zaterdag 27 juni 2026

Intermezzo – Petrichor

Weerstation Horst vandaag het weerstation met het hoogste maximum van heel Nederland. Fijn. Evengoed is het fijnste van zo’n hittegolf dat er een eind aan komt. Of het nu vanavond, morgen of overmorgen is: het einde is nakend. Ik kan niet wachten tot het eindelijk zover is. Vanwege het gevoel van een last bevrijd te zijn. Maar meer nog vanwege de beloning die hopelijk volgt voor al dat lijden. De ultieme beloning, de beloning aller beloningen: petrichor!

Petrichor is net zo oud als de aarde. Toch heeft het tot 1964 geduurd voordat het een naam kreeg. Daarna duurde het nog 47 jaar, om precies te zijn tot woensdag 13 juli 2011, voordat die naam uiteindelijk ook mij bereikte. Die dag las ik in Alledaagse kunst, een bundel met columns uit de Volkskrant. Op pagina 105 en 106 brengt Koen Schouten daarin een ode aan regen, aan het geluid van regen en uiteindelijk ook de geur van regen:
‘Als het lang droog is, scheiden planten een olieachtige stof af om de groei van hun zaden te vertragen: petrichor. Die blijft op de bodem liggen. Als het gaat regenen, dan ruik je hem. Een van de lekkerste geuren die bestaan. En net als een goede zomerbui niet na te maken.’
Inderdaad een van de lekkerste geuren die bestaan. En een van de vluchtigste: dagen, weken heb je er naar uitgekeken, maar voordat je er erg in hebt, is ie foetsie en moet je opnieuw de lijdensweg van een hittegolf doorstaan om ‘m te kunnen vangen. Al vormen die zeldzaamheid en dat vluchtige natuurlijk ook een deel van de bekoring.  

Overigens is petrichor onlosmakelijk verbonden met De Piel in brand, het wat mij betreft allermooiste nummer van Rowwen Hèze:

Langoet ligge in ‘t graas
Ge rookt d’n asfalt en de zwaj
Als 't pas geraegend haj

Raegen + graas + d’n asfalt + de zwaj = petrichor!


Halde we ’t druëg? Hopelijk niet. Laat die buien maar komen. Ik geloof dat ik daar in de verte al een schoor zie naderen.

vrijdag 26 juni 2026

Top 5 – Horstensiaverpakkingen

Een van de meer aangename bijverschijnselen van de hedendaagse hittegolven zijn de hortensiaverpakkingen die overal opduiken in het straatbeeld. De hitte maakt loom? Dan toch niet de hortensiaverpakkers. Hun laatste resterende sprankjes energie stoppen ze – iets doet me vermoeden dat het overwegend mannen zijn – in het beschermen van hun oogappels. Uit de diepste laden van de linnenkasten van moeder de vrouw toveren ze reeds lang verloren gewaande tafellakens, dekens, badhanddoeken, beddenspreien en wat dies meer zij tevoorschijn om er vervolgens met uiterste toewijding hun geliefde hortensia’s in te verpakken. Driewerf hulde!

Als klein eerbetoon aan deze voortuinhelden is een top 5 meer dan gepast. Komt-ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van Horstensiaverpakkingen van deze hittegolf (disclaimer: deze top 5 heeft een door de hitte gedicteerde enigszins beperkte geografische reikwijdte):

5. Melderslo

Blau blau blau blüht die Horstensieverpackung

4. Horst

De roepende in de woestijn heeft gehoor gevonden

3. Meterik

Groene oase

 2. Horst

Van alle egards voorzien

1. Meterik

De Molen keek en de Molen zag dat het goed was

P.S.

Hulde overigens ook aan de bikkels, de onverstoorbaren, de diehards, de onaanraakbaren, de ijzeren Heinen onder de horstensia’s die verstoken blijven van de zegen van verpakking en de verschroeiende zonnestralen op eigen houtje moeten zien te trotseren. Stuk voor stuk kanjers van de bovenste plank die ons opperste respect verdienen.

woensdag 24 juni 2026

Boodschappenbriefje (16) | Eten


Het ligt in een winkelwagentje van Plus. Bijzonder genoeg om mee te nemen of niet? Zoals altijd met gevonden boodschappenbriefjes een snelle scan. Eten. Springt eruit: hoezo eten? Twaalf van de vijftien items betreffen menselijke dan wel dierlijke etenswaren. Waarom verdient eten dan nog vermelding? Wat dan eten? Verder weinig bijzonders. Nou ja, piepers dan. Vreselijk woord. Zelfs dialectsprekers gebruiken het. Onbegrijpelijk als je ook het onovertroffen petatte tot je beschikking hebt. Petatte raakt de kern van het Horstenaarschap. ‘Mie, ziên de petatte al gaar?’

Toch maar meenemen, wie weet komt het nog eens van pas.

Dan blijkt dat het een dubbelgevouwen briefje is. Komt wel vaker voor, weet de ervaren boodschappenbriefjesopraper. Links de boodschappen bij de ene winkel, rechts de boodschappen bij de andere. Maar niet in dit geval. Ontvouw het briefje en je komt tot de verbijsterende ontdekking dat het hartje en het hoofd op de kant met eten een prelude blijken te zijn op de andere kant.


Over die andere kant valt van alles te zeggen, te vermoeden, te interpreteren, te gissen, te suggereren. Zullen we dat vooral niet doen? Laten we zwijgen, kijken, genieten, bewonderen, ons gelukkig prijzen, ons afvragen waaraan we dit te danken hebben. Meesterlijk.

maandag 22 juni 2026

Intermezzo – Boerderij Hoogers

Wethouder Leon Litjens (CDA) deed afgelopen vrijdag op de Facebookpagina van het CDA Horst aan de Maas de suggestie om boerderij Hoogers ‘terug te bouwen’. Zo kennen we de wethouder: nooit te beroerd een proefballonnetje op te laten. 


Boerderij Hoogers was een carréboerderij die tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw de noordelijke afsluiting van het Wilhelminaplein in Horst vormde. Ze diende te wijken voor het in 1974 geopende nieuwe gemeentehuis. Horstenaren van boven de zestig hoor je nog regelmatig verzuchten dat het eeuwig zonde is dat ‘de bórderi-j ván Hoëgers’ is verdwenen. Hoewel ik er zelf geen actieve herinnering aan heb, kan ik me dat sentiment goed voorstellen. Evengoed zou het van de pot gerukt zijn om boerderij Hoogers terug te bouwen.

Het terugbouwen van iets dat verloren is gegaan, wekt de suggestie dat je het origineel terugkrijgt. Dat is nooit het geval. Zelfs als de bouwtekeningen bewaard gebleven zouden zijn en de boerderij 1 op 1 te herbouwen is, dan nog heb je hart en ziel ervan niet terug. Krijg je ook niet terug, die zijn bij de sloop voorgoed verloren gegaan. Dat maakt wederopbouw per definitie tot een slap aftreksel van het origineel. Het origineel dat sowieso al nagenoeg is verdwenen uit de collectieve herinnering.

En dan zou het gemeentehuis ook nog gesloopt moeten worden. Dat is namelijk de onvermijdelijke consequentie van het terugbouwen van boerderij Hoogers. Worden er inderdaad plannen gesmeed om het gemeentehuis te verplaatsen? Waarnaartoe dan? Naar het Weisterbeekgebied misschien, schuin tegenover het huidige gemeentehuis?

Of zit het anders? Heeft de wethouder soms een andere locatie voor boerderij Hoogers op het oog dan de oorspronkelijke locatie? Dat zou historievervalsing in het kwadraat zijn: boerderij Hoogers en de noordzijde van het Wilhelminaplein zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het zojuist aangetreden college van burgemeester en wethouders heeft qua architectuur hooggestemde ambities die me bijzonder aanspreken. Denk aan behoud van naoorlogse architectuur en het bieden van ruimte aan wat het noemt ‘bijzondere architectuur’. Geef daar dan prioriteit aan en jaag geen wilde fantasieën na.

Vooralsnog is het gissen waarom boerderij Hoogers überhaupt teruggebouwd zou moeten worden. En ook of er nog meer terugbouwwensen op het verlanglijstje van de wethouder staan. De in de oorlog verwoeste Sint-Lambertuskerk? Hotel Josten? De marechausseekazerne aan het Sint-Lambertusplein? Zopo? Klooster Nazareth? 

Het is trouwens een misvatting om te denken dat terugbouwen de enige manier zou zijn om boerderij Hoogers in herinnering te houden. Dit kan ook met een podcast, een kunstwerk, een boek, een toneelstuk of een documentaire. Niet uitgesloten dat dat meer beklijft dan terugbouwen. Bovendien vele miljoenen goedkoper.

donderdag 18 juni 2026

Intermezzo – Raadsvergadering


Vorige week dinsdag was er een gemeenteraadsvergadering. Griffier Ruud Poels kon daarbij niet aanwezig zijn wegens ziekte. Zijn taken werden waargenomen door plaatsvervangend griffier Marieke Dinnissen-Theunissen. Burgemeester Ryan Palmen verwoordde dat als volgt (klik hier en ga naar 02.22):
‘Daarmee gezegd ook dat Ruud nog steeds ziek is en dat we daarom wederom een knappere griffier hebben dan wanneer Ruud hier zou zitten. Ik heb hem vanmiddag nog gevraagd of ik die grap mocht maken en dat mocht, zei hij. Toen zei ik erbij: “Maar dat is geen grap, Ruud”. Maar goed…’
Later werd er afscheid genomen van de wethouders Eric Beurskens en Riny Coenders. De eveneens vertrekkende wethouder Robert Martens kon niet aanwezig zijn vanwege ziekenhuisverblijf. Voor Eric Beurskens en Riny Coenders waren er lovende woorden, luid applaus én een boeket bloemen. Burgemeester Palmen overhandigde dat boeket. Dat ging bij Riny Coenders gepaard met de volgende woorden (klik hier en ga naar 1.44.00):
‘Daarom (…) ga ik jou bloemen geven om jou (…) te bedanken. Mag ik jou uitnodigen om de bloemen in ontvangst te komen nemen, Riny? En ze waarschijnlijk daarna weer terug te geven aan Marieke om ze in dezelfde pot weer terug te zetten, stel ik me zo voor. Maar ik wilde eigenlijk de gelegenheid om jou te kunnen zoenen niet voorbij laten gaan.’
Bij Eric Beurskens ging dat gepaard met de volgende woorden van de burgemeester (klik hier en ga naar 1.54.00):  
‘Eric wij gaan niet zoenen, maar wij gaan jou een hele dikke hand geven.’

zondag 14 juni 2026

Intermezzo – Moelbaere

‘Mit Sint Piëter en Paul zien de moelbaere riép.’
Vraag me niet waar en waarom, maar ergens in de jaren zeventig hoorde ik Chris Claassens (‘Claasse Crit’), langjarig wethouder van de voormalige gemeente Horst, dit een keer zeggen. Hoewel heiligendagen niet héél vast zijn verankerd in mijn geheugen, is de datum van het feest van de heiligen Petrus en Paulus me sindsdien altijd bijgebleven: 29 juni. En inderdaad waren rond die dag de moelbaere rijp. In de eerste week van de grote vakantie in ’t Schuitwater moelbaere plukken behoorde jarenlang tot onze gezinstradities. Waarom in ‘t Schuitwater? Waarom niet in het bos dat zijn naam ontleent aan de bosbes, de Moelbaerenbos? Simpelweg omdat het aanbod in ’t Schuitwater veel groter was. 


Precies een week geleden liep ik door de Moelbaerenbos. Ik kon m’n ogen niet geloven toen ik daar rijpe moelbaere zag staan. Op 7 juni! Een kleine maand vóór Piëter en Paul! Klimaatverandering? Of gewoon toevallig een keer een vroeg bosbessenseizoen? Geen idee. Wat er meer toe deed: de moelbaere waren heerlijk.


Dat er in de Moelbaerenbos nu meer moelbaere te vinden zijn dan in mijn jeugd, is mede te danken aan Gerrit Vullings en – ere wie ere toekomt – Leon Litjens. De destijds 87-jarige Vullings riep in september 2009 in een ingezonden brief in De Echo de gemeente Horst aan de Maas op over te gaan tot herplanting van bosbessen in de Moelbaerenbos. De moelbaere waren op dat moment nagenoeg verdwenen uit het bos. Toenmalig (en huidig) wethouder Leon Litjens zag wel brood in herplanting. Enkele weken later plaatste hij samen met Gerrit Vullings de eerste struiken. Waarvan ik vorige week de vruchten plukte. 


Gisteren ging ik terug, ditmaal gewapend met een bakje.


Na enkele minuten passeert een wandelaar.
- Ze zijn wel klein zeg!
- Dit zijn moelbaere, blauwe bessen zijn inderdaad een stuk groter.
- Ja, dat weet ik wel, maar ze zijn gewoon klein.
- Nou ja, maakt me niet zoveel uit.
- Ze zijn echt héél klein.
- Volgens mij zijn ze nooit veel groter.
- Jawel hoor!


Opbrengst na ruim een half uur plukken: tweehonderd gram. In diezelfde tijd pluk je tien keer meer blauwe bessen. De voldoening daarvan is tien keer minder. 

dinsdag 9 juni 2026

Intermezzo – Donkerstraat

je begint bij de kerk
je loopt rechtdoor op het Lammebertusplein
je loopt rechtdoor in de Jan Steenstraat
je loopt even rechtdoor op het Wilhelmusplein
je gaat links naar de Veenmarkt
je kruist de Hertstraat
je belandt op de Scholstraat
je gaat links naar de Waterweg
je kruist de Wetstraat
je gaat rechts naar de Americaanselaan
je gaat rechts naar de Melanteweg
je gaat links naar de Rotventweg
je gaat rechts en bereikt ten slotte de Donkerstraat


maandag 8 juni 2026

Intermezzo – Trots!

‘Laten we blij zijn met elkaar! Laten we optimistisch zijn! Laten we zeggen: “Nederland kan het weer!” Die VOC-mentaliteit! Over grenzen heen kijken! Dynamiek! Toch?’
Aldus Jan Peter Balkenende in 2006. Dagen, weken, maanden, jaren zelfs, gingen voorbij zonder dat ik ook maar een moment aan onze voormalige minister-president (2002-2010) moest denken. Afgelopen week was het eindelijk weer eens zo ver. CDA, Essentie, Leef en VVD presenteerden hun bestuursakkoord voor Horst aan de Maas voor de komende vier jaar (klik hier). Trots! heet het – inclusief uitroepteken. En trots waren ze, de beoogde wethouders, Leon Litjens (CDA), Kay Thijssen (Essentie), Roy Bouten (Leef) en Pieter Goedhart (VVD). De trots klotste tegen de plinten, golven van trots overspoelden de raadszaal, de lucht was zwanger van trots. Ook de schriftelijke weerslag van het akkoord barst van de trots. Lees mee:
‘We zijn trots op ons verhaal en vertellen dat ook waar nodig om bij te dragen aan onze ambities. Horst aan de Maas is een trotse gemeente. We zijn trots op de tientallen evenementen die van onderop georganiseerd worden. We investeren in kunst, cultuur en erfgoed als onderdeel van kwaliteit van leven, identiteit en trots op onze dorpen. Ondernemerschap zit in ons DNA en wij zijn trots op onze ondernemers. Horst aan de Maas is van nature ondernemend en daar zijn we trots op.’
Is er iets op tegen om trots te zijn? Nee. Maar als je telkens uitspreekt hoe trots je wel niet bent, raakt het aan jezelf moed inpraten, aan jezelf overschreeuwen. Krijgt het iets potsierlijks. Iets balkenendiaans.


Honderdtwintig ronkende bladzijden telt het bestuursakkoord. Het getuigt van torenhoge ambities en bevat honderden voornemens, plannen en beloftes. Veel teveel om hier gedetailleerd te bespreken. Mijn globale indruk is dat natuur en landschap er nogal bekaaid vanaf komen in het geweld van economie en (agrarisch) ondernemerschap. Typerende zin: ‘Onze economie steunt op een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector. Dit is de basis voor ons ecosysteem en bepaalt ons DNA.’

Het lijkt erop alsof natuur en landschap vooral dienstbaar moeten zijn. Aan de economie, aan ondernemers, aan agrariërs, aan kwaliteit van leven, aan landbouw, aan recreatie, aan toerisme, aan gezondheid, aan leefbaarheid. Typerende zin: ‘Wij geloven in gebiedsgerichte aanpak waarin belangrijke natuur wordt beschermd, versterkt en verbonden, maar wel in samenhang met wonen en economie.’ Natuur en landschap onderworpen aan de wens van de mens – alsof natuur en landschap geen intrinsieke waarde hebben.


Enkele zaken die me wél aanspreken in het akkoord: openbaar vervoer vanuit elke kern naar station Horst-Sevenum, een pilot voor een burgerberaad, meer aandacht voor minderheden in de gemeenteraad, de ambitie om naoorlogse architectuur te behouden en te versterken, ruimte voor bijzondere architectuur, een onderzoek naar structurele bekostiging van kunst in de openbare ruimte.


Over vier jaar weten we hoe trots we kunnen zijn op dit college. Toch?