dinsdag 21 april 2026

Intermezzo – Klaver 7

(De begenadigd dichter Michael Theuns, tevens gedeputeerde van de provincie Limburg, heeft afgelopen vrijdag weer een pareltje van zestien strofen toegevoegd aan zijn imposante oeuvre. Omdat het betrekking heeft op Horst aan de Maas wil Horst-sweet-Horst het zijn lezers niet onthouden.)

Sonderend langskomen  

wij
hebben
klaver 7
opgenomen
als
logistieke
hotspot


de beleidsregel
die we hebben vastgesteld
geeft de mogelijkheid
om ontheffing
te verlenen bij
regionale meerwaarde


bij de verdere uitwerking
van de omgevingsverordening
zijn wij
tot de conclusie gekomen
dat wij
als gs
die beleidsregel
niet
kunnen toepassen
op onszelf


wij mogen
onszelf
geen ontheffing
verlenen


dat betekent dus
dat in de situatie
en ik zeg zeker niet
dat dat
aan de orde is
maar
stel wij willen
zelf
een grootschalige locatie
ontwikkelen
wij willen daar zelf
de projectbesluitprocedure
voor voeren
dan betekent dat
dat wij niet
kunnen gebruikmaken
van de beleidsregel
regionale meerwaarde
omdat wij niet ontheffing
mogen verlenen
aan onszelf


dus dat zou impliceren
dat wij als gs
alleen maar
bevoegd gezag
kunnen zijn
bij locaties
die kleiner zijn
dan die vijf hectare


dat leek ons
dan ook weer
onwenselijk


dus hebben wij ‘m
nu wel opgenomen
als
logistieke
hotspot
maar
de gemeente
horst aan de maas
is
nog steeds
zelf aan zet
als eerste
bevoegd gezag


en het staat
de gemeente
horst aan de maas
elke dag van de week
vrij
om een bestemmingsplan
in procedure
te brengen


in het geval
dat de provincie
zelf besluit
een projectbesluitprocedure
in gang te zetten
hebben wij met elkaar
gs ps
de afspraak
dat wij
in elk geval
sonderend
langs uw statencommissie
komen


dan ben ik mij
in ieder geval
als portefeuillehouder
voor de
portefeuille ruimte
zeer bewust
van de opvattingen
die in deze staten
daaromtrent
leven


en ik ben
niet voornemens
om iets
naar deze commissie
te brengen
als ik
bij voorbaat
weet
dat het niet
op een meerderheid
kan rekenen


is het daarmee
juridisch-technisch
helemaal uitgesloten


nee


hoe groot
schat u dan
dat risico in
dat er morgen
opeens
iets heel geks gebeurt


laat ik het
zo zeggen
ik denk
dat dat
beheersbaar
is

M.L.M. (Michael) Theuns

17-4-2026

vrijdag 17 april 2026

Top 5 – Lottumse vogelverschrikkers

Twee vrouwen, zo te horen afkomstig uit Venlo, fietsen voorbij.
- Mósse zeen! Kiek dao!
- Wie bedoel se?
- Oh nae, nou zeen ik ‘t: det zien neppers, ik dach det ’t echte minse waore.


Een aspect van de schaalvergroting van de landbouw dat altijd wat onderbelicht is gebleven, is het effect op de kwaliteit van vogelverschrikkers. Voorheen kon een beetje boer eer inleggen met een strooien pop waarin hij gedurende de barre wintermaanden ’s avonds bij een knapperend haardvuur z’n hele ziel en zaligheid had gestoken. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om. De boer van vroeger is een agrarisch ondernemer geworden, de wintermaanden zijn niet langer bar, voor een haardvuur duw je op een knopje en met eigenhandig gemaakte vogelverschrikkers leg je niet langer eer in. Hoe verrassend is het dan om aan de Laag Veldweg in Lottum ineens te stuiten op een akker waar het moeilijk is om door de handgemaakte vogelschrikkers nog de akker te zien (beetje overdrijven in dit geval toegestaan).


Immense akker, bezaaid met figuren. Van een afstandje zou je inderdaad kunnen denken dat ze echt zijn. Of dat het een performance is. Of experimenteel theater. Maar nee, het zijn dus vogelverschrikkers. Elf als ik goed heb geteld. Twee vrouwen, vijf mannen, vier vossen. Zes van de zeven mensfiguren met als hoofd een emmer en één een jerrycan. Drager van de mannen is een houten kruis dat is aangekleed met fluorescerende hesjes en one-size-fits-all-overalls, allebei in diverse kleurvarianten. De vrouwen, beide zwart, lijken een eerder leven als etalagepop te hebben gehad. Ze zijn bloot en ernstig verminkt. De vossen zijn geheel van hout, twee rood, één zwart en één onbeschilderd.


Keus te over dus voor een exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Lottumse vogelverschrikkers. Komt ie:

5.

Als dit geen afschrikkende werking heeft op azers op het gewas, wat dan nog wel?

4.

Langnek de Verkeersregelaar

3.

Evenwichtskunstenaar

2.

De bonte vos van WISA Special Plywoods. De ingetekende ogen en snoet maken ‘m tot een absolute cutie.

1.

De onbetwiste dirigent van dit hele circus

woensdag 15 april 2026

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (5) | Meisterskoel

Nog een maand en dan is het voorbij: door de Schoolstraat richting het Horster centrum fietsen en bij het naderen van de Weisterbeekschool de vertrouwde speelkwartiergeluiden horen, onvermijdelijk gevolgd door eigen Weisterbeekiaanse speelkwartierherinneringen: knikkeren, tikkertje (hennevot, losse ketting, vaste ketting) en vechtpartijtjes (‘Ru-zie! Ru-zie! Ru-zie!’), maar ook dat hoge hek tussen speelplaats en straat dat een kooigevoel opriep.


Dat die speelplaats ooit een poel (‘koel’ in het Horster dialect) was geweest, drong pas tientallen jaren later tot me door. Uit kaarten uit het begin van de vorige eeuw blijkt dat die poel een lengte van wel enkele tientallen meters moet hebben gehad.


Het gebied rondom de poel bleef lange tijd vrijwel onbebouwd. Dat veranderde toen in 1861 aan de huidige Jacob Merlostraat een nieuwe openbare jongensschool werd gebouwd (in mijn jeugd bekend als de Witte School; afgebroken in 1975). Aan die school ontleende de poel zijn prachtige naam: Meisterskoel.

De zogeheten Witte School aan de Jacob Merlostraat kort voor de afbraak in 1975
Na zestig jaar barstte de jongensschool uit zijn voegen. Nieuwbouw was noodzakelijk. De gemeenteraad had een uitgesproken voorkeur voor een nieuwe locatie: het perceel achter de bestaande school en de Meisterskoel. Probleem was alleen dat de Meisterskoel bij veel centrumbewoners als vuilstortplaats in gebruik was. Dempen van de poel was noodzakelijk, zoals blijkt uit het verslag van de gemeenteraadsvergadering van 5 oktober 1920 in de Nieuwe Venlosche Courant:


Nadat de Meisterskoel was gedempt, werd in april 1922 de nieuwe jongensschool in gebruik genomen. Op de plek van de poel lag vanaf dat moment de speelplaats van de nieuwe school. Die was voorzien van kiezel. Betegeling liet liefst dertig jaar op zich wachten. In 1951 klaagde het schoolbestuur bij de gemeente dat de situatie onhoudbaar was geworden: ‘Reeds sinds jaren is de speelplaats een zorgenkind geweest. Bij wind is ’t een en al stof, bij regen een modderbad.’

Schoolhoofd Jos van Bommel poseert kort na de oplevering in 1922 voor de nieuwe jongensschool. Duidelijk zichtbaar is hoe modderig de speelplaats is.
Kort daarna ging de gemeenteraad akkoord met betegeling. Het stofprobleem was daarmee opgelost, het waterprobleem niet helemaal: als ik het me goed herinner stond in mijn schooltijd bij een flinke plensbui vooral het dichtst bij de Herstraat gelegen deel van de speelplaats, bij de fietsenstalling, al vrij snel onder water.

maandag 13 april 2026

Intermezzo – Boompieper

‘Hij zegt weer boompieper’, zegt de vrouw tegen haar man en hun hondje, terwijl ze op het pad aan de rand van een door bossen omgeven Americaanse akker op haar smartphone kijkt. Ze zegt niet ‘wéér’ en ze zegt ook niet ‘verdomme’. Toch lijkt een zweem van teleurstelling door te klinken in haar stem. Waarop had ze dan gehoopt? Of misschien wel gerekend? De ortolaan? De kuifleeuwerik? De nachtegaal?


Alsof er iets mis is met de boompieper. Ja, z’n naam deugt niet, piepers staan niet hoog aangeschreven, misschien een trede hoger dan de mauwers en de mekkeraars, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Terwijl het ‘m ook maar gewoon is aangedaan, de boompieper, die naam. Geen misverstand: hij piept. Soms. Verder zingt-ie vooral. Melodieus en krachtig. Krachtiger dan je zou verwachten bij een vogeltje dat niet groter is dan een kleine hand. Vandaar dat Hij ‘m beter hoort dan de wat bescheidener zangers.

Hij is trouwens pas sinds een week of drie weer back in town: de boompieper brengt de winter door in Afrika. Als het nieuwe schooljaar is begonnen, vliegt-ie weer terug. Ergens ten zuiden van de Sahara strijkt-ie neer: Mali, Soedan, Ethiopië, die kanten, maar ook zuidelijker, zelfs tot in het noorden van Zuid-Afrika, ruim tienduizend kilometer verderop. Niet uitgesloten dat we ‘m daar ooit om gaan benijden, je weet maar nooit met die stijgende kerosineprijzen. Hij wel, wij niet meer.

donderdag 9 april 2026

Intermezzo – Opheffing blokkade Straat van Zoeaaf

America, 9 april – Een resultaat van de onderhandelingen dat tot dusverre enigszins onderbelicht is gebleven, is dat de Americanen ermee akkoord zijn gegaan de blokkade van de Straat van Zoeaaf de komende twee weken op te heffen. De Straat van Zoeaaf, die de Schikse Laagten doorsnijdt, verbindt de Golf van Smulders met de Kannegietse Bocht en is een belangrijke doorvoerroute voor de internationale scheepvaart.


De eerste schepen die meer dan een maand voor anker lagen in de Golf van Smulders hebben inmiddels koers gezet richting Kannegietse Bocht. Premier Jetten heeft verklaard dat Nederland bereid is de scheepvaart in de Straat van Zoeaaf te beveiligen. Jetten zei anti-piraterijmissies met Nederlandse deelname te overwegen: ‘De stremming van de scheepvaart raakt de hele wereld. De vrije doorvaart van de Straat van Zoeaaf is van groot belang, ook voor het internationaal recht.’

woensdag 8 april 2026

Intermezzo – Molenpark (2)

Nu de verhuizing van de Weisterbeekschool naar De Afhang aanstaande is, dringt zich steeds meer de vraag op wat er gaat gebeuren met het grote gebied dat daardoor vrijkomt. Twee weken geleden was er een bijeenkomst voor buurtbewoners en andere belanghebbenden. Aan de orde waren denkrichtingen die ontwerpbureau Falsework heeft ontwikkeld.  


Vreemd genoeg was ik niet uitgenodigd. Is dan niet elke inwoner van Horst een belanghebbende? Zou dit niet juist een onderwerp moeten zijn waar het hele dorp iets van mag vinden? Het gaat hier namelijk om een plek in het centrum die het gezicht van Horst voor de komende honderd jaar mede bepaalt. Geef Horst daarom de kans zich expliciet uit te spreken over de toekomst van deze plek.

Onwetend van de denkrichtingen van Falsework heb ik eerder (klik hier) opgeroepen om de herinrichting van dit gebied tot onderwerp te maken van het eerste burgerberaad in de gemeente Horst aan de Maas. Kan geen kwaad deze denkrichting juist op dit moment nog eens te herhalen. De introductie van een burgerberaad staat immers op de agenda van de komende coalitiebesprekingen.


Het is allerminst zeker dat zo’n burgerberaad er daadwerkelijk van komt. Daarom maar eens mijn andere, eveneens eerder geventileerde denkrichting toelichten: herstel de situatie van vóór 1850 en maak van deze locatie een dorpspark. Van oudsher is dit een nagenoeg onbebouwd gebied en het totaal versteende centrum van Horst heeft grote behoefte aan licht, lucht en groen. Deze situatieschets uit 1848 maakt prachtig duidelijk hoeveel open ruimte hier tot 1850 was:


Opmerkelijk hoe weinig er in de afgelopen tweehonderd jaar is veranderd aan de ruimtelijke structuur. De huidige Jacob Merlostraat, Molenstraat, Schoolstraat en Herstraat hebben nog steeds ongeveer dezelfde loop. Daar tussenin ligt het grote terrein dat nu onderwerp van gesprek is. De cijfers 1 tot en met 5 geven verdere duiding:
  • 1, op de hoek van de huidige Jacob Merlostraat en Molenstraat, was eigendom van de familie Beuijssen, die hier in 1850 een molen bouwde met de eerste stoommachine van Noord-Limburg;
  • 2 (moeilijk leesbaar), schuin tegenover wat ook toen al ’t Groenewoud heette, is het destijds enige bebouwde perceel: hier stond de woning van klokkenmaker Frans Trommar;
  • 3 en 5 zijn bleekvelden: weitjes waarop wasgoed en linnen werden gelegd om in het zonlicht te drogen en spierwit te worden, te ‘bleken’. 5 ligt ongeveer op de plek van de in 1921 gebouwde jongensschool (nu appartementen);
  • 4, ongeveer op de plek van de huidige speelplaats van de Weisterbeekschool, is een poel.

Mijn denkrichting is simpelweg: herstel zoveel mogelijk van de situatie van 1848. Sloop van de huidige bebouwing aan Herstraat en Schoolstraat en van de voormalige jongensschool zal vrees ik een brug te ver zijn. Maar breng die poel met de flankerende weitjes terug, maak van de rest van het terrein een park en markeer daarin de plekken met historische betekenis (school, molen, eerste stoommachine, klokkenmaker, Boerenleenbank) met kunstwerken die refereren aan die betekenis.


Waag het trouwens niet deze denkrichting out of the box te noemen: veel preciezer dan hierboven geschetst kun je niet binnen de lijntjes kleuren.

maandag 6 april 2026

Intermezzo – Moluks woonoord Tienray (4)

Verveling lag op de loer voor veel bewoners van het Moluks woonoord in Tienray. Muziek – maken en beluisteren – was een van de mogelijkheden om die verveling te bestrijden. Uit het Dagblad voor Noord-Limburg van 3 december 1952:
‘De bewoners van het Ambonezenkamp te Tienray hebben niet veel te doen. Het noodzakelijke levensonderhoud vinden ze daar, maar het zakgeld is niet hoog en bovendien zet hun aangeboren activiteit de Ambonezen aan om zich nuttig te maken. Van nature muzikaal en vrolijk van aard grijpt de Ambonees al gauw naar ’n muziekinstrument.’
Al kort na aankomst in Tienray richtten enkele bewoners van het woonoord - onder wie de in de tweede aflevering van deze serie al ter sprake gekomen Frits Tumansery - een orkestje op dat vooral Hawaïaanse muziek speelde. Het kwam onder meer onder de benamingen Tienrayse Boys, Mena Moeria, Molana Boys, Molana Singers en Rame Dendang bekend te staan. Een van de eerste optredens vond plaats op de jaarlijkse concert- en toneelavond van de Tienrayse fanfare. Baron De Weichs de Wenne, burgemeester van Meerlo-Wanssum, sprak zijn contacten aan om optredens voor het orkestje te arrangeren. Brandweercommandant en gemeenteopzichter Bertus Poels regelde daarna het vervoer.


Bijzonder veel indruk maakte Rame Dendang op 4 december 1952 tijdens de Horster Anjeravond. De bomvolle zaal schudde volgens het Dagblad voor Noord-Limburg op zijn grondvesten toen bekend werd dat Rame Dendang (‘vrolijke dans’) onder leiding van de heer Luhukay de meeste stemmen had vergaard om Horst en omgeving te vertegenwoordigen op een gala-avond in Maastricht.
‘Het zal deze Limburgse Ambonezen goed doen, dat juist zij zijn gekozen om dit deel van Noord-Limburg in de provinciale hoofdstad te vertegenwoordigen. Zij hebben het in artistiek opzicht volop verdiend, maar in deze ovationeel begroete stemmingsuitslag is ook begrepen een erkenning door ons volk van hun trouw voor vaderland en vorstin. Noord-Limburg is trots op deze mensen.’
In Maastricht behaalde Rame Dendang vervolgens twee weken later een eervolle negende plaats en weer twee weken later in Valkenburg met een identiek deelnemersveld zelfs een tweede plaats.

De Molukkers in Tienray hadden ook muzikale contacten met Molukkers die verbleven in woonoorden in Blerick, Gennep, Venray en Well. Daaraan kwam in 1954 een einde toen de groep Molukkers die in april 1952 in Tienray was gekomen, diende te verhuizen. Aanleiding hiervoor waren conflicten in woonoord Vught tussen aanhangers van twee Molukse politieke partijen, BPRMS en CRAMS. De aanhangers van CRAMS verhuisden naar Tienray. De bewoners van het woonoord in Tienray, aanhangers van BPRMS, namen hun plaats in Vught in.

N.B. 1 Met dank aan Sjeng Ewalds voor het verschaffen van aanvullende informatie voor dit stukje.
N.B. 2 Dit is de vierde aflevering in een serie van vijf over het Moluks woonoord in Tienray. Klik hier, hier en hier voor de eerste drie afleveringen.

vrijdag 3 april 2026

Oliecrisis (2) | Horster tankstationhistorie

Je kunt het je dezer dagen nauwelijks nog voorstellen, maar ooit gold de American way of living als het hoogst bereikbare. In september 1954 werd die American dream in Horst althans voor een deel werkelijkheid, toen bijna tegelijkertijd ineens twee futuristische tankstations werden geopend. Horst trad een nieuw tijdperk binnen, living in the fast lane kwam ineens binnen handbereik. ‘Service op zijn Amerikaans in een Amerikaanse sfeer’, schreef het Dagblad voor Noord-Limburg.


Vanaf zaterdag 11 september 1954 konden automobilisten terecht bij het Caltex-tankstation van Luc Kok aan de Venloseweg. Dit was volgens de krant uitgerust met ‘keurige toiletten en een gezellige wachtkamer’. Het zou dag en nacht open zijn. Met een reden, aldus de krant:
‘Horst ligt aan de route, die de groententransporten tussen het Westland en Duitsland zowel overdag als ’s nachts plegen te nemen. Het ligt derhalve voor de hand, dat er behoefte is aan servicestations voor de moderne koopvaarders van de weg, die hun gigantische trailers door de Horster straten loodsen en die liever onderweg even pauseren om bij te tanken en hun wagen even te laten nazien dan bij de toch al drukke grensovergangen hiermee extra tijd te verliezen.’

Ruim een week eerder, op donderdag 2 september, was aan de Venrayseweg ook al het vrijwel identieke Caltex-tankstation van Piet Janssen in gebruik genomen. De officiële opening hiervan volgde op 18 september. Ook dit tankstation was van alle gemakken voorzien. Het Dagblad voor Noord-Limburg:
‘De belangstelling van het deskundig personeel gaat bij dit service-station niet alleen uit naar de auto’s, maar niet minder naar degenen die deze auto bevolken. Zodra deze de oprijbaan naar de benzinepompen onder de wielen hebben, worden ze als gasten beschouwd. Er is voor hen een gerieflijke wachtkamer ingericht, en toiletten staan ter beschikking.’

Beide Horster tankstations staan niet op zichzelf: in juli 1954 was aan de Keulse Barrière in Venlo een Caltex-tankstation geopend dat veel overeenkomsten vertoont met die in Horst, zij het dat de luifel van dat Venlose station aanzienlijk groter was. Net als beide Horster tankstations was het gebouwd door het Horster aannemersbedrijf Poels en namen de Horster bedrijven Cortenbach, Keijsers en Van Well respectievelijk het stukadoorwerk, het timmerwerk en het schilderwerk voor hun rekening.



Alle drie deze tankstations kenmerken zich door een strakke belijning, smetteloos wit geschilderde muren, een eveneens witte luifel en een nagenoeg geheel in glas uitgevoerde voorgevel van de kiosk. Decoratieve elementen ontbreken, functionaliteit staat voorop. Het Dagblad voor Noord-Limburg noemde dit de ‘Californische stijl’. Je zou ook kunnen zeggen dat deze drie Noord-Limburgse tankstations veel stijlovereenkomsten hebben met het zogeheten Nieuwe Bouwen. Een exponent daarvan was de Sittardse architect Ben Schinkel (1909-1970). Hij ontwierp tal van tankstations in Limburg en het kan bijna niet anders of het Venlose en beide Horster tankstations zijn eveneens van zijn hand. Schinkel heeft ook het Caltex-tankstation in Withuis op zijn naam staan:


Dit is behouden gebleven en wordt momenteel gerenoveerd. Met beide Horster tankstations liep het aanzienlijk slechter af: dat aan de Venloseweg werd begin jaren zeventig het slachtoffer van de aanleg van een rondweg; dat aan de Venrayseweg moest een decennium later wijken voor een nieuw tankstation.

donderdag 2 april 2026

Oliecrisis (1) | Top 5 – Tankstations

Oliecrisis. Geschikt moment om eindelijk eens de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van tankstations in Horst aan de Maas erin te gooien. In twee van mijn meest favoriete films aller tijden – O melissokomos (The Beekeeper) en Paris, Texas – spelen tankstations een belangrijke bijrol. Wat me zo aanspreekt in die tankstations? De onbestemde tristesse, het desolate, de leegte, het niet-alleen-maar-toch-eenzaam-gevoel dat ze uitstralen. Urenlang door het niets rijden, verlangend uitzien naar dat baken van licht in de verte om er bij aankomst achter te komen dat dat baken een voortzetting van het niets is.  


Naar tankstations met zo’n filmische allure is het in Horst aan de Maas tevergeefs zoeken – wist ik al bij voorbaat. Utiliteit in plaats van zwaarmoedigheid, functionaliteit in plaats van romantiek, zoals bij het tankstation hierboven aan de Midden Peelweg in Sevenum. Desalniettemin zijn ook de tankstations van Horst aan de Maas een top 5 waard. Komt ie:

5. Venloseweg, Sevenum


Overwegend dertien-in-een-dozijn-tankstations in Horst aan de Maas. Dit is daar een treffend voorbeeld van. Kraak noch smaak, zelfs geen huisstijl herkenbaar.

4. Californischeweg, Grubbenvorst


Ook al geen architectonisch wonder. Je zal maar op de eerste verdieping werken en de hele dag tegen die immense overkapping aan moeten kijken.
 
3. Lottumseweg, Broekhuizen


Waar vind je dat nog, een tankstation met, bij gebrek aan menselijke bemanning, een potige kip die een oogje in het zeil houdt?


2. Zwarte Plakweg, America


De Peel binnen handbereik. Enige tankstation in Horst aan de Maas dat enigszins het eind-van-de-wereld-gevoel oproept.


1. Stationsstraat, Horst


Het oog wil ook wat – en het oog krijgt wat. Tankstation Vissers staat op eenzame hoogte in het Horster tankstationlandschap. Hier geen allesbepalende corporate identity, maar architecten (Ben Keijsers en Huub Branderhorst) die hun eigenwijze gang zijn gegaan. De imposante dakconstructie, met een tot de hemel reikende mast, overheerst alles en verbindt alle onderdelen met elkaar. Van de voorkant bekeken zou je er een schip in kunnen zien, van de zijkant doet het zowaar denken aan een kerk.


N.B. Morgen hier aandacht voor enkele pareltjes uit de Horster tankstationhistorie, waaronder De Kamp.