Posts tonen met het label Venray. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Venray. Alle posts tonen

donderdag 19 maart 2026

Intermezzo – Duidingsdebat (1)

IJzeren wet: verkiezingsuitslagen vallen altijd tegen. Ook nu weer. Forse winst voor rechts. Het CDA wéér de grootste. Links geslonken tot 33,1 procent – minder dan ooit tevoren in de gemeente Horst aan de Maas in haar huidige vorm.


Meteen vanavond al is er een zogeheten Duidingsdebat. Een novum in de Horster politieke geschiedenis. Afwachten hoe het verloopt, maar in beginsel een goed initiatief. Hangt ook af van de interpretatie van het begrip ‘duiding’ door de zeven lijsttrekkers die het debat voeren. Prietpraat over de vraag waarom de kiezers hebben gestemd zoals ze hebben gestemd, kan bijvoorbeeld achterwege blijven: voor een serieus antwoord op die vraag moet je bij elke kiezer individueel langs, anders blijft het bij speculeren.


Interessant kan het worden als ‘duiding’ wordt opgevat als het begin van een antwoord op de vraag tot welk nieuw college de verkiezingsuitslag zou moeten leiden. Laat elke partij maar haar voorkeursvariant op tafel leggen. Ogenschijnlijk is het vrij eenvoudig. De na de vorige verkiezingen gevormde coalitie (CDA, Essentie, D66/GroenLinks en PvdA) vertegenwoordigde 71,1 procent van de stemmen. Ditmaal behaalden CDA, Essentie en Leef (de combinatie van D66/GroenLinks en PvdA) samen 67,5 procent. Weliswaar een klein verlies, maar geen afstraffing. Voortzetting van die coalitie zou voor de hand liggen, ware het niet dat het CDA in de verkiezingscampagne van de daken heeft geschreeuwd dat alles anders moet. Dat maakt  die voortzetting iets minder logisch. Maar wat dan? Leef vervangen door de VVD? Wil de VVD dat? Wenst het CDA wel afstand te doen van zijn hondstrouwe bondgenoot? Wil Leef überhaupt voortzetting van de vorige coalitie? Willen Leef en Essentie wel van elkaar worden gescheiden?


De uitslag maakt ook een coalitie zonder CDA mogelijk. Nog nooit vertoond, maar waarom niet? Het CDA heeft zich de afgelopen raadsperiode een onstabiele coalitiepartner betoond. Bovendien: het CDA heeft van 1978 tot maart 2025 onafgebroken als grootste partij aan het roer gestaan in Horst (aan de Maas). Als je dan nu ineens zegt dat alles anders moet, is nederigheid op zijn plaats en siert het je als je het pluche even laat voor wat het is. Vier jaar oppositie kan trouwens ook voor een machtspartij goed uitpakken, zo laat de uitslag van het CDA in Venray zien.

Na vanavond weten we meer. Of niet.

dinsdag 3 maart 2026

Intermezzo – Telefonalia

I
‘Eens kijken of we Twan aan de draad kunnen krijgen’, hoor ik de presentator van een podcast zeggen. Twan komt inderdaad aan de draad. Nooit eerder gehoord ‘iemand aan de draad krijgen’ als synoniem van ‘telefonisch contact met iemand opnemen’.

II


In een doos met op te ruimen spullen trof ik een dezer dagen een laatste-generatie-telefoontoestel aan, inclusief draad. Geen actieve herinneringen aan, in tegenstelling tot eerdere generaties telefoontoestellen. Desondanks moeilijk te bedwingen bewaarneigingen.

III
‘Een pluim voor de Horster telefoondienst’ luidt de kop boven een artikel in De Echo van Noord-Limburg van 27 juni 1953. Fragment daaruit:
‘Op zaterdag 20 juni hebben de telefoondames het druk gehad, druk met het doorgeven van de wisselende stand in de promotiewedstrijd Linne-Wittenhorst. Het was overbodig een bepaald nummer aan te vragen; een kort belletje van de aanvrager was reeds voldoende om in een oogwenk de juiste stand te weten, het was zelfs overbodig daarnaar te informeren; men vond het op ’t telefoonkantoor blijkbaar terecht een uitgemaakte zaak dat dit alleen van belang was en boven alles domineerde. De dames hebben het juist gezien en mede door deze bereidwilligheid gingen al direct na de wedstrijd de vlaggen uit. Vroeger nam men voor dit doel duiven mee, maar voor dit doel zijn deze gevleugelde bodes toch weer ouderwets.’
De telefonistes van het Horster postkantoor in 1955. Van links naar rechts: Kitty Haegens, Hennie Helmerich en Wilmi Boekesteijn (foto overgenomen uit Oud Horst in het nieuws 8 (Horst 1997) 

IV


Tijdens het schrijven van dit stukje rinkelt mijn vaste telefoon, een voorlaatste-generatie-toestel. Afspraak gemaakt met de beller. Ik vraag ‘m naar zijn 06-nummer. Hij: ‘Dat begint gemakkelijk, met 398.’ Inderdaad.

V
Uit de Venloosche Courant van 23 augustus 1890: ‘Thans is de thelephonische verbinding tusschen Horst en Venraai gereed en zal den 1n September in werking treden.’

VI
Ik ken alleen mijn eigen 06-nummer en dat van mijn zus uit m’n hoofd. Van vóór de 398-tijd, zeg maar de 04709-tijd, meer dan dertig jaar geleden, herinner ik me nog tal van abonneenummers en de bijbehorende abonnees: 1516, 1158, 2710, 1526, 5349, 5972 enz. 

woensdag 7 januari 2026

Intermezzo – Schravele

Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.


Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’ Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’


‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met onzekerheid.


Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele, dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.

Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.

vrijdag 11 juli 2025

Intermezzo – Boodschappenbriefje (14) | Riekske

Wat ook een eeuwigdurende bron van fascinatie blijft, is het dialect. Gedachtevorming over het dialect begint bij mij geregeld bij opgeraapte boodschappenbriefjes. Daarop tref ik wel eens woorden als appelsiene of petatte aan. Op het vorige week bij Albert Heijn in Horst opgeraapte briefje van pasfotoformaat ging mijn aandacht in eerste instantie uit naar het woord mettler. Nooit eerder gehoord of gelezen. Ineens viel me in dat het misschien hoorde bij garen kleur 1457 van de regel erboven. Googelen. En precies zo was het. Daarna viel mijn oog op snijworst. Vleesonnozel als ik ben, dacht ik dat elke worst snijworst is. Googelen. Niet dus: snijworst is een specifiek soort worst (dat ik graag aan me voorbij laat gaan).


Boven snijworst staat mik. Met mik heb ik van oudsher een problematische verhouding. Ik ben een native Horster dialectspreker. Mik is in het Nederlands een bepaald soort brood, maar in het Horster dialect staat mik als ik het wel heb voor brood in het algemeen. Net als wek. Terwijl ik ben grootgebracht met broëd. Dan komt mik er niet meer in. Onvolkomenheidje in mijn opvoeding, waarop ik voor de rest weinig heb aan te merken.


Ik besloot de onvolprezen Dialectatlas van het Nederlands uit 2011 er eens bij te pakken. Omdat ik dacht dat die een verspreidingskaart bevatte van dialectwoorden voor brood. Niet dus. Al bladerend bleef ik vervolgens hangen bij een kaart waarop de gangbare benamingen voor het woord vork in de Nederlandse en Vlaamse dialecten is weergegeven. Wat blijkt? In Noord-Limburg zou riekske de meest voorkomende benaming voor vork zijn. Riekske? Verket zal je bedoelen! Riekske (‘kleine riek’) is een prachtig, poëtisch woord, maar ik heb het nog nooit gehoord, ook niet als reekske, zoals het in het Horster dialect zou luiden. In de woordenboeken van het Horster, het Meerlo-Wanssums, het Venrays en het Venloos dialect kom ik riekske/reekske ook niet tegen in de betekenis van vork. Maar zie daar, Sevenum zou Sevenum niet zijn als het weer eens anders was. Uit het Sevenums woordenboek: ‘Rikske –  vork. “Met ’t riksken aete, Riekske, nit met ’t vuûsje.”’  


Om te verifiëren dat mik in het Nederlands inderdaad een bepaald soort brood is en niet brood in het algemeen, pakte ik de Van Dale erbij. Inderdaad: ‘Brood van fijn roggemeel.’ Andere betekenis van mik, volgens Van Dale: ‘Boomtak in de vorm van een tweetandige vork.’ Een verket? Een reek/riek(ske)? Nee, dat is dan weer een vörk in het Horster dialect. Enzovoort.

(Dit stukje verscheen deze week ook in Via Horst-Venray)

donderdag 26 juni 2025

Intermezzo – Landbouwwinterschool

Afgelopen week werd bekend dat de voormalige landbouwwinterschool aan de Venrayseweg in Horst behouden blijft. Goed nieuws. In de eerste plaats omdat er al veel te veel beeldbepalende openbare gebouwen uit de eerste naoorlogse decennia zijn gesloopt. Maar ook omdat de school een tastbare herinnering vormt aan de rivaliteit tussen Horst en Venray.


Jongens die na de lagere school meer wilden leren over het boerenbedrijf waren in de tweede helft van de negentiende eeuw aangewezen op landbouwcursussen in de wintermaanden. Die groeiden uit tot een vorm van volledig dagonderwijs die de naam landbouwwinterschool kreeg. Limburg kende landbouwwinterscholen in Sittard (sinds 1895) en Roermond (sinds 1919).

Na de Tweede Wereldoorlog groeide in Noord-Limburg de behoefte aan een landbouwwinterschool voor de eigen regio. Voor de locatie van die school waren twee gegadigden: Venray en Horst. Venray beriep zich op een deal uit 1945 waarbij de lagere tuinbouwschool in Horst zou worden gevestigd en de landbouwwinterschool in Venray. De tuinbouwschool zou inderdaad naar de gemeente Horst gaan en opende in 1947 in het jeugdhuis in Meterik zijn deuren. Maar toen het in 1949 tot een besluit moest komen over de landbouwwinterschool, herinnerde niemand in Horst en iedereen in Venray zich de afspraak uit 1945 nog. Schriftelijk bewijs ervan ontbrak, het dook althans niet op. Een speciaal in het leven geroepen commissie beslechtte het pleit uiteindelijk in het voordeel van Horst.


‘Slag voor Venray’, schreef de Venrayse deken Berden vervolgens in weekblad Peel en Maas. ‘Horst, dat sinds dat Venray door de oorlog geslagen machteloos neerligt, tracht ‘t centrum van Noord-Limburg te worden. Dit achteruit zetten van Venray, dat tracht overeind te komen, is heel erg.’ De redactie van Peel en Maas suggereerde dat ‘slechts de persoonlijke voorkeur van de scheidsrechter’ de doorslag had gegeven. Nogal wiedes: behalve de voorzitter, ir. A.L.H. Roebroek, eerder onder meer directeur-generaal van de Landbouw, bestond de arbitragecommissie die de locatie moest bepalen namelijk uit de burgemeesters van Horst en Venray. Zij prefereerden ongetwijfeld hun eigen gemeente als vestigingsplaats van de school.  Dus uiteraard was de stem van de ‘scheidsrechter’ doorslaggevend.


De Venrayse woede kwam in 1951 tot een kookpunt. Bij de openingsplechtigheid van de school was een van de sprekers de uit Meterik afkomstige Wim Droesen, Tweede Kamerlid voor de KVP én, in dit verband meer relevant, voorzitter van de Vereniging voor Landbouwonderwijs. Droesen noemde Venray in zijn speech ‘een sportieve verliezer’. Peel en Maas: ‘Misschien had hij beter “bedrogene” dan “verliezer” kunnen zeggen.’ Dat kon Droesen natuurlijk niet op zich laten zitten. Einde van het liedje was dat zowel Droesen als Peel en Maas wat water bij de wijn deden. Het knarsetanden was tot in de verre omtrek te horen.

(Dit is een, met dank aan Jan Janssen, verbeterde versie van het stukje dat gisteren verscheen in Via Horst-Venray)

maandag 28 april 2025

Intermezzo – NK Tegelwippen (2)

Bij het passeren van het Horster gemeentehuis aan de zijde van de Jacob Merlostraat bespeurde ik de afgelopen tijd telkens enige ergernis bij mezelf: steeds vaker stonden steeds meer auto’s illegaal geparkeerd op de beklinkerde voetgangerszone naast het gemeentehuis. Op Goede Vrijdag was het ineens anders. Van geparkeerde auto’s geen spoor. Integendeel, sterke mannen waren druk bezig honderden klinkers te verwijderen uit de voetgangerszone. Met groot genoegen sloeg ik dit tafereeltje gade: weg met die stenen!


Het centrum van Horst is de voorbije twee decennia herschapen in een steenwoestijn. Voor de andere dorpskernen van de gemeente Horst aan de Maas geldt hetzelfde. Voor vrijwel elke Nederlandse dorps- en stadskern eveneens. Versteenwoestijning als toonbeeld van Nederlands conformisme. Waar je ook komt: overal grauwe, ongure vlakten waar de wind vooral ’s winters vrij spel heeft en de veelbezongen oer-Hollandse gezelligheid ver te zoeken is.


Een positief gevolg van de klimaatverandering is dat de steenwoestijnen mogelijk hun langste tijd hebben gehad. Om de ontwoestijning te bevorderen is vijf jaar geleden het NK Tegelwippen in het leven geroepen. Daarbij gaan gemeenten in het hele land met elkaar de strijd aan: wie wipt de meeste tegels? Want, aldus de website van het NK Tegelwippen: ‘Wanneer tegels worden vervangen door gras, bloemperken, bomen en geveltuinen, wordt Nederland meer klimaatbestendig, behaaglijker voor insecten en dieren, koeler op warme dagen én veel mooier.’


Venray nam vorig jaar voor het eerst deel aan het kampioenschap. Het aantal van 550 gewipte tegels stak schril af tegen dat van winnaar Venlo: 414.395. De rangorde wordt trouwens bepaald op basis van het TPI, het aantal gewipte tegels per duizend inwoners. Het TPI van Venray bedroeg verleden jaar 12,61; dat van Venlo 4070,8.


Dit jaar heeft Venray concurrentie gekregen van het debuterende Horst aan de Maas (Horst-sweet-Horst schreef er hier eerder al over). In de tussenstand (klik hier) heeft Venray inmiddels een flinke voorsprong genomen op zijn aloude rivaal: met 1935 gewipte tegels (TPI: 44,38) overklast het Horst aan de Maas, dat niet verder komt dan 34 gewipte tegeltjes (TPI: 0,8). Wat de vraag oproept wanneer die honderden (schat ik) gewipte klinkers bij het Horster gemeentehuis in de tussenstand worden verwerkt. Sowieso: met een dosis gezond chauvinisme als motivator moet het toch mogelijk zijn die Piëlhaze in Venray in dit opzicht een vies poepje te laten ruiken?

(Dit is een sterk gewijzigde versie van het stukje dat vorige week verscheen in Via Horst-Venray)

donderdag 27 maart 2025

Intermezzo – Americaanse machtsovername

Terwijl de ogen van de wereld steeds meer zijn gericht op de Amerikaanse overname van Groenland, heeft zich hier in ons eigen Horst aan de Maas in alle stilte al zo’n vijandelijke machtsovername voltrokken. Wellicht geïnspireerd door de annexionistische neigingen van zijn grote overzeese broer heeft het nietige America namelijk zonder dat iemand het in de gaten had zijn territorium uitgebreid met Meterik en Swolgen. Daarmee heeft het zijn aantal inwoners meer dan verdubbeld: van 2.362 naar 5.195. Misschien van nog wel wezenlijker belang is dat America met deze annexatie zijn landbouwareaal aanzienlijk heeft vergroot.


Het Trumpiaans aandoende staaltje van Americaanse bravoure kwam gisteren aan het licht na de lancering van de Interactieve voetbalkaart. Deze kaart (klik hier) toont de verspreiding van seizoenkaarthouders van betaald voetbalclubs over Nederland. Inzoomend op de gemeente Horst aan de Maas blijkt dan bijvoorbeeld dat Lottum de kern is met de meeste VVV-seizoenkaarthouders (tachtig procent), dat Griendtsveen uitsluitend seizoenkaarthouders van PSV telt (namelijk vijf), dat Evertsoord als enige kern geen enkele seizoenkaarthouder van een betaald voetbalclub herbergt en dat in Horst het aantal seizoenkaarthouders van VVV dat van PSV maar net overstijgt.


Goed. Maar zoom je op de kaart in op Meterik, dan verschijnen deze gegevens in beeld:


En wil je weten hoe in Swolgen de seizoenkaarthouders zijn verdeeld, dan zie je dit:


Overtuigender bewijs van de Americaanse machtsovername is nauwelijks te vinden. Tegelijkertijd rijst de vraag welke kern van Horst aan de Maas het volgende slachtoffer van de Americaanse landhonger zal zijn.


Of zouden de begerige blikken van America verder reiken dan uitsluitend Horst aan de Maas? Venray, Venlo, Helmond: let op uw saeck!

P.S. Vandaag (vrijdag 28 maart) is de kaart in die zin aangepast dat ze uitsluitend nog de totaalcijfers voor de gemeente Horst aan de Maas toont: in totaal 411 seizoenkaarhouders waarvan 190 VVV, 164 PSV en 19 Ajax.

woensdag 12 februari 2025

Intermezzo – Chatbot (2)

Zoals gisteren geschreven (klik hier), vroeg ik ChatGPT onlangs voor het derde jaar op rij naar de rivaliteit tussen Horst en Venray in de loop der jaren. In het antwoord was sprake van ‘geladen confrontaties’ op voetbalvelden tussen Hegelsom en Venray. Nu ben ik redelijk bekend met de regionale voetbalgeschiedenis, maar die confrontaties tussen Hegelsom en Venray waren me volledig ontgaan. Daarom vroeg ik ChatGPT om een beschrijving daarvan. Dit was het resultaat:

‘De wedstrijden tussen Hegelsom en SV Venray zijn meer dan zomaar voetbalwedstrijden. Ze zijn strijdtonelen waar trots, eer en geschiedenis samenkomen. Voor Hegelsom is het dé kans om zich te meten met de grotere buur, voor Venray een duel dat gewonnen móét worden. Vanaf het eerste fluitsignaal hangt de spanning in de lucht. De duels zijn fel, geen bal wordt onbetwist gelaten. De tribunes – klein maar fanatiek – vullen zich met luidruchtige aanmoedigingen en spottende opmerkingen. Een sliding te veel, een overtreding nét op de rand, en de vlam slaat in de pan. Soms eindigt het in spektakel: een onverwachte Hegelsomse zege, een Venrayse vernedering, of een gelijkspel dat voor niemand bevredigend voelt. Maar altijd blijft er iets hangen na het laatste fluitsignaal – een blik, een sneer, een belofte voor de volgende keer. Want winnen van elkaar is niet zomaar winnen. Het is geschiedenis schrijven.

Bloemrijk proza. Maar hoe ging het er dan aan toe toen Hegelsom van Venray won? ChatGPT: 
‘Het was een gure zondagmiddag, de lucht zwaar van dreiging. SV Venray, groot en zelfverzekerd, reisde af naar Hegelsom, waar op het bescheiden veld een titanengevecht wachtte. Niemand gaf de thuisploeg een kans. Venray had de betere spelers, de grotere club, de historie aan hun zijde. Maar Hegelsom had iets anders: onverzettelijkheid. Vanaf de eerste minuut werd er gesloopt en gestreden. Tackles vlogen erin, elke meter werd bevochten. De Venrayse aanvallen strandden keer op keer op een muur van Hegelsomse lijven. En toen, diep in de tweede helft, gebeurde het ondenkbare. Een lange bal, een ongelukkige stuit, en een Hegelsomse spits – naam later legendarisch – schoot met alles wat hij had. De bal sloeg in als een mokerslag. Het fluitsignaal klonk. 1-0. Geschiedenis was geschreven. Venray droop af, Hegelsom vierde feest tot diep in de nacht. Dit zou nooit worden vergeten.’

Wanneer speelde dit heroïsche gevecht zich af? ChatGPT: ‘De exacte data waarop VV Hegelsom het eerste elftal van SV Venray heeft verslagen, zijn niet direct beschikbaar in de verstrekte bronnen.’ Ai.


Maar wie was dan de Hegelsomse spits wiens naam legendarisch werd? ChatGPT:
‘De exacte naam van de Hegelsomse spits die dit legendarische doelpunt maakte, is niet direct terug te vinden. Maar in de verhalen die in kantines en dorpscafés worden doorverteld, valt vaak een naam: "Jan van de Laar", een spits die ooit met één rake trap Hegelsomse geschiedenis schreef. Of het echt zo was? Dat weten alleen de spelers van die dag. Maar in Hegelsom klinkt zijn naam nog steeds met trots.

Toe maar! Een legendarische spits die met één rake trap aanleiding gaf tot een volksfeest, die Hegelsomse geschiedenis schreef en wiens naam in Hegelsom nog steeds met trots klinkt. Is het niet de hoogste tijd voor op z’n minst een standbeeld voor deze Hegga hero?

(Een andere, ingekorte versie van dit stukje verscheen vandaag ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 11 februari 2025

Intermezzo – Chatbot (1)

Sinds 2023 duik ik telkens aan het begin van het jaar in de chatbotwereld. Twee jaar op rij gaf ik ChatGPT opdracht om in honderdvijftig woorden te beschrijven hoe de rivaliteit tussen Horst en Venray zich in de loop der tijden ontwikkelde. Ditmaal was ik voornemens dezelfde opdracht te geven aan DeepSeek, the new kid on the botblock. Maar bang gemaakt door waarschuwingen van de Autoriteit Persoonsgegevens besloot ik dat plannetje te laten varen. Sowieso is het misschien wel interessanter om te achterhalen of het antwoord van ChatGPT op de vraag naar die rivaliteit tussen Horst en Venray inmiddels verder is geëvolueerd.

ChatGPT kwam begin 2023 niet veel verder dan op niets gestoelde beweringen over het vernielen van borden, sabotage, bendes en het elkaar terroriseren van Horst en Venray. Vorig jaar waren ‘bendes’ en ‘terroriseren’ ineens veranderd in ‘subtiel vandalisme’ en ‘sluimerende achterdocht’ – nog steeds bezijden de waarheid, dunkt me.


Zou het nu anders zijn? Lees mee wat ChatGPT ditmaal uitspuugde als resultaat van wederom dezelfde opdracht:
‘De rivaliteit tussen Horst en Venray kent diepe wortels. Ooit waren het bescheiden dorpen, elk met hun eigen karakter: Horst geworteld in de landbouw, Venray met een blik op handel en industrie. Wat begon als een speelse competitie groeide uit tot een felle strijd om status, werkgelegenheid en voorzieningen. Sportwedstrijden werden geladen confrontaties, met name op de voetbalvelden waar Hegelsom en Wittenhorst hun eer verdedigden tegen SV Venray. Tijdens de kermissen en carnaval werd het venijn verpakt in plagerige liederen en uitdossingen. Met de groei van beide plaatsen vervaagde de scherpe rand, maar de trots bleef. Venray groeide sneller, trok bedrijvigheid aan, terwijl Horst zijn landelijke identiteit behield. Toch blijft onder de oppervlakte de rivaliteit sluimeren, zichtbaar in kleine steekjes onder water, in discussies over wie de betere voorzieningen heeft. Een vriendschappelijke strijd, maar één die nooit helemaal zal verdwijnen.’

Klinkt voor de eerste keer in drie jaar redelijk realistisch, hoewel ik me afvraag of er ooit ‘felle strijd’ tussen beide dorpen is geweest. Vooral opmerkelijk is dat er ineens een curiositeit in de tekst is geslopen die beide voorgaande jaren ontbrak. Waar komen namelijk die ‘geladen confrontaties’ op het voetbalveld tussen Hegelsom en Venray ineens vandaan? Geladen confrontaties tussen Horst en Venray? Oké! Maar tussen Hegelsom en Venray? Klik hier voor het vervolg.

(Dit stukje verscheen in iets andere vorm afgelopen week ook in Via Horst-Venray)

woensdag 16 oktober 2024

Intermezzo – Water

Woord van de week: water. Water dat tegen de plinten klotst, maar zomaar water uit de kraan drinken? Geen denken aan! So near and yet so far. In greifbarer Nähe. Tantaluskwelling. Facebook als bron van zalig watervermaak. De het-valt-allemaal-wel-meeërs: ‘Wat een paniek weer om niks.’ De onvermijdelijke complottheoretici: ‘Het is een test hoe mensen erop reageren. Gedragsexperiment... WEF agenda...’ De defaitisten: ‘Dit geneuzel van water koken voor gebruik zou wel eens veel langer kunnen gaan duren dan 3 dagen...‘ De relativisten: ‘Ik heb gewoon koffie gedronken met kraanwater. Nergens last van!’ De grapjurken: ‘Beetje e-coli is goed voor je weerstand.’


Het op mezelf betrekkend: tot dit weekend was drinkbaar water uit de kraan voor mij een feit. Een vanzelfsprekendheid, nooit ook maar het begin van een gedachte aan gewijd. Aan het begrip waterleiding evenmin. Tijd voor een regionaal-historisch inhaalslagje – je moet het water koken als het heet is. Verwacht geen afgerond verhaal, geen stromend water, alleen wat druppels.

In Horst begon de aanleg van een waterleiding pas in de eerste naoorlogse jaren. In Griendtsveen pas jaren later. Nog in 1954 berichtte het Dagblad voor Noord-Limburg vanuit het Peeldorp dat ‘kinderen soms plat op hun buik liggend het water uit de kanalen drinken en dat vele ouderen dit water in gekookte toestand aanwenden voor huishoudelijke consumptie’.

De eerste Venrayse plannen voor de aanleg van een waterleiding dateren al uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Daar ontbrandde in 1925 een heftige discussie over de noodzaak van een waterleiding. ‘Eenige Steegsche boeren’ luchtten hun hart in Peel en Maas: ‘Wat is hier in Venray gevaarlijker, dat ontzettende stofopjagen der wegenvernielers of het slechte drinkwater?’ Ze vonden ‘het voor Venray nog niet de tijd zich stadsch voor te doen’.

Uiteindelijk kreeg ook Venray pas in de eerste naoorlogse jaren de beschikking over een moderne waterleiding. En daarvoor? Daarvoor was men, ook in Horst aan de Maas, aangewezen op regenwater, putten en gemeenschappelijke pompen. Gezondheidscommissies rapporteerden overal in Noord-Limburg tot in de jaren dertig met grote regelmaat over de inferieure kwaliteit en de ziekmakendheid van het drinkwater.

Intussen druppelde maandag het bericht door dat het drinkwater in Horst aan de Maas nog zeker tot donderdag moet worden gekookt. Uiteraard regende het weer Facebookreacties. Een zekerweter: ‘En donderdag is het nog niet opgelost.’ Net zo laat was het: intussen is vandaag het bericht doorgedruppeld dat het drinkwater in Horst aan de Maas nog zeker tot zaterdag moet worden gekookt. Uiteraard regent het weer Facebookreacties. Een nu-nu-heeft-het-onderhand-wel-lang-genoeg-geduurdtenaar: ‘Pffff nog langer deze onzin…’

Zalig degenen die gods water over gods akker laten lopen.

(Dit is een geactualiseerde versie van het stukje dat vandaag in iets andere vorm verscheen in Via Horst-Venray)

zondag 5 november 2023

Intermezzo – Gaza (2)

Onderweg in de trein naar de Palestina-demonstratie in Venlo raken we afgelopen zondag in gesprek met een uit Syrië gevlucht echtpaar, nu woonachtig in Horst aan de Maas. Zijn ze Syrische Palestijnen? ‘Nee, gewoon Syriërs’, vertelt de vrouw. Haar man: ‘Mijn ouders en grootouders waren tot de Zesdaagse Oorlog in 1967 boeren op de Golanhoogvlakte. Die oorlog veranderde alles. Israël veroverde het grootste deel van de Golan op Syrië, waardoor mijn ouders naar Damascus moesten vluchten.’ Vijftig jaar later dwong de burgeroorlog in Syrië de man en zijn vrouw op hun beurt weer uit Damascus te vluchten.


’s Avonds thuis lees ik op internet dat door de Zesdaagse Oorlog in 1967 naar schatting 131 duizend Syriërs, onder wie zeventienduizend Palestijnen, van huis en haard zijn verdreven. En ook dat de tot op de dag van vandaag voortdurende bezetting van de Golan door Israël volkenrechtelijk gezien illegaal is.

Maandag hoor ik een journalist in een podcast praten over de bommenregen tijdens het weekend op de Gazastrook: honderd Israëlische straaljagers tegelijkertijd die bommen afwierpen op het gebied. ‘Wat we nog niet weten, is wat de impact daarvan op burgers is geweest: hoeveel doden er zijn gevallen, hoeveel huizen zijn verwoest.’


Ik probeer vat te krijgen op de schokkende woorden van het echtpaar en die van de journalist. En doe m’n best me voor te stellen hoe ik erover zou denken als mijn ouders en samen met hen de hele bevolking van Noord-Limburg verjaagd zouden zijn naar Amsterdam en nooit de kans hadden gekregen om terug te keren. Ook ben ik op zoek naar houvast bij de wetenschap dat de gemeenten Horst aan de Maas en Venray samen precies even groot zijn als de hele Gazastrook. En tracht me in te denken hoe ik, iemand met al een angstkeutel in z’n broek bij ook maar één oefenende straaljager van vliegbasis Volkel, eraan toe zou zijn als honderd straaljagers tegelijkertijd bommen zouden afwerpen op Horst aan de Maas en Venray.


Ik moet denken aan m’n oom die onlangs op z’n negentigste verjaardag vertelde over de bommen op Horst en de evacuatie van de familie Moorman aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een evacuatie naar Melderslo, amper een kilometer verderop. Voor een week. Daarna kon het gezin ongeschonden weer terug naar zijn ongeschonden huis. Eind goed, al goed. Toch heeft het op mijn oom een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Hoe zou het zijn met de gemoedstoestand van die tienduizenden, misschien wel honderdduizenden onschuldige Palestijnen die uit hun huizen zijn verjaagd, wier gezinnen wel zijn geschonden, die zich afvragen of hun huizen er überhaupt nog zijn en zo ja of ze er ooit kunnen terugkeren?

(Dit stukje verscheen in iets ingekorte vorm afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray)

woensdag 1 november 2023

Intermezzo – Gaza (1)

Aan Gaza valt dezer dagen niet te ontkomen. Ook voor Horst-sweet-Horst niet. Al was het maar omdat er een bijzondere overeenkomst is tussen enerzijds Horst aan de Maas en Venray en anderzijds de Gazastrook: hun oppervlakte. Die hele Gazastrook, die nu al bijna een maand het gesprek van de dag is, is, geloof het of niet, nagenoeg even groot als de gemeenten Horst aan de Maas en Venray samen: 360 om 357 vierkante kilometer.


Deze wetenschap helpt me enorm bij het vormen van een beeld van de Gazastrook. Wat daarbij ook helpt is het feit dat in de Gazastrook 24 keer meer mensen wonen dan in Horst aan de Maas en Venray samen: 2,1 miljoen om 86 duizend. Probeer het je eens voor te stellen: 2,1 miljoen mensen die wonen in het gebied tussen ruwweg Vredepeel, Wanssum, Grubbenvorst en Evertsoord in plaats van 86 duizend.


Behalve de inwoneraantallen zijn er nog meer verschillen. Zo krijgen wij geen bommenregens op ons dak en worden we niet gedwongen om te vluchten. Zo hebben wij hier ook de vrijheid om te gaan en staan waar we willen. We kunnen vrijelijk de grenzen met Land van Cuijk, Bergen, Venlo, Peel en Maas en Deurne passeren – we merken het niet eens. De Gazanen daarentegen zitten opgesloten in hun eigen gebied (‘de grootste openluchtgevangenis ter wereld’). Voor hen is het vrijwel onmogelijk de grens met zowel Israël als Egypte te overschrijden.


Een ander wezenlijk verschil is dat wij doorgaans over voldoende voedsel, water en elektriciteit beschikken. In de Gazastrook is dit onder ‘normale’ omstandigheden (in feite zijn de omstandigheden er altijd abnormaal) al geen vanzelfsprekendheid, maar sinds een maand helemaal niet meer omdat Israël de toevoer van voedsel, water, elektriciteit en ook benzine heeft geblokkeerd.


Verder hebben de Gazanen te kampen met een extreem hoge werkloosheid, een gezondheidszorg die gebrekkig functioneert en een buitensporig hoog percentage mensen met psychische klachten, vooral kinderen. Ja, ook in Horst aan de Maas en Venray zijn mensen werkloos, functioneert de gezondheidszorg niet altijd zoals we zouden wensen en is het aantal inwoners met depressieve klachten te hoog. Toch ben ik geneigd om te denken dat wij enorme geluksvogels zijn.

(Dit stukje verscheen vorige week in een andere vorm ook in Via Horst-Venray)

donderdag 14 september 2023

Intermezzo – Sloop

In de categorie ‘Belangrijk regionaal nieuws dat ik door een verblijf van twee maanden in het buitenland niet de aandacht heb kunnen geven die het verdient maar graag alsnog wil memoreren’ nu svp even uw aandacht voor een gebouw waarvan ik me pas op betrekkelijk hoge leeftijd heb gerealiseerd dat het een architectonische schepping was. Wat het voormalige Boschveldcollege in Venray eerder voor mij dan wel was? Een middelbare school, een instituut, een leerfabriek, een moloch. Maar vooral: iets waaraan ik een grondige hekel had, een angstaanjager.

Als leerling, ruim veertig jaar geleden, heb ik het Boschveldcollege in elk geval nooit beschouwd als een gebouw met esthetische of architectonische waarde. Nee, het was er gewoon en dat was al erg genoeg. Het heeft decennia geduurd voordat ik het Boschveldcollege, inmiddels Raaylandcollege geheten, óók kon zien als een waardevolle toevoeging aan de Venrayse openbare ruimte met architectonische kwaliteiten. Met zijn strakke horizontale geleding, witte gevels, platte dak en gebrek aan opsmuk was het in 1968 door de Venrayse architect Piet Lerou ontworpen gebouw een typerende representant van de wederopbouwarchitectuur.

En nu, terwijl ik buitenslands vertoefde, is het voormalige Boschveldcollege dus gesloopt. En vind ik dat zonde. Houdt het in Venray dan nooit op met het verkwanselen van naoorlogs architectonisch erfgoed? Na onder meer Inalfa, busstation en postkantoor opnieuw een naoorlogs gebouw dat is opgeofferd aan iets waarvan je je kan afvragen of het vooruitgang valt te noemen. Ik besef maar al te goed dat niet alles kan worden bewaard, maar enige prudentie is hopelijk toch niet teveel gevraagd?

Intussen dreigt in Horst aan de Maas sloop voor een ander markant voorbeeld van naoorlogse architectuur: Zonnehof. Dit wooncomplex in Tienray bestaat uit twee cirkels waaromheen in beide gevallen 22 woningen zijn gebouwd, respectievelijk in 1969 en 1973. In elk van beide cirkels staat in het midden een boom. De bouw van de woningen in een rond hofje en de binnentuin voor collectief gebruik bevorderen het gemeenschapsgevoel. De echtgenote van toenmalig commissaris der koningin Charles van Rooy verrichtte op 4 mei 1971 de officiële opening van het eerste deel van Zonnehof. Aanvankelijk woonden in de in grijze betonstenen met bitumen dakbedekking gebouwde woningen uitsluitend bejaarden, inmiddels mensen van alle leeftijden.


De huidige bewoners krijgen steeds meer en steeds duidelijker signalen dat eigenaar Wonen Limburg van plan is Zonnehof binnen afzienbare tijd te slopen. Ook in dit geval: zonde. Niet voor niets noemt Erik van Maarschalkerwaard, architectonisch vormgever en inwoner van Tienray de bouwwijze van Zonnehof ‘afwijkend en vrij uniek in zijn soort’. Toch vrees ik dat ook Zonnehof niet meer te redden valt.

Wanneer gaan Venray en Horst aan de Maas nu eindelijk eens echt serieus werk maken van inventarisatie en behoud van wederopbouwarchitectuur?

P.S. 1 Dit stukje verscheen in ingedikte vorm gisteren ook in Via Horst-Venray
P.S. 2 De twee foto’s van Zonnehof bij dit stukje zijn gemaakt door Erik van Maarschalkerwaard, de eerste in 2009, de tweede recentelijk. Voor het gebruik ervan en ook voor zijn aanvullende informatie over Zonnehof dank ik hem hartelijk.
P.S. 3 Binnenkort meer op Horst-sweet-Horst over Zonnehof

woensdag 1 maart 2023

Intermezzo – Naar vrouwen vernoemde straten

Wist u dat de gemeente Horst aan de Maas meer dan achthonderd straten telt? Ongetwijfeld. Maar weet u ook hoeveel van die meer dan achthonderd straten naar een vrouw zijn vernoemd (waarbij vrouwelijke leden van het koningshuis en vrouwelijke heiligen even niet meetellen)? Nee? Schat eens. Honderd? Vijftig? Tien? Minder! Vijf? Nog minder! Drie? Nog minder! Twee dan? Nog minder! Precies één van de meer dan achthonderd straten van Horst aan de Maas is vernoemd naar een niet-heilige en niet-koninklijke vrouw: het Hanna van de Voortplein in Tienray. En dat terwijl het in Horst aan de Maas stikt van de naar pastoors, schoolmeesters, (mannelijke) verzetshelden, (mannelijke) burgemeesters en monseigneurs vernoemde straten.


Als doorgewinterd chauvinist die al z’n hele leven in Horst aan de Maas woont kost het me enige moeite om toe te geven dat ik wel eens jaloers ben op Venray. Niet héél vaak en meestal niet héél erg. Maar in het geval van naar vrouwen vernoemde straten ben ik voor de verandering wel héél erg jaloers op Venray. Evenals Horst aan de Maas telt de gemeente Venray meer dan achthonderd straten. Als ik goed heb geteld zijn er daarvan 28 vernoemd naar vrouwen (ook nu zijn vrouwelijke leden van het koningshuis en vrouwelijke heiligen niet meegeteld). Weliswaar zijn er ook in Venray aanzienlijk meer naar mannen dan naar vrouwen vernoemde straten, maar toch: 28 zijn er 27 meer dan in Horst aan de Maas.


De verklaring voor het ontstellende gebrek aan non-feminiene straatnamen in Horst aan de Maas moet denk ik ergens in de driehoek tussen botheid, blindheid en onwil worden gezocht. Aan straatnaamwaardige vrouwen ontbreekt het in elk geval niet in Horst aan de Maas. Zonder enige moeite valt een groslijst op te stellen van laten we zeggen vijftig straatnaamwaardige, uit de gemeente zelf afkomstige vrouwen.


Vandaag precies over een week, woensdag 8 maart, is het Internationale Vrouwendag. Ik vertrouw erop dat het Horster gemeentebestuur op die dag bekendmaakt dat de eerstvolgende vijftig straten die een naam dienen te krijgen, zonder uitzondering naar niet-heilige en niet-koninklijke vrouwen worden vernoemd. En ik vertrouw er ook op dat zowel mannelijk als vrouwelijk Horst aan de Maas het gemeentebestuur tot de orde roept, mocht het op 8 maart niet naar buiten treden met dit besluit.

In variatie op een gevleugelde strijdkreet uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw: Wij Eisen Vrouwen!

(Dit stukje verscheen vandaag ook in Via Horst-Venray)

donderdag 29 december 2022

Intermezzo – Verlossing

‘Was misschien voor enkelen het afgeloopen jaar een tijd van voorspoed en geluk, voor het meerendeel was het een jaar vol kommer en zorgen. En dan denken we aan onze landbouwende bevolking, die zoo’n zware crisistijd doormaakt, aan de toenemende werkeloosheid, die vele onzer arbeiders tot armoelijden doemt en zelfs tot den bedelstaf brengt; aan onze middenstanders, die door de valuta en de sterk verminderde koopkracht een nooit zoo gekende malaise doorworstelen. En alle teekenen wijzen er op en doen vreezen, dat we in 1923 zullen voortgaan op dezen ingeslagen weg.’

Nee, de geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar toch: getuige dit fragment uit een nieuwjaarsbeschouwing in de editie van 30 december 1922 van het Venrayse weekblad Peel en Maas, stonden ze er precies honderd jaar geleden zo’n beetje hetzelfde voor als wij nu. Een belangrijk verschil tussen toen en nu is het rotsvaste geloof in en vertrouwen op die ene: ‘Welke plannen de leiders van de lotgevallen der wereld ook ontwerpen, Eén is er die de wereld te midden harer eindelooze wisselingen voortleidt en bestiert. Christus overwint, Christus regeert, Christus heerscht.’


Misschien heb ik het mis, maar ik heb niet de indruk dat vandaag de dag nog héél veel mensen heil uit die richting verwachten. Probeer maar eens een hedendaags equivalent van zo’n leidsman en inspirator te vinden. Mij lukt het in elk geval niet. Om maar eens twee dwarsstraten te noemen: Barack Obama heeft z’n belofte nooit helemaal ingelost en Nelson Mandela lijkt nog geen tien jaar na zijn overlijden alweer vergeten.

Is het eigenlijk wel fair om van één persoon te verwachten dat zij of hij de last van de hele wereld op haar of zijn schouders kan dragen? Is het niet beter en effectiever die verantwoordelijkheid met z’n allen te delen?


Vorige week dinsdag liepen enkele honderden Horstenaren samen met bewoners van de noodopvanglocatie voor asielzoekers in Horst mee in een demonstratie tegen het sluiten van die noodopvanglocatie. Voor de ingang van het gemeentehuis werden ze toegesproken. Onder andere door Kiona Derix. Voor mij de kernzin uit haar indrukwekkende betoog: ‘Ik geloof heilig dat mensen in staat zijn om de wereld te veranderen wanneer we samenkomen in solidariteit en opkomen voor elkaar.’ In de jaren zeventig heette dat, iets kernachtiger: ‘Hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit.’ Dat ook jongere generaties dit gedachtegoed nog steeds omarmen, biedt hoop. Nog is niet alles verloren.

(Dit stukje verscheen gisteren ook in Via Horst-Venray.)

woensdag 1 juni 2022

Intermezzo – De Vriendenreünie

Ik las De Vriendenreünie, het onlangs verschenen boek van Joep Dohmen en Paul van der Steen over de Limburgse bestuurscultuur in de afgelopen twee decennia. Bladzijde na bladzijde waaide een geur van bederf me tegemoet. Het stinkt in Limburg. In Maastricht. In Echt. In Susteren. In Roermond. In Horst aan de Maas. In Venray. En als het er nu niet meer stinkt, stonk het er, lang en heftig.


Nee, veel spectaculaire nieuwe onthullingen bevat De Vriendenreünie niet. De meeste in het boek beschreven bestuurlijke strapatsen waren al genoegzaam bekend. Die aan het licht gebrachte ontsporingen verspreidden destijds telkens een luchtje. Verzameld in het boek verspreiden al die luchtjes samen nu een ondraaglijke stank. Ontluisterend en verontrustend.


De arrogantie van de macht spat er vanaf. Net als de decadentie van de macht. En de zelfgenoegzaamheid van de macht. Maar wat vooral bijblijft na het lezen van De Vriendenreünie: de klefheid van de Limburgse macht. Het ons kent ons, het elkaar baantjes en opdrachten toespelen, het ritselen, het elkaar dekken, het samen in de kroeg regelen van wat niet geregeld zou mogen worden, het jij-doet-wat-voor-mij-dan-doe-ik-wat-voor-jou. En dat allemaal gecombineerd met het deprimerende aroma van nestgeur vermengd met spruitjeslucht.  


Het regent nu afleidingsmanoeuvres. Ger Driessen, Raymond Knops, Ger Koopmans, Jan Loonen: allemaal schreeuwen ze moord en brand over de berichtgeving en het boek van Dohmen en Van der Steen. Terecht? Daar moet de rechterlijke macht zich maar over uitspreken. Maar ook als er geen vuur mocht zijn: er is wel rook. Heel veel rook. En ook rook stinkt. Dat is misschien nog wel het meest verontrustende dat uit het boek spreekt: een slecht functionerend of zelfs geheel ontbrekend moreel kompas bij veel Limburgse bestuurders. ‘Alles wat niet verboden is, mag’, luidt de titel van een van de hoofdstukken. Het had ook de titel van het boek kunnen zijn. Het gebrek aan moreel besef, gekoppeld aan een gebrek aan tegenmacht en tegenspraak, leidt ertoe dat een grootgrondbezitter wethouder kon worden met grondzaken in zijn portefeuille, dat een gedeputeerde commissaris kon zijn bij een baggerbedrijf dat opdrachten krijgt van de provincie.


Laat je niet afleiden door de afleidingsmanoeuvres. Vraag je af waar deze bestuurscultuur vandaan komt. Bedenk wat eraan te doen valt. Waag je aan een bespiegeling over de vraag of dit slechts het topje van de ijsberg is. Koop dat boek. Zet een wasknijper op je neus. Lees dat boek.


Of kom volgende week woensdag, 8 juni, naar OJC Niks in Horst (Doolgaardstraat 34). Daar gaat filosoof en schrijver Lotte Spreeuwenberg namelijk met Joep Dohmen en Paul van der Steen in gesprek over De Vriendenreünie. Daaraan voorafgaand houdt commissaris van de koning Emile Roemer een inleiding over de Limburgse bestuurscultuur. Verdere gasten op deze door BiblioNu georganiseerde avond zijn voormalig SP-raadslid Michael van Rengs uit America en Teun Heldens uit Meijel, lid van Provinciale Staten en gemeenteraadslid in Peel en Maas namens de VVD. 

De gratis toegankelijke avond begint om 20.00 uur. De zaal is open vanaf 19.30 uur. Vanwege de beperkte capaciteit is aanmelding noodzakelijk: klik hier.

(Een ingedikte versie van dit stukje verscheen vandaag in Via Horst-Venray)