Posts tonen met het label Norbertuskerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Norbertuskerk. Alle posts tonen

zaterdag 11 januari 2025

Top 5 – Norbertuswijkse binnenterreinen

Op 23 februari van het afgelopen jaar ontving ik een e-mail van Jan Geurts, bewoner van de Noordsingel in Horst. Citaat: ‘Tijdens mijn wandelingen door o.a. de Norbertuswijk heb ik de verschillende hofjes bezocht die ooit bewust zijn aangelegd in deze wijk. Ik vond dat speciaal. Misschien is het wel aardig om een stuk te schrijven over de hofjes.’


‘Aardig’? Héél aardig! En dus reageerde ik als volgt: ‘Ik heb al sinds jaren een notitieboekje waarin ik onderwerpen noteer waarover ik ooit nog eens wil schrijven. Op 20 september 2014 noteerde ik daarin: “Binnenplaatsen Norbertus”. Ik vermoed dat wat bij jou, Jan, ‘hofjes’ zijn, bij mij ‘binnenplaatsen’ heten. Met andere woorden: volgens mij hebben we een fascinatie voor hetzelfde.’


We spraken af samen een wandeling te maken langs de Norbertuswijkse hofjes dan wel binnenplaatsen. Daar kwam het uiteindelijk pas op 4 juni van. Het enthousiasme spatte er aan beide zijden vanaf. Onze wandeling eindigde met mijn belofte op korte termijn een stuk te schrijven over de hofjes dan wel binnenplaatsen. En vervolgens liet ik het maes in ‘t vaerreke steken. Totdat ik twee weken geleden een mail van Jan ontving waarin hij onder meer schreef te hopen dat de hofjes nog steeds mijn interesse hebben. Jazeker hebben ze nog steeds mijn interesse, alleen hebben ze de pech te moeten concurreren met tal van andere interesses. Maar nu, een klein jaar na de eerste mail van Jan en met een herontwikkeling van de hofjes dan wel binnenplaatsen in aantocht, is het er dan toch eindelijk van gekomen.


Eerst iets over de Norbertuswijk. Door de naoorlogse bevolkingsgroei ontstond in de jaren vijftig van de vorige eeuw ook in Horst de behoefte aan meer woonruimte. Daarop besloot het gemeentebestuur ten noorden van de bestaande dorpskern een geheel nieuwe wijk te ontwikkelen. Ingenieursbureau J.J. Margry uit Breda maakte al in 1955 een ontwerp dat was gestoeld op de gedachte van de zogeheten parochiewijk. De parochiekerk, toegewijd aan Norbertus van Gennep, vormde het centrum van de nieuwe wijk. In de directe omgeving daarvan lagen pastorie, kapelanie, parochiehuis, school en winkels en daar weer omheen de woonhuizen, die waren bedoeld voor alle lagen van de samenleving. De nieuwe wijk, officieel Norbertuswijk geheten, maar in de volksmond ook bekend als Neej Dörp en Sjemdörp, kwam vanaf 1960 tot ontwikkeling. Met zijn ruime opzet, het vele groen en de differentiatie in woningtypes kan de wijk ook 65 jaar na zijn ontstaan wat mij betreft de toets der kritiek nog steeds doorstaan, waarbij dient aangetekend dat enig chauvinisme mij als langjarig bewoner niet helemaal vreemd is.


Maar dan nu de Norbertuswijkse hofjes dan wel binnenplaatsen, her en der in de wijk gelegen en in de meeste gevallen oases van rust en stilte. In het ideale geval zijn ze aan alle zijden ingeklemd tussen bebouwing, zijn ze aan één zijde toegankelijk voor auto’s en zijn ze aan meerdere zijden via brandgangen toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Ik vermoed dat ze in de eerste plaats zijn bedoeld als veilige speelterreinen voor kinderen: zonder ook maar een straat te hoeven oversteken en zonder de noodzaak van ouderlijk toezicht kon het kroost zich hier uitleven. Daarnaast verschaffen ze toegang tot garageboxen. Maar hoe moeten we ze nu noemen: hofjes of binnenplaatsen? Ik zou zeggen: binnenterreinen. Voor ‘binnenplaatsen’ zijn ze te groot, voor ‘hofjes’ voor mijn gevoel niet idyllisch en niet intiem genoeg.


Zoals ik het zie telt de Norbertuswijk zeven binnenterreinen, maar ik geef onmiddellijk toe dat dat er ook meer of minder kunnen zijn als je er op een andere manier naar kijkt. Met mijn zienswijze snijd ik mezelf ook in de vingers omdat mijn geliefde biotoop tussen Prinses Marijkestraat, Julianastraat, Jan van Eechoudstraat en Gebroeders van Doornelaan, waarop ik van mijn derde tot mijn zesde vanuit onze huiskamer uitzicht had en waarin ik heel wat uurtjes heb doorgebracht, buiten de boot valt omdat hij niet aan alle zijden is ingeklemd tussen bebouwing.


Resteren dus zeven Norbertuswijkse binnenterreinen. Precies voldoende voor een, uiteraard uitermate subjectieve, Horst-sweet-Horst top 5 van Norbertuswijkse binnenterreinen. Komt ie:

5. Gelegen tussen Julianastraat (toegang voor auto’s), Jan van Eechoudstraat, Prinses Margrietstraat en Steffensstraat:


Dit is nauwelijks een oase te noemen; geasfalteerde oases bestaan helemaal niet. Het is ook geen kinderspeelparadijs, dus laten we het ‘functioneel’ noemen.
 
4. Gelegen tussen Noordsingel (toegang voor auto’s), Gebroeders van Doornelaan, Rembrandtstraat en Rubensplein (toegang voor auto’s):


Eerlijk gezegd nooit beschouwd als een binnenterrein. Pas mijn wandeling met Jan (achterbuurman) heeft me ervan overtuigd dat dit wel degelijk als een Norbertuswijks binnenterrein valt te definiëren. Dat ik het eerder niet zo zag, had te maken met het ontbreken van een ingeklemd-zijn-tussen-bouwblokken-gevoel. En dat had weer te maken met het vele groen, de niet gesloten bebouwing en de toegang voor auto’s aan twee zijden.
 
3. Gelegen tussen Prinses Marijkestraat (toegang voor auto’s), Prins Bernhardstraat, Jan van Eechoudstraat en Steffensstraat:


Uitlaatklep voor bewoners van de duplexwoningen aan de Prinses Marijkestraat. Die worden in de loop van dit jaar gesloopt, wat een verklaring vormt voor de momenteel enigszins verwaarloosde aanblik van het binnenterrein. Even verderop ligt, ingeklemd tussen Prinses Marijkestraat (toegang voor auto’s), Steffensstraat, Jan van Eechoudstraat en Julianastraat, een nagenoeg identiek binnenterrein:


2. Gelegen tussen Wittenhorststraat (toegang voor auto’s), Prinses Irenestraat, Meterikseweg en Prinses Beatrixstraat:


Het grootste van alle Norbertuswijkse binnenterreinen, eigenlijk de gedroomde nummer 1. Tot voor héél kort was het uitgerust met speeltoestellen voor kinderen, waarmee het misschien wel het meest exemplarische Norbertuswijkse binnenterrein is. Tussen 1970 en 1978 zetelde hier in een houten barak wijkgebouw ’t Östenriekske. Ook was er een peuterspeelzaal gevestigd.

1. Gelegen tussen Wittenhorststraat (toegang voor auto’s), Prinses Beatrixstraat, Zegersstraat en Prins Bernhardstraat:


Ondanks de gedroomde nummer 1 toch dit binnenterrein op 1 omdat dit van mijn zesde tot mijn negende mijn geliefde biotoop was, waar ik zicht op had vanuit mijn slaapkamer aan de Zegersstraat, waar ik via onze achterdeur meteen op uitkwam en waar ik ein-de-loos in heb gevoetbald. Nooit vergeten: net voordat we op een dag in Uden op bezoek gingen bij een oom en tante, kwam Joop T. me op het voetbalveldje nog snel even een keeperstraining geven. In de stortregen besloot Joop de focus te leggen op duiken. Met als gevolg dat ik van boven tot onder bemodderd thuiskwam, niet tot onverdeeld genoegen van mijn vader en moeder.


Even verderop ligt, ingeklemd tussen Wittenhorststraat (toegang voor auto’s), Prinses Beatrixstraat, Jan van Eechoudstraat en Prins Bernhardstraat, een nagenoeg identiek binnenterrein:



(Met dank aan Jan Geurts voor het idee, de wandeling en het becommentariëren van eerdere versies van dit stuk)

zondag 2 augustus 2020

Top 5 – Horster huizen aan drie straten (1)

Mijn opa en oma behoorden tot een betrekkelijk zeldzame mensensoort. Namelijk die die een aan drie straten gelegen huis bewoont. Oma hoorde je er nooit over, opa hield er nooit over op – je kunt maar ergens trots op zijn. Julianastraat 49 in Horst is het adres. De voorgevel van de bungalow ligt dan ook aan de Julianastraat; de linkerzijgevel aan de Prinses Margrietstraat, de rechter aan de Westerholtstraat.


In een grijs Horst-sweet-Horst-verleden schreef ik al eens over dit Huis aan Drie Straten (klik hier). Ik besloot dat stukje met de vraag of er één ander huis in Horst te vinden zou zijn dat aan drie straten ligt. Nooit kwam er een antwoord. Betekent dit dat Julianastraat 49 inderdaad het enige Horster huis aan drie straten is? Of dat Horst-sweet-Horst-lezers zich weer eens niet geroepen voelden om te reageren? Dit laatste is helaas het geval. Ik weet dat omdat ik er met de deskundige hulp van iemand uit mijn nabije omgeving zelf maar eens een onderzoekje aan heb gewaagd. Niet dat het in Horst aan de Maas stikt van de huizen aan drie straten, maar een top 5 zit er wel degelijk in.


Let wel: het gaat om huizen. Dus uitgesloten van deelname zijn bijvoorbeeld bedrijven (denk aan Interchalet dat grenst aan Witveldweg, Bremweg en Songertweg) en appartementencomplexen (denk aan Lijsterhof dat grenst aan Westsingel, Americaanseweg en Zwaluwstraat; denk ook aan het Molenveldhuis dat grenst aan Gebroeders van Doornelaan, Noordsingel en Emmastraat).


Ook (voormalige) kerken (denk aan de voormalige Norbertuskerk – nu basisschool De Twister – die grenst aan Gebroeders van Doornelaan, Julianastraat en Prinses Marijkestraat) tellen niet mee, tenzij iemand kan aantonen dat hij in het betreffende huis van God de bewoner er wel eens in levenden lijve heeft aangetroffen.  


Dat een huis aan twee straten met drie straatnamen, zoals dat op de hoek van Venstraat, Hombergstraat en Pitserstraat in Hegelsom, evenmin aan de strenge criteria voldoet behoeft uiteraard geen betoog.


Genoeg geouwehoerd, hier komt ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van huizen in Horst aan de Maas aan drie straten:

5. Burgemeester Geurtsstraat 1, Horst, tevens aan Venrayseweg en Wittebrugweg


De betrekkelijk grote afstand tot de Venrayseweg doet enigszins afbreuk aan de charme.

4. Meterikseweg 56, Horst, tevens aan Prinses Beatrixstraat en Zegersstraat


Zou aan kracht hebben gewonnen als het een vrijstaand huis was geweest.

3. Vlasvenstraat 25, Melderslo, tevens aan Massenweg en Blaktweg


En dan ook nog bijna aan de Steegstraat liggen!

2. Erverweiden 2, Sevenum, tevens aan Horsterweg en Venloseweg


Volgens Google Maps zou het eerste deel van de Horsterweg aan de vanuit Sevenum gezien rechterzijde Erverweiden heten, waardoor dit géén huis aan drie straten zou zijn. Maar ik hecht meer geloof aan het straatnaambordje en aan Michelin.

1. Julianastraat 49, Horst, tevens aan Prinses Margrietstraat en Westerholtstraat


Zal wel worden uitgelegd als chauvinisme, deze eerste plaats, maar ik zou geen enkel argument kunnen bedenken waarom een van de nummers 2 tot en met 5 méér recht zou hebben op de eerste plaats.

N.B. Ken jij nog meer huizen aan drie straten in Horst aan de Maas? Meld dat dan via een reactie op dit bericht op het blog, op Facebook, op Instagram of via Messenger of e-mail (horstsweethorst@gmail.com)!

zaterdag 25 augustus 2018

Top 5 – Verpakte Horster gebouwen

De gebruikers zijn tijdelijk naar elders verhuisd, het gebouw is ontruimd, de bouwhekken liggen klaar. Kortom de vernieuwbouw van ’t Gasthoês staat na jaren van oeverloos geouwehoer eindelijk op het punt van beginnen.


Hamvraag is nu uiteraard of ’t Gasthoês gedurende de vernieuwbouw zal worden verpakt. Ik wil niet verhelen dat ik warm voorstander van verpakking ben. Christo heeft verpakking van gebouwen en ruimten tot kunst verheven (klik hier). Dat betekent niet dat elk verpakt gebouw een kunstwerk is. Of dat elke verpakker een kunstenaar is. Maar ook niet-Christo-verpakkingen doen wel iets met een gebouw. Je bekijkt het ineens met andere ogen. Het krijgt een andere dimensie. Niet zelden tilt verpakking een gebouw naar een hoger niveau. Sommige gebouwen zou je zelfs eeuwige verpakking toewensen.

In afwachting van een mogelijke Gasthoês-verpakking nu alvast de top 5 van verpakte Horster gebouwen. Komt ie:

5. Plus Lucassen, Patronaat (2018)


Het levende bewijs voor de stelling dat niet dat elk verpakt gebouw een kunstwerk of elke verpakker een kunstenaar is. Ik zou zelfs willen zeggen dat dit oerlelijke gebouw er door de afgelopen week aangebrachte verpakking alleen maar nóg lelijker op is geworden.


4. Voormalig gemeentehuis, Steenstraat (2017)


Half werk dit. Als je verpakt, verpak dan ook meteen goed, van de plint tot de nok.


3. Pastorie, Hoofdstraat (2016)


Probleem van veel Horster verpakkingen is dat ze te lichtdoorlatend zijn. Zo ook in dit geval. Hoe minder lichtdoorlatend, hoe meer aan de verbeelding wordt overgelaten. Verder weinig mis met deze verpakking. Dat de verpakker het koetshuis is vergeten, zij hem/haar vergeven. Ernstiger zijn de bouwhekken en de op de verpakking aangebrachte reclame.


2. Appartementengebouw, Dr. Van de Meerendonkstraat (2018)


Bouwhekken en betonmixer weghalen en daarna nooit meer iets aan veranderen. Hoopte ik. Natuurlijk weer niet gebeurd.


1. Voormalige Sint-Norbertuskerk, Gebroeders van Doornelaan (2015)


Zal er ooit een Horster gebouw nog mooier worden verpakt? ’t Gasthoês wellicht?

maandag 1 juni 2015

Top 5 – In de gids ‘Architectuur in Noord- en Midden-Limburg 1900-2000’ volstrekt ten onrechte ontbrekende Horster gebouwen

In een reactie op het eerste stukje over het pompstation in Lottum (klik hier) citeerde Jarvin van de Ven onlangs uit Architectuur in Noord- en Midden-Limburg 1900-2000. Ik had deze gids wel eens ingezien, maar om de een of andere reden nooit aangeschaft. Dat foutje heb ik nu alsnog gecorrigeerd.
Architectuur in Noord- en Midden-Limburg 1900-2000 bevat korte beschrijvingen plus foto’s van 277 panden, gebouwd tussen 1900 en 2000 en gelegen tussen Molenhoek en Koningsbosch. ‘De gids beoogt een bescheiden weg van begrip te banen door de twintigste-eeuwse architectuur in Noord- en Midden-Limburg’, schrijft Harry Tilmanns in de inleiding. Wat mij betreft draagt de gids zeker bij tot dat begrip. Desalniettemin heb ik er ook twee grote bezwaren tegen: de buitenproportionele aandacht voor de twintigste-eeuwse Venrayse architectuur en de totale Vernachlässigung van Horst. Enig lokaal chauvinisme mag me misschien parten spelen in dezen, maar u bent het zelfs als Venraynaar hopelijk toch met me eens dat de drie (3) in de gids vermelde panden in de kern Horst wel heel erg schril afsteken tegen de zesendertig (36!) in de kern Venray? Als je niet oplet, zou je er als Horstenaar nog een minderwaardigheidscomplex van krijgen ook.
Venray laat ik verder voor wat het is; ik wil me concentreren op (de kern) Horst. Is hier in de twintigste eeuw behalve de Sint-Lambertuskerk, jeugdcentrum De Vlies en benzinestation en oliehandel Vissers dan werkelijk niets gebouwd dat het vermelden waard is? ‘Om de dooie dood niet!’, durf ik te zeggen – zelfs als leek op architectuurgebied. Het Groene Kruisgebouw aan de Venrayseweg, diverse scholen, het voormalige Rabobankgebouw aan de Jacob Merlostraat, enkele villa’s aan de Gasthuisstraat en Herstraat, de woningwetwoningen aan de Harrie Driessenstraat en de Berkelstraat, de (voormalige) winkelpanden aan de Gebroeders van Doornelaan, de fabriekshal van Douven aan de Americaanseweg: stuk voor stuk zouden ze niet hebben misstaan in de gids. En weet u? Genoemde panden behoren nog niet eens tot de Horst-sweet-Horst top 5 van de in Architectuur in Noord- en Midden-Limburg 1900-2000 volstrekt ten onrechte ontbrekende Horster gebouwen! Welke panden daar dan wel toe behoren? Deze:

5. Woonhuis Meterikseweg 153
Ach, het hoeft niet per se déze woning te zijn – deze was nu eenmaal het snelst gefotografeerd – maar één van de door de lokale architect Joop Esselaar (1934-1997) in de jaren zeventig ontworpen Horster woningen had beslist een plaatsje verdiend in de gids. Allemaal onmiddellijk herkenbaar aan hun vormgeving, hun MBI-bouwsteen, hun afgewogen kleurgebruik en hun splitlevels. Ook aan de Venrayseweg liggen enkele door Joop Esselaar ontworpen woningen.  

4. Sint-Norbertuskerk (foto overgenomen uit: J. van Hegelsom, Sint Norbertus in het zilver. Terugblik, in dank, met weemoed (Horst 1987) 14)
Het jongere en misschien daardoor vaak wat verwaarloosde broertje van de Sint-Lambertuskerk. Ontworpen door Hans Koldewij (1924-1977), gebouwd door Haegens & Martens, ingewijd in 1964. Ademt met haar onopgesmukte vormgeving de geest van het modernisme. Prachtig ingepast in de omgeving.

3. Sint-Antoniusziekenhuis
Ik had ook de verpleegstersflat kunnen noemen, eveneens in de tweede helft van de jaren zestig ontworpen door het Maastrichtse architectenbureau Swinkels Salemans uit Maastricht. Zoals eerder gezegd: triest dat zelfs maar de gedachte dat het gebouw misschien wel het behouden waard was nooit in de hoofden van onze vroede vaderen is opgekomen.En zie wat ervoor in de plaats is gekomen.

2. Mèrthal
Uit 1937. In welke rol precies is nog altijd onduidelijk, maar dat de grote Frits Peutz (1896-1974) bij het ontwerp betrokken was, staat vast. Markant en uniek. Mooi of lelijk? Doet niet ter zake. 

1. Gebouw Mooren
Niet alleen de Twin Towers, maar ook ‘de witte raaf van Horst’ en ‘het Horster glaspaleis’ genoemd. Ontworpen door de Horster architect Lei Martens (1932-1978), op 15 september 1960 geopend. Eind maart van dit jaar verscheen Limburg – een geschiedenis, een monumentaal driedelig werk over de geschiedenis van Limburg. Meer dan 1600 pagina’s – welgeteld één ‘Horster’ foto. Mag u raden waarvan.

maandag 29 december 2014

Top 5 – Onvoltooid gebleven Norbertuswijkse sneeuwpoppen

Nu graag even uw zoals altijd hooglijk gewaardeerde aandacht voor een volkomen ten onrechte vaak verwaarloosde bevolkingsgroep: de bouwers van onvoltooid gebleven sneeuwpoppen.
Het sneeuwt. Primaire reactie van het merendeel der tienminners: ‘We gaan een sneeuwpop maken!’ Maar dan: de sneeuw blijkt te droog of juist te nat, papa en mama zijn onmogelijk af te brengen van hun voornemen nu toch eens eindelijk die oudtante te bezoeken, vingers en tenen beginnen al vrij snel te tintelen of het is kinderbedtijd (sneeuw valt zoals bekend meestal net voor het slapen gaan). Gevolg in alle genoemde gevallen: het zo ambitieus begonnen project ‘Sneeuwpop maken’ blijft onvoltooid.
De schade viel nog wel te overzien als het daarbij bleef. Maar helaas is er ook een kleine minderheid van vaak voor doorzetters versleten jeugdige strebers die hun project wel ten einde brengen, daarbij niet zelden geholpen door hun niet minder streberige ouders. Gevolg: dit grut krijgt allerwegen lof toegezwaaid en als beloning voor de verrichte heldendaad wordt het staand naast z’n creatie gefotografeerd. De trotse ouders zorgen vervolgens gretig voor de verspreiding van de afbeeldingen via Facebook dan wel Twitter, hetgeen weer leidt tot een nieuwe lawine aan loftuitingen.
Weet u wel wat dat op het schild hijsen van deze strebers betekent voor al degenen die het mes in het varken hebben (moeten) laten steken? Nee? Dan zal ik u dat eens even aan het verstand peuteren: die zitten opgezadeld met een minderwaardigheidscomplex van hier tot gunder waar ze in de meeste gevallen de rest van hun leven onder gebukt blijven gaan. Willen we dat? Nee, dat willen we niet! Daarom hierbij een welgemeend eerbetoon aan alle bouwers van ambitieus begonnen maar om wat voor reden dan ook onvoltooid gebleven sneeuwpoppen, in de vorm van de Horst-sweet-Horst top 5 van onvoltooid gebleven Norbertuswijkse sneeuwpoppen. Komt-ie:

5. Gebroeders van Doornelaan

4. Frans Halsstraat

3. Jan van Eechoudstraat

2. Gebroeders van Doornelaan

1. Prinses Marijkestraat

maandag 19 augustus 2013

Top 5 – Benamingen voor de wijk ten noorden van Horst-Centrum

‘In welke wiëk woënde geej eigelik?’
‘In ’t Neej Dörp.’

‘In welke wijk woon jij eigenlijk?’
‘In de Norbertusparochie.’
Hoewel ik er ’s nachts niet van wakker lig, is het wel een vraag die me bij tijd en wijle bezighoudt: hoe heet de wijk waarin ik al nagenoeg m’n hele leven woon? Als iemand het me in het dialect zou vragen zou ik ‘Neej Dörp’ antwoorden; in het Nederlands ‘Norbertusparochie’ (voor het gemak ga ik er maar vanuit dat de vraag me nooit in het Duits, Engels, Frans of Oeigoers zal worden gesteld). Maar er zijn warempel nog wel meer benamingen in zwang voor de ten noorden van het centrum van Horst gelegen wijk die vanaf 1960 tot ontwikkeling kwam. Bruikbare en minder bruikbare, waarbij ik ‘Horst-Noord’ (de waarschijnlijk voor een groter gebied dan de wijk bedoelde naam die de autosnelwegborden siert) en het volstrekt belachelijke ‘Horst-Centrum’ (tegengekomen op de website van scholengemeenschap De Twister) nog buiten beschouwing laat.
Mijn top 5 van benamingen voor de wijk ten noorden van Horst-Centrum, waarbij ditmaal nu eens het (vermoedelijk) grootste draagvlak het voornaamste criterium is:  
5. Molenveld. Hoeveel mensen zouden de wijk onder deze naam kennen? En toch kom je ’m onder meer tegen op allerlei makelaarssites, in Hallo Horst aan de Maas, op website Ozoo en in de Leefbaarometer. Snel mee stoppen, zou ik zeggen. Niet onderscheidend genoeg en een jaartje of vijftig te laat geïntroduceerd. Bovendien heeft Grubbenvorst al een straat met de naam Molenveld. En in één gemeente een straat en een wijk met dezelfde naam zien bureaucraten niet graag.
4. Sjemdörp. Ging het om de mooiste naam, dan stond Sjemdörp beslist op 1. Helaas te weinig ingeburgerd. En gelukkig kan de gedachtenis aan Huub Truijen ook op andere manieren levend worden gehouden.
3. Norbertusparochie. Naam met de oudste rechten. Alleen: de parochie bestaat sinds enkele jaren niet meer als zelfstandige eenheid. Sowieso is het natuurlijk een beetje van de gekke een wijk de naam van een parochie te geven. Vervelende consequentie: ook ik zal m’n woordgebruik moeten aanpassen.
2. Neej Dörp. Blijft te allen tijde prima voldoen in het dialect. Voor het Nederlands en vooral voor schriftelijk gebruik minder geschikt. Want is het nu ‘neej’ of ‘ni-j’? En ‘dörp’ of ‘dörrep’?
1. Norbertuswijk. Wie zou hier nu iets tegenin kunnen brengen? Al moet niemand het wagen dat ‘wijk’ weg te laten. Wie ik ooit in mijn bijzijn in antwoord op de vraag in welke wijk hij of zij woont hoor antwoorden ‘Norbertus’, moet erop rekenen dat ie van mij een stevige schop onder z’n kont krijgt. Er zijn grenzen.