maandag 1 februari 2016

Intermezzo – Anton Rooskens

Vrijdag ook naar de Jan Schoonhoven-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam geweest (klik hier). Even geweldig als die in het Prinsenhof in Delft (klik hier). Ik weet nu wel zeker dat de curator van de tentoonstelling in Delft niet heeft overdreven met haar bewering dat Schoonhoven de belangrijkste Nederlandse kunstenaar van de tweede helft van de twintigste eeuw was.
Een andere keer misschien meer over of naar aanleiding van Schoonhoven. Nu aandacht voor een andere kunstenaar waarvan in Schiedam twee werken hangen in de semipermanente tentoonstelling Ik hou van Holland (klik hier): Anton Rooskens (1906-1976).
Rooskens was een van de oprichters van CoBrA, de groep kunstenaars die de moderne beeldende kunst tussen 1948 en 1951 een enorme impuls gaf. Karel Appel, Constant, Corneille en Lucebert genieten vandaag de dag de grootste bekendheid als Nederlandse vertegenwoordigers van CoBrA; Rooskens – en met hem Eugène Brands, Theo Wolvecamp, Jan Nieuwenhuys en Jan G. Elburg – is wat in de vergetelheid geraakt. Ten onrechte zou ik denken: de twee in Schiedam getoonde werken (Danse macabre en Compositie) kunnen de vergelijking met andere CoBrA-schilders beslist doorstaan.
Rooskens, had die niet iets met Horst? Was hij nu hier geboren of had hij een deel van zijn jeugd in Horst doorgebracht? En was er geen connectie met de familie Van den Bekerom? Of verwisselde ik Anton Rooskens met Daan Wildschut? Een tekstbord in de tentoonstelling leek opheldering te brengen (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
In 1906 geboren in Griendtsveen, tot 1935 in ‘zijn Limburgse dorp’ blijven wonen, om vervolgens naar Amsterdam te verkassen. Mooi niet dus, bleek toen ik het na thuiskomst verifieerde: wel in 1906 in Griendtsveen geboren, maar al in 1914 met zijn ouders en zijn drie broers en twee zussen verhuisd naar Tegelen. Na de LTS werd hij instrumentmaker bij gloeilampenfabriek Pope in Venlo. Daar moedigde zijn chef Leo Grothauzen hem aan om te gaan schilderen. Nadat hij zich in 1935 in Amsterdam had gevestigd, maakte hij geleidelijk naam als schilder.
En die connectie met de familie Van den Bekerom? Die was er inderdaad! Loe Derix heeft het gedetailleerd beschreven in zijn onvolprezen Oud Horst in het nieuws (deel 4, bladzijde 204-205). Samengevat: Anna Bruijsten, de moeder van Anton, was een kleindochter van Jan van den Bekerom (omstreeks 1791-1843). De banden tussen de families Van den Bekerom en Rooskens bleven altijd bestaan. Dit leidde ertoe dat Anton in 1936 de aan de huidige Afhangweg gelegen boerderij van Willem van den Bekerom (‘Dentjes Wullem’) schilderde. Een foto van dit werk siert het omslag van deel 4 van Oud Horst in het nieuws. Bovendien staat op bladzijde 204 een prachtige foto waarop de schilder aan het werk is, omringd door een aantal trots poserende kinderen uit de buurt.
Zou het trouwens niet eens tijd worden voor een naar Anton Rooskens vernoemde straat in Griendtsveen of desnoods De Afhang?  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen