maandag 9 mei 2016

Intermezzo – Algemene ontwikkeling

‘Houd het volk dom en geef het brood en spelen.’ Al sinds de Romeinen handelen machthebbers naar dit adagium. Met de nadruk op handelen: de machthebbers die er openlijk voor uitkomen dat ze het volk het liefst dom houden, zijn niet bijzonder talrijk. Des te verheugender als je er een weet te vinden. Helemaal om je vingers bij af te likken als die man dan ook nog eens uit Horst komt. Wat de vreugde dan weer een beetje tempert is dat ‘machthebber’ net niet het juiste woord is voor de persoon in kwestie. ‘Would-be machthebber’ is een treffender benaming. Het betreft namelijk een gemeenteraadslid.
Gemeenteraadsleden worden geacht machthebbers te controleren, maar zouden het liefst zelf aan de knoppen draaien. Dat is nu zo en dat was een eeuw geleden niet anders. Dus toen het in de gemeenteraadsvergadering van 26 februari 1915 ging over de vraag of in Horst een MULO of ULO, een school voor (meer) uitgebreid lager onderwijs, moest komen, liet het ene na het andere raadslid (fracties bestonden nog niet) weten wat er zeker wel en wat er per se niet diende te gebeuren.
Het voert te ver hier de even interessante als vermakelijke discussie gedetailleerd samen te vatten, maar neem van mij aan dat zowel uitgesproken voor- als tegenstanders van een (M)ULO het woord namen. Ook burgemeester en wethouders roerden zich. Zo betoonde burgemeester Esser zich verklaard tegenstander: onderwijs in vreemde talen en ‘bijvakken’ zouden ertoe leiden dat lezen, schrijven en rekenen in het gedrang raakten en daar waren de Horster landbouwers- en arbeiderskinderen niet bij gebaat. Wethouder Drabbels was het opgevallen dat slechts een enkeling vreemde talen leerde of herhalingsonderwijs genoot. Daaruit concludeerde hij dat er geen behoefte bestond aan vervolgonderwijs.
Het meest uitgesproken van allemaal was Antoon Haegens (1863-1944), gemeenteraadslid van 1903 tot 1919 en nota bene een broer van mijn overgrootvader. ‘Te hooge algemeene ontwikkeling acht hij verkeert; onze tijd lijdt reeds onder den zucht zonder werken den kost te verdienen’, zo berichtte de Nieuwe Venlosche Courant (klik hier en zoek naar de krant van 6 maart 1915). Met andere woorden: houd het volk dom, anders gaat het zonder te werken de kost verdienen.
Haegens heeft me toch aan het denken gezet: zegt het feit dat ook anno 2016 hier nog altijd hele volksstammen de kost verdienen met werken misschien iets over het peil van onze algemene ontwikkeling?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen