Posts tonen met het label straatmuzikanten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straatmuzikanten. Alle posts tonen

woensdag 8 juni 2022

Intermezzo – Maert

Dinsdag, marktdag.
In Horst althans.
Maert.
De markt is om te zien, te ruiken, te proeven.
Je ziet grijze golvers.
Je ruikt spruitjes.
Je proeft belegen kaas.
Toch moet je de maert in Horst vooral horen. Hier, in dit reservaat voor pensionado’s, regeert het dialect. Favoriete gespreksonderwerp, vooral bij vrouwen, de medische stand van zaken bij deze en gene. Dokters, behandelingen, aandoeningen, operaties zijn nooit ver weg.
‘Hedde ‘t ál gehuürd?’
‘Nae, toch!’
Onderwijl knaoje de mannen over het weer en spreken ze schande van de gemaent. Vergeetachtigheid valt niet altijd te onderdrukken.
‘Verrek, hoe schrieft di zich ok alwaer?’
‘Zo begint het’, hoor je de vrouwen denken.
De marktkooplui, overwegend goedgemutste Brabo’s, laten zich het dialect aanleunen.
‘Wat zal het zijn?’
‘Twië duëskes esbaere en enne zak petatte, gaer.’
‘Dat is dan vijf euro vijftig.’
‘Asteblif!’
‘Bedankt! Fijne dag nog.’
‘Hojje wah!’
De accordeonist ondermijnt de couleur locale. En tegelijkertijd versterkt hij haar. Getolereerd worden is zijn beloning. En zijn lot.
Ni dá?

maandag 29 februari 2016

Top 5 – Ergernissen over toekomstvisie op Horster centrum (2)

De top 5 van vorige week over mijn ergernissen over de toekomstvisie op het Horster centrum (klik hier) riep nogal wat reacties op. Instemmende en afkeurende. Zo liet het Centrummanagement Horst Centrum weten er niet bepaald gelukkig mee te zijn. Wat niet vreemd is – het zou juist vreemd zijn als het Centrummanagement er wél gelukkig mee was geweest. Maar met een ongelukkig Centrummanagement schieten we ook niets op. Dus kwam het tot een gesprek, afgelopen vrijdag, in het hol van de leeuw. Een driekoppige delegatie van het Centrummanagement tegenover de gewraakte blogger. En toch werd het een, zoals dat heet, goed gesprek. Uiteindelijk blijken we het over een hele hoop dingen met elkaar eens te zijn, andere dingen blijken net iets anders te liggen dan op het eerste gezicht misschien lijkt en weer andere dingen zijn een kwestie van smaak. En over smaak …
‘Iets genuanceerder zou fijn zijn’, was de kern van de boodschap. Waarom had ik niet wat meer benadrukt dat ik het rapport op tal van wezenlijke punten onderschrijf? Waarom had ik het hele stukje nou juist opgehangen aan die vijf kleinigheden waaraan ik me had geërgerd? Waarom niet wat meer positiefkritisch? Wat ik ook goed moest begrijpen: dit zijn slechts plannen, die de komende tijd worden getoetst op hun haalbaarheid. En anders dan ik suggereerde heeft het Centrummanagement niet de alleenheerschappij: de gemeente heeft nog altijd de grootste vinger in de pap. Waarvan akte.  
Waarna we de top 5 van mijn ergernissen over de toekomstvisie van het Centrummanagement op het Horster centrum afliepen:

5. Bewegwijzering
Toekomstvisie: er komen bewegwijzeringsbordjes in het Horster centrum.
Ik: ‘Grootheidswaanzin.’
Centrummanagement: ‘Je moet dat niet te groot zien. Misschien wordt het wel digitale bewegwijzering in plaats van fysieke.’
Conclusie: ik moet het gewoon een kans geven, dan kom ik later wel met een oordeel.  

4. Reclameborden
Visie: rondslingerend afval, weinig groen, geparkeerde fietsen, minimale aankleding en belichting doen afbreuk aan het aanzien van het Horster centrum.
Ik: ‘Dat woud van op straat geparkeerde reclameborden doet pas afbreuk aan het aanzien van het Horster centrum.’
Centrummanagement: ‘Ook wij zijn geen grote liefhebbers van die reclameborden. Dit is in het verleden al zo vaak aan de orde geweest dat het nu niet is vermeld.’
Conclusie: hoogste tijd voor de gemeente om op dit punt actie te ondernemen.

3. Atrium
Toekomstvisie: atrium en kerk moeten meer deel uit gaan maken van de gemeenschap en een open karakter krijgen.
Ik: ‘Behalve commerciële belangen zijn er ook nog andere belangen. En heeft de kerk er zelf ook nog iets in te zeggen?’
Centrummanagement: ‘Je interpreteert dat “open karakter” veel te negatief. Het atrium wordt heus geen kermis. Wat er gebeurt moet passen bij het karakter van het atrium. Juist door er af en toe iets te organiseren krijgen kerk en atrium, die uniek zijn, meer aandacht. Dit gebeurt nu veel te weinig. En ja, de kerk heeft er iets in te zeggen. De deken juicht een grotere openheid juist toe.’
Conclusie: met die uitleg erbij lijkt het wat minder verontrustend. Dat de kerk blijkbaar instemt met de plannen, valt nergens te lezen in het rapport en kon ik dus niet weten.

2. Muziek
Toekomstvisie: maak het Horster centrum het hele jaar door gezellig met achtergrondmuziek uit luidsprekers.
Ik: ‘Geen dwingend opgelegde gezellige achtergrondmuziek in de openbare ruimte. Als er al muziek zou moeten komen, dan live muziek.’
Centrummanagement: ‘Uit onderzoek blijkt dat bezoekers juist gehecht zijn aan die achtergrondmuziek. En je moest eens weten wat we al allemaal hebben ondernomen om ervoor te zorgen dat er meer live muziek in het centrum te horen is. Maar bijna niemand wil of kan. Toch blijven we ons daarvoor inzetten.’
Conclusie: over de wenselijkheid van achtergrondmuziek in de openbare ruimte blijven we van mening verschillen. Over de wenselijkheid van live muziek zijn we het helemaal met elkaar eens.

1. Sint-Lambertusplein
Toekomstvisie: het Sint-Lambertusplein wordt vanaf 1 april levendiger en groener gemaakt.
Ik: ‘De kruiwagens, shovels en stratenmakers zijn amper weg en nu wordt het plein alweer aangepakt. Ongelooflijk, ongehoord. Wat is het Centrummanagement dan wel dat het zulke beslissingen mag nemen?’
Centrummanagement: ‘De aankleding van het Sint-Lambertusplein is onderdeel van het oorspronkelijke plan. Alleen was voor de uitvoering aanvankelijk geen geld. Dat is er nu wel. Het gaat trouwens om niet veel meer dan wat banken en plantenbakken. We krijgen veel klachten dat het plein zo kaal is.’
Conclusie: dat het bij de aankleding van het plein blijkbaar om de afronding van het project gaat, valt nergens te lezen in het rapport en kon ik dus niet weten. Wat onverlet laat dat ik een groot voorstander ben van een zo kaal mogelijk plein. Maar dat is dan weer een kwestie van smaak.

maandag 22 februari 2016

Top 5 – Ergernissen over toekomstvisie op Horster centrum (1)

‘En, aan wie heb je je vandaag nog eens gruwelijk geërgerd?’, placht ik mijn vader zaliger te vragen. Mijn vader beschikte over een groot talent om zich te ergeren. Ik geloof dat ik wel mag zeggen dat ik iets van dat talent heb geërfd. Zo heb ik me deze week gruwelijk geërgerd aan de afgelopen maandag gepresenteerde Structuurvisie korte en lange termijn Horst centrum. Opgesteld door Jordy van der Sterren en omarmd door de opdrachtgever, het Centrummanagement Horst Centrum.
Vooropgesteld: het is natuurlijk niet louter kommer en kwel met het 53 bladzijden tellende rapport (klik hier). Zo vind ook ik dat een fietsverbod in het Horster centrum onzinnig is en dat aanpassing van de bestaande plannen voor winkelcentrum Kloosterhof dringend gewenst is. De oproep aan ondernemers om open te staan voor arbeidsmigranten en ‘inwoners met verschillende nationaliteiten’ kan me eveneens bekoren. Toch overweegt de ergernis. Over de We-rule-this centrum-houding die uit het rapport spreekt. Ergernis ook over de totale fixatie op het Horster centrum als een oord van (winkel)vermaak, commercieel gewin en ‘beleving’. Maar laat ik specifieker worden: de top 5 van mijn ergernissen over de toekomstvisie van het Centrummanagement op het Horster centrum.

5. Bewegwijzering
Voor bezoekers van het Horster centrum zou volgens het rapport niet altijd duidelijk zijn waar winkels, horecagelegenheden en ‘faciliteiten’ zich bevinden. Oplossing: ‘Bewegwijzeringsbordjes plaatsen in het centrum die commercieel stimulerend werken en tevens bijdragen aan sfeer en beleving.’
Niks mis met grootheidswaanzin, maar je kunt ook overdrijven, vooralsnog is Horst geen wereldstad. Al is het wel een vondst, bordjes die bijdragen aan sfeer en beleving: ‘Ik ga voortaan voor mijn inkopen naar Horst: daar hebben ze zó’n fantastische bewegwijzeringsbordjes.’

4. Reclameborden
Punten die afbreuk doen aan het aanzien van het Horster centrum zijn volgens het rapport: ‘Vervuild straatbeeld in het weekend door rondslingerend afval; weinig sfeer door minimale groen, aankleding en belichting; rommelig straatbeeld door verdeeld geparkeerde fietsen’.
Zal best, maar toch vreemd dat het punt dat verreweg het meeste afbreuk doet aan het aanzien van het Horster centrum ontbreekt: het woud van op straat geparkeerde reclameborden waar centrumbezoekers zich doorheen moeten worstelen. Waar is het zelfreinigend vermogen van de Horster centrumondernemers?

3. Atrium
‘Om doorstroom tussen de Steenstraat en de Kerkstraat te bevorderen wordt het idee geopperd om evenementen van het Wilhelminaplein tot en met het Gasthoês te organiseren. Participatie en betrokkenheid van de kerk moet hierbij in de toekomst een belangrijke rol spelen. Het is van essentieel belang dat het Atrium en de Kerk, in de toekomst meer deel uitmaken van de gemeenschap en een open karakter gaan krijgen.’
Hoezo is het van essentieel belang dat atrium en kerkgebouw meer deel uitmaken van de gemeenschap en een open karakter krijgen? Ja, misschien van essentieel commercieel belang. Maar ook van essentieel stedenbouwkundig belang? Van essentieel religieus of contemplatief belang? Van essentieel algemeen belang? Van essentieel historisch belang? En heeft de kerk in dit alles zelf ook nog een stem?

2. Muziek
‘Het draaien van centrale muziek in Horst centrum gebeurt nu enkel in de decembermaand. De Sinterklaas- en Kerstmuziek is bevorderlijk voor de sfeer in het centrum. Aan te bevelen is om het gehele jaar door het gezellig te maken met achtergrondmuziek. Dit bevordert de beleving in het centrum en de achtergrondmuziek bevordert mogelijk ook de koopstromen.’
‘Het gehele jaar door gezellig met achtergrondmuziek.’ Mijn opvatting van gezelligheid is een andere. Ik ben een groot liefhebber van muziek, maar een even groot tegenstander van dwingend opgelegde muziek in de openbare ruimte. En een nog groter tegenstander van dwingend opgelegde gezellige achtergrondmuziek in de openbare ruimte. Muziek als behang, grrrr. Als er al muziek zou moeten komen, dan live muziek. Horst aan de Maas is toch ‘van nature musicerend’, zoals onze bestuurders ons op gezette tijden inpeperen? Laat maar horen dan.

1. Sint-Lambertusplein
‘Op initiatief van de werkgroep Openbare Ruimte wordt het Lambertusplein op korte termijn aangepakt, levendiger gemaakt en groener gemaakt. De uitvoering van deze taak start op 1 april 2016 door de werkgroep Openbare Ruimte.’
Ik moest het drie keer lezen, maar het staat er werkelijk. Hoe verzin je het? Kapitalen zijn er gestoken in de renovatie van het Sint-Lambertusplein. De kruiwagens, shovels en stratenmakers zijn amper weg en nu wordt het plein alweer ‘aangepakt, levendiger gemaakt en groener gemaakt’. Ongelooflijk, ongehoord. Dit noem ik ook geen visie, maar een besluit. Arrogantie ten top. Wat is het Centrummanagement dan wel dat het zulke beslissingen mag nemen? Nogmaals: ongelooflijk, ongehoord.

zaterdag 1 november 2014

Intermezzo – Accordeonist

Zaterdag 1 november 2014, 10.12 uur, pleintje bij ingang Lidl en Plus, Kerkeveld te Horst (klik op pijltje, afspelen met geluid aan):
(De ooit zo machtige catalpa (klik hier) op het pleintje bij de ingang van Lidl en Plus mag onlangs dan helaas zijn geveld, vanochtend constateerde Horst-sweet-Horst dat er iets heel moois voor in de plaats is gekomen: er is weer een accordeonist in town! Fantastisch!)

maandag 12 augustus 2013

Top 5 – Rampen die cashless Kees staan te wachten

Onze burgervader gaat vanaf morgen een week zonder contant geld door het leven. Zeven dagen lang zal Kees bij betalingen uitsluitend z’n pinpas gebruiken; munten en papiergeld gaan achter slot en grendel. Hij betuigt hiermee steun aan de landelijke campagne Pinnen, ja graag.
Horst-sweet-Horst wenst Kees veel sterkte. Zou de goede man wel beseffen in welke hel hij terechtkomt? Op internet viel al te lezen dat hij de weekmarkt dit keer kan overslaan en dat hij het overheerlijke kroketje uit de muur aan z’n neus voorbij zal moeten laten gaan. Hoe vervelend ook, dit is slechts peanuts vergeleken bij de andere rampen die hem te wachten staan. Ik voorspel een ernstig isolement voor Kees op familiair, cultureel, religieus, sociaal en moreel gebied, en dan vergeet ik waarschijnlijk nog een paar gebieden.

De Horst-sweet-Horst top 5 van rampen die cashless Kees komende week gaan overkomen:

5. Geen Monopoly kunnen spelen. Gebeure wat gebeuren mag, elke dag stipt om zeven uur zit Kees klaar voor een potje Monopoly met z’n huisgenoten. Behalve komende week dan.   
4. Beschaamd de andere kant op moeten kijken als de Oost-Europese straatmuzikant-zonder-pinapparaat hem bij de ingang van Jan Linders om een kleine bijdrage vraagt. Ad rem als de accordeonist is, zet ie meteen Money, Money, Money van Abba in.   

3. Zonder wisselgeld zitten als hij vrijdag z’n wekelijkse portie steekpenningen krijgt overhandigd. Gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders hebben onlangs ruiterlijk erkend dat steekpenningen een onlosmakelijk onderdeel vormen van de Horster bestuurscultuur. Ze hechten er wel aan dat een en ander correct gebeurt. Het gaat tenslotte om gemeenschapsgeld. Het vervelende is nu dat die steekpenningen altijd in briefjes van vijfhonderd worden uitgekeerd. Voor deze ene keer zal Kees daarom moeten afzien van het teruggeven van wisselgeld.   
2. Niet aan de knoppen kunnen draaien. Zoals bekend worden de besluiten van het college van burgemeester en wethouders elke dinsdagochtend genomen tijdens een rijkelijk met spiritualia overgoten potje toepen. Maar zonder kaartgeld heb je daar niets te zoeken.
1. Donderdag, op Maria Tenhemelopneming, door een bomvolle Tienrayse kerk voor gere peen worden uitgemaakt. Had u anders verwacht als de hoogste gezagsdrager van de gemeente de collecteschaal aan zich voorbij laat gaan?  

maandag 19 september 2011

Klein mysterie 280 – Straatmuzikanten (2)

Me van de week nog eens ouderwets kapot geërgerd. En wel aan Anthony van Baal, gemeenteraadslid namens de SP. In de raadsvergadering was aan de orde het vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening. Het college van burgemeester en wethouders stelde voor het artikel over het verbod op optredens van straatartiesten te schrappen. Anthony van Baal was het daar niet mee eens (klik hier, klik vervolgens op agendapunt 19 en spoel door naar 1.23.47): ‘Hiermee sta je toe dat veelal Roemenen met harmonica’s plaatsnemen in winkelcentra. Helaas komen deze muzikanten vaak niet alleen. Met hen worden, volgens diegenen die hier onderzoek naar hebben gedaan, ook vaak familieleden in winkelcentra afgezet. Met als doel zakkenrollen, diefstal door afleiding enzovoort. Ook klagen winkeliers vaak terecht over het feit dat heel de dag dezelfde melodietjes klinken voor hun winkel. Door dit artikel te schrappen, bestaat er geen mogelijkheid om deze muzikanten op dat moment te verwijderen. Wat de SP betreft laten staan dit artikel dus en door de burgemeester gebieden aan te laten wijzen. De goedwillende artiesten halen toch wel hun ontheffing bij de gemeente als ze weten dat deze hier verplicht is.’
Stigmatiseren. Generaliseren. Verbanden leggen die er niet zijn. Eenmaal bekomen van de eerste woede heb ik eens nuchter op een rijtje proberen te zetten wat me nu precies zo stoort aan de woorden van het geachte raadslid:
1. het stigmatiseren van de inwoners van een bepaald land. Het land van herkomst doet toch volstrekt niet ter zake? Vervang het woord ‘Roemenen’ door ‘joden’, ‘moslims’, ‘Brabanders’ of ‘Kronenbergers’ en je hebt de poppen aan het dansen;
2. het stigmatiseren van een bepaald instrument;
3. het stigmatiseren van straatmuzikanten;
4. het betrekken van zakkenrollende en diefstal door afleiding plegende familieleden in zijn redenering. Het ging toch om straatartiesten? Bovendien: zelfs als het verhaal zou kloppen, mag je de straatmuzikanten toch niet verantwoordelijk maken voor het gedrag van hun familieleden?
5. het betrekken van de muzikale smaak van winkeliers in zijn redenering en daar bovendien een waardeoordeel (‘terecht’) over uitspreken. Ik ken componisten die groot zijn geworden met ‘heel de dag dezelfde melodietjes’. Zelf bezit ik een cd met 36 variaties op dezelfde melodie.
73 minuten en 33 seconden lang genieten. Kan ik niet zeggen van de muzak die in sommige winkels heel de dag weerklinkt. Met hoeveel verschillende melodietjes per dag zouden de winkeliers trouwens wel tevreden zijn?
6. de suggestie dat ‘Roemenen met harmonica’s’ kwaadwillende artiesten zijn.
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.

H.J.A. Hofland treurde in NRC Handelsblad van 25 augustus over de in een crisis geraakte Amsterdamse straatmuziek. Hij pleitte voor herstel van ‘dit gratis openbaar kunstgenot’ door van de tunnel onder het Rijksmuseum ‘het Concertgebouw voor de straatmuziek’ te maken.
Ik ben bereid Anthony van Baal alles te vergeven als hij er voor zorgt dat de eveneens in het slop geraakte Horster straatmuziek een tweede leven krijgt in de naar verluidt overdekte passage bij de nieuwe (en oude) Albert Heijn.

maandag 18 oktober 2010

Actualisatie – Straatzanger

Weet u het nog? Eind februari dook ineens op allerlei plaatsen in Horst aan de Maas een straatzanger op. ‘Een onberispelijke verschijning, strak in het pak, goed bij stem, zingend vanaf een met een oranje doek afgedekte ton’, schreef ik destijds. Toch was er iets met hem aan de hand. Een eenvoudig gesprek met hem voeren bleek namelijk onmogelijk: hij sloeg wartaal uit. Mijn conclusie op 1 maart: ‘Tragisch figuur. Achter die onberispelijke verschijning en dat strakke pak gaat iemand schuil die totaal de weg kwijt is. Maar als straatzanger richt hij betrekkelijk weinig schade aan.’Ruim zeven maanden later ziet de wereld er compleet anders uit. De wartaal uitslaande straatzanger die totaal de weg kwijt was, maakte een enkele reis Canossa (© Marc Chavannes, zaterdag in NRC Handelsblad) en kreeg in ruil het ministerschap voor Immigratie en Asiel. Marlies Janssen-Kusters (u weet wel, die mevrouw die ik laatst een open brief schreef, ruimte op m’n weblog aanbood, haar daar via een persoonlijke e-mail van verwittigde maar desondanks niet reageerde) mag dan wel twitteren ‘daar heb ik alle vertrouwen in’, ik blijf bij m’n conclusie van 1 maart en houd, evenals de straatzanger zelf, m’n hart vast. Mocht het mis gaan (en het gáát mis), dan heeft het in elk geval deze observatie van Remco Campert, zaterdag in De Volkskrant, opgeleverd: ‘Voor Gerd Leers, Maastrichtse trots, moet het vernederend zijn geweest dat hij eerst door Wilders moest worden gekeurd voor hij minister werd. “Voorman van alle ordinaire vuilspuiters” noemde hij Wilders eens. Zelden is er dieper in het stof gebeten.’

maandag 1 maart 2010

Klein mysterie 138 – Straatzanger

Ik heb het al eens eerder betoogd: als dorp of stad stel je pas echt iets voor als straatmuzikanten je weten te vinden. Horst aan de Maas mag zich dus gelukkig prijzen met de straatzanger die de laatste dagen ineens op tal van plaatsen in de gemeente is opgedoken. Een onberispelijke verschijning, strak in het pak, goed bij stem, zingend vanaf een met een oranje doek afgedekte ton. Minpuntje: zijn beperkte repertoire. Wat zeg ik? Of ik hem nu zag op de markt in Sevenum, langs de spoorlijn in America,bij het klooster in Grubbenvorst,bij de Houthuizer Molen in Lottumof aan de Maas in Broekhuizen,overal was het enige lied dat hij zong het Maastrichtse volkslied:

Wie dèks woorste neet priesgegeve
mèh heels dien kroen toch opgeriech
en ongeknak biste gebleve
door euze band vaan trouw aon diech


Gepassioneerd gezongen, met zijn rechterhand op de linkerborst. Nadat het publiek z’n optreden had beloond met een gul applaus, weerklonk telkens dezelfde zin uit z’n mond: ‘Het is hier buiten heel koud maar van binnen heb ik het warm.’ Mooie act.
Geïntrigeerd door de man, zijn lied en zijn performance, poogde ik een gesprekje met hem aan te knopen. Ik vroeg hem wie hij was en waar hij vandaan kwam. Dit was zijn reactie: ‘Ik heb er toe gedaan. Ik heb afscheid genomen van mijn functie, niet van mezelf. Ik wil niet rancuneus zijn. Juist door wat ik heb meegemaakt weet ik hoe je ongewild in moeilijke situaties verzeild kunt raken. Ik noem man en paard, een beetje zoals Geert Wilders ook doet. Ik ken de sensitiviteit van de politiek, weet hoe daar de koek gebakken wordt. Sorry voor de wethouders maar ik kan er ook niets aan doen dat mensen als André Rieu en Joop van den Ende de burgemeester willen spreken. Ik laat al die goede jaren niet verpesten. Ik blik niet in wrok terug.’
Inderdaad, geen touw aan vast te knopen. Tragisch figuur. Achter die onberispelijke verschijning en dat strakke pak gaat iemand schuil die totaal de weg kwijt is. Maar als straatzanger richt hij betrekkelijk weinig schade aan. Laten we hem daarom koesteren. Laten we hem stimuleren z’n repertoire uit te breiden. Bijvoorbeeld met het vierde couplet van het Horster volkslied Horst, mien dörpke (1952; tekst en muziek Jos L. Rijnders):
D’n burgemeister is heer weggegoan
Daat deut ós toch werkeluk verdreet
Waat deen vur ós haed gedoan
beseffe de miëste nag neet


Je zult zien dat ie daar van opkikkert.