maandag 29 februari 2016

Intermezzo – Franz Clemens von Fürstenberg (3)

Verder met Franz Clemens von Fürstenberg, de laatste bewoner van kasteel Huis ter Horst over wie Horst Conrad een geweldig artikel schreef (klik hier). Het is niet mijn gewoonte hier artikelen uitvoerig te parafraseren, maar in dit speciale geval wil ik een uitzondering maken. Omdat het artikel niet is gedigitaliseerd, omdat het niet zomaar even kan worden geleend in de bibliotheek, omdat het niet in het Nederlands is geschreven én, dat vooral, omdat het zo’n prachtig inzicht biedt in het getormenteerde leven van Franz Clemens en verklaart waarom hij in Horst werd beschimpt als ‘de gekke graaf’.
We waren gebleven in 1783. Franz Clemens is dan 28 en van zijn leven is nog niet veel terechtgekomen: conflicten met zijn uiterst dominante vader, ongeschikt bevonden voor de Pruisische staatsdienst en hoewel oudste zoon niet tot hoofderfgenaam gemaakt door zijn vader. Iemand ook met dwarse opvattingen: hij verheerlijkt het eenvoudige leven, de boerenstand en armoede en heeft de ambitie verstand en hartstocht in één systeem te verenigen. Inspiratie vindt hij in de theologie van Franciscus van Sales (1567-1622) en de filosofie van de antieke Stoa en die van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). 
Op aandringen van zijn broers wordt in 1783 een zoektocht ondernomen naar een geschikte huwelijkspartner voor Franz Clemens. Die wordt gevonden in de 17-jarige Sophie von Ascheberg (1767-1840), telg uit een oud Westfaals adellijk geslacht. In maart 1784 wordt het huwelijk voltrokken. Franz Clemens laat zijn schoonmoeder meteen maar weten dat hij het huwelijk ziet als een weg die niet altijd over rozen gaat. Als om die overtuiging kracht bij te zetten verbiedt hij Sophie onmiddellijk de omgang met haar vroegere vriendinnen en staat hij haar niet toe een eigen correspondentie te voeren. Om zijn ideaal van eenvoudig leven te verwezenlijken betrekt Franz Clemens met zijn echtgenote een vervallen bijgebouw van Haus Dieck (35 kilometer ten oosten van Münster; klik hier voor bron foto).
Sophie moet er onder meer metselwerkzaamheden verrichten, de stal uitmesten en houthakken. Zijn personeel verbiedt hij naar de kerk te gaan en ook sluit hij het bij tijd en wijle op. In 1785 pacht Franz Clemens het veertig kilometer ten oosten van Dortmund gelegen Haus Füchten (klik hier voor bron foto).
Aan zijn gedrag verandert dit niets. Zo laat hij uit angst voor tocht de vensters van het huis dichtmetselen. En hij ontzegt Sophie medische hulp omdat hij op de natuur vertrouwt en ziekte als een straf van god beschouwt. Ook schrikt hij niet terug voor lichamelijk geweld ten opzichte van zijn echtgenote.

Ondanks alles brengt Sophie op 20 december 1788 een dochter ter wereld, Charlotte. Al na drie weken wordt Charlotte gescheiden van haar ouders: Franz Clemens vertrouwt haar toe aan de zorgen van een boerin, woonachtig in de omgeving van het twintig kilometer verderop gelegen Soest. De boerin zou het meisje natuurlijker kunnen opvoeden, al erkent Franz Clemens ook dat hij op deze wijze zijn bittern Vattern wil laten zien dat hij eindelijk is opgewassen tegen het leven. Of dat daadwerkelijk zo is? Daarover een andere keer meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen