Ook al heb ik dan geschiedenisonderwijs tot op het hoogste niveau genoten, ik
kan me niet herinneren dat daarin ook maar één woord was gewijd aan de Molukse
kwestie. Dit illustreert de verkrampte manier waarop Nederland omgaat met zijn niet
bepaald glorieuze koloniale verleden. Een collectief bewustzijn is er niet,
laat staan een collectief schuldgevoel.
Ik kom hierop omdat het vandaag 75 jaar geleden is dat de eersten van in totaal 12.500 Molukkers in Nederland arriveerden. Zij waren hun leven op de Molukken (een eilandengroep in het oosten van de Indonesische archipel) niet veilig omdat ze in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) hadden meegevochten aan Nederlandse zijde, in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Die Molukse militairen in Nederlandse dienst kwamen in 1951 met hun gezinnen naar Nederland met de belofte van een snelle terugkeer – een belofte die Nederland nooit zou inlossen. De Molukkers werden ondergebracht in door het hele land verspreide kampen, ook wel woonoorden geheten.
Eén van die woonoorden was het voormalige DUW-kamp aan de huidige Zwanenweg in Tienray.
De Dienst Uitvoering Werken (DUW) had dit in 1946 laten bouwen met de bedoeling
er arbeiders onder te brengen die werkten in het kader van de werkverschaffing.
Toen dat er niet van kwam, functioneerde het kamp korte tijd als jeugdherberg.
Vanaf het najaar van 1951 deed het dienst als woonoord voor Ambonezen, zoals de
Molukkers destijds werden genoemd.
Het is niet de bedoeling hier een complete geschiedenis van het woonoord in
Tienray te schrijven. Ik volsta, in drie of vier afleveringen, met wat
snippers, sommige aangenaam, andere minder aangenaam. Aangenaam voor de Molukse
kinderen lijkt het te zijn geweest op de lagere school in Tienray als we dorpshistoricus
Harrie Raaijmakers (1936-2023) mogen geloven. Hij schreef daarover op zijn
website Mooi Tienray:
Ik kom hierop omdat het vandaag 75 jaar geleden is dat de eersten van in totaal 12.500 Molukkers in Nederland arriveerden. Zij waren hun leven op de Molukken (een eilandengroep in het oosten van de Indonesische archipel) niet veilig omdat ze in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) hadden meegevochten aan Nederlandse zijde, in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Die Molukse militairen in Nederlandse dienst kwamen in 1951 met hun gezinnen naar Nederland met de belofte van een snelle terugkeer – een belofte die Nederland nooit zou inlossen. De Molukkers werden ondergebracht in door het hele land verspreide kampen, ook wel woonoorden geheten.
![]() |
| Dagblad voor Noord-Limburg 6 december 1951 |
‘De integratie op school leverde geen problemen op, omdat de missiezusters het heel normaal vonden met buitenlandse kinderen te werken. Zij vormden het bestuur van de school en de leerkrachten waren veelal religieuzen. In tegenstelling tot elders, mochten hun (protestantse) kinderen gewoon in Tienray naar de katholieke school. Met Kerstmis heeft zelfs één van deze Molukse meisjes in een toneelstuk de rol van Maria gespeeld. Enkele jongens werden lid van de voetbalclub. De Tienrayse jongens waren kind aan huis in het kamp. De meisjes mochten er echter meestal niet komen van hun ouders.’In een volgende aflevering aandacht voor minder aangename kanten van het verblijf in Tienray.





































