Posts tonen met het label Meerlo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Meerlo. Alle posts tonen

maandag 30 maart 2026

Trapveldjesvoetballers (19)

Ontvallen aan het legioen der trapveldjesvoetballers: Jawad Younes, 11 jaar, overleden op 27 maart 2026 in Saksakiyeh, Zuid-Libanon


Behalve in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever houdt Israël sinds enkele weken ook weer eens huis in Libanon. Sinds 2 maart zijn meer dan een miljoen mensen gedwongen hun huis te ontvluchten. Meer dan duizend mensen zijn gedood. Onder hen ook Jawad Younes.  


Afgelopen vrijdag, iets na enen, voerde het Israëlische leger een luchtaanval uit op het huis van de familie Younes. Jawad was op dat moment aan het voetballen bij zijn huis, samen met negen neven. Behalve Jawad overleefde ook zijn 41-jarige oom, Ragheb Younes, de Israëlische aanval niet. Een tante van Zawad, die zwaargewond raakte, verklaarde tegenover de BBC dat Israël van te voren niet had gewaarschuwd voor een op handen zijnde aanval. Het Israëlische leger heeft geweigerd te reageren op vragen naar het beoogde doelwit van de aanval.

Overal ter wereld zijn trapveldjes. Nergens ter wereld komen zoveel trapveldjesvoetballers om het leven als in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon – allemaal door toedoen van Israël. Ter nagedachtenis aan hen deze serie. Die opent telkens met een foto van een trapveldje in Horst aan de Maas, waar trapveldjesvoetballers weinig te vrezen hebben. Ditmaal een foto van het trapveldje aan de Burgveldweg in Meerlo. Klik hier voor de voornaamste bron voor dit stukje.

woensdag 7 januari 2026

Intermezzo – Schravele

Schravele. Woord van de dag, van de week. Correctie: werkwoord van de dag, van de week. Want schravele is werken, een bezigheid die inspanning vereist. Schravele is aan iets beginnen waarvan de uitkomst niet vaststaat, er is altijd een ongewisse factor in het spel. Heb je de ene hindernis overwonnen, dan doemt achter de volgende bocht het gevaar alweer op.


Wat is schravele volgens de dialectwoordenboeken? Venray: ‘Onzeker klauteren, stuntelig onzeker de weg zoeken over hinderpalen.’ Sevenum: ‘Zich onzeker of moeilijk voortbewegen, gehinderd door obstakels, ouderdom of een handicap.’ Horst: ‘Ni good vuroêt kome.’ Venlo: ‘Moeizaam voortbewegen.’ Meerlo-Wanssum: ‘Onzeker lopen.’ Grubbenvorst: ‘Strompelen, onrustig lopen.’


‘Ni good vuroêt kome’ en ‘moeizaam voortbewegen’ benaderen het meest mijn opvatting van schravele. Omschrijvingen met het woord ‘onzeker’ erin kunnen me niet helemaal bekoren: voor mijn gevoel heeft schravele meer te maken met doorzettingsvermogen, alertheid en het slechten van barrières dan met onzekerheid.


Moest ik voor één Nederlands woord kiezen dat hetzelfde betekent als schravele, dan zou dat inderdaad ‘strompelen’ zijn. ‘Ploeteren’ zou ook een optie kunnen zijn, maar dat mist het voortbewegingsaspect. In ‘sukkelen’ ligt de nadruk teveel op het tempo. ‘Schuifelen’ roept al te zeer het exclusieve beeld van een breekbare grijsaard op. Terwijl het niet uitsluitend de leeftijd of de lichamelijke conditie hoeven te zijn die iemand veroordelen tot het schravelaarschap.

Toen ie nao hoês schravelde en zich schrömde án en schruufke begós ut schriëpel jungske vurschrikkelik te schrowwe.

vrijdag 11 juli 2025

Intermezzo – Boodschappenbriefje (14) | Riekske

Wat ook een eeuwigdurende bron van fascinatie blijft, is het dialect. Gedachtevorming over het dialect begint bij mij geregeld bij opgeraapte boodschappenbriefjes. Daarop tref ik wel eens woorden als appelsiene of petatte aan. Op het vorige week bij Albert Heijn in Horst opgeraapte briefje van pasfotoformaat ging mijn aandacht in eerste instantie uit naar het woord mettler. Nooit eerder gehoord of gelezen. Ineens viel me in dat het misschien hoorde bij garen kleur 1457 van de regel erboven. Googelen. En precies zo was het. Daarna viel mijn oog op snijworst. Vleesonnozel als ik ben, dacht ik dat elke worst snijworst is. Googelen. Niet dus: snijworst is een specifiek soort worst (dat ik graag aan me voorbij laat gaan).


Boven snijworst staat mik. Met mik heb ik van oudsher een problematische verhouding. Ik ben een native Horster dialectspreker. Mik is in het Nederlands een bepaald soort brood, maar in het Horster dialect staat mik als ik het wel heb voor brood in het algemeen. Net als wek. Terwijl ik ben grootgebracht met broëd. Dan komt mik er niet meer in. Onvolkomenheidje in mijn opvoeding, waarop ik voor de rest weinig heb aan te merken.


Ik besloot de onvolprezen Dialectatlas van het Nederlands uit 2011 er eens bij te pakken. Omdat ik dacht dat die een verspreidingskaart bevatte van dialectwoorden voor brood. Niet dus. Al bladerend bleef ik vervolgens hangen bij een kaart waarop de gangbare benamingen voor het woord vork in de Nederlandse en Vlaamse dialecten is weergegeven. Wat blijkt? In Noord-Limburg zou riekske de meest voorkomende benaming voor vork zijn. Riekske? Verket zal je bedoelen! Riekske (‘kleine riek’) is een prachtig, poëtisch woord, maar ik heb het nog nooit gehoord, ook niet als reekske, zoals het in het Horster dialect zou luiden. In de woordenboeken van het Horster, het Meerlo-Wanssums, het Venrays en het Venloos dialect kom ik riekske/reekske ook niet tegen in de betekenis van vork. Maar zie daar, Sevenum zou Sevenum niet zijn als het weer eens anders was. Uit het Sevenums woordenboek: ‘Rikske –  vork. “Met ’t riksken aete, Riekske, nit met ’t vuûsje.”’  


Om te verifiëren dat mik in het Nederlands inderdaad een bepaald soort brood is en niet brood in het algemeen, pakte ik de Van Dale erbij. Inderdaad: ‘Brood van fijn roggemeel.’ Andere betekenis van mik, volgens Van Dale: ‘Boomtak in de vorm van een tweetandige vork.’ Een verket? Een reek/riek(ske)? Nee, dat is dan weer een vörk in het Horster dialect. Enzovoort.

(Dit stukje verscheen deze week ook in Via Horst-Venray)

vrijdag 22 april 2022

Intermezzo – Ooijen-Wanssum (1)

‘Ik was niet betrokken bij de deal, maar ik heb wel betrokkenheid gehad’, zei minister Hugo de Jonge op 7 april in het Kamerdebat over de zogeheten mondkapjesdeal. Nog geen 24 uur later deed Herman Nijskens, Statenlid namens de VVD, in de vergadering van Provinciale Staten van Limburg, Hugo de Jonge nog eens dunnetjes over: ‘In de lijst met toezeggingen staat het niet maar het is toegezegd.’ Dit nadat hij eerder had gerept van ‘Toezeggingen of in elk geval verwachtingen die zijn gewekt’.


Nijskens voerde het woord over het natuurbeheer in het gebied Ooijen-Wanssum. U weet wel, die gereactiveerde Maasarm. Ik heb nooit geloofd in maakbaarheid van natuur. Toch moet ik eerlijk bekennen dat de twijfel heeft toegeslagen sinds ik geregeld in het gebied Ooijen-Wanssum vertoef. Een karakterloos landschap is hier in enkele jaren omgetoverd in een paradijsje. Vijfhonderd hectare groot en het is er allemaal: bijzondere planten, zeldzame dieren, kleinschaligheid afgewisseld met majestueuze vergezichten.


Staatsbosbeheer is de tijdelijke beheerder van het gebied. Staatsbosbeheer leek ook de permanente beheerder te worden. Totdat Herman Nijskens op 8 april de zaak ineens kwam verpesten. Samen met het CDA, Forum voor Democratie, PVV, Lokaal-Limburg en SVL riep hij het provinciebestuur op het beheer van het gebied in handen te geven van lokale boeren. Op grond van eerdere toezeggingen. Of gewekte verwachtingen. De motie van Nijskens en consorten kreeg een ruime meerderheid. Nu is het woord weer aan het provinciebestuur.


Vreemde zaak. Ooit hebben boeren hun landbouwgrond verkocht aan de provincie voor de ontwikkeling van gebied Ooijen-Wanssum. Waarom zouden diezelfde boeren dan nu ineens beheerders van een natuurgebied moeten worden? Boeren is toch iets heel anders dan natuur beheren? Bovendien ligt het gevaar van versnippering levensgroot op de loer als boeren elk voor zich verantwoordelijk worden voor het natuurbeheer van een klein stukje van het gebied. En dat terwijl het gebied de afgelopen jaren nu juist zo’n mooie eenheid is geworden.


Verder is het maar de vraag in hoeverre de huidige natuurwaarden gegarandeerd zijn als Nijskens en consorten hun zin krijgen. Het huidige natuurdoeltype (een van de vreselijkste woorden die ik ken) voor het gebied is ‘rivier- en moeraslandschap’. Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Horst aan de Maas verzekerde wethouder Eric Beuskens (Essentie) afgelopen dinsdag: ‘Uitgangspunt is het beheerprofiel dat daar is neergelegd, namelijk moerasgrond en rivierenlandschap. Er worden dus geen concessies gedaan aan de natuurwaarden die we daar willen bereiken.’ Maar in de door Provinciale Staten aangenomen motie van Nijskens staat nu juist expliciet vermeld dat dit natuurdoeltype eventueel ook kan worden aangepast in ‘agrarisch natuurbeheer’. Natuur, maak je borst maar nat.

Een kortere versie van dit stukje verscheen afgelopen woensdag in Via Horst-Venray.

vrijdag 1 april 2022

Intermezzo – Vluchtelingenopvang (4)

Wat ook wel eens wordt vergeten is dat oorlog, geweld en vluchtelingen van alle tijden zijn. Nederland breekt zich nu het hoofd hoe het Oekraïense vluchtelingen moet onderbrengen. Niemand weet hoeveel het er uiteindelijk zullen worden. Tienduizenden waarschijnlijk, mogelijk enkele honderdduizenden. Fikse aantallen. Toch zinken ze in het niet bij het enorme aantal Belgen dat tijdens de Eerste Wereldoorlog onderdak kreeg in Nederland: ruim een miljoen. En dat op een bevolking van destijds slechts 6,5 miljoen.

Ook in Noord-Limburg werden destijds duizenden Belgische vluchtelingen opgevangen. In Horst arriveerden de eerste gezinnen, afkomstig uit de omgeving van Luik, op 20 september 1914, ruim een maand na de Duitse inval in België. Vanaf begin 1915 vonden ook enkele honderden Belgische kinderen onderdak in Horst en andere dorpen in de buurt, onder meer in Grubbenvorst, Meerlo en Sevenum. Zij waren veelal afkomstig uit het zwaar getroffen Dendermonde en omgeving. De Nieuwe Venlosche Courant schreef over Dendermonde:

‘Van de 1400 huizen liggen 1800 in puin en de bevolking huist in schuren, stallen en loodsen, welke onvoldoende beschutten tegen de ruwe elementen der natuur. Noode staan de verarmde ouders hun kleinen af, doch gebrek aan huisvesting en voeding nopen hen.’
Een hulpverlener verklaarde tegenover De Voorhoede over de omstandigheden waaronder de kinderen in Dendermonde hadden geleefd:
‘We hebben daar kinderen aangetroffen, die sinds maanden als hoofdmaaltijd gekookte aardappelschillen kregen en ook kinderen die in geen drie dagen warm eten hadden genoten.’

De kinderen – later zouden er nog meer volgen – vonden voor het merendeel onderdak bij particulieren. Enkelen verbleven in het Sint-Antoniusgesticht (‘’t Gasthoês’), op kosten van Horstenaren die thuis niet de mogelijkheid hadden hen goed te verzorgen.

Wat opvalt als je de krantenberichten uit die tijd terugleest, is de vanzelfsprekendheid waarmee de Belgische oorlogsvluchtelingen hier werden opgevangen. Werd het gezien als burger- en/of christenplicht om mensen in nood in je gemeente, dorp of gezin onderdak te bieden? Ongetwijfeld speelde mee dat België een buurland was en dat er sprake was van een gedeelde taal en een gedeeld geloof. En je openlijk uitspreken tegen het wereldlijk of kerkelijk gezag was destijds nog vrij ongebruikelijk en soms zelfs onverstandig. Wat de vraag oproept of er inderdaad nauwelijks gemor en geweeklaag was. Of was het er wel maar bleef het beperkt tot de straat en het café en drong het niet door tot de krantenkolommen?

Soms zou je willen dat je een eeuw geleden leefde en je oor te luister kon leggen op het Wilhelminaplein of in de Herstraat.

Dit is een op Horst toegespitste versie van een stukje dat woensdag verscheen in Via Horst-Venray. Een dezer dagen meer over de opvang van Belgische vluchtelingen in Horst. Mail naar horstsweethorst@gmail.com als u over informatie beschikt over Belgische vluchtelingen die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Horst verbleven.

donderdag 6 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (13) | Bart Vissers

Voor de derde keer in deze reeks wandelingen iemand die ik niet ken. Spannend! Eindelijk eens iemand die me ongezouten de waarheid onder m’n neus zal wrijven? Die in het avonddonker van de eerste maandag van het nieuwe jaar de kachel aan gaat maken met mij en Horst-sweet-Horst? Nope. Binnen een halve minuut is me al duidelijk dat ik niets te vrezen heb van Bart Vissers (39), afkomstig uit Horst, woonachtig in Meerlo en werkzaam bij Sulzer in Lomm.



We parkeren onze fietsen bijna tegelijkertijd naast het Horster gemeentehuis.
Bart: ‘Jij moet Wim zijn!’
Ik: ‘Dan moet jij Bart zijn!’
Bart: ‘Ik lees al jaren jouw stukjes en nu wil ik eindelijk wel eens weten wie jij bent. Jij mag de route bepalen.’
Ik: ‘Mwah. Ik had gehoopt dat jij dat zou doen!’
Bart: ‘Maar eerst wil ik naar de muur der Horster muren. Of waar ooit de muur der Horster muren stond.’


De muur der Horster muren? Wat kan Bart daar in godsnaam mee bedoelen? Wacht! Wow! Ineens besef ik dat Bart refereert aan een stukje dat ik ruim tien jaar (!) geleden op Horst-sweet-Horst heb gepubliceerd (klik hier) over de kort tevoren afgebroken muur aan het begin van de Herstraat, tussen pand Stroucx en pand Seuren. Die verdwenen muur bestempelde ik destijds tot Muur der Horster muren.
Bart: ‘Hier woonden mijn opa en oma!’
Ik: ‘Schoenmaker en schoenverkoper Breur Stroucx! Die eigenlijk Arie Vissers heette!’
Bart: ‘Precies!’   


Door de ramen naar binnen glurend verbaast Bart zich erover dat aan de indeling van de woning van z’n inmiddels overleden grootouders nauwelijks iets is veranderd. Maar ja, wel zonde van die verdwenen muur inderdaad. De huidige kan daar echt niet aan tippen. Ook zonde trouwens dat de werkplaats van z’n opa er niet meer is.


Hoewel nog niet eens begonnen, kan onze wandeling nu al niet meer kapot. Als ze al een doel heeft, dan is het elkaar leren kennen. We lopen kriskras door Horst, geen moment is wat we onderweg zien onderwerp van gesprek. Bart vertelt dat hij niet hecht aan status, hij heeft z’n auto bijvoorbeeld de deur uitgedaan. Hij heeft geleidelijk een steeds grotere afkeer gekregen van materialisme, van het altijd maar meer en altijd maar groter. Hij vraagt zich steeds meer af of de commerciële sector (hij is afgestudeerd aan de HEAO) nog wel bij hem past. Is hij wellicht meer op z’n plaats in de sociale sector?


Bart vraagt of ik geen mening heb over corona, omdat ik daar nooit over schrijf. Antwoord: ik heb wel een mening over corona, maar niet de behoefte die digitaal te uiten.

Bart vraagt waarom ik zo weinig over Meerlo schrijf. Antwoord: goeie vraag, weet ik niet goed, misschien omdat het zo ver, relatief dan, van Horst verwijderd is.

Bart vraagt of ik het buitengebied van Meerlo niet ken. Antwoord: jawel, maar misschien niet goed genoeg. Bart vraagt of we een keer in het Sohr zullen gaan wandelen. Antwoord: ja, graag!

Misschien kunnen we dan ook eens wat dieper ingaan op de vraag waarom hij sinds enkele jaren een seizoenkaart van NEC heeft, want dat zit me eerlijk gezegd niet helemaal lekker.

Bart zit trouwens ook iets niet helemaal lekker, laat hij me weten nadat ik hem het concept van dit stukje ter goedkeuring heb toegestuurd: ‘Je hebt normaal niets te vrezen van mij maar door 2 keer “nek” ipv van “eniesee” te zeggen zat je eigenlijk wel op het randje. ;)’ 


Dit was aflevering 13 van
Wandelgang, een serie wandelingen in de kerstvakantie met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze reeks. Wil je ook een keer meewandelen met Horst-sweet-Horst? Dan ben je te laat: helemaal volgeboekt.

donderdag 18 maart 2021

Intermezzo - De stemming

Horst-sweet-Horst maakte gisteren een rondje langs alle 23 stembureaus van Horst aan de Maas en peilde er de stemming. Ziehier het resultaat:

10.41 uur – Meterik, De Meulewiek
En?
‘Waat dóchte geej da, kel? CDA natuurlijk! Daat zit beej ôs al sinds 1471 in de femilie.’


11.27 uur – Horst, De Leste Geulde
Piratenpartij neem ik aan?
‘Nee, SGP.’
Hoe dat zo?
‘Vanwege de bescherming van het ongeboren leven.’


11.43 uur – Horst, De Schuilplaats
En?
‘Geen commentaar.’


12.04 uur – Horst, Frans Theelen
En?
‘Sigrid! Without a shadow of a doubt!’


12.11 uur – Horst, De Berkel
En?
‘De Berkel mót blieve!’
Nee, op wie heeft u gestemd?
‘Lijst 4, nummer 52.’
Wie is dat?
‘Zoek dat zelf maar uit.’


12.21 uur – Horst, De Beurs
En? GroenLinks neem ik aan?
‘Om de dooie donder niet. Never never nooit niet zal ik daarop stemmen.’
Wat dan?
‘BBB. Back to basics. Power to the farmers.’


15.42 uur – Horst, Dendron
En, wat gaat het worden?
‘Geen idee, ik ben nog zwevend.’


15.57 uur – Tienray, Zonnehof
En? CDA? ChristenUnie? SGP?
‘De Feestpartij! Gaan met die banaan! Zuipen tot we er bij neervallen.’


16.05 uur – Meerlo, ’t Brugeind
En?
‘Lijst 22: Splinter.’
Verrassend!
‘Is een strategische stem, hoor. Eigenlijk is Volt mijn partij.’


16.24 uur – Swolgen, Wilhelmina
En?
‘Jesse rules!’


16.36 uur – Broekhuizenvorst, De Schakel
En?
‘Forum voor Democratie. Ik ben het kotsmoe dat ze ons de mond snaren.’
Snoeren.
‘Wat nou “snoeren”?’
De mond snoeren en niet snaren.
‘...’
Waarom loop je nu weg?


16.43 uur – Broekhuizen, Het Brouwershuis
En?
‘Partij voor de Dieren natuurlijk. Of zijn die niet voor de paarden?’


16.58 uur – Lottum, De Smetenhof
En?
‘Ik had nog wel zo gehoopt dat de Aardbeienpartij zou meedoen.’
Nee, die doet dit keer niet mee. Wat is het dan geworden?
‘De PvdA. Vanwege de rozen.’


17.15 uur – Grubbenvorst, ’t Haeren
En?
‘Streuzekes!’
Sorry, wat zeg je?
‘Kreuzetes!’
‘...’
‘Zeuterkers ... euhh ... ik bedoel treukezes ... nee ... keuzestress! Keuzestress! Hè hè.’


17.24 uur – Grubbenvorst, Saldersbron
En?
‘Wat dacht u?’
Geen idee.
‘Lijst 16.’
Welke partij is dat?
‘Code Oranje.’
Oh zo!


17.48 uur – Sevenum, De Kruisweide
En?
‘Forum voor Democratie.’
Omdat?
‘Omdat zij zelf hebben gezegd: “FVD is bij uitstek de jachtpartij van Nederland, en ziet de jacht als noodzakelijk goed.”’


17.54 uur – Sevenum, De Gaper
En?
‘CDA.’
Want?
‘Sevenum is een schuttersdorp en gedeputeerde Ger Koopmans is president van de Oud Limburgse Schuttersfederatie en hij zei dat we op het CDA moesten stemmen.’


17.59 uur – Sevenum, De Wingerd
En?
‘Rutte! Geschikte kaerel. Maar nu moet ik waer snel aan de slag.’


18.08 uur – Kronenberg, De Torrekoel
En?
‘Lijst 17, nummer 1, Laurens Dassen.’
Volt!
‘Inderdaad, u bent goed op de hoogte.’
Waarom Volt?
‘Zij willen een Ministerie van Digitale Zaken.’


18.18 uur – America, Aan De Brug
En?
‘Ach was die goeie ouwe Rooms-Katholieke Partij Nederland van Klaas Beuker er nog maar.’
Wat is het uiteindelijk geworden?
‘Blanco.’


18.29 uur – Hegelsom, Zaal Debije
En?
‘Een ortolaan! Daar! Ik geloof m’n ogen niet!’
Maar op wie heeft u gestemd?
‘Op ôzze Raymond natuurlijk. Iedereen voor Raymond, Raymond voor iedereen.’


18.48 uur – Melderslo, De Zwingel
En?
‘De Libertaire Partij.’
Om een bepaalde reden?
‘Die zijn tegen de corona en voor XTC.’


21.51 uur – Griendtsveen, De Zaal
En?
‘Teringzooi. Te laat. Wekenlang door de sneeuw lopen baggeren en nu ben ik godverdegodver 51 minuten te laat.’
Op wie had u willen stemmen?
‘De nummer 24 van de PVV, Daniëlle de Winter.’

zaterdag 13 maart 2021

Intermezzo – Horster voetballandschap 1965

Wijnandia. Heilust. Amicitas. Kakertse Boys. Palemig. Sanderbout. Heksenberg. I.A.S.O.N. Minor. Waubach. Leonidas. Kluis. Weltania. Laura. Havantia.


In de jaren zeventig en tachtig was je voor de Limburgse amateurvoetbaluitslagen aangewezen op de radio. Meer bepaald op de Regionale Omroep Zuid, de ROZ. Of Omroep Zuid, zoals mijn opa, trouw luisteraar, zei. Zo herinner ik het me: elke zondag klonk om zes uur de van het Limburgs volkslied afgeleide ROZ-begintune (klik op de pijl om de tune te starten). 


Daarna een uur lang het sportprogramma. Iets voor half zeven de even irritante als karakeristieke jingle die de amateurvoetbaluitslagen aankondigde: ‘D’amatörs, d’amatörs, d’amatörs voetballe.’ Waarna we konden vertrekken voor een reis door het onmetelijke Limburgse voetballandschap. Die begon met de hoofdklasse C, daarna de eerste klasse F en vervolgens de twee tweede klassen, de drie derde klassen en de acht vierde klassen. Na een reis van een minuut of twintig was de vierde klasse H, waarin ‘mijn’ Wittenhorst doorgaans uitkwam, het eindstation. Onderweg waren we de meest ondoorgrondelijke en exotische clubnamen gepasseerd. Elke zondag opnieuw zat ik aan de radio gekluisterd.

Ik kom hierop omdat ik deze week van Judith Evers de Adreslijst voor het seizoen 1965-1966 van de afdeling Limburg van de KNVB cadeau kreeg (waarvoor zeer hartelijk dank). Taaie kost, zou je denken. Maar niet voor mij. Voor mij was het een feest der herkenning. Ik waande me terug in de jaren zeventig. Al bladerend reisde ik opnieuw door het Limburgse voetballandschap van toen. En stopte bij clubs waarvan ik het bestaan al lang vergeten was. En ook bij clubs waarvan het bestaan al lang verleden is. 

Speciale haltes waren natuurlijk de clubs uit de zestien kernen die nu de gemeente Horst aan de Maas vormen. Elk van die kernen had in 1965 nog een eigen voetbalclub, ook Broekhuizen, ook Griendtsveen en zelfs Evertsoord. Opvallend: bijna alle clubs uit Horst aan de Maas zijn in de loop der jaren verhuisd naar een ander sportpark. Verder valt op dat F.C.E.B. (Broekhuizenvorst), Griendtsveen en Kronenberg klaarblijkelijk niet over een geestelijk adviseur beschikten, iets dat destijds nog wel te doen gebruikelijk was.

De verleiding is groot om herinneringen op te halen aan al die zestien clubs en hun accommodaties, maar dan zou het sentimental journey-karakter van dit stukje pas echt tot onaanvaardbare hoogten stijgen. Andere keer misschien. (Laat u trouwens vooral niet weerhouden om zelf wel die herinneringen op te halen). 

De adresgids vermeldt over elke club de volgende informatie: 

De informatie over de Horster voetbalclubs heb ik gebundeld in één afbeelding (klik om te vergroten):  

donderdag 20 augustus 2020

Intermezzo – Grensgang (5)

De gemeenten Horst aan de Maas en Venray zijn gescheiden door een grens. Hoe ziet die er eigenlijk uit? Een wandeling in etappes op het breukvlak tussen Horst aan de Maas en Venray. Vandaag de vijfde en laatste etappe (klik hier, hier, hier en hier voor de eerste vier etappes).

Voor de verandering nog maar eens wat verbodsbordjes negerend betreed ik gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Een oude Maasarm wordt hier gedeeltelijk gereactiveerd om toekomstige Maasoverstromingen tegen te gaan. Oogt aantrekkelijk. En gloedjenieuw. De ruigheid komt vanzelf, even geduld nog.


Bij de Natuurschoonweg buigt de grens weer af richting Meerlo. Gelukkig maar. Natuurschoonweg! Quelle horreur! Geen denken aan dat ik die zou betreden. Het aloude adagium ‘Show, don’t tell’ was blijkbaar niet besteed aan de lokale straatnaambedenkers. Origineel is ie ook al niet: Nietap – zoek maar eens op waar dat ligt – is eveneens in het bezit van een Natuurschoonweg. Wat allemaal niet wegneemt dat het hier wonderschoon is.


Weer door een klaphek. Op deze wandeling heb ik geleidelijk een klaphekangst ontwikkeld. Klaphekken zijn telkens de voorbode van onheil. Ook nu weer. Het pad wordt geflankeerd door een geul. Schotse hooglanders staan tot aan hun middel in het water.


Machtig beeld, ik waan me in een exotisch land, ergens nabij de evenaar. Dat staande en liggende runderen mijn pad blokkeren kan ik minder waarderen. Kruip-door-sluip-door tussen de Schotse hooglanders is geen aanlokkelijk vooruitzicht. Omdraaien maar weer en een omweg van minstens een half uur gaans voor lief nemen. De beloning volgt al snel: een geur zo heerlijk zoet dat ik ‘m in een doosje zou willen doen.


Na de passage van de Blitterswijckseweg (Horst aan de Maas) / Ooijenseweg (Venray) loopt de grens door ondoordringbaar struikgewas. Via een smal, bochtig pad bereik ik haar weer bij de Elsholterweg (Horst aan de Maas) / Busweiderweg (Venray).


Alleen een weiland en een maïsveld scheiden me nu nog van de eindstreep: de Maas. Het weiland laat zich eenvoudig bedwingen, ondanks opnieuw een verbodsbordje en ondanks prikkeldraad. Het maïsveld moet wel het langste aaneengesloten maïsveld van het westelijk halfrond en verre omstreken zijn.


Nergens valt een gaatje te bekennen. Al een heel eind richting Ooijen zie ik plotseling toch een greppel door de maïs lopen. Meevaller. Slalommend tussen brandnetels en ander taai ongerief bereik ik dan toch de Maas.


Missie volbracht. Of ik me precies op de grens bevind? Geen idee. Schijt aan de grens.

(Dit stukje verscheen gisteren in iets andere vorm in Via Horst aan de Maas-Venray)