woensdag 20 januari 2016

Intermezzo – Johnny

Broekhuizenvorst, sportpark ’t Venneke, 30 december 1984.

Winterstop? Kennen we niet! En dus moeten we op deze stervenskoude zondagmiddag gewoon aantreden. ‘We’ zijn de reserves van VVV. Een verzameling absolute nobody’s. Te klein voor een tafellaken, het merendeel zelfs te klein voor een servet. Een enkeling zal het tot een spaarzame invalbeurt in de hoofdmacht brengen, maar doorbreken – zoals dat in voetbaljargon heet – zal uiteindelijk niemand.

Eerder dit jaar heeft Wittenhorst ons (en mijn melkboer mij in het bijzonder) helemaal zoek gespeeld en hebben we de bekerwedstrijd tegen het nietige Holthees pas in de verlenging weten te beslissen. En nu moeten we hier op sportpark ’t Venneke aantreden tegen de plaatselijke trots, Excelsior ’18. Keeper Wim, Johan, Leslie, Jacques, Wim, Marc, Rob, Har, Alec, Wil. En Johnny. Johnny Taihuttu!
Dan al drie jaar lang dé vedette van VVV: gemakkelijk scorend, met z’n snelheid menig verdediger trauma’s voor de rest van z’n leven bezorgend en toeschouwers, journalisten en niet te vergeten stadionspeaker Hay van Dreumel (‘Johnny Taiaiai…huttu!’) in extase brengend. Díe Johnny Taihuttu, die bijkans goddelijke Johnny Taihuttu, is op deze zondagmiddag verdwaald in Broekhuizenvorst. Op sportpark ’t Venneke. Conflict met de trainer, boete van vijfhonderd gulden en verbannen naar de reserves. Zo gaat dat in de voetballerij.
Zeggen dat Johnny er geen zin in heeft, zou een eufemisme zijn. Zwijgzaam, gekrenkt, gezicht als een oorwurm. Waar heeft hij het in godsnaam aan te danken dat hij onder deze omstandigheden in deze negorij met dit stelletje klunzen moet opdraven? Eenmaal op het veld past hij zich moeiteloos aan aan het niveau van z’n medespelers. Hij loopt geen meter teveel – lóópt-ie überhaupt? Bij de tegenspelers is het net andersom: de aanwezigheid van Johnny stoot hun adrenalineniveau op tot nooit eerder vertoonde hoogten. Ze rennen alsof hun leven ervan afhangt, maken meterslange slidings op het bevroren veld. Met 3-0 komen we er nog genadig van af. Hoongelach van de weinige toeschouwers valt ons, valt Johnny ten deel.
Enkele dagen later wordt hij voor een half jaar verhuurd aan Fortuna Sittard. Daarna keert hij terug bij VVV. Maar het beste is er intussen af, hij is ten slotte al 31.
Een kleine twintig jaar later kom ik ’m toevallig tegen in Venlo. Hij herkent me meteen. Is spraakzaam, aardig, belangstellend. Net als die een of twee keer dat ik ’m daarna nog tegen het lijf loop. Die wedstrijd op sportpark ’t Venneke blijft telkens onbesproken. En zal ook onbesproken blijven. Afgelopen maandag is Johnny overleden. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen