Posts tonen met het label Erik van Maarschalkerwaard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Erik van Maarschalkerwaard. Alle posts tonen

maandag 1 januari 2018

Intermezzo – 2017

Minst actieve boerderij: Kasteelboerderij
Trouwste Horst-sweet-Horst-liker: Frank Schijven
Nadrukkelijkst onnadrukkelijk aanwezig: Ger Driessen
Witste hekwerk: Smaalbrughekwerk


Apartste monumentonthulling: 7 oktober in Kronenberg
Fantastischte festival: WaaRomney
Onbegrepenste Horster woord: brötele
Inspirerendste club: Zeen
Langharigste bladkorf: Mevrouwsbosweg, Hegelsom


Vaardigste regels-aan-de-laars-lapper: Van Dijck Groenteproducties
Parmantigste naam: Grandorse
Mildst gekruid: Mild Gekruid
Minst gelezen Horst-sweet-Horst-stuk: Little Italy in America
Bijzonderste kunstwerk: Sanne Aben op WaaRomney


Bedreigdst: het Horster landschap
Horst-sweet-Horst het vaakst het bloed onder de nagels vandaan halende Horster politicus: Raymond Knops (voor het 76e jaar op rij)
Meest gelezen stuk op Horst-sweet-Horst: top 5 – Braakplakkaten hedenmorgen waargenomen in het Horster centrum
Burgervaderst: Kees van Rooij
Koninklijkste kerstversiering: Spoorstraat 10, Tienray


Vetste palletbouwwerkkunstenaar: Micky Verhaegh
Betreurdste eik: Meerweg, Kronenberg


Favorietste trein: gifttrein
Gecraqueleerdste zeikton: Zwarte Plakweg, America 


Bedenkelijkste raadsdebat: Kloosterhofdebat
Veelbelovendste gemeenteraadslid: Jim Weijs
Misbruiktste woord: verrommeling
Gemistste buis:


Strijdbaarst: Andries Brantsma
Chillste danceparty: The Village Warehouse
Coolste pakkers: zwerfafvalpakkers
Verrassendste borduurkunstkunstwerk: Dissection HK11049-16pix1/9L van Erik van Maarschalkerwaard


Overbodigste station: Grubbenvorst
Heiligste ex-Horstenaar: ome Kees
Out of the picturest: Afslag 10
Apartste Horster De Stijl-hommage: Zwarte Plakweg, America


Geprefereerdste dop: wieldop
Gezaghebbendste gemeenteraadslid: Eric Beurskens
Intrigerendste gebouw: blijft nog even geheim

maandag 8 juni 2015

Klein mysterie 654 – Meerlose schuur

En daar was-ie weer: die verdomde zelftwijfel.

Mijn voorliefde voor graffiti kennend wees E. me begin vorig jaar op een mogelijk interessante muurtekst op een schuur aan Den Staeling (ja, dat is een straatnaam), in het buitengebied van Meerlo. Op een koude februarizondag fietsten we er samen naar toe. De tekst was alleszins de moeite waard.
Toch intrigeerde de schuur zelf me misschien nog wel meer. Was ze in een vorig leven boerderij geweest? Of betrof het het laatste restant van een inmiddels verdwenen boerderij? Had ze nog een functie? Waarom was ze zo hermetisch gesloten? Vanwaar die opvallende, rode beschildering van schuurdeur, luiken en hek?
Ik nam me voor er een stukje over te schrijven, maar steeds waren er andere prioriteiten. Begin september achtte ik de tijd eindelijk rijp. Mijn eerste kennismaking met schuur en muurtekst was intussen zo lang geleden, dat een hernieuwd bezoek me wenselijk leek. In de tussentijd kon immers van alles zijn veranderd. Net zo laat was het: de luiken bleken te zijn opgeschilderd, met funeste gevolgen voor het opschrift.
Jammer van de tekst, maar daar stond ook wat tegenover: het opschilderen (in hetzelfde rood als dat van de schuurdeur) betekende dat iemand zich bekommerde om de schuur en ze vermoedelijk ook nog een functie had.
Ik nam me heilig voor er nu wel een stukje over te schrijven, maar weer waren er steeds andere prioriteiten. Vorige week achtte ik de tijd eindelijk rijp. Mijn hernieuwde kennismaking met schuur en muurtekst was intussen zo lang geleden, dat een derde bezoek me wenselijk leek. In de tussentijd kon immers van alles zijn veranderd. Net zo laat was het. Net zo laat was het? Ik ben Den Staeling twee keer op en neer gefietst, maar geen spoor van de schuur! Op de plaats waar ik haar vermoedde trof ik slechts een gapend gat aan.
En toen sloeg dus weer die verdomde zelftwijfel toe. Lag die schuur wel aan Den Staeling? Of was het misschien toch de Limietweg? Of de Meerlose Heideweg? Of de Veestraat? Of ligt ze nog steeds aan Den Staeling maar heb ik haar toch over het hoofd gezien? Of is die zelftwijfel nergens voor nodig en is de schuur tussen september vorig jaar en nu afgebroken (wat eeuwig zonde zou zijn)? Wie verlost me van m’n zelftwijfel?

maandag 4 november 2013

Intermezzo – Straatschrift Tienray

Ze moeten elke inwoner van Horst aan de Maas wel eens zijn opgevallen, de in gele of witte verf op het wegdek gekalkte nummers. Erfenis van de glasvezelkabelaanleg. Ook meer dan een jaar na dato houden ze op veel plaatsen dapper stand. Desondanks zal de tijd ooit z’n werk doen. En de herinnering aan de nummers vervagen. Behalve in Tienray dan.

Op 11 oktober twitterde beeldend kunstenaar en architectonisch vormgever Erik van Maarschalkerwaard uit Tienray: ‘Publicatie straatschrift tienray vandaag in kleine oplage verschenen (editie 2012-08 nrs. 13 t/m 22).’ Z’n tweet ging vergezeld van deze foto:
Hoewel de inhoud me nog volslagen duister was, trad ik als verzamelaar van Horstensia uiteraard terstond met Erik in contact om een exemplaar te bestellen. Dat bleek nog niet zo eenvoudig: ‘Vanwege het experimentele en lokale karakter van deze publicatie is besloten buiten de uitgeefinstituties, registratiebanken en grootschalige verspreidingskanalen, in te zetten op kleinschaligheid, isbn-loosheid en bol.com te laten voor wat het is. Er is voor gekozen digitaal gearchiveerd materiaal als basis te gebruiken om een papieren uitgave in een oplage van 2 stuks te maken. Uiteraard is de publicatie Straatschrift Tienray voor eenieder die er interesse in heeft in te zien (en zelfs verkrijgbaar) en desgewenst te huldigen, af te kraken, te recenseren of gewoon voor gezien aan te nemen.’ Van de vier genoemde opties koos ik voor de derde: recenseren – hetgeen tevens de opties 1 (huldigen) en 2 (afkraken) niet uitsloot.
De opzet van het woordloze Straatschrift Tienray is doodsimpel: op de rechterpagina’s steeds een op het wegdek geschilderd nummer (oplopend van 13 tot en met 22), op de linkerpagina’s een tegen een muur gedrapeerde opgerolde oranje glasvezelkabel. Inclusief voor- en achterzijde 22 foto’s, dat is het hele boekje. ‘Saai, wat moet ik hier nu mee?’, zullen 99 van de 100 mensen zeggen. Laat ik nu net de honderdste zijn … Bij mij zet het doorbladeren van Straatschrift Tienray juist van alles in werking.
Had de glasvezelaar behalve sleuvengravers ook aparte nummers-op-wegdek-aanbrengers ingehuurd?
De nummers zijn in het boekje opeenvolgend. Zijn ze dat in werkelijkheid ook?
Hoeveel manieren zijn er wel niet om de 1 te schrijven?
20 is het enige nummer in het boekje waarvan beide cijfers met elkaar zijn verbonden. Zou dat bij andere tientallen eveneens het geval zijn?
Zou de kabelspaghetti op de bladzijde naast nummer 19 ooit zijn ontward?
De kabel verdwijnt bij de ene muur in een oranje slangetje en bij de andere in een zwart. Waarom?
In Horst kom ik ook veel witte nummers tegen, in Straatschrift Tienray zijn ze allemaal geel. Heeft dat kleurverschil iets te betekenen en zo ja wat?
Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan, maar ik neem aan dat u uit het voorgaande al kunt opmaken dat ik Straatschrift Tienray fantastisch vind. Mijn enige bezwaar is de kleinschaligheid, de isbn-loosheid en het laten van bol.com voor wat het is. 99 van de 100 mensen mogen het dan achteloos terzijde schuiven, dat betekent tegelijkertijd dat duizenden het fascinerend zullen vinden. Die laatsten blijven nu verstoken van dit juweeltje.

De meest intrigerende foto vind ik overigens deze:
Mijn verklaring: Tadeusz Koplin, de godvruchtige huisschilder uit het Mazurische Szczytno die tijdelijk door Gebroeders Van der Donk was ingehuurd als nummers-op-wegdek-aanbrenger heeft de verleiding niet kunnen weerstaan zijn handtekening achter te laten in Mariabedevaartsoord Tienray. De pijl duidt op de richting die hij wenst in te slaan nadat hij z’n laatste levensadem heeft uitgeblazen.

maandag 10 oktober 2011

Olifantenpaadjesavond – Column Erik van Maarschalkerwaard

Erik van Maarschalkerwaard studeerde architectonische vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem en architectuur aan de Academie van Bouwkunst te Arnhem en Amsterdam. Hij is sinds 1990 werkzaam als architectonisch vormgever en beeldend kunstenaar. Hij woonde en werkte achtereenvolgens in Arnhem, Grave, Leunen, Vlierden en Venray en sinds 2002 in Tienray. Hij heeft een aantal fantastische projecten op z’n naam staan, waaronder de TG-KL, de Time Generator Klein Lourdes. Die moest hij dit voorjaar op last van de gemeente verwijderen, maar binnenkort zal dit fenomeen elders in de gemeente een comeback maken. Erik heeft een eigen website.


Olifantenpad en slakkengang

Toen Wim vroeg of ik mij wilde scharen in een gezelschap van olifantenpaadjesavondcolumnisten ben ik eerst eens door mijn gedachtegangen gaan dwalen of ik wel aanknopingspunten hiermee had.

Soms ontstaan er op zo’n moment spontaan olifantenpaadjes in huis, dan kom je dingen tegen waarvan je even vergeten was dat ze er zijn en zo viel mijn oog op een ansichtkaart die Willem de Kievit mij stuurde.
WdK(oprichter van Bouwbureau De Kievit), een vermaard en hoewel gepensioneerd bouwmeester, nog steeds een inspirator en één van de pioniers van het initiëren en opstarten van olifantenpaadjes. Zijn wegen zijn echter niet altijd navolgbaar waardoor er later niet altijd sprake is van het ontstaan van een olifantenpaadje. Maar dat terzijde. Ergens moet het toch beginnen

Hij schrijft op 7 september 2008 vanuit de Pyreneeën in de omgeving van Le Pont d’Espagne, Cauterets:
we hebben vandaag een uur gewonnen, zien geen bergen meer voor ons. Er zijn geen beren op de weg en zijn afgedwaald van het rechte pad. Waar dit toe kan leiden werd duidelijk na de derde fles toen we onze wandeltocht naar boven probeerden te reconstrueren … Eerst stonden we in een rij achter een familie duizendpoten, toen we daar voorbij waren moesten we aan de kant springen voor een hooiwagen die opeens van rechts uit het bos kwam. Een tijdje lang sukkelde er een pantoffeldiertje voor ons uit. Maar het inzicht kwam pas toen we een slak inhaalden: waarom doen wij het ook niet op onze pantoffels? Als we onze tijdwinst op pantoffels kunnen boeken dan telt het misschien wel dubbel!

hartelijke groet vanuit de Pyreneeën, Willem de Kievit
Een heel helder, duidelijk geschreven berichtje, maar waar ik toch nog de nodige vraagtekens bij had. Pas toen ik later zijn opgetekende reisnotities van die dag las kon ik het beter plaatsen:
… Op één van onze wandelingen vanuit Cauterets treffen wij een uitzinnige Engels sprekende toerist. Hij komt plotseling vanuit het bos via een onooglijk en bijna als pad onherkenbaar paadje en staat voor onze neus. ‘Follow the desire lines’, spreekt hij triomfantelijk en maakt een plechtig uitnodigend gebaar naar de plek waar hij zojuist vandaan is gekomen. ‘Don’t be afraid, there are no elephants, and if it’s so it is not a white one, … you can have a safe walk …’ Ik kijk mijn compagnon eerst argwanend aan, maar de blik in zijn ogen zegt dat er niet valt aan te ontsnappen. Al bij de eerste stappen die we zetten op het paadje dat eigenlijk geen pad is, zien we de boomstammen voor ons vreemd oplichten. Het is de flits van de camera van de Engels sprekende toerist. Die meteen daarop aan de overkant van de weg uit het zicht verdwijnt via een volgend paadje dat eigenlijk geen pad is ….
Wat is dit voor een theater? Onze nieuwsgierigheid is gewekt; we volgen een smal door de tijd uitgesleten paadje en klauteren naar boven. Net als we denken nu wordt het te gek komen we op een grotere weg uit. Op een steenworp afstand zien we de herberg waar we naar toe op weg zijn. Collodi kijkt op z’n horloge en concludeert dat het een uur vroeger is dan dat we gedacht hadden dat het zou zijn als we bij Les Ruisseaux zouden aankomen. Met een grote glimlach kijken we elkaar instemmend aan. De daaropvolgende culinaire zitting duurt veel te smakelijk en veel te lang.
Later die dag dalen we in een slakkengang de berg weer af, terug naar het hotel in Cauterets. Onderweg staan we nogal eens stil bij een boom. En er staan er veel daar … De één wordt de stand van zaken van de Nederlandse architectuur toevertrouwd, de ander wordt getrakteerd op een verdunde hoeveelheid alcohol, een volgende wordt innig omhelsd. Late wandelaars die we tegen komen worden aangemoedigd met ‘follow your desire lines’

Tot zover.

Een mooi staaltje van olifantenpaadjesgebruik ….

Of de in de notities beschreven Engels sprekende toerist Jan-Dirk van den Burg betrof is niet direct op te maken uit Willem’s aantekeningen ...

Maar het is wel duidelijk dat het overal wemelt van de olifantenpaadjes …
Eigenlijk zijn wij mensen best dom. Eerst wordt er voor veel geld een infrastructuur bedacht en aangelegd en vervolgens bewandelen we hele andere paden. Met wat voor doel? Is er iets mis met hoe wij onze wandelpaden aanleggen? Natuurlijke tijdwinst of geen moment te verliezen?
Is dat niet tekenend voor onze tijdgeest? We stellen met zijn allen allerlei structuren, regels, voorschriften, wetgevingen, verordeningen, veiligheidsregels, richtlijnen en nog veel meer op en we doen vervolgens toch wat we zelf willen.
Met een borrel op achter het stuur gaan zitten, met 80 km per uur door een dorp rijden, afval laten dumpen, schelden op de politie en van het rechte pad afwijken …
In feite hebben we te maken met een omgekeerde wereld: we spreken veel dingen af en maken besluiten hoe we onze omgeving gebruiken en doen vervolgens wat anders.

Is water dan niet eigenlijk veel slimmer? Vanuit de bergen stromend, kiest het (veelal zonder uitgewerkt plan) de meest vanzelfsprekende route. Een waterolifantenpad waar desgewenst waterbewoners op mee kunnen liften op weg naar zee.

En wat te denken van het luchtruim: kennen vogels de vrijheid af te wijken van hun voorbestemde vliegbewegingen en vluchtlijnen?
Ik denk dat dat genoeg stof kan opleveren, Wim, voor een in de toekomst te organiseren avondje Mussencorridoortjes of Kievitkoersjes ….

En dan om nog even terug te komen op Willem’s omzwervingen en belevingen:

‘Het is goed om gebruik te maken van olifantenpaadjes maar doe het af en toe ook op je pantoffels!’

Erik van Maarschalkerwaard

maandag 19 juli 2010

Intermezzo – Puzzelstukjes (en helden)

Heel soms gebeurt het dat twee puzzelstukjes in elkaar vallen (vreemd trouwens dat puzzelstukjes in elkaar vallen). Mij viel dat geluk afgelopen week ten deel.

Puzzelstukje 1: op 27 mei ontdekte ik een prachtige installatie in de etalage van een voormalige winkel aan de Spoorstraat in Tienray (ik schreef er vorige week al over).Puzzelstukje 2: op 25 juni viel m’n oog ineens op dit object in een tuin aan Over de Beek in Tienray:Een opberghok voor tuingereedschap? Een lanceerinstallatie voor een ruimtevaartuigje? Een afvoerinstallatie voor onderaardse dampen? Of toch gewoon een luxe poepdoos om de hoge nood van de eigenaren van het perceel te lenigen? Hoe het ook zij, het volgende Klein Mysterie was geboren. Ik besloot er te zijner tijd eens een stukje aan te wijden.

Hoe vielen deze twee puzzelstukjes nu in elkaar? Of moeten we zeggen: hoe dwarrelden deze twee puzzelstukjes nu in elkaar? Want er gingen wel 24 uur overheen voordat de stukjes elkaar bereikten. Afgelopen donderdag vertelde iemand me dat de WK-installatie in de voormalige winkeletalage het werk was van kunstenaar Erik van Maarschalkerwaard. Daarmee begon Puzzelstukje 1 aan een dwarreltocht die een dag later tijdens het lezen van Peel en Maas eindigde in de armen van Puzzelstukje 2. Want laat het Venrayse weekblad nu een uitgebreid artikel bevatten over het object in de tuin aan Over de Beek. En laat dat object nu een werk zijn van Erik van Maarschalkerwaard! Van de weeromstuit zou je nog gaan geloven in een Grote Ordenaar.Het object blijkt een houten constructie te zijn, bekleed met masonite en voorzien van zinken deuren en een zinken dak. Het heet TG-KL, wat staat voor Time Generator Klein Lourdes. Erik van Maarschalkerwaard in Peel en Maas over zijn kunstwerk: ‘Ik wilde iets maken waar mensen zich van zouden afvragen wat het is. Alles is altijd netjes geordend in Nederland en volgens regels. Er is weinig ruimte om te fantaseren.’
Dat vind ik nu geweldig: plompverloren ergens iets geks neerzetten en mensen vervolgens maar laten gissen wat het is, terwijl het niks is, althans niks functioneels. En het werkt, in elk geval bij mij, want ik had op 25 juni dus meteen al vier mogelijke functies aan het object toegekend. Zo zie je maar: de ene week lazeren twee helden van hun voetstuk, de andere week heb je er ineens weer een held bij.