vrijdag 9 december 2016

Intermezzo – Café Damascus

Mooie avond beleefd gisteren in het voor de gelegenheid in Café Damascus omgedoopte café Cambrinus. Hoofdact van de avond waren Rezkar Deraki en Mahmoud Baravi. Allebei afkomstig uit Damascus, allebei muzikant, allebei gevlucht voor het oorlogsgeweld in Syrië, allebei verblijvend in het asielzoekerscentrum in Blitterswijck. Dáár leerden ze elkaar nog niet zo lang geleden kennen. Gisteren gaven ze hun eerste gezamenlijke concert. Rezkar zang en ud, Mahmoud (met z’n jas nog aan – ‘koud’) keyboard. Twee sets van een half uur; behalve twee nummers van Guus Meeuwis – de favoriete Nederlandse zanger van Rezkar – vooral Syrische traditionals. Althans dat veronderstel ik, gezien de reacties (ritmisch klappen, zingen, dansen) van de aanwezige Syriërs (klik op de pijl om het filmpje te starten).
‘Café Damascus is geen café vol oorlogsverhalen’, zo had organisator Jan Duijf van tevoren aangekondigd. Wat niet wegneemt dat de oorlog wel degelijk aanwezig was, bijvoorbeeld in een minuut stilte aan het begin van de avond en ook in een bijdrage van Geert van den Munckhof (klik hier).
Geen café vol oorlogsverhalen – wat dan wel? Opnieuw in de woorden van Jan Duijf: ‘Een plek waar nieuwe ontmoetingen plaatsvinden, tussen Syriërs en Syriërs, tussen Syriërs en Nederlanders als nieuwe landgenoten.’ Mag misschien wat verheven klinken, het pakte wel precies op die manier uit. Wat daarbij meehielp was dat Café Damascus bomvol was, waardoor het publiek (niet alleen afkomstig uit Nederland en Syrië, maar ook uit Irak, Soedan, Polen, Eritrea en Spanje en misschien nog wel meer landen) bijna letterlijk bij elkaar op schoot kwam te zitten. En probeer dan maar eens niet in gesprek te raken.
Vandaag nog eens diep nagedacht over de vraag waarom ik het eigenlijk zo’n bijzondere avond vond. Welnu, ik geloof dat voor mij het bijzondere was dat het zo gewoon was. En dat is best bijzonder als het erom gaat geboren Nederlanders in contact te brengen met mensen die hier wonen maar in een ander land zijn geboren. Zulke ontmoetingen hebben bijna altijd iets geforceerds, iets opgelegds, iets verantwoords, vaak ook iets plechtigs, met toespraken van hotemetoten over de hoofden van de mensen heen. Ongetwijfeld goede bedoelingen te over, maar het beklijft nooit.
Hotemetoten waren gisteren in geen velden of wegen te bekennen. Café Damascus had ook niets plechtigs. Café Damascus was informeel, ongedwongen, spontaan. De goede bedoelingen waren er wel, maar spatten er niet vanaf. Van alles liep anders dan van tevoren bedacht – niemand die erom maalde. Omdat Café Damascus lééfde, omdat Café Damascus écht was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen