zondag 4 juni 2017

Intermezzo – Statushouders (2)

Vorige week schreef ik (klik hier):
‘Waar ik ook een boek over zou kunnen schrijven, zijn mijn belevenissen als vrijwilliger van VluchtelingenWerk Horst aan de Maas. Mocht het er ooit van komen, dan kan ik alleen maar hopen dat ik erin zou slagen dat net zo mooi, net zo integer en net zo zonder zelfverheerlijking te doen als Anniek Verheijen het heeft gedaan.’
Mocht het ooit komen van dat boek, dan zou ik aan mijn ervaringen van afgelopen week minstens één hoofdstuk kunnen wijden. Maar zou ik dat hoofdstuk nu, op dit moment, schrijven dan zou het me zeker niet lukken het net zo mooi en net zo integer te doen als Anniek Verheijen het heeft gedaan. Nee, dan zou het een rauw en schril hoofdstuk worden, waarin ik ongenadig hard om me heen zou meppen. Dan zou het een hoofdstuk worden dat bol zou staan van machteloze woede en opgekropte frustratie.
Goed, dat boek is er niet, dat hoofdstuk evenmin. Mijn machteloze woede en opgekropte frustratie zijn er wel. Het zou alleen de zaak niet dienen als ik die hier nu zou uiten, dus ik zal op m’n tong bijten. Bovendien was er naast alle ellende ook een enkel lichtpuntje. Of om met Ede Staal te spreken (klik hier):

't Het nog nooit, nog nooit zo donker west
Of 't wer altied wel weer licht
.

Dat licht kwam in dit geval vooral van twee mannen van wie ik de afgelopen dagen diep onder de indruk ben geraakt. Mannen van een zekere leeftijd die op hun welverdiende lauweren zouden kunnen rusten en zich zonder gewetensbezwaren zouden kunnen overgeven aan het zwitserlevengevoel. Maar nee, met de energie van een twintigjarige en de vasthoudendheid van een terriër zetten zij zich in voor mensen die het minder goed hebben getroffen dan wij. Ze proberen ondoorgrondelijke procedures te doorgronden, ze bellen, schrijven en mailen zich suf, ze houden zich in op momenten dat ze zouden kunnen ontploffen, ze rennen van hot naar haar. Niet voor even, nee, dag in dag uit, week in week uit, maand in maand uit. Onvermoeibaar en in alle anonimiteit voor ons en voor de gemeente (laten we dat vooral niet vergeten) het vuile werk opknappend. Belangeloos en zichzelf wegcijferend – niet altijd tot onverdeeld genoegen van hun naasten, maar dat nemen ze dan maar voor lief. 
Ware helden, ze bestaan nog. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen