zaterdag 13 maart 2021

Intermezzo – Horster voetballandschap 1965

Wijnandia. Heilust. Amicitas. Kakertse Boys. Palemig. Sanderbout. Heksenberg. I.A.S.O.N. Minor. Waubach. Leonidas. Kluis. Weltania. Laura. Havantia.


In de jaren zeventig en tachtig was je voor de Limburgse amateurvoetbaluitslagen aangewezen op de radio. Meer bepaald op de Regionale Omroep Zuid, de ROZ. Of Omroep Zuid, zoals mijn opa, trouw luisteraar, zei. Zo herinner ik het me: elke zondag klonk om zes uur de van het Limburgs volkslied afgeleide ROZ-begintune (klik op de pijl om de tune te starten). 


Daarna een uur lang het sportprogramma. Iets voor half zeven de even irritante als karakeristieke jingle die de amateurvoetbaluitslagen aankondigde: ‘D’amatörs, d’amatörs, d’amatörs voetballe.’ Waarna we konden vertrekken voor een reis door het onmetelijke Limburgse voetballandschap. Die begon met de hoofdklasse C, daarna de eerste klasse F en vervolgens de twee tweede klassen, de drie derde klassen en de acht vierde klassen. Na een reis van een minuut of twintig was de vierde klasse H, waarin ‘mijn’ Wittenhorst doorgaans uitkwam, het eindstation. Onderweg waren we de meest ondoorgrondelijke en exotische clubnamen gepasseerd. Elke zondag opnieuw zat ik aan de radio gekluisterd.

Ik kom hierop omdat ik deze week van Judith Evers de Adreslijst voor het seizoen 1965-1966 van de afdeling Limburg van de KNVB cadeau kreeg (waarvoor zeer hartelijk dank). Taaie kost, zou je denken. Maar niet voor mij. Voor mij was het een feest der herkenning. Ik waande me terug in de jaren zeventig. Al bladerend reisde ik opnieuw door het Limburgse voetballandschap van toen. En stopte bij clubs waarvan ik het bestaan al lang vergeten was. En ook bij clubs waarvan het bestaan al lang verleden is. 

Speciale haltes waren natuurlijk de clubs uit de zestien kernen die nu de gemeente Horst aan de Maas vormen. Elk van die kernen had in 1965 nog een eigen voetbalclub, ook Broekhuizen, ook Griendtsveen en zelfs Evertsoord. Opvallend: bijna alle clubs uit Horst aan de Maas zijn in de loop der jaren verhuisd naar een ander sportpark. Verder valt op dat F.C.E.B. (Broekhuizenvorst), Griendtsveen en Kronenberg klaarblijkelijk niet over een geestelijk adviseur beschikten, iets dat destijds nog wel te doen gebruikelijk was.

De verleiding is groot om herinneringen op te halen aan al die zestien clubs en hun accommodaties, maar dan zou het sentimental journey-karakter van dit stukje pas echt tot onaanvaardbare hoogten stijgen. Andere keer misschien. (Laat u trouwens vooral niet weerhouden om zelf wel die herinneringen op te halen). 

De adresgids vermeldt over elke club de volgende informatie: 

De informatie over de Horster voetbalclubs heb ik gebundeld in één afbeelding (klik om te vergroten):  

vrijdag 12 maart 2021

Intermezzo – Gewoon (niet) doen

Samen sterker verder. Voor een eerlijke zorg. Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Nu doorpakken. Meer toekomst. Plan B. Als er verkiezingen in aantocht zijn is ferme taal nooit ver weg. Aanpakken, handen uit de mouwen, daadkracht, VOC-mentaliteit. Stem op ons en alle leed is geleden. Beloftes doen, ze nakomen is van later zorg. Altijd positief zijn. Korte zinnen. Geen moeilijke woorden. Vooral ook niet te veel woorden. Simplificatie, nuance is voor azijnpissers.


Onovertroffen hoogtepunt in dit genre: Gewoon. Doen. Het kan aan mij liggen maar dit keer ben ik ‘m nog niet tegengekomen op de borden. Vreemd. Zo’n meesterlijk staaltje van als daadkracht vermomde gebakken lucht laat je toch niet vervliegen? Maar niet al te lang getreurd: hier in Noord-Limburg zweeft Gewoon. Doen nog gewoon rond. En wel bij de gemeenteraadsfracties van de VVD in Horst aan de Maas, Venray en Peel en Maas. ‘Niet langer wachten, maar gewoon… doen!’ Zo besloten ze vorige week hun persbericht (klik hier) waarin ze ervoor pleiten ‘om nu een voortvarende start te maken met de bouw van één of meerdere nieuwe kerncentrales’.


Dat persbericht ademt in alles de vrijblijvendheid van het Gewoon. Doen. Laten we nou gewoon eens ophouden met dat eeuwige geneuzel over windmolens en zonneweides. Dat schiet niet op, meters moeten we maken! En de oplossing is zó ontzettend simpel: ‘Eén kerncentrale levert evenveel energie als honderden windturbines.’ Raar dat we daar niet eerder aan hebben gedacht. Zijn we in één klap van alle gedoe af. Aanpakken, voortvarendheid, daadkracht. Morgen de eerste schop in de grond. Nee, vandaag al! Gewoon. Doen.


Je zou er warempel nog in gaan geloven ook. Maar help me even: kernenergie, was daar niet iets mee? Iets met hoogactief radioactief afval, dat duizenden jaren gevaarlijk blijft? Iets met een vooralsnog onoplosbaar opslagprobleem? Iets met het voor de productie noodzakelijke uranium dat leidt tot gezondheidsproblemen en milieuvervuiling? Iets met het risico op een kernramp? Iets met Tsjernobyl en Fukushima?


Als je een persbericht van 291 woorden over kernenergie afscheidt en daarin precies 0 woorden wijdt aan de uitdagingen (had ik toch bijna ‘problemen’ getikt) die er zijn op het gebied van kernenergie, dan kun je onmogelijk serieus worden genomen. Andere associaties: losse flodder, je vingers niet willen branden, de kop in het zand steken. Gewoon maar niet meer doen.


P.S. Kernenergie het antwoord op de klimaatcrisis? Nee! Klimaatalarm noodzakelijk? Ja. Zondag kun je meedoen, thuis vanuit je luie stoel. Bijvoorbeeld aan het klimaatalarm in Roermond (klik hier).

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag in iets andere vorm in Via Horst-Venray)

donderdag 11 maart 2021

Top 5 – CDA-stabiliteitsproblemen in Horst aan de Maas

Nooit kunnen denken dat het zou gebeuren, maar ik begin zo langzamerhand medelijden te krijgen met het CDA. Wat wil je ook? Blunder op blunder in de campagne, op Horst-sweet-Horst de maat genomen door Lotte Spreeuwenberg (klik hier) en te kakken gezet door Jan Duijf (klik hier), Wopke die gisteren alle hoeken van de Nieuwsuur-studio te zien kreeg van Jeroen Wollaars, Wopke die vandaag in de Volkskrant door Sheila Sitalsing genadeloos op z’n nummer wordt gezet.


En toen moest de storm van vandaag nog komen. Het klopt: af en toe een frisse wind doet goed en als het je steeds voor de wind is gegaan, moet je niet vreemd opkijken als je de wind een keer van voren krijgt. Maar ineens zoveel tegenwind hebben? Hoe graag ik het CDA ook even uit de wind zou houden en hoe zeer ik het CDA ook zou gunnen dat de wind uit een andere hoek zou waaien, ik kan onmogelijk mijn ogen sluiten voor de aan de dag tredende stabiliteitsproblemen. Daarom, onontkoombaar en met pijn in het hart, de Horst-sweet-Horst top 5 van CDA-stabiliteitsproblemen in Horst aan de Maas:

5. Westsingel, Horst


 Een wankel evenwicht

4. Gebroeders van Doornelaan, Horst


Met alle winden meewaaien  

3. Molenstraat, Swolgen


Hoge bomen vangen veel wind (foto Erik van Maarschalkerwaard)

2. Monseigneur Aertsstraat, Swolgen


Wie wind zaait, zal storm oogsten (foto Erik van Maarschalkerwaard)

1. Dokter Van de Meerendonkstraat, Horst


Ze staan op omvallen (tekst en foto Peter Janssen). Of: hoogmoed komt voor de val: volgens artikel 2 van de ‘Nadere regeling bekendmaking van politieke partijen TK 2021’ mogen driehoeksborden in Horst aan de Maas alleen aan lantaarnpalen worden bevestigd.

Maar wat je ook kunt zeggen van voorheen de Mannen van Stavast: ze lopen bij het eerste zuchtje tegenwind niet weg voor hun verantwoordelijkheid. Hoe anders is dat met mevrouw Ploumen: gisteren nog op haar post aan de Westsingel in Horst


en vandaag is de vogel gevlogen:

woensdag 10 maart 2021

Intermezzo – Tom Huijs

Voor wie per se lokaal wil stemmen bij landelijke verkiezingen is het ditmaal bijzonder overzichtelijk: je hebt de keus tussen Raymond en Tom. Mijn mening (en ergernis) over Raymond en zijn opvattingen heb ik hier al zeer geregeld gespuid. Tom Huijs, nummer 21 op de kandidatenlijst van de Libertaire Partij,


was op Horst-sweet-Horst tot vandaag een nog onbeschreven blad. Op de website van z’n partij (klik hier) wordt duidelijk waar hij voor staat:
‘Hij beroept zich graag op het “gezond boerenverstand” met het idee dat in een vrije markt de beste ideeën altijd zullen winnen. In een gestuurde markt worden minder goede ideeën geforceerd door een klein groepje mensen die denken de waarheid in handen te hebben, vaak met het tegenovergestelde als resultaat van dat wat men poogt te bereiken. Zijn politieke ambities zijn er dan ook allemaal op gericht om de overheid te verkleinen en daarmee de Nederlanders hun bewegings- en ademvrijheid terug te geven.’
Een heilig geloof in de vrije markt, een kleinere overheid? Niet meteen iets waar ik in geloof. Geen bewegings- en ademvrijheid voor Nederlanders? Overdrijven is ook een kunst. Gezond boerenverstand? Iets waar het CDA zich ook altijd op beroept. Zie en ruik waar dat toe leidt.


Is er dan helemaal niets dat me aanspreekt in de standpunten van de Libertaire Partij? Niets is teveel gezegd, maar wel weinig. Wat me kan bekoren: een (voorwaardelijk) basisinkomen, snellere integratie van nieuwkomers, terugdringen van de lobby van de vleesindustrie, stopzetten van Europese subsidies voor de intensieve veehouderij, een beter leven en welzijn voor dieren.


Ik hoop niet dat het ooit gebeurt, maar stel dat ik zou worden gedwongen tot een keus tussen Tom en Raymond, voor wie zou ik dan kiezen? Lastig. Ik denk dat de grondbeginselen van het CDA dichter bij mijn maatschappijvisie staan dan die van de Libertaire Partij. Van de andere kant stuit de uitvoering van die grondbeginselen door het CDA me tegen de borst. Net als het paternalisme, het cultureel conservatisme (van Raymond voorop) en het slippendragerschap van het agrarisch belang. Met het pistool op de borst zou ik daarom op Tom stemmen, niet zozeer uit overtuiging als wel uit nieuwsgierigheid waartoe zijn ideeën en die van zijn partij in de praktijk zullen leiden.


Hij had de andere partijen laatst trouwens wel mooi te pakken. Op Facebook en Instagram publiceerde hij deze foto,


met daaronder de tekst ‘Zo. Ik denk dat ik het plakken nu wel onder de knie heb. Even flink geoefend bij mij voor de deur.’ De rapen waren bij de anderen natuurlijk meteen gaar, maar een dag later bleek dat ze gephotofopt waren: ‘Het was maar een grapje. We houden het netjes.’

dinsdag 9 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (3)

Na mijn eerste stukje van een week geleden (klik hier) en de reactie daarop van Floor Hermans (klik hier) nu een derde bijdrage over Rein Bril. Of eigenlijk niet zozeer over Rein Bril als wel over de kunstscene in Broekhuizen(vorst) in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Jan Janssen wees me op enkele publicaties over die kunstscene (waarvoor dank). In de eerste plaats op een passage uit Broekhuizen toen, een publicatie van Joeps van Hees uit 1984:

‘Het zijn ook de jaren ’50, ’60 en ’70 wanneer Broekhuizen “ontdekt” wordt door een aantal kunstenaars: diverse beeldende kunstenaars, beroepsmusici, weefsters, acteurs en theatermensen. (…) Deze “culturele bloeitijd” speelde zich af rond het Broekhuizense theatertje Mikro Skoop, een idee van de Venlonaren Hans Conen en Wilmy Peeters. Het theatertje bestond overigens slechts van 1968 tot 1975.’

Links het zogeheten Pelgrimhuis, rechts het pand waarin de Mikro Skoop was gevestigd (bron foto: Broekhuizen toen)
Jan attendeerde me ook op een interview van Thijs Lenssen in Buun 2003 met Wilmy Peeters. Daarin zegt ze over Mikro Skoop:
‘Het was het eerste minitheater van Limburg, we hadden een podium voor talent op het gebied van toneel, cabaret, muziek, dans en poëzie. Landelijk bekende artiesten zaten in ons programma: Boudewijn de Groot, Freek de Jonge en Bram, Liesbeth List, Ramses Shaffy, Lenny Kuhr, Joost Nuissl en zo kan ik nog even doorgaan. (…) Freek de Jonge heeft eens in zijn blootje door ons huis gerend. Joost Nuissl woonde een tijd lang bij ons, samen met zijn vriendin, evenals Theu Boermans.’

Hoe keken de dorpsbewoners eigenlijk tegen de hippie-enclave aan? Wilmy Peeters:
‘Voor het dorp was het schokkend wat er zich allemaal bij ons afspeelde, wij vonden het normaal, leefden ons leven. Zou het in de Randstad zijn geweest, dan was het allemaal nooit zo opgevallen.’
Dagblad De Limburger 2001
Een van de toenmalige buren verklaarde in 2001 tegenover Dagblad De Limburger:
‘Ik ben nooit binnen geweest. Ik wist dat het vreemde mensen waren. Na een feestje gingen ze met z’n allen naakt in de Maas zwemmen. En het schaap waar Wilmy de wol vanaf haalde om te weven (ze maakte onder andere wandtapijten, waarvan enkele in het gemeentehuis hingen) liep blatend door de straten.’

Joeps van Hees ziet het allemaal een tikkeltje anders:
‘Opvallend is, dat de echte Broekhuizense mensen zich nooit echt verzet hebben tegen de komst van die “buitendorpsen”: integendeel. De gemeenschap toonde zich, mits de nieuweling niet te excentriek deed of zichzelf buitensloot, zeer tolerant; aanvankelijk wat afstandelijk vriendelijk, maar uiteindelijk op een aangename wijze nieuwsgierig.’
Jan Janssen wees me overigens ook op de betekenis van multitalent Hans Conen (1944-2019), de voormalige echtgenoot van Wilmy Peeters, die na zijn Mikro Skoop-periode vooral in Duitsland naam maakte (klik bijvoorbeeld hier en hier). Daarover misschien een andere keer meer, maar nu nog even terug naar de man waarmee het begon: Rein Bril. Toen ik vorige week ontdekte dat er een door Maarten Beks geschreven publicatie over hem bestaat heb ik die natuurlijk meteen besteld. Rein Bril bevat negen zwartwit afbeeldingen van uit 1969 daterende werken van Bril. 


De begeleidende tekst van Maarten Beks is voor mij vaak tamelijk ondoorgrondelijk. Ter illustratie en ter afsluiting van dit stukje:
‘Het lukt weinig schilders om de ene partij een ergernis, de andere een dwaasheid te zijn, maar Bril slaagde daar geruime tijd wel in en dat voornamelijk, dacht ik, door zich te specialiseren in de vervaardiging van schilderijen, die hij noch iemand anders op dat moment zou kunnen maken.’

zondag 7 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (2)

‘Heeft iemand meer informatie over Rein Bril en meer in het bijzonder over zijn Noord-Limburgse tijd?’ Zo besloot ik afgelopen dinsdag het stukje (klik hier) over de ooit in Castenray en Broekhuizen woonachtige kunstenaar Rein Bril. Vaak komt er op zo’n vraag geen antwoord. Ditmaal wel, meerdere antwoorden zelfs. Van Floor Hermans, Jan Janssen en Arie Stas. Laatstgenoemde herinnerde zich dat hij Rein Bril eind 1978 of begin 1979 in Broekhuizen thuis had bezocht en maakte woensdag deze foto van dat pand in zijn huidige staat (waarvoor dank):


De reacties van Floor en Jan hebben met elkaar gemeen dat ze niet héél veel extra informatie over Rein Bril verschaffen, maar wel de broodnodige context. Om hun reacties recht te doen én om te voorkomen dat dit stukje veel te lang wordt, verpak ik ze in twee afzonderlijke posts. Een dezer dagen aandacht voor hetgeen waarop Jan Janssen me attendeerde. Vandaag maak ik de weg vrij voor Floor, die in een uitvoerige mail en uit de eerste hand een prachtig beeld schetste van de kunstscene in Broekhuizen(vorst) in de jaren zestig en zeventig:

‘Rein Bril is mij wel bekend. Ik heb hem leren kennen toen hij in Broekhuizen woonde, in een heel groot oud huis op de grens met Broekhuizenvorst. In Broekhuizen woonden toen meerdere beeldende kunstenaars en andere alternatievelingen die zich bezighielden met muziek en er was zelfs een heus theatertje waar de crème de la crème van de Nederlandse kleinkunst regelmatig acte de présence gaf. Dit theatertje met de naam Mikro Skoop werd gerund door Hans Conen en zijn vrouw Wilmy Conen-Peeters. Wilmy maakte ook enorme abstracte wandkleden van schapenwol die ze zelf geverfd had met natuurlijke kleurstoffen. Hans gaf les in Venlo, runde het theater en initieerde diverse kunstprojecten die nogal opzien baarden. Zo reed hij bijvoorbeeld rond in een auto die er uitzag als een ruimteschip met grote glazen koepels op het dak. Behalve uit Rein Bril bestond het contingent beeldend kunstenaars uit meerdere personen die ik me op dit moment niet allemaal herinner maar waarvan Mathieu Knippenbergh en Toon van de Ven de bekendsten zijn. In Broekhuizenvorst hadden Lydia Luyten (naaldkunstenares) en Joop Sorky (beroepsactivist en provo van het eerste uur) zich gevestigd in een onbewoonbaar verklaarde woning op de grens met Swolgen. Zij kwamen uit Amsterdam.

Lydia Luyten met haar zoon Milo voor haar onbewoonbaar verklaarde woning aan de Krienestraat in Swolgen (foto afkomstig uit een dagboekje van Lydia Luyten)
Bijna iedereen maakte gebruik van de toentertijd geldende contraprestatieregeling voor beeldende kunstenaars die voorzag in een uitkering op bijstandsniveau. Om voor deze regeling in aanmerking te komen werd je werk beoordeeld door een commissie en als die haar fiat gaf bepaalde die tevens hoeveel daarvan je moest inleveren bij de gemeente om die uitkering min of meer te compenseren (contraprestatie). Op het gemeentehuis en bij de sociale dienst kwam je het overal tegen en de rest verdween in de kelders van het gemeentehuis. Ik acht het zeer waarschijnlijk dat zich in het depot van de gemeente Horst aan de Maas ook werk van Rein Bril bevindt.

Rein Bril (foto afkomstig uit Maarten Beks, Rein Bril)
Verder noem ik Joost Nuissl (hij woonde in Broekhuizenvorst) die enorm veel succes had met ‘Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben’, dat tot stand kwam in samenwerking met de Vorster fanfare en Martijn Alsters, de fluitist, alsmede Nard Reijnders, saxofonist bij Herman van Veen, componist en muziekproducent.’

vrijdag 5 maart 2021

Intermezzo – Fusie

Zeggen dat de verhouding tussen Horst en Venray lange tijd wat gecompliceerd is geweest, is een understatement. Ter illustratie drie voorbeelden uit weekblad Peel en Maas. Het eerste dateert uit 1949:

‘Horst, dat sinds dat Venray geslagen machteloos neerligt, tracht ’t centrum van Noord-Limburg te worden. Dit achteruitzetten van Venray, dat tracht overeind te komen, is heel erg.’
Drie jaar later:
‘Allerlei oorzaken uit het jongste verleden tot in de grijze ouderdom hebben hier een allerminst prettige situatie doen ontstaan, die zelfs zeer verstandige mensen uit beide plaatsen lijnrecht tegenover elkaar zet. En dat niet alleen op een terrein zoals b.v. de voetbalsport, maar practisch op alle gebied.’
In 1960 vallen de Venrayse superioriteitsgevoelens amper nog te beteugelen:
‘We zijn chauvinist genoeg om diep in ons hart er van overtuigd te zijn, dat we Horst ver en ver overvleugeld hebben. Mochten we vroeger met Horst nog wel eens kiften, tegenwoordig vinden we dat die buurt-gemeente feitelijk geen partij meer voor ons is.’


Zestig jaar later zijn de scherpste kantjes er wel vanaf, dunkt me. Het dorpse Horst en het stadse Venray staan niet meer ‘practisch op alle gebied’ lijnrecht tegenover elkaar, maar voornamelijk of uitsluitend nog op (voetbal)sportgebied. Rivaliteit is gereduceerd tot folklore. Van de een die de ander achteruit probeert te zetten is niet langer sprake. Van kiften evenmin, hoogstens van plagen. Er zijn zelfs tekenen die erop duiden dat er iets moois aan het groeien is. Hoe vertederend bijvoorbeeld dat een aantal (helaas) overbodige Horster platanen vorige week in Venray een tweede leven hebben gekregen.


En wat te denken van het voorgenomen onderzoek naar een mogelijk samengaan van de lokale omroepen van Horst aan de Maas en Venray? Nog meer? Beide gemeenten werken op een aantal terreinen samen. En politiek Horst aan de Maas schaarde zich onlangs unaniem achter de oproep voor behoud van de huisartsenpost in Venray.  


De geschiedenis van morgen wordt vandaag geschreven. Kan het zo zijn dat de toenadering van vandaag de aanzet vormt tot de fusiegemeente van morgen of overmorgen? Ik zou er eerlijk gezegd niet rouwig om zijn en zou er ook niet van opkijken. Wel misschien tijd om alvast eens te gaan nadenken over een naam. Het wangedrocht ‘Horst aan de Maas’ heeft aangetoond dat je daar niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. Zullen we ‘Lollebeek’ al bij voorbaat uitsluiten van deelname? Net als alle opties waarin de woorden ‘Peel’ of ‘Maas’ voorkomen? En eigenlijk ook alles dat eindigt op ‘-beek’? Hoewel: op quasidiepzinnige namen als ‘Meanderstad’ of ‘Symbiose’ zitten we natuurlijk nog veel minder te wachten. Wat dacht u van ‘Varkensstal’? Of ‘Big City’? Of ‘Knortok’?

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag in ingekorte vorm in Via Horst-Venray)

donderdag 4 maart 2021

Ingezonden – Nu doorpakken

Nog een kleine twee weken en dan valt er weer iets te kiezen ... De ingezonden bijdrage van gisteren van Jan Duijf (klik hier) inspireerde Lotte Spreeuwenberg op haar beurt tot een ingezonden bijdrage:


NU DOORPAKKEN

Nu doorpakken... met een demissionair kabinet. (Verantwoordelijkheid nemen is voor linkse losers, toch?)

Nu doorpakken... met het negeren van institutioneel racisme. (Die belastingaffaire was gewoon een foutje, toch?)

Nu doorpakken... met het negeren van klimaatverandering. (Klimaatdoelen 2020, eh 2030, eh 2050, dat is nog ver weg, toch?)

Nu doorpakken... met het kapitaliseren van zorg. (Je kan gewoon voor die mensen klappen, toch?) 

Nu doorpakken... met het negeren van kinderen in Moria. (Naastenliefde geldt alleen voor 'ons', toch?)

Nu doorpakken... met het subsidiëren van multinationals. (Trickle down economics, toch?)

Nu doorpakken... met megastallen. (Massaal en machinaal omgaan met levende wezens: dát is vooruitgang, toch?)

Nu doorpakken... met het kapitaliseren van onderwijs. (Een studieschuld van € 50.000, dat is maar een jaartje werken, toch?)

Nu doorpakken... met Wopke's Vrekkige Vier in de EU. (Want eh, wat ik net zei over naastenliefde.)

Nu doorpakken... met het negeren van fascistische retoriek van collega's. (Het CDA is verbindend, neutraal en er zijn altijd twee kanten, toch?)

Nu doorpakken... met het negeren van woningnood. (Die verhuurdersinkomsten van dat extra huisje betalen zo fijn de studie van de kinderen, toch?).

Nu doorpakken... met halfslachtig pandemiebeleid. (Nederland loopt voorop, toch? Met vaccineren en zo? Huh, hoe bedoel je met besmettingen?)

Nu doorpakken.

Nu doorpakken?

Nu doorpakken?

Toch?

woensdag 3 maart 2021

Ingezonden – Kieswijzer voor Horst aan de Maas

Waar zouden we zijn zonder kieswijzer? Horst-sweet-Horst ontving van Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) een kieswijzer voor Horst aan de Maas:


KIESWIJZER VOOR HORST AAN DE MAAS

Wopke

Wopke of Knops

Wopke of Knops

Wopke of Knops

Wopke of Knops

Wopke of Knops

Wopke of Knops

Wopke of Knops

 

Knops 

Knops of Wopke

Knops of Wopke

Knops of Wopke

Knops of Wopke

Knops of Wopke

Knops of Wopke

Knops of Wopke

 

Wopke of Knops

Knops of Wopke

Wopke of Knops

Knops of Wopke

Wopke of Knops

Knops of Wopke

Wopke of Knops

Knops of Wopke

 

Wops of Knopke

Knopke of Wops

Wops of Knopke

Knopke of Wops

Wops of Knopke

Knopke of Wops

Wops of Knopke

Knopke of Wops

dinsdag 2 maart 2021

Intermezzo – Rein Bril (1)

Het oneindige laagland tussen Leunen en Castenray is niet bepaald het mooiste wat Noord-Limburg te bieden heeft. Akkers, stallen en her en der wat boerderijen, dat is het wel zo’n beetje. Geen omgeving waar je moderne kunst verwacht. Toch zou het zomaar kunnen zijn dat hier mijn eerste kennismaking met dit fenomeen heeft plaatsgevonden. 

Zo is het verankerd in mijn geheugen: begin jaren zeventig, ik ben een jaar of 6, rijd ik met mijn vader over de doorgaande weg van Leunen naar Castenray. Iets voorbij bushalte Het Schoor staat aan de rechterkant van de weg een bordje met het opschrift ‘Expositie’. We volgen het bordje en komen uit bij een oude boerderij. Daar woont Rein Bril, kunstenaar. Daar ook eindigt mijn herinnering. Hebben we de expositie bezocht? Hebben we Rein Bril gesproken, zijn werk gezien? Of kwamen we aan een gesloten deur? Soms zou je willen dat je herinneringen wat minder vaag zijn.

Balans-beelden, 2004; klik hier voor bron foto

Ik kon die boerderij daarna nooit meer passeren zonder de gedachte aan Rein Bril. Daar bleef het dan vervolgens ook bij. Totdat ik er laatst weer eens aan voorbijkwam. Na thuiskomst besloot ik een internetonderzoekje aan Rein Bril te wagen. Wie is of was Rein? Wat voor werk maakt(e) hij? Hoe raakte hij in die boerderij verzeild? Waarom en wanneer vertrok hij er weer? Exposeerde hij er inderdaad begin jaren zeventig?

Klik hier voor bron foto

Mijn hoop op internet zijn volledige levensverhaal aan te treffen bleek ijdel. Ik moet het doen met wat snippers. Samengevat: Rein Bril werd in 1945 geboren in het Groningse Usquert en overleed in 2012 in het Friese Twijzel, waar hij een beeldentuin had. Hij heeft op een aantal plaatsen gewoond, zo ook in Castenray, waar hij in 1970 of 1971 ‘mijn’ in vervallen staat verkerende boerderij (‘Vens Pláts’) kocht van Mia Weijs. In 1976 zou hij in Broekhuizenvorst hebben gewoond. 1978: ‘In Galerie Libra in Broekhuizen exposeert schilder-tekenaar Rein Bril. De galerie wordt gerund door zijn vrouw.’ 

Hij maakte driedimensionaal werk, schilderijen, aquarellen en pentekeningen. Zijn werk werd vanaf 1965 op tal van plaatsen geëxposeerd. In het Franse Gondrin vond in 2016 zelfs een postume solo-expositie plaats, een voortvloeisel uit een lang verblijf in Frankrijk. Twee jaar eerder was werk van hem te zien op een expositie in het Venrays Museum. 

De vader / warrior, 2005; klik hier voor bron foto

Heeft iemand meer informatie over Rein Bril en meer in het bijzonder over zijn Noord-Limburgse tijd? Laat het me svp weten via horstsweethorst@gmail.com!

(Dit stukje verscheen op 16 september 2020 in iets andere vorm in Via Horst-Venray)

zondag 28 februari 2021

Intermezzo – Arbeidsmigranten (2)

Afgelopen dinsdag sprak de Horster gemeenteraad weer ruim anderhalf uur over arbeidsmigranten en hun huisvesting (klik hier en ga naar 22 minuten). Geërgerd vroeg Eric Brouwers (CDA) zich af hoe het kan dat de huisvesting van arbeidsmigranten zó vaak op de agenda staat. Tja, hoe zou dat komen? Burgemeester Ryan Palmen gaf het antwoord dat het geachte gemeenteraadslid zelf ook wel had kunnen verzinnen: omdat dit een belangrijk maatschappelijk vraagstuk is én omdat het gepraat erover aantoont dat naar oplossingen wordt gezocht.


De inbreng van Eric Brouwers getuigde, net als die van Yvonne Douven (VVD), trouwens op wel meer punten van een schrijnende naïviteit. Of is het blindheid voor de feiten? Eric Brouwers: ‘Het uitgangspunt in de diverse dialogen is dat er wandaden zijn rond de huisvesting van arbeidsmigranten. Ik ken ze niet. Op het moment dat iemand ze weet, zou ik ze graag willen horen.’ Yvonne Douven: ‘De SP heeft het over betere arbeidsvoorwaarden. Ik vind dat echt iets uit de prehistorie. Ik wacht nog steeds op de voorbeelden, ik krijg ze nooit van iemand, kom ermee.’


Onbegrijpelijk dat beide raadsleden zo volstrekt buiten de Horster realiteit leven, maar ik wil ze best even aan het handje nemen en wat voorbeelden van wandaden opsommen: woekerprijzen voor kamers, huisvesting door de werkgever, exorbitante vergoedingen vragen voor het gebruik van wasmachines, met teveel mensen in te kleine ruimten moeten leven, van de ene op de andere dag uit je huis worden gezet, huisvestingskosten inhouden op het loon, nóóit een vast contract krijgen, rondpompen van werknemers, overuren niet uitbetaald krijgen, coronaregels aan de laars lappen, stelselmatig te veel uren moeten maken, geen oog voor gezondheidsbelangen. Enzovoort enzovoort. Kijk anders ook even op Horst-sweet-Horst, Eric en Yvonne, zoek daar op ‘Polen’ of ‘arbeidsmigranten’ en je vindt beslist nog meer voorbeelden.


Gelukkig zijn er ook partijen met meer oog voor de werkelijkheid. Zo pleitte de SP voor huisvesting onder regie van de gemeente. Is me uit het hart gegrepen omdat de afgelopen 25 jaar hebben aangetoond dat werkgevers deze verantwoordelijkheid niet aankunnen (de weinige goede uitzonderingen niet te na gesproken).


D66+GroenLinks is voorstander van een pas op de plaats, zo bleek uit de bijdrage van Eveline Baas: voorlopig geen vergunningen meer voor huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied, eerst maar eens orde op zaken stellen. ‘Daarvoor is het nu niet het juiste moment’, aldus Richard van der Weegen (PvdA), die verder het kritische betoog van D66+GroenLinks grotendeels onderschreef.


Besluiten werden dinsdag nog niet genomen, eerst wordt er verder gepraat. Tot twee keer toe in april, maar ook komende dinsdag al. Ongetwijfeld tot ergernis van Eric Brouwers. Tip voor hem en ook voor Yvonne Douven: diezelfde dinsdag organiseert de SP Limburg een livestream over arbeidsmigratie. Een van de sprekers is Bart Plaatje van de FNV, die zich al enige tijd bezighoudt met de uitbuiting van arbeidsmigranten. Misschien toch even naar luisteren, Eric en Yvonne, hij zal mijn lijstje met voorbeelden ongetwijfeld kunnen aanvullen. Klik hier voor meer informatie over deze livestream. 

vrijdag 26 februari 2021

Intermezzo – Zonneweides (1)

Iedereen wil het, maar niemand wil ze. Zo zou je in zeven woorden kunnen samenvatten hoe Nederland over duurzame energie denkt. Iedereen is er voorstander van, maar zodra er plannen zijn voor windmolens of zonneweides bij hem of haar in de achtertuin, begint iedereen te steigeren. Zo ook in Horst aan de Maas. Op die manier wordt het natuurlijk nooit wat met die ‘energietransitie’, zoals het in jargon heet.


Wat kan helpen bij het ‘meenemen’ van burgers is eerlijke en duidelijke communicatie. Beide ontbreken vooralsnog bij ‘Energielandschap Mariapeel’ in en om America, Griendtsveen en vooral Evertsoord. De verantwoordelijke Horster wethouder, Thijs Kuipers (D66+GroenLinks), reageerde in mei vorig jaar furieus op plannen voor een zonne-energiepark van honderd hectare in Evertsoord. En wat gebeurt er? Een half jaar later scheidt de gemeente Horst aan de Maas onder regie van diezelfde wethouder een nota af waarin het gebied tussen Mariapeel en Midden Peelweg in en om Evertsoord, America en Griendtsveen wordt aangemerkt als ‘kansrijk’ voor 250 à 300 hectare zonneweides, mogelijk aangevuld met drie windturbines.


In de nota heet het dat dit gebied onder meer ‘interessant om te verkennen’ is vanwege de openheid van het landschap en de functionele verkaveling (grote, rechthoekige kavels). Als liefhebber van die voor Horst aan de Maas unieke oneindige leegte (waarachter een verhaal van eeuwen schuilgaat) lijken me dat dan juist argumenten om niet eens aan die verkenning te beginnen. En aanvoeren dat ‘De Mariapeel eigenlijk altijd al een energielandschap [is] geweest’, is een gelegenheidsargument, een doelredenering, een gotspe. Met evenveel recht zou je kunnen zeggen ‘De Mariapeel is altijd al het haasje geweest, nu moet het maar eens de beurt zijn aan een ander gebied’. 


De nota wekt de schijn dat alles nog open is. Het begrip ‘verkenning’ draagt daar aan bij. Maar als je goed en hier en daar een beetje tussen de regels door leest, kom je tot de conclusie dat als Horst aan de Maas zonneweides krijgt, het al een uitgemaakte zaak is wáár die komen en dat de verkenning meer bedoeld is voor het hoe en wat. Dat kan en mag, maar ben er dan gewoon eerlijk en duidelijk over.


In de nota staat wel heel duidelijk dat ook de mogelijkheden voor windenergie in Evertsoord worden verkend: ‘Er is ruimte voor drie windturbines in lijnopstelling.’ En wat schrijft gemeenteraadslid Frenk Peeters (CDA) anderhalve week geleden op Facebook (klik hier): ‘Bevestiging van Thijs Kuipers gekregen dat windturbines in dit oriëntatiegebied niet aan de orde zijn.’ Als bestuurder moet je er dan niet héél vreemd van opkijken als al dit gedoe leidt tot burgergesteiger (te meer omdat juist vorige week een aantal deskundigen in Nieuwsuur (klik hier) grote vraagtekens zette bij de noodzaak van zonneweides).

(Dit stukje verscheen afgelopen woensdag in iets verkorte vorm ook in Via Horst-Venray)