maandag 6 mei 2013

Intermezzo – Brand! Brand!

Sinds deze week heerst weer code geel in Noord-Limburg. Blijft het nog een paar dagen droog dan volgt ongetwijfeld code oranje: groot gevaar voor bos- en heidebranden. Bij zulke berichten veer ik altijd op. Ik mag op z’n tijd namelijk graag een lekkere fik zien. Is waarschijnlijk historisch bepaald: m’n opa werd in 1929 benoemd tot Horster brandweercommandant (voorste rij, tweede van links).
Bij mij begon het allemaal met de grote brand in de veilinghallen in wat toen nog Grubbenvorst was. Een zonovergoten zondagmiddag in mijn herinnering. We waren op bezoek bij m’n oma (opa was al enkele jaren dood) toen het nieuws van de veilingbrand doordrong. Daar moest m’n vader, nooit weg van enige sensatie, natuurlijk bij zijn. Ik mocht mee. Vanachter een hek dat de provinciale weg van het veilingterrein scheidde, zagen we hoe een immense vuurzee de veilinghallen verwoestte. (Enig speurwerk doet me wel twijfelen aan de betrouwbaarheid van m’n geheugen: de brand vond plaats op 30 april 1969 – ik was toen 4 jaar en 2 maanden. En zonovergoten? Nee, half bewolkt! Een zondag? Nee, een woensdag, zij het dan Koninginnedag. Als ik er al bij ben geweest, moet het een van mijn oudste herinneringen zijn.)
M’n vader en ik bleven daarna hartstochtelijke brandliefhebbers, waarbij de lol niet zozeer zat in de brand zelf als wel in het lokaliseren ervan én in het met vliegende vaart zo kort mogelijk achter de brandweerwagen aanrijden.
Voor Horster pyrofielen waren de jaren zeventig een gouden tijdperk. De Peel was nog niet onder water gezet en stond dus vanaf april tot diep in oktober min of meer continu in brand. Woonachtig aan de westkant van Horst konden we wel wat met dat gegeven. Hoorden we de brandweersirene, dan sprongen we in de Eend en zetten, nog voordat de brandweerwagen gepasseerd was, koers richting Peel – een toppunt van pyrofielengeluk beleefden we toen we op een keer eerder dan de brandweer op de plek des onheils arriveerden.
Was het toentertijd trouwens niet zo dat in heel Horst de sirene afging bij brand? Als signaal voor brandweerlieden om zich naar de brandweerkazerne te spoeden? In elk geval hing bij de tuinbouwloods (op de hoek Loevestraat - Gastendonkstraat) een bordje waarop met krijt de locatie van de brand was geschreven – even handig voor vertraagde brandweermannen als voor vertraagde sensatiezoekers. 
Toen de brandweerkazerne verhuisde van de Gastendonkstraat naar de Americaanseweg werd het allemaal minder: de Meterikseweg was niet langer de meest logische uitvalsweg richting Peel en daarmee waren we in een klap onze vanzelfsprekende voorsprong op de brandweerwagen kwijt. Sowieso nam het aantal Peelbranden vanaf het begin van de jaren tachtig schrikbarend af. Woningbranden konden ons aanzienlijk minder bekoren. Al bleef het een sport de locatie van de brand te traceren, bijvoorbeeld aan de hand van het waterspoor dat de brandweerwagen in bochten achterliet. En ik schaam me niet te erkennen dat ik de grote branden bij het champignonverwerkingsbedrijf tussen de A73 en de Venrayseweg (begin van deze eeuw) en Keijsers Interieurbouw aan de Songertweg (2008) met enig genoegen heb gadegeslagen. Zoals het ook een frustratie blijft dat ik enkele jaren geleden een grote brand op het industrieterrein heb gemist. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen