maandag 8 juni 2026

Intermezzo – Trots!

‘Laten we blij zijn met elkaar! Laten we optimistisch zijn! Laten we zeggen: “Nederland kan het weer!” Die VOC-mentaliteit! Over grenzen heen kijken! Dynamiek! Toch?’
Aldus Jan Peter Balkenende in 2006. Dagen, weken, maanden, jaren zelfs, gingen voorbij zonder dat ik ook maar een moment aan onze voormalige minister-president (2002-2010) moest denken. Afgelopen week was het eindelijk weer eens zo ver. CDA, Essentie, Leef en VVD presenteerden hun bestuursakkoord voor Horst aan de Maas voor de komende vier jaar (klik hier). Trots! heet het – inclusief uitroepteken. En trots waren ze, de beoogde wethouders, Leon Litjens (CDA), Kay Thijssen (Essentie), Roy Bouten (Leef) en Pieter Goedhart (VVD). De trots klotste tegen de plinten, golven van trots overspoelden de raadszaal, de lucht was zwanger van trots. Ook de schriftelijke weerslag van het akkoord barst van de trots. Lees mee:
‘We zijn trots op ons verhaal en vertellen dat ook waar nodig om bij te dragen aan onze ambities. Horst aan de Maas is een trotse gemeente. We zijn trots op de tientallen evenementen die van onderop georganiseerd worden. We investeren in kunst, cultuur en erfgoed als onderdeel van kwaliteit van leven, identiteit en trots op onze dorpen. Ondernemerschap zit in ons DNA en wij zijn trots op onze ondernemers. Horst aan de Maas is van nature ondernemend en daar zijn we trots op.’
Is er iets op tegen om trots te zijn? Nee. Maar als je telkens uitspreekt hoe trots je wel niet bent, raakt het aan jezelf moed inpraten, aan jezelf overschreeuwen. Krijgt het iets potsierlijks. Iets balkenendiaans.


Honderdtwintig ronkende bladzijden telt het bestuursakkoord. Het getuigt van torenhoge ambities en bevat honderden voornemens, plannen en beloftes. Veel teveel om hier gedetailleerd te bespreken. Mijn globale indruk is dat natuur en landschap er nogal bekaaid vanaf komen in het geweld van economie en (agrarisch) ondernemerschap. Typerende zin: ‘Onze economie steunt op een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector. Dit is de basis voor ons ecosysteem en bepaalt ons DNA.’

Het lijkt erop alsof natuur en landschap vooral dienstbaar moeten zijn. Aan de economie, aan ondernemers, aan agrariërs, aan kwaliteit van leven, aan landbouw, aan recreatie, aan toerisme, aan gezondheid, aan leefbaarheid. Typerende zin: ‘Wij geloven in gebiedsgerichte aanpak waarin belangrijke natuur wordt beschermd, versterkt en verbonden, maar wel in samenhang met wonen en economie.’ Natuur en landschap onderworpen aan de wens van de mens – alsof natuur en landschap geen intrinsieke waarde hebben.


Enkele zaken die me wél aanspreken in het akkoord: openbaar vervoer vanuit elke kern naar station Horst-Sevenum, een pilot voor een burgerberaad, meer aandacht voor minderheden in de gemeenteraad, de ambitie om naoorlogse architectuur te behouden en te versterken, ruimte voor bijzondere architectuur, een onderzoek naar structurele bekostiging van kunst in de openbare ruimte.


Over vier jaar weten we hoe trots we kunnen zijn op dit college. Toch?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten