Precieze data vallen niet te achterhalen, maar van 1971 tot 1974 – zeg maar van
mijn zesde tot mijn negende – woonde ik met mijn vader, moeder en zus aan de
Zegersstraat in Horst, huisnummer 32. Tijdelijk vormde trouwens ook Bas, een
cockerspaniël, onderdeel van ons gezin. Onhandelbare hond, die meer
(vraat)sporen achterliet in onze verzameling boeken en langspeelplaten dan in
mijn geheugen.
Wat me vooral bijstaat van die tijd in de Zegersstraat is het buiten spelen. In
het voorjaar, als de dagen begonnen te lengen, trefballen op de grasstrook voor
de rijtjeswoningen tot het donker werd. Op lange zomeravonden met kinderen uit
de buurt en hun ouders volleyballen achter het huis van de familie P. Tijdens
de eindeloze zomervakantie stoepranden (‘stoepránte’) met C. totdat we erbij
neervielen. En overal en altijd voetballen. Met W. en E. op de grasstrook
voor de woningen. Met anderen bij de vier garageboxen aan de overzijde van de
straat, met een van die vier garageboxen als doel (maar niet die van meneer S.;
meneer S. was op z’n zachtst gezegd geen voetballiefhebber). Met grotere
groepen op het buurttrapveldje achter het huis.
Nog een herinnering: op de dag dat Stan Smith de Wimbledonfinale won (Google: 9 juli 1972) veranderde een wolkbreuk de Zegersstraat in een mum van tijd in een zwembad. Zwemmen op straat! De volgende dag had ik diarree.
Een eigentijdse foto van het exterieur van Zegersstraat 32 is niet te vinden.
Ik moet volstaan met een carnavalsfoto van een gemaskerd figuur in clownspak waarop
een fragment van de voorgevel is te zien.
Zegersstraat 32 was (en is) de tweede (of zevende – het is maar van welke kant je het bekijkt) woning in een blok van acht. Huurwoning. Doorzon, semi-open keuken, vier slaapkamers, vlizotrap naar zolder. Verder niets bijzonders. Ware het niet dat het een Canadese woning was.
‘Waar woon je?’
‘In de Zegersstraat.’
‘Oh, die straat met de Canadese woningen.’
Nog een herinnering: op de dag dat Stan Smith de Wimbledonfinale won (Google: 9 juli 1972) veranderde een wolkbreuk de Zegersstraat in een mum van tijd in een zwembad. Zwemmen op straat! De volgende dag had ik diarree.
Zegersstraat 32 was (en is) de tweede (of zevende – het is maar van welke kant je het bekijkt) woning in een blok van acht. Huurwoning. Doorzon, semi-open keuken, vier slaapkamers, vlizotrap naar zolder. Verder niets bijzonders. Ware het niet dat het een Canadese woning was.
‘Waar woon je?’
‘In de Zegersstraat.’
‘Oh, die straat met de Canadese woningen.’
De Canadese woningen waren (zijn?) een begrip in Horst. Maar wat daar nu
precies achter schuil ging, vroeg ik me vreemd genoeg nooit af. Tot vorig jaar.
Toen ben ik het gaan uitzoeken. Van mijn bevindingen doe ik hier de komende
tijd in enkele afleveringen verslag.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten