maandag 12 oktober 2015

Intermezzo – Treinkaartje

Wat Nel Verstegen-Maessen helaas onbesproken laat in haar vorige week verschenen boekje over de geschiedenis van station Horst-Sevenum (klik hier), is de extra trein die het station op zondag 19 december 1976 aandeed. Staat u me toe dat ik dat vlekje hier even wegwerk? Als inzittende van die trein voel ik me daar bij uitstek toe gerechtigd. Ik ben zelfs nog in het gelukkige bezit van het treinkaartje:
1976. Ik was 11. Voor het eerst in vijftien jaar speelde VVV weer eens in de ere-divisie. Om de veertien dagen puilde De Koel uit. VVV was hot. Zó hot dat op zondag 5 december een speciale supporterstrein naar Rotterdam zou rijden voor Feyenoord-VVV. Natuurlijk moest en zou ik mee. Voor de eerste keer naar De Kuip en dan nog wel voor Feyenoord-VVV! Dat kwam evenwel absoluut niet im Frage: als bij ons thuis één dag heilig was, dan wel 5 december. Mijn ouders waren onvermurwbaar, ik ontroostbaar. Maar ziedaar, voor één keer zat het mee: de wedstrijd werd afgelast en twee weken later opnieuw geprogrammeerd. Nieuwe ronde, nieuwe kansen! Wonder boven wonder bleken nog kaartjes beschikbaar en zo spoorde ik op 19 december met mijn vader, een oom en een neefje in een volle trein – drieduizend supporters volgens Dan wordt een goal geboren …,  maar dat lijkt me aan de wel erg hoge kant – naar Rotterdam. Een bijzondere ervaring. Zó bijzonder, dat ik er dezelfde dag nog een verslag van maakte:
‘De heenreis
Vanmorgen om half tien gingen we [neef] P.V. in Blerick ophalen. Hij ging samen met J., J. en Wim Moorman naar de voetbalwedstrijd Feijenoord-VVV. We gingen daarheen met de trein. Om kwart over tien waren we weer in Horst. Daar wachtten we een half uur. Daarna reden we naar het station Horst-Sevenum. Nadat we daar eventjes hadden gewacht kwam daar om elf uur de trein aan. Nadat we nog een joekskapel gehoord en gezien hadden stapten we in de overvolle trein. We kwamen o.a. langs de volgende steden: Helmond, Eindhoven, Tilburg, Breda en Dordrecht. In Eindhoven had de trein vijf minuten stilgestaan. We kwamen om kwart voor één aan in Rotterdam. Daar stapten we vlak voor de “Kuip” uit de trein. Nadat we nog even naar een goed plaatsje hadden gezocht zaten we om kwart over één op de overdekte zittribune.
De wedstrijd
Nadat we nog drie kwartier in het koude stadion hadden gezeten begon de wedstrijd om twee uur. Na 45 seconden scoorde Dick Schneider 1-0. Dit was een fikse tegenvaller voor de VVV-spelers en supporters. Na dit doelpunt riepen de Feyenoord supporters al “tien, tien …”. Iedereen dacht dat Feyenoord nu gemakkelijk de overwinning zou behalen. Het tegendeel was echter waar. De Feyenoord-aanvallers konden niet door de VVV-verdediging komen. Tot de rust bleef de stand 1-0 voor Feyenoord. Na de rust was VVV zeer goed. In de 53-ste minuut kreeg VVV een vrije schop. Albert van der Weide nam deze vrije trap. Hij schoof de bal zeer onverwachts naar de op rechts vrijstaande Marinus van Dinter. Deze trapte de bal keihard achter de verbaasd toekijkende keeper Eddy Treytel. De stand was nu dus 1-1 geworden.
Na dit doelpunt moest Feyenoord wel naar voor. De Duitse keeper van VVV – Vieten – kreeg het nu druk. Maar wederom bleek hij een betrouwbaar sluitstuk te zijn. Feyenoord bleef in de daaropvolgende 25 minuten de bal alleen maar hoog voor de goal gooien. Dit had echter geen succes. VVV daarentegen kreeg nog een paar goede kansen. De beste kans kreeg Stevan Kurcinac twee minuten voor het einde. Nadat hij Van de Korput en Vos met een mooie beweging had omspeeld kwam hij alleen voor keeper Treytel. Stevan had een grote kans, maar … hij schopte in de grond. Hierna kreeg Feyenoord nog wat kansjes maar de stand bleef 1-1. De VVV-supporters waren natuurlijk door het dolle heen. Wie had dit verwacht?’
Veel mooier zou het daarna niet meer worden.

Klein mysterie 677 – Americaans

En net als ge bedenkt ik gaj nar hoes nar bed toe
Schient zachtjes in de verte ’t verlossend licht

Ach bestel mar, bestel mar, bestel mar
Ge wet dat ik ’t neet kan loate
Nog efkes en dan begin ik
D’r wir duchtig langs te proate
Verschilt het Americaans van het Horster? Op grond van deze regels uit het nummer Bestel mar van Rowwen Hèze ben je geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden. Ga maar na: ‘zachtjes’ is in het Horster ‘zuutjes’ en ‘langs’ is ‘naeve’. ‘Verte’ is evenmin een Horster woord, maar het Horster equivalent van ‘verte’ heb ik zo gauw ook niet paraat (als er al een equivalent is). Desondanks zou ik op grond hiervan niet durven te concluderen dat het Americaanse en het Horster dialect wezenlijk van elkaar verschillen. Genoemde woorden passen volgens mij meer in een ontwikkeling die ik ook bij mezelf bespeur: de vernederlandsing van het dialect. Zo mag ik dan wel ‘zuutjes’ en ‘naeve’ zeggen, ‘taelder’ is bij mij ‘bord’ en ‘iëmer’ al mijn hele leven ‘emmer’.
Toch verschilt het Americaans wel degelijk van het Horster, zegt dialectoloog Ben Hermans in de dit voorjaar verschenen bundel Het dorp & de wereld. Over 30 jaar Rowwen Hèze. Hoewel zijn artikel (p. 251-254) me grotendeels boven de pet gaat, maak ik er wel uit op dat in zijn ogen het Horster een zogeheten toondialect is en het Americaans niet. In een toondialect kunnen twee woorden hetzelfde klinken, behalve in toon. Hermans noemt als voorbeeld het paar bein en bein: ‘Uitgesproken met een zogenaamde sleeptoon duidt bein enkelvoud aan; maar uigesproken met een valtoon duidt bein meervoud aan.’ In tegenstelling tot het Horster zou het Americaans volgens Hermans geen betekenisverschil tussen twee identieke woorden uitdrukken door een toonverschil. Helaas laat hij voorbeelden om deze bewering te staven achterwege. Ik vraag me ook af of die voorbeelden er zijn. Ik waag zelfs in ernstige mate te betwijfelen of er überhaupt verschillen zijn tussen het Americaans en het Horster.
Dat het Horster woorden kent die hetzelfde klinken maar verschillen in toon, staat denk ik buiten kijf. Drie voorbeelden: biën (been én benen), daag (dag én dagen) en beuk (beuk én boeken). Het toonverschil is telkens uiterst subtiel, maar een verschil is er. En die arme Americanen zouden verstoken zijn van die subtiliteit? Die zouden het verschil tussen biën (enkelvoud) en biën (meervoud), tussen daag (enkelvoud) en daag (meervoud) en tussen beuk (de boom) en beuk (boeken) enkel en alleen uit de context kunnen opmaken? Elke gelegenheid om de superioriteit van het Horster te benadrukken grijp ik met twee handen aan, maar dit is me toch wat al te kras.
Americanen, sta op en bewijs dat ook jullie het toondialect machtig zijn! En mochten jullie hier onverhoopt niet in slagen, dan ben ik graag bereid ontwikkelingshulp te komen verlenen.

Intermezzo – Lei Martens (7) / Woonhuis W. Janssen, Gebroeders Van Doornelaan

Slecht nieuws voor wie deze serie stukjes over het oeuvre van de Horster architect Lei Martens maar matig kan boeien: het einde is nog niet in zicht! Dit betekent overigens niet dat ik elk door hem ontworpen pand afzonderlijk ga bespreken. Een aantal woningen zal samen in één stukje aan de orde komen. Dat geldt dan weer niet voor het woonhuis aan de Gebroeders Van Doornelaan dat Lei Martens in 1965 ontwierp voor W. Janssen. Aan de hand hiervan valt namelijk mooi te illustreren hoezeer de Welstandscommissie de architect soms dwarsboomde (of hielp – het hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt).
Uit de in het gemeentelijk archief bewaard gebleven stukken meen ik te mogen concluderen dat Martens in de zomer van 1963 een eerste ontwerp voor het huis indiende. De reactie daarop van de Welstandscommissie liet aan duidelijkheid weinig te wensen over: ‘De Welstandscommissie is van oordeel dat het ter beoordeling voorgelegde plan op de aangegeven plaats niet aanvaardbaar is, zulks in verband met de bebouwing aan het verder westelijk gelegen gedeelte van de Zegersstraat.’ Wat moest er dan wel komen? ‘De commissie acht ter plaatse alleen aanvaardbaar een huis met eenvoudige architectuur en met pannendak.’ Dit laatste stond althans aanvankelijk in een op 16 september 1963 gedateerde brief. In een gecorrigeerde versie heet het: ‘De commissie acht ter plaatse alleen aanvaardbaar een huis dat zich primair aansluit bij de bebouwing in het verder westelijk gedeelte van de Zegersstraat en secundair een overgang kan zijn naar de oostelijke belending.’
Martens kwam met een nieuw ontwerp. Daarop had de commissie minder kritiek: alleen de koppeling van de laagbouw aan de hoogbouw en de aansluiting van verticale plankjes op het dak in een van de gevels konden niet door de beugel. Martens was het hier blijkbaar niet mee eens, want blijkens een brief van 11 november 1963 bracht hij slechts kleine wijzigingen aan in het plan. ‘Geen wezenlijke verbetering’, aldus de commissie, die haar bezwaren nogmaals uiteenzette en bovendien wat explicieter maakte: ‘De schoorsteen is lelijk van verhouding ten opzichte van het muurvlak ernaast.’
Wat er daarna is gebeurd, is me niet helemaal duidelijk. Heeft de architect moeten inbinden? Of wist hij de Welstandscommissie te overtuigen van de juistheid van zijn visie? Bij gebrek aan verdere correspondentie en ontwerptekeningen in het dossier moet ik u het antwoord schuldig blijven. Wie er meer over weet, mag het zeggen.
Feit is dat de gemeente op 1 februari 1965 vergunning verleende voor het bouwen van het huis. Vandaag de dag staat het wat in zichzelf gekeerd te verpieteren. Evenals het naastgelegen pand Geurts (klik hier) gaat het schuil achter veel te veel bomen en planten. En ook hier hebben verbouwingen het aanzien en de transparantie danig aangetast. Geef het huis een flinke opknapbeurt en het gaat vanzelf weer shinen.

Intermezzo – Molensteen

Een van de meer troosteloze plekken in Horst is het plantsoentje op het punt waar Jacob Merlostraat, Molenstraat en Vijverlaan elkaar ontmoeten.
Waar ’m die troosteloosheid nu precies in zit? Valt nog niet mee er de vinger op te leggen. Heeft misschien iets te maken met de veelheid aan borden, palen, paaltjes en ijzerdraad die de paaltjes met elkaar verbindt. Ook ontbrekende intimiteit en met elkaar vloekende bestratingspatronen spelen mogelijk een rol. Plus dat desolate bankje dat de indruk wekt alsof het in de vijftien jaar dat deze eeuw nu oud is, nog geen bezoeker heeft mogen begroeten.
Ach, misschien hebben plantsoentjes wel per definitie iets troosteloos. Een zekere mate van troosteloosheid hier en daar valt eigenlijk ook alleen maar toe te juichen. Toch zou je uitgerekend deze plek iets minder troosteloosheid toewensen. Als er dan toch troosteloosheid moet zijn, dan maar in de Willem Alexanderstraat, Achter de Smaalbrug of op het Pastoorsveld. Maar niet hier. Niet op deze historische plek. Hier werd namelijk ruim 160 jaar geleden de allereerste stoommachine van Horst en mogelijk zelfs van heel Noord-Limburg in gebruik gesteld. Hier begon met andere woorden de Industriële Revolutie van Horst.
Het had overigens nog heel wat voeten in de aarde voordat het zo ver was. Toen molenaar Pieter Frans Beuijssen in 1848 aankondigde een stoommachine te plaatsen in zijn olie- en pelmolen, kwamen elf buurtbewoners in opstand. Ze vreesden brandgevaar en schade aan hun gewassen. Ook zouden het ‘gedruisch’ en de lichtstralen van de molen leiden tot ‘dagelijks onheil’ voor paarden en voertuigen die de molen passeerden. Beuijssen wist de bezwaren van de buurtbewoners met succes te pareren en kreeg uiteindelijk vergunning voor het installeren van de stoommachine.
‘Beuijsse Meule’ zou daarna ruim een eeuw lang een begrip blijven in Horst (klik hier). Omstreeks 1970 verkocht de familie Beuijssen haar bezittingen aan de Jacob Merlostraat aan de gemeente Horst. Kort voor de sloop, enkele jaren later, zag het er ter plekke zo uit:
Het plantsoen kwam ongeveer te liggen op de plaats van het pand met de VVD-posters. Ik veronderstel dat de drie stenen in het plantsoen fragmenten zijn van molenstenen die zich ooit in Beuijsse Meule moeten hebben bevonden.
Om terug te keren naar het begin: die grauwe molensteenfragmenten dragen ook bij aan de troosteloosheid van het plantsoen. Ik zou zeggen: conserveer die stenen, berg ze mooi op in een depot, laat een kunstenaar aan de slag gaan met het gegeven dat op deze plaats Horster geschiedenis is geschreven en je zult zien dat Horst een troosteloos plekje armer is.  

dinsdag 6 oktober 2015

Intermezzo – Café De Verbeelding (1)

Hilarische selfies, een adembenemend lied met draaiorgelbegeleiding (klik hier), de Gezond-Verstand-Burger, do’s en don’ts van het rechtopzetten van verloren wieldoppen, de Nieuwe Verlichting, Joost Zwagerman, de formule vin=va, een stoplicht dat maar niet op groen wil springen. 
Wereldleed en ander klein ongemak: het kwam op 10 september allemaal voorbij tijdens de première van Café De Verbeelding. Er werd uitbundig gelachen, ademloos geluisterd, geanimeerd nagetafeld. Er werden wenkbrauwen gefronst, tranen gelaten, tenen gekromd. Café De Verbeelding liet kortom geen van de aanwezigen onberoerd – en dat was precies de bedoeling. 
Ik kan niet ontkennen dat ik samen met drie anderen achter de schermen een rolletje speel bij Café De Verbeelding, geesteskind van Jan Duijf, uitbater van café Cambrinus. Ondanks die nauwe betrokkenheid valt het nog niet mee uit te leggen wat Café De Verbeelding nu precies is. Laten we zeggen dat het ergens het midden houdt tussen een open podium, Speakers’ Corner en – in de woorden van Jan himself – ‘een ontmoetingsplaats voor mensen die zich bekommeren om de wereld, voor friskijkers, andersdenkers en geïnteresseerden in een avond uit met inhoud’. Met als kernwoord: verbeelding (zie ook hier).
U tast nog steeds in het duister? Geen probleem, de redding is nabij. Zéér nabij zelfs: overmorgen, donderdag 8 oktober, is de tweede aflevering van Café De Verbeelding. Vanaf 20.00 uur, café Cambrinus (Venrayseweg 93 Horst), toegang gratis. Programma? Is er niet en komt er niet. Gewoon afwachten wie en wat zich aandient. Inderdaad, dat maakt elke editie van Café De Verbeelding in zekere zin tot een ongewis avontuur. Maar daarin schuilt nu juist een groot deel van de charme.
Beleef het donderdag mee en laat u verrassen. Tussendoor en na afloop is er meer dan genoeg gelegenheid voor het nuttigen van al dan niet alcoholische consumpties. En mocht het u onverhoopt niet aanstaan, dan mag u op elk gewenst moment het café verlaten. Maar ik garandeer u: zover zal het niet komen. Tot donderdag!

maandag 5 oktober 2015

Intermezzo – Madeleine de Vilder

Precies honderd jaar geleden was Horst in rouw om het overlijden van Madeleine de Vilder. ‘Madeleine de Vilder? Nooit van gehoord!’, zal uw reactie waarschijnlijk zijn. Valt u niet euvel te duiden. Ik moet bekennen dat ik zelf tot dit weekend ook nog nooit van Madeleine de Vilder gehoord. Toch kan het geen kwaad haar voor even aan de vergetelheid te ontrukken, al is het maar omdat haar levensverhaal in zekere zin aansluit op de actualiteit. (Klik overigens op de afbeeldingen in dit stukje om ze te vergroten.) 
Bij toeval stuitte ik afgelopen zaterdag op een in deel 3 van Oud Horst in het nieuws gepubliceerd artikel uit de Nieuwe Venlosche Courant van 7 oktober 1915. Hierin wordt in dramatische bewoordingen verslag gedaan van het overlijden en de begrafenis van een 12-jarig in Horst verblijvend Belgisch meisje. Haar naam wordt in het artikel niet genoemd, maar dankzij internet en Oud Horst in het nieuws ben ik er intussen achter dat het Madeleine de Vilder betrof. Diezelfde bronnen maken het ook mogelijk haar korte leven in grote lijnen te reconstrueren.
Madeleine Philomene Louise de Vilder wordt op 9 maart 1903 geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde als dochter van Theophiel de Vilder (1876-1934) en Rosa Vervrangen (1875-1931). Theophiel verdient de kost als spoorwegarbeider (‘werkend bij den ijzerenweg’, heet het in de geboorteakte van Madeleine); Rosa is huisvrouw. De precieze gezinssamenstelling is me niet duidelijk, maar Madeleine heeft minimaal twee broers. De familie woont bij de geboorte van Madeleine aan de Buisstraat in Sint-Gillis, vlakbij het station. 

Verdere details over haar leven ontbreken totdat Madeleine in februari 1915 ineens in Horst opduikt. Daar vindt ze samen met een groep van ruim dertig andere kinderen uit Dendermonde en omgeving onderdak. Enkele maanden eerder is de Eerste Wereldoorlog uitgebroken en Dendermonde behoort met inbegrip van de deelgemeente Sint-Gillis tot de zwaarst getroffen plaatsen. Om hun ouders te ontlasten, brengt het RK Huisvestingscomité voor Oorlogskinderen vanaf januari 1915 kinderen uit het rampgebied onder in Nederland. Twee vrijwilligers van het comité reizen eind januari naar Dendermonde om daar ruim dertig kinderen op te halen. Onder hen Madeleine en haar broer Fré. Per vrachtwagen en tram gaat de reis naar Antwerpen en vervolgens per trein via Roosendaal naar Horst, waar het gezelschap op 3 februari arriveert. Op onderstaande foto uit Panorama van 10 februari 1915 (overgenomen uit deel 3 van Oud Horst in het nieuws) poseert de groep kinderen. Madeleine staat precies in het midden van de rij op de voorgrond.
De kinderen worden in Horst opgevangen in het Sint-Antoniusgesticht (het huidige Gasthoês). Sommigen zullen daar de rest van de oorlog doorbrengen, anderen vinden onderdak bij particulieren (klik ook hier en hier). Madeleine wordt ondergebracht bij de in de Herstraat woonachtige familie Van den Brandt. Het lijkt erop dat ze daar vanaf het begin sukkelt met haar gezondheid. De Nieuwe Venlosche Courant schrijft althans: ‘Het tengere gestel kon de kommervolle wedervaardigheden niet te boven komen. Eerst die zenuwschokkende oorlogsdonder, daarna die krachtensloopende hongersnood en vervolgens die lange reis in ontbering waren een te zware lichamelijke beproeving.’ Op 30 september overlijdt Madeleine, waarschijnlijk aan griep of longontsteking. Haar ouders heeft ze sinds haar vertrek uit Sint-Gillis niet meer gezien. De Nieuwe Venlosche Courant: ‘Het ziekbed was niet eenzaam. Door liefderijke zorgen hebben de pleegouders ’t omringd en met hunne tranen bevochtigd dat sterf- en doodsbed.’ Toch kan het medeleven van haar pleegouders moeilijk anders dan een schrale troost voor Madeleine zijn geweest. Madeleine wordt begraven op het Horster kerkhof. Haar plaats in het gezin Van den Brandt wordt ingenomen door haar broer Fré.

Hoe triest.

Klein mysterie 676 – Container

Nu de (rijks)overheid toch voor tientallen miljoenen aan kunst aan het spenderen is, kunnen er misschien ook wel enkele duizenden of desnoods tienduizenden euro’s af voor deze container.
Gisteren aangetroffen voor een loods aan de Energiestraat in Horst, zich vandaag mogelijk alweer elders bevindend. Wat een ding! Zet ’m in een museum en hij steelt gegarandeerd de show. Maerten Soolmans en Oopjen Coppit zinken erbij in het niet – en dat is nu eens niet ironisch bedoeld.
In de container zijn raadselachtigheid en pure schoonheid verenigd. Hij roept niet alleen vragen op, er valt ook volop esthetisch genoegen aan te beleven. Kun je nog meer verlangen van een kunstwerk?
Alleen etiketten / Nur Etiketten / Etiquettes seulement. Prachtige, fijne, waarschijnlijk ooit helderwitte letter. En dat in drie talen, aan alle vier de containerzijden, in meer of mindere mate gecorrodeerd. Maar hoezo Alleen etiketten? En hoezo Geen afval / Keine Abfälle / Pas d’ordures? Het ding is volgestouwd met afval van de meest uiteenlopende soorten! Wie neemt hier nu wie in de maling? In de verste verten ook geen etiket te bekennen. Al valt niet uit te sluiten dat dat in een dieprood verleden anders is geweest.
Maar dat dieprood is van vroeger. Zachtrood, plaatselijk neigend naar oudroze, is ervoor in de plaats gekomen. Precies de juiste kleur. Was ie diepblauw of oker geweest, had ik de container geen blik waardig gekeurd.
De corrosie verzwelgt zelfs de graffiti.
Staat het zachtrood uiteindelijk hetzelfde lot te wachten? En hoe erg is dat?
Corrosie of niet, hier staat wel één brok onverzettelijkheid.
Nee, deze jongen laat zich niet zomaar opzijzetten. Misschien is ie daarom in zo’n teerbesnaarde museale omgeving toch niet helemaal op z’n plaats. Een beeldenpark dan maar?

Top 5 – Kostelijkheden uit het boekje van Nel Verstegen-Maessen over station Horst-Sevenum

Zaterdag verscheen van de hand van de Sevenumse veelpubliciste Nel Verstegen-Maessen dit boekje:
Dit is een van de weinige keren dat Nel zich (deels) buiten de grenzen van haar geboortedorp waagt (op schrijfgebied dan). Toch mag ze dat vaker doen, want Van station Horst-Sevenum tot Staatsie 1866 bevat tal van interessante wetenswaardigheden over het bijna 150-jarige station. Of eigenlijk over nog veel meer. Anders dan de titel suggereert gaat het boekje namelijk niet alleen over het gebouw, maar ook over alles wat daarmee samenhing en –hangt. Dus is er bijvoorbeeld ook aandacht voor de overige stations en wachtposten aan de lijn Venlo-Eindhoven, voor de bedrijvigheid in de omgeving van het station, voor de proeven met hogesnelheidstreinen op het baanvak en voor het personeel op en bij het station. Bijna had ik geschreven dat geen detail ontbreekt, totdat ik tot de ontdekking kwam dat Nel dit betonnen paaltje onbesproken laat.   
Wellicht iets voor een tweede druk? Enfin, hier komt-ie, de Horst-sweet-Horst top 5 van kostelijkheden uit het boekje van Nel Verstegen-Maessen over station Horst-Sevenum:
5. Op 12 mei 1874 passeerde tsaar Alexander II ’s morgens om zeven uur met een speciale trein station Horst-Sevenum. Behalve de burgemeesters van Horst en Sevenum waren ook de muziekverenigingen uit beide dorpen van de partij. De Sevenumse fanfare bracht het Nederlands volkslied ten gehore, de Horster harmonie het Russische. Maakt me benieuwd of de tsaar overal een dergelijk eerbetoon ten deel viel.
4. Zelfs in die goeie ouwe tijd was geweld nooit ver weg: in de nacht van 19 op 20 november 1952 pleegde een bandiet – naar later bleek een 26-jarige man uit Horst – een roofoverval op station Horst-Sevenum. Niet zozeer de buit (35 gulden) als wel de uitmonstering van de dader is memorabel: hij ging gehuld in een blauwe overall en droeg een masker dat was vervaardigd van een zwarte sportbroek waarin hij ooggaten had geknipt.
3. Nel staat ook kort stil bij de geschiedenis van café Nellen (‘Zum Bahnhof’). Het al dan niet denkbeeldige bezoek van twee RAF-terroristes (klik hier, hier en hier) komt helaas niet aan bod. Wel blijkt dat het café al in 1900 een zekere aantrekkingskracht op criminelen uitoefende: op 19 februari van dat jaar bezocht ‘een als heer verkleed persoon’ de uitspanning. Hij deed zich voor als de nieuwe lijnopzichter. Desgevraagd kreeg de man van de kasteleinse zestien gulden te leen om een ploeg spoorarbeiders in Griendtsveen te kunnen uitbetalen. Nauwelijks was hij was er met het geld vandoor of de echte lijnopzichter meldde zich.
2. Nel bracht haar jeugd door in een woning aan de Grubbenvorsterweg in Sevenum die in 1865 werd gebouwd voor de spoorwegwachter: ‘Ik ben opgegroeid met het geluid van voorbijrazende treinen en de gevaren van een onbewaakte overweg.’ Geen onverdeeld genoegen. Op één keer na dan: op 11 februari 1949 kwam de D-trein uit Praag (!) op de overweg in botsing met een vrachtauto die was beladen met kisten papier. Persoonlijke ongelukken deden zich wonderwel niet voor, wel belandde een lawine van papier naast het spoor. Nel: ‘De kinderen uit de buurt (waaronder de schrijfster van dit boekje) hadden een goede dag. IJverig verzamelden zij de grote vellen papier (A-0 formaat). Jarenlang hebben zij plezier gehad van die papiervoorraad.’
1. Na een renovatie vond op 6 juli 1993 de officiële heropening van het station plaats. Voor de ontvangst van de genodigden werd een restauratierijtuig gecharterd. Dat zou station Horst-Sevenum echter nooit bereiken: in de beste NS-tradities stond het met materiaalpech ergens langs het spoor.

Het in eigen beheer uitgegeven Van station Horst-Sevenum tot Staatsie 1866 telt 88 bladzijden en is uitgevoerd in A5-formaat. Het is voor 12,50 euro verkrijgbaar in het stationsgebouw (klik hier).

Intermezzo – Lei Martens (6) / Gebouw Mooren

Zoals eerder geschreven (klik hier) verscheen eind maart van dit jaar Limburg. Een geschiedenis. Dit driedelige standaardwerk over het Limburgse verleden telt meer dan 1600 pagina’s en bevat vele honderden foto’s. Slechts één van die foto’s is een ‘Horster’ foto. Deel 3, bladzijde 223:
Inderdaad, gebouw Mooren! Bijschrift: ‘Het “Pand Mooren” in Horst, zeldzaam voorbeeld van nieuw-zakelijke architectuur uit de wederopbouwperiode op het Noord-Limburgse platteland.’
Vijf jaar geleden heb ik al eens een stukje aan gebouw Mooren gewijd (klik hier), maar in deze serie over door Lei Martens ontworpen gebouwen mag het natuurlijk niet ontbreken. Daarom doe ik dat stukje hier nog eens dunnetjes over.
De gebroeders Jan en Jef Mooren wendden zich in 1959 tot de jonge architect Lei Martens voor de bouw van een woon- en winkelpand. Het werd op 15 september 1960 geopend en moet in het qua moderne architectuur weinig verwende Horst zijn ingeslagen als een bom. Met zijn vier bouwlagen en zijn transparantie week het winkelpaleis radicaal af van het gebruikelijke. Geen baksteen van de grond tot aan de dakgoot, maar een licht, open en sprankelend gebouw. Het ademde vooruitgangsgeloof; het was alsof de moderne tijd eindelijk ook in Horst halt hield.
Jan Mooren vestigde zich in het linker bouwdeel. Hij verkocht er naaimachines, muziekinstrumenten en wasmachines. Broer Jef bracht in het rechter bouwdeel fietsen, haarden en kachels aan de man. Het gebouw bleef lange tijd eigendom van de familie Mooren en behield steeds een winkelfunctie, laatstelijk die van elektronicazaak. Na de gemeentelijke herindeling van 2001 kocht de gemeente Horst aan de Maas het pand aan. Die nam er tijdelijk haar intrek in toen het gemeentehuis werd uitgebreid. Door een ingrijpende verbouwing verloor het gebouw goeddeels zijn oorspronkelijke, open karakter.
Begin 2007 werd bekend dat de slopershamer dreigde. Dit stuitte Thijs Coppus, Jeu van Helden, Mart Willems en ondergetekende zo tegen de borst, dat we een actie begonnen voor behoud van het gebouw.
We vonden gehoor bij de gemeente, die actief op zoek ging naar een nieuwe eigenaar. Die werd gevonden in Rendiz, dat het gebouw renoveerde en er in mei 2012 onder meer een lunchroom in vestigde (klik hier).
Niet genoeg kan worden benadrukt hoe goed het is dat gebouw Mooren bewaard is gebleven. Wat ik persoonlijk wel jammer vind, is dat de zo kenmerkende vides die de eerste twee bouwlagen met elkaar verbonden, de verschillende verbouwingen niet hebben overleefd. Dit doet afbreuk aan de transparantie. Maar gelukkig hebben we de film (uit 1961) nog!

vrijdag 2 oktober 2015

Intermezzo – Tweetbundels (2)

Hotter dan hot zijn ze op het moment, Jan Dirk van der Burg en zijn Tweetbundels. Neem alleen vandaag al:
-  de eerste drie pagina’s van katern V van De Volkskrant zijn geheel aan de Tweetbundels gewijd;
‘informatiebemiddelaar’ Raymond Snijders geeft op Vakblog uitvoerig antwoord op de vraag naar het auteursrecht op tweets en op de vraag of Jan Dirk toestemming had moeten vragen voor zijn ‘retweets op papier’ (klik hier);
TV Rijnmond zendt een korte reportage uit over Jack Feijtel, de twitterende karpervisser uit Bergschenhoek die hoofdpersoon is van een van de Tweetbundels (klik hier, klik op Rijnmond Nieuws 2 oktober en ga naar 9.10 minuten).
En dan was er natuurlijk het glorieuze optreden van Jan Dirk woensdag in De Wereld Draait Door (bekijk het hier). Jan Dirk werd in die uitzending geflankeerd door Arie-Wim Boer (https://twitter.com/awboer) en Lionel (https://twitter.com/lexxxusthedon), ook al twee uitverkorenen voor een Tweetbundel. Arie-Wim en vooral Lionel deden het prima. En toch had ik liever iemand anders aan tafel zien zitten: onze eigenste Elly Michiels-Fleuren. Jan Dirk noemde de twitterende Melderslose varkenshoudster wel, maar daar bleef het bij. Hoe anders had het kunnen zijn! Een representatieve selectie uit de Elly-tweets (https://twitter.com/elly_emf38) van woensdag:
Kreeg deze namiddag een telefoontje om tafelgast te zijn bij #dwdd maar was balen genoeg niet te doen vanuit Zuid-Limburg. Tja, had ik het eerder geweten... Maar wie weet indirect toch aan tafel, een beetje aanwezig met de #twitterbundel #uniek. Alleen al gevraagd zijn is best een eer #dwdd.

Leuk om mezelf bij de @dwdd te zien #twitterbundels. Niet in persoon maar toch aan tafel geweest #uniek. Ben toch in beeld geweest en met naam benoemd dussss.... Jaja... Heel erg leuke verrassing. De #varkenshouderij is benoemd vanavond. Leuke opmerking van de buurvrouw: “Tja en dan lig je ineens bij Mathijs op tafel. Haha. Leuk!” #dwdd #tweetbundel ;-).

Vandaag nog een keertje op tv maar nu Op de stoel bij @Reindonk #mezelfzijn [klik hier]. Dingen komen gewoon op m’n pad, leuke dingen en soms minder leuke, aan mij de keuze wat ermee te doen, niet altijd makkelijk maar wel “mij”. Vandaag dus ook mogen ervaren… bv niet koste wat het kost naar Hilversum “jagen” voor #DWDD. Gemiste kans?? Misschien… Maar ondanks t niet fysiek aanwezig zijn, wel mooi met “mijn” #Tweetbundel en met naam genoemd bij #DWDD aan tafel :-) Dank aan #Jandirkcom. En vervolgens is vandaag ook nog het interview met @LeivdPrei online gekomen en waarin veel gevraagd en gezegd is over de #Agro. En waarbij ik hoop dat velen kunnen waarderen wat en hoe ik het benoemd heb, van Ot en Sien tot de high-tech van @MarcelKuijpers.

Al deze dingen en nog veel meer… ik vraag er niet om… Ik zal het nooit voor iedereen goed kunnen doen. Wil ik ook niet want dat zou betekenen dat iemand geen eigen identiteit zou hebben … Ik hoop alleen dat mensen ook mij willen zien zoals ik gewoon ben, het gaat namelijk niet om MIJ… het moet gaan om het samen!! Maar wel op een eerlijke manier, niet bang zijn om het gesprek te voeren, elkaars mening respecteren en samen zoeken naar oplossingen… Elk huisje heeft zijn kruisje en bij de 1 liggen er meer onder de dakpannen dan bij de ander…het vormt je maar blijf wel altijd bij jezelf! Slaap lekker!! En iedereen dank jullie wel voor de leuke reacties die ik al heb mogen ontvangen op #DWDD en #Reindonk :-)
Klik hier om voor vijftien euro de Tweetbundel van Elly te bestellen. Zoals maandag al gezegd (klik hier): die bundel mag in geen enkele boekenkast in Horst aan de Maas ontbreken. En haast u, want bestellen is alleen de komende 39 dagen mogelijk.