zondag 25 december 2016

Top 5 – Horster plastic draagtassen uit de collectie van Franka Jakobs

Mag ik me voor één keer bezondigen aan schaamteloze nostalgie? Omdat het kerstmis is? Ja? Fijn! Want het is eerst en vooral nostalgie die de collectie Horster plastic draagtassen van Franka Jakobs (waarover ik eerder schreef op 28 november; klik hier) bij me oproept. Natuurlijk, ook de vormgeving is een factor van belang, maar die laat ik in dit speciale geval buiten beschouwing. Kost me trouwens weinig moeite – zou u me vragen in één woord een kwalificatie toe te kennen aan de vormgeving van de Horster plastic draagtassen dan zou ik zeggen: ‘Allerbelabberdst’.

Dus laat duidelijk zijn dat de navolgende Horst-sweet-Horst top 5 van Horster plastic draagtassen uit de collectie van Franka Jakobs niet gebaseerd is op mooi/lelijk, maar op de hevigheid van de nostalgische gevoelens die me bekruipen bij het zien van de tas. Komt-ie:

5.
De Wereldwinkel, nog niet zo lang weg uit Horst en toch heb ik er al heimwee naar. Die onovertroffen toewijding waarmee drie dames van middelbare leeftijd minutenlang in de weer konden zijn met het verpakken van dat gelukspoppetje van vijftig cent uit Guatemala!  

4.
Schoenmode? Daar deden Sanders, Stroucx en Van der Sterren niet aan. Die verkochten gewoon schoenen. En pantoffels. En lapten ze desgewenst op.

3.
Jan Linders, Lidl, Aldi, laat staan Albert Heijn, waren nog in geen velden of wegen te bekennen, de EDAH was begin jaren zeventig alleenheerser. Zetelend in het pand dat nu als Blok 10 door het leven gaat. Spartaanse inrichting, enigszins vergelijkbaar met de Aldi van een jaar of tien geleden. Onuitwisbaar beeld: Jan Lucassen (‘Jan ván d’n EDAH’) druk in de weer op z’n plexiglazen podium in de buurt van de kassa’s.

2.
Mijn Meulendijks was geen sportshop. Mijn Meulendijks was een rommelige, donkere winkel, volgestouwd met tassen, koffers, sportkleding en sportattributen. Mijn Meulendijks was vooral ook ‘achter’. Het altijd redding brengende achter. Het magische achter. ‘Quick Topstar S maat 40, zeg je? Oei, staat hier niet meer. Dan moet ik even achter kijken.’ En dan die opluchting, twee, drie of soms wel vijf minuten later, als Jan, en later Bart, kwam aanzetten met de welbekende groene schoenendoos.

1.
Niks Provak, zelfs geen Verhaegh, nee: Kuëbe Wullum. Hoogst verontrustend dat vandaag de dag nog maar zo weinig mensen die naam (her)kennen. Onuitwisbaar beeld: de gebroeders Verhaegh in hun vaalblauwe stofjassen op zoek naar één gefosfateerde gipsplaatschroef van 35 millimeter met grove draad. ‘Dat is dan twee cent.’ Het ging mis toen de winkel automatisch open zwenkende deuren kreeg. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen