vrijdag 10 maart 2017

Intermezzo – Akkerrandslang

‘Heej, jij hier! Wat voert jou in godsnaam hiernaartoe?’
‘Hoezo?’
‘Nou, zo vaak kom ik je niet tegen op een maandagmiddag begin maart, in de stromende regen aan de rand van een troosteloze akker.’
‘Klopt, zo vaak ben ik hier ook niet.’
‘Maar waarom nu dan wel?’
‘Ach …’
‘Ja?’
‘Ach, doet er niet toe.’
‘Ho, ho, zó zijn we niet getrouwd!’
‘Oké dan: ik zit te wachten op de eerste akkerrandslang van het seizoen.’
‘Ach ja, stom ook van mij, had ik natuurlijk kunnen weten dat je hier zit te wachten op de eerste akkerrandslang van het seizoen.’
‘Is dat zo vreemd dan?’
‘Nee, nee, ben je gek! Is volstrekt helemaal normaal. Absoluut volstrekt helemaal normaal.’
‘Dat toontje bevalt me niet.’
‘Zeg nou zelf: is toch totaal bezopen om hier te gaan zitten wachten op de eerste akkerrandslang?’
‘Vind je? Voor mij begint het voorjaar altijd met de eerste akkerrandslang. De eerste akkerrandslang is mijn ultieme lentegevoel.’
‘Je méént het: “Mijn ultieme lentegevoel.”’
‘Wat is dan jouw ultieme lentegevoel?’
‘Nou ja, het eerste kievitsei misschien. Of de melancholische zang van de merel zo tegen zonsondergang.’
‘Ja, ja.’
‘Of wacht: rokjesdag! Ja, rokjesdag is mijn ultieme lentegevoel. Rokjesdag maakt de lente in mij wakker.’
‘En bij mij is het de akkerrandslang die de lente in me wakker maakt.’
‘Maar hoezo dan?’
‘Is toch pure magie, dat moment waarop de akkerrandslang zich na die ellendige maanden voor het eerst weer bovengronds durft te wagen? Dan besef je: de winter mag dan misschien nog wel wat nabranden, maar feitelijk is ’t gedaan met ‘m. Over en voorbij, die zien we hier voorlopig niet meer terug, laten we ‘m bedanken voor bewezen diensten. Dat roept de eerste akkerrandslang allemaal bij me op. Begrijp je?’
‘Euh …’
‘Zó teer, zó kwetsbaar, zó onzeker nog. En toch draagt de eerste akkerrandslang de belofte van het voorjaar in zich. Het einde van alle treurigheid is in zicht, het feest kan weer beginnen.’
‘Met permissie, maar ik heb een heel andere perceptie van de akkerrandslang.’
‘Welke dan?’
‘Ik associeer de akkerrandslang altijd met geen rekening houden met een ander. Met asociaaI. Met “Ga als de bliksem voor mij aan de kant, anders kun je het wel vergeten.” Met machogedrag, met naar arrogantie neigende zelfvoldaanheid. Dát is voor mij de akkerrandslang.’
’Ho. Ho. Ho. Weet je welke fout jij maakt? Je verwart de geelgroene met de roodbruine akkerrandslang!’
‘Werkelijk?’
‘Ja, echt. De geelgroene akkerrandslang heeft inderdaad alle eigenschappen die je zojuist beschrijft. En zeker de hoogzomerse groene akkerrandslang. Die kan echt heel venijnig zijn.’
‘Goh, nooit geweten dat die verschillen zo groot zijn. Maar is het niet zo dat …’
‘Wacht!’
‘Is het niet zo …’
‘Ssttt … Hou nou verdomme eens je waffel!’
‘…’
‘Kijk … Daar …’
‘…’
‘Daar zul je ‘m hebben …’
‘…’
‘Ja hoor, kan niet missen, het is ‘m …’
‘…’
‘Wat zei ik je? Machtig toch?’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen