dinsdag 17 december 2019

Top 5 – Vanmiddag in de Kasteelse Bossen geplaatste spreekwoordborden met actualiteitswaarde

Voor een primeur haalt Horst-sweet-Horst z’n neus nooit op. Daarom: sinds vanmiddag is de zogeheten Tuin der Gratiën in de Kasteelse Bossen omgetoverd in een spreekwoordentuin. 


240 borden met uitleg over de herkomst van evenzoveel spreekwoorden vormen de komende maanden een lang wit lint langs de boorden van de zwemvijver. Sinds april van dit jaar stonden deze borden in het kader van Horst aan de Maas 800 op diverse locaties in de gemeente.


Spreekwoorden zijn vleesgeworden clichés. Wat niet wegneemt, of juist betekent, dat ze in elk geval een kérn van waarheid bezitten. En heel vaak ook actualiteitswaarde. Dus daar komt ie: de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van vanmiddag in de Kasteelse Bossen geplaatste spreekwoordborden met actualiteitswaarde:

5. Stevig in het zadel zitten


Als zelfs Mark van Bommel niet meer stevig in het zadel zit, wie dan nog wel?

4. Een vette gans bedruipt zichzelf


VVD-voorman Klaas Dijkhoff. Verdere toelichting overbodig. Deze is trouwens ook op dezelfde meneer van toepassing:


3. Geen knip voor de neus waard zijn


FDF-voorman Mark van den Oever. Verdere toelichting overbodig.

2. Vieze varkens worden niet vet


‘Betekent dat je niet al te kieskeurig moet zijn wat eten betreft, gewoon opeten wat je wordt voorgezet en er niet over zeuren.’ Dus twee, drie dagen in de week geen vlees op je bordje? Niet mauwen!

1. Vele varkens maken de spoeling dun


Waarom wordt er dan niet naar gehandeld? En met name niet door mensen en partijen die altijd bij hoog en bij laag beweren dat ze het ‘gezond boerenverstand’ zo hoog in het vaandel hebben staan?

zaterdag 14 december 2019

Intermezzo – Klaterval

Zaterdag 14 december 2019, 11.18 uur, Fabrieksstraat te Horst (klik op pijltje, afspelen met geluid aan):

donderdag 12 december 2019

Intermezzo – Mèrthal

Soms is het niet onaangenaam als je chauvinisme wordt gekieteld. Soms ook is het goed als je chauvinisme een mokerslag krijgt toegediend. Alleen al om deze beide redenen was het bijwonen van de lezing van Ton van Mastrigt gisteren in De Leste Geulde een genoegen. De Heerlense architect en stedenbouwkundige hield op uitnodiging van het LGOG een inleiding over Frits Peutz (1896-1974),


architect van wereldfaam, die vooral in Heerlen zijn sporen heeft nagelaten, met warenhuis Schunck (‘Het Glaspaleis’) als bekendste voorbeeld.


Maar Peutz was ook buiten de Mijnstreek actief. Ja – hier werd dat chauvinisme gekieteld – zelfs in mijn eigen Horst. En dus speelde de Mèrthal, want om dat gebouw gaat het, een prominente bijrol in de lezing. Kort door de bocht geformuleerd was de stelling van Ton dat Peutz geen moderne architect was, maar een architect die (ook) modern heeft gebouwd. Hij staafde dit met voorbeelden van zowel naar het traditionele neigende als modernistische gebouwen van Peutz. De Mèrthal, daterend uit 1937, schaarde hij daarbij onder zijn meer traditionalistische scheppingen. 


Dat Peutz ontwerper is van de Mèrthal, is al langer bekend, zij het in (te) kleine kring. Ton stipte de nodige feitjes aan: dat de Mèrthal 50 bij 20 meter meet, dat het vee er in vier rijen stond opgesteld, dat er onder de luifels ook nog plaats was voor vee, dat het gebouw zakelijk oogt, dat het oorspronkelijk de bedoeling was het in beton uit te voeren, dat de luifels, de nok en de massieve gesloten dakvlakken het meest in het oog springen.


De verschijningsvorm van de Mèrthal doet enigszins denken aan die van een kerk, ze functioneerde na de Tweede Wereldoorlog ook jarenlang als noodkerk. Interessante vraag die Ton opwierp: liet Peutz zich bij zijn ontwerp inspireren door de kerkvorm of ging hij verder terug, naar de markthal (basilica) uit de tijd van de Romeinen, die aan de basis stond van de latere vorm van kerken?


Ton roemde vooral de ‘ingenieuze kapconstructie’ van de Mèrthal met haar dertien spanten en haar opgehoogde gedeelte, bedoeld om meer licht binnen te halen. Des te schrijnender dat juist dat onderdeel van het gebouw tegenwoordig door draperieën aan het zicht onttrokken is. Bovendien staan de draperieën de toetreding van daglicht in de weg.


‘Daarmee ontdoe je het gebouw van zijn essentie’, aldus Ton, mijn chauvinisme een mokerslag toedienend.

zaterdag 7 december 2019

Intermezzo – Kasteelboerderij (14)

I
Veel gehoord de afgelopen week: ‘Heb je de verbouwde en vergrote Kasteelboerderij al gezien? Is mooi geworden, hè?’


Ja, ik heb de verbouwde en vergrote Kasteelboerderij al gezien. En ja, ze is inderdaad mooi geworden, met respect voor het bestaande gebouw en met nieuwbouw die niet probeert te concurreren met de oudbouw. Kost me geen enkele moeite dit toe te geven. Sterker nog: heb m’n waardering ook uitgesproken richting nieuwe eigenaar tijdens een spontane rondleiding, enkele weken geleden.

II
Veel gehoord de afgelopen week: ‘Heb je het stukje van Alex Janssen over de Kasteelboerderij in Hallo al gelezen? Verschrikkelijk, hè?’


Ja, ik heb dat stukje van CDA-gemeenteraadslid Alex Janssen over de Kasteelboerderij gelezen. En ja, het is inderdaad verschrikkelijk. En aandoenlijk. En bespottelijk. Eerst het bespottelijke. Eerste zin: ‘Het is bijna zover dat er officieel een nieuwe parel in onze mooie gemeente toegevoegd mag worden.‘ Voorvoorlaatste zin: ‘Door lef, ambitie, publiek en privaat ondernemerschap is deze parel uitgegroeid tot een diamant.’ Tja, wat is het nu: een parel of een diamant? Laatste zin: ‘Kasteelbeelderij, simpeler kan ik het niet maken.’ Kasteelbeelderij? Een nieuw woord moeten verzinnen om het simpeler te maken?


Dan het aandoenlijke. In de derde zin zegt onze Doener in Passie geen reclame te gaan maken voor ‘de veelbesproken Kasteelboerderij met de prachtige naam Graaf ter Horst’. Zijn stukje is inderdaad geen reclame. Wat het wel is? Een verheerlijking, een bewieroking, een ophemeling, een zaligverklaring, een heiligverklaring van de nieuwe Kasteelboerderij en haar initiatiefnemers en (impliciet) van alle CDA’ers die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit zevende wereldwonder.


Ten slotte het verschrikkelijke. Het verschrikkelijke is dat onze Kruisridder van het Positivisme de ‘ophef’ over de verkoop van de Kasteelboerderij verengt tot ‘de in sommige ogen te lage waardebepaling’. Ik blijf erbij dat de verkoopprijs (135 duizend euro; ver onder de WOZ-waarde, om maar eens iets te noemen) belachelijk laag was.


Maar zelfs als dat niet zo was: de ‘ophef’ had bijvoorbeeld ook betrekking op het feit dat de Kasteelboerderij niet in de vrije verkoop is gegaan, op het feit dat er met slechts één kandidaat-koper is gesproken, op het feit dat er geen discussie is gevoerd over de toekomstige functie van de Kasteelboerderij,


op het feit dat er geen discussie is gevoerd over de vraag of de Kasteelboerderij wel in particuliere handen zou moeten komen. Enzovoort. Onze Trotse Pauw schuift het voor het gemak allemaal onder het tapijt: ‘Zo trots als je nu langs Graaf ter Horst rijdt, wat daar is gebeurd.’

III
Veel gedacht de afgelopen week: ‘Wat zou Horst aan de Maas toch gediend zijn met minder CDA-raadsleden die als applausmachinale schoothondjes achter het gemeentebestuur aanlopen.’   

dinsdag 26 november 2019

Top 5 – Hoogst aanstekelijke handwerkspreuken van ’t Schippertje

Stammend uit een tijd waarin het woord genderneutraliteit nog niet bestond, ben ik nooit ingewijd in de nuttige handwerken. Veel verder dan dit borduurseltje (1971, eerste klas Weisterbeekschool, juffrouw Van Bommel alias ‘Lieske’)


ben ik nooit gekomen. Het echte werk was voorbehouden aan meisjes. Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar ik vermoed dat terwijl de meisjes zich onder leiding van Lieske bekwaamden in handwerken, de gevreesde juffrouw Wamsteker ons, jongens, handenarbeid probeerde bij te brengen. Hoe het ook zij: ik heb nooit een rapportcijfer voor handwerken gehad.


Het ontbreken van enige handwerkeducatie heb ik nooit als een groot gemis ervaren. Met mijn slecht ontwikkelde fijne motoriek is het sowieso maar de vraag of handwerken mijn capaciteiten niet te boven gaat. Maar toch … maar toch denk ik soms dat ik het gewoon eens zou moeten proberen. Aanleiding voor deze gedachte: de op een zwart schoolbord gekrijte, hoogst aanstekelijke handwerkspreuken van Breimode en Handwerken ’t Schippertje aan de Schoolstraat in Horst. Om de zoveel tijd een andere spreuk, af en toe gericht op de actualiteit, zoals ten tijde van de discussie over al dan niet vaccineren,


maar meestal tijdloos.


Die tijdloze spreuken hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben allemaal de belofte van een beter leven in zich. Zit geluk dan echt in een dun draadje? Komt ie, de exclusieve Horst-sweet-Horst top 5 van hoogst aanstekelijke handwerkspreuken van ’t Schippertje:

5. Creatief bezig zijn is goed voor onze gezondheid!


Iets te braafjes, iets te algemeen.

4. Breien voelt als mediteren


Min of meer identiek aan Brei je zen.


Wel handig om van te voren te weten hoe mediteren voelt en of zen zijn aangenaam dan wel onaangenaam is.

3. Thuis is waar mijn breiwol ligt


Begrijp ik eindelijk waarom ik me nergens thuis voel.  

2. Breien is goed voor je humeur


Vergeet prozac, alcohol en andere drugs en ga gewoon breien!

1. Zojuist garen gekocht … ik voel me super!


Het is blijkbaar dus nog simpeler: het zit ‘m niet in het breien, haken of borduren, maar alleen al het kopen van garen is voldoende om je super te voelen.    

zaterdag 23 november 2019

Klein mysterie 777 – Ondernemersprijs

Op 13 september bevatte De Limburger een interview met Marcel Kuijpers, een van de initiatiefnemers van het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB), de grootste megastal van Nederland in aanbouw langs de Witveldweg, op de grens van Grubbenvorst en Horst. Twee fragmenten uit dat artikel:



Afgelopen donderdag won het Nieuw Gemengd Bedrijf de Ondernemersprijs Horst aan de Maas 2019. Want, aldus de website van de Ondernemersprijs (klik hier): 
‘De ondernemers Cor Kuijpers, Marcel Kuijpers, Gertjan Vullings en Martin Houben van het NGB hebben een unieke samenwerking waarbij duurzaamheid en innovatie hoog in het vaandel staat. Dit biedt zowel voordelen voor mens als dier. Zo zijn er meerdere schakels van de keten samengevoegd in het NGB waardoor er minder transport nodig is.’
Dat het NGB innovatief is, dat er meerdere schakels van de keten zijn samengevoegd en dat er minder transport nodig is, neem ik allemaal graag voor waar aan. Maar laten we er vooral geen doekjes om winden: innovatie, het samenvoegen van schakels en minder transport zijn er vooral op gericht om het vermoorden van dieren efficiënter te laten verlopen. Dat de dieren niet meer in vrachtwagens worden vervoerd en (in het geval van kippen) in kratten worden gestopt, is niet meer dan een verzachting van de pijn van massaexecutie.


Dus ‘innovatie’, oké. Maar om het NGB te prijzen om zijn duurzaamheid is echt het absolute toppunt van cynisme en het definitieve bewijs dat ‘duurzaamheid’ een volkomen leeg en nietszeggend begrip is geworden. Hoe duurzaam is het om dieren met een potentiële levensduur van vijf à tien jaar na zes of negen weken te vermoorden? Hoe duurzaam is het om dagelijks 32 duizend kuikens te vermoorden? Hoe duurzaam is een megastal überhaupt? Hoe duurzaam is de aantasting van het landschap ter plekke?


Ik twijfel niet aan het ondernemerschap van de initiatiefnemers van het NGB. Ik twijfel eerlijk gezegd wel aan het morele besef van de jury van de Ondernemersprijs. Zou een duurzame en innovatieve gifgasfabriek ook in aanmerking zijn gekomen voor de prijs? Of een duurzame en innovatieve metaalwarenfabriek die exporteert naar landen waar de mensenrechten flagrant worden geschonden? Wat me ook benieuwt: zal over tien, twintig jaar nog net zo himmelhoch worden gejauchzt over de toekenning van de Ondernemersprijs 2019 als nu allerwegen het geval lijkt te zijn?

dinsdag 19 november 2019

Klein mysterie 776 – Het feest van Sinterklaas in Sevenum

Het kan je moeilijk zijn ontgaan: Sinterklaas is weer in het land. Zaterdag arriveerde de Goedheiligman in Den Haag, een dag later al deed hij Sevenum aan. Groot feest natuurlijk, getuige de beelden op Omroep Horst aan de Maas (klik hier). Toch kan het altijd nóg beter. Aanleiding voor het organiserend comité om een vragenlijst op Facebook te plaatsen (klik hier):
‘Wij hopen dat we met alle antwoorden en suggesties een frisse input kunnen realiseren in het feest van Sinterklaas. Graag ontvangen we je feedback zodat we dit kinderfeest verder kunnen blijven verbeteren.’

De enquête bestaat uit acht vragen, variërend van ‘Wat mis je tijdens het programma?’ tot ‘Hoe tevreden ben je over de middaginvulling?’ en van ‘Welke partijen zie je graag betrokken bij de invulling van het feest?’ tot ‘Ben je bereid om een entree te betalen per bezoekend kind?’.


Eén van de andere vragen is ‘Wat valt je tegen?’. Niet geheel uitgesloten is dat iemand die vraag zou willen beantwoorden met iets in de trant van: ‘Mij valt het tegen dat de Pieten in Sevenum anno 2019 nog steeds zwart zijn.’ Maar helaas, antwoorden in deze geest zijn niet welkom: ‘Er is wel een belangrijk punt waar niet over gediscussieerd zal gaan worden. Sinterklaas zal volgens traditie enkel en alleen met Zwarte Pieten ten tonele verschijnen.’


Het comité dat de intocht van Sinterklaas in Sevenum organiseert mag uiteraard doen en laten wat het wil. Maar mag ik dan misschien ook vinden dat het niet ter discussie willen stellen van de kleur van de Pieten de kop in het zand steken is? Andere uitdrukkingen die bij me opkomen: de ogen sluiten voor de realiteit, dansen op een vulkaan, achterhoedegevecht.

donderdag 7 november 2019

Intermezzo – Zorgen en verzorgd worden

‘Nalatigheid in onderhoud is een algemene trend.’ Gisteren genoteerd op een razend interessante bijeenkomst in Arnhem over kunst in de openbare ruimte. De uitspraak deed me natuurlijk meteen denken aan het trieste lot van Zorgen en verzorgd worden.


Dit kunstwerk van Piet Hermans stond vanaf 1988 dertig jaar lang voor Berkele Heem aan de Dr. Van de Meerendonkstraat in Horst. Na de renovatie van het verzorgingshuis was het ineens verdwenen. ‘Uit elkaar gevallen en kapotgegaan’, want ‘het beeld was in slechte conditie’, zo leerde navraag van Roel Sanders bij de gemeente vorige week (klik hier). ‘Uiteindelijk waren de financiën het struikelblok en bleek renovatie niet haalbaar.’ Vreemd allemaal, héél vreemd. Zomaar wat vragen die bij me opkwamen: heeft de gemeente dan geen zorgplicht voor haar kunstwerken in de openbare ruimte? Waarom is geen onderhoud gepleegd? Hoe hoog waren de renovatiekosten dan wel niet? Zorgen en verzorgd worden – voor Zorgen en verzorgd worden gold het blijkbaar niet.


De bijeenkomst in Arnhem had nog wel meer te bieden dat ook op Horst aan de Maas betrekking heeft. Bijvoorbeeld de vraag waarom kunstenaars zich hun heerschappij op rotondes hebben laten afpakken door hoveniers. En is dat erg? Of moeten kunstenaars zich rotondes opnieuw toe-eigenen, ook in Horst aan de Maas?


Een andere vraag die ook speelt bij de discussie over het (Neeje) Hôrster Hundje: moet visie voorop staan (top down-benadering) of democratie (bottom up-benadering)? Hoe moet je ‘de mensen’ überhaupt warm zien te krijgen voor iets dat nog niet bestaat (‘Kunst die er nog niet is, is de meest kwetsbare kunst’, hoorde ik in dit verband iemand zeggen)? En wat houdt goed opdrachtgeverschap eigenlijk in? Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat de kunstenaar door een teveel aan inspraak wordt beknot in zijn vrijheid? Of moeten kunstenaars zich juist veel dienstbaarder opstellen?


Definitieve antwoorden op deze en andere vragen kwamen er niet, zijn er misschien ook wel niet. De meningen liepen in sommige gevallen ook nogal uiteen. Maar hoe uiteenlopend ook, al die meningen waren wél gestoeld op een visie. En die visie, of zelfs maar het begin daarvan, was wat ik laatst zo node miste tijdens de presentatie van de eerste contouren van het nieuwe gemeentelijk kunst- en cultuurbeleid (klik hier en ga naar 54.00 minuten). Ik zou de gemeente Horst aan de Maas echt een paar van de mensen gunnen die gistermiddag aan het woord kwamen. Misschien is het nog niet te laat?

vrijdag 1 november 2019

Intermezzo – Ashorst

Enkele jaren geleden was ik een tijdje postbezorger. Mijn route was zo’n beetje het buitengebied van Horst-noord ten westen van de A73. Molengatweg, Molenveldweg, Veld-Oostenrijk, Venrayseweg, die omgeving zo’n beetje. Mooi werk, heerlijk in de buitenlucht. Het enige wat me eraan tegenstond was de bijna dagelijkse stank, bij westenwind (meestal dus) op de Venrayseweg, bij oostenwind (minder vaak) op Veld-Oostenrijk. Hoe vaak heb ik me niet gelukkig geprezen dat ik elders woon?


Bron van de stank was Ashorst, een groot varkensbedrijf aan Veld-Oostenrijk met een nog grotere mestverwerkingsinstallatie. Ashorst is sinds jaar en dag een hoofdpijndossier, letterlijk en figuurlijk. Het bedrijf stoot stelselmatig aanzienlijk meer kwalijke geuren uit dan toegestaan, met gezondheidsklachten bij de omwonenden tot gevolg. De provincie, bevoegd gezag in dezen, weigert vervolgens om handhavend op te treden en probeert legaal te maken wat illegaal is. De gemeente zegt steeds machteloos te staan. Intussen gebeurt er niets en zijn de buurtbewoners en de leefbaarheid ter plekke het slachtoffer.


Afgelopen dinsdag tijdens de gemeenteraadsvergadering deden de buurtbewoners bij monde van Mirjam Cuppen voor de zoveelste keer hun beklag over de situatie bij deze ‘stinkende geldmachine’ (klik hier en ga naar 23.00 minuten). Ook ditmaal speelde wethouder Vostermans het balletje vakkundig door naar de provincie. Tot ergernis van D66+GroenLinks, Essentie, PvdA en SP. Terwijl de oplossing toch vrij eenvoudig is, aldus Thijs Lenssen (D66+GroenLinks):
‘Volgens mij is de oplossing heel eenvoudig: dat bedrijf houdt zich aan de richtlijnen. Dat houdt in: in de omgeving is maximaal 14 odeur aanwezig. Wordt dat overschreden dan gaat het bedrijf dicht. Daarmee kiezen we een benadering die ook bij andere bedrijven gehanteerd wordt. Als er een overschrijding is van afspraken die we in Nederland gemaakt hebben, dan gaat de tent dicht tot nader order. Als het bedrijf meer produceert, dan gaat het zich maar aanpassen totdat het onder de 14 odeur zit. Volgens mij zou het een goede zaak zijn als het college van burgemeester en wethouders met de provincie in gesprek gaat om dit te realiseren.’
Even eenvoudig als briljant. De afgemeten reactie van wethouder Vostermans: ‘Op het moment dat daar wettelijke mogelijkheden toe zijn, moeten we dat zo snel mogelijk inreguleren in de visies die we hebben.’ Vrij vertaald: ‘Thijs jongen, wat ben je toch weer naïef, je wéét toch dat er geen wettelijke mogelijkheden zijn om dit bedrijf dat zich niet aan de wet houdt, aan de wet te houden?’


Soms begrijp ik de wereld niet meer.  

zaterdag 19 oktober 2019

Intermezzo – Pools stembureau (2)

Meterik ineens een links bolwerk? Nee, dat is overdreven. Maar dat de sociaaldemocraten in dit conservatieve kerkdorp anno 2019 twintig procent van de stemmen halen, is toch wel hoogst opmerkelijk te noemen. Afgelopen zondag gebeurde het. Aan de orde waren de Poolse parlementsverkiezingen. Net als bij de Europese verkiezingen in mei (klik hier) was in Meterik weer een stembureau ingericht. Dat de parkeerborden zondag nog verwezen naar dat Europese verkiezingsstembureau van mei


kon de pret niet drukken: liefst 1840 Poolse stemgerechtigden vonden hun weg naar het stembureau in zaal De Meulewiek. Ja, in Den Haag, Amsterdam en Breda was het drukker, maar Groningen, de vijfde Nederlandse plaats met een Pools stembureau, liet Meterik toch maar mooi ver achter zich.


De Poolse parlementsverkiezingen draaiden zoals verwacht uit op een overwinning van PiS. Met 43,6 procent van de stemmen behaalde de uiterst conservatieve regeringspartij in het Poolse equivalent van de Tweede Kamer een absolute meerderheid (hoe krom dat ook mag klinken). De liberale en pro-Europese Burgercoalitie bleef steken op 27,4 procent. De linkse, sociaaldemocratische coalitie behaalde 12,6 procent; het extreemrechtse KWiN 6,8 procent.


Hoe anders was de uitslag in Nederland. PiS haalde hier slechts een uiterst magere 14,9 procent. De Burgercoalitie (37,5) en de linkse coalitie (26,9) waren in Nederland met afstand de grootsten. Ook KWiN scoorde hier met 16,7 procent aanmerkelijk beter dan in Polen zelf.


Meterik hing een beetje tussen Polen en Nederland in: 20 procent voor zowel PiS als de linkse coalitie en 31,3 procent voor de Burgercoalitie. Afwijkend van dit patroon is de 24,4 procent voor ultrarechts. In Meterik stemden ook ver buiten Meterik woonachtige Polen. Toch ben je geneigd te denken dat de hoge score van extreemrechts wel eens verband zou kunnen houden met het feit dat de pastoor van de Poolse parochie in Meterik vanaf de preekstoel geen geheim maakt van zijn voorliefde voor de anti-Europese nationalisten.


Kleine pleister op de wonde van niet-(extreem)rechts Polen was trouwens dat PiS in de senaat geen absolute meerderheid wist te behalen, waardoor gelukkig de kans bestaat dat er zo nu en dan een rem gezet kan worden op de bedenkelijke hervormingen die PiS sinds vier jaar doorvoert.

vrijdag 18 oktober 2019

Intermezzo – Installaties Eric van Grootel

Naar verwachting slecht weer komend weekend. Ideale omstandigheden dus om een bezoekje te brengen aan de expositie van installaties van Eric van Grootel in Oirlo. Eric van Grootel? Is dat niet de eigenaar van een dierenwinkel aan de Hoofdstraat in Horst? Klopt. Maar Eric van Grootel is meer dan alleen dieren. Hij maakt sinds enkele jaren ook intrigerende installaties. In P.ART.S, de galerie van Piet Siebers, treedt hij er nu voor het eerst mee naar buiten.


Op het eerste gezicht lijken het wel (huishoudelijke) apparaten en machines die al dan niet zijn ontdaan van hun omhulsel. Op het tweede gezicht vraag je je af waar die objecten dan voor zouden moeten dienen. Dit mag dan bijvoorbeeld wel iets weg hebben van een waterkoker, maar is het dat ook? Nee, dit is geen waterkoker.


Op het derde gezicht (échte slimmeriken mogelijk al op het eerste gezicht) kom je tot de conclusie dat Eric nog-niet-bestaande apparaten en machines fabriceert. Apparaten en machines die niet werken, het niet doen en tegelijkertijd de indruk wekken dat ze het wel zouden kúnnen doen. Hij maakt van onderdelen van bestaande apparaten nieuwe apparaten, hij voegt samen. ‘Compilaties’ of ‘cumulaties’ dekt daarom de lading misschien nog wel beter dan ‘installaties’.


Als je aan gefantaseerde, kunstzinnige, niet-functionele machines denkt, denk je eerst en vooral aan Jean Tinguély. Vergelijk je diens werk met dat van Eric, dan zijn het toch de verschillen die overheersen. Voornaamste verschil is dat de machines van Tinguély het overwegend wél doen, er zit wél beweging in, terwijl Eric volstaat met de suggestie. De humor en speelsheid van Tinguély tref je bij Eric minder aan, wat niet wil zeggen dat ze compleet afwezig zijn:


Het werk van Eric is ‘strakker’ dan dat van Tinguély, het lijkt hem in de eerste plaats om de compositie te gaan. Ook het kleurgebruik maakt een zeer weloverwogen indruk. Wat ik eigenlijk maar wil zeggen: het werk van Eric heeft karakter, een volstrekt eigen karakter.


De expositie van het werk van Eric, aangevuld met houten sculpturen van Piet Siebers, is alleen morgen en overmorgen en volgend weekend nog te zien, steeds van 12.00 tot 17.00 uur. Adres: Castenrayseweg 19 in Oirlo.