maandag 27 mei 2013

Intermezzo – Knollentuin

Vorige week belandde ik bij toeval op voormalig sportpark Hoogveld, van 1967 tot aan de opheffing in 2010 de thuishaven van T.O.P. (Tot Ons Plezier) ’27 uit Tienray. De fraaie entree is inmiddels verdwenen. Gelukkig heb ik nog een foto:
Wel gebleven zijn de twee velden met in clubkleuren beschilderde dug-outs.
Vandaag maakte VVV bekend de grasmat in De Koel te gaan vervangen door een kunstgrasveld (een besluit dat volgens de clubleiding losstaat van het al dan niet doorgaan van de plannen voor een nieuw stadion op het kazerneterrein – gelooft u ’t?).
Ik houd niet van kunstgras, heb er nooit van gehouden en zal er nooit van houden. Doet me teveel aan hockey denken, ofschoon ook wel enige nostalgie in het geding zal zijn. Maar ik besef dat ik tot een achterhoede behoor. Verzet heeft geen zin, kunstgras is de toekomst. M’n voetballende neefje van 9 weet al nauwelijks anders meer.
Kunstgrasvelden zijn per definitie biljartlakens. Het grote nadeel daarvan is dat de prachtige voetbaluitdrukking ‘een veld als een knollentuin’ dreigt uit te sterven. Hetzelfde staat te gebeuren met de minstens zo mooie dialectvariant ‘kel, kel, waat enne plak’. Nu al groeien hele volksstammen voetballers op zonder ooit kennis te maken met genoemde zegswijzen. Een gemis in hun voetbalopvoeding, historisch besef hoort daar namelijk ook van deel uit te maken. Daarom stel ik voor de twee velden van voormalig sportpark Hoogveld in Tienray in hun huidige staat te conserveren.
Om voor toekomstige generaties voetballers aanschouwelijk te maken waarvoor de voetbalbegrippen ‘een veld als een knollentuin’ en ‘kel, kel, waat enne plak’ ooit stonden.
O ja, nu we het er toch over hebben: laat die dug-outs ook maar gewoon staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen