maandag 9 december 2013

Intermezzo – Gemeenteraad (4)

Als voor het eerst in drie generaties weer eens een Moorman ergens burgemeester wordt, wil je daar wel voor uit je luie stoel komen. Dus reisde ik op 4 november af naar Heesch, waar Wim van de Donk, commissaris van de koning in Noord-Brabant, nicht Marieke als burgemeester van de gemeente Bernheze installeerde. Natuurlijk ging het vooral om Marieke, maar behalve van haar was ik ook diep onder de indruk van de toespraak van Wim van de Donk. Ogenschijnlijk uit de losse pols schetste deze CDA’er (!) de problemen waarvoor het openbaar bestuur in deze tijd staat. Hij benadrukte daarbij het belang van tegenwicht bieden: niet blind voor het eigen gelijk gaan, maar luisteren en handelen naar tegengeluiden.
Van de Donk refereerde in zijn toespraak aan de enkele dagen eerder door Herman Tjeenk Willink uitgesproken Bart Tromplezing. Daarin zette de voormalige vicepresident van de Raad van State inderdaad eveneens een aantal puntjes op de i: ‘De politiek is “verbestuurlijkt” en de politieke functie uitgehold; de inhoudelijke deskundigheid binnen het ambtelijk apparaat is teruggelopen en het wezen van de bureaucratie aangetast; publieke en private verantwoordelijkheden vloeien in elkaar over, waardoor iedereen gedeeltelijk verantwoordelijk is, maar niemand op het geheel aanspreekbaar; burgers worden als klanten beschouwd, terwijl tegelijkertijd op hen wordt gerekend als ‘vrijwillige’ mantelzorgers, objecten in plaats van subjecten.’

De verleiding is groot hier verder te strooien met citaten uit de lezing van Tjeenk Willink. Laat ik echter volstaan met: ‘Bij onzekerheid krijgen niet alleen bevolkingsgroepen maar ook politieke stelsels de neiging naar binnen gekeerd te raken. Binnen het stelsel wordt steeds meer dezelfde taal gesproken, langs dezelfde lijnen gedacht, van dezelfde vooronderstellingen uitgegaan, in dezelfde sturingsmogelijkheden geloofd. Tegengeluiden dringen moeizaam door en worden gemakkelijk genegeerd. Er is immers eerder teveel dan te weinig informatie.’
De afgelopen weken heb ik vaak aan de woorden van Wim van der Donk en Herman Tjeenk Willink moeten denken. Floriade, Regio Venlo, Greenport, Nieuw Gemengd Bedrijf en noem verder maar op. Allemaal miljoenenprojecten waarop de democratische controle ernstig tekortschiet (dan wel tekortgeschoten is) en tegengeluiden stelselmatig zijn (dan wel worden) genegeerd en zijn (dan wel worden) weggeregisseerd. Laten we vooral ook het vermeende Venlose mikwe niet vergeten. En de verdampte, exorbitante 875 duizend euro die de provincie Limburg in het binnen een jaar failliete Vershuys stak. Geen haan die ernaar kraaide totdat de Zuidelijke Rekenkamer afgelopen dinsdag met een onthullend en onthutsend (waar hebben we dat eerder gehoord?) rapport kwam. 
Of het nu om Tweede Kamer, Provinciale Staten of gemeenteraden gaat, het patroon is overal en telkens hetzelfde: vertegenwoordigende lichamen die falen in hun controlerende en toezichthoudende taken, gedwee aan de leiband van bestuurders lopen en doof zijn voor dissidente geluiden. Over Horst aan de Maas gesproken: elke gemeenteraads- en commissievergadering weer proef je de irritatie van de coalitiepartijen, het CDA voorop, als de oppositiepartijen het wagen een kritisch vingertje op te steken. Wat denken D66 en SP wel? Hoe durven ze? Waar zijn ze toch mee bezig?
Ik geef onmiddellijk toe: de toon van de oppositiepartijen is niet altijd passend, ze zoeken soms spijkers op laag water, ze verzanden wel eens in details en nog een aantal van die dingen. Maar probeer daar nou eens doorheen te kijken. Godweet schuilt er af en toe ook iets zinnigs in wat D66 en SP te berde brengen. Erken dat. Doe er iets mee. En neem vooral niet je toevlucht in onzinnige procedurele haarkloverij, zoals CDA-fractievoorzitter Rudy Tegels afgelopen week weer eens deed toen het in een commissievergadering over de Floriade ging.
En de nummer 26 van de CDA-kandidatenlijst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen mag dan wel beweren dat elk weekend handtekeningen ophalen geen beter Horst aan de Maas oplevert, altijd maar weer ja en amen knikken doet dat nog veel minder.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen