Posts tonen met het label Schuitwater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schuitwater. Alle posts tonen

zondag 14 juni 2026

Intermezzo – Moelbaere

‘Mit Sint Piëter en Paul zien de moelbaere riép.’
Vraag me niet waar en waarom, maar ergens in de jaren zeventig hoorde ik Chris Claassens (‘Claasse Crit’), langjarig wethouder van de voormalige gemeente Horst, dit een keer zeggen. Hoewel heiligendagen niet héél vast zijn verankerd in mijn geheugen, is de datum van het feest van de heiligen Petrus en Paulus me sindsdien altijd bijgebleven: 29 juni. En inderdaad waren rond die dag de moelbaere rijp. In de eerste week van de grote vakantie in ’t Schuitwater moelbaere plukken behoorde jarenlang tot onze gezinstradities. Waarom in ‘t Schuitwater? Waarom niet in het bos dat zijn naam ontleent aan de bosbes, de Moelbaerenbos? Simpelweg omdat het aanbod in ’t Schuitwater veel groter was. 


Precies een week geleden liep ik door de Moelbaerenbos. Ik kon m’n ogen niet geloven toen ik daar rijpe moelbaere zag staan. Op 7 juni! Een kleine maand vóór Piëter en Paul! Klimaatverandering? Of gewoon toevallig een keer een vroeg bosbessenseizoen? Geen idee. Wat er meer toe deed: de moelbaere waren heerlijk.


Dat er in de Moelbaerenbos nu meer moelbaere te vinden zijn dan in mijn jeugd, is mede te danken aan Gerrit Vullings en – ere wie ere toekomt – Leon Litjens. De destijds 87-jarige Vullings riep in september 2009 in een ingezonden brief in De Echo de gemeente Horst aan de Maas op over te gaan tot herplanting van bosbessen in de Moelbaerenbos. De moelbaere waren op dat moment nagenoeg verdwenen uit het bos. Toenmalig (en huidig) wethouder Leon Litjens zag wel brood in herplanting. Enkele weken later plaatste hij samen met Gerrit Vullings de eerste struiken. Waarvan ik vorige week de vruchten plukte. 


Gisteren ging ik terug, ditmaal gewapend met een bakje.


Na enkele minuten passeert een wandelaar.
- Ze zijn wel klein zeg!
- Dit zijn moelbaere, blauwe bessen zijn inderdaad een stuk groter.
- Ja, dat weet ik wel, maar ze zijn gewoon klein.
- Nou ja, maakt me niet zoveel uit.
- Ze zijn echt héél klein.
- Volgens mij zijn ze nooit veel groter.
- Jawel hoor!


Opbrengst na ruim een half uur plukken: tweehonderd gram. In diezelfde tijd pluk je tien keer meer blauwe bessen. De voldoening daarvan is tien keer minder. 

donderdag 3 april 2025

Intermezzo – Raaf

Kijk! Daar vliegt ie! Goed kijken! Daar, rechts naast de zon! In Kronenberg!


Hoog op een Poolse berg zag ik eind juni 2022 voor het eerst van mijn leven een raaf. Op een afstand van een meter of twintig, hippend op een rotsblok, zich regelmatig verbaal uitend met een rauw, ver dragend kroa-kroa. Het zien en horen van die raaf deed me iets. Het voelde als een privilege, ik kan niet verklaren waarom.


De daaropvolgende tweeënhalf jaar zag en hoorde ik de raaf opnieuw, op diverse plekken in Duitsland en Polen. Telkens weer die sensatie, die magische roep, dat gevoel uitverkorene te zijn. Helemaal in de ban van de grootste zangvogel die er is, tot op de dag van vandaag verguisd en zwartgemaakt. Ik waagde vorig jaar zelfs een krakkemikkige tekening aan de raaf, met daarbij een van Wikipedia overgenomen tekst waarin enkele van zijn gedragingen worden aangestipt.


Ruim een maand geleden. Ik maak met iemand een wandeling in het buitengebied van Kronenberg. Wat hoor ik? Dat kan toch niet? Ja, ik weet dat Nederland enkele honderden raven herbergt. Maar dan toch zeker in natuurgebieden en niet plompverloren op de arme Kronenbergse zandgronden? ‘Inderdaad een raaf’, reageert mijn wandelgenoot laconiek. Heeft ie enkele weken eerder ontdekt met behulp van een appje toen hij ongeveer op dezelfde plek vogelgeluiden hoorde die hij niet kon thuisbrengen. Waarom heeft hij me dat niet eerder gezegd? Gebiologeerd blijven we staan luisteren. Even later zien we twee raven wegvliegen. Ongelooflijk.


Twee weken geleden. Ik ben aan het wandelen in het Schuitwater. En weer: het zal toch niet? Het zal wel: twee onzichtbare raven, luidkeels met elkaar communicerend. Ongeloof. Genieten. Ineens vliegt een van de raven op, vijftig meter voor me. Snel een foto proberen te maken, maar zo goed als mislukt natuurlijk.  


Vorige week. Terug naar Kronenberg. Zou het? Ja. Twee raven, ik hoor ze wel, maar zie ze niet. Weer een dag later. Terug naar Kronenberg. Zou het? Ja. Twee raven, we horen ze wel en we zien ze ook: dichtbij en hoog in de lucht.


Afgelopen zondag. Terug naar Kronenberg. Zou het? Nee. Ik hoor ze niet, ik zie ze niet. Verontrusting. Maandag dan maar terug. Zou het? Ja. Eén raaf, ik hoor ‘m en ik zie ‘m. Dichtbij en heel hoog in de lucht.


 In Kronenberg. Niet te bevatten.

(Met dank aan Y voor het eerste filmpje en aan Z voor de foto bij het tweede filmpje en voor de laatste foto)

maandag 10 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (20) | Jim Weijs

Donderdag vroeg iemand zich af of ik soms word gesponsord door het Horster centrummanagement met die wandelingen. ‘Ga eens naar bijvoorbeeld Broekhuizen, Ooijen-Wanssum of Meerlo. Tien keer beter!!!’ Hoho! Er was een open aanmelding voor deze wandelingen en ik laat iedereen de keus waar hij of zij wil wandelen. Op deze vrijdag begeef ik me zelfs tot twee keer toe een heel eind buiten Horst. Met Jim Weijs heb ik afgesproken op de parkeerplaats in het Schuitwater. Jim (26) is docent in het middelbaar onderwijs en was van 2015 tot 2020 gemeenteraadslid voor D66 en D66+GroenLinks in Horst aan de Maas. Hij is opgegroeid in Lottum en woont nu in Tegelen. We kennen elkaar.


‘Zullen we de blauwe route lopen?’
‘Prima, het is jouw feestje.’
‘Dan beginnen we aan deze kant van de weg en komen we straks aan de andere kant van de weg bij het echte Schuitwater.’
‘Huh? Het Schuitwater ligt toch aan beide kanten van de weg?’
‘Zo wordt het genoemd ja, maar het echte Schuitwater ligt aan de Lottumse kant van de weg.’
‘Is dit Lottums chauvinisme of zo?’
‘Euhhh …’


Jim heeft dan al gezegd dat hij is opgegroeid aan het Zwaanen Heike in Lottum, op een steenworp afstand van het Schuitwater. Fantastische straatnaam, alleen al vanwege die beide a’s, daar zijn we het snel over eens. Wel een naam die je vaak moet spellen.


We zijn meteen al zó druk in gesprek dat we de blauwe route binnen de kortste keren bijster zijn. Alsof het iets uitmaakt: Jim kent het gebied op z’n duimpje, hij heeft hier vaak gerend en gewandeld. Wandelen door een bebouwde omgeving vindt ie maar niks.


Tot mijn groot genoegen blijkt Jim een voetballer te zijn. Hij speelt in het tweede elftal van SV Lottum, ‘met vrienden, voor mijn plezier’. Jim zegt het niet met zoveel woorden, maar tussen de regels door lezend kom ik tot de conclusie dat hij in de jeugd geen onverdienstelijk voetballer moet zijn geweest. Hij is een beetje afgeknapt op mensen die geen verschil zien tussen voetballen bij een dorpsclub en in de finale van de Champions League spelen.


We zijn inmiddels de weg overgestoken en komen bij het Schuitwater. Het échte Schuitwater. Ik vergeet Jim hiermee te plagen omdat ons gesprek een wending heeft genomen: van voetbal naar politiek. Mijn ervaring met lokale (ex-)politici, van welke politieke kleur dan ook, is dat ze niet meer kunnen ophouden met over politiek praten als ze iemand, mij bijvoorbeeld, treffen die de politiek intensief volgt. Jim vormt geen uitzondering op deze regel. We hebben het onder meer over de vraag of de landelijke politiek naar rechts is opgeschoven en hoe je, ook lokaal, moet omgaan met populistische partijen.


Terwijl we door de modder baggeren – een vrij frequent fenomeen tijdens deze serie wandelingen – zegt Jim het te betreuren dat de linkse partijen in Horst aan de Maas nooit een blok hebben weten te vormen tegenover het almachtige CDA. Ik vraag of hij D66 dan als een linkse partij beschouwt – plagen zit in mijn aard. ‘Ja, hoor. Althans, de Horster tak wel. Andere takken en landelijk niet altijd.’ Hoe dan ook, van het besluit, vier jaar geleden, om met D66+GroenLinks toe te treden tot de coalitie heeft hij geen spijt. En zo zouden we ongetwijfeld nog uren zijn doorgegaan als er geen volgende wandelafspraak op de agenda stond. 


Dit was aflevering 20 van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. De kerstvakantie en de wandelingen zijn inmiddels voorbij. Morgen en overmorgen volgen nog verslagen van de laatste twee wandelingen.

donderdag 15 juli 2021

Intermezzo – Kraamkamer (2)

Enkele weken geleden maakte ik twee lange wandelingen door bosgebieden in Horst aan de Maas en Venray. Bossen worden, blijkens op diverse plaatsen aangetroffen welkomstborden, tegenwoordig aangeduid als ‘Kraamkamer van de natuur’. Zelf zag ik vooral ongelooflijk veel menselijk ingrijpen. ‘Kraamkamer van de natuur? Speeltje van de mens zal je bedoelen!’, was dan ook de enigszins provocerende afsluiting van het stukje dat ik erover schreef (klik hier). Een van degenen die zich aangesproken voelde was Wim Heijligers, gepensioneerd bioloog uit Horst. ‘Ga anders een keer met mij op pad, dan kan ik je de visie van een ecoloog op natuur-cultuur uit de doeken doen’, nodigde hij me uit. Graag, leuk, interessant, leerzaam – afwijzen kwam geen moment bij me op. Dus spraken we af. In het Schuitwater. Om daar urenlang te wandelen en onderwijl te praten. Wim & Wim. Met al snel een vaste rolverdeling. Die Wim de meester, deze Wim de leerling. Deze Wim de vragen, die Wim de antwoorden. Die Wim docerend, deze Wim gedoseerd tegensputterend. Deze Wim begripvol, die Wim begripvol.

De Bloedrode heidelibel is puur natuur. Het prikkeldraad markeert een grens, aan de ene kant waarvan pony's grazen en aan de andere kant wandelaars lopen.

Enkele honderden woorden zijn veel te weinig voor een adequate samenvatting. Ik som gewoon wat dingen op die me zullen bijblijven. In de eerste plaats de ongelooflijk brede kennis der natuur van die Wim – al zal hij zelf de eerste zijn om deze opmerking te bagatelliseren. Verder het fanatisme waarmee hij elke niet héél alledaagse vogel, vlieg, vlinder, libel of wesp fotografeert en vervolgens registreert op waarneming.nl. Al die planten en dieren zijn puur natuur, er komt geen mens aan te pas, doceerde hij. Een ander, ter plekke aanschouwelijk gemaakt lesje dat hij me leerde: de ingrijpende gevolgen van de – door de mens veroorzaakte – hoge stikstofneerslag voor de vegetatie en daarmee ook de biodiversiteit van het Schuitwater.

De natte elzenbossen van het Schuitwater zijn het leefgebied van de Kleine ijsvogelvlinder, die vaak al nectarzuigend op braam in de bosrand te zien is.
Hij maakte me eveneens duidelijk dat het huidige aanzien van het Schuitwater deels tot stand is gekomen aan de tekentafel. De natuur dus toch een speeltje van de mens? Nee, dat ligt iets genuanceerder: zie het meer als een reparatiepoging van de mens, als een soort compensatie voor eerder aangedaan leed, als een poging om iets van de verloren gegane en broodnodige biodiversiteit terug te winnen. Maar het blijft dweilen met de kraan open zo lang diezelfde mens weigert in te zien dat de nood zo langzamerhand aan de man is.  

De Bastaardzandloopkever profiteert van de door wandelaars benutte wandelpaden. Het open zand vormt ideaal jachtgebied voor de kever.
Conclusie: inderdaad uitermate leuk, interessant, leerzaam. Af en toe vloeit er ook nog eens iets moois voort uit zo’n stukje.

(Dit stukje verscheen gisteren ook in Via Horst-Venray, zij het zonder de prachtige, door Wim Heijligers recentelijk in het Schuitwater gemaakte foto's. Ook de bijschriften zijn van zijn hand.)

woensdag 16 juni 2021

Intermezzo – Kraamkamer (1)

Afgelopen weekend bijna twee dagen lang in een kraamkamer verbleven. Het was er bijzonder aangenaam vertoeven. Hartelijk welkom geheten, door alles en iedereen verwend, omgeven door warmte en vrolijkheid, slechts af en toe enig gekrijs.


U wist niet dat ik in blijde verwachting was? Kan ik me voorstellen. Met een nakend (groot)vaderschap had mijn tweedaags verblijf in die kraamkamer dan ook helemaal niets van doen. Wel met twee wandelingen. Op vrijdag in de Geijsterse Bossen en de Boschhuizerbergen en de volgende dag van Wanssum via Maaspark Ooijen-Wanssum, Broekhuizenvorst en Melderslo naar Horst. Op beide dagen in voortreffelijk gezelschap. Maar vanwaar dan die kraamkamer? Omdat beide wandelingen zich grotendeels afspeelden in bosgebieden. En die worden, blijkens op diverse plaatsen aangetroffen welkomstborden, aangeduid als ‘Kraamkamer van de natuur’. Moeder natuur die hier haar schatjes baart. Zoiets, vermoed ik.


Het was om je vingers bij af te likken, de majestueuze beuken in de Geijsterse Bossen, de jeneverbessen in Boschhuizerbergen, de waterpartijen in Maaspark Ooijen-Wanssum, de poelen in het Schuitwater, de zandverstuivingen op de Swolgender Heide. Allemaal prachtig en uitnodigend. Het leek wel een sprookje. Uiteindelijk ís het ook een sprookje. Want op de keper beschouwd is het toch een illusie. Te mooi om waar te zijn. Je dénkt dat de natuur het hier voor het zeggen heeft, maar als puntje bij paaltje komt is het de mens die de baas is. Dezelfde mens die heeft beschikt dat bever en vogelkers hier zijn geïntroduceerd, gaat met evenveel gemak over tot de verdelging van bever en vogelkers. Of het nu gaat om bomen die zijn voorzien van oranje stippen of om van mos ontdane bospercelen of om vernatting ter bestrijding van de droogte of om gemaaide paden of om hekken en prikkeldraad die moeten verhinderen dat je je buiten die gebaande paden begeeft: alles is door de mens bedacht en gecreëerd.


Over Maaspark Ooijen-Wanssum hoorde ik gisteren iemand zeggen, doelend op het feit dat nog steeds geen beheerder voor het gebied is gevonden. ‘Het ligt er allemaal nogal natuurlijk bij.’ Het was bedoeld als een verzuchting. Mij klonk het als muziek in de oren.


Ik ben grootgebracht met de tegenstelling natuur – cultuur. Natuur: ongerept, geen menselijk ingrijpen. Cultuur: aangeraakt door mensenhand. Mijn twee dagen wandelen hebben me definitief met de neus op de feiten gedrukt. Die aloude tegenstelling bestaat niet meer. Natuur in zijn oorspronkelijke betekenis bestaat niet meer. Althans niet hier in Noord-Limburg. Kraamkamer van de natuur? Speeltje van de mens zul je bedoelen. 

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm in Via Horst-Venray. Foto’s 2 en 3 zijn gemaakt door Agata Siwek.)  

zondag 17 december 2017

Intermezzo – Heksenbessem

‘Lijkt wel ennen heksenbessem.’
‘Een wat?’
‘Ennen heksenbessem. Ken je toch wel?’
‘Nooit van gehoord.’
‘Méén je niet!’
‘Nee, echt niet.’

En zo moest ik er dus gisteren, toen we tijdens een wandeling in het Schuitwater vanop een afstandje iets vreemds ontwaarden in of aan een berk, achter komen dat J., een geboren en getogen Horstenaar die ook nog eens een stukje ouder is dan ik, het woord heksenbessem niet kent. Wat toch enigszins triest stemt.

Wat J. wellicht triest stemde – hij liet het niet blijken – was dat ik moest passen toen hij informeerde naar een Nederlands equivalent van heksenbessem. ‘Mistletoe, misschien?’, mompelde ik enigszins beschaamd, omdat mistletoe me nu niet meteen een héél Nederlands woord toescheen. Maar met mistletoe bleken we ons wel op gemeenschappelijk terrein te bevinden.
J.: ‘Als je met de trein naar Maastricht gaat zie je op een gegeven moment voorbij Elsloo …’
Ik: ‘… aan de rechterkant een rij populieren met mistletoe.’
J: ‘Ja!’
Ik: ‘Ennen heksenbessem dus.’
j.: ‘Oohh …’

Thuis kwam ik er later achter dat ‘maretak’ het Nederlandse equivalent is van ‘mistletoe’ en – hoe verrassend – ‘heksenbezem’ dat van ‘heksenbessem’. Maretak en heksenbezem zijn geen synoniemen. Al zit er, denk ik, nu ook weer niet zo heel veel licht tussen. Een maretak is volgens Van Dale een ‘kale, altijdgroene struik, woekerend op de stammen en takken van verschillende bomen en heesters, vooral op appel- en perenbomen en populieren’. Een heksenbezem omschrijft Van Dale als
‘een plaatselijke dichte nest- of bezemachtige woekering van takken in de kruinen van bomen, veroorzaakt door soorten van het zakjeszwammengeslacht’. Zakjeszwammengeslacht ...

Nu we het hier dan toch over heksenbessem hebben, wil ik trouwens graag een warm pleidooi houden voor de verbanning van het woord heksenbezem uit het Nederlands en de introductie van heksenbessem. Heksenbezem is karakterloos, stijfjes, formeel – heksenbessem is ritmisch, heeft temperament, swingt. Of op z’n Horster gezegd: heksenbessem is een woord met krael. Forza heksenbessem! 


P.S. Toen we de berk in het Schuitwater gistermiddag van dichterbij bekeken, bleek dat er helemaal geen sprake was van mistletoe, maretak, heksenbezem of heksenbessem, maar van een ordinair gevalletje van boomkanker.

maandag 26 januari 2015

Intermezzo – Dikke DAF

Toen het zaterdagochtend hard sneeuwde, plaatste ik dit berichtje met foto op de Horst-sweet-Horst Facebookpagina:
‘In de strijd tegen de sneeuw is nu op diverse plaatsen in Horst aan de Maas het leger ingezet. Op bijgaande foto zijn de manschappen heroïsch in de weer aan de Meterikseweg in Horst.’
Dit leidde tot de volgende reactie van de in Melderslo geboren en opgegroeide Joost Claassens:
‘In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam Het Leger vaker in Horst, op manoeuvre. De vervaarlijke tank op deze foto werd toen uitgebeeld door een Dikke DAF (voor de niet dienstplichtigen: een vrachtauto) aan beide zijden van bordkartonnen platen te voorzien, met daarop de zijkant van een tank geschilderd. Het geheel was ook nog van een kachelpijp voorzien, een tank moet toch ook een masculien geval als een kanon hebben! Verder is Het Leger ook nog te prijzen voor zijn inzet in een extreem droge zomer, koeien stonden zieltogend smachtend in de wei, enkel dor gras, tot er met een aantal Dikke DAF’s bietenloof uit Brabant werd aangevoerd. Dit heeft veel dierenleed voorkomen en het heeft de economie van Melderslo een ferme zet gegeven. Het Leger kan dus niet meer kapot.’
Prachtig toch? Op mijn vraag of hij geen foto had van die dikke DAF stuurde Joost me vervolgens een privébericht, dat nog veel prachtiger is dan zijn eerste reactie (klik op de tekeningen om ze te vergroten):
Geen foto, wel een tekening die ik in 1961 in klas 1 van het RK Lyceum voor Jongens Immaculatae Conceptionis der Paters Franciscanen te Venray heb gemaakt.
Het betrof een brand in 1959 waarvan de rook in Melderslo te zien was, naast de sensatie van de zich voortspoedende brandweerauto’s en later de Dikke DAF’s met soldaten van de kazerne in Venlo voldoende om ons op de fietsen naar de plek des onheils, vele hectaren bos, te spoeden. Ik heb er slechts een 7 1/2 voor gekregen van de fameuze meneer Min. Te zien zijn diverse technieken om bosbranden te blussen, zoals spuiten van water, vuurharken en graven van brandgangen. Er zit ook een grapje in: het waarschuwingsbord “voorzichtig met vuur” staat zelf in brand. Waar midden in het bos het water werd gehaald, zie de dikke slang in het midden, is mij een raadsel, misschien met een motorpomp uit het Schuitwater. Er staat ook een klein uitgevallen Dikke DAF op de tekening.
Als bonus uit dezelfde periode een “Groeten uit Melderslo” prentbriefkaart, met naast kerk, ruïne en het houten huis [Vlasvenstraat 20], ook de ruïne van de oude kerk.
Waarop ik Joost, na dankzegging voor beide tekeningen en het bijbehorende verhaal, liet weten dat die meneer Min dan wel fameus mocht zijn geweest, maar in dit geval in mijn ogen toch een lelijke uitglijer had gemaakt met dat lage punt. Wat zou Joost er trouwens van vinden als ik onze dialoog niet zou laten verdwijnen in de krochten van Facebook maar zou opwaarderen tot een volwaardig weblogstukje? Zijn reactie:
‘Lees hier het relaas van de brand, inclusief de brandweer van Horst en militairen uit Venlo en zelfs Roermond en Weert. Het was dus 1959, toen zat ik nog op de RK Lagere School te Melderslo. Ongetwijfeld zal ik in het tekencahier bij Meester van Rijswijck ook al geprobeerd hebben mijn ervaringen beeldend weer te geven, ik zag blijkbaar mijn kans schoon om meteen op de eerste klas in Venray een groter publiek te bereiken en dan krijg ik ook nog eens, zestig jaar later, via jou het podium van de wereld! Dus ga je gang!’
Bij dezen.


N.B. Joost liet me ook nog weten dat zijn verhaal op het punt van de legerinzet bij de droogte bij verificatie niet helemaal correct bleek: het veevoer werd gelost op het plein bij de Boerenbond in Melderslo en werd daar opgehaald door de boeren. Zie ook hier.

maandag 16 juni 2014

Klein mysterie 566 – Bever (4)

Ook het Kloosterhofvoorzetje dat Horst-sweet-Horst twee weken terug gaf, is inmiddels vakkundig ingekopt door Dagblad De Limburger. De eigenaar van het winkelcentrum liet de krant weten dat de renovatie van het winkelcentrum nog voor Kerstmis begint.
‘Maar volgen er bezwaren en komen er procedures, dan kan het ook zomaar zijn dat je er weer een jaar bij moet tellen.’ Dan wéét je: daar gaat de komende jaren dus he-le-maal niets gebeuren. En oh, wat zijn die bezwaren en procedures toch altijd weer heerlijk om je eigen onkunde of onwil achter te verbergen.  
Dagblad De Limburger  vertoonde de voorbije weken trouwens trekjes van een Van Persie in topvorm: ook het beverdamvoorzetje van Horst-sweet-Horst verhief de krant bekwaam tot doelpunt.
Dat de vernielers van de beverdam in het Lottums Schuitwater een proces-verbaal hadden gekregen, kan voor de lezers van Horst-sweet-Horst geen nieuws meer zijn geweest (klik hier). Wél nieuw, althans voor mij, was dat dat proces-verbaal was uitgeschreven door de Groene Brigade. Dat blijkt geen terroristische dan wel activistische groepering te zijn, maar ‘een samenwerkingsverband van de politieregio’s en handhavingspartners’ dat tot taak heeft ‘het toezicht in het buitengebied te intensiveren en de leefbaarheid in het buitengebied te bevorderen’. Wéér wat geleerd.
Een woordvoerder van Staatsbosbeheer liet de krant voorts weten dat de bever zijn vernielde dam inmiddels weer heeft opgebouwd en zelfs versterkt. Aan vandalen laat het dier zich dus niets gelegen liggen. De vraag is nu of hij zich wel laat dwarsbomen door Staatsbosbeheer. Dat heeft namelijk een aanvraag voor het verlagen van de dam ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – nog zo’n naam die het Jiskefetgehalte van deze klucht tot ongekende hoogten opstuwt.
Zal de bever buigen voor het gezag van Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland? Ik kan het me nauwelijks voorstellen, de bever lijkt me eerder een anarchist, een gezagsondermijnend type dat er genoegen in schept de zaken te ontregelen. Zou een goed gesprek waarin van beide kanten water bij de wijn wordt gedaan niet meer effect hebben?
Intussen illustreert het hele gedoe mooi de hedendaagse verhouding tussen mens en dier. Sois belle et tais-toi. Braaf zijn en bek dicht. Anders zwaait er wat. 

zondag 1 juni 2014

Klein mysterie 563 – Bever (3)

Kom ik voor de verandering eens een keer cynisch uit de hoek, moet ik m’n keutel nog intrekken ook.

U herinnert zich ongetwijfeld de bever in het Lottums Schuitwater: meneer bouwde een dam in het Schuitwater, de waterstand steeg, de steigers van hengelsportvereniging Willem Barendsz kwamen onder water te staan, Staatsbosbeheer hing een camera op bij de dam, de dam werd desondanks door een onbekende verlaagd en het water zakte weer.
Na een eerste stukje in februari publiceerde ik er op 7 april een tweede stukje over. Dat eindigde als volgt: ‘Wat denkt u: zou de urgentie om de damverlager op te sporen groot zijn? Of zouden zowel Willem Barendsz als Staatsbosbeheer als de gemeente heimelijk maar wat blij zijn dat iemand hen van een netelig probleem lijkt te hebben verlost? En de camera van Staatsbosbeheer dan, die bij de dam hing ‘om te voorkomen dat vreemde deze verstopping verwijderen’? Die heeft ongetwijfeld te kampen gehad met een tijdelijke storing.’
Nu blijkt dat ik voor één keer te cynisch ben geweest. Wat lezen we namelijk op de website van Willem Barendsz: ‘Er zijn door Staatsbosbeheer camera’s geplaatst, en aan de hand van deze opnames is er inmiddels proces-verbaal opgemaakt aan meerdere personen in Lottum die takken uit de beek hebben weg genomen. Evt. boetes zijn dus voor eigen rekening!!’ Dus niks camera die te kampen heeft gehad met een tijdelijke storing, maar proces-verbaal, voor meerdere personen in Lottum zelfs. 
Het heeft er trouwens de schijn van dat in het normaliter zo serene Schuitwater een heuse beverdamoorlog woedt. Dat maak ik tenminste op uit deze, eveneens op de website van Willem Barendsz te lezen zin: ‘Weghalen [van de dam] heeft overigens geen nut omdat deze takken weer direct door andere terug gestapeld worden.’
Hoe nu verder? Volgens Willem Barendsz hebben de boswachters van Staatsbosbeheer toestemming gevraagd de dam te mogen verwijderen, ‘een traject wat helaas veel tijd nodig heeft’. Zo lang dat traject niet is voltooid, wijken de Lottumse vissers uit naar de Gubbelsvijver in Broekhuizenvorst. Zou dat ook geen mooie permanente oplossing zijn? Kan de bever rustig voortbouwen en bovendien dienen de vissers het Schuitwater sowieso per 1 juni 2016 te verlaten (aldus Dagblad De Limburger  van 9 april). Of is dat te kort door de bocht? Zo ja, heeft Staatsbosbeheer dan geen potje om de steigers op te hogen? Of drijvende steigers dan wel pontons, is dat niks? Of maak er een ontwerpwedstrijd van: voor techneuten moet het toch een uitdaging zijn een (creatieve) oplossing te bedenken waar zowel de bever als Willem Barendsz baat bij hebben?      
En verder beloof ik plechtig als het om het vernielen van beverdammen gaat, voortaan cynische opmerkingen over Willem Barendsz, Staatsbosbeheer en de gemeente achterwege te laten.  

maandag 7 april 2014

Klein mysterie 551 – Bever (2)

Herinnert u zich de bever in het Schuitwater nog? Waar de schobbejak het gore lef vandaan toverde is vooralsnog onopgehelderd, maar feit is dat meneer het nodig achtte een dam te bouwen in de beek tussen het Groot Schuitwater aan het Zwaanen Heike (veel mooier worden straatnamen niet gebakken) en de Horsterweg. Die illegale bouwactiviteiten leidden tot een aanzienlijke verhoging van de waterstand in het gebied. Met als grootste slachtoffer de Lottumse hengelsportvereniging Willem Barendsz die zich danig beknot zag in haar vismogelijkheden.
Begin februari schreef ik er een stukje over (klik hier). Afgelopen week, twee maanden later, besloot ik de toestand ter plekke nog eens in ogenschouw te nemen. Zo dramatisch als de vorige keer oogt het nu niet meer. Toch lijkt de waterstand me nog steeds aan de hoge kant. De vlonders staan bijvoorbeeld nog steeds deels onder water.
Is de recente waterstandverlaging een gevolg van de droogte van de afgelopen maanden? Of heeft de boosdoener de bouw van de dam stilgelegd? Of is de schurk niet tevreden over z’n eigen werkzaamheden en daarom begonnen met de sloop? De website van Willem Barendsz biedt gelukkig uitkomst.   
Het bestuur van de vereniging blijkt alle Horster politieke partijen een brief te hebben geschreven over de problematiek. Een reactie van D66 en SP bleef uit (hoe slecht!); CDA, Essentie en PvdA-PK lieten weten de hengelaars te steunen. Wethouder Ger van Rensch en CDA-gemeenteraadslid Eric Brouwers – ere wie ere toekomt – legden zelfs meteen een bliksembezoek af. ‘Beide heren moesten ook constateren dat dringend ingegrepen dient te worden’, aldus het bestuur. Dat deelt voorts mee dat de wethouder Staatsbosbeheer om uitleg en oplossingen heeft gevraagd en dat Willem Barendsz en Staatsbosbeheer twee gesprekken met elkaar hebben gevoerd. Die gesprekken verliepen volgens het bestuur ‘in een nette sfeer’.
Staatsbosbeheer zou hebben toegezegd ‘de beverdam te verlagen naar een peil waarin deze geen hinder meer veroorzaakt’, mits de provincie hiervoor toestemming verleent. Maar zo ver lijkt het helemaal niet te hoeven komen, zo maakt de website duidelijk: ‘Inmiddels is de beverdam dusdanig verlaagd dat het waterpeil al aan het zakken is. Het is bij het bestuur van Willem Barendsz en bij Staatsbosbeheer niet bekend wie er verantwoordelijk is voor verlagen van de beverdam. Dit is dus gebeurd zonder toestemming. Staatsbosbeheer heeft ons laten weten dat dit niet toegestaan is en dat er zware boetes uitgedeeld kunnen worden.’  
Wat denkt u: zou de urgentie om de damverlager op te sporen groot zijn? Of zouden zowel Willem Barendsz als Staatsbosbeheer als de gemeente heimelijk maar wat blij zijn dat iemand hen van een netelig probleem lijkt te hebben verlost? En de camera van Staatsbosbeheer dan, die bij de dam hing ‘om te voorkomen dat vreemde deze verstopping verwijderen’? Die heeft ongetwijfeld te kampen gehad met een tijdelijke storing. 

maandag 3 februari 2014

Klein mysterie 528 – Bever (1)

Het is me wat met die Horster visvijvers. Zijn het geen aalscholvers die de vispret versjteren, dan is het wel de slechte afwatering of onenigheid over een hekwerk die roet in het eten gooit. De jongste spelbederver is de bever. Hij is het zaakje komen verzieken in het Schuitwater, de thuisbasis van de Lottumse hengelsportvereniging Willem Barendsz. De deugniet heeft namelijk een dam gebouwd in de beek tussen Schuitwater en Horsterweg. Met als gevolg dat de waterstand in de vijver zo hoog is dat zelfs de twee jaar geleden aangelegde vlonders onder water staan.
Ik ontleen deze informatie aan de website van Willem Barendsz. Die biedt ook een prachtig inkijkje in het hedendaags faunabeheer en de tegenstrijdige belangen die daarin een rol spelen.
Met het Waterschap Peel en Maasvallei kunnen de vissers prima door een deur, zo blijkt: ‘Het waterschap heeft zoals ze beloofd hadden de afvoer stroomafwaarts al schoongemaakt.’ Maar met Staatsbosbeheer is het kwaad kersen eten: ‘Staatsbosbeheer wil niet meewerken aan het verwijderen van de verstopping in de beek. Ondanks dat Staatsbosbeheer ons via mail beloofd heeft de beek schoon te maken, zien ze er nu dus vanaf.’ Sterker nog: ‘Om te voorkomen dat vreemde deze verstopping verwijderen hangt er nu een camera om de zaak in de gaten te houden.’ Onbegrijpelijk allemaal, want: ‘Zoals ons verteld is valt deze beverdam buiten het landelijk beverprotocol en Staatsbosbeheer zou deze zonder toestemming te vragen zelf mogen verwijderen.’ Het landelijk beverprotocol! Er zal in Nederland ook eens ergens géén protocol voor zijn!
Gisteren ben ik de situatie ter plekke in ogenschouw gaan nemen. Inderdaad een dramatisch hoge waterstand. De nieuwe vlonders lijken zelfs geheel door het water te zijn verzwolgen, ik kon er althans geen spoor meer van bekennen. Wat me persoonlijk minstens zoveel pijn deed, was dat ook de wandelpaden in de omgeving van de vijver zijn overstroomd. Want nog liever dan die vlonders had ik de beverdam gezien. En misschien nog wel het liefst van alles de camera van Staatsbosbeheer die de dam moet bewaken. Maar een nat pak – of misschien wel erger – had ik er dan toch ook weer niet voor over.
‘Uiteraard kunnen we dit niet accepteren’, schrijft het bestuur van Willem Barendsz op de website. Nee, uiteraard niet. Wat denkt zo’n bever wel? Bouwt meneer me daar zomaar een dam in een beek, zeg. Zo zijn we niet getrouwd! Onbegrijpelijk ook dat Staatsbosbeheer geen actie onderneemt. Uit betrouwbare bron heb ik namelijk vernomen dat bever geen bouwvergunning heeft aangevraagd. En wat zegt lid 3c van paragraaf 2.8 van artikel 247 van het landelijk beverprotocol? Vergunning voor het bouwen van een beverdam wordt slechts verleend als bever in eigen persoon en onder overlegging van deugdelijke bestek- en constructietekeningen ten gemeentehuize van de gemeente waaronder de locatie van de geprojecteerde beverdam ressorteert verschijnt om een bouwvergunning aan te vragen.
Team Handhaving van de gemeente Horst aan de Maas wacht een mooi klusje dunkt me.