woensdag 30 september 2026

Intermezzo – Canadese woningen (6)

Slotaflevering van de serie over de 21 zogeheten Canadese woningen aan de Meterikseweg en Zegersstraat in Horst. Hoe was de indeling van deze houten woningen? Uit de Volkskrant van 18 juli 1967:
‘Elke woning bevat een woonkamer van 8.54 x 3.74 m, een flinke keuken met tussen beide een ruime, open doorgeef en ingebouwd buffet, een halletje met toilet en een kelderkast. Op de verdieping komen vier slaapkamers met ertussen onderling uitwisselbare kastenwanden en een ruime badkamer met douchecabine, wastafel en toilet.’
Die slaapkamerbrede houten kastenwanden met schuifdeuren staan mij – bewoner van een Canadese woning aan de Zegersstraat tussen 1971 en 1974 – nog helder voor de geest. Hetzelfde geldt voor de heteluchtverwarming en de schuiframen die de woningen onderscheidden van die van vriendjes in de buurt.

Blok van vier Canadese woningen aan de Meterikseweg anno 2026
Een van de woningen aan de Zegersstraat werd vanaf januari 1976 bewoond door Joop en Anneke Vossen en hun kinderen. Toen het Algemeen Dagblad op 11 december 1982 een artikel wijdde aan houtskeletbouw, kwam ook Anneke Vossen aan het woord: ‘Omdat we van tevoren niet goed waren geïnformeerd over houtskeletbouw hadden we er niet zoveel vertrouwen in. Andere huizen zijn tenslotte van steen. Ik dacht steeds: vandaag of morgen komt het plafond naar beneden. Maar het plafond is nog nooit naar beneden gekomen.’ Vergeleken met traditionele woningen sprong vooral het lagere gasgebruik in het oog. Anneke: ‘Ik verstook voor nog geen honderd gulden per maand.’ Daar tegenover stond een grotere gehorigheid: ‘Als je boven in bed ligt en goed luistert, kun je bijna woordelijk horen wat ze in de woonkamer tegen elkaar zeggen.’

Met behulp van AI bewerkte foto van Anneke en zoon Joep uit het Algemeen Dagblad, waarbij AI van de houten planken tussen beneden- en bovenverdieping bakstenen heeft gemaakt.
‘We kregen te horen dat zo’n houtskeletwoning twaalf jaar mee zou gaan’, zegt Anneke Vossen ook nog in het artikel. Inmiddels bedraagt de levensduur al bijna zestig jaar. In die zin klopt wat het Dagblad voor Noord-Limburg enigszins gewaagd al daags na de officiële ingebruikname van de woningen op 28 december 1967 kopte: ‘Experiment van Canadese woningen in Horst geslaagd.’ Maar dat de Canadese woningen in Horst een doorbraak voor de houtbouw in Nederland zouden betekenen is een ijdele hoop gebleken.

Blok van acht Canadese woningen aan de Zegersstraat anno 2026
Lees de eerdere afleveringen van deze serie hier, hier, hier, hier en hier.

zondag 27 september 2026

Intermezzo – Afvalbakpoëzie


Het kappen van de monumentale bruine beuk aan het begin van de toegangsweg tot station Horst-Sevenum, begin deze maand, blijkt pas het begin van een kaalslagoperatie in de stationsomgeving zonder weerga te zijn geweest. Minimaal vijftien andere bomen, minder monumentaal dan de rode beuk maar evengoed eerbiedwaardig, zijn de afgelopen weken geveld. Ziek, net als de bruine beuk? Of sta-in-de-wegs bij de herinrichting van het stationsgebied? Hoe dan ook resteren van de ooit zo imposante laan slechts zeven bomen.


Het ligt in de lijn der verwachting dat deze abri eveneens het veld zal moeten ruimen. Geen groot verlies, inderdaad. Te vrezen valt dat met de abri ook de groene afvalbak die hem flankeert zijn langste tijd heeft gehad. En dat is wel zonde. Niet dat die afvalbak nu zo mooi is, maar hij bevat toevallig wel een afvalbakpoëtisch hoogstandje.


Lees mee:

K!
thanks voor
de gratis
telefoons
many kisses
tsjuusie!!
Ben met trein
terug na
venlo pik!!
grapje!

Van mijn poëziegoeroe heb ik geleerd dat je een gedicht niet altijd moet willen begrijpen. Daardoor ben ik van een last verlost en is mijn voorheen wat moeizame verhouding met poëzie aanzienlijk verbeterd. Het maakt ook dat ik dit afvalbakgedicht onbevangen tegemoet kan treden. Hoewel ik het niet begrijp, kan ik het hooglijk waarderen. Vooral dat grapje!, dat al het voorgaande in twijfel trekt, vind ik meesterlijk. Is ze (vermoed ik) toch gebleven en niet met trein terug na Venlo? Heeft ze hem alleen aan het schrikken willen maken met die gratis telefoons? Tsjuusie, jeukwoord bij uitstek, had niet per se gehoeven, pik is in dit verband dan weer helemaal op z’n plaats.


Hogeschoolpoëzie zal het vermoedelijk niet zijn. Geen probleem. Dat het je voor een moment uit je evenwicht brengt, dat het een grijns oproept, is al genoeg.

Meer afvalbakpoëzie graag.

vrijdag 25 september 2026

Intermezzo – Weisterbeek

Een villa.
Een straat.
Een voormalige school.
Een kindcentrum.

Allemaal vernoemd naar iets dat foetsie is: de Weisterbeek.


- Jullie hebben het wel steeds over de Weisterbeek, maar waar ligt die beek eigenlijk?
- Eeeehhh… Bestaat die nog wel?
- Is het niet dat beekje tussen De Riet en het nieuwe kindcentrum Weisterbeek, dat uitmondt in de Kabroeksebeek?
- Nee, dat heet America of zoiets.
- Oh ja, hebben we het eerder over gehad.


Toch maar eens een vluchtig onderzoekje aan gewijd. Voornaamste conclusie: de Weisterbeek in de vorm van een beek bestaat niet. Heeft er dan ooit een beek(je) bestaan met de naam Weisterbeek? Vermoedelijk wel. Waar die ontsprong? Geen idee. Waar die precies liep? Geen idee. Hoe heet het beekje dan tussen De Riet en het nieuwe kindcentrum Weisterbeek? Voor-America.


Op negentiende-eeuwse kadastrale kaarten van Horst komt Weisterbeek voor als toponiem voor het gebied tussen ruwweg de huidige Americaanseweg, Herstraat, Schoolstraat en Waterstraat. Verondersteld mag worden dat het gebied zijn naam ontleende aan een beek die er doorheen stroomde. Bij gebrek aan straatnamen werd het toponiem Weisterbeek gebruikt als een plaatsaanduiding. Zo rept een krantenbericht uit 1941 over de sigarenfabriek van G.H.J. Timmermans ‘gelegen aan den kiezelweg naar America (Weijsterbeek)’. Die sigarenfabriek, nu onderdeel van Museum De Kantfabriek, ligt aan de huidige Americaanseweg. Verder zijn er ook talloze krantenberichten over de verkoop van grond, huizen, schuren enzovoort ‘gelegen te Wei(j)sterbeek’. Weisterbeek duikt eveneens vaak op in de burgerlijke stand, als aanduiding waar iemand woonde.


En dan was er ook nog een Weisterbe(e)ksveld. Daar, bij de huidige splitsing Jacob Merlostraat-Molenstaat-Vijverlaan, nam Pieter Frans Beuijssen in 1850 een molen in gebruik die de allereerste stoommachine van Noord-Limburg herbergde.


Terwijl het begrip Weisterbeek in verschillende gedaanten voortleeft, bestaat het vandaag de dag niet meer als beek(je) en evenmin als toponiem. Misschien een idee om het beekje met de naam Voor-America te hernoemen in Weisterbeek? Of kan het zelfs zo zijn dat dat beekje ooit Weisterbeek heette?

dinsdag 22 september 2026

Horst in oude ansichten (14) | Ruïne oud kasteel Ter Horst


‘De diepste stilte heerscht hier om ons heen. “Niets spreekt meer tot den denkenden geest dan puinen,” heeft August Snieders geschreven, en bij het beschouwen van deze ruïne, rijzen er onwillekeurig allerlei gedachten in onzen geest op. (…) Waar het oog thans over met ruigte en struiken bewassen puinhoopen ziet, daar verhief zich tot in deze eeuw nog een trotsche, middeleeuwsche burg uit breede grachten. De tufsteen, waarvan een gedeelte was opgetrokken, wees op een hoogen ouderdom. De geschiedenis roemt de krijgshaftigheid en de trouw zijner heeren aan hun vorsten; en wat zij deden voor den dienst van Gods Huis, dat zal de nakomelingschap nog getuigen, als deze puinhoopen reeds lang zullen weggeruimd zijn. (…) Sic transit. De beide grachten hebben geen water meer; een schaap staat er rustig te grazen tusschen de braamstruiken. Van de met goudleer behangen kapel is niets meer te onderscheiden, in de gevangenkelders groeien distels en struweelen. (…) In 1840 begon men het kasteel bij gedeelten voor afbraak te verkoopen en zoo is er heden ten dage niets meer overgebleven dan die uitgestrekte puinhoopen met hun geheimzinnige sagen. (…) Wij hebben onze onderzoekingen gestaakt. Weldra zullen wij de ruïne verlaten, 't is een schilderachtig plekje; en wanneer die stukken muurs spreken konden, wat zouden zij al niet weten te vertellen, sinds de zomerzon hen voor 't eerst bescheen.’

 De anonieme tekst is afkomstig uit nummer 25 van jaargang 32 (1899-1900) van de Katholieke illustratie. De ansichtkaart is enkele decennia jonger. Resteert de vraag welke familie (?) is geportretteerd.

zondag 20 september 2026

Intermezzo – Australiëwegobject


Zomaar ineens stond het er. Alsof het uit de hemel was neergedaald. Aan de Australiëweg in Horst, op Landgoed De Gortmeule. Voor het eerst waargenomen op 3 augustus.


Sindsdien is er niets meer aan veranderd. Wat het is? Een kapelletje in wording? Land art? Het beginstadium van een observatie- dan wel schuilhut? Een overdekte klaagmuur? Een informatiepunt to be van Stichting Landschap Horst aan de Maas? Een JOP? Een retraite- en bezinningsplek? Een eerste aanzet tot een nachtverblijf voor kangoeroes, gefinancierd door de Australische overheid? Een kijkvenster? Een weerbestendige openbare barbecuelocatie? Fietsenstalling? Een warmmakertje voor de eerste Horster Architectuurbiënnale? Een nog onontdekt gebleven legale graffiti-spot? Waarom is het zo hoog? Waarom is het aan twee zijden open? Waarom staat het precies daar? Wie is de initiatiefnemer? Wie de ontwerper? Zeg het maar!


Bij gebrek aan berichtgeving door de regionale en lokale media had navraag bij Landgoed De Gortmeule of Stichting Landschap Horst aan de Maas wellicht uitkomst kunnen bieden. Alleen zou je dan de mooiste fase moeten missen: de fase van het de fantasie de vrije loop laten, de fase van het speculeren over wat het is of gaat worden. Maar die fase heeft nu wel lang genoeg geduurd. Wie o wie is bereid het geheim van het aan de Australiëweg uit de hemel neergedaalde object te onthullen?

dinsdag 15 september 2026

Intermezzo – Canadese woningen (5)

Wat in het vat zit verzuurt niet en belofte maakt schuld. Een half jaar later dan gepland daarom vandaag het eerste van twee nieuwe stukjes over de zogeheten Canadese woningen in Horst, de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd volgens de Canadese houtskeletbouwmethode.

Afb 1 Foto van de woningen aan de Meterikseweg in De Nieuwe Limburger van 29 december 1967
Zoals eerder geschreven werden de 21 woningen aan de Meterikseweg en Zegersstraat op 28 december 1967 officieel in gebruik genomen. Een dag later berichtte De Nieuwe Limburger over het bouwproces: ‘De skeletten werden vervaardigd op de woningfabriek van de firma Guelen uit Wychen, die de woningen tevens ter plaatse in elkaar zette. De gehele douchecel met polyester vloer en leidingen evenals w.c. met meterkast werden in hun geheel geprefabriceerd. De Canadese woningen zijn aan voor- en achterzijde afgewerkt met rood cederhout en aan de binnenzijde bekleed met gipsplaten. Het enige metselwerk, dat er aan te pas komt, is het plaatselijk bekleden van het skelet met een halfsteens muurtje.’

Afb 2 Cartoon uit Cobouw van 16 december 1967
De Studiegroep Houtskeletbouw, die de bouw begeleidde, betitelde vooral het feit dat de woningen niet van elkaar werden gescheiden door metselwerk als ‘revolutionair’. In plaats daarvan bestond de wand tussen twee woningen uit twee lagen gipsplaten, een houtskelet en houtwolcementplaten. De brandveiligheid daarvan was gelijk aan die van gemetselde wanden. De gehorigheid was zelfs duidelijk minder dan die bij een doorsnee gemetselde tussenmuur.

Afb 3 Bij de officiële ingebruikname van de woningen op 28 december 1967 overhandigt minister Schut de sleutel van de woning met huisnummer Meterikseweg 33 aan de toekomstige bewoners, het echtpaar Driessen (bron foto: Historische Kring Horst)
De Nieuwe Limburger was overigens ook lovend over het comfort van de woningen: ‘Zo bevatten ze dubbel beglaasde ramen. Er zijn isolatiedekens aangebracht in de buitenwanden en het plafond van de verdieping. Hiermee wordt een warmte-isolerend vermogen verkregen, dat driemaal zo groot is als dat van een traditionele spouwmuur. De woningen zijn voorzien van vloerverwarming. De houten gevels zijn beschermd met een afwerkmiddel, dat om de 4 à 5 jaar verfrist moet worden. Maar ook zonder behandeling is het hout weervast.’

Afb 4 Na de officiële ingebruikname van de woningen maakten de genodigden een bustour door de Norbertuswijk. Op de voorgrond links minister Schut en rechts locoburgemeester Chris Claassens. Daarachter links wethouder Hay Boots en rechts gemeentesecretaris Jan Poels (bron foto: Joost Claassens)
Nog enkele cijfers: de woningen hadden een inhoud van 420 kubieke meter, de bouwkosten bedroegen 29 duizend gulden per woning en de huurprijs werd vastgesteld op 158 gulden per maand.

 In de laatste aflevering van deze serie binnenkort aandacht voor de indeling van de woningen en over het ervaren woongenot van twee bewoners. Klik hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen in deze serie.

vrijdag 11 september 2026

Intermezzo – Creemerstraat

Sevenum heeft een Creemerhof.
Grubbenvorst een Burgemeester Cremersstraat.
Panningen een Burgemeester Cremershof.
Rupelmonde een Geeraard de Cremerstraat.
Scheveningen een Cremerweg.
Maasmechelen een Creemersweg.
Baarlo en Overloon hebben een Pastoor Cremersstraat.
Cuijk en Wanssum een Cremershof.
Nieuwstadt, Valkenburg, Driel, Haarlem, Harderwijk, Pernis en Utrecht een Cremerstraat.

En Horst? Horst heeft een Deken Creemersstraat. En volgens dit bord aan de Deken Creemersstraat sinds heel kort een Creemerstraat. Als enige in Nederland.



Twee vauten in één stratnam. Deken Creemers draait zich om in zijn graf op het Oud Kerkhof in Horst. Theodorus Creemers werd op 17 april 1864 geboren in Stramproy. Na zijn priesterwijding in 1888 was hij achtereenvolgens kapelaan in Blerick en Maastricht, rector aan de Munsterkerk in Roermond en pastoor in Maasniel. In 1919 werd hij aangesteld als pastoor-deken in Horst. Dat bleef hij tot 1945. Hij overleed op 16 juni 1948 in Horst op 84-jarige leeftijd.


Zijn opvolger als pastoor-deken in Horst, Leonard Debye, roemde het ‘edel en evenwichtig karakter’ van Creemers: ‘Altijd opgewekt, blij en geduldig was onze vroegere deken. Altijd bereid de mensen in hun noden en moeilijkheden bij te staan. Van nature zijn wij geneigd tot egoïsme, humeurigheid e.d., maar ’t was alsof deken Creemers die eigenschappen niet kende. Maar hij moet ze gekend hebben zoals ieder mens. Slechts door jarenlange strijd en ascese heeft hij ze overwonnen en is hij geworden ’n man met diepe godsdienstzin, voor wie niets teveel was, zodat men hem ook toen hij reeds rustend was nog vaak kon aantreffen op ziekenbezoek, zelfs bij het slechtste weer.’


De misschien wel belangrijkste verdienste van Creemers voor Horst was dat hij als eerste de bijzondere collectie middeleeuwse heiligenbeelden van de Sint-Lambertuskerk op waarde wist te schatten. Bij zijn komst was het merendeel van die houten beelden opgeslagen op de zolder van de pastorie. Kort na zijn aantreden nam Creemers het initiatief tot de restauratie van een aantal beelden. Vervolgens keerden ze weer terug naar de locatie waarvoor ze waren bedoeld: de kerk.


Overigens: Stramproy, het geboortedorp van Creemers, is volgens Geneanet met 846 vermeldingen sinds 1600 de plaats met de meeste Creemers’en. Daarna volgen Maastricht (673), Roermond (602) en Venray (458). Horst hobbelt daar met 199 vermeldingen achteraan.

(Met dank aan buurtbewoner Frans Elbers die me attendeerde op het bord bij Risselthof)

woensdag 9 september 2026

Intermezzo – Stationslaan

Hevige online-verontwaardiging afgelopen week over het kappen van een monumentale beuk langs de toegangsweg tot station Horst-Sevenum. De beuk verkeerde in slechte staat en vormde een bedreiging voor de veiligheid. Aldus de deskundigen. ‘Hoezo slechte staat? Hoezo veiligheid? We worden weer eens belazerd door de gemeente Horst aan de Maas’, was de teneur op sociale media. Tja.


Bij gebrek aan eigen deskundigheid ben je overgeleverd aan die van deskundigen. Dus zonde van die beuk maar begrijpelijk. De toegangsweg tot het station heeft toch al niet meer de allure van weleer: daarvoor zijn er de afgelopen decennia teveel monumentale bomen verdwenen. Wat ooit een statige laan was, is verworden tot een ordinaire weg die wordt geflankeerd door wat bomen. Overigens heeft ook de sloop van de aan het begin van de toegangsweg gelegen villa Bellevue – ergens in het laatste kwart van de vorige eeuw – afbreuk gedaan aan de bekoring van de toegangsweg.


Wat is het dan een geluk dat Horst aan de Maas elders wel nog kan bogen op een stationslaan in volle glorie. Tienray bezit misschien wel de stationslaan aller stationslanen. Meter of tweehonderd lang, kaarsrecht, breed, onverhard, aan weerszijden een rij bomen op gelijke afstand van elkaar, gesloten bladerdak. Je waant je honderd jaar terug in de tijd.


Enige minpuntje: het zijn geen beuken die de laan omzomen maar Amerikaanse eiken, om en nabij de veertig als ik het wel heb, aangeplant tussen 1920 en 1930 volgens de Bomenstichting. Daar staat dan weer als pluspunt tegenover dat beide rijen bomen worden geflankeerd door beukenhagen. Ze worden niet meer onderhouden, maar het pad tussen Amerikaanse eiken en beuken werd ooit druk bewandeld, aldus dorpshistoricus Harrie Raaijmakers: ‘Tijdens Mariafeesten kwamen ongeveer een eeuw geleden duizenden pelgrims met de trein in Tienray aan. Over de middenweg reden de koetsen af en aan en de voetgangers liepen aan de beide zijkanten. Dat is hier en daar nog goed te zien.’


Wat Tienray verder voor heeft op Horst-Sevenum, is dat het uit 1873 daterende voormalige stationskoffiehuis bewaard is gebleven.


Koesteren, deze idylle.

woensdag 2 september 2026

Intermezzo – Raadsvergadering

De motorische achteruitgang is zodanig dat het geen zin meer heeft nog iets in het dashboard te doen. Dus daar valt niet te monitoren op de effecten. Een meevaller is wel dat het inloopmoment toekomstproof is. Die opa met 540 euro aan leges moeten we daarbij maar op de koop toe nemen. Ook het uitrollen van het spreadsheetbeleid gaat vooralsnog van een leien dakje. Wat eveneens enorm meezit is dat het meedoenplan niet als indieningsvereiste is opgenomen. Voor de meldingsplicht moet je aan de voorkant zijn. En de raadpleegbaarheid dan? Die doen we in een high trust mode. En de interrupties? Die proberen we bij het issue at hand te houden. Van ons privacygebeuren hebben we trouwens ook geen last meer: dat gaat een heel eind weg.


(Inderdaad: het volgen van de raadsvergadering gisteravond was wederom een waar genoegen.)

dinsdag 1 september 2026

Intermezzo – Vogelverschrikker

Het Michelinmannetje ademde nog luchtigheid, joie de vivre, een Tour-de- France-gevoel. De maanmannetjes stonden symbool voor het veronderstelde, schier onbegrensde vermogen van de mens. De kentering kwam in 1992 met de Bijlmerramp. Sindsdien hebben mannen in witte pakken hun onschuld verloren.

Lang voordat het woord gewasbescherming werd opgestoten in de vaart der volkeren om begrippen als ‘bestrijdingsmiddelen’ en ‘gif’ – die het beestje bij de naam noemen – te doen vergeten, bestonden er al gewasbeschermers in de ware zin des woords. Die gewasbeschermers noemen we vogelverschrikkers. Voor het merendeel kerels. Stoer, afschrikwekkend, soms aandoenlijk of karikaturaal. Maar aan vogelverschrikkers kleeft vaak óók iets lugubers. Haveloze kleren, onderontwikkelde ledematen, gehavend of zelfs ontbrekend gezicht, stokstijf staand of hangend in het lege land.

Fietsend onderweg naar Lottum sloeg ik twee weken geleden op de Denenweg in Melderslo rechtsaf naar de Losbaan. Zag ik dat nou goed? Had zich daar in de verte, op die kale akker aan mijn rechterhand, een man in een wit pak verhangen? Nee dus, bleek bij nadere inspectie. De man in wit pak was een vogelverschrikker. Toppunt van luguberte: vogelverschrikkers in witte pakken, hangend aan een paal.