maandag 11 januari 2016

Intermezzo – Aanstootgevende kleding

‘Mensen uit andere culturen die zich in Nederland vestigen moeten zich aanpassen aan onze normen en waarden.’ Tot vervelens toe hoor en lees je het dezer dagen. Over wat die normen en waarden dan precies zijn, hoor en lees je veel minder. Waar je ook weinig over hoort en leest is dat die normen en waarden continu veranderen. Neem roken. Toen ik op school zat was het de normaalste zaak van de wereld dat een onderwijzer of leraar een of meerdere sigaretten opstak tijdens de les. Doet een leraar of onderwijzer dat vandaag de dag, dan is dat op z’n minst reden voor ontslag. Tegenwoordig vinden we ook dat iedereen zich mag kleden zoals hij of zij wil (zolang het maar geen burka is). Dat is wel eens anders geweest. Ook in Horst, en nog niet eens zo heel erg lang geleden.
In de Horster Bode van 24 mei 1941 (ja, dat is voor sommigen heel lang geleden, maar er lopen ook nog genoeg mensen rond die het zich herinneren als de dag van vandaag) ageerde de directeur van de Katholieke Jonge Meisjes Vereniging, kapelaan Berden, tegen ‘de moderne kleding onzer vrouwen en meisjes’. Hij repte van een ‘tirannieke mode’ waardoor meisjes en vrouwen zich niet moesten laten meeslepen omdat die mode ‘fataal’ voor henzelf en voor anderen was. De kapelaan had het vooral gemunt op ‘opvallend korte rokken en sterk doorschijnende en nauw aansluitende kleding’. Die zou in ‘ongepaste mate’ de aandacht vestigen op de ‘geslachtskenmerken’.
Berden stoorde zich verder aan de neiging bij ‘grotere en volwassen meisjes’ om zich met ontblote knieën in het openbaar te vertonen. Ontbloting van de knie, of erger: het gebied boven de knie, kon de aandacht van het mansvolk gemakkelijk verder naar boven leiden, met alle gevolgen van dien: ‘Het wil mij voorkomen dat ’n dergelijke mode funest moet werken, niet alleen op het zedelijkheidsgevoel van jonge mensen, maar ook en vooral op het eergevoel van de meisjes zelf.’ De kapelaan deed daarom een dringend beroep op ouders om ‘onder geen enkele omstandigheid te dulden dat hun kinderen aan een dergelijke even dwaze als onzedige mode meedoen en in dit opzicht aan een oppervlakkige en lichtzinnige wereld een voorbeeld geven’. Hij sloot af met de waarschuwing dat meisjes die zich niet aan de richtlijnen hielden zonder pardon uit de vereniging werden geknikkerd.
Driekwart eeuw later kunnen we er meewarig om glimlachen, om deze opvattingen van kapelaan Berden. Toch zijn er decennia overheen gegaan voordat we ze als volstrekt achterhaald beschouwden – de een wat eerder dan de ander en een enkeling is zelfs nu misschien nog niet zo ver. Het blijkt warempel nog niet mee te vallen om zonder slag of stoot van de ene dag op de andere iets waarin je rotsvast gelooft op de schroothoop te gooien. Misschien goed om dat in het achterhoofd te houden in deze tijden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen