zondag 9 oktober 2016

Ingezonden – Dat gebeurt er (4) / Intensieve veehouderij (2)

In een ingezonden bijdrage blikte Andries Brantsma anderhalve week geleden vooruit op een vergadering van de gemeentelijke Commissie Ruimte over de intensieve veehouderij (klik hier). Nu blijkt hij terug op deze vergadering.

Meer van wat niet werkt, werkt niet

Beter dan met deze woorden had de agrariër/varkenshouder niet kunnen aangeven dat de heilloze weg van steeds meer varkens houden zonder oog voor regionale en internationale ontwikkelingen heilloos en doelloos is. De machtsfactor in de lokale politiek loopt hierop ver achter.
In de Commissie Ruimte werden woensdag 5 oktober enkele voordrachten gehouden. Insprekers van bewonersgroepen zorgden ervoor dat niet alleen de door het college beoogde partijen konden spreken, maar ook de omwonenden moesten worden gehoord.
De uitgenodigde sprekers brachten hun verhaal. De GGD zoals in Venray, heel mat en zonder echt zorg voor wat er in het RIVM-onderzoek naar voren kwam. En geen oog voor de toekomst. Bij de presentatie van het voorlopig rapport, vrijwel gelijk aan het eindrapport, was het ‘we moeten het definitieve rapport afwachten’, nu is het ‘we moeten kijken of het wel overal geldt’. Een houding die wel verdacht veel lijkt op wat gedeputeerde Van der Broeck doet, namelijk bagatelliseren en voor zich uitschuiven. De deskundigen uit Wageningen gaven informatie en spraken vooral in de vorm van doorgaan en verbeteren wat we nu al doen. Een echte visie ontbrak. De ondernemer/varkenshouder was van de genodigde sprekers eigenlijk het meest realistisch. Zijn opmerking in de trant van ‘Meer van wat niet werkt, werkt niet’ was typerend. Hij gaf ook helder aan dat het voedsel ook meer daar geproduceerd moet worden waar het gegeten wordt.
De politiek bekende ook wat kleur. Het CDA dacht aan de boer en zijn kippen en de mogelijke dwang om extra maatregelen te moeten nemen. Verder was economie heel belangrijk voor het CDA, dezelfde reden waardoor de aanpak van de Q-koorts zo lang heeft geduurd en slachtoffers heeft gemaakt. Essentie had beperkte inbreng. Over de omwonenden geen woord. De oppositie, SP en D66, en in zekere mate ook de kleinste coalitiepartij, hadden wel zorgen voor de mensen, de omwonenden en met name SP en D66 pakken de echte problemen aan, namelijk het je houden aan normen en als gemeentebestuur daar ook beleid op maken en handhaven. Dat co-vergisting van mest alleen een subsidiegeldautomaat is voor de agrariër en in werkelijkheid het mestprobleem alleen maar groter maakt omdat er meer mest uitkomt dan erin gaat, werd ook door de Wageningen deskundige bevestigd en liet daarmee de onzin van deze aanpak zien. Geen milieubijdrage/oplossing voor het mestprobleem en wel overlast.
Uiteindelijk zal mijns inziens de regio toe moeten naar een beleid dat gaat naar een balans van kennisopbouw/innoveren aan de ene en produceren (op de juiste plaats en onder de juiste voorwaarden met zorg voor de omgeving) aan de andere kant. Minder bedrijven en minder varkens zodat het mestprobleem kleiner wordt, maar wel genoeg en in verschillende grootte, zodat samen met deze bedrijven en de kennisinstituten innovatie kan plaatsvinden. Voor vier partijen heb ik daar goede hoop op. Of het CDA daarin mee kan blijft de grote vraag.

Andries Brantsma

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen