vrijdag 10 februari 2017

Intermezzo – De Horster Maat (3)

Wat is de Horster Maat en is de Horster Maat alleenzaligmakend? In een korte serie gaan Jeu van Helden en ondergetekende op zoek naar antwoorden op deze en aanverwante vragen. Elke aflevering bestaat uit een tweeluik: we determineren de Horster Maat én we doen verslag van gezamenlijke bezoekjes aan mogelijke inspiratiebronnen in de nabije omgeving. Aanleiding voor dit alles: de vernieuwbouwplannen voor het Horster winkelcentrum Kloosterhof (klik hier) en andere op stapel staande bouwplannen.


Overdadig imponeren
In de gemeente Horst aan de Maas is de afgelopen jaren een term ontstaan als het gaat om bouwen in de openbare ruimte: de Horster Maat
Te pas en te onpas wordt de term gebruikt. Hij biedt een vreemd soort houvast, vooral omdat hij niet gedefinieerd is, en zo door iedereen flexibel kan worden toegepast om zijn motieven en meningen kracht bij te zetten.
Wij doen hier een poging om voor eens en altijd die Horster Maat een definitie te geven zodat hij in de toekomst wel daadkrachtig gebruikt kan worden en het voor iedereen duidelijk is wat er precies wordt bedoeld. 
Om tot een weloverwogen definitie te komen hebben we de architectuur van de afgelopen vijftien jaar in Horst als graadmeter genomen. Die is immers gebouwd volgens die Horster Maat!
We hebben vijf criteria hiervoor opgesteld, de weerspiegeling van een aantal belangen die we waargenomen en gemeten hebben. Elk criterium heeft z’n eigen meetinstrument. Sommige criteria zijn te klein voor het ene meetinstrument, andere te groot voor het andere meetinstrument.

Vandaag deel 3 in deze serie van vijf (klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2): overdadig imponeren


Een flinke duimstok hebben we toch zeker nodig om het overdadig imponeergedrag van de in Horster maat opgetrokken gebouwen te kunnen meten. De meesten hunkeren zo naar aandacht dat ze zichzelf overschreeuwen. Te veel verschillende materialen en elementen zoals natuursteen ornamenten, verschillende soorten en kleuren baksteen in diverse verbanden en richtingen gemetseld, glas, kunststof, aluminium, zink, overdadige trespa aftimmeringen en dergelijke worden afgewisseld en geflankeerd door te veel vorm (in een vorm) zoals diepteverschillen in de gevel, de gevelhoogte en de dakhoogte, raam- en deurhoogtes en nog veel en veel meer in één, let wel!, één gebouw. En dan zijn we het meest protserige nog vergeten: de naam. Elk gebouw moet voortaan een naam hebben, het liefst in zogenaamd ‘vals’ Oud-Hollandsch of romantisch plat Horsters, en met overdadige typografie met grote roestvaste vette letters op de gevel prijken.

Vervolgens zetten we deze panden dan het liefst nog bij elkaar in de buurt of sterker nog: naast elkaar. Ze komen over als jonge meisjes die met te overdadige make-up, valse wimpers, nepnagels en te overdreven kleding de bakvis uithangen, zichzelf niet zijn en de latente schoonheid in zichzelf helemaal overschreeuwen en naar de achtergrond drukken. Het doet zo hunkeren naar een misschien minder mooi meisje dat met een eenvoudig jurkje en een prachtige staart in d’r haar gewoon zichzelf staat te zijn.


Horst - Torenzicht

Veelgehoorde vraag dezer dagen: ‘Op jullie zoektocht naar architectonische inspiratiebronnen belandden jullie eerst in Nieuw-Bergen en daarna in Venlo – is er in Horst aan de Maas de afgelopen vijftien jaar dan werkelijk niets inspirerends gebouwd?’ Antwoord: natuurlijk is het in Horst aan de Maas niet louter kommer en kwel. Hier en daar is zelfs iets verrezen dat is ontsnapt aan de dictatuur van de Horster Maat. Een voorbeeld van zo’n gebouw dat door de mazen van het net heeft weten te glippen is Torenzicht, een appartementencomplex aan de Doolgaardstraat.


Torenzicht, in 2007 ontworpen door K3 Architectuur uit Arnhem, wijkt af van de meeste appartementencomplexen die de voorbije decennia in Horst zijn gebouwd. Die complexen springen doorgaans in het oog door hun drukte. En anders wel door hun behoefte om op te vallen. Drukte en de behoefte om op te vallen ontbreken bij Torenzicht ten enenmale. De voorgevel telt meer dan tachtig ramen, in verschillende formaten en ook nog op verschillende manieren ten opzichte van elkaar gesitueerd. Toch leidt dat niet tot een bonte kermis. Integendeel: door het ingetogen materiaalgebruik, het mooie ritme van de ramen en het afgewogen kleurgebruik ademt die voorgevel juist rust.


Géén doodsheid, nee, rust. Deze voorgevel wil zich niet mooier maken dan ie is, heeft het niet nodig uit de band te springen, is zelfbewust, oogt misschien zelfs een beetje aristocratisch. Wat leidt tot de ogenschijnlijke paradox dat dit gebouw opvalt, terwijl het absoluut niet uitstraalt dat het die behoefte heeft.


Hoe anders is het dan gesteld met Den Doolhorst (uit 2011), nauwelijks honderd meter verderop. Rust is hier ver te zoeken: een afgeplat dak, twee timpaantjes die de daklijst doorbreken, kleuren die met elkaar vloeken, Franse balkons die op onduidelijke gronden de aandacht naar zich toe trekken (vergelijk dit eens met de Franse balkons van Torenzicht), in alle opzichten krankjoreme belettering, veel te nadrukkelijk aanwezige kozijnen en ga zo maar door. In de behoefte aan aandacht is alles uit de kast gehaald. Maar het ligt er te dik bovenop, het is te doorzichtig. Met karakterloosheid als gevolg.


Den Doolhorst probeert iets te zijn – Torenzicht ís iets.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen