maandag 6 mei 2013

Klein mysterie 443 – Trapveldje (5)

Naar schatting ergens eind jaren negentig (in elk geval zo lang geleden dat ik niet kan instaan voor de juistheid van alle details). De bel gaat. Vier jongens van een jaar of tien staan aan de deur. Ze vertellen dat ze in Meterik op de basisschool zitten. Dat er in Meterik geen trapveldje is waar ze kunnen voetballen. Dat ze dat heel erg jammer vinden. Dat ze een brief hebben geschreven voor de gemeente. Dat ze nu handtekeningen ophalen, zodat de brief door zoveel mogelijk mensen wordt ondertekend. Wil ik misschien ook een handtekening zetten?

December 2002. Onder de kop ‘Trapveldje in zicht?’ meldt de nieuwsbrief van de Meterikse dorpsraad: ‘Na vele jaren lijkt er een oplossing in zicht voor het trapveldje. Een terreintje aan de Crommentuijnstraat (voormalige kas Smulders) is beschikbaar. Met de buurt wordt gekeken naar de invulling van het veldje.’

Mei 2013. Op zoek naar een trapveldje beland ik met neef T. in Meterik. Zou het trapveldje aan de Crommentuijnstraat er intussen zijn? Jazeker! Althans: tussen de huisnummers 15a en 17 leidt een betegeld pad naar iets wat er vanaf de Crommentuijnstraat uitziet als een trapveldje. Vol verwachting fietsen we het pad in. En inderdaad: een trapveldje. Maar bij de aanblik van beide goals wijkt ons enthousiasme al snel voor teleurstelling. Lengte: 5,25 meter. Hoogte: 1,65 meter (ik ben het nog na gaan meten). Neet hoeg mer laank. Hoe verzin je het? 
Wat is dat toch met die Horster trapveldjes? Zijn ze niet te nat, dan is het gras wel te hoog. Is het gras niet te hoog dan staan de goals wel te ver uit elkaar. Staan de goals niet te ver uit elkaar dan is er wel een ballenvanger die ontbreekt. Is er geen ballenvanger die ontbreekt, dan zijn er wel kuilen die voetballen onmogelijk maken. Zijn er geen kuilen die voetballen onmogelijk maken dan staan de tralies achter de goals wel te ver uit elkaar. Staan de tralies achter de goals niet te ver uit elkaar dan is er wel een stijgingspercentage dat hoger is dan dat van de Mont Ventoux. Is er geen stijgingspercentage dat hoger is dan dat van de Mont Ventoux dan is er wel een klimrek dat in de weg staat. Is er geen klimrek dat in de weg staat dan zijn de goals wel te breed. Zijn de goals niet te breed dan zijn ze wel te laag.
Waar had het voetbal in Horst aan de Maas niet kunnen staan met adequate trapveldjes? Of is het andersom en vormen die belabberde trapveldjes juist de verklaring voor de huidige successen van Sparta ’18 (promotie naar de tweede klasse) en Wittenhorst (in de race voor promotie naar de hoofdklasse)? Maar hoe valt de degradatie van Meterik (naar de zesde klasse) dan te verklaren?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen