Posts tonen met het label dug-outs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dug-outs. Alle posts tonen

maandag 16 december 2013

Intermezzo – Tot Ons Plezier!

Wat dit nu weer voor gebouwtje is? Dit zijn de voormalige kleedlokalen van de voormalige voetbalvereniging TOP’27 uit Tienray, gelegen bij het voormalige speelveld achter het voormalige station in Tienray.  
Waarom Tienray een Hay Thiesenpedje heeft? Omdat Hay Thiesen, na jarenlang eerste elftalspeler te zijn geweest, ook nog een eeuwigheid bestuurslid en elftalleider en grensrechter van het eerste elftal van TOP’27 was. Als eerbetoon werd bij zijn afscheid het achter zijn woning gelegen pad, dat grenst aan sportpark Hoogveld, naar Hay vernoemd.
Wat dit voor zwaar getraliede semipermanente keet is? Dit is de zogeheten Forcadent, die lange tijd dienstdeed als materialenhok van TOP’27. Forcadent is een everzwijn dat voorkomt in de fabel Van den vos Reynaerde. De keet kreeg deze naam omdat ze bij aankomst een sticker bleek te bevatten met het opschrift ‘Forcadent’. De tralies voor ramen en deuren werden aangebracht na herhaaldelijke vernielingen.
Bovenstaande mij voorheen onbekende wijsheden ontleen ik stuk voor stuk aan Tot Ons Plezier! – De geschiedenis van Tienrays voetbalvereniging TOP’27. Dit kostelijke, 177 pagina’s tellende boek verscheen op 27 november, ruim drie jaar nadat aan het bestaan van TOP’27 een einde kwam door een fusie met de voormalige aartsvijand Swolgense Boys.
Auteur Harrie Raaijmakers is erin geslaagd werkelijk elk detail uit de geschiedenis van Tienrays trots op te diepen. En als ik zeg ‘elk detail’ bedoel ik ook elk detail. Of het nu om de in 1996 geplaatste luifel voor het tassenrek buiten de kantine gaat, om de opbrengst van een in 1954 gehouden loterij voor de aanschaf van een bal (36,40 gulden) of om de reden waarom in 2006 de shirts van het tweede elftal moesten worden vervangen (ze waren aangevreten door muizen): het stáát erin!
Zo’n verzameling feiten en feitjes kan al snel vermoeiend worden. Toch is dat bij Tot Ons Plezier! niet het geval. Juist al die details brengen de club en haar leden tot leven. Dit geldt eveneens voor de honderden, gedeeltelijk in kleur afgedrukte foto’s. Voor wie het allemaal heeft meegemaakt moet het een feest der herkenning zijn. Dat het boek bijvoorbeeld ook Horstenaren wier wortels slechts voor een kwart in Tienray liggen (zoals ondergetekende) zal aanspreken, heeft trouwens óók te maken met de fraaie vormgeving, waarvoor Trudy Michels verantwoordelijk is.
Een apart boek zou nog te schrijven zijn over de trainers van TOP’27. Moeten we Harrie geloven – en waarom niet? – dan zaten daar rare portretten bij. Zoals Wiel Smits (trainer van 1982 tot 1984) met z’n Arabische sprongen: ‘Looppas en dan met twee benen vooruit omhoog springen en met de handen de voeten aantikken. Na de eerste sprong lag iedereen op de grond.’ Hay Cox (1986-1988) maakte het zo mogelijk nog bonter: ‘Rondjes rennen met colaflessen in de hand. Toen de spelers vroegen wat het nut hiervan was zei Hay: “Geen idee, leek me wel leuk.”’ 
Willen de Tienraynaren er overigens voor zorgen dat de voormalige kleedlokalen bij het voormalige speelveld én de Forcadent nooit verloren gaan? En als ze toch conserverend bezig zijn laat ze dan ook alsjeblieft de dug-outs op sportpark Hoogveld voor het nageslacht bewaren.

maandag 27 mei 2013

Intermezzo – Knollentuin

Vorige week belandde ik bij toeval op voormalig sportpark Hoogveld, van 1967 tot aan de opheffing in 2010 de thuishaven van T.O.P. (Tot Ons Plezier) ’27 uit Tienray. De fraaie entree is inmiddels verdwenen. Gelukkig heb ik nog een foto:
Wel gebleven zijn de twee velden met in clubkleuren beschilderde dug-outs.
Vandaag maakte VVV bekend de grasmat in De Koel te gaan vervangen door een kunstgrasveld (een besluit dat volgens de clubleiding losstaat van het al dan niet doorgaan van de plannen voor een nieuw stadion op het kazerneterrein – gelooft u ’t?).
Ik houd niet van kunstgras, heb er nooit van gehouden en zal er nooit van houden. Doet me teveel aan hockey denken, ofschoon ook wel enige nostalgie in het geding zal zijn. Maar ik besef dat ik tot een achterhoede behoor. Verzet heeft geen zin, kunstgras is de toekomst. M’n voetballende neefje van 9 weet al nauwelijks anders meer.
Kunstgrasvelden zijn per definitie biljartlakens. Het grote nadeel daarvan is dat de prachtige voetbaluitdrukking ‘een veld als een knollentuin’ dreigt uit te sterven. Hetzelfde staat te gebeuren met de minstens zo mooie dialectvariant ‘kel, kel, waat enne plak’. Nu al groeien hele volksstammen voetballers op zonder ooit kennis te maken met genoemde zegswijzen. Een gemis in hun voetbalopvoeding, historisch besef hoort daar namelijk ook van deel uit te maken. Daarom stel ik voor de twee velden van voormalig sportpark Hoogveld in Tienray in hun huidige staat te conserveren.
Om voor toekomstige generaties voetballers aanschouwelijk te maken waarvoor de voetbalbegrippen ‘een veld als een knollentuin’ en ‘kel, kel, waat enne plak’ ooit stonden.
O ja, nu we het er toch over hebben: laat die dug-outs ook maar gewoon staan.

dinsdag 22 juli 2008

Klein mysterie 14 – Dug-outs

Het gegeven is eigenlijk heel eenvoudig: om reservespelers en begeleiders van een voetbalteam beschutting te bieden tegen de weersomstandigheden bouw je een hokje, dug-out genaamd. Hoffelijkheid gebiedt dat je er niet alleen voor jezelf een bouwt, maar ook voor de tegenstander. Om goed zicht op het spel te hebben, is het praktisch de dug-outs langs de zijlijn te positioneren, zo dicht mogelijk bij de middenlijn. Dan heb je het wel zo’n beetje gehad met de basisvoorwaarden. Maar denk nu vooral niet dat die minimale vereisten leiden tot eenvormigheid in de uitvoering. Juist het tegendeel is het geval. Wie dat niet gelooft, zou ik willen adviseren het werkelijk prachtige boekje van David Bauckham over Engelse dug-outs aan te schaffen (klik vooral ook op 'afbeelding'). Voor 14,95 euro heeft u het binnen een week in huis.
Geïnspireerd door Bauckham besloot ik de Horster dug-outs eens aan een vergelijkend onderzoek te onderwerpen. Veel verwachtte ik er niet van, want Bauckham heeft heel Engeland afgereisd en uiteindelijk de 75 meest fraaie en buitenissige exemplaren in zijn boek opgenomen. Mijn zoektocht beperkte zich slechts tot de sportparken van de zes voetbalclubs van de voormalige gemeente Horst. Toch stelt het resultaat me beslist niet teleur. Dat ik er soms halsbrekende toeren voor uit moest halen – tijdens de zomerstop zijn sportparken veelal onneembare vestingen – had ik graag over voor de goede zaak. Ik ontdekte zes kleine dug-outmysteries die ik graag puntsgewijs even met u door zou willen nemen.

1. De Nederlandse vertaling van het Engelse voltooid deelwoord dug-out luidt ‘uitgegraven’. Zouden de dug-outbouwers zich dat wel realiseren? Alleen in America en Meterik heeft men zich aan die letterlijke betekenis gehouden en is men gedeeltelijk ondergronds gegaan.

2. Een standaard voor de afstand tussen de twee dug-outs bestaat er overduidelijk niet: in Melderslo zit men bijna bij elkaar op de lip, terwijl in Griendtsveen een wel extreem veilige afstand is aangehouden.
3. Evenmin bestaat er overeenstemming over de vraag of de dug-out van de thuisclub links dan wel rechts van de middenlijn hoort te staan.

4. Om optimaal zicht op het veld te hebben, zijn met name voor de dug-outbewoners aan de uiteinden zijraampjes eigenlijk onontbeerlijk. Toch zijn die slechts aanwezig bij America, Meterik en Wittenhorst.
5. Bankjes (America, Hegelsom, Meterik, Wittenhorst), stoelen (Melderslo) of helemaal geen zitgelegenheid (Griendtsveen)?
6. Het zal u ten slotte niet verbazen dat ook het materiaalgebruik per club verschilt.