Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

zondag 29 maart 2026

Horst in oude ansichten (11) – Steenstraat


De oorlogsschade is hersteld, de antenne heeft zijn intrede gedaan, het gemeentehuis straalt als nooit tevoren – we zijn pas halverwege de jaren vijftig, maar de Steenstraat is al klaar voor het volgende decennium. Alles spic en span. De torenklok van de fonkelnieuwe Sint-Lambertuskerk heeft zojuist kwart over vier geslagen. Zinderende augustushitte. De scholen zijn net uit. Een meisje wacht bij de trap naar het bordes van het gemeentehuis op het vriendinnetje met wie ze heeft afgesproken. Een jongen in korte broek is, terwijl hij bij de kerk een auto zag naderen, rennend de straat overgestoken. De verkeerszuilen in de bocht zien het gebeuren. Een dissonant, die auto: het zijn fietsen die het straatbeeld domineren. Stalen rossen nog. Vier geparkeerd bij kapper Van Heesch, waarvan drie slordig op een kluitje. Een jongen fietst, staand op de trappers, richting fotograaf. Achter hem zet een moeder haar zoontje op de bagagedrager, hij is al te groot voor een stoeltje. Drie vrouwen vergapen zich aan de nieuwste aanwinsten in de etalages van manufacturenhandel Van Well. Het zal niet lang meer duren voordat de winkelpui totaal wordt gerenoveerd. In pand Wijnhoven, rechts op de voorgrond, brengt tien jaar later schrijver dezes zijn eerste levensjaren door. 

maandag 9 februari 2026

Intermezzo – Missendinder

In een VPRO Marathoninterview uit 2005 met Marcel van Dam hoor ik de voormalig politicus praten over zijn – niet bijster positieve – ervaringen als misdienaar. Misdienaar? Missendinder zal je bedoelen!


Missendinder
. Behalve een mooi woord is het ook een lekker woord. Zonder er enige moeite voor te hoeven doen golft het uit je mond. Onweerstaanbaar ritme. Probeer maar eens. Missendinder. Rolt als vanzelf over je tong. Kan niet mis gaan, lukt zelfs niet-dialectsprekers, waarbij ze er wel op dienen te letten dat ze de n in ‘missen’ nadrukkelijk uitspreken.

Terwijl ‘mis’ en ‘dienaar’ in misdienaar vreemden zijn van elkaar, vormen ‘missen’ en ‘dinder’ in missendinder een onlosmakelijke twee-eenheid. Komt door dat ‘-sen’, dat de overgang tussen beide woorden vloeiend laat verlopen. Vergelijk het met fleshals en flessenhals, waar de brugfunctie van ‘-sen’ flessenhals tot een veel aangenamer woord maakt dan fleshals.

Wat missendinder verder qua lekkerte boven het merendeel der woorden doet uitsteken, is de dynamiek der d’s. ‘Dienaar’ is gaapgaap, ‘dinder’ ademt de wilde frisheid van limoenen. Het zijn de d’s die het ‘m doen. ‘Dienaar’ staat voor protocol, ‘dinder’ voor avontuur. Dat de inhoud van het missendinderschap die belofte niet kan waarmaken, dondert nu even niet.

‘Naodát de missendinder de klingelbuul háj klaorgelagd, pakte-n-ie in de sacristie de jerrycan mit feentwater um ’t feentwaterbekske te gaon beejvulle.’

zaterdag 31 januari 2026

Intermezzo – De tijd kwijt

Sinds afgelopen dinsdag zijn de wijzers van de klokken op de Horster kerktoren verdwenen.


Het begin van het einde der tijden? Nee, naar verluidt worden de wijzers elders van een nieuwe verlichting voorzien.


Hoe anders was het een kleine honderd jaar geleden. Toen leek het er even op dat Horst de tijd wel degelijk echt kwijt was. Op 5 november 1932 luidde de Nieuwe Venlosche Courant de noodklok. Volgens de krant was het torenuurwerk van de kerk drie weken eerder ontdaan van zijn wijzerplaten en wijzers:
‘Een firma, die voorgaf te zijn V. uit Tilburg, kwam zich presenteeren om bij wijze van reclame gratis wijzerplaat en wijzers te vergulden. Het uurwerk werd door hem gedemonteerd en is thans niet meer te vinden. Ook laat de firma niets meer van zich hooren, terwijl de inwoners maar dag in dag uit, de eene week na de andere, tevergeefs naar boven staren, om te zien hoe laat of het in Horst is. Wel een eigenaardige manier van reclame maken.’
Nagenoeg elke zichzelf respecterende krant in Nederland nam dit bericht daarna over.


Was Horst het slachtoffer geworden van een ordinaire babbeltruc? Nee, eerder van een onvervalst staaltje sensatiejournalistiek. Op 9 november moest de Nieuwe Venlosche Courant z’n keutel intrekken:
‘Met zes man sterk is de firma welke beloofd had de wijzers en de wijzerplaats gratis te vergulden, verschenen om het gedemonteerde uurwerk weer in elkander te zetten. Er wordt dus geen moeite gespaard om de ongeruste Horstenaren tevreden te stellen.’
De krant deed er vervolgens het zwijgen toe. Andere kranten niet. Zij wierpen de Nieuwe Venlosche Courant voor de voeten in eerste instantie een bericht te hebben gepubliceerd dat ‘geheel op fantasie berust’ en deden uit de doeken hoe het precies zat:  
‘Het uurwerk bevindt zich met voorkennis en medeweten van den burgemeester in de garage van A.J. Josten, hotelhouder te Horst, waar daaraan de vereischte werkzaamheden worden verricht. Ook laat de firma wel degelijk van zich hooren en het werk is zoover gevorderd dat uiterlijk Zaterdag a.s. of in het begin der volgende week de wijzers etc, wederom zullen zijn aangebracht. De uitvoering van het bovenbedoelde werk is eenigermate vertraagd en zulks door ziekte van den heer V., alsook door de omstandigheid, dat men op bladgoud heeft moeten wachten.’
Kort voor de herinstallatie van de wijzerplaten en wijzers gingen vier jeugdige Horstenaren op de foto met de wijzers, van links naar rechts Harrie op de Laak, Jef Steeghs, Hoeijmakers (voornaam onbekend) en Camps (voornaam onbekend).


Misschien een idee om dit 94 jaar later opnieuw te doen? En over een eeuw weer?

N.B. Met dank aan respectievelijk Jarvin van de Ven en Eugenie Dings voor de eerste twee foto’s. De foto met de kinderen is overgenomen uit deel 4 van Oud Horst in het nieuws.

woensdag 14 januari 2026

Horstensia (12) | Suikerzakje

Object: suikerzakje
Inhoud: kristalsuiker C.S.M.
Materiaal: papier
Afmetingen: 7,7 x 5 cm
Gewicht: 1 gram
Producent: W. v. Oordt & Co Rotterdam
Datering: tussen 1960 en 1963


“St. Lambert.” Uit te spreken op z’n Frans (‘Saint Lambèr’) – heeft toch net iets meer cachet dan ‘Sint Lambertus’. Terwijl het er in mijn herinnering verder toch vooral de gestampte pot was: Perzische tapijtjes op de tafels en eenvoudige houten stoelen, al repte het Dagblad voor Noord-Limburg bij de opening op 1 oktober 1959 van ‘een fris-moderne sfeer’. In datzelfde artikel heet het dat ‘de heer H. Boots’ de eigenaar is. Hay Boots, de latere wethouder? Uitbaters waren op dat moment Otto en Margriet Schachtschabel-van Leeuwen.


De tekening van Lambertus vertoont verdacht veel overeenkomsten met een door pater Humbert Randag in 1946 ontworpen afbeelding van Lambertus. Randag, een vertrouweling van pastoor-deken Debye, gaf een gekwelde Lambertus weer, gezeten op de resten van de aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verwoeste Sint-Lambertuskerk. De tekening werd gedrukt en aan de man gebracht om geld in het laatje te brengen voor de nieuwbouw van de kerk. Op het suikerzakje zijn de resten van de verwoeste kerk vervangen door de toren van de nieuwgebouwde kerk. Maar Lambertus lijkt heel duidelijk te zijn geïnspireerd op de Lambertus van Randag (inclusief het wapen van de gemeente Horst) met dien verstande dat Lambertus op het suikerzakje in spiegelbeeld is weergegeven.

zaterdag 1 maart 2025

Intermezzo – Gedraag ow

Met carnaval in aantocht is zo ongeveer heel Horst behangen met Gedraag ow-posters. Hoe verschrikkelijk de aanleiding hiervoor ook mag zijn, het heeft óók wel iets verfrissends dat een oproep om je te gedragen eens een keer niet van bovenaf wordt gedaan maar voortkomt uit de bevolking.


Als het gaat om het reguleren van menselijke gedragingen in het algemeen en die van de viering van carnaval (dan wel vastenavond) in het bijzonder, stonden en staan overheden doorgaans op de eerste rij. Openbare bestuurders was en is het daarbij te doen om het handhaven van de openbare orde en rust. Kerkelijke autoriteiten wilden gelovigen behoeden voor drankmisbruik, overmatig cafébezoek en het samenzijn van vrouwen en mannen, dat het risico van seks buiten het huwelijk met zich meebracht.

Wereldlijke en kerkelijke overheden werkten van oudsher nauw samen bij het beteugelen van feestelijkheden. Bijvoorbeeld toen de Roermondse bisschop Cools in 1680 constateerde dat de wereldlijke autoriteiten niet streng genoeg optraden tegen excessen tijdens de vastenavonddagen. Prompt besloten de wereldlijke autoriteiten dat schandaleus gedrag met vastenavond en het houden van vastenavondbijeenkomsten gedurende de vasten zouden leiden tot een boete van twee gulden.


Of in 1705 in Horst een vergelijkbaar een-tweetje plaatsvond valt niet meer te achterhalen, maar vaststaat dat schout Reinier van Eindt op 24 januari van dat jaar de teugels strakker aantrok wat betreft vastenavondbijeenkomsten. Hem was namelijk ter ore gekomen dat (jonge)mannen op zon- en heiligendagen bij particulieren thuis vastenavondbijeenkomsten hielden. Omdat dat indruiste tegen de regels stond de organisator van zo’n bijeenkomst voortaan een boete van een gulden te wachten. De feestvierders zelf konden rekenen op een boete van een halve gulden.


Van Eindt beriep zich onder meer op regels die in 1689 waren uitgevaardigd. Daarin was ook bepaald dat mannen tot negen uur in herbergen mochten verblijven en vrouwen herbergen vóór zonsondergang dienden te verlaten.


Deze regel werd in de nacht van 16 op 17 februari 1715 – een week voor vastenavond – flagrant overtreden in herberg De Speulhof in Meterik. Daar stond kastelein Andries van Crommentuyn toe dat een ‘troep jonggesellen’ zich tot in de vroege ochtend kostelijk vermaakte met drank en muziek, tot ‘groot schandael’ van de omgeving. Wat het aannemelijk maakt dat toen geregeld ‘Gedraag ow!’ door de Meterikse nacht moet hebben geklonken.

woensdag 5 juni 2024

Intermezzo – Xanthofobie

In aanraking komen met een woord waarvan je het bestaan niet kende, kan iedereen overkomen. Mij overkwam het zaterdag. In Museum De Kantfabriek in Horst. Waar een expositie van Fransje Killaars werd geopend. Ineens liet de spreekster het woord xanthofobie vallen. Xantho wat? Xanthofobie. De angst voor geel. Of, mooier: geelangst. Niks meer meegekregen van de rest van haar toespraak. Ook niet of de spreekster een verband legde tussen geelangst en het schilderij Who’s afraid of red, yellow and blue van Barnett Newman. Mijn gedachten bleven hangen bij xanthofobie. Bananen, zonnebloemen, geelgors, Borussia Dortmund, citroenen, memoblaadjes, narcissen, badeenden, VVV. Hoe onleefbaar moet de wereld zijn voor xanthofoben.


Aan deze opening ging een opening van twee exposities in en rondom de Sint-Lambertuskerk vooraf. De ene expositie gaat over de kerkelijke geschiedenis van Horst. In de andere worden enkele werken van Fransje Killaars getoond. Daarvan springt het vier meter brede, diepblauwe kunstgrastapijt rondom de kerk het meest in het oog.


Ook bij deze opening toespraken. Van hogepriesters van de kerkelijke overheid, van de geschiedenis, van de kunst, van de wereldlijke overheid. Het woord xanthofobie was op dat moment nog niet gevallen. Niet uitgesloten dat anders een van de hogepriesters zich had afgevraagd of Horst momenteel de blues heeft.


Zoals het hogepriesters betaamt spraken ze behartenswaardige woorden. Commissaris van de Koning Emile Roemer misschien nog wel het meest. Hij herinnerde aan de discussie over de afschaffing van het dagbladzegel in 1869. Het ultraconservatieve, uit Horst afkomstige Tweede Kamerlid Leopold Haffmans was tegen de afschaffing van deze ‘belasting op lezen en schrijven’. Maar een meerderheid van de Kamer was voor. Waardoor de prijs van kranten halveerde en er meer en dikkere kranten, meer journalisten en vooral heel veel meer lezers kwamen. Roemer, refererend aan de plannen van het nieuwe kabinet: ‘Wat zou er gaan gebeuren als wij kranten en boeken duurder maken?’

Roemer hintte ook op het gezegde dat wie zijn geschiedenis niet kent, geen toekomst heeft: ‘Geschiedenis is ongelooflijk belangrijk. Om van te leren, om als kompas voor de toekomst te gebruiken, om via het verleden het onrecht in het heden te herkennen.’ En nog een ander steekje onder water naar het nieuwe kabinet: ‘Net zoals het heel belangrijk is om inspiratie, schoonheid en troost te vinden. En die vinden we in de kunst. Ook die zet, als het goed is, altijd aan tot nadenken.’ Al is het maar over xanthofobie.

(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

woensdag 29 mei 2024

Top 5 – Krantenberichten over kerkinbraken in Horst aan de Maas

‘Verschrikkelijk, geen respect meer.’
‘Moet niet gekker worden in Horst aan de Maas. Van een kerk stelen, bent dan wel echt zielig.’
‘Dat zelfs op deze plek mensen jatten zegt genoeg. Totaal nergens meer geen schaamte over hebben, en niks meer heilig is.’
‘Kan onze maatschappij nog dieper zinken?’
‘De vroegere normen en waarden zijn niet meer.’

Zomaar wat Facebook-reacties op het nieuws, maandag, over een inbraak in de kerk van Meterik. Deze reacties kenmerken zich door een hoog vroeger-was-alles-beter-gehalte en een misschien nog wel hoger waar-moet-dat-toch-heen-gehalte. Ik kan u verzekeren: valse nostalgie ten top! Vroeger waren inderdaad sommige dingen beter, maar heel veel dingen ook niet.


Met kerkinbraken is het precies hetzelfde als met kermisruzies (klik hier): ze zijn van alle tijden. Zelfs in tijden dat de rooms-katholieke kerk nog een gezaghebbend instituut was (ook al niet iets om vol  nostalgisch verlangen op terug te zien), vonden met grote regelmaat kerkinbraken plaats, óók in de kernen die nu Horst aan de Maas vormen. Een vluchtig historisch krantenonderzoekje leidde binnen de kortste keren tot een oogst van meer dan twintig inbraken in kerken en kapellen in de afgelopen anderhalve eeuw in Horst aan de Maas. Ik ben ervan overtuigd dat diepgaander onderzoek leidt tot een oogst die de honderd kan benaderen en misschien wel overschrijden.  


Komt ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van krantenberichten over kerkinbraken in de kernen van de huidige gemeente Horst aan de Maas, gebaseerd op een vluchtig onderzoekje en gerangschikt in oplopende mate van leesplezier:

5. America, 1930. Bron: De Tijd, 6 februari 1930.


Wat is uw beroep? Offerbloklichter.

4. Melderslo, 1960. Bron: Dagblad voor Noord-Limburg, 14 juni 1960.


Heet dat niet van een kouwe kermis thuiskomen? Maar wist de dief wel dat er even eerder nog 250 gulden in het offerblok had gezeten?

3. Horst, 1892. Bron: De Tijd, 18 september 1882.


Je ziet het ‘groot aantal inwoners onzer gemeente’ de vermaledijde dief achter de vodden zitten. ‘Waat mende geej ow wal ni, fiezennammi?’

2. Sevenum, 1911. Bron: Limburger Koerier, 1 juli 1911.


Lang, maar beslist de moeite waard om helemaal te lezen. Slim bedacht van dat rietje of lijmstokje, alleen zo jammer van die ‘van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat zich aan de onderzijde van de gleuf een in schuine stand aangebrachte geleider bevond, die het doordringen van het stokje tot op den bodem bemoeilijkte en terughalen van het stokje met geld onmogelijk maakte’.  

1. Sevenum, 1940. Limburger Koerier, 8 mei 1940.


Nog veel langer en nog veel moeilijker leesbaar, maar ook nog meer de moeite van het lezen waard. Die kop alleen al: ‘Kerkdief met ziekelijke neiging voor offerblokken.’ Voor uw gemak heb ik twee van de meest tot de verbeelding sprekende passages volledig uitgetikt:
‘Verdachte van Kl. uit Eindhoven is voor dit feit al vele malen veroordeeld. Het is een kwaal van hem offerblokken te lichten. Af en toe verkeert hij in een omstandigheid dat hij geen offerblok kan zien, of hij kan de verleiding niet weerstaan het open te breken en den inhoud er uit te nemen.’
en
‘Verdachte bleef hardnekkig ontkennen. Hij wendde bovendien allerlei pogingen aan, om buiten de muren van de gevangenis te blijven en slikte op een dag een lepel in. Onverwijld moest hij naar het ziekenhuis worden overgebracht, alwaar terstond operatief moest worden ingegrepen. De man doorstand de operatie en hersteld zijnde, verscheen hij dinsdag voor zijn rechters.’

woensdag 3 april 2024

Intermezzo – Zomertijdstrijd

-Hoe laat is het nu in de oude tijd?
-Hoe bedoel je, ‘de oude tijd’?
-Nu hebben we de nieuwe tijd toch?
-Oh, je bedoelt de zomertijd!
-Ja. Nu is het tien uur. Maar hoe laat zou het in de oude tijd zijn? Negen uur? Of elf uur?
-Geen idee. Maakt het wat uit dan?
-Jazeker maakt het wat uit. Als het nu negen uur zou zijn, dan kon ik nu nog niet gaan slapen. Dan zou ik over een paar uur alweer wakker worden. Maar als het nu elf uur zou zijn, dan zou ik nu zo langzamerhand naar bed kunnen gaan.
-Oh, op die manier.

Elk jaar dezelfde verwarrende gesprekjes. Veel verder gaat het niet. Principiële bezwaren tegen de zomertijd vallen vandaag de dag nauwelijks nog te beluisteren. Dat was vóór de Tweede Wereldoorlog wel anders. Na de invoering van de zomertijd in 1916 ontbrandde een jarenlang aanhoudende felle strijd tussen voor- en tegenstanders.

Het Venrayse weekblad Peel en Maas karakteriseerde de strijd tussen voor- en tegenstanders in 1925 als een conflict tussen stad en platteland: ‘De stedeling miskent de nadeelen van den Zomertijd, de schade en den hinder daarvan voor den boer (…). De boer ziet veelal niet in dat een uur méér zonlicht per dag door duizenden en duizenden noode wordt gemist.’ 


In Sevenum pikten enkele boeren het in mei 1926 niet langer. Ze gingen volgens de Nieuwe Venlosche Courant met een handtekeningenlijst langs de deuren ‘om te teekenen voor ’t behoud van den gewonen tijd’. Dit leidde ertoe dat pastoor De Bruyn de kerkklok die hij op zaterdag 15 mei een uur vooruit had gezet, twee dagen later weer een uur terugzette. Waardoor Sevenum ineens met twee tijden te maken kreeg: de wettelijke (zomer)tijd en de officieuze (boeren)tijd. Met curieuze gevolgen voor de inwoners. Zo hanteerde de lagere school de wettelijke tijd. Die begon daardoor al om half acht voor leerlingen die de officieuze tijd hanteerden. Dat leidde ertoe dat ze de mis van acht uur niet konden bijwonen en dat ouders hun kinderen eerst naar de mis stuurden. Vervolgens kwam hun kroost een uur te laat op school.

Limburger Koerier, 13 september 1928
De spoorwegen conformeerden zich evenmin aan de Sevenumse tijd. En de marechaussee, die uitging van de wettelijke tijd deelde boetes uit aan werkgevers die de Sevenumse tijd hanteerden en hun personeel, tegen de voorschriften in, na zes uur ’s avonds nog lieten werken.  

Nieuwe Venlosche Courant, 21 mei 1932
Bepaald onpraktisch allemaal, inderdaad. Maar enige eigenwijsheid is de Sevenumers nooit vreemd geweest: ze lieten deze situatie jarenlang voortbestaan. Pas in 1933 besloten ze hun zomertijdstrijd te staken.

Het Vaderland, 31 mei 1933
(Dit stukje verscheen vandaag in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

dinsdag 25 januari 2022

Klein mysterie 796 – Atrium (4)

‘Daar gaan we weer. Voor de 384e maal dreigt te worden gemorreld aan het atrium van de Sint-Lambertuskerk.’ Dit schreef ik op 14 mei 2012 (klik hier). Tien jaar later zijn we beland bij poging 393: ‘Woensdag 12 januari tekenden een initiatiefgroep vanuit het kerkbestuur Lambertus en de gemeente Horst aan de Maas een convenant om het atrium van de Lambertuskerk meer functie te geven.’ ‘Meer functie geven’ heet elders in de berichtgeving ‘vergroenen’, ‘een impuls geven’ en ‘meer sfeer geven’. Wethouder Rudy Tegels (CDA): ‘Goed voor de beleving rondom de kerk én mooi passend bij de centrumvisie.’


Klinkt gelukkig allemaal redelijk vaag. Ook valt hoop te putten uit het feit dat de voorgaande 392 pogingen allemaal zijn mislukt. Toch is het misschien niet verkeerd nu al een waarschuwend woord te laten horen: blijf in godsnaam met je poten van het atrium af!


De Sint-Lambertuskerk is de enige kerk in Nederland met een atrium. Het is bedoeld als een overgangsruimte tussen de drukte van de straat en de gewijde stilte van de kerk. In reactie op morrelpoging 337 of daaromtrent schreef de vermaarde kunsthistoricus J.J.M. Timmers (1907-1996) over kerk en atrium:

‘Enige tijd geleden vernam ik dat er plannen bestaan om de prachtige kerk van Horst in haar wezen aan te tasten door onverantwoorde ingrepen aan dit gebouw. Ik moge daartegen met klem protesteren. De kerk van Horst is een van de allerbeste werken van wijlen architect Boosten, een voornaam kunstwerk, waaraan niet mag worden geknoeid. Plannen in deze richting zijn gelijk te stellen aan barbarij en ordinair vandalisme. Ik hoop dat men in Horst zo verstandig zal zijn dit te voorkomen en dat men er niet de schande op zich zal laden een der allerbeste naoorlogse kerkgebouwen te hebben verknoeid.’

‘Barbarij en ordinair vandalisme.’ Wat zou Timmers eigenlijk hebben gevonden van de bespottelijke verlichting van de kerk in fancy kleurtjes die de indruk wekt dat er warempel nog wel meer te halen valt dan louter spiritueel genot?


Meer functie, een impuls, meer sfeer, beleving. Alleen ‘reuring’ ontbreekt nog in dit treurige rijtje. Wanneer dringt het eindelijk eens door tot plannetjesmakers, impulsgoeroes, (kerk)bestuurders, sfeermakelaars, belevingsprofeten, beleidsbepalers en ander gespuis dat niet álles een functie hoeft te hebben? Dat we al omkomen in een overvloed aan impulsen? Dat stilte, ongenaakbaarheid en beschouwelijkheid óók voor sfeer zorgen? Dat er ook een teveel aan beleving kan zijn? 


Ruim twee jaar geleden overleed Jan Holthuis, niet aflatend strijder voor behoud van het atrium in zijn oorspronkelijke staat. Ik besloot zijn in memoriam (klik hier) als volgt: ‘Kunnen we niet afspreken dat als eerbetoon het atrium van de Sint-Lambertuskerk voor eeuwig behouden blijft?’ Pas nu besef ik dat ik daarmee ongewild een opening heb geboden aan de barbaren en ordinaire vandalen. Er had natuurlijk moeten staan: ‘Kunnen we niet afspreken dat als eerbetoon het atrium van de Sint-Lambertuskerk voor eeuwig in oorspronkelijke staat behouden blijft?’   

maandag 3 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (8) | Frank Schijven

25 december
Frank: ‘Ik meld me aan.’

30 december
Frank: ‘Ik heb  iets speciaals bedacht voor de wandeling.’
Ik: ‘Benieuwd!!! Op nieuwjaarsdag zou kunnen.’
Frank: ‘1-1 is wel een mooie dag voor een wandeling.’

1 januari
Ik: ‘Hoe laat wil je gaan wandelen? En waar spreken we af?’
Frank: ‘Agata vraagt of we bij haar een nieuwjaarsborrel komen drinken. Van 2 tot 4 wandelen en om 4 uur bij Agata?’
Ik: ‘Strak plan! Maar waar wil je wandelen?’
Frank: ‘Bij Aagje achter het Haagje? Rondje Evertsoord.’
Ik: ‘Is goed. Is dat het speciale dat je had bedacht voor de wandeling?’
Frank: ‘Nee. En dat speciale is nou ook niet zo speciaal dat je het speciaal mag noemen. Het is eerder het tegenovergestelde van speciaal. Waar vertrekken we?’
Ik: ‘In Evertsoord dacht ik?’
Frank: ‘Waar precies? Evertsoord is groot!’
Ik: ‘Ik dacht bij Agata, maar we kunnen ook bij de kerk afspreken.’
Frank: ‘Ok. Misschien kun je je stukje van tevoren schrijven, dan hebben we een scenario.’

Frank Schijven (64) is kunstenaar (maar dat had u waarschijnlijk al gedacht), woont in Melderslo en is deeltijd-Spanjaard in de dop. We kennen elkaar (maar dat had u waarschijnlijk al gedacht).

We starten bij het door de gevangenis omsloten kerkje van Evertsoord. Snowy, de hond van Frank, wandelt ook mee. Ik heb het stukje niet van tevoren geschreven, dus we hebben geen scenario – denk ik dan nog. Ik ben benieuwd naar het speciaals dat Frank heeft bedacht. We slaan rechtsaf de Driekooienweg in. We hebben het over de aflevering van Wintergasten met Marina Abramovic. We slaan linksaf een veldweg in. Ik maak een foto van een markant schuurtje.



Frank wil ook een foto maken en komt tot de ontdekking dat hij z’n telefoon in de auto heeft laten liggen. Hij wil terug, ondanks mijn tegenwerping dat je als dief wel gek zou zijn om een telefoon uit een auto te stelen onder het oog van de talloze bewakingscamera’s van een gevangenis. We wandelen terug. Deel 1 van de wandeling zit erop.


Frank wil elders in Evertsoord wandelen. Ik moet zeggen waar. Oké. We rijden naar de Kerkkuilenweg, stappen uit en lopen rechtsaf de Mariapeel in. Beschermd natuurgebied, daarom veel wandelaars. Tot ongenoegen van Frank: hij wil een pleidooi houden waarbij hij geen toehoorders kan gebruiken. Dus discussiëren we maar wat over de vraag of in steden percentueel gezien meer progressieve mensen wonen dan op het platteland. Intussen vraag ik me af wat Frank in godsnaam kan bedoelen met zijn pleidooi.


Als er geen andere wandelaars meer te bekennen zijn, waagt Frank het erop. En begint aan zijn pleidooi. Het Pleidooi voor het Fluiten. Frank heeft geconstateerd dat vandaag de dag amper nog fluitend wordt gewandeld. Dit tot zijn leedwezen: fluitend wandelen zorgt voor opgewektheid bij de fluiter en tovert bij toehoorders minimaal een glimlach op het gezicht. Franks gemoed is merkbaar opgeklaard nu hij sinds anderhalve maand dagelijks fluitend wandelt.


Frank begint te fluiten.
Ik begin te lachen.
Frank blijft fluiten.
Ik blijf lachen.
Frank stopt met fluiten.
Is het niet zo dat dat lachen ophoudt bij droevige deuntjes, vraag ik.
Frank zegt dat je ook van droevige deuntjes vrolijk wordt.
Frank begint een droevig deuntje te fluiten.
Ik moet lachen.
Frank vraagt me om ook te fluiten.
Ik wil niet.
‘Ah, kom op!’
Ik fluit iets.
Frank begint te lachen.
Ik begin ook te lachen.
Frank geeft me complimentjes over mijn fluiten. Hij hoort er iets Oostenrijks in.
Dat ook nog.
‘Zullen we nu samen fluiten?’
Nee, dat wil ik niet.
‘Ah, kom op.’
Waar ik ook kijk: geen andere wandelaars te bekennen. ‘Oké dan.’ 

(klik op pijl om filmpje te starten; afspelen met geluid)



Fluitend lopen we terug naar de auto. Althans zo lang we buiten het gehoor van anderen blijven. Díe schaamte ben ik nog niet voorbij.


Dit was aflevering 8 van Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt!

donderdag 30 december 2021

Intermezzo – Wandelgang (3) | Peter Bults

‘Ik ken Horst nauwelijks. Dus ik ben wel benieuwd naar jouw Horst.’ U vraagt, wij draaien. Dus spreek ik op dinsdagavond af met Peter Bults. Om zes uur regent het pijpenstelen. Ik mail Peter: ‘Als je niet het risico wilt lopen om nat te worden, kunnen we ook een andere keer afspreken.’ Zijn reactie: ‘Ach, wat heet risico. Ik was toch al van plan een jas aan te trekken. Dus, tot zo.’ Een uur later regent het nog steeds, maar wtf. Peter (66) woont in Holthees, noemt zichzelf pensionado en verdiende jarenlang zijn brood in de vliegerluchtfotografie – waarover hieronder meer. We kennen elkaar.


We hebben afgesproken op het Wilhelminaplein. Als we richting Lambertusplein lopen, blijkt Peter toch minder onbekend met Horst dan hij het deed voorkomen: ‘Ah, Passi! Heb ik wel eens een ijsje gegeten. Oh, en daar de Sint-Lambertuskerk!’ Ik vertel over het Hôrster Hundje en Jan de Beijer die in 1738 de Sint-Lambertuskerk tekende. Al snel besluit ik mijn rol als gids iets minder serieus te nemen omdat het gesprek daaronder lijdt. De rolverdeling voor de rest van de wandeling: Peter die aan het woord is over zijn leven en bezigheden, ik die af en toe een vraag stel, verhaal over mijn bezigheden en tussendoor wijs op een bezienswaardigheid.


Wat Peter ook vertelt, er schemeren altijd onderkoelde humor en relativeringsvermogen in door. Hij werd geboren in Harderwijk, bracht zijn lagere schooltijd door in Singapore en woonde daarna op tal van plaatsen in Nederland. De liefde voerde hem een kwart eeuw geleden naar Holthees. Tussen Gasthoês en Kantfabriek gaat het vooral over Singapore: de avontuurlijke vliegreis ernaartoe, het verblijf daar, het Maleis dat hij er leerde spreken, het huispersoneel, de bootreis terug.


Als we afdraaien naar de Westsingel zegt Peter, opgeleid als werktuigbouwkundige, dat hij na zijn verhuizing naar Holthees enigszins zoekende was. Uiteindelijk besloot hij van zijn twee grootste hobby’s, vliegeren en fotografie, zijn beroep te maken: vliegerluchtfotografie in al zijn facetten. Vliegerluchtfotografie … Ik geloof niet dat ik het woord ooit eerder heb gehoord. Een half uur later (Zwaluwstraat – Toon Hendriksstraat – Westsingel – Weltersweide – Noordsingel – Julianastraat – Gebroeders van Doornelaan) waan ik me specialist op het gebied van de vliegerluchtfotografie. Mooie verhalen, prachtig verteld. Frustrerend dat het concept van deze serie het niet toelaat om die verhalen hier te reproduceren.


Op de Gebroeders van Doornelaan houden we halt bij de door Jeu van Helden ontworpen DAF’jes. Peter, behalve techneut ook autofreak, blijkt niet te weten dat de gebroeders Van Doorne, oprichters van DAF, Horst-Americaanse wortels hebben. Hij steekt zowel de loftrompet over het kunstwerk van Jeu als over de automatische versnellingsbak van DAF.


Via Venrayseweg en Jacob Merlostraat keren we terug op het Wilhelminaplein. Ik vraag hoe Peter zijn dagen doorbrengt als pensionado. Vooral met het ordenen van de duizenden foto’s die hij in de loop van een kleine zestig jaar heeft gemaakt. Ik heb die foto’s nooit gezien en Peter is wars van pretenties, maar het zou me niet verbazen als die foto’s museumwaardig zijn. Dat vermoeden krijgt enkele uren later een boost als Peter me de drie foto’s van de wandeling stuurt die dit stukje sieren.

Ook een keer meewandelen? Dan ben je te laat … Tenzij je onder de veertig bent: in een poging de totaal scheve verhouding tussen 40-plussers en 40-minners met wie ik inmiddels een wandelafspraak heb gemaakt wat meer in balans te brengen, is aanmelding vanaf nu alleen nog mogelijk voor 40-minners. Dus ben je 40-minner en wil je met mij in de komende anderhalve week een keer door Horst wandelen? Stuur dan een mail naar horstsweethorst@gmail.com en we maken een afspraak.

zaterdag 30 oktober 2021

Ingezonden – In de biechtstoel

Horst-sweet-Horst ontving een ingezonden bijdrage van Jan Duijf (Kloosterstraat Horst), die onderstaand gesprek opving uit de biechtstoel.

IN DE BIECHTSTOEL

Dag meneer Lenssen, hoe komt u zo bij mij in de biechtstoel terecht?

Ik heb eerlijk gezegd behoefte aan een open en eerlijk gesprek.

Eerlijk gezegd heb ik u al tientallen jaren niet meer hier in de kerk gezien. En de deur stond altijd voor u open.

Ik ben eerlijk gezegd te druk met politiek geweest.


Er zijn in Hegelsom toch genoeg mensen waarmee u open en eerlijk kunt praten. Je hebt hier vlakbij toch die Alex die altijd zo open en eerlijk is?

Die is eerlijk gezegd van het CDA. Dus niet open en onbetrouwbaar. Ik mis gewoon die openheid en eerlijkheid bij anderen in de politiek.


Ook bij uw eigen Socialistische Partij?

Daar ben ik eerlijk gezegd bij weggegaan, omdat ze niet open en eerlijk zijn.

En toen?

Ben ik voor D66/GroenLinks in de gemeenteraad gaan zitten. Ik dacht dat die open en eerlijk zouden zijn.

En dat viel tegen?

Eerlijk gezegd: bitter. Net als de openheid en eerlijkheid van de gemeenteraadsleden van Essentie, CDA en PvdA. Ik vergeet de burgemeester. De gemeentesecretaris. De wethouders vooral.


Twijfelt u eigenlijk nooit aan uw eigen openheid en eerlijkheid?

Jawel, ik ben eerlijk gezegd natuurlijk niet voor niets uit mijn éénmansfractie gestapt.

Ik denk dat u met uw soort van eerlijkheid en openheid aan het goede adres bent. Wij krijgen tegenwoordig ook niet altijd onze zin. Onze zegen hebt u. Wij zullen u helpen.

Dank u pastoor: ik werk eerlijk gezegd graag samen met gelijkgezinden.

Ja, laten we samen met onze openheid en eerlijkheid voor u de hemel op aarde realiseren. En voor mij het paradijs in de hemel. Ik stap dan ook uit mijn partij.

maandag 11 oktober 2021

Ingezonden – Een zandloper kent geen tijd

Horst-sweet-Horst ontving onderstaande ingezonden bijdrage van Jan Duijf (Kloosterstraat Horst). Over een zandloper. Voor de omnivoor. Voor de fijnproever. Voor de tussen-de-regels-door-lezer. Om te lezen. En te herlezen. En te herlezen.

EEN ZANDLOPER KENT GEEN TIJD

Wat heb je al allemaal gesneden? Een koe, een paard, een varken, een kip, een haan, een ezel, een geit, een schaap, een eend, een gans, een poes, een hond en een alpaca? Allemaal uit lindenhout? Net als de heiligenbeelden in de kerk? Ja, die lange winteravonden op de boerderij. Geen reet te doen met die computers? Op het moment valt er ook niks te demonstreren? Saai, ja. Heel saai op het platteland. Wat deden ze vroeger nog meer? Bedenk eens wat.


Waarom vul je die zandloper niet bij met onze hoge zandgrond? Zuiver de grond dan eerst. Daar word je nederig van. Je leeft in een enclave van een volgehouden verleden. Je bent allang uit de tijd gevallen. Je moet de zandloper op zijn kop zetten. Je blaast nog altijd van torenhoog in de kaarsentijd. Je bezweert de verloren tijd door priester en pastoor niet meer te citeren. Heb je niets meer te melden? Je zingt een verloren halleluja en zegent het land met sproei. Je kijkt alsof je te groene rabarber hebt gegeten. Je bent een ouderwetse zandloper.

Teel wat meer bedrijven in onze aarde. Stamp laboratoriumopstellingen uit de volle grond. Schiet teveel op mest. Ga door met je soortenpolitiek. Discrimineer lekker door. Bankleen ook duchtig. Aan de roze einder gloort de zegen! Snij letters uit dat lindenhout. Leg daarmee het woord megastal. Zet je houten beesten daar dan in. Doe wat. En loop verdomme niet zo rond te strompelen. Te broeien. Broei. Boer. Broei. Ben jij een zandloper? Leg eens! Broed. Boer. Broed. Het gouden.

Jan Duijf  Kloosterstraat 

zaterdag 10 april 2021

Intermezzo – Kerkfoto’s

En toen ploften er, enkele weken geleden, zomaar ineens drie foto’s in mijn brievenbus. Twee van een verwoeste kerk, een van een kerk in aanbouw. Drie foto’s zonder enige duiding. Zonder afzender ook. Een schenking van iemand die op de hoogte is van mijn belangstelling voor de lokale geschiedenis? Ik proefde er in elk geval ook een aansporing in om er in stukje aan te wijden op Horst-sweet-Horst.


Op een van de foto’s herkende ik Leonard Debye, voormalig pastoor-deken van Horst. En die verwoeste kerk, was dat niet die van Meterik, met op de ene foto het nog altijd bestaande transformatorhuisje? Ik kon het zo snel niet achterhalen. Geleidelijk verdwenen de foto’s uit mijn blikveld. Totdat ik deze week Joop, mijn oom uit Blerick, aan de telefoon had. Enigszins terloops meldde hij enkele weken geleden drie uit het familiearchief afkomstige foto’s van de Sint-Lambertuskerk in Horst in mijn brievenbus te hebben gedeponeerd. Op een ervan stond zijn broer, tevens mijn vader. Vandaar dat ik ze kreeg. Raadsel opgelost!  


Laten we beginnen met de foto waarop mijn vader als misdienaar prijkt (rechts). Naast mijn vader inderdaad deken Debye (met wie m’n vader later nog wel eens de degens zou kruisen) en links Leo Wijnen, eveneens in de rol van misdienaar. Ik vermoed dat de foto is gemaakt op 26 augustus 1951 – mijn vader was toen 12 –, de dag van de officiële eerstesteenlegging van de nieuwe Sint-Lambertuskerk. De huizen op de achtergrond zouden dan aan de Hoofdstraat moeten liggen. Overigens meen ik mijn vader ook te herkennen op een andere foto van de eerstesteenlegging, helemaal rechtsonder. De misdienaar naast hem zou dan logischerwijze weer Leo Wijnen moeten zijn.


De belangstelling voor de eerstesteenlegging viel overigens tegen omdat diezelfde middag aan de Herstraat het rieten dak van villa De Roskam, bewoond door de familie Vullinghs, vlam vatte. Deken Debye was not amused, bleek enkele dagen later in De Echo van Noord-Limburg:
‘We zijn niet tevreden over de opkomst der parochianen. Zelfs als we brand en andere dingen in aanmerking nemen dan was deze nog beneden peil te noemen. We moeten eerlijk bekennen dat we dit geen ogenblik hadden verwacht.’

Dan die twee andere foto’s. Enig geblader in diverse publicaties leidde tot de onomstotelijke conclusie dat het hier niet de naoorlogse puinhopen van de Meterikse kerk betreft maar die van de Sint-Odakerk in Melderslo. Beide foto’s zijn (onder meer) afgedrukt op bladzijde 111 van deel 6 van Oud Horst in het nieuws. Ook dit trafohuisje bestaat trouwens nog steeds: het ligt op de kruising Vlasvenstraat – Odastraat – Rector Mulderstraat.


P.S. Ik vroeg Joop of ik hem in dit stukje ‘J.’ moest noemen of dat ‘Joop’ ook was toegestaan. Zijn reactie is te mooi om onvermeld te laten: ‘Ik ben geen boef, je mag mijn naam noemen. Terzijde: als dank voor het kordate optreden van de vrijwillige brandweer van Horst tav de brand rieten dak De Roskam is Vullinghs de brouwer toegetreden tot de vrijwillige brandweer. Jammer dat Jun [mijn vader] kerkelijke bezigheden had anders had hij beslist vooraan gestaan in Herstraat.’