dinsdag 4 oktober 2016

Intermezzo – Schrijfwedstrijd 10 / ‘Ge got toch ni zoëmá …’

Ook deze week op Horst-sweet-Horst de inzendingen voor de Horst-sweet-Horst-schrijfwedstrijd. Vandaag het door Bram geschreven verhaal (kijk voor andere verhalen en meer informatie over de schrijfwedstrijd in de balk links naast dit verhaal onder het kopje ‘Labels’ en klik op ‘Schrijfwedstrijd’):
‘Ge got toch ni zoëmá óppe slup ván en vremde vrouw zitte?’

Een schitterende zomeravond in Meterik. Het echtpaar Vergeer zit van de ondergaande zon te genieten. ‘Zo mooi als de zon vandaag ondergaat hebben we in al de tijd dat we getrouwd zijn nog nooit gezien en hoe lang is dat nu al?’ ‘Nou’, zegt Lieve, ‘dat is toch nu al 58 jaar. Een tijd al hè.’ ‘Nou, mij kan het niet lang genoeg duren’, murmelt Sjeng.

Er komen wat aangeschoten jonge jongens aangelopen. Het type ‘’t moet  kunnen’ die voor de bank uitdagend stil blijven staan. De rust zal wel even voorbij zijn.

‘Hé’, roept Sjeng plotseling en maait met zijn arm over de schoot van zijn vrouw. Een zachte dreun als hij tegen de boom vlakbij valt en onderaan de boom dood blijft liggen.

Drie van de vier jongens kijken verschrikt op en hun ogen spreken boekdelen. ‘Dat doe je toch niet’, zeggen hun ogen en ook Lieve kijkt haar Sjeng met verdrietige en geschrokken ogen aan.

Sjeng schrikt zelf ook maar verdedigt zich dan met de opmerking: ‘Ge got toch ni zoëmá óppe slup ván en vremde vrouw zitte?’ En dan vervolgt hij: ‘Het was echt niet mijn bedoeling, ik zal hem gauw ergens begraven.’

Sjeng loopt naar de boom en raapt het jonge vogeltje op dat een noodlanding op de schoot van zijn vrouw had gemaakt.

‘Arm jong toch, maar: “Ge got toch ni zoëmá óppe slup ván en vremde vrouw zitte?”’

Bram

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen