Horst aan de Maas liefdevol, verontwaardigd, uitdagend, kritisch en verwonderd beschouwd
zondag 20 september 2026
Intermezzo – Australiëwegobject
Labels:
architectuur,
gebouwen,
Gortmeule,
JOP's,
kunst,
kunstwerken
dinsdag 15 september 2026
Intermezzo – Canadese woningen (5)
Wat in het vat zit verzuurt niet en belofte maakt schuld. Een half jaar later
dan gepland daarom vandaag het eerste van twee nieuwe stukjes over de zogeheten
Canadese woningen in Horst, de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd
volgens de Canadese houtskeletbouwmethode.
In de laatste aflevering van deze serie binnenkort aandacht voor de indeling van de woningen en over het ervaren woongenot van twee bewoners. Klik hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen in deze serie.
![]() |
| Afb 1 Foto van de woningen aan de Meterikseweg in De Nieuwe Limburger van 29 december 1967 |
Zoals eerder geschreven werden de 21 woningen aan de Meterikseweg en
Zegersstraat op 28 december 1967 officieel in gebruik genomen. Een dag later berichtte
De Nieuwe Limburger over het bouwproces: ‘De skeletten werden
vervaardigd op de woningfabriek van de firma Guelen uit Wychen, die de woningen
tevens ter plaatse in elkaar zette. De gehele douchecel met polyester vloer en
leidingen evenals w.c. met meterkast werden in hun geheel geprefabriceerd. De
Canadese woningen zijn aan voor- en achterzijde afgewerkt met rood cederhout en
aan de binnenzijde bekleed met gipsplaten. Het enige metselwerk, dat er aan te
pas komt, is het plaatselijk bekleden van het skelet met een halfsteens
muurtje.’
![]() |
| Afb 2 Cartoon uit Cobouw van 16 december 1967 |
De Studiegroep Houtskeletbouw, die de bouw begeleidde, betitelde vooral het
feit dat de woningen niet van elkaar werden gescheiden door metselwerk als ‘revolutionair’.
In plaats daarvan bestond de wand tussen twee woningen uit twee lagen
gipsplaten, een houtskelet en houtwolcementplaten. De brandveiligheid daarvan
was gelijk aan die van gemetselde wanden. De gehorigheid was zelfs duidelijk
minder dan die bij een doorsnee gemetselde tussenmuur.
De Nieuwe Limburger was overigens ook lovend over het comfort van de
woningen: ‘Zo bevatten ze dubbel beglaasde ramen. Er zijn isolatiedekens
aangebracht in de buitenwanden en het plafond van de verdieping. Hiermee wordt
een warmte-isolerend vermogen verkregen, dat driemaal zo groot is als dat van een
traditionele spouwmuur. De woningen zijn voorzien van vloerverwarming. De
houten gevels zijn beschermd met een afwerkmiddel, dat om de 4 à 5 jaar
verfrist moet worden. Maar ook zonder behandeling is het hout weervast.’
Nog enkele cijfers: de woningen hadden een inhoud van 420 kubieke meter, de
bouwkosten bedroegen 29 duizend gulden per woning en de huurprijs werd
vastgesteld op 158 gulden per maand.
In de laatste aflevering van deze serie binnenkort aandacht voor de indeling van de woningen en over het ervaren woongenot van twee bewoners. Klik hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen in deze serie.
vrijdag 11 september 2026
Intermezzo – Creemerstraat
Sevenum heeft een Creemerhof.
Grubbenvorst een Burgemeester Cremersstraat.
Panningen een Burgemeester Cremershof.
Rupelmonde een Geeraard de Cremerstraat.
Scheveningen een Cremerweg.
Maasmechelen een Creemersweg.
Baarlo en Overloon hebben een Pastoor Cremersstraat.
Cuijk en Wanssum een Cremershof.
Nieuwstadt, Valkenburg, Driel, Haarlem, Harderwijk, Pernis en Utrecht een Cremerstraat.
En Horst? Horst heeft een Deken Creemersstraat. En volgens dit bord aan de Deken Creemersstraat sinds heel kort een Creemerstraat. Als enige in Nederland.
Twee vauten in één stratnam. Deken Creemers draait zich om in zijn graf op het
Oud Kerkhof in Horst. Theodorus Creemers werd op 17 april 1864 geboren in Stramproy.
Na zijn priesterwijding in 1888 was hij achtereenvolgens kapelaan in Blerick en
Maastricht, rector aan de Munsterkerk in Roermond en pastoor in Maasniel. In 1919
werd hij aangesteld als pastoor-deken in Horst. Dat bleef hij tot 1945. Hij overleed
op 16 juni 1948 in Horst op 84-jarige leeftijd.
Zijn opvolger als pastoor-deken in Horst, Leonard Debye, roemde het ‘edel en
evenwichtig karakter’ van Creemers: ‘Altijd opgewekt, blij en geduldig was
onze vroegere deken. Altijd bereid de mensen in hun noden en moeilijkheden bij
te staan. Van nature zijn wij geneigd tot egoïsme, humeurigheid e.d., maar ’t
was alsof deken Creemers die eigenschappen niet kende. Maar hij moet ze gekend
hebben zoals ieder mens. Slechts door jarenlange strijd en ascese heeft hij ze
overwonnen en is hij geworden ’n man met diepe godsdienstzin, voor wie niets
teveel was, zodat men hem ook toen hij reeds rustend was nog vaak kon
aantreffen op ziekenbezoek, zelfs bij het slechtste weer.’
De misschien wel belangrijkste verdienste van Creemers voor Horst was dat hij
als eerste de bijzondere collectie middeleeuwse heiligenbeelden van de
Sint-Lambertuskerk op waarde wist te schatten. Bij zijn komst was het merendeel
van die houten beelden opgeslagen op de zolder van de pastorie. Kort na zijn
aantreden nam Creemers het initiatief tot de restauratie van een aantal
beelden. Vervolgens keerden ze weer terug naar de locatie waarvoor ze waren
bedoeld: de kerk.
Overigens: Stramproy, het geboortedorp van Creemers, is volgens Geneanet met 846
vermeldingen sinds 1600 de plaats met de meeste Creemers’en. Daarna volgen Maastricht
(673), Roermond (602) en Venray (458). Horst hobbelt daar met 199 vermeldingen achteraan.
(Met dank aan buurtbewoner Frans Elbers die me attendeerde op het bord bij Risselthof)
Grubbenvorst een Burgemeester Cremersstraat.
Panningen een Burgemeester Cremershof.
Rupelmonde een Geeraard de Cremerstraat.
Scheveningen een Cremerweg.
Maasmechelen een Creemersweg.
Baarlo en Overloon hebben een Pastoor Cremersstraat.
Cuijk en Wanssum een Cremershof.
Nieuwstadt, Valkenburg, Driel, Haarlem, Harderwijk, Pernis en Utrecht een Cremerstraat.
En Horst? Horst heeft een Deken Creemersstraat. En volgens dit bord aan de Deken Creemersstraat sinds heel kort een Creemerstraat. Als enige in Nederland.
(Met dank aan buurtbewoner Frans Elbers die me attendeerde op het bord bij Risselthof)
woensdag 9 september 2026
Intermezzo – Stationslaan
Hevige online-verontwaardiging afgelopen week over het kappen van een monumentale
beuk langs de toegangsweg tot station Horst-Sevenum. De beuk verkeerde in
slechte staat en vormde een bedreiging voor de veiligheid. Aldus de
deskundigen. ‘Hoezo slechte staat? Hoezo veiligheid? We worden weer eens
belazerd door de gemeente Horst aan de Maas’, was de teneur op sociale media. Tja.
Bij gebrek aan eigen deskundigheid ben je overgeleverd aan die van deskundigen.
Dus zonde van die beuk maar begrijpelijk. De toegangsweg tot het station heeft
toch al niet meer de allure van weleer: daarvoor zijn er de afgelopen decennia
teveel monumentale bomen verdwenen. Wat ooit een statige laan was, is verworden
tot een ordinaire weg die wordt geflankeerd door wat bomen. Overigens heeft ook
de sloop van de aan het begin van de toegangsweg gelegen villa Bellevue –
ergens in het laatste kwart van de vorige eeuw – afbreuk gedaan aan de bekoring
van de toegangsweg.
Wat is het dan een geluk dat Horst aan de Maas elders wel nog kan bogen op een
stationslaan in volle glorie. Tienray bezit misschien wel de stationslaan aller
stationslanen. Meter of tweehonderd lang, kaarsrecht, breed, onverhard, aan
weerszijden een rij bomen op gelijke afstand van elkaar, gesloten bladerdak. Je
waant je honderd jaar terug in de tijd.
Enige minpuntje: het zijn geen beuken die de laan omzomen maar Amerikaanse
eiken, om en nabij de veertig als ik het wel heb, aangeplant tussen 1920 en
1930 volgens de Bomenstichting. Daar staat dan weer als pluspunt tegenover dat
beide rijen bomen worden geflankeerd door beukenhagen. Ze worden niet meer
onderhouden, maar het pad tussen Amerikaanse eiken en beuken werd ooit druk
bewandeld, aldus dorpshistoricus Harrie Raaijmakers: ‘Tijdens Mariafeesten
kwamen ongeveer een eeuw geleden duizenden pelgrims met de trein in Tienray
aan. Over de middenweg reden de koetsen af en aan en de voetgangers liepen aan
de beide zijkanten. Dat is hier en daar nog goed te zien.’
Wat Tienray verder voor heeft op Horst-Sevenum, is dat het
uit 1873 daterende voormalige stationskoffiehuis bewaard is gebleven.
Koesteren, deze idylle.
woensdag 2 september 2026
Intermezzo – Raadsvergadering
De motorische achteruitgang is zodanig dat het geen zin meer heeft nog iets in het
dashboard te doen. Dus daar valt niet te monitoren op de effecten. Een meevaller
is wel dat het inloopmoment toekomstproof is. Die opa met 540 euro aan leges
moeten we daarbij maar op de koop toe nemen. Ook het uitrollen van het
spreadsheetbeleid gaat vooralsnog van een leien dakje. Wat eveneens enorm
meezit is dat het meedoenplan niet als indieningsvereiste is opgenomen. Voor de
meldingsplicht moet je aan de voorkant zijn. En de raadpleegbaarheid dan? Die
doen we in een high trust mode. En de interrupties? Die proberen we bij
het issue at hand te houden. Van ons privacygebeuren hebben we trouwens
ook geen last meer: dat gaat een heel eind weg.
(Inderdaad: het volgen van de raadsvergadering gisteravond was wederom een waar
genoegen.)
dinsdag 1 september 2026
Intermezzo – Vogelverschrikker
Het Michelinmannetje ademde nog luchtigheid, joie de vivre, een Tour-de-
France-gevoel. De maanmannetjes stonden symbool voor het veronderstelde, schier
onbegrensde vermogen van de mens. De kentering kwam in 1992 met de Bijlmerramp.
Sindsdien hebben mannen in witte pakken hun onschuld verloren.
Lang voordat het woord gewasbescherming werd opgestoten in de vaart der volkeren om begrippen als ‘bestrijdingsmiddelen’ en ‘gif’ – die het beestje bij de naam noemen – te doen vergeten, bestonden er al gewasbeschermers in de ware zin des woords. Die gewasbeschermers noemen we vogelverschrikkers. Voor het merendeel kerels. Stoer, afschrikwekkend, soms aandoenlijk of karikaturaal. Maar aan vogelverschrikkers kleeft vaak óók iets lugubers. Haveloze kleren, onderontwikkelde ledematen, gehavend of zelfs ontbrekend gezicht, stokstijf staand of hangend in het lege land.
Fietsend onderweg naar Lottum sloeg ik twee weken geleden op de Denenweg in Melderslo rechtsaf naar de Losbaan. Zag ik dat nou goed? Had zich daar in de verte, op die kale akker aan mijn rechterhand, een man in een wit pak verhangen? Nee dus, bleek bij nadere inspectie. De man in wit pak was een vogelverschrikker. Toppunt van luguberte: vogelverschrikkers in witte pakken, hangend aan een paal.
Lang voordat het woord gewasbescherming werd opgestoten in de vaart der volkeren om begrippen als ‘bestrijdingsmiddelen’ en ‘gif’ – die het beestje bij de naam noemen – te doen vergeten, bestonden er al gewasbeschermers in de ware zin des woords. Die gewasbeschermers noemen we vogelverschrikkers. Voor het merendeel kerels. Stoer, afschrikwekkend, soms aandoenlijk of karikaturaal. Maar aan vogelverschrikkers kleeft vaak óók iets lugubers. Haveloze kleren, onderontwikkelde ledematen, gehavend of zelfs ontbrekend gezicht, stokstijf staand of hangend in het lege land.
Fietsend onderweg naar Lottum sloeg ik twee weken geleden op de Denenweg in Melderslo rechtsaf naar de Losbaan. Zag ik dat nou goed? Had zich daar in de verte, op die kale akker aan mijn rechterhand, een man in een wit pak verhangen? Nee dus, bleek bij nadere inspectie. De man in wit pak was een vogelverschrikker. Toppunt van luguberte: vogelverschrikkers in witte pakken, hangend aan een paal.
Abonneren op:
Posts (Atom)




















