Posts tonen met het label Praag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Praag. Alle posts tonen

maandag 4 juni 2012

Top 5 – Adoptieopties

Wie het allemaal nog kan volgen, mag het zeggen: eerst moesten de bloembakken weg, toen kwamen er nieuwe bloembakken en nu kun je bloembakken adopteren. Ik citeer de gemeentelijke website: ‘De gemeente stelt de bloembak ter beschikking en de adoptant verzorgt dan zowel de aanplant evenals het onderhoud van de bak.’Adoptie is schijnbaar het nieuwe toverwoord. Twee weken geleden gingen de Horster rotondes al ter adoptie in de aanbieding. Dit maakt uiterst nieuwsgierig naar de volgende adoptieprojecten. Tijdens een bezoek aan Praag vorig jaar zag ik bijvoorbeeld al met eigen ogen hoezeer geadopteerde banken het straatbeeld kunnen opfleuren. Ook echt iets voor Horst aan de Maas.Maar er zijn warempel nog wel meer adoptieopties. Mijn top 5 van Horster adoptieopties, waaraan ik voor het gemak ook al de tekstjes voor op de gemeentelijke website heb gekoppeld:

5. Lantaarnpalen: wil je dat het ’s avonds een beetje verlicht is in je buurt? Zorg er dan maar mooi zelf voor. Tekst voor op de gemeentelijke website: De gemeente stelt de lantaarnpaal ter beschikking en de adoptant draait er dan een lamp in en zorgt voor het dagelijks aan- en uitfloepen van de verlichting.

4. Wegen: waarom zouden de adoptieopties zich eigenlijk moeten beperken tot straatmeubilair?Tekst voor op de gemeentelijke website: De gemeente stelt de spades ter beschikking en de adoptant zorgt dan voor aanleg, onderhoud en aankleding van de weg.

3. Wethouders: waarom zouden de adoptieopties zich eigenlijk moeten beperken tot straatmeubilair en infrastructuur?Tekst voor op de gemeentelijke website: De gemeente stelt de wethouder ter beschikking en de adoptant fungeert dan als buikspreker en voorziet de wethouder van onderdak, spijs en drank.

2. De politie: waarom zouden de adoptieopties zich eigenlijk moeten beperken tot straatmeubilair, infrastructuur en personen?Tekst voor op de gemeentelijke website: De gemeente stelt de politie ter beschikking en de adoptant zorgt dan voor huisvesting en bewapening van de agenten en bepaalt hun handelwijze.

1. De gemeente: waarom zouden de adoptieopties zich eigenlijk moeten beperken tot straatmeubilair, infrastructuur, personen en instituties?Tekst voor op de gemeentelijke website: De gemeente stelt de gemeente ter beschikking en de adoptant ziet dan vervolgens zelf maar wat hij ermee doet.

maandag 10 oktober 2011

Actualisatie – Officieuze straatnamen (7)

Doorgaans ben ik niet zo’n heel groot liefhebber van het voor Horst-sweet-Horst opwarmen van oorspronkelijk elders gepubliceerde bijdragen van mijn hand. In dit geval wil ik een uitzondering maken omdat onderstaande column via een lange omweg eindigt bij een hier nog niet eerder besproken officieuze Horster straatnaam. Het stukje werd enkele weken geleden voor het eerst gepubliceerd in aflevering 45 van Info LGOG Kring Ter Horst. Hier wordt het nu dus opgewarmd. Functioneel opgewarmd.


Historische sensaties

Een stukje graag over historische sensaties, luidde het verzoek. Of beter: míjn historische sensaties. Nooit enige gedachte aan gewijd, maar goed: u vraagt, wij draaien.

Eerst maar eens dat begrip: ‘historische sensatie’. In 1920 gemunt door historicus Johan Huizinga (1872-1945), zo blijkt. Tal van geschiedfilosofische en –theoretische verhandelingen zijn er daarna verschenen over de betekenis van deze term. Maar hoe definieerde de meester zelf de historische sensatie? Als ‘een gevoel van onmiddellijk contact met het verleden, een sensatie even diep als het zuiverste kunstgenot, een bijna ekstatische gewaarwording van niet meer mijzelf wezen, van over te vloeien in de wereld buiten mij, de aanraking met het wezen der dingen, het beleven der Waarheid door de historie, de vatbaarheid voor de onmiddellijke historische suggestie.’ Nemen we die definitie letterlijk, dan kan deze bijdrage hier eindigen. Ik kan me namelijk niet herinneren ooit, oog in oog met een historisch document, object of gebouw, ‘een bijna ekstatische gewaarwording van niet meer mijzelf wezen’ te hebben beleefd.
Anders wordt het als we de woorden van Huizinga wat ruimer interpreteren. Op internet vond ik ergens de volgende omschrijving van het begrip ‘historische sensatie’: ‘Het plotselinge besef dat iemand kan overvallen even contact te hebben met het verleden. Die sensatie is strikt persoonlijk. Ook is de trigger voor dit effect voor iedereen anders.’ Hoewel dit me niet bepaald voorkomt als een adequate interpretatie van Huizinga’s woorden, biedt deze definitie in het verband van deze bijdrage toch meer perspectieven (even afgezien dan van het laatste zinnetje).

‘Het plotselinge besef dat iemand kan overvallen even contact te hebben met het verleden.’ Overvalt mij dat besef wel eens? Een pasklaar antwoord op deze nooit eerder aan mezelf gestelde vraag heb ik niet meteen voorhanden. Daarom enig zelfonderzoek. Ik laat de vier dagen die ik onlangs in Praag doorbracht nog eens de revue passeren. Veel geijkte historische attracties gezien: de Karelsbrug, het joods kerkhof, de burcht, het Strahovklooster en noem verder maar op.
Ergens overvallen door het plotse besef even in contact te staan met het verleden? Om eerlijk te zijn: nee. Ik werd er vooral overvallen door het besef dat Praag een toeristische magneet is. Achteraf beredeneerd zeg ik ook: juist omdat je geacht wordt op dergelijke locaties een historische sensatie te beleven, beleef je haar niet. Bijna per definitie verhindert het feit dat je er op voorbereid bent iets geweldigs of unieks te aanschouwen, de historische sensatie. Zo werkte het althans bij mij, in Praag. Beleefde ik er dan helemaal geen historische sensatie? Toch wel, realiseer ik me nu. Bijvoorbeeld toen ik zomaar ergens m’n gehuurde fiets tegen een muur zette en m’n oog viel op een stoeptegel met een inscriptie die gewag maakte van een vrouw die in 1941 naar een concentratiekamp was gedeporteerd.
Bijvoorbeeld ook toen ik op de Letnaheuvel bij het stadion van Sparta Praag ineens het podium ontwaarde waarop de communistische machthebbers samenklonterden bij de 1 mei-parades.
Dat was Praag. Zoals in Praag zal het me ook wel (zijn) vergaan in Amsterdam, Londen, Berlijn, Milaan en Venlo. Maar hoe zit het met Horst, m’n eigen woonplaats? Beleef ik daar wel eens een historische sensatie? Opnieuw enig zelfonderzoek aan de hand van enkele locaties. De kasteelruïne, de Sint-Lambertuskerk, het oud-kerkhof, de Meterikse molen: als ik er al ooit een historische sensatie heb beleefd dan ligt ze zo ver achter me dat ik me haar niet herinner. Sowieso vraag ik me af of ook hier de historische sensatie er niet te dik bovenop ligt om haar nog daadwerkelijk te kunnen beleven. Pand Mooren of de Mèrthal dan? Komen eerder in aanmerking, hoewel het in beide gevallen geen plotse maar gegroeide bewustwording was. Kun je dat nog een sensatie noemen?
Het plotse lijkt me, hoe langer ik erover nadenk, toch wel erg essentieel voor de beleving van een historische sensatie. Maar kan dat plotselinge besef je nog wel overvallen als je al je hele leven in dezelfde woonplaats doorbrengt? ‘Ja!’, zeg ik na een korte denkpauze vol overtuiging, zélfs als die woonplaats relatief klein is. Eén voorbeeld slechts: onlangs ontdekte ik op een zijmuur van het pand op de hoek Hoofdstraat – Torenstraat de flink vervaagde contouren van het opschrift ‘Wiel Houwenplein’.
Allerlei luiken die voor korte of langere tijd gesloten waren geweest, klapten ineens open. Zomaar enkele associaties die me door het hoofd schoten bij het zien van het opschrift: oorlog, bakker, LGOG, jaren zeventig, VVD, verzet, gemeentehuis. Een historische sensatie van de eerste orde! Ze benaderde zelfs Huizinga’s ‘bijna ekstatische gewaarwording van niet meer mijzelf wezen’.

maandag 25 juli 2011

Klein mysterie 266 – Kerkstraat

Worden de overbodige Horster verkeersborden (klik hier) soms omgesmolten tot overbodige verwijzingsborden? Vergeef me m’n cynisme, maar bij het zien van deze onlangs geplaatste borden (op parkeerplaats Patronaat
en tegen de muur van het atrium van de Sint-Lambertuskerk)
komt zo’n vraag als vanzelf bij me op.
Ooit hadden we toch met z’n allen bedacht dat straatnaambordjes een doeltreffend middel zijn om de locatie van een straat aan te duiden?
En nu zouden alleen straatnaambordjes ineens niet goed genoeg meer zijn? Vreemd. Zeker als je bedenkt dat het verwijzingsbordje bij de atriummuur op nog geen tien meter van het straatnaambordje ‘Kerkstraat’ hangt.
Wie verzint zoiets? Neringdoenden ongetwijfeld. De verzamelde Kerkstraatse winkeliers onder leiding van de kundigste Horster geometrist van 2010, die tevens de eerbiedwaardigste Horster parkeerproblemenanalist van 2010, de wildst om zich heen meppende Horster middenstander van 2010 en de meest adequate Horster kwakzalver van 2010 was? Lijkt me bepaald niet uitgesloten.
Waarom staat het gemeentebestuur dit soort overbodigheid toe, juist op een moment dat het kenbaar maakt drastisch te willen snoeien in het aantal verkeersborden? Is me werkelijk een raadsel.
Wie is de vormgever van de borden? Geen idee, maar het zou me verbazen als hij of zij de grafische school gediplomeerd heeft verlaten.
Waarom tref je (nog) geen bordjes aan die verwijzen naar de winkels in de Loevestraat, in de Herstraat, in de Steenstraat, in de Schoolstraat, op de Veemarkt, op het Wilhelminaplein, op het Sint-Lambertusplein? Eveneens keine Ahnung. Wel lijkt me dat de middenstanders aldaar enig recht van spreken hebben, mochten ze zich beklagen over het ontbreken van verwijzingsbordjes naar hun straat.
Bovenstaande vragen zijn echter allemaal ondergeschikt aan de hoofdvraag: wat zouden de Horster centrumstewards (zoals Joep van Douveren) van die bordjes vinden? Het kan niet anders of die dames en heren zullen zich behoorlijk in hun hemd (of in dit geval waarschijnlijk hesje) gezet voelen. Hun belangrijkste taak (‘dienstverlening naar het winkelende publiek’) wordt ze op deze manier zo maar even uit handen genomen. Of zijn die borden misschien bedoeld om de centrumstewards weer weg te bezuinigen?
Ligt het eigenlijk aan mij dat ik nog altijd geen centrumstewards in actie heb gezien, terwijl ze al sinds 1 juli in functie zouden moeten zijn?
Ganz nebenbei bemerkt: zowel in de wereldstad Praag als in de wereldstad Berlijn heb ik afgelopen week geen centrumsteward gezien (wel een enigszins dubieuze kok). Verwijzingsbordjes naar winkels in verderop gelegen straten trouwens evenmin.

Actualisatie – Voetpad

Herinnert u zich de man met trilby hoed nog die ik onlangs ontmoette in de Burgemeester Geurtsstraat, hand in hand met z’n kleindochter een wandelingetje makend? Inderdaad, hem bedoel ik:
Geloof het of niet, maar ik liep het duo afgelopen dinsdag in Praag weer tegen het lijf! Kleindochter had nu een strikje in heur haar en hield opa bij de Karelsbrug vast aan z’n linkerhand
en op het Václavské náměstí aan z’n rechter.
Hoe vertederend: opa die z’n kleindochter de wereldstad Praag toont en het meisje dat zich bij hem geborgen weet te midden van de mensenmassa’s die het centrum van Praag dagelijks overstromen. Ik was er nu echt van overtuigd: Paul Mijksenaar, de gerenommeerde grafisch ontwerper die onlangs beweerde dat de man met trilby hoed een obscuur heerschap met oneerbare bedoelingen is, had zich schromelijk vergist.

Zo dacht ik er althans tot dinsdag over. Een dag later kwam ik de man met trilby hoed opnieuw tegen. Nu terwijl hij een trap afliep. Zonder kleindochter!
In al m’n onnozelheid dacht ik aanvankelijk nog dat opa op weg was naar de bakker om van die lekkere Tsjechische broodjes te halen en z’n kleindochter even alleen had achtergelaten in dat vertrouwenwekkende grote gele hotel op de achtergrond.
Enkele uren later besefte ik dat m’n aangeboren naïviteit me weer eens parten had gespeeld. Op een zebra in het stadscentrum spotte ik ‘opa’ andermaal. Andermaal zonder ‘kleindochter’. Met z’n trilby hoed veel dieper over z’n ogen getrokken dan eerder het geval was geweest.
Ik riep ’m nog toe waar z’n kleindochter gebleven was, maar hij keek niet op of om. De gladakker!
Uiteraard heb ik terstond aangifte gedaan bij de Praagse politie. Die zag gelukkig de ernst van de zaak in en heeft er meteen een sterke jongen op gezet.
Terwijl ik nog steeds in onzekerheid verkeer over het lot van het meisje (zodra ik meer weet, stel ik u op de hoogte), trek ik alvast twee lessen uit dit drama:
1. altijd op je hoede zijn als je een man met trilby hoed tegenkomt met aan z’n linker- dan wel rechterhand een meisje, al dan niet met een strik in heur haar;
2. nooit meer twijfelen aan de autoriteit van Paul Mijksenaar.

Intermezzo – Cambrinus, Kunst en de Buren

In een kolossaal leegstaand kantoorpand in een gribus aan de rand van een grauwe Praagse buitenwijk bezocht ik woensdag de Prague Biennale 5 en de Prague Biennale Photo 2.
Ergens had ik gelezen dat je er op z’n minst een dag voor uit moest trekken. Ik had in nauwelijks meer dan een uur alles gezien. Dat had twee oorzaken. In de eerste plaats bleek de manifestatie helemaal niet zo omvangrijk: in een gemiddeld museum hangt en staat meer. Daarnaast kon het merendeel van de geëxposeerde werken me gewoon niet genoeg boeien. Dit had weer te maken met het feit dat het in de meeste gevallen niet om kunstobjecten ging die het van hun schoonheid moesten hebben, maar van het idee of het verhaal erachter. En als dat idee of verhaal erachter dan ontbreekt of onbegrijpelijk is, dan valt er weinig te genieten (Al kon dit eerbetoon uit 2010 van Anna Cardoso aan Wittenhorst me natuurlijk wel bekoren.)
Na terugkomst uit Praag trof ik in mijn mailbox een e-mail aan van Jan Duijf, de organisator van Cambrinus, Kunst en de Buren:

Hallo Wim,
Toevallig zie ik dat je in mei naar Twente bent afgereisd voor een Biënnale in Hengelo en Hummelo. Als Cambrinus, Kunst en de Buren op de eigen Venrayseweg maar voor de helft zo goed zou zijn, dan zou je dat tevreden stellen, mijmer je. We hebben er met veel mensen hard aan gewerkt om alle bezoekers een volmondig ‘ja’ op die vraag te ontlokken. Ik ben dus benieuwd naar je reactie (alhoewel Twente en Venrayseweg niet zo vergelijkbaar zijn als de woordjes Biënnale en Kunst in de titel doen vermoeden). Aangezien ik niks op je blog terug zie, heb ik ’t vermoeden dat je wat hebt gemist. Ben je geweest of heb je er iets van meegekregen? Ben benieuwd.

Vriendelijke groet,

Jan Duijf

Waarom schrijf ik wel over kunstmanifestaties die ik bezoek in Hengelo, Hummelo, Venray en Praag en blijft het stil als er nota bene in m’n eigen achtertuin een driedaags multidisciplinair kunstfestival plaatsvindt? Wat je van ver haalt, hoeft toch niet altijd lekkerder te zijn? Waarom wel regelmatig klagen over het culturele klimaat in Horst, maar niet thuis geven bij zo’n lovenswaardig initiatief? Hoewel ik nog altijd zelf bepaal waar ik wel of niet over schrijf, toch meer dan gerechtvaardigde vragen. Alleen jammer dat het antwoord eigenlijk te banaal voor woorden is: alsof de duivel ermee speelde zat juist in het weekeinde van Cambrinus, Kunst en de Buren (1, 2 en 3 juli) mijn zeker in voetballoze perioden meestentijds vrij lege agenda volgepropt met activiteiten en verplichtingen. Daardoor ontbrak het me gewoonweg aan tijd om langs te gaan op de afgesloten (hulde aan de gemeente!) Venrayseweg. Klinkt slap en goedkoop, ik weet het. Toch is het de waarheid en niets dan de waarheid.
Jan heeft dus gelijk met z’n vermoeden dat ik wat heb gemist. Letterlijk en figuurlijk, want ik heb begrepen dat Horst aan de Maas drie dagen lang een bijzonder welkome culturele kwaliteitsinjectie heeft gekregen. Kunnen we niet afspreken dat Jan, tegen z’n voornemen in, volgend jaar toch nog een tweede Cambrinus, Kunst en de Buren organiseert en dat ik de datum dan nu al vrijhoudt in m’n agenda?

Intermezzo – Verschnaufpause (5)

Jazeker, het was weer eens tijd voor een Verschnaufpause. Een dag Bad Schandau (aan de Duits-Tsjechische grens), vier dagen Praag, twee dagen Berlijn. Allemaal per trein. Veel moois gezien, veel lelijks, veel onbegrijpelijks. Veel water ook, en helaas niet alleen van de Elbe, de Moldau en de Spree.
Van mijn oorspronkelijke voornemen hier een gedetailleerd reisverslag te publiceren, zie ik af. Dat zou immers volkomen in het niet vallen bij het relaas dat onze burgervader gedurende zes weken in Hallo Horst aan de Maas publiceert over z’n vakantieperikelen: ‘[We] hebben een caravan gehuurd; zo één die je alleen maar hoeft aan te koppelen. Alles zit erop en eraan, zeggen ze. Alleen voor kleren en beddengoed moet je zelf zorgen. We gaan dus kamperen. Hoewel ik er niet echt naar uitkijk om zolang achter het stuur te zitten en Jolanda vroeger kamperen altijd omschreef als kramperen.’ Als dat maar goed gaat! Ben razend benieuwd naar het vervolg! Ik voorzie overigens een bestseller als Hallo die stukjes na afloop zou bundelen tot een boekje.

Van míjn vakantiewederwaardigheden dus geen gedetailleerd verslag, slechts wat losse observaties. Zo kunnen de ijsjes in Bad Schandau,
Berlijn
en vooral Praag
beslist wedijveren met de nummer 1 van mijn top 5 van Horster ijsjes, dat van Lo Solé in Sevenum.
Verder werd me duidelijk dat vermistedierenbriefjes geen exclusief Horster of Nederlands fenomeen zijn. Midden in Praag trof ik er zelfs een in het Russisch aan:
En mocht u Ziggy terugbezorgen bij de rechtmatige eigenaar, dan wacht u een financiële beloning (niet dat m’n Tsjechisch nou zo goed is, maar die laatste zin kán gewoon niets anders betekenen):
Waar hebben we dat meer gelezen?
Er zijn wel meer opmerkelijke overeenkomsten tussen Horst en Praag. Zo denken aanhangers van vermeende topvoetbalclubs in al hun arrogantie dat een afkorting (Horst)
of een jaartal (Praag)
volstaat om duidelijk te maken welke club ze verafgoden.

Ook protserige hotels vind je zowel hier als daar, al moet ik bekennen dat het stalinistische Praagse Crown Plaza Hotel
het Horster Parkhotel
in dit opzicht naar de kroon steekt.

Ten slotte: onvermijdelijk tijdens zo’n reisje zijn de toeristische topattracties. Ik moest er in sommige gevallen uren voor in de rij staan, maar dan heb je ook wat: de drijvende drol (Praag),
de man op de ladder-zonder-begin (Berlijn)
en de artistieke boodschap (gemengde technieken) van de anonieme onheilsprofeet (Berlijn).