maandag 14 maart 2016

Intermezzo – Franz Clemens von Fürstenberg (5)

Slotaflevering – in elk geval voorlopig – van een korte serie over Franz Clemens von Fürstenberg (1755-1827). 
De vorige drie afleveringen (klik hierhier en hier) over het leven van de laatste bewoner van kasteel Huis ter Horst waren gebaseerd op een prachtig artikel van Horst Conrad (klik hier voor de titelgegevens). Helaas laat Conrad de Horster periode van Franz Clemens (1791-1827) bijna volledig buiten beschouwing. Ook anderen hebben nauwelijks over die Horster periode gepubliceerd. Als ik het wel heb blijft het bij wat waarschijnlijk niet al te serieus te nemen anekdotes (gememoreerd in de eerste aflevering; klik hier) én een postuum artikel van H.G. ter Voert, gepubliceerd in deel 1 van Horster historiën. Ter Voert bestudeerde een aantal processen die Franz Clemens in 1796 aanspande voor de Horster schepenbank. Hieruit rijst het beeld op van een autoritaire man, die nauwgezet toezag op de naleving van allerlei regeltjes en die door het minste of geringste geprikkeld kon raken. Over die lichtgeraaktheid zei hij zelf:
‘De een vindt belangrijk wat een ander voor een kleinigheid houdt. Voor mij is het geen kleinigheid wanneer iemand 24 uur van mijn kostbare tijd in beslag neemt, waardoor andere zaken worden opgehouden. En intussen word ik dan toch maar door jan en alleman voor een bedrieger uitgemaakt.’
Ter Voert oppert dat het gedrag van Franz Clemens mogelijk voortvloeit uit frustratie over het feit dat sommige Horstenaren preludeerden op de afschaffing van de heerlijke rechten (in 1798) en het minder nauw namen met het nakomen van hun verplichtingen. Dit zal wellicht hebben meegespeeld, maar uit het artikel van Conrad weten we inmiddels dat het optreden van Franz Clemens past in een patroon dat al minstens twintig jaar eerder tot ontwikkeling kwam.
Zoals gezegd in de eerste aflevering stond Franz Clemens in Horst te boek als zonderling – ‘de gekke graaf’ was z’n weinig vleiende bijnaam. Niet te ontkennen valt dat Franz Clemens bij tijd en wijle abnormaal gedrag vertoonde. Ook Conrad levert daarvoor karrenvrachten aan bewijs. Een vraag die Conrad jammer genoeg een beetje uit de weg gaat – en die mij intrigeert – is of Franz Clemens gewoon zo gek was als een deur óf dat hij door zijn tijdgenoten, met inbegrip van zijn naaste familie, werd uitgekotst vanwege zijn weinig gangbare ideeën en een levenswijze die afweek van de norm. Conrad tendeert naar het eerste. Ongetwijfeld op goede gronden. Toch zou ik het toejuichen als iemand het leven van Franz Clemens eens bestudeerde met in het achterhoofd de vraag of Franz Clemens in bepaalde opzichten z’n tijd niet ver vooruit was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen