Posts tonen met het label gebouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gebouwen. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

Intermezzo – Schoolstraat 2

Afgelopen week werd bekend dat de gemeente Horst aan de Maas de panden Schoolstraat 2 en 4 heeft aangekocht. Hen wacht de sloopkogel: de percelen worden onderdeel van een nieuw te ontwikkelen gebied rondom de voormalige Weisterbeekschool. Verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) verklaarde gisteren tegenover De Limburger dat beide panden geen bijzondere cultuurhistorische waarde hebben die behoud noodzakelijk maakt:
‘Je zou dat misschien bij het huidige gebouw van Flash Casino, waar vroeger discotheek Modern zat [Schoolstraat 2], kunnen denken, maar dat heeft niet de waarde die soms wordt vermoed. Zeker vanbinnen niet.’
Het lijkt erop dat de wethouder de begrippen ‘cultuurhistorische waarde’ en ‘architectonische waarde’ met elkaar verwart. Ik kan me voorstellen dat de architectonische waarde van Schoolstraat 2 mede door een aantal verbouwingen niet bijzonder groot is. Maar het cultuurhistorisch belang valt niet te onderschatten.


Vanaf de oplevering heeft het een rol gespeeld in het ontspanningsleven van generaties Horstenaren. Schoolstraat 2 is dan ook onderdeel van het collectieve Horster geheugen. De geschiedenis van het pand begint in 1897 toen bierbrouwer Piet Vullinghs besloot tot de bouw van een zaal die hij vervolgens verhuurde aan het Horster Mannenkoor. Dit hield er op 6 januari 1898 zijn eerste concert.

Gezicht vanaf de Veemarkt op de Mannenkoorzaal, vóór de bouw van pand Seuren (1912)
In 1934 werd Piet Mooren eigenaar van de Mannenkoorzaal. Mooren zocht naar uitbreiding van zijn winkel in fietsen, naaimachines en radio’s. Die vond hij deels in de Mannenkoorzaal. Hierin werden sinds de jaren twintig zo nu en dan ook films vertoond. Vanaf 1937 kregen die filmvoorstellingen een permanent karakter: elk weekend vertoonde exploitant en zaalhouder Piet Mooren er op meerdere tijdstippen een film. Daarmee had Horst ineens een heuse bioscoop, Centraal genaamd. Evengoed bleef het Mannenkoor tot 1945 repeteren en concerteren in de zaal.


Eind jaren zestig sloot de Centraal Bioscoop zijn deuren. In de jaren zeventig nam de roemruchte discotheek Modern zijn intrek in het pand. Daarna kreeg het zijn huidige bestemming als gokhal.

Aankondiging in de Nieuwe Venlosche Courant van 2 april 1937 van een van de eerste films in de Centraal Bioscoop
De cultuurhistorische betekenis van Schoolstraat 2 lijkt me daarmee voldoende aangetoond. Of dat behoud noodzakelijk maakt? Mwah. Misschien blijft het pand wel langer in het collectieve geheugen verankerd als de geschiedenis ervan en de herinneringen eraan worden onderzocht, vastgelegd en openbaar gemaakt in de vorm van een publicatie, documentaire, expositie of podcast.    

dinsdag 12 mei 2026

Horst in oude ansichten (12) – Hoofdstraat


Verzonden in 1957 volgens het poststempel. Alsof het poststempel nodig zou zijn om de kaart te identificeren als een jaren-vijftig-kaart. Alles ademt de jaren vijftig. De kleren, de fietsen, de kinderwagen, de lantaarnpalen. Het serene straatbeeld evenzeer. Geen enkele opsmuk. Zelfs de schaarse reclame-uitingen (‘Spaarbank’, ‘Meubels’) zijn bescheiden, alsof ze zijn aangebracht omdat het nu eenmaal moet, maar eigenlijk liever niet.

Statige huizen, bewoond door de hoge heren van het dorp. Ze ogen streng, hermetisch, in zichzelf gekeerd. Van het tweede pand van rechts wordt beweerd dat het in opdracht van de welgestelde ondernemersfamilie Thomeer zou zijn ontworpen door de grote Pierre Cuypers, beroemd architect uit Roermond. Ten tijde van de kaart is het de ambtswoning van de hoogste lokale vertegenwoordiger van het wereldlijk gezag: burgemeester Theo Gijsen. Een stuk verderop, voorbij meubelzaak Cuppen, woont zijn kerkelijke tegenhanger: de deken, op dat moment Leonard Debye.

Op de vrouw op de fiets na bevolken uitsluitend kinderen de straat. Babyboomers. Anders dan hun ouders torsen ze de last van een oorlog, dé oorlog, niet mee op hun schouders. Onbezorgd gaan ze de jaren zestig tegemoet. Het zal nog een halve eeuw duren voordat ze worden bespot om de boomerflap van hun telefoons.

woensdag 15 april 2026

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (5) | Meisterskoel

Nog een maand en dan is het voorbij: door de Schoolstraat richting het Horster centrum fietsen en bij het naderen van de Weisterbeekschool de vertrouwde speelkwartiergeluiden horen, onvermijdelijk gevolgd door eigen Weisterbeekiaanse speelkwartierherinneringen: knikkeren, tikkertje (hennevot, losse ketting, vaste ketting) en vechtpartijtjes (‘Ru-zie! Ru-zie! Ru-zie!’), maar ook dat hoge hek tussen speelplaats en straat dat een kooigevoel opriep.


Dat die speelplaats ooit een poel (‘koel’ in het Horster dialect) was geweest, drong pas tientallen jaren later tot me door. Uit kaarten uit het begin van de vorige eeuw blijkt dat die poel een lengte van wel enkele tientallen meters moet hebben gehad.


Het gebied rondom de poel bleef lange tijd vrijwel onbebouwd. Dat veranderde toen in 1861 aan de huidige Jacob Merlostraat een nieuwe openbare jongensschool werd gebouwd (in mijn jeugd bekend als de Witte School; afgebroken in 1975). Aan die school ontleende de poel zijn prachtige naam: Meisterskoel.

De zogeheten Witte School aan de Jacob Merlostraat kort voor de afbraak in 1975
Na zestig jaar barstte de jongensschool uit zijn voegen. Nieuwbouw was noodzakelijk. De gemeenteraad had een uitgesproken voorkeur voor een nieuwe locatie: het perceel achter de bestaande school en de Meisterskoel. Probleem was alleen dat de Meisterskoel bij veel centrumbewoners als vuilstortplaats in gebruik was. Dempen van de poel was noodzakelijk, zoals blijkt uit het verslag van de gemeenteraadsvergadering van 5 oktober 1920 in de Nieuwe Venlosche Courant:


Nadat de Meisterskoel was gedempt, werd in april 1922 de nieuwe jongensschool in gebruik genomen. Op de plek van de poel lag vanaf dat moment de speelplaats van de nieuwe school. Die was voorzien van kiezel. Betegeling liet liefst dertig jaar op zich wachten. In 1951 klaagde het schoolbestuur bij de gemeente dat de situatie onhoudbaar was geworden: ‘Reeds sinds jaren is de speelplaats een zorgenkind geweest. Bij wind is ’t een en al stof, bij regen een modderbad.’

Schoolhoofd Jos van Bommel poseert kort na de oplevering in 1922 voor de nieuwe jongensschool. Duidelijk zichtbaar is hoe modderig de speelplaats is.
Kort daarna ging de gemeenteraad akkoord met betegeling. Het stofprobleem was daarmee opgelost, het waterprobleem niet helemaal: als ik het me goed herinner stond in mijn schooltijd bij een flinke plensbui vooral het dichtst bij de Herstraat gelegen deel van de speelplaats, bij de fietsenstalling, al vrij snel onder water.

vrijdag 3 april 2026

Oliecrisis (2) | Horster tankstationhistorie

Je kunt het je dezer dagen nauwelijks nog voorstellen, maar ooit gold de American way of living als het hoogst bereikbare. In september 1954 werd die American dream in Horst althans voor een deel werkelijkheid, toen bijna tegelijkertijd ineens twee futuristische tankstations werden geopend. Horst trad een nieuw tijdperk binnen, living in the fast lane kwam ineens binnen handbereik. ‘Service op zijn Amerikaans in een Amerikaanse sfeer’, schreef het Dagblad voor Noord-Limburg.


Vanaf zaterdag 11 september 1954 konden automobilisten terecht bij het Caltex-tankstation van Luc Kok aan de Venloseweg. Dit was volgens de krant uitgerust met ‘keurige toiletten en een gezellige wachtkamer’. Het zou dag en nacht open zijn. Met een reden, aldus de krant:
‘Horst ligt aan de route, die de groententransporten tussen het Westland en Duitsland zowel overdag als ’s nachts plegen te nemen. Het ligt derhalve voor de hand, dat er behoefte is aan servicestations voor de moderne koopvaarders van de weg, die hun gigantische trailers door de Horster straten loodsen en die liever onderweg even pauseren om bij te tanken en hun wagen even te laten nazien dan bij de toch al drukke grensovergangen hiermee extra tijd te verliezen.’

Ruim een week eerder, op donderdag 2 september, was aan de Venrayseweg ook al het vrijwel identieke Caltex-tankstation van Piet Janssen in gebruik genomen. De officiële opening hiervan volgde op 18 september. Ook dit tankstation was van alle gemakken voorzien. Het Dagblad voor Noord-Limburg:
‘De belangstelling van het deskundig personeel gaat bij dit service-station niet alleen uit naar de auto’s, maar niet minder naar degenen die deze auto bevolken. Zodra deze de oprijbaan naar de benzinepompen onder de wielen hebben, worden ze als gasten beschouwd. Er is voor hen een gerieflijke wachtkamer ingericht, en toiletten staan ter beschikking.’

Beide Horster tankstations staan niet op zichzelf: in juli 1954 was aan de Keulse Barrière in Venlo een Caltex-tankstation geopend dat veel overeenkomsten vertoont met die in Horst, zij het dat de luifel van dat Venlose station aanzienlijk groter was. Net als beide Horster tankstations was het gebouwd door het Horster aannemersbedrijf Poels en namen de Horster bedrijven Cortenbach, Keijsers en Van Well respectievelijk het stukadoorwerk, het timmerwerk en het schilderwerk voor hun rekening.



Alle drie deze tankstations kenmerken zich door een strakke belijning, smetteloos wit geschilderde muren, een eveneens witte luifel en een nagenoeg geheel in glas uitgevoerde voorgevel van de kiosk. Decoratieve elementen ontbreken, functionaliteit staat voorop. Het Dagblad voor Noord-Limburg noemde dit de ‘Californische stijl’. Je zou ook kunnen zeggen dat deze drie Noord-Limburgse tankstations veel stijlovereenkomsten hebben met het zogeheten Nieuwe Bouwen. Een exponent daarvan was de Sittardse architect Ben Schinkel (1909-1970). Hij ontwierp tal van tankstations in Limburg en het kan bijna niet anders of het Venlose en beide Horster tankstations zijn eveneens van zijn hand. Schinkel heeft ook het Caltex-tankstation in Withuis op zijn naam staan:


Dit is behouden gebleven en wordt momenteel gerenoveerd. Met beide Horster tankstations liep het aanzienlijk slechter af: dat aan de Venloseweg werd begin jaren zeventig het slachtoffer van de aanleg van een rondweg; dat aan de Venrayseweg moest een decennium later wijken voor een nieuw tankstation.

donderdag 2 april 2026

Oliecrisis (1) | Top 5 – Tankstations

Oliecrisis. Geschikt moment om eindelijk eens de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van tankstations in Horst aan de Maas erin te gooien. In twee van mijn meest favoriete films aller tijden – O melissokomos (The Beekeeper) en Paris, Texas – spelen tankstations een belangrijke bijrol. Wat me zo aanspreekt in die tankstations? De onbestemde tristesse, het desolate, de leegte, het niet-alleen-maar-toch-eenzaam-gevoel dat ze uitstralen. Urenlang door het niets rijden, verlangend uitzien naar dat baken van licht in de verte om er bij aankomst achter te komen dat dat baken een voortzetting van het niets is.  


Naar tankstations met zo’n filmische allure is het in Horst aan de Maas tevergeefs zoeken – wist ik al bij voorbaat. Utiliteit in plaats van zwaarmoedigheid, functionaliteit in plaats van romantiek, zoals bij het tankstation hierboven aan de Midden Peelweg in Sevenum. Desalniettemin zijn ook de tankstations van Horst aan de Maas een top 5 waard. Komt ie:

5. Venloseweg, Sevenum


Overwegend dertien-in-een-dozijn-tankstations in Horst aan de Maas. Dit is daar een treffend voorbeeld van. Kraak noch smaak, zelfs geen huisstijl herkenbaar.

4. Californischeweg, Grubbenvorst


Ook al geen architectonisch wonder. Je zal maar op de eerste verdieping werken en de hele dag tegen die immense overkapping aan moeten kijken.
 
3. Lottumseweg, Broekhuizen


Waar vind je dat nog, een tankstation met, bij gebrek aan menselijke bemanning, een potige kip die een oogje in het zeil houdt?


2. Zwarte Plakweg, America


De Peel binnen handbereik. Enige tankstation in Horst aan de Maas dat enigszins het eind-van-de-wereld-gevoel oproept.


1. Stationsstraat, Horst


Het oog wil ook wat – en het oog krijgt wat. Tankstation Vissers staat op eenzame hoogte in het Horster tankstationlandschap. Hier geen allesbepalende corporate identity, maar architecten (Ben Keijsers en Huub Branderhorst) die hun eigenwijze gang zijn gegaan. De imposante dakconstructie, met een tot de hemel reikende mast, overheerst alles en verbindt alle onderdelen met elkaar. Van de voorkant bekeken zou je er een schip in kunnen zien, van de zijkant doet het zowaar denken aan een kerk.


N.B. Morgen hier aandacht voor enkele pareltjes uit de Horster tankstationhistorie, waaronder De Kamp.

zondag 11 januari 2026

Intermezzo – Kloosterhof (4)

28 januari 1976 was de dag waarop de Europese voetbalbond aandrong op minder voetbalwedstrijden op de televisie. 28 januari 1976 was de dag waarop in Oldehove een zwarte kroonkraanvogel werd gevangen. 28 januari 1976 was de dag waarop een school voor gehandicapte kinderen in Kampen dreigde met een kort geding tegen André van Duijn vanwege diens carnavalslied Willempie. Maar woensdag 28 januari 1976 was toch in de eerste plaats de dag waarop burgemeester Toon Steeghs het Horster winkelcentrum Kloosterhof officieel opende.

Op de plek van Kloosterhof had sinds de tweede helft van de negentiende eeuw klooster Nazareth gestaan. Na enkele jaren leegstand werd in februari 1975 begonnen met de sloop van het klooster. Het binnen een jaar geopende nieuwe winkelcentrum werd ontwikkeld door exploitatiemaatschappij Venrode uit Venray. Bij de opening bood het onderdak aan Coenen (huishoudelijke artikelen), Ron Kruytzer Optiek, de Nederlandse Credietbank, koffieshop Cox, Santecraem (bloemsierkunst), Bouw- en exploitatiemaatschappij Coppus, Jan Linders en Macoru (vermoedelijk een projectontwikkelaar).
   
Winkelcentra (shopping malls dien je tegenwoordig te zeggen) hebben altijd iets triests. Doods, wel willen maar niet kunnen, karakterloos, aangeharkt, goedkoop, grauwe middelmaat. Het betrekkelijk overzichtelijke winkelcentrumpje genaamd Kloosterhof vormde hierop geen uitzondering. Waarbij ter verdediging dient opgemerkt dat het ook moeilijk concurreren is als je de Sint-Lambertuskerk als buurman hebt. Deze ansichtkaart, enkele jaren na de opening uitgegeven door boek- en kantoorboekhandel en langjarig Kloosterhofhuurder Willems en Rietjens (later Willems, nog later Bruna), maakt het gebrek aan uitstraling pijnlijk duidelijk.


Verbouwingen die in de loop der jaren plaatsvonden maakten het er allemaal niet beter op. Als Kloosterhof al enige allure had, dan was dat uitsluitend te danken aan het mini platanenlaantje, evenwijdig aan de Kerkstraat.


Resteert een vraag die er niet echt toe doet, maar toch opkomt: bestaat winkelcentrum Kloosterhof binnenkort vijftig jaar? Of is er sinds Kloosterhof enkele jaren geleden werd gesloopt geen sprake meer van een winkelcentrum en dus ook niet van Kloosterhof? Ik zou zeggen dat laatste.    

vrijdag 2 januari 2026

Intermezzo – Iglo

‘Mooie iglo!’
‘Bedankt.’


En daar stokt het gesprek al. Een jaar of 7, 8, zijn ze. Voor small talk hebben ze geen tijd. Dit zijn twee mannen met een missie. Geconcentreerd tot op het bot, opperste toewijding. Geen lachje kan er vanaf. Hier wordt serious business bedreven, een ambitie nagejaagd. Met succes. Architecten, bouwvakkers of metselaars in de dop, deze mannen.

donderdag 1 januari 2026

Intermezzo – Landbouwschool Hegelsom

Mijn opa van moederskant was afkomstig uit Meerssen. Een klassieker uit zijn herinneringenrepertoire was dat hij (1906-1997) in zijn jonge jaren had gedanst in het café-restaurant in de top van de watertoren in het nabijgelegen Schimmert. Die ongenaakbare watertoren, zo leerde ik later, was in 1926 ontworpen door Jos Wielders. Net als Alphons Boosten (1893-1951) en Frits Peutz (1896-1974) behoorde Sittardenaar Wielders (1883-1949) tot de meest vooraanstaande Limburgse architecten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Lange tijd verkeerde ik in de veronderstelling dat Wielders geen sporen had nagelaten in Horst, in tegenstelling tot Boosten (Sint-Lambertuskerk) en Peutz (Mèrthal). Totdat ik er enkele jaren geleden achter kwam dat Wielders ontwerper is van de landbouwschool (de latere biologische school) aan de Stationsstraat in Hegelsom.


Een dezer dagen las ik in het jongste nummer van De Maasgouw (‘tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en archeologie’) een bijdrage van Jos Pouls over de Schoutenhof in Epen. Ontworpen door Jos Wielders. Pouls plaatst Wielders in zijn artikel in een breder kader. Hij schetst hoe Wielders in het begin van zijn loopbaan moderne, zakelijke bouwstijlen zoals de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen aanhing. Omstreeks 1930 bekeerde hij zich tot een meer traditionalistische, minder rationalistische en meer romantische en decoratieve stijl.


In de uit 1938 daterende landbouwschool met onderwijzerswoning in Hegelsom komt duidelijk de bekeerde Wielders tot uiting, dunkt me.


‘De school is mooi aangepast aan de landelijke omgeving’, schreef De Limburger na de officiële opening op 24 november 1939. ‘Het lijkt wel een boerderij’, sprak burgemeester Van Grunsven bij diezelfde gelegenheid. De Limburger Koerier noemde dat vervolgens ‘het beste compliment’ dat Wielders kon krijgen. Wat allemaal niet wegneemt dat uit de prominente plaats die Wielders het markante overkapte fietsenrek toebedeelde, beslist lef spreekt.


Zoals je ook zou kunnen zeggen dat het van enige eigenwijsheid getuigt om de ingang van de school niet te centreren. Opmerkelijk genoeg is de ingang in het voorlopig ontwerp uit juni 1938 trouwens wel degelijk gecentreerd.


De latere aanbouw heeft het oorspronkelijke aanzien van het gebouw helaas danig aantast. Ook de veel te nadrukkelijk aanwezige reclame-uitingen van de huidige gebruiker doen afbreuk aan het pand.


N.B. 1 Hoofd van de school was vanaf de stichting in 1938 tot 1958 Jan (‘meester’) Achten. Recentelijk is aan de overzijde van de school een straat naar hem vernoemd.

N.B. 2 Foto 1 en 2 en het fragment van de bouwtekening zijn afkomstig van de website van Heemkunde Hegelsom 
 

vrijdag 26 december 2025

Intermezzo – Kasteelruïne (3)


Deze aanblik van de ruïne van kasteel Huis ter Horst zal het merendeel der Horstenaren van boven de veertig ongetwijfeld bekend voorkomen. ‘Woest romantisch’ lijkt me een aardige omschrijving. De achterzijde van deze op 4 augustus 1991 door een medewerker van het in Delft zetelende OSPA (Onderzoeksinstituut voor Stedebouw, Planologie en Architectuur) aan zijn collega’s verzonden ansichtkaart is eveneens interessant:


‘Een (oud) collega heeft er veel tijd ingestoken om deze oude speelplek weer wat op te knappen’, schrijft de medewerker van het OSTA over de ruïne. Met die (oud) collega kan hij slechts één iemand hebben bedoeld: prof.dr. J.G.N. (Jaap) Renaud (1911-2007), archeoloog, bijzonder hoogleraar Kastelenkunde en gastdocent aan de Technische Universiteit in Delft.

Voor de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis en de Archeologische Werkgemeenschap Nederland leidde Renaud ’s zomers opgravingskampen. Zo ook tussen 1969 en 1976 op de kasteelruïne in Horst. Deelnemers daaraan waren onder meer Jos Schatorjé en Gert Verheijen. Zij haalden in 2008 herinneringen op aan de een jaar eerder overleden Renaud.

Jos Schatorjé: ‘Bij zijn benoeming in Delft kreeg hij als opdracht archeologie en bouwhistorie te koppelen. Zijn studenten moest hij behalve theoretische ook praktische vaardigheden bijbrengen. De ruïne in Horst was daarvoor bij uitstek geschikt.’

Gert Verheijen: ‘Prof. Renaud was van huis uit onderwijzer. Dat was aan alles te merken, didactisch was hij heel goed. Hij was een echte gentleman. Buigen of barsten: om drie uur was het tea time, met citroen en melk. En bij opgravingen verscheen hij altijd keurig in het pak. Ik herinner me een zomer met een hittegolf. Terwijl de studenten in de brandende zon in hun zwemtenue aan het spitten waren, liep prof. Renaud nog met jas en das over het terrein rond. Maar op een gegeven moment trok hij zijn jasje uit, maakte het bovenste knoopje van zijn overhemd los en deed ook zijn stropdas wat losser. Dat was een heel uitzonderlijke concessie.’


Na anderhalve eeuw van verwaarlozing was Renaud de eerste die oog had voor de archeologische en historische waarde van de kasteelruïne. Hij en zijn echtgenote waren dan ook eregasten op de studiedag die de gemeente Horst, het Comité Open Monumentendag en LGOG Kring Horst-Sevenum in 1995 organiseerden over de toekomst van de ruïne.


Maar met zijn opgravingen stond Renaud ook aan de basis van een reeks onwenselijke ontwikkelingen die tot op de dag van vandaag voortduren. Archeoloog en historicus Wim Hupperetz op die studiedag in 1995: ‘Vaak blijkt dat er pas problemen rondom ruïnes ontstaan als ze worden opgegraven.’

zondag 21 december 2025

Intermezzo – Locomobiel

Een locomotief? Ja, die ken ik uiteraard. Maar een locomobiel? Nooit van gehoord. Tot gisteren dan, toen een briefkaart uit 1912 op mijn deurmat viel. Een briefkaart van houthandel en stoomhoutzagerij Th. Litjens uit Horst, gericht aan ‘Den Heer J. ten Horn, machinefabriek, Veendam’.


Tekst op de achterzijde: ‘Gelieven van de door u aangeboden locomobielen eens den uiterste prijs op te geven, doch daar ik niet zeer genegen ben om een oude te koopen, ook de prijs van een geheel nieuwe te zenden zonder wielen.’


Grasduinend op internet was ik de briefkaart tegengekomen. Ik had haar, voor een luttel bedrag, besteld omwille van de opdruk van een Horster bedrijf. Die locomobielen waren een onverwacht cadeautje. ‘Verplaatsbare stoommachine’ zegt Van Dale over locomobiel. Verder lezend blijkt dat locomobielen vooral in gebruik zijn geweest in de landbouw en de veenverwerking. Dat Litjens voor zijn locomobiel terechtkwam bij Machinefabriek J. ten Horn aan het Oosterdiep in Veendam is daarom niet zo verwonderlijk: Veendam bevindt zich in het centrum van de Veenkoloniën. Ten Horn was van 1880 tot 1979 een gerenommeerd bedrijf, dat onder meer locomobielen produceerde en die overal ter wereld leverde.


Geen idee of er ooit een locomobiel van Ten Horn in de stoomhoutzagerij van Litjens in Horst is beland en zo ja, of het dan inderdaad een nieuw exemplaar zonder wielen was. De houthandel en houtzagerij van de gebroeders Litjens verdient sowieso meer aandacht.


Wat ik er nu in de gauwigheid over heb kunnen vinden is dat de gebroeders Litjens al een houthandel hadden toen ze in 1906 een stoomhoutzagerij bouwden aan wat nu de Dr. Van de Meerendonkstraat is, nabij de kruising met de Venloseweg. Met haar zaagtanddak had de zagerij een voor Horst vrij atypische industriële allure, zoals te zien is links op onderstaande foto (afkomstig uit het gemeentearchief van Horst) uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Uiterst rechts op de foto ook nog een fragmentje van de tegelijk met de zagerij gebouwde opslagloods.


Ten slotte: een van de gebroeders Litjens, Theo (1876-1925), liet in 1909 bij de zagerij een mogelijk zelf ontworpen, nog altijd bestaande woning met kantoor bouwen, met als huidig adres Venloseweg 14.

donderdag 9 oktober 2025

Intermezzo – Automatiek

Heb je eenmaal Werelddierendag gehad, dan daagt het besef dat Nationale Krokettendag niet meer ver weg is. Vandaag, 9 oktober, is die grote dag! Wie hier vanwege dat heuglijk feit een ode aan de kroket verwacht, kan nu beter stoppen met lezen. Een heel groot krokettenliefhebber is aan mij namelijk niet verloren gegaan. De occasionele vleeskroket heeft na mijn vegetarische omwenteling plaatsgemaakt voor de occasionele groentekroket – goed te hebben, maar er zijn grotere lekkernijen.

Wat Nationale Krokettendag vooral bij mij teweegbrengt, zijn gedachten over de automatiek. Van Dale: ‘Automatiek – toestel of hal voor verkoop per automaat, vooral van eetwaren.’ ‘En dan vooral van snacks’, zou ik daaraan willen toevoegen.


Jaren zeventigherinnering: zaterdag was de vaste frietdag, Joosten (‘Joëste’) aan de Jacob Merlostraat in Horst de vaste frituur. Je kwam binnen in een kale ruimte, met achterin links een flipperkast. In de rechterzijmuur was een opening uitgespaard om de bestelling te plaatsen en in ontvangst te nemen. Rechts naast die opening de automatiek, een gesloten wand met naar schatting vijf keer acht glazen deurtjes, van elkaar gescheiden door zilvergrijze omlijstingen, waarachter de opgewarmde snacks voor de snelle hap je toelachten. Inworp? Twee kwartjes misschien?


Anno 2025 is het aanzien van Jacob Merlostraat 8 nauwelijks veranderd in vergelijking met vijftig jaar geleden. Aan het nu geblindeerde raam kon je destijds ijs kopen. Rechts daarnaast de toenmalige lunchroom.


De oprit naar een garage, links van het geblindeerde raam, moet toen de overdekte kale ruimte zijn geweest met de flipperkast en de automatiek. De automatiek bevond zich in de nu grijze zijgevel.   


Wikipedia:
‘De automatiek is al aan het begin van de 20e eeuw ontstaan, vermoedelijk in Duitsland. Van hier uit waaide het idee al snel over naar andere landen. In deze periode kwam het voedsel nog echt opgediend uit de automatiek, dus op een bord en een dienblad. Dranken werden in een glas geserveerd. De automatiek groeide in de jaren '50 uit tot een populaire voorziening, met name van de opgeschoten arbeidersjeugd, die voor het eerst iets te besteden had. De broodjes maakten plaats voor patates frites en snacks. Na de jaren zestig verminderde de populariteit van de automatiek in de meeste landen, en uiteindelijk verdween ze uit het straatbeeld. Behalve in Nederland: hier is de automatiek onverminderd populair.’
Wat de vraagt oproept of de automatiek ook in Horst aan de Maas nog ergens het straatbeeld opsiert. Verscheen de automatiek überhaupt wel ooit ergens in het straatbeeld van Horst aan de Maas?

donderdag 18 september 2025

Intermezzo – Historisch besef

Afgelopen zaterdag lanceerde Museum De Kantfabriek een wandelroute door het centrum van Horst over het Horster textielverleden. Horster textielverleden? Inderdaad – de geschiedenis van Horst bestaat uit meer dan alleen landbouw en veeteelt. De productie van textiel was hier eeuwenlang een niet onaanzienlijke bron van inkomsten. Dit besef is geleidelijk verdwenen uit het collectieve Horster bewustzijn, een proces dat ongeveer gelijk opging met de teloorgang van de gehele Nederlandse textielindustrie. Goed dat Museum De Kantfabriek hier nu met die wandelroute (download de app Erfgoed Route Limburg) tegenwicht aan probeert te bieden.


Met het historisch besef is het in Nederland slechter gesteld dan in welk buitenland ook. Zelfs ik, die me toch historicus mag noemen, moet heel diep nadenken om figuren als Hugo de Groot, de gebroeders De Witt en stadhouder Willem III te kunnen duiden. Hetzelfde geldt voor gebeurtenissen als de Slag bij Heiligerlee, de Hoekse en Kabeljauwse twisten en de Pacificatie van Gent en voor begrippen als de schoolstrijd, de Bataafse Republiek en het Rampjaar.


Op lokaal niveau is het minder triest gesteld met mijn historisch besef. Of die vlieger voor iedereen opgaat, waag ik te betwijfelen. Kent u als inwoner van Kronenberg de ontstaansgeschiedenis van uw dorp? Weet u als inwoner van Melderslo waarom er een straat is vernoemd naar Mathijs Claassens? Bent u als inwoner van Broekhuizen bekend met de bewoningsgeschiedenis van kasteel Broekhuizen? Nee, je gaat er niet aan dood als je dat allemaal niet weet. Zoals je ook normaal kunt functioneren als je niet weet wat een esdorp is, wanneer Franz Clemens von Fürstenberg leefde of wie Jacob Merlo was. Maar enige kennis van wat zich in het verleden in jouw omgeving heeft afgespeeld, verrijkt je leven wel. Het bevordert het saamhorigheidsgevoel, het maakt je bewust van plekken met een bepaalde betekenis, het helpt je om te begrijpen waarom iets is zoals het is, het biedt je misschien zelfs wel meer inzicht in jezelf.


Ik weet: het historisch besef moet concurreren met allerlei andere beseffen. Maar als we nu eens een begin maken met het verder ontwikkelen van het lokaal historisch besef, dan volgen het nationaal historisch besef, het zoölogisch besef, het kunstbesef, het botanisch besef, het politiek besef, het kosmologisch besef en al die andere beseffen daarna vanzelf. Het beginstadium van het slavernijbesef kan je dan trouwens al gepasseerd zijn. Loop daarvoor de route van Museum De Kantfabriek over het Horster textielverleden.

(Dit stukje verscheen vorige week in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)