maandag 16 december 2013

Klein mysterie 511 – Leesplankje (5)

Het Horster Laesplaenkske blijft tot reacties leiden. Nu weer van Riek Versteegen-Peeters. Met haar echtgenoot Lei bekeek ze het leesplankje en dat leidde tot de volgende antwoorden op de vraag welke van de achttien daarop vermelde woorden zij nog kennen en gebruiken:
Slaat, iëmer en taffeltrek niet: dat was slaai, emmer en laai.
Moer, kappes, vrommes niet meer: moer gebruik je niet meer al staat er bij ons op stal nog wel een moer, kappes daar maakte je zuurkool van en vrommes is volgens mij een beetje negatief.
Jiets, kwekvoars, kwakel, moelbaer, piers, zoebele, moêtwöärm, liste, kieps en wek: deze woorden worden bij ons gewoon gebruikt.
Kierke, esbaere, doorslaag: sommige woorden gebruik ik regelmatig zodat ze niet verloren gaan.’
Zo langzamerhand dringt zich toch de vraag op of de samenstellers van het Laesplaenkske niet de mist zijn ingegaan met slaat: niemand die tot dusverre heeft gereageerd gebruikt het. Wel mooi dat ook Riek en Lei nog kwekvoars-zeggers zijn. En esbaere (niet op het leesplankje trouwens) gebruik ik om dezelfde reden als Riek en Lei: opdat het niet verloren gaat. Dat je vaak niet begrijpend wordt aangekeken als je het woord laat vallen, heb ik (en ik neem aan ook Riek en Lei) er graag voor over. Al is het twijfelachtig of het enig effect heeft. Als de initiatiefnemers van Aardbeienland hun onderneming nou eens gewoon Esbaereland hadden genoemd, zou de toekomst voor esbaer er al een stuk zonniger hebben uitgezien.
Terug naar Riek. Ze mailde me ook een prachtig verhaal van Jan Verheijen (‘Jan ván Teng’) waarin een kierke een hoofdrol speelt. Jan (1934-2008) schreef dit verhaal in 2004, kort na het overlijden van de moeder van Riek, Mie Peeters-Hoeijmakers (1918-2004). Met toestemming van Riek, waarvoor ik haar bijzonder dankbaar ben, publiceer ik het hier (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
Nadere informatie van Riek leerde me nog dat het verhaal zich afspeelt aan de huidige Venrayseweg, zo ongeveer tussen de huidige Noordsingel en Rembrandtstraat. De familie Hoeijmakers woonde in de zogeheten Engelewei, vandaar de bijnaam van de opa van Riek: Engele Petrannes. De familie Verheijen was de ‘doënste noabere’ van de familie Hoeijmakers en woonde destijds in dit huis:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen