vrijdag 15 mei 2026

Intermezzo – Stoebe

In een podcast over de Deense schilder Laurits Andersen Ring (1854-1933) hoor ik Maarten van Rossem zeggen: ‘Ergens in die reeks over de dood is een schilderij van die stobben, in een moerasachtige situatie.’ Hij gaat verder, maar ik haak af, mijn gedachten blijven hangen bij het woord stobben. Zou hij misschien stoebe bedoelen? Als je vroeger Lodewijk H zaliger gedachtenis ergens in het buitengebied tegenkwam kon je er donder op zeggen dat hij op zoek was naar stoebe.
‘Wát binde án ’t doon?’
‘Ik bin stoebe án ’t zeuke. Vur de knien.’


Stoebe is de dialectbenaming voor de bladeren van de paardenbloem, die samen een rozet vormen. Nooit in de situatie geweest dat ik het Nederlandse equivalent van stoebe moest gebruiken. Ook nooit stilgestaan bij de vraag wat dat equivalent dan wel zou kunnen zijn. Stobben dus? Dat valt nog te bezien. Een stobbe is in het Nederlands een ander woord voor boomstronk. Zo bedoelde Maarten van Rossem het ook, blijkt als ik de podcast nogmaals beluister:
‘Ergens in die reeks over de dood is een schilderij van die stobben, in een moerasachtige situatie van elzen. Ik denk dat het elzenstobben zijn. (…) Kijk naar die elzenstobben. Een meesterlijk schilderij omdat het ook reflectie heeft, schitterend gebruikte reflectie van die elzenstobben in dat water.’

Waar ik ook zoek, nergens kom ik ‘stobbe’ tegen in de betekenis van het blad van een paardenbloem. Resteert dus de vraag of het Nederlands überhaupt een benaming kent voor de bladeren van de paardenbloem. Ja, molsla, maar als ik het goed begrijp worden alleen de jonge bladeren van de paardenbloem zo genoemd.


Iemand enig idee of er nog andere benamingen zijn?   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten