Posts tonen met het label koeien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koeien. Alle posts tonen

woensdag 12 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (22) | Bor en Joop Lucassen en Aukje van Dijk

Zondag 9 januari. Laatste dag van mijn kerstvakantie. Laatste wandeling in deze serie – denk ik dan nog. Ik heb het waarschijnlijk al eerder geschreven: elke wandeling is speciaal. Elke wandeling om een andere reden. Deze wandeling is alleen al speciaal omdat het – denk ik dan nog – de laatste is. Maar ook omdat ze in het teken staat van een van mijn bijzondere voorliefdes.


Op alwéér zo’n koude natte ochtend sta ik te wachten op de parkeerplaats bij natuurgebied het Ham aan de Hesselenweg als Bor Lucassen (5) en zijn ouders Joop (46) en Aukje (45) aan komen fietsen. Bor, voorop bij Aukje, heeft dikke pret als mama door een grote plas water fietst. De fietsen worden geparkeerd, we duwen het klaphek open en onze speurtocht naar de huisjes van David en Lisa kan beginnen. David en Lisa? De hoofdrolspelers van een geocache in het Ham! David en Lisa zijn kabouters (een van mijn bijzondere voorliefdes) en de bouwers van zeven kabouter-vogelhuisjes in het Ham. Uit de toelichting bij de cache: ‘Deze vogelhuisjes zijn kabouterhuisjes, die kun je goed herkennen omdat het gat waar de vogeltjes in kunnen vliegen dicht is. Bij elk vogelhuisje hoort een verhaaltje en over dit verhaaltje wordt een vraag gesteld.’


Aukje heeft deze kerstvakantie op een traject van in totaal 19 kilometer zes afvalzakken met zwerfafval verzameld. Totale gewicht: 22 kilo. Ook vandaag is Aukje ZAP-per (‘zwerfafvalpakker’) van dienst. Joop heeft een dubbelfunctie: hij is zowel navigator als voorlezer. Mijn rol blijft beperkt tot volgen, toehoren en als-het-maar-enigszins-kan-de-modder-mijden (wat maar zelden kan). Bor is de gedreven kabouter-vogelhuisjesjager. En de minstens even gedreven als-het-maar-enigszins-kan-midden-door-de-modder-loper.


De cache is niet louter voor de leuk, hij dient ook een natuureducatief doel. Medebewoner van het  vierde kabouter-vogelhuisje is bijvoorbeeld een everzwijn. Uit het bijbehorende verhaaltje: ‘Dit dier is een soort varken, en weet je dat een volwassen mannetje in Nederland wel 120 kg kan wegen!?? Het everzwijn zit graag in een bos waar ook modderpoelen zijn.’ Omdat er daarna een vraag volgt over het verhaaltje is de deelnemer, Bor in dit geval, gedwongen goed te luisteren. Toch vraag ik me af of het beklijft. Ik moet denken aan de legendarische Lei Coppus (‘meister Coppus’) die zestig, zeventig jaar geleden met zijn leerlingen de natuur introk en er ter plekke over doceerde. Die leerlingen van toen hebben het er nu nog over. Over beklijven gesproken. Maar dit terzijde.


Bij een wei met koeien aan de Reulsweg knijpt Bor zijn neus dicht: ‘Het stinkt hier.’ Verder vermaakt hij zich opperbest. Hoe onbegaanbaarder de paden worden, hoe meer hij geniet. Gebiologeerd staart hij naar een bijna doormidden geknaagde boom. Wie dat heeft gedaan? Bor: ‘Een bever.’ Het kan dus toch: natuureducatie die beklijft zonder dat Lei Coppus eraan te pas heeft moeten komen.


Aukje is eveneens in haar sas: aanvankelijk leek het erop alsof ze nog geen boterhamzakje gevuld zou krijgen met zwerfafval, maar geleidelijk blijkt dat ze er toch goed aan heeft gedaan een bigshopper mee te nemen. Drukt je met de neus op de feiten.


Bor heeft alle vragen goed beantwoord. Dat betekent dat het vinden van het einddoel, het Grote Huis, een fluitje van een cent is. Daar ligt een kleine beloning te wachten. Joop noteert de naam van Bor in het notitieboekje dat in het Grote Huis ligt. Bemodderd maar voldaan keren we terug naar de parkeerplaats. Bor, Joop en Aukje fietsen weg. Bor, ditmaal voorop bij Joop, heeft dikke pret als papa door een grote plas water fietst.


Dit was bedoeld als laatste aflevering van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst (klik hier voor een toelichting). Totdat eergisteren bleek dat één (tijdige) aanmelding voor een wandeling in mijn spambox terecht was gekomen. Die wandeling heeft gisteren alsnog plaatsgevonden. Morgen of overmorgen het verslag daarvan.

maandag 16 augustus 2021

Intermezzo – Dwarsdoorsnede (2)

Een wandeling van Merselo naar Heide op Horst-sweet-Horst? Horst-sweet-Horst gaat toch over Horst aan de Maas? Klopt, maar deze wandeling is de tweede etappe van een wandeltocht van Peel naar Maas, diagonaal door de gemeenten Venray en Horst aan de Maas, met als eindbestemming Grubbenvorst. Vandaar.  

In de bossen ten noordwesten van Merselo. Neiging om langs de Ballonzuil te lopen toch maar onderdrukken. Anders raak ik te ver verwijderd van m’n met een rode stift op een geprinte kaart getrokken diagonale lijn van Vredepeel naar Grubbenvorst. Precies over die lijn lopen blijkt sowieso ondoenlijk. Pogingen dat geforceerd toch te doen hebben geleid tot zigzaggeloop en nu al de nodige extra kilometers. Maakt het wat uit? Niks.


De drukke Beekweg over en Daland op. Klinkt Scandinavisch. Alf Inge Daland. Noorse voetballer van vroeger. Het oogt hier vriendelijker, kleinschaliger, afwisselender dan in het ongenaakbare buitengebied van Vredepeel. Uitnodigender ook voor de onderdrukte maar hoognodige sanitaire stop. Geen ronkende motoren meer, wel gemiauw van een buizerd. Even onheilspellend. Niet Alf Inge Daland trouwens maar Alf Inge Håland. Een letter verschil. Maakt het wat uit? Niks.


Met een grote boog om Merselo heen. Over een denkbeeldige lijn lopen en dan een grote boog maken. In het echt kan alles. Handrik. Heeft Merselo soms het patent op prachtige straatnamen? ‘Onze koeien kunnen ziek worden van hondenpoep’, meldt een bordje. Alleen: geen koe te zien. Ook geen prikkeldraad meer. Als deze wandeling tot één inzicht leidt, dan wel dat de koe ongemerkt en in sneltreinvaart buiten beeld aan het raken is. Maakt het wat uit? Ja.


Oversteek van de Loobeek. Waarvan het dal tot een bloedige Venrayse politieke oorlog heeft geleid. Vandaag oogt het vooral vredig. En weelderig begroeid. Door de begroeiing de beek niet meer kunnen zien. Maakt het wat uit? Geen idee.


De Hardeweg of de Kiekweg? De Kiekweg. Al was het maar vanwege de naam. Precies op het breukvlak van bebouwde kom (links) en buitengebied (rechts) van Venray. Gedaan met de rust. Gepasseerd door drie enorme landbouwmachines met aanhangers. Verklaart de dubbele betonverharding langs deze weg. Oversteek van de drukke Deurneseweg. Pal daarnaast een veldkruis. ‘Offert hier voor de zielen in het vagevuur en tot afwering van besmettelijke ziekten.’ Maakt het wat uit? Misschien. Corona de straf voor een gebrek aan offerbereidheid?


(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray, zij het zonder foto’s)

vrijdag 6 augustus 2021

Intermezzo – Dwarsdoorsnede (1)

Een wandeling van Vredepeel naar Merselo op Horst-sweet-Horst? Horst-sweet-Horst gaat toch over Horst aan de Maas? Klopt, maar deze wandeling is de eerste etappe van een wandeltocht van Peel naar Maas, diagonaal door de gemeenten Venray en Horst aan de Maas, met als eindbestemming Grubbenvorst. Vandaar.  


Op de grens van Noord-Brabant en Limburg, uiterste noordwestpunt van de gemeente Venray. Vredepeel heet het hier. Akkers, bossen, sluisje, klaterend water. Vredig inderdaad. Zelfs de bunker op de oever van het Defensiekanaal draagt bij aan de idylle. Quads en een hele stoet crossmotoren verpesten het feestje. De hel. Aan de wandel dan maar.


Peelontginningsgebied, nog geen zeventig jaar oud. Kaarsrechte, vers geasfalteerde wegen, akkers, weinig bomen, vergezichten, leegte. Alles ademt naoorlogse efficiëntie. Noordoostpolderachtig. Het stinkt. Geen levend wezen te bekennen. In de verte nog steeds het razend geweld van quads en crossmotoren. Om de paar honderd meter een boerderij. Enorme stallen. Koeien, vermoed ik op grond van de vormgeving van de stallen en op grond van de stank – koeienstallen stinken anders dan varkensstallen. Je ruikt ze alleen, de koeien, je ziet of hoort ze niet. Grasland in overvloed, géén koeien. Het ontbreken van prikkeldraad wijst erop dat dit geen tijdelijke situatie is. Steeds meer koeien treft hetzelfde lot dat varkens al enkele decennia treft: ze brengen hun hele leven in stallen door, niet zelden met uitzicht op een sappige groene wei. Zo dichtbij en toch zo ver weg. Een tantaluskwelling zou je het kunnen noemen. Of ziek cynisme.


Verderop toch koeien buiten, egaal zwarte kalveren. Semi-buiten dan: elk kalf heeft z’n eigen kalveriglo met daarvoor een uitloopruimte van enkele vierkante meters waarin het z’n kont net kan keren. Gele oormerken in beide oren. Waanzin. Ze kijken me aan. Denken ze hetzelfde als ik? Denken ze überhaupt?


Verder maar weer. Nog meer kaarsrechte wegen, vergezichten, akkers, grasland, stallen, stank. Nog steeds nauwelijks mensen, bomen, dieren. Zelfs nauwelijks vogels, op die blauwe reiger na dan die net zo hard van mij schrikt als ik van hem. Eén doffe ellende deze wandeling tot dusverre? Zo lijkt het misschien. Toch heeft m’n stemming er niet onder te lijden. Bloeien de mooiste bloemen niet op de mestvaalt? 


Vredepeel-centrum laat ik rechts liggen, links lonken bossen en daarachter de banlieue van Merselo. Nog een laatste gigastal, woedend hondengeblaf, de eerste vooroorlogse boerderij van vandaag. Dan de weldadige rust van het bos. Tijd voor een broodje op een bankje.

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag ook in Via Horst-Venray, zij het zonder foto’s)

vrijdag 1 januari 2021

Intermezzo – Onnozele hals

Vrijdag 1 januari 2021, 15.03 uur, Saarweg te America (klik op pijltje om film te starten):