zaterdag 16 juli 2011

Klein mysterie 265 – Zwaai

Ge rookt d’n asfalt en de zwaj
as ’t pas gereagend haj

Een strofe uit de nummer 1 van mijn top 5 van Rowwen Hèze-nummers. Wat ik er vooral zo mooi aan vind, is dat ‘d’n’ voor ‘asfalt’. Zo zeggen we dat inderdaad in het Horster. Niet ‘ut asfalt’, maar ‘d’n asfalt’. Zoals we ook ‘de zand’, ‘d’n bituum’, ‘de stasie’, ‘de zaal’ (zadel) en ‘d’n turf’ zeggen.
De betekenis van ‘zwaj’ was me lange tijd onbekend. Totdat in 1993 het onvolprezen Zò bót ás en hiëp verscheen.
Bladzijde 83: ‘zwaai: stoëm, dâmp’.

Op gezag van Rowwen Hèze heb ik dus altijd aangenomen dat de niet onaangename geur die er hangt na een vooral zomerse regenbui de geur van d’n asfalt en de zwaj (of zwaai) is. Hoewel ik de geur ook wel eens meende te bespeuren op plaatsen waar in de verste verte geen asfalt te bekennen was. En hoewel ik niets rook als ik na een regenbui wel eens met m’n neus umliëg op d’n asfalt ging liggen. En hoewel het me ook maar niet lukte de geur van de zwaj te identificeren. Ik weet dat maar aan een gebrekkig ontwikkeld reukorgaan. Twijfel aan de juistheid van de bewering van Jack Poels (de tekstdichter van De Peel in brand) liet ik niet toe – zou toch een vorm van heiligschennis zijn.
Sinds woensdag is het allemaal anders. Ik was aan het lezen in dit boek,
een verzameling eerder in De Volkskrant verschenen columns. Op pagina 105 en 106 brengt Koen Schouten een ode aan regen. Vooral aan het geluid van regen. Maar ten slotte ook aan de geur van regen: ‘Als het lang droog is, scheiden planten een olieachtige stof af om de groei van hun zaden te vertragen: petrichor. Die blijft op de bodem liggen. Als het gaat regenen, dan ruik je hem. Een van de lekkerste geuren die bestaan. En net als een goede zomerbui niet na te maken.’ Petrichor! Vergeet d’n asfalt en de zwaj: het is petrichor dat je ruikt als het pas geregend heeft! Ook al weer een heerlijk woord trouwens, petrichor (spreek uit: petrikor). Volgens Wikipedia in 1964 gemunt door de Australische wetenschappers I.J. Bear en R.G. Thomas.
Hamvraag is natuurlijk of Jack Poels dit allemaal wist toen ie in de jaren tachtig De Peel in brand schreef. Ik ga er vanuit van wel, vooral omdat ik niet wil dat er binnen een maand behalve Frits Abrahams nog een tweede held van z’n voetstuk duikelt. Waarom dan toch d’n asfalt en de zwaj? Misschien omdat Ge rookt d’n asfalt en d’n petrikor / as ’t pas gereagend haj niet echt lekker in de mond ligt?
Hoe het verder ook zij: duidelijk is dat ik niet langer met m’n neus op d’n asfalt hoef te gaan liggen om de geur van een zomerse regenbui op te snuiven. Een hele last minder.

2 opmerkingen:

  1. Asfalt ruikt als het geregend heeft, vind ik wel, vooral als het heet geweest is en ik sta ook niet bekend om mijn scherpe reukvermogen. Soort vage geur van stof met een vleug asfalteermachinegeur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Enne jager vindt enne knien, ma di knien vindt vaan neet

    BeantwoordenVerwijderen