decurio. Thijs van de Manakker (klik hier): ‘Nou heeft iedereen het altijd maar over die ene man, die honderdman met zijn gouden helm, de man van Deurne, maar wie heeft het over die 32 jongens, die onder hem reden en streden? Wat is er met hen gebeurd? Niemand die het zich afvraagt. Ik wel! Laat ik hen maar eens in het daglicht stellen: 32 Waving Helmets.’


Waving Helmets, een perpetuum mobile, is al vaker tentoongesteld. Dat het nu in de Heere Peel is beland, is te danken aan Paul Jacobs, uitbater van Aan De Drift, een horecagelegenheid met natuur- en informatiecentrum in de Heere Peel (klik hier). Aan De Drift ligt aan een poel. Samen met Thijs van de Manakker kwam Paul Jacobs tot de conclusie dat die poel bij uitstek geschikt is om Waving Helmets te exposeren, voorlopig voor twee maanden.


Intussen prijs ik me gelukkig dat ik niet ben afgegaan op die foto, maar ter plekke een kijkje heb genomen. Zou u ook moeten doen. Als je niet beter wist, zou je denken dat Waving Helmets speciaal voor deze locatie is geschapen. Kunstwerk en idyllische omgeving vormen één harmonisch geheel. Ik ben zelfs geneigd te zeggen dat de rust en stilte die sowieso heersen op deze plek nog aan intensiteit winnen door de 32 helmen, die meedansen op de wind en door de continue beweging voortdurend van aanzien veranderen.

Waving Helmets nodigt uit tot contemplatie en meditatie. Ga een uur aan de rand van de poel zitten of liggen en je kunt er gegarandeerd weer een hele tijd tegenaan.


Waarom koopt de gemeente Horst aan de Maas – liefst vandaag nog – Waving Helmets eigenlijk niet gewoon aan? 

zondag 15 april 2018

Intermezzo – Horst-sweet-Horst goes Venray!

Elf dagen
- géén goddelijke lambada’s van Het Aardbeienland;
- géén azijnpisserij over de verwikkelingen in de Horster politiek;
- géén fietstochtjes door het buitengebied van Horst aan de Maas;
- géén overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs,
- géén helse verontwaardiging over de uitbreiding of komst van een exponent van de vee-industrie;
- géén Horster dingen ontdekken waaraan ik m’n hele leven achteloos voorbij ben gegaan.
Want: Horst-sweet-Horst goes Venray! Veni vidi Venray (met dank aan Kirsten Schoeber voor het vignet). Elf dagen lang. Op uitnodiging van Cultura Venray (klik hier) is Schoutenstraatje 15 in Venray van 19 tot en met 29 april mijn tijdelijk verblijfadres. Daar, in hartje Venray, ga ik onderzoeken of het gras bij de Venrayse buren groener is of dat er toch niets boven Horst-sweet-Horst gaat (het antwoord weet ik natuurlijk al, maar laat ze dat in Venray nog maar even niet horen). 


Hoe zit het met de vermeende stadse pretenties van Venray? Kent Venray ook olifantenpaadjes? Hoe is het gesteld met het Venrays dialect? Is het Venrayse buitengebied net zo vernacheld als dat van Horst aan de Maas? Is Venray meer kunst-minded? Worden Polen en andere niet-Nederlanders in Venray wél gekoesterd? Wat is de staat van de Venrayse trapveldjes? Is de geur van varkens ook tot in de Venrayse haarvaten doorgedrongen?


Op die, en vele andere vragen, hoop ik in die elf dagen een antwoord te vinden. Door in gesprek te gaan met Venraynaren en door Venray te gaan verkennen, van Lull tot ’t Brukske en van de Ballonzuilbossen tot het Lavendelplein.


Van m’n bevindingen zal ik zo mogelijk dagelijks verslag doen op een weblog en een Facebookpagina, allebei met de naam Veni vidi Venray (klik hier voor het weblog en hier voor de Facebookpagina). Daarnaast toon ik op Schoutenstraatje 15 van 19 tot en met 28 april dagelijks tussen 14.00 en 16.30 uur foto’s, video’s en teksten die het resultaat zijn van m’n ontdekkingstochten door Venray. Bezoekers (óók uit Horst aan de Maas) zijn dan van harte welkom om een kijkje te komen nemen. En ook voor een kop koffie/thee en/of een praatje.


Maar er is nog veel meer. Zo zal ik op zondag 22 april om 11.00 uur een gratis stoomcursus verlorenwieldoprechtopzetten verzorgen op het Sint-Annaterrein (zie ook hier). En zo hebben Jan Dirk van der Burg, Jan Duijf (Kloosterstraat Horst), Erik van Maarschalkerwaard en Frank Schijven al toegezegd me op een middag of avond te komen verblijden met een bezoek aan het Schoutenstraatje 15. Zij zullen dan iets komen zeggen, doen, laten horen of zien. Publiek is daarbij van harte welkom (exacte data en tijdstippen en details over hun bijdrage volgen nog op weblog en Facebook).


Komt dat zien, komt dat zien! Ik heb er in elk geval veel zin in!

P.S. Thuis bij Venraynaren aan tafel gaan is voor mij een andere manier om Venray te leren kennen. Daarom ben ik nog op zoek naar Venrayse eetadresjes. Heeft u familie, vrienden of kennissen in Venray wonen? Probeer hen dan zo ver te krijgen mij tussen 19 en 29 april een vegetarische maaltijd voor te schotelen! Uitnodigingen zijn van harte welkom via horstsweethorst@gmail.com.

zaterdag 14 april 2018

Ingezonden – Hoe maakt een projectontwikkelaar vrienden aan het Groeëte Veld?

Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) publiceerde twee weken geleden een (zeer goed gelezen) ingezonden bijdrage op Horst-sweet-Horst over alarmerende ontwikkelingen aan de rand van het Groot Veld, een eeuwenoud landbouwgebied tussen Sevenum en Kronenberg (klik hier). Nu komt hij met een vervolg daarop.

Hoe maakt een projectontwikkelaar vrienden aan het Groeëte Veld?

Het voornemen van de Kronenbergse projectontwikkelaar Stefan Janssen om te gaan bouwen op het waardevolle Groeëte Veld tussen Kronenberg en Sevenum stuit op flinke weerstand van de aanwonenden van het bijzondere open landschap.

Een vergunningaanvraag van Janssen om op het veld een schaapskooi te mogen bouwen is door de gemeente in tweede instantie goedgekeurd. Op welke gronden van het richtinggevende bestemmingsplan wordt afgeweken is vooralsnog een raadsel, maar zal de komende tijd ongetwijfeld duidelijk worden.


Onlangs mocht ik getuige zijn van de oprichtingsvergadering van het burgerinitiatief ‘Vrienden van het Groeëte Veld’. Een indrukwekkende bijeenkomst van betrokken en intelligente mensen die niet willen dat het Groeëte Veld verder wordt aangetast. Integendeel, want de doelstelling van de club met betrekking tot het cultuurhistorische landschap is positief:

“De Vrienden van het Groeëte Veld Is een burgerinitiatief bestaande uit inwoners van Kronenberg en Sevenum ter bescherming, verbetering en promotie van de landschappelijke, culturele, historische en recreatieve waarde van het Groeëte veld.

Door (nu nog in willekeurige volgorde):
§  Op verschillende manieren voor verschillende doelgroepen positieve aandacht te genereren voor het GV. In het bijzonder voor de vrienden van het Groeëte Veld zelf.
§  Activiteiten te organiseren die passen bij de omschreven doelstellingen.
§  De betrokkenheid van de politieke partijen en de gemeente te verhogen bij het GV zodat zij het belang van het GV zien en de doelstellingen van de vrienden onderschrijven.
§  Het creëren van een grote groep vrienden van het GV waarmee een vuist gemaakt kan worden ten einde de doelstellingen te kunnen realiseren.
§  Communicatie naar verschillende betrokken partijen en de publiciteit te zoeken.
§  Informeren over ontwikkelingen vrienden van Het Groot Veld.
§  Gemeente aanspreken op handhaving door de politiek uit te nodigen.
§  Samenwerking met andere relevante groepen binnen de gemeente.
§  Te werken met kerngroep die het voortouw neemt en een groep van sympathisanten die actief de boodschap van de vrienden uitdraagt en daar waar mogelijk een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstellingen.

De grens van het GV wordt bepaald door de bebouwing grenzend aan het GV van het Bedelaarspad, Kronenbergweg, Simonsstraat, Meerweg, De Hees, Renkensstraat, De Hees, Staartersstraat, Steeg, Helenaveenseweg en Bedelaarspad.”

Zie hier: een kristalhelder burgerinitiatief op basis van vriendschap, mede veroorzaakt door een projectontwikkelaar. Dat het voornemen van Janssen gaat leiden tot een georganiseerd en fel verzet van Kronenbergse en Sevenumse burgers is eveneens zo klaar als een klontje.

Ik voorspel dat de vriendengroep veel aanwas gaat krijgen.

Jan Duijf Kloosterstraat

zondag 8 april 2018

Intermezzo – Boesnach (2)

Kent u Boesnach nog? Nee, natuurlijk kent u Boesnach niet meer. Maar heel misschien herinnert u zich het stukje dat op 25 januari 2016 over hem verscheen op Horst-sweet-Horst (klik hier). Zo niet, dan fris ik uw geheugen even op: Boesnach was een artiest die Horst op 3 maart 1929 met een bezoek vereerde. De Nieuwe Venlosche Courant schreef twee dagen later:


In februari publiceerde ik het stukje van twee jaar geleden in iets gewijzigde vorm in Via Horst aan de Maas (klik hier). Ik sloot dat af met de vraag of er geen (kinderen van) ooggetuigen meer zouden leven die konden vertellen wat de ‘halsbrekenden toer’ van Boesnach nu precies behelsde. En geheel tegen mijn verwachting in leidde dit tot een reactie. En wel van Sraar van den Beuken. Een werkelijk prachtige reactie, lees maar:
Die halsbrekende stunt vanaf de kerktoren van de St. Lambertuskerk is mij bekend uit de mond van mijn vader. Bij herhaling kwam ons dat – zeker uit die tijd – sensationele verhaal ter ore. Maar ook voor mij blijft het vaag wat er precies gebeurde. Dat was toch best wel een heel eind die 200 meter lange staaldraad vanaf de Kerktoren richting Steenstraat? Gemeentehuis? Markt? Ons ouderlijk huis  gelegen aan – destijds – de Markt stond toen waar nu Crist Coppens de slager is gevestigd, dus mijn ouders hebben het schouwspel van dichtbij beleefd. Mijn ouders hadden daar een schoenmakerij, schoenwinkel en een café. Ik heb daar een aantal jaren nog een dameskapsalon gerund.’


Sraar haalde ook herinneringen op aan andere bezoeken van de familie Boesnach aan Horst:
‘Ik  weet niet of het jou bekend is maar naast het genoemde optreden in de zaal van Kunzelers Teike in de Herstraat waren de Boeschnachs in Horst ook bekend door de rondreizende bioscoop die regelmatig  ook de Horster kermis aandeed. Dat was ook nog het geval na 40/45. Ik persoonlijk,  momenteel  85 jaar, heb die bioscoop nog bezocht. De tent stond altijd op de hoek Jacob Merlostraat/Herstaat, voor koperslagerij Paul van der Beele. Ik heb uit de verhalen van mijn vader begrepen dat het familie was van die stuntman. We mogen er dus van uit gaan dat een deel van de familie Auschwitz heeft overleefd.’
Fantastisch toch? Maar de vraag hoe Boesnach nu precies te werk was gegaan in 1929 kon ook Sraar dus niet beantwoorden. En toen was daar twee weken geleden ineens – je zou haast gaan geloven dat toeval niet bestaat – Leopold P. die me deze foto stuurde uit weekblad Het Leven van dinsdag 8 augustus 1916:


Onderschrift: ‘King Boesnac laat zich, hangend aan zijn tanden, van een der Stadiontorens langs een staaldraad naar beneden glijden.’ Zó moet het dus op 3 maart 1929 ook in Horst zijn gegaan! Misschien een idee om dat op 3 maart 2019, precies negentig jaar na dato, in het kader van 800 jaar Horst aan de Maas nog eens dunnetjes over te doen?

(met onuitsprekelijke dank aan Sraar en Leopold)

zaterdag 7 april 2018

Intermezzo – Koppeltjeduikelen

Vrijdag 6 april 2018, 17.17 uur, Kranestraat te Horst (klik op pijl om filmpje te starten):

vrijdag 6 april 2018

Intermezzo – Kasteelboerderij (13)

Zonder dat iemand het me had verteld, blijkt ineens dat de toekomstplannen voor de Kasteelboerderij al ruim drie weken openbaar zijn! Het gaat om een aanvraag voor een omgevingsvergunning die het gemeentebestuur wil gaan verlenen. Die aanvraag bestaat uit liefst 22 documenten van in totaal vele honderden pagina’s (lees en bekijk ze hier). Voor een leek als ondergetekende te veel en te lastig om allemaal te kunnen doorgronden. Daarom pik ik er een aantal zaken uit die ik wel begrijp.


Om te beginnen: de Kasteelboerderij houdt haar horecafunctie. Over de aard daarvan (pannenkoekenboerderij?) lees ik niets terug. Wel over de omvang: het gebouw gaat plaats bieden aan 622 personen. Om die te kunnen herbergen verrijst aan de achterzijde een aanbouw van driehonderd vierkante meter die bestaat uit één laag en een kap. De totale oppervlakte van het restaurant bedraagt daarmee 797 vierkante meter. Oud- en nieuwbouw worden aan elkaar gekoppeld door middel van een transparant tussenstuk.


Verder komt aan de achterzijde van het pand en aan de zijde van de voetbal- en tennisvelden een verhard terras. Op de bovenverdieping van het bestaande gebouw is een bed & breakfast gepland met zes kamers, met slaapgelegenheid voor 23 personen. Schuin achter het complex worden 45 extra parkeerplaatsen aangelegd. Zo komt het totaal aantal parkeerplaatsen rondom de Kasteelboerderij op omstreeks zestig. ‘Daarmee wordt aan de toekomstige parkeerbehoefte ruimschoots voldaan’, aldus de geleerden. Zou het?


Dezelfde geleerden verwachten overigens ook geen grotere verkeersdrukte in het gebied: ‘Aangezien het slechts gaat om een kleinschalige uitbreiding van ongeveer 300 m2 zal er slechts sprake zijn van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen.’ Zou het?


Een en ander is op een aantal punten strijdig met het geldende bestemmingsplan. Geen probleem, volgens de geleerden: ‘Omdat de gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het voorliggend initiatief, wordt middels de voorliggende ruimtelijke onderbouwing de uitbreiding van het bedrijfsperceel juridisch-planologisch geregeld.’


Vooralsnog ben ik niet geneigd dit allemaal als héél grote winst te zien. Het lijkt me bijvoorbeeld een utopie om te denken dat de rust en kleinschaligheid die het gebied nu kenmerken niet zullen worden verstoord. Hoe dan ook zal het van karakter veranderen. Enfin, dat hadden we kunnen weten. Verheugend is wel dat het exterieur van de Kasteelboerderij nauwelijks lijkt te veranderen en hier en daar zelfs wordt verbeterd. Dat de constructie van de spanten wordt hersteld en weer zichtbaar wordt gemaakt, valt eveneens toe te juichen. Ook om het verdwijnen van de leilinden voor de voorgevel ben ik niet rouwig.


Het mooiste van deze aanvraag is nog dat het heeft geleid tot een gedetailleerde cultuur- en bouwhistorische rapportage van liefst 76 bladzijden van de Kasteelboerderij en haar omgeving. Waardoor we voor altijd weten hoe het ooit was.

woensdag 4 april 2018

Ingezonden - Laat niet als dank ...

'Waar is toch het Laat niet als dank-bordje in de Moelbaerenbos gebleven?', zo vraagt Franka Jakobs zich af in een ingezonden bijdrage.

Laat niet als dank …

Toen ik als lagereschoolkind met Jeugdnatuurwachtklasgenoten (gewoon alle klasgenoten dus), onder begeleiding van meester Herraets naar d’n Moelbaerenbos trok, hing er aan de grote dikke beuk ‘in de bocht’ een bord met de tekst: ‘Laat niet als dank ...’ Dit zijn de beginwoorden van de tekst: ‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, de eigenaar van het bos de schillen en de dozen’.


Heel regelmatig wandel ik nog langs deze mooie plek. In het volste vertrouwen dat de beuk mijn mooie jeugdsentiment trots op de borst draagt, kijk ik er niet meer elke keer naar op.

Tot zo’n drie maanden geleden. Tot mijn schrik en onmetelijke teleurstelling stelde ik toen vast dat een stuk persoonlijke mensenheugenis is verdwenen.

Gestolen? Wachten we op vervanging? Of is het bord zelf, de schillen, dozen en hondenstront te moede, opgestapt?

Wie weet er meer van deze dramatische ontwikkeling?

Als troost hebben we de foto nog ...

Franka Jakobs

dinsdag 3 april 2018

Ingezonden – Komt het Groot Veld onder het paard?

Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) ontwikkelt zich zo langzamerhand tot speciaal reporter buitengebied van Horst-sweet-Horst. Ditmaal van zijn hand een bijdrage over verontrustende ontwikkelingen aan de rand van het Groot Veld, een eeuwenoud landbouwgebied tussen Sevenum en Kronenberg.

Komt het Groot Veld onder het paard?

Tussen Sevenum en Kronenberg ligt een juweel van een cultuurhistorisch landschap: het Groot Veld. Bronnen melden dat projectontwikkelaar Stefan Janssen voornemens is om paardenboxen in het gebied te gaan bouwen. Dat is heel vreemd.


Janssen zou al in overleg zijn met Bob Vostermans en Paul Driessen om de plannen te kunnen realiseren. Volgens getuigen is er al een bodemonderzoek gedaan. De gang van zaken is zo apart, omdat het gebied in het onlangs vastgestelde bestemmingsplan is aangemerkt als ‘agrarisch met waarde’: dat betekent dat er niet mag worden gebouwd. Op dit moment is bij de gemeente nog geen bouwaanvraag ontvangen.

Het Groot Veld is al vele eeuwen in gebruik voor akkerbouw en, in mindere mate, veeteelt. Het is een van de laatste overgebleven oude, grote en open velden in onze gemeente en daarom van enorm cultuurhistorisch belang. Ook heden ten dage wordt het Groot Veld nog intensief voor landbouwdoeleinden gebruikt. Het gebied heeft bovendien een niet te onderschatten recreatief belang voor lokale wandelaars en toeristen, die naar hartenlust van het unieke, onbebouwde landschap kunnen genieten.

Je zou denken dat het Groot Veld een schoolvoorbeeld is van een relatief geslaagde balans tussen agrarische, cultuurhistorische en recreatieve belangen. In wie zijn voordeel is het in vredesnaam dat juist daar paardenboxen moeten worden gebouwd? Kennelijk zit er geld in het bijstellen van een bestemmingsplan ten behoeve van een projectontwikkelaar? Dat is op zijn minst verbazingwekkend.

Dat omwonenden weer eens in een juridische martelgang terechtkomen, wordt op de koop toe genomen? Letterlijk Ingecalculeerd? Een zich repeterende manier van doen in het buitengebied, die in dit geval zou kunnen leiden tot de aantasting van de levenskwaliteit van de Kronenbergse omwonenden. Het bouwen van de paardenstallen zou wederom een verdere teloorgang van ons historische landschap betekenen: iets waar we in Horst aan de Maas toch echt vanaf moeten. Er is al te veel aan schoons en waardevols in ons buitengebied naar de mallemoeren geholpen.

Jan Duijf Kloosterstraat

maandag 2 april 2018

Intermezzo – Grafkelder

‘De kelder is in 1924 al eens geopend. Daar zijn mondelinge getuigenissen van. Maar in archieven is niks aangetroffen.’
Aldus de Horster deken Alexander de Graaf Woutering, twee weken geleden in dagblad De Limburger. Met ‘de kelder’ doelt de deken op de grafkelder van de familie Van Wittenhorst, de voormalige bewoners van kasteel Huis ter Horst. Die grafkelder ligt ergens onder de vloer van de huidige Sint-Lambertuskerk. Al decennia lang koesterde de deken de wens ‘m op te graven en dit voorjaar gaat het dan eindelijk gebeuren volgens de krant.


Spannend! Hoewel? Ik wil de voorpret van de deken niet bederven, maar in tegenstelling tot wat hij in De Limburger zegt (of althans de journalist heeft genoteerd) is de opgraving uit 1924 namelijk wel degelijk gedocumenteerd. En wel in 1925 in het Limburg’s jaarboek, door J.A.L. van Soest en M.J. Janssen. Deze pastoors van respectievelijk Broekhuizenvorst en Meerlo waren door deken Theo Creemers uitgenodigd om op maandag 10 november 1924 nader onderzoek te doen naar de grafkelder, nadat die enkele dagen eerder bij werkzaamheden in de kerk was ontdekt. Wat troffen beide heren aan?

‘Een eenvoudig kelderruim van 2.50 meter lengte en 1.85 m. breedte en 2.30 m. hoogte, overspannen met een gewoon tongewelf. Deze ruimte was in drie verdiepingen gescheiden door ijzeren dwarsstaven, waarop de lijkkisten stonden. Wijl de onderste rij staven slechts 30 à 40 centimeter boven den vloer was aangebracht, kunnen op dien vloer bezwaarlijk kisten gestaan hebben. Op de onderste staven bevonden zich twee kisten, waarvan het hout geheel vermolmd was en alleen de looden binnenkist zonder deksel was overgebleven. Op de bovenste staven ter rechterzijde van den muur de kist van Willem Vincent baron van Wittenhorst † 1674 (…); daarnaast eene andere kist zonder deksel, nl. die zijner 1ste echtgenoote Wilhelmina van Bronckhorst, waarbij een heel klein looden kistje bevattende een kinderlijkje, een dochtertje van voornoemden Jan Vincent. In den grafkelder werden in het geheel elf schedels gevonden en meerdere beenderen, afkomstig van vroegere bijzettingen. De twee lijkkisten op de onderste staven bevatten het gebeente van Anton Udalrik graaf van Frésin † 1724 en zijne echtgenoote Anna Maria Alexandrina Teresia van Wittenhorst (…) geboren 1672 en † 15 augustus 1738.’

Van Soest en Janssen vermelden in hun artikel ook de opschriften op de lijkkisten, maar daar zal ik u verder niet mee vermoeien. Aardig om te memoreren is nog wel dat beide pastoors overtuigd waren van het historische karakter van hun missie, want ze noemen de kelder een ‘thans voor goed gesloten groeve’.


Wat ze niet konden weten, was dat de Sint-Lambertuskerk nog geen twintig jaar later door oorlogsgeweld zou zijn verworden tot een grote puinhoop. Een puinhoop waarop een nieuwe kerk zou worden gebouwd. Voorafgaand aan of tijdens die bouw is de ‘thans voor goed gesloten groeve’ nog minimaal één keer geopend. Maar daarover misschien een andere keer meer.