‘Vastenavond 1929’ staat met potlood achterop deze uit het familiearchief
opgeduikelde foto vermeld. De enige persoon die ik erop herken is mijn toen twintigjarige
oma, zittend links, met een beer op haar schoot. Alle twaalf vastenavondvierders
zijn verkleed én goedgemutst; alleen de mannen zijn geschminkt, zij het lichtjes.
Op het programma waarschijnlijk een bezoek aan een van de vele cafés in de Herstraat,
waar mijn oma woonde.
In een podcast hoorde ik een dezer dagen iemand verwijzen naar een citaat uit
Deconstructing
Harry, een film van Woody Allen: ‘Tradition is the illusion of permanence.’
Ofwel: ‘Traditie is de illusie van permanentie.’ Ofwel: alles verandert, niets
blijft hetzelfde. Dit geldt ook voor carnaval. Ja, verkleden, schminken en
cafébezoek behoren nog steeds tot de carnavalsrituelen, maar verder doet de hedendaagse
viering van carnaval nauwelijks nog denken aan de vooroorlogse.
De in 1911 in Horst geboren Sjang Hoeijmakers noteerde in
Die goeie ouwe
tijd – Het leven in een Peeldorp omstreeks 1900:
‘Het carnaval werd nog maar alleen in de steden gevierd. Overigens sprak men
toen nog niet van carnaval maar van “vastelavond”. In sommige dorpen werden met
vastelavond volksfeesten georganiseerd, dikwijls zeer tot ongenoegen van de
geestelijkheid, die in die dagen de kerk vol wilde hebben van ’s morgens vroeg
tot ’s avonds laat voor het “veertigurengebed”. Ons werd dan verteld dat we moesten
komen bidden voor die mensen, die wèl carnaval vierden.’
Illustratief in dit verband zijn berichten uit de
Nieuwe Venlosche Courant
van 2 maart 1911
en van 26 februari 1914:
Vooroorlogs vastenavondsvermaak in Horst en omgeving bestond voor een deel uit
nu potsierlijk aandoende evenementen als een tentoonstelling van ‘de nuttige en
fraaie handwerken der meisjes en van het fröbelwerk der bewaarschool’ in het klooster
van de zusters ursulinen (bijvoorbeeld in 1917 en 1930), de eerste Sevenumse middenstandstentoonstelling
in het plaatselijke patronaat in 1937 en een jaar later de eerste Horster middenstandstentoonstelling
in de Mèrthal.

Was het dan een rebelse daad van mijn oma en haar elf metgezellen om vastenavond
te vieren? Nee, dat ook weer niet. Maar carnaval was beslist nog niet het grote volksfeest dat het nu is. Van een strakke organisatie
met een lange reeks van festiviteiten en door iedereen geëerbiedigde
protocollen was in elk geval nog geen sprake. Wat niet betekent dat het vooroorlogse
vermaak zich uitsluitend tot tentoonstellingen beperkte. Hier en daar was er genkrijden
(gans trekken) en in cafés werd gekaart en gedanst. Ook vonden op de vastenavonddagen wel gekostumeerde
voetbalwedstrijden, toneelvoorstellingen en ‘komische voordrachten’ plaats.
Een bijzonder spektakel moet zich op carnavalsmaandag en -dinsdag in 1935 in
Hegelsom hebben afgespeeld:
Of de antieke hangklok en/of
De Mijnwerker van Jan
Toorop nog steeds een Hegelsomse huiskamer siert? Barak is overigens een aan
biljarten verwant spel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten