Posts tonen met het label auto's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label auto's. Alle posts tonen

vrijdag 3 april 2026

Oliecrisis (2) | Horster tankstationhistorie

Je kunt het je dezer dagen nauwelijks nog voorstellen, maar ooit gold de American way of living als het hoogst bereikbare. In september 1954 werd die American dream in Horst althans voor een deel werkelijkheid, toen bijna tegelijkertijd ineens twee futuristische tankstations werden geopend. Horst trad een nieuw tijdperk binnen, living in the fast lane kwam ineens binnen handbereik. ‘Service op zijn Amerikaans in een Amerikaanse sfeer’, schreef het Dagblad voor Noord-Limburg.


Vanaf zaterdag 11 september 1954 konden automobilisten terecht bij het Caltex-tankstation van Luc Kok aan de Venloseweg. Dit was volgens de krant uitgerust met ‘keurige toiletten en een gezellige wachtkamer’. Het zou dag en nacht open zijn. Met een reden, aldus de krant:
‘Horst ligt aan de route, die de groententransporten tussen het Westland en Duitsland zowel overdag als ’s nachts plegen te nemen. Het ligt derhalve voor de hand, dat er behoefte is aan servicestations voor de moderne koopvaarders van de weg, die hun gigantische trailers door de Horster straten loodsen en die liever onderweg even pauseren om bij te tanken en hun wagen even te laten nazien dan bij de toch al drukke grensovergangen hiermee extra tijd te verliezen.’

Ruim een week eerder, op donderdag 2 september, was aan de Venrayseweg ook al het vrijwel identieke Caltex-tankstation van Piet Janssen in gebruik genomen. De officiële opening hiervan volgde op 18 september. Ook dit tankstation was van alle gemakken voorzien. Het Dagblad voor Noord-Limburg:
‘De belangstelling van het deskundig personeel gaat bij dit service-station niet alleen uit naar de auto’s, maar niet minder naar degenen die deze auto bevolken. Zodra deze de oprijbaan naar de benzinepompen onder de wielen hebben, worden ze als gasten beschouwd. Er is voor hen een gerieflijke wachtkamer ingericht, en toiletten staan ter beschikking.’

Beide Horster tankstations staan niet op zichzelf: in juli 1954 was aan de Keulse Barrière in Venlo een Caltex-tankstation geopend dat veel overeenkomsten vertoont met die in Horst, zij het dat de luifel van dat Venlose station aanzienlijk groter was. Net als beide Horster tankstations was het gebouwd door het Horster aannemersbedrijf Poels en namen de Horster bedrijven Cortenbach, Keijsers en Van Well respectievelijk het stukadoorwerk, het timmerwerk en het schilderwerk voor hun rekening.



Alle drie deze tankstations kenmerken zich door een strakke belijning, smetteloos wit geschilderde muren, een eveneens witte luifel en een nagenoeg geheel in glas uitgevoerde voorgevel van de kiosk. Decoratieve elementen ontbreken, functionaliteit staat voorop. Het Dagblad voor Noord-Limburg noemde dit de ‘Californische stijl’. Je zou ook kunnen zeggen dat deze drie Noord-Limburgse tankstations veel stijlovereenkomsten hebben met het zogeheten Nieuwe Bouwen. Een exponent daarvan was de Sittardse architect Ben Schinkel (1909-1970). Hij ontwierp tal van tankstations in Limburg en het kan bijna niet anders of het Venlose en beide Horster tankstations zijn eveneens van zijn hand. Schinkel heeft ook het Caltex-tankstation in Withuis op zijn naam staan:


Dit is behouden gebleven en wordt momenteel gerenoveerd. Met beide Horster tankstations liep het aanzienlijk slechter af: dat aan de Venloseweg werd begin jaren zeventig het slachtoffer van de aanleg van een rondweg; dat aan de Venrayseweg moest een decennium later wijken voor een nieuw tankstation.

donderdag 2 april 2026

Oliecrisis (1) | Top 5 – Tankstations

Oliecrisis. Geschikt moment om eindelijk eens de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van tankstations in Horst aan de Maas erin te gooien. In twee van mijn meest favoriete films aller tijden – O melissokomos (The Beekeeper) en Paris, Texas – spelen tankstations een belangrijke bijrol. Wat me zo aanspreekt in die tankstations? De onbestemde tristesse, het desolate, de leegte, het niet-alleen-maar-toch-eenzaam-gevoel dat ze uitstralen. Urenlang door het niets rijden, verlangend uitzien naar dat baken van licht in de verte om er bij aankomst achter te komen dat dat baken een voortzetting van het niets is.  


Naar tankstations met zo’n filmische allure is het in Horst aan de Maas tevergeefs zoeken – wist ik al bij voorbaat. Utiliteit in plaats van zwaarmoedigheid, functionaliteit in plaats van romantiek, zoals bij het tankstation hierboven aan de Midden Peelweg in Sevenum. Desalniettemin zijn ook de tankstations van Horst aan de Maas een top 5 waard. Komt ie:

5. Venloseweg, Sevenum


Overwegend dertien-in-een-dozijn-tankstations in Horst aan de Maas. Dit is daar een treffend voorbeeld van. Kraak noch smaak, zelfs geen huisstijl herkenbaar.

4. Californischeweg, Grubbenvorst


Ook al geen architectonisch wonder. Je zal maar op de eerste verdieping werken en de hele dag tegen die immense overkapping aan moeten kijken.
 
3. Lottumseweg, Broekhuizen


Waar vind je dat nog, een tankstation met, bij gebrek aan menselijke bemanning, een potige kip die een oogje in het zeil houdt?


2. Zwarte Plakweg, America


De Peel binnen handbereik. Enige tankstation in Horst aan de Maas dat enigszins het eind-van-de-wereld-gevoel oproept.


1. Stationsstraat, Horst


Het oog wil ook wat – en het oog krijgt wat. Tankstation Vissers staat op eenzame hoogte in het Horster tankstationlandschap. Hier geen allesbepalende corporate identity, maar architecten (Ben Keijsers en Huub Branderhorst) die hun eigenwijze gang zijn gegaan. De imposante dakconstructie, met een tot de hemel reikende mast, overheerst alles en verbindt alle onderdelen met elkaar. Van de voorkant bekeken zou je er een schip in kunnen zien, van de zijkant doet het zowaar denken aan een kerk.


N.B. Morgen hier aandacht voor enkele pareltjes uit de Horster tankstationhistorie, waaronder De Kamp.

zondag 29 maart 2026

Horst in oude ansichten (11) – Steenstraat


De oorlogsschade is hersteld, de antenne heeft zijn intrede gedaan, het gemeentehuis straalt als nooit tevoren – we zijn pas halverwege de jaren vijftig, maar de Steenstraat is al klaar voor het volgende decennium. Alles spic en span. De torenklok van de fonkelnieuwe Sint-Lambertuskerk heeft zojuist kwart over vier geslagen. Zinderende augustushitte. De scholen zijn net uit. Een meisje wacht bij de trap naar het bordes van het gemeentehuis op het vriendinnetje met wie ze heeft afgesproken. Een jongen in korte broek is, terwijl hij bij de kerk een auto zag naderen, rennend de straat overgestoken. De verkeerszuilen in de bocht zien het gebeuren. Een dissonant, die auto: het zijn fietsen die het straatbeeld domineren. Stalen rossen nog. Vier geparkeerd bij kapper Van Heesch, waarvan drie slordig op een kluitje. Een jongen fietst, staand op de trappers, richting fotograaf. Achter hem zet een moeder haar zoontje op de bagagedrager, hij is al te groot voor een stoeltje. Drie vrouwen vergapen zich aan de nieuwste aanwinsten in de etalages van manufacturenhandel Van Well. Het zal niet lang meer duren voordat de winkelpui totaal wordt gerenoveerd. In pand Wijnhoven, rechts op de voorgrond, brengt tien jaar later schrijver dezes zijn eerste levensjaren door. 

zondag 1 maart 2026

Intermezzo – Werkelijkheidsverfraaiing

De zaken net een klein beetje anders voorstellen dan ze zijn of waren. Wie bezondigt zich er zo nu en dan niet aan een gevalletje werkelijkheidsverfraaiing? Betrekkelijk onschuldig, zo lang je maar uit de buurt blijft van de grens tussen werkelijkheidsverfraaiing en werkelijkheidsverdraaiing.


Ik kom hierop door een foto van de Canadese woningen aan de Zegersstraat in aanbouw die ik hier vrijdag publiceerde. Een zwart-witfoto uit 1967. Vanochtend zag ik dat iemand op de Facebookpagina Horst vroeger en nu een kleurenversie van deze foto had gepubliceerd (klik hier), naar ik veronderstel met behulp van AI of een fotobewerkingsprogramma.


‘Ah mooi, zo was het dus in werkelijkheid’, was mijn eerste gedachte bij het zien van de foto. Na nauwkeuriger bestudering wist ik wel beter. Dat het blauw (of grijs) links onder het raam van de eerste woning niet doorloopt onder de diagonale lat van het bouwhek is al een beetje raar. Maar kijk ook eens goed naar de auto links bij de lantaarnpaal.


Vind u ook niet dat die verdacht veel weg heeft van een moderne SUV en maar heel weinig van een jaren zestig auto? Bovendien: op de zwart-witfoto staat helemaal geen auto bij de lantaarnpaal. Wat er wel staat? Lastig te zien, vermoedelijk de aanhanger waarop de pannenlift, enkele meters verderop, heeft gestaan.


Achter de pannenlift staan nog twee auto’s. De tweede is op beide foto’s moeilijk te onderscheiden. De eerste oogt op de zwart-witfoto als een transportbusje, mogelijk een Volkswagen Transporter. Maar op de kleurenfoto is ook dit een hedendaags aandoend vehikel dat in de verste verte niet lijkt op het busje van de zwart-witfoto.

Héél erg dit? Nee. Werkelijkheidsverfraaiing of werkelijkheidsverdraaiing? Ik zou zeggen: een in dit geval betrekkelijk onschuldige vorm van werkelijkheidsverdraaiing. 

donderdag 5 februari 2026

Top 5 – Gestileerde auto’s in De Echo

Wat ook een eeuwige bron van lering en vermaak blijft is De Echo van Horst. Onbegrijpelijk (met het oog op de lering) en zonde (met het oog op het vermaak) dat het in 2010 ter ziele gegane nieuwsblad voor de voormalige gemeente Horst nog altijd niet digitaal valt te raadplegen. Zo lang het nog niet zo ver is, moeten we het helaas doen met her en der verspreide snippers. Enkele van die snippers (voornamelijk afkomstig uit de collectie HH) zijn bij mij beland. Hieruit valt veel en van alles te destilleren, uiteenlopend van de logo’s van niet meer bestaande verenigingen tot een opsomming van kermisartiesten die de gemeente in de loop der jaren aandeden en van onvergetelijke slogans (‘Wees slim en trim’) tot de rabiaat rechtse ingezonden brieven van J.G.

Voor nu graag uw gewaardeerde aandacht voor gestileerde auto’s in De Echo. Vanwege het tijdsbeeld dat ze geven. Vanwege het poetry-in-motion-gevoel, het living-in-the-fast-lane-gevoel en het gouden-kettingen-en-fancy-cars-gevoel dat ze oproepen. Maar vooral ook vanwege de onvervalste nostalgie. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van gestileerde auto’s in De Echo:

5.


Deze Volvo’s van Fa. L. Kok en Zn. aan de Venrayseweg (‘Ook uw adres voor de betere occasion’) waren blijkbaar stoer genoeg om het zonder nadere aanbeveling te kunnen stellen. Advertentie uit 1977.

4.


‘BMW 2000: een synthese van overtuigende kracht en functionele schoonheid’, in 1968 verkrijgbaar bij Garage Janssen aan de Loevestraat.

3.


‘Kom eerst kijken, hoeveel Gestaalde Perfektie uw geld waard is.’ Mitsubishi-advertentie van Plot Quick Service BV aan de Gebroeders van Doornelaan (‘Rij vlot… tank Plot’) uit 1977.

2.


Wij mochten dan een Eend hebben, dé Norbertuswijkauto van begin jaren zeventig was naast de Opel Kadett de Ford Escort GT: ‘Stap in, schakel met dat lekkere pookje, accelereer, rem, stuur en kijk om U heen… deze wagen is gróter dan z’n prijs, véél groter!’ Aldus adverteerde automobielbedrijf L. van den Hombergh uit Venlo in 1968 in De Echo.

1.


In de ‘hypermoderne turbo autowas straat met o.a. onderkant wassen’ van Texaco Selfservicestation De Kamp komt het in 1988 allemaal samen: pooierbakken, stropdasmannen, gestaalde perfectie, glamourboys en overtuigende kracht. 

maandag 28 april 2025

Intermezzo – NK Tegelwippen (2)

Bij het passeren van het Horster gemeentehuis aan de zijde van de Jacob Merlostraat bespeurde ik de afgelopen tijd telkens enige ergernis bij mezelf: steeds vaker stonden steeds meer auto’s illegaal geparkeerd op de beklinkerde voetgangerszone naast het gemeentehuis. Op Goede Vrijdag was het ineens anders. Van geparkeerde auto’s geen spoor. Integendeel, sterke mannen waren druk bezig honderden klinkers te verwijderen uit de voetgangerszone. Met groot genoegen sloeg ik dit tafereeltje gade: weg met die stenen!


Het centrum van Horst is de voorbije twee decennia herschapen in een steenwoestijn. Voor de andere dorpskernen van de gemeente Horst aan de Maas geldt hetzelfde. Voor vrijwel elke Nederlandse dorps- en stadskern eveneens. Versteenwoestijning als toonbeeld van Nederlands conformisme. Waar je ook komt: overal grauwe, ongure vlakten waar de wind vooral ’s winters vrij spel heeft en de veelbezongen oer-Hollandse gezelligheid ver te zoeken is.


Een positief gevolg van de klimaatverandering is dat de steenwoestijnen mogelijk hun langste tijd hebben gehad. Om de ontwoestijning te bevorderen is vijf jaar geleden het NK Tegelwippen in het leven geroepen. Daarbij gaan gemeenten in het hele land met elkaar de strijd aan: wie wipt de meeste tegels? Want, aldus de website van het NK Tegelwippen: ‘Wanneer tegels worden vervangen door gras, bloemperken, bomen en geveltuinen, wordt Nederland meer klimaatbestendig, behaaglijker voor insecten en dieren, koeler op warme dagen én veel mooier.’


Venray nam vorig jaar voor het eerst deel aan het kampioenschap. Het aantal van 550 gewipte tegels stak schril af tegen dat van winnaar Venlo: 414.395. De rangorde wordt trouwens bepaald op basis van het TPI, het aantal gewipte tegels per duizend inwoners. Het TPI van Venray bedroeg verleden jaar 12,61; dat van Venlo 4070,8.


Dit jaar heeft Venray concurrentie gekregen van het debuterende Horst aan de Maas (Horst-sweet-Horst schreef er hier eerder al over). In de tussenstand (klik hier) heeft Venray inmiddels een flinke voorsprong genomen op zijn aloude rivaal: met 1935 gewipte tegels (TPI: 44,38) overklast het Horst aan de Maas, dat niet verder komt dan 34 gewipte tegeltjes (TPI: 0,8). Wat de vraag oproept wanneer die honderden (schat ik) gewipte klinkers bij het Horster gemeentehuis in de tussenstand worden verwerkt. Sowieso: met een dosis gezond chauvinisme als motivator moet het toch mogelijk zijn die Piëlhaze in Venray in dit opzicht een vies poepje te laten ruiken?

(Dit is een sterk gewijzigde versie van het stukje dat vorige week verscheen in Via Horst-Venray)

woensdag 9 april 2025

Intermezzo – In het bos


Ik parkeer m’n fiets bij de ingang van het bos. De wandeling die ik in gedachten heb duurt een uurtje. Het eerste stuk gaat rechtdoor. Na enkele honderden meters zie ik dat honderdvijftig meter verderop een zilvergrijze Mercedesachtige auto staat geparkeerd op een plek waar ik nog nooit een auto heb gezien. Naast de auto staat een man. Een andere man stapt uit. Ik kijk er niet naar uit de auto en vooral beide mannen te passeren.

Ik verleg m’n route, sla linksaf en beland op het pad waar ik een week of twee geleden een man in groene, bosachtige kleding passeerde die opdook uit het struikgewas om iets onder de snelbinder van z’n tegen een boom geparkeerde groene vouwfiets te doen en die vervolgens, terwijl ik verder liep, een meter of vijftien achter me bleef fietsen. Ditmaal geen spoor van man of fiets.

Na enkele tientallen meters sla ik rechtsaf en vervolgens opnieuw rechtsaf, met de bedoeling weer op m’n oorspronkelijke route te komen. Ik bevind me nu op een ballastweg. Een megalandbouwvoertuig dat meer dan de volle breedte van de weg beslaat dwingt me de berm in. Een tweede, iets minder mega landbouwvoertuig volgt. Dwars in de laadbak voor de cabine ligt een mobiel toilet. De bestuurder wekt niet de indruk zicht te hebben op de weg. Uit voorzorg zoek ik nogmaals de berm op.

Verder lopend over de ballastweg zie ik in de verte van rechts een zilvergrijze Mercedesachtige auto de weg opdraaien in mijn richting. Ik verstar. De zilvergrijze Mercedesachtige auto stopt na enkele meters. Ik kijk er niet naar uit de auto en vooral zijn inzittenden te passeren. Ik draai me om en loop in versneld tempo verder.

Vanuit de verte komt een man met loslopende hond me tegemoet. Geen zin in een ontmoeting. Ik draai me opnieuw om. De zilvergrijze Mercedesachtige auto is inmiddels van rijrichting veranderd en rijdt stapvoets richting het uiteinde van de ballastweg.

Ik vervolg mijn weg en sla linksaf een zandpad in. Ik bevind me nu op de route die ik in gedachten had. Een man en een vrouw – echtpaar of moeder en zoon? – komen me tegemoet. Ze beantwoorden mijn groet niet.

Ik sla linksaf een zandpad in en ga aan het einde daarvan links, een ballastweg op. Na honderd meter staan ter linkerzijde een vrouw in motorpak en een man in camouflagekleding bij een quad. Ik groet. De man mompelt iets terug. De vrouw blijft met haar rug naar de weg gekeerd staan en doet alsof ik lucht ben.

Iets voorbij de man en vrouw met quad sla ik linksaf een zandpad in. Aan het einde daarvan rechts en dan steeds rechtdoor. Ik passeer de plek waar de zilvergrijze Mercedesachtige auto geparkeerd stond. Sporenonderzoek ter plekke leidt niet tot resultaat.

Ik loop voorbij het pad van de man met de groene, bosachtige kleding en de groene vouwfiets. Nog steeds geen spoor van man of fiets. Honderd meter verder komt een man met een woest aanzien, gehuld in shabby kleren, me tegemoet. Hij beantwoordt mijn groet als we elkaar passeren.

Tweehonderd meter voor ik bij m’n fiets ben loopt op een zijpad van links een man met een hond aan de lijn. De afstand is te groot om elkaar te groeten. Verder lopend hoor ik de hond vlak achter me snuffelen. Ik kijk er niet naar uit om om te kijken. Honderd meter voor m’n fiets duikt een motorcrosser rechts het bos in op een plek waar geen pad is. Ik hoor de hond nog steeds. Vijftig meter voor m’n fiets kijk ik om. Geen hond, geen man, geen motorcrosser.

Ik ontsluit m’n fietsslot. Bij de eerste kruising stop ik om passerend gemotoriseerd verkeer voorrang te verlenen. Van links rijdt een zilvergrijze Mercedesachtige auto voorbij. Ik verstar. Ik steek de kruising over en stap af. En kijk. De zilvergrijze Mercedesachtige auto is stapvoets gaan rijden, komt bijna tot stilstand, rijdt dan weer stapvoets verder en slaat na enkele honderden meters rechtsaf de ballastweg in waar ik ‘m eerder al zag.

Stapvoets rijdend verdwijnt de zilvergrijze Mercedesachtige auto uit mijn blikveld, de bossen in.

Ik stap weer op m’n fiets en keer huiswaarts.

dinsdag 19 november 2024

Intermezzo – Familie Van Daal-Linders-Otten

 

Ongetwijfeld een zondagmiddag, hoogzomer. De twee oudsten links, de tweeling rechts, de twee middelsten in het midden. De licht geamuseerde blik van het meisje. Is het haar linkervoet die uitsteekt onder de auto? Of toch die van de trotse chauffeur? Hij wil later trouwen met het meisje. Een godsvermogen moet de auto hebben gekost. Hoe zou het de auto in zijn verdere leven zijn vergaan? Gekoesterd als relikwie? Veronachtzaamd nadat ze alle zes de trapautofase waren gepasseerd? Hoog opgetrokken jongenssokken. De tweeling zoals altijd onafscheidelijk. De licht bedrukte blik van de meest linkse jongen. Legerachtige jas. De vaderlijke hand van zijn oudere broer op zijn schouder. Man to be, die oudere broer. Toch schemert ook onzekerheid door in z’n beginnende grijns.

De tekst is van mij. De foto kreeg ik zondagmiddag samen met zes andere foto’s van iemand per mail toegezonden. De begeleidende tekst luidt als volgt:

‘Uit de nalatenschap van mijn moeder heb ik een foto-album ontvangen. Daar staan veel foto's in van rond 1900-1920 schat ik. Mensen die ik niet ken maar waarvan ik weet dat een groot deel afkomstig is van de familie van Gerard van Daal uit Horst. Mijn moeder heeft dit album ontvangen via haar peettante (Geertruida Otten 1876-1954). Geertruida Otten was een zusje van Aleida Otten (1866 Zevenaar-1954 Horst). Aleida Otten uit Zevenaar trouwde in 1906 met de welgestelde koopman Gerard van Daal uit Horst (1855-1943). Gerard van Daal was eerder getrouwd met Elisabeth Linders (1861-1902). Ze woonden (o.a.) in de villa die hij, zoals u in een blog schreef, blijkbaar op bizarre wijze kocht van dhr. Lucas. Het album wil ik graag in mijn bezit houden. Maar als er nazaten zijn van de familie Van Daal-Linders-Otten, die graag digitale foto's willen ontvangen (behalve de foto’s in deze mail zijn er nog meer) dan zend ik deze gaarne toe.’

De villa uit de mail ligt aan het begin van de Venloseweg en heet tegenwoordig Renschdael, maar was eertijds vernoemd naar Elisabeth Linders, de eerste echtgenote van Gerard van Daal.

Twee vragen:
1. Zijn er nazaten van de familie Van Daal-Linders-Otten die graag digitale foto’s uit het album willen ontvangen? Zo ja, stuur me dan een e-mail (horstsweethorst@gmail.com) en ik breng u in verbinding met degene die mij bovenstaande mail stuurde.
2. Wie kan mij meer informatie verschaffen over de eerste foto bij dit stukje en de vijf foto’s hieronder?





woensdag 12 juni 2024

Intermezzo – Buitenspeeldag

Landelijke Buitenspeeldag vandaag. Zeven terzijdes daarbij.


1. Buitenspeeldag roept bij mij, de buitenspeelleeftijd ruimschoots voorbij, in de eerste plaats nostalgische gevoelens op. Buiten spelen was trefbal, snelsnel een boterham naar binnen werken en weer verder met trefbal. Buiten spelen was ook stoepranden, hinkelen, knikkeren, verstoppertje. Maar buiten spelen was vooral voetbal. Op allerlei trapveldjes, hele middagen en zomeravonden lang. Buitenspelen was ook ooit één keer beursje trekken. Bij gebrek aan de benodigde bravoure bleef het daarbij. Zelfde verhaal met belletje trekken. Bij gebrek aan territoriale ambities was buiten spelen voor mij zeker geen landverovertje (heette dat zo?).

2. Iedereen kan het rijtje buitenspelbedervers wel opdreunen: auto, televisie, telefoontjes. Het Venrayse weekblad Peel en Maas haalde al in 1957 instemmend de bisschop van Shrewsbury aan. Die waarschuwde voor de fnuikende invloed van de televisie: ‘Trouwens, zegt hij tegen de ouders, laat de kinderen liever gezond buiten spelen, dan dat ze hun ogen en wat dies meer zij bij de televisie bederven.’


3. Aanvulling: politie en boefje, een tikspelletje, stond ook af en toe op het repertoire van mijn buitenspeelactiviteiten.

4. Tegen betaling buiten spelen in een speeltuin kan ook. De eerste en misschien wel enige tegen betaling toegankelijke speeltuin van Horst lag bij De Oude Lind (tegenwoordig Horst World Kitchen geheten). Uit de Nieuwe Venlosche Courant van 31 maart 1934: ‘Behalve de verleden jaar geplaatste wip en schommel zijn er thans verschillende dubbele schommels aangebracht, alsmede ’n roetsbaan en komen er nog bij een caroussel, draaiende wip, enz. zoodat de kinderen dezen zomer zich naar hartenlust kunnen vermaken.’ Roetsbaan. Mooi woord. Toch is glijbaan mooier.


5. In Horst werd het Sint-Lambertusplein op deze Buitenspeeldag omgetoverd in een speeltuin. Maar, zo viel te lezen op de gemeentelijk website, ‘mocht het slecht weer zijn, dan gaan de buitenspeelactiviteiten op het Lambertusplein niet door’. Wat is me dat nou? Sowieso is ‘slecht weer’ een multi-interpretabel begrip. Los daarvan: improviseren is een wezenskenmerk van buiten spelen. De ware buitenspeler verzint wel iets bij slecht weer. Opties te over: van modderworstelen tot waterballet en van schipper mag ik overvaren tot een wedstrijdje badeend blazen.


6. De VVD Horst aan de Maas ging vijf dagen voor Buitenspeeldag al buiten spelen. De partij die om het hardst schreeuwt om herinvoering van 130 op de snelweg, schafte namelijk een lasergun aan die ze inzet voor snelheidsmetingen op plaatsen waar mensen last hebben van hardrijders. Sevenum had zaterdag de primeur van dit politie en boefje spelen. Tja. Je moet toch wat als politieke partij als landverovertje niet meer blijkt te lukken.


7. Vanmiddag om 13.30 uur was er ondanks een waterig zonnetje nog weinig kinderlijke animo voor de buitenspeelactiviteiten op het Sint-Lambertusplein. ‘Toch te slecht weer?’, vroeg ik de toevallig passerende wethouder Roy Bouten. ‘Nee hoor, buiten spelen is niet aan weer gebonden.’ En zo is het. En passant nodigde de wethouder me uit om later op de middag mee te doen aan een touwtjespringwedstrijd. Bij gebrek aan sprongkracht heb ik die uitnodiging vriendelijk doch gedecideerd van de hand gewezen.

(Dit is een sterk gewijzigde en uitvoerigere versie van het stukje dat vandaag verscheen in Via Horst-Venray)

maandag 8 januari 2024

Horst in oude ansichten (3) – Loevestraat


Jaren zestig. Vijfde week van de eindeloze grote vakantie. Wie zich al de luxe van een vakantie elders kan permitteren, komt doorgaans niet verder dan de Schatberg. Valkenburg en de Ardennen vallen soms ook nog net binnen het bereik. Alleen niet voor bewoners van de Kortestraat. Zij dienen hun vakantiegevoel vooral te puren uit hun Franse balkons. Vleugje Méditerranée dat naar binnen waait. Kinderen? Die moeten zichzelf maar zien te vermaken. Voetballen, spelletjes doen, beursje trekken, schupe. Vooral schupe. Maar in de vijfde week van de grote vakantie heeft de landerigheid het definitief gewonnen. Nergens geen zin meer in. Zelfs niet in schupe. Verveling, bij god niet weten wat te doen. Uiteindelijk zijn ze maar met z’n drieën op de stoep gaan zitten. Voor een keer heeft zelfs de in de verte lonkende Moelbaerenbos hen niet kunnen verleiden. Dan doorbreekt een auto de lethargie. Vader! Z’n zoon zwaait naar hem. Z’n twee vriendjes blijven onaangedaan zitten, de ene in kleermakerszit, de andere heeft z’n linkerbeen onder z’n rechter gemanoeuvreerd. Hun aandacht richt zich niet op hun vriendje en diens in gedachten verzonken vader, maar op iets of iemand aan de overzijde van de Loevestraat, bij de voormalige melkfabriek. De fotograaf?

donderdag 30 december 2021

Intermezzo – Wandelgang (3) | Peter Bults

‘Ik ken Horst nauwelijks. Dus ik ben wel benieuwd naar jouw Horst.’ U vraagt, wij draaien. Dus spreek ik op dinsdagavond af met Peter Bults. Om zes uur regent het pijpenstelen. Ik mail Peter: ‘Als je niet het risico wilt lopen om nat te worden, kunnen we ook een andere keer afspreken.’ Zijn reactie: ‘Ach, wat heet risico. Ik was toch al van plan een jas aan te trekken. Dus, tot zo.’ Een uur later regent het nog steeds, maar wtf. Peter (66) woont in Holthees, noemt zichzelf pensionado en verdiende jarenlang zijn brood in de vliegerluchtfotografie – waarover hieronder meer. We kennen elkaar.


We hebben afgesproken op het Wilhelminaplein. Als we richting Lambertusplein lopen, blijkt Peter toch minder onbekend met Horst dan hij het deed voorkomen: ‘Ah, Passi! Heb ik wel eens een ijsje gegeten. Oh, en daar de Sint-Lambertuskerk!’ Ik vertel over het Hôrster Hundje en Jan de Beijer die in 1738 de Sint-Lambertuskerk tekende. Al snel besluit ik mijn rol als gids iets minder serieus te nemen omdat het gesprek daaronder lijdt. De rolverdeling voor de rest van de wandeling: Peter die aan het woord is over zijn leven en bezigheden, ik die af en toe een vraag stel, verhaal over mijn bezigheden en tussendoor wijs op een bezienswaardigheid.


Wat Peter ook vertelt, er schemeren altijd onderkoelde humor en relativeringsvermogen in door. Hij werd geboren in Harderwijk, bracht zijn lagere schooltijd door in Singapore en woonde daarna op tal van plaatsen in Nederland. De liefde voerde hem een kwart eeuw geleden naar Holthees. Tussen Gasthoês en Kantfabriek gaat het vooral over Singapore: de avontuurlijke vliegreis ernaartoe, het verblijf daar, het Maleis dat hij er leerde spreken, het huispersoneel, de bootreis terug.


Als we afdraaien naar de Westsingel zegt Peter, opgeleid als werktuigbouwkundige, dat hij na zijn verhuizing naar Holthees enigszins zoekende was. Uiteindelijk besloot hij van zijn twee grootste hobby’s, vliegeren en fotografie, zijn beroep te maken: vliegerluchtfotografie in al zijn facetten. Vliegerluchtfotografie … Ik geloof niet dat ik het woord ooit eerder heb gehoord. Een half uur later (Zwaluwstraat – Toon Hendriksstraat – Westsingel – Weltersweide – Noordsingel – Julianastraat – Gebroeders van Doornelaan) waan ik me specialist op het gebied van de vliegerluchtfotografie. Mooie verhalen, prachtig verteld. Frustrerend dat het concept van deze serie het niet toelaat om die verhalen hier te reproduceren.


Op de Gebroeders van Doornelaan houden we halt bij de door Jeu van Helden ontworpen DAF’jes. Peter, behalve techneut ook autofreak, blijkt niet te weten dat de gebroeders Van Doorne, oprichters van DAF, Horst-Americaanse wortels hebben. Hij steekt zowel de loftrompet over het kunstwerk van Jeu als over de automatische versnellingsbak van DAF.


Via Venrayseweg en Jacob Merlostraat keren we terug op het Wilhelminaplein. Ik vraag hoe Peter zijn dagen doorbrengt als pensionado. Vooral met het ordenen van de duizenden foto’s die hij in de loop van een kleine zestig jaar heeft gemaakt. Ik heb die foto’s nooit gezien en Peter is wars van pretenties, maar het zou me niet verbazen als die foto’s museumwaardig zijn. Dat vermoeden krijgt enkele uren later een boost als Peter me de drie foto’s van de wandeling stuurt die dit stukje sieren.

Ook een keer meewandelen? Dan ben je te laat … Tenzij je onder de veertig bent: in een poging de totaal scheve verhouding tussen 40-plussers en 40-minners met wie ik inmiddels een wandelafspraak heb gemaakt wat meer in balans te brengen, is aanmelding vanaf nu alleen nog mogelijk voor 40-minners. Dus ben je 40-minner en wil je met mij in de komende anderhalve week een keer door Horst wandelen? Stuur dan een mail naar horstsweethorst@gmail.com en we maken een afspraak.

maandag 27 juli 2020

Intermezzo – Sint-Lambertusplein

Oude ansichten zijn interessant, iets minder oude ansichten misschien nog wel interessanter. Zoals deze:


Het Sint-Lambertusplein in Horst, op basis van de auto’s naar schatting een kleine vijftig jaar geleden, begin jaren zeventig. Auto’s inderdaad, al het verkeer wurmde zich destijds door het centrum van Horst. Parkeren was nog geen probleem: meer lege dan volle parkeervakken. Wel lastig manoeuvreren, zeker in de vakken voor de gevelwand. Klassieke elegante lantaarnpalen, prachtige gele verkeerszuilen met blauwe pijl, kettingen die dwongen tot oversteken via het zebrapad. Geen mensen. Wel trottoirs. Ongeschonden plantenbakken. Bomen ontbreken. Geen schreeuwerige reclame, geen kouwe drukte. Wat zat er ook alweer in het pand uiterst links? Een bank? Daarnaast juwelier Op de Laak. Daarnaast Woninginrichting Geurts. Daarnaast? Tabakswinkel Coenders? Of zat die één huis verderop? Dan het (oud) gemeentehuis, met aansluitend een pand in vergelijkbare stijl, waarin enkele jaren later bar Schitspool zijn intrek nam. Daar weer naast twee woonhuizen. Zat in het meest rechtse later niet een bank? Uiterst rechts is nog een fragment zichtbaar van het pand van kapper Louis Kleeven. Voor de Volkswagen rechts een kwart van een bank die uitzicht bood op de historische dorpspomp.

Iets minder oude ansichtkaarten worden nog interessanter als je ze vergelijkt met de huidige situatie. Vandaag gefotografeerd, eveneens vanaf het trapje naar de zijingang van de Sint-Lambertuskerk:



Groen, groener, groenst. De vier plantenbakken op een rij hebben plaats moeten maken voor bomen. Wel twee nieuwe plantenbakken, ongeschonden. Auto’s zijn taboe – één dissonant. De bestrating lijkt te herinneren aan de parkeervakken. Lompe lantaarnpalen, van elke elegantie ontdaan. Verkeerszuilen vallen nu uitsluitend nog te aanschouwen in een enkel Horster voortuintje. Wel een zebrapad. Geen kettingen die dwingen tot oversteken via het zebrapad – kettingen, ook al zo’n verdwijnend cultuurfenomeen. Wel mensen. Geen trottoirs. Onrust voor de rechter gevelwand met bankjes, stoelen, fietsen. De betonnen zuilen voor het pand uiterst links zijn weggewerkt. Het pand van voorheen juwelier Op de Laak is witgekalkt. Woninginrichting Geurts heeft plaatsgemaakt voor de bombast van Kruidvat. De ook al witgekalkte Hema doet de oorspronkelijke eenheid van de gesloten gevelwand helemaal teniet. Van de soberheid van de rechter gevelwand resteert ook al weinig – het pand naast het voormalige gemeentehuis is zelfs onherkenbaar. De historische dorpspomp heeft plaatsgemaakt voor een fontein – waar is de historische dorpspomp eigenlijk gebleven? 

maandag 20 juli 2020

Ingezonden – Een extra rondje supermarkten Kerkeveld

In een ingezonden bijdrage licht Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) zijn gedachten over de verkeersafwikkeling in het Horster centrum en zijn eerdere pleidooi voor het supermarktvrij maken van het Kerkeveld (klik hier) nader toe.


Een extra rondje supermarkten Kerkeveld

Gezien de serieuze reacties op mijn pleidooi voor het supermarktvrij maken van het Kerkeveld, om zodoende de buurt leefbaarder te krijgen, wil ik mijn kijk op de zaak hier graag nog wat toelichten. Bedankt voor de reacties.

Waar staat geschreven dat je als centrumbewoner verkeersoverlast op de koop toe moet nemen? Allicht zal het in het in een dorpscentrum drukker zijn dan op een gemiddelde weg in het buitengebied. Echter, worden hier de belangen van belastingbetalende buurtbewoners niet geschaad? Ik ben bang dat onze buurt door deze gang van auto’s gezondheid inlevert en het ongemak er gratis bij krijgt. Ik heb serieuze vragen bij het doorvoeren van alleen cosmetische aanpassingen van de verkeersstroom, en het klaarblijkelijk negeren van de nadelige gevolgen daarvan voor de buurtbewoners. Zullen we de geluidsoverlast eens gaan meten en de kwaliteit van de lucht laten onderzoeken? Ik woon gegarandeerd niet in de gezondste straat van de gezondste gemeente.

Mijn vragen aan de politiek en het bestuur zijn toch gerechtvaardigd? Voor wat betreft de kwaliteit van de inspraak die buurtbewoners hadden op de voorgestelde verkeersmaatregelen is mijn oordeel negatief. Uitgangspunt van de vragen is namelijk niet het verminderen van de hoeveelheid auto’s, maar het reguleren van de toenemende stroom auto’s; op een zodanige wijze dat de horeca en middenstand in het centrum kunnen blijven profiteren van de aanzuigende werking van de supermarkten voor het koperspubliek. Echte inspraak had ook moeten gaan over de vestigingsplaats van de supermarkten?

Wat de inspraak des te meer tot een wassen neus maakt: de buurtbewoners redeneren vanuit hun eigen plek aan de rotonde en hebben dus verschillende belangen. Dat betekent dat de plannenmakers altijd kunnen doen wat ze willen, want gebruik maken van de aloude politiek van verdeel en heers. Interessant is nu waarom de Sint Josephstraat geen route-optie meer lijkt te zijn? Hebben de mensen in die straat potentieel meer last van druk verkeer dan de bewoners van de Herstraat? Ik zou het echt doodzonde vinden als het nieuwe Cultuurplein niet autovrij aansluit bij de kern van het centrum.

Uit de reacties op mijn vorige artikel kan ik opmaken dat men zich zorgen maakt over de gevolgen van mijn voorstel voor de middenstand. Ik zou zelf ook geen voorstander zijn van het stel op sprong organiseren van een lompe kaalslag onder de betreffende supermarkten. Ik wil hen of de middenstand niet het brood uit de mond stoten! Ik denk wel dat de situatie van de middenstand aan grote veranderingen onderhevig is: het koopgedrag van de mensen verandert in sneltreinvaart door het kopen op internet en het is zeer de vraag welk soort middenstand in een dorp als Horst nog toekomst heeft. Misschien is het toekomstige aanbod van de middenstand wel veel meer gekoppeld aan de entourage en sfeer, waarin boodschappen worden gedaan, dan tot dusverre werd aangenomen? Voor de horeca geldt dat zeker.

Is het vragen om een langetermijnvisie op de verkeersituatie in Horst-centrum zo vreemd? Het verplaatsen van de supermarkten is wellicht een aantrekkelijkere mogelijkheid dan velen op het eerste gezicht denken!

Over de aantrekkelijkheid van onze kern gesproken: de bouw van de appartementen aan het Kerkeveld is qua dorpsschoon en veiligheid zonder meer een uiterst geslaagde en lovenswaardige ingreep. Maar draai je eens om. Hoe schrijnend is de aanblik van de foeilelijke konten van de supermarkten? Laat ik eens ‘advocaat van de duivel’ spelen: zouden er geen ondernemende projectontwikkelaars te vinden zijn die brood zien in de lap bouwgrond van tenminste twee supermarkten? Die de beproefde winkel/horeca/wooncombinatie zouden willen toepassen? Of anderszins willen bouwen? Die de Horster middenstand aldus van een flinke impuls kunnen voorzien? Ik heb het definitieve antwoord natuurlijk niet. Ik denk wel dat het ontwikkelen van een werkelijk vernieuwende visie op Horst-centrum geen kwaad kan.

Jan Duijf Kloosterstraat

P.S.  De ingezonden brief in De Limburger van Jan Duijf over corona was (zeker) niet van mij.