maandag 18 november 2013

Intermezzo – Circus

È arrivato … Zampanò!

Gelsomina! Gelsomina! Gelsomiiina!

Gisteren Wittenhorst z’n eerste overwinning van dit seizoen voor de poorten van de hel zien wegslepen. Voor magische momenten moet je even niet op sportpark Ter Horst zijn. Gelukkig kun je daarvoor elders in de Moelbaerenbos wel terecht. Op het ruiterterrein (‘ruutertrein’ in goed Horster) bijvoorbeeld. Daar was vorige week Circus Renz neergestreken. M’n neefje en nichtje hadden kaartjes weten te bemachtigen voor de avondvoorstelling op dinsdag. Aan mij de schone taak beiden na afloop veilig huiswaarts te loodsen.
Omdat de voorstelling om half tien zou zijn afgelopen vervoegde ik me omstreeks kwart over negen op het ruiterterrein. Het werd half tien, het werd kwart voor tien, het werd tien uur – en het circus ging maar door. Normaalgesproken iets om zo niet woedend dan toch in elk geval geïrriteerd over te raken. Dit keer niet. Het wachten was een genoegen dat van mij wel tot de volgende morgen had mogen voortduren: het aardedonkere ruiterterrein met in het midden de verlichte circustent cum annexis, het schijnsel van de circusverlichting dat de bosrand scherp deed afsteken tegen de bewolkte hemel, de nep-grandeur van de kassa’s en de toegang tot de tent, de jongleur die z’n act er alweer op had zitten en terugsjokte naar z’n sleurhut. Maar toch vooral de geluiden die opklonken uit de tent, zo sterk contrasterend met de gewijde stilte van het ruiterterrein. De kreten van ontzetting, de bevrijdende lach, het ritmisch handgeklap, het gefluit, het gejoel. En dat allemaal begeleid door een begeesterend orkestje (helemaal in de nok van de tent geposteerd, zo hoorde ik later van neef en nicht). Zonder het te zien kreeg je zo toch mee wat zich binnen afspeelde. Magische momenten!
De volgende dag keerde ik terug om tijdens de middagvoorstelling de magie nogmaals te vangen – tevergeefs natuurlijk. Geen feeërieke verlichting van circustent en omgeving meer. Kassa’s en entree waren alweer onderweg naar de volgende standplaats. Shovels reden af en aan om ook de rest van de bijgebouwen vervoersklaar te maken. Geen spoor meer van de jongleur. Wel van de getatoeëerde ‘kleine lilliputter’ (© neef & nicht) overigens, die zich bij z’n caravan van z’n schmink ontdeed. En het dient gezegd: orkestje en publiek zorgden samen andermaal voor een indrukwekkend soundscape.
Een en ander leidde tot de onbedwingbare behoefte La strada voor de zoveelste keer terug te zien (klik hier en hier). Want ondanks de superieure Britse humor van Red Nose of Courage (1992; over John Major, zoon van een circusartiest en zelf een zeer middelmatige clown die het desondanks weet te schoppen tot Engels premier; klik hier) en het aangrijpende Italiaanse juweeltje La pivellina uit 2009 (niet te vinden op YouTube, wel op dvd, bij uitstek geschikt als Sinterklaascadeau) blijft het meesterwerk van Federico Fellini uit 1954 natuurlijk de beste circusfilm ooit. Ongegeneerd sentimenteel, maar ook melancholisch en ontroerend. Een roadmovie bovendien, zich afspelend in een desolaat naoorlogs Italië. Ook na zestig jaar nog altijd even betoverend, mede dankzij de muziek van Nino Rota (klik hier).
Signore, signori … Zampanò!

Gelsomina! Gelsomina! Gelsomiiina!

Ingezonden – De witte kont van de broeikas aan de Hofweg

Het moet niet te gek worden: alwéér een ingezonden bijdrage. Zo wordt het nog eens wat. Het stukje is ditmaal van Jan Duijf (voor alle duidelijkheid: die uit de Kloosterstraat in Horst en dus niet die van Cambrinus) – waarvoor dank. Reacties zijn zoals altijd welkom, net als nieuwe ingezonden bijdragen. 

De witte kont aan de Hofweg is. En staart ons recht in het gezicht. En laat elke keer als je haar passeert een gore en vies stinkende scheet recht in je smoel.
Als u een lezer bent met taalgevoel en een taalspelletjesliefhebber, dan volgt u mij nu zonder dralen, en zegt u drie keer, drie maal achter elkaar: ‘broeikaswand’. Met telkens de nadruk op de eerste lettergreep. Het is de uitdaging en de kunst om te huppen van de verliefde, via de onverschillige, naar een pissige toon. Dat biedt de beste garantie voor een optimaal taalgenot. Persoonlijk heb ik een lichte voorkeur voor de kwaaie uitdrukkingsvorm van het woord ‘broeikaswand’. Nauwelijks bijgekomen van de volstrekt logische samenstelling van het woord, en zijn verpletterende visuele indruk, krijg ik het ternauwernood uit mijn strot. Persen past in zijn ritmiek prima bij de tot het staccato uitnodigende woordklank: broei-kas-wand. De beloning is des te groter als het dan toch lukt: verbijstering en verplettering verenigd in een samensmelting van klank en ritme. Een diepe ontroering is dan mijn deel.
Ik respecteer, nee: bewonder; de mensen op de schrale zandgronden die zo capabel zijn om de nodige vruchten (en bloemen) te plukken van een slimme vorm van klimaatbeheersing. De glastuinderij houdt de regen, hagel en sneeuw buiten en de hagelkruizen kunnen worden opgeborgen in de monumentenzorg.
Mijn kinderen hebben gelukkig allemaal de luxe van het werken in de kas mogen ervaren: voor hen geen bittere koude of helse regenbuien op de aardbeienplak. Zij kennen geen rugkrommend delven van wit goud.
De valse romantiek van het Aardbeienland kan mij niet bekoren. Bij ons op de plak kregen we geen pannenkoeken of aardbeienijs. Laat staan een lekker pilsje. Het was hard aanpoten.
Ja, de tuinbouw achter glas betekent in meerdere opzichten een verlichting.
Tot op de dag van vandaag ben ik nieuwsgierig naar broeikasproducten. Ik wierp altijd een spiedende blik door het broeikasglas om te kunnen genieten van een kleurrijk mozaïek van knalrode, -gele of -groene paprika’s, de tros- en lekkere tomaten, de harige augurken en handgemaakte gerbera’s. Ik hoop vooral, en telkens weer, een glimp op te kunnen vangen van de tijdloze en romantische rode roos. Maar, die broeikas hoort helaas bij het verloren landschap van mijn jeugd. De moderne broeikaswand is ondoorzichtig wit. Ik mag geen groente- of bloemengluurder meer zijn.
De agrarische lobby is groot voorstander van de zelfgroeiende broeikas. Voor sommigen is de kont van de moderne, grote broeikas als een oogverblindend blinkende witte parel in een verder saaie omgeving van eeuwig groen. Volgens deze vernieuwers moet je de driehonderd meter lange, en vijftien meter hoge, witte rechthoek aan de Hofweg hoogstens verstoppen achter een gesubsidieerde boom of een door Europa betaalde heg. Ze zijn te beroerd om daar werk van te maken. De gemeente steekt geen vinger uit.
De witte kont aan de Hofweg is. En staart ons recht in het gezicht. En laat elke keer als je haar passeert een gore en vies stinkende scheet recht in je smoel. 

Klein mysterie 501 – LOG Krabbenborg

Experimenteel-absurdistisch toneelgezelschap Sisyphus Revisited trekt momenteel in het hele land volle zalen met de eenakter LOG Krabbenborg. Twee weken geleden deed het gezelschap Horst aan de Maas aan. De raadszaal van het gemeentehuis vormde het decor voor een memorabele voorstelling. Voor degenen die er niet bij konden zijn: hier (punt 2) is de voorstelling in haar geheel terug te beluisteren. Horst-sweet-Horst maakte er een representatieve samenvatting van.
Richard: ‘Ik mis LOG Krabbenborg in het overzicht.’
Huub: ‘LOG Krabbenborg is als zoekgebied LOG benoemd. Het hoort niet bij de vier projectvestigingen waarvoor een structuurvisie is vastgesteld.’
Richard: ‘Daar ben ik verbaasd over. We hebben toch gezegd dat we LOG Krabbenborg activeren?’
Els: ‘Dit wil niet zeggen dat het geen LOG meer is. LOG Krabbenborg blijft LOG. Maar LOG Krabbenborg is zometeen geen zoekgebied meer, dat is in een bestemmingsplan verankerd.’
Richard: ‘Maar wij hebben in onze structuurvisie toch opgenomen dat het een LOG is?’
Els: ‘LOG Krabbenborg hebben wij in onze structuurvisie opgenomen als plek waar nieuwvestiging mag plaatsvinden. LOG Krabbenborg ís ook een LOG, alleen verankerd in een bestemmingsplan.’
Richard: ‘Dat onderscheid begrijp ik niet.’
Henk: ‘Hoe zit Horst aan de Maas in de discussie over de zoek-LOG’s? Ik ben er zelf geen voorstander van zoek-LOG’s meteen te schrappen. Welke instrumenten heb je om de zoek-LOG’s al dan niet actief te maken? Ik denk dat dáár meer de pijn zit, dan dat we van de zoek-LOG’s af zouden moeten.’
Huub: ‘In een aantal zoekgebied LOG’s zijn bedrijven gevestigd. We zetten nu meer in op duurzame locaties dan dat we inzetten op: “Dáár ligt een gebied en dáár moet het landen”. Als dat een duurzame locatie is, kan dat als het ware op dezelfde manier gerealiseerd worden als vóór deze POL-aanpassing.’
Richard: ‘Maar dat gaat dan toch niet om nieuwe bedrijven, denk ik?’
Huub: ‘Áls dat nieuwe bedrijven zouden zijn, en we zóuden die afweging máken, dan kán dat op een duurzame locatie. Die locatie kán in een LOG liggen, maar die kán ook elders liggen. Eerder zeiden we: “Allemaal naar het LOG wat betreft nieuwvestiging.”’
Richard: ‘Dan moeten we de reconstructiewet ook gaan aanpassen!’
Els: ‘Nee, maar het gaat om nieuwvestiging van een bedrijf op een bestáánde locatie. Want de structuurvisie heeft heel duidelijk aangegeven: alleen nieuwvestiging in LOG Witveld en in LOG Krabbenborg. LOG Krabbenborg heeft zometeen een bestemmingsplan. En in dat bestemmingsplan is verankerd dat daar nieuwvestiging mag plaatsvinden. Het heeft dus geen nut meer dat op een POL-kaart neer te zetten. LOG Krabbenborg heeft nog geen status van projectvestigingsgebied, maar verankering is juridisch in het bestemmingsplan opgenomen.’
Els: ‘Duidelijk? Nee? Dan gaan we dat schriftelijk heel helder uitleggen.’
Joop: ‘Ik denk toch wel euhh … dat het bij de meesten euhh … ongeveer euhh … duidelijk is.’
Huub: ‘Het allereerste is te komen tot een duurzame locatie.’
Henk: ‘Maar in hoeverre is dat strijdig wat we in de structuurvisie hebben afgesproken met het IV-fonds?’
Huub: ‘Welk fonds? Het UV-fonds?’
Henk: ‘Het IV-fonds!’
Huub: ‘In de structuurvisie hebben wij afgesproken op welke manier we het gemeentelijk kwaliteitsmenu in werking willen zetten. Dat staat los van de vraag of het een LOG is of geen LOG, maar in de structuurvisie is dit verankerd.’

maandag 11 november 2013

Klein mysterie 500 – Sintermerte (2)

Sintermertesveugelke
Háj en roëd keugelke
Háj en blauw stertje
Huupsa Sintermerte

Zaterdagnacht tot half vier wakker gelegen van een feestje met bonk-bonkmuziek in de buurt. De politie bellen met het verzoek een einde te maken aan het geweld was natuurlijk een aantal bruggen te ver. Sowieso sta je weinig uit met vier delen dagboeknotities van C. Buddingh’ binnen handbereik.  
Laat ik me vooral ook gelukkig prijzen dat ik nu leef en niet honderd jaar geleden. Toen ging Horst pas écht gebukt onder geluidsoverlast. Veroorzaakt door Sintermertes veugelke zingende schoolkinderen. Niet zoals tegenwoordig (met uitzondering van vorig jaar dan) op 10 november aan de vooravond van de naamdag van Sint Maarten tussen 17.30 en 18.15 uur, nee, een hele week. Uit de Nieuwe Venlosche Courant van 12 november 1914: ‘Aanvankelijk geschiedde dat [zingen] enkel in den vooravond, doch allengs begonnen de kinderen dagen te voren en enige dagen na den dag, zoodat het een octaaf was geworden.’ En maar schooien om snoep, die kinderen. De krant sprak er schande van: ‘Behalve dat het verkeerd is kinderen op deze manier eenigszins aan ’t snoepen te wennen, hadden ouders, die afkeurden hun kinderen ’s avonds zoo laat op straat te laten rondslenteren, last hunne kleintjes thuis te houden. Zij vinden dat rondtrekken met brandende fakkel te prettig en zanikten tot ook zij meemochten.’ En die slappe ouders nog toegeven ook, met als gevolg dat hun medeburgers gedurende een week urenlang bij hun voordeur dienden te bivakkeren: ‘Veel last veroorzaakte dit aan de ingezetenen, ze konden aan de deur blijven staan.’   
Als dit één ding duidelijk maakt, is het wel dat ouders destijds sidderden voor hun kroost. Kinderen hadden thuis de broek aan. Kom daar bij de jeugd van tegenwoordig nog maar eens om. Ik heb het al vaker gezegd: watjes zijn het, die jongeren van nu. Slappe hap. Laten hun oren hangen naar ouders en leraren. Eén keer per jaar een feestje met een halve nacht bonk-bonkmuziek en dat is het dan. De jeugd van tegenwoordig is de slechtste jeugd van tegenwoordig sinds mensenheugenis.
Wat helemaal ergerlijk is aan de jeugd van tegenwoordig is dat ze te beroerd is om Sintermertes veugelke te zingen. Dat was zelfs in mijn jeugd nog wel anders. Sintermertes veugelke was het one and only Sint-Maartensliedje, zelfs kinderen die het Horster dialect niet machtig waren zongen het. Tegenwoordig is Sintermertes veugelke overvleugeld door de meest stompzinnige Nederlandstalige varianten. Dáár zouden Provinciale Staten zich eens druk om moeten maken.
Zelf heb ik gisteren een daad gesteld. Sintermertesveugelkezingers kregen een Mini Mars in hun rugzak (nog zoiets) gestopt. Zangers van andere liedjes moesten het doen met een voorverpakte toffee die zich slechts met behulp van hamer en beitel van de tanden laat verwijderen én met de mededeling dat ze bij ongewijzigd gedrag volgend jaar helemáál nergens meer op hoeven te rekenen. Dat zal ze leren, die jeugd van tegenwoordig.

Klein mysterie 499 – Zwembad (2)

‘Als een gemeente afhaakt, is het “einde regionaal bad”’, kopte Dagblad De Limburger een week geleden.
Twee dagen later haakte Peel en Maas af en nog diezelfde dag besloten Horst aan de Maas en Venlo te onderzoeken of ze niet samen kunnen doorgaan. Op weg naar iets wat dan wel geen regiozwembad meer zal heten, maar Intergemeentelijk Zwembad of Venlohobad. Nee, op de naam zal het niet stuklopen. Waarop dan wel? Voor het gemak somde verantwoordelijk wethouder Ger van Rensch in Dagblad De Limburger van donderdag de beren op de weg even op: de locatie, de grondprijs, de baangarantie voor het personeel van het huidige zwembad De Berkel en het draagvlak bij de bevolking. Dan weet je één ding zeker: dat bad komt er nooit.  
Was dat hele onderzoek naar een regionaal zwembad eigenlijk wel zo’n wijs idee? Waarom heeft het gemeentebestuur er opdracht toe gegeven? Heeft de gemeenteraad zich ooit uitgesproken over de noodzaak of wenselijkheid van het onderzoek? Een belangrijk deel van m’n weekend heb ik besteed aan een zoektocht naar een antwoord op deze vragen. Nooit moeten doen natuurlijk: volkomen de weg kwijtgeraakt. Onderweg wel wat snippers opgeraapt:
-          22 mei 2012, gemeenteraadsvergadering (ga naar 33.25 minuten). Wethouder Van Rensch deelt de gemeenteraad mee dat bureau ConVisie onderzoek verricht naar privatisering van zwembad De Berkel: ‘Dit gaat kijken welke range van mogelijkheden er is. Dat gaat van handhaving tot volledige privatisering en alle mogelijke tussenvormen. Het college verwacht nog voor het zomerreces met de uitslag hiervan te komen.’ Dit rapport, de ‘uitslag’ en de bespreking ervan door de gemeenteraad kan ik dan weer nergens vinden;
-          28 juni 2012, Omroep Venlo: ‘Volgens wethouder Ramon Testroote loopt er een onderzoek naar de haalbaarheid van een groot regionaal zwembad voor meerdere gemeenten.’
-          11 september 2012, gemeenteraadsvergadering (klik op agendapunt 3b). Wethouder Van Rensch kondigt een notitie aan over ‘besparingsmogelijkheden’ voor de exploitatie van het zwembad. Geen mededelingen over het onderzoek naar een regionaal zwembad. Ook geen gemeenteraadslid dat daarnaar informeert;
-          31 oktober 2012. De Venlose gemeenteraad geeft het gemeentebestuur opdracht tot een haalbaarheidsonderzoek naar onder meer een regionaal zwembad;
-          15 november 2012. Een grote regionale delegatie, waaronder wethouder Van Rensch, bezoekt zwembaden te Overpelt en Gent. ‘Leerzaam en nuttig voor beeldvorming’, twittert de wethouder;
-          20 november 2012, gemeenteraadsvergadering (klik op agendapunt 4). Op de agenda de in mei aangekondigde notitie. Daarin wordt gedetailleerd uiteengezet hoe het tekort op zwembad De Berkel omlaag wordt gebracht van 731.107 euro in 2011 naar 391.377 euro in 2016. Geen woord over een regionaal zwembad en het privatiseringsrapport van ConVisie. Ook geen gemeenteraadslid dat daarnaar informeert;
-          9 april 2013, gemeenteraadsvergadering (klik op agendapunt 3b). Wethouder Van Rensch deelt de gemeenteraad mee dat Horst aan de Maas samen met de gemeenten Peel en Maas en Venlo deelneemt aan een onderzoek naar ‘de haalbaarheid van een regionale zwemvoorziening’. De wethouder: ‘Als de conclusie is dat het een haalbare voorziening is, zijn we niet gehouden eraan mee te doen, maar kunnen we in discussie met de raad bepalen of we al dan niet meedoen aan dit project.’ PvdA-PK-gemeenteraadslid Richard van der Weegen: ‘Waarom doen we eigenlijk mee aan het onderzoek? Daarover wil ik graag met u in gesprek.’ De wethouder: ‘Dat kan.’ Of dat gesprek inderdaad heeft plaatsgevonden? Geen idee.  
Als onwetende buitenstaander komt het me voor dat het aanzienlijk praktischer was geweest als de essentiële vraag (‘Waarom doen we eigenlijk mee aan het onderzoek?’) vooraf was gesteld (en beantwoord) en niet pas achteraf. Inmiddels heeft de SP aangekondigd volgende week tijdens de gemeenteraadsvergadering met een voorstel te komen om te kappen met het onderzoek naar een regionaal dan wel intergemeentelijk zwembad. Andere partijen, het CDA voorop, zullen dat wel weer te prematuur vinden. Mij lijkt het een prima idee. 

Klein mysterie 498 – Eigen volk eerst

Dagblad De Limburger berichtte zaterdag dat de gemeente Horst aan de Maas eigen inwoners voorrang wil gaan geven bij de toewijzing van huurwoningen in hun dorp. Het gaat daarbij behalve om starters, doorstromers en ouderen ook om ‘personen die belangrijk zijn voor de lokale samenleving’. Denk daarbij, aldus de krant, aan mensen die werkzaam zijn in het onderwijs, bij hulpdiensten of in de zorg in het betreffende dorp.
Om een indruk te krijgen hoe dit nieuws gevallen is, bezocht Horst-sweet-Horst het Horster kerkdorp Meterik en sprak daar een aantal dorpelingen. Zoals Drieka Fleurkens-Fleurkens (76). Dit krasse oudje is opgetogen over het plan. ‘Meterik terug aan de Meterikers. Geweldig! Ik kon me hier de laatste jaren nauwelijks nog verstaanbaar maken met al die import en buitenlanders. Gelukkig gaat dat nu weer veranderen. Zijn we weer fijn onder ons. Veel gezelliger.’
Ook Andy de Pauwe (26) ziet het gemeentelijk voornemen wel zitten: ‘Komt er eindelijk een woning voor mij in zicht.’ Is hij als werkloze dan belangrijk voor de lokale samenleving? ‘Wat dacht je wat! Ik heb hier een naam hoog te houden als ordeverstoorder. Ruitje intikken, graffiti, ’s nachts zingend over straat, vuilnisemmers omtrappen. Dat werk. Niet dat ik dat nou zo leuk vind, integendeel, maar voor de sociale cohesie in het dorp is het belangrijk dat de mensen iemand hebben waartegen ze zich kunnen afzetten. Die rol speel ik al jaren. Goed dat de gemeente daar nu ook het belang van inziet.’
Wie eveneens een mooie toekomst ziet gloren is Daisy Noordanus-te Braak (33). Daisy is oorspronkelijk afkomstig uit Weststellingwerf en sinds een jaar werkzaam bij de Meterikse afdeling van de HPU, de Hulpdienst voor Pekineesjes met Uitvalverschijnselen. ‘Wij doen heel belangrijk werk, maar het blijft vaak wat op de achtergrond. Mooi op deze manier erkenning te krijgen en dat ik het tuinhuisje aan de Schadijkerweg waarin ik nu verblijf kan verruilen voor een echte woning. Ik had me er al helemaal bij neergelegd dat het Horst zou worden.’
Grad Brabbels (58) verheugt zich al evenzeer op een nieuwe woning. ‘Ik mag dan wel niet geboren zijn in Meterik, ik woon hier al dertig jaar. Bovendien ben ik onmisbaar. Elke vrijdagmiddag kalk ik de lijnen op de voetbalvelden. Zonder mij geen voetbal in Meterik, dus laat die woning maar komen.’
Ook Frans Botermans (49) vermoed dat zijn kostje wel is gekocht. ‘Stamboomonderzoek heeft uitgewezen dat de eerste Botermansen zich in 1538 in Meterik vestigden. Als dat nog geen woning oplevert …’ Zijn buren hebben het minder goed getroffen, aldus Frans: ‘De voorouders van mijn linkerbuurman, Jan Bracken, kwamen net een jaartje later naar Meterik dan die van mij. Die van mijn rechterbuurman, Hay Stenniskens, zaten hier daarentegen al in 1323. Maar Hay heeft weer de pech dat z’n vrouw Coba uit Hegelsom afkomstig is en dan beland je onderaan de lijst. Om toch voor een woning in aanmerking te komen, overweegt Hay nu om te gaan scheiden.’
Sjaak Hemmen ten slotte is sceptisch over het gemeentelijk voornemen: ‘Zou geweldig zijn natuurlijk. Maar gaat het wel echt gebeuren? Met die toestroom van arbeidsmigranten? Ik geloof er weer niets van. Wacht maar af in januari als er weer een hoop van dat spul hier naar toekomt. Is weer politiek gewauwel, bah.’

Klein mysterie 497 – Appie (2)

La nostalgie n’est plus ce qu’elle était. Nostalgie is ook niet meer wat het was. Deze prachtige titel gaf de Franse actrice Simone Signoret mee aan haar in 1976 te boek gestelde memoires.
Ik moest eraan denken toen ik me verdiepte in de jongste actie van het lokale filiaal van Albert Heijn.
Nostalgische mokken van Horst. Daarbij denk ik aan vrouwen met toeren, aan mannen op klompen, aan hoepelende kinderen met pofbroeken. Aan koetsen, aan bakkers met bakfietsen, aan een heel enkele auto die slechts in beweging komt na handmatig te zijn aangezwengeld. Aan gebouwen met sierlijk hekwerk, aan ramen met roedeverdeling, aan fraai vormgegeven gevels zonder opsmuk.
Albert Heijn heeft een heel andere opvatting van (Horster) nostalgie: neonreclame, kille metalen hekken, kunststoframen, schots en scheef geparkeerde auto’s en ga zo maar door. Nostalgie is ook niet meer wat het was.
Wat heeft Albert Heijn gedaan? Het heeft de in 1980 door Kring Horst van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) uitgegeven publicatie Dorpseigene Horst als uitgangspunt genomen.
Dorpseigene bevat foto’s en summiere beschrijvingen van een aantal behoudenswaardige panden in het centrum van Horst. Albert Heijn heeft nu (met toestemming, hoor) foto’s van acht panden uit Dorpseigene op een mok afgedrukt. Foto’s uit 1980 (of kort daarvoor) welteverstaan. Dus figureren op de mok van het voormalige postkantoor – om die maar als voorbeeld te nemen – van die typische jaren zeventig auto’s. Links, bij het oor, is een fragment zichtbaar van het naoorlogse pand van groenteboer Janssen dat intussen heeft plaatsgemaakt voor De Smidse. De gats tussen postkantoor en voornoemd pand is afgesloten door een angstaanjagend hek.
Allemaal nostalgie. Alleen anders dan de nostalgie die ik aanvankelijk voor ogen had. Toch moet ik zeggen dat dit ook wel iets heeft. Die vooroorlogse foto van het postkantoor in volle glorie met de ingang op de hoek, met die drie jongens op de voorgrond en met die auto vóór het pand die overduidelijk slechts in beweging komt na handmatig te zijn aangezwengeld, díe foto die kent iedereen nu wel. De foto op de mok met de grauwe jarenzeventiglelijkheid opent daarentegen weer heel nieuwe nostalgische werelden.
Zou Albert Heijn het ook zo bedoeld hebben? Of moest er op het laatste moment nog snel snel een eindejaarsactie worden bedacht? Ik hoop het eerste – ik vermoed het tweede. In dat vermoeden word ik gesterkt door de folder die de actie vergezelt. Die bevat behalve afbeeldingen van de mokken ook korte beschrijvingen van de afgebeelde panden. Geen actuele beschrijvingen, maar letterlijk uit Dorpseigene overgenomen beschrijvingen (zonder dat dit vermeld wordt). Dat leidt bijvoorbeeld tot deze tekst bij de mok van de Horsjoe Bar (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
‘Enkele jaren geleden gerestaureerd’? Vele jaren geleden al afgebroken, zul je bedoelen! Nostalgie pure!

maandag 4 november 2013

Klein mysterie 496 – Zwembad (1)

Hoewel in het trotse bezit van drie diploma’s heeft zwemmen nooit tot mijn favoriete bezigheden behoord. Een verklaring daarvoor ligt mogelijk juist in die diploma’s. A en B waren geen probleem en behaalde ik al op zevenjarige leeftijd. Daarna begon het gezeik. Onderdeel van zwemvaardigheidsdiploma I (in de volksmond ‘C’) was het opduiken van rubberen bordjes van de bodem van het zwembad. Voor mij een onoverkomelijke opgave, hoe goed ik ook m’n best deed. Misschien wel zes keer examen gedaan, telkens waren de bordjes het struikelblok.
Hoe ik uiteindelijk op 9 december 1975 toch in het bezit van het diploma ben gekomen, is me een raadsel. Vermoedelijk zal de examinator een oogje dicht hebben geknepen, hoewel zwembadtypes doorgaans geen oogjesdichtknijpers zijn. Manipulatie van mijn kant acht ik uitgesloten. Groter is de kans dat mijn vader met steekpenningen in de weer is geweest. In elk geval heb ik na deze lijdensweg weinig zwemwater meer van dichtbij gezien. Het schijnt dat je het nooit verleert en daar vertrouw ik dan maar op, mocht ik onverhoopt nog eens in de Kabroeksebeek belanden.
Ondanks bovenstaande heb ik enkele weken geleden mijn handtekening gezet onder de oproep ‘’t Zwembad mòt bliéve’. Daar was wel enige overredingskracht van een SP-activist voor nodig. Waarom zou een gemeente van 42 duizend inwoners namelijk wel een zwembad moeten hebben, maar geen overdekte schaatsbaan, schouwburg, casino, voetbalstadion of bioscoop? ‘Omdat een zwembad in tegenstelling tot de andere dingen die je opnoemt een basisvoorziening is, net als bijvoorbeeld een bibliotheek’, aldus de SP’er. Na nog wat tegengesputter, vooral voortkomend uit mijn hekel aan zwemmen, moest ik hem daarin uiteindelijk toch gelijk geven, met de handtekening als logisch gevolg.
Met het argument dat het zwembad een basisvoorziening is, verkeren de SP en ik overigens in onverdacht gezelschap. Verantwoordelijk wethouder Ger van Rensch zei een jaar geleden in Hallo Horst aan de Maas precies hetzelfde: ‘Het zwembad is een basisvoorziening en dat willen we graag zo houden.’ Toch gaf het gemeentebestuur (inclusief diezelfde wethouder) ongeveer tegelijkertijd opdracht tot een onderzoek naar één regionaal zwembad voor de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo. Dat roept de vraag op wat het gemeentebestuur verstaat onder ‘basisvoorziening’. Mag je een regiobad in Venlo of Panningen nog een basisvoorziening voor de inwoners van Horst aan de Maas noemen? ‘Ja’, zegt het gemeentebestuur – anders had het de opdracht voor het onderzoek niet verstrekt. ‘Nee’, zeg ik. Het woord is binnenkort aan de raden van de opdrachtgevende gemeenten. Het rapport wordt woensdag namelijk gepresenteerd. Maar de uitkomsten liggen nu al op straat. Eén, volstrekt voorspelbare conclusie: één regiobad is aanzienlijk goedkoper dan drie lokale.
De Venlose wethouder Ramon Testroote liet Dagblad De Limburger weten benieuwd te zijn of politici met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht durven te kiezen voor een regiobad. Daar ben ik eveneens razend benieuwd naar. Waar ik nog benieuwder naar ben: of Testroote met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht nog steeds zou durven te kiezen voor een regiobad mocht blijken dat het Horster industrieterrein of de omgeving van het AC Restaurant in Sevenum meer geschikt zijn voor vestiging van het regiobad dan de door hem geopperde Venlose locaties (Floriade- of Kazerneterrein).  

Intermezzo – Straatschrift Tienray

Ze moeten elke inwoner van Horst aan de Maas wel eens zijn opgevallen, de in gele of witte verf op het wegdek gekalkte nummers. Erfenis van de glasvezelkabelaanleg. Ook meer dan een jaar na dato houden ze op veel plaatsen dapper stand. Desondanks zal de tijd ooit z’n werk doen. En de herinnering aan de nummers vervagen. Behalve in Tienray dan.

Op 11 oktober twitterde beeldend kunstenaar en architectonisch vormgever Erik van Maarschalkerwaard uit Tienray: ‘Publicatie straatschrift tienray vandaag in kleine oplage verschenen (editie 2012-08 nrs. 13 t/m 22).’ Z’n tweet ging vergezeld van deze foto:
Hoewel de inhoud me nog volslagen duister was, trad ik als verzamelaar van Horstensia uiteraard terstond met Erik in contact om een exemplaar te bestellen. Dat bleek nog niet zo eenvoudig: ‘Vanwege het experimentele en lokale karakter van deze publicatie is besloten buiten de uitgeefinstituties, registratiebanken en grootschalige verspreidingskanalen, in te zetten op kleinschaligheid, isbn-loosheid en bol.com te laten voor wat het is. Er is voor gekozen digitaal gearchiveerd materiaal als basis te gebruiken om een papieren uitgave in een oplage van 2 stuks te maken. Uiteraard is de publicatie Straatschrift Tienray voor eenieder die er interesse in heeft in te zien (en zelfs verkrijgbaar) en desgewenst te huldigen, af te kraken, te recenseren of gewoon voor gezien aan te nemen.’ Van de vier genoemde opties koos ik voor de derde: recenseren – hetgeen tevens de opties 1 (huldigen) en 2 (afkraken) niet uitsloot.
De opzet van het woordloze Straatschrift Tienray is doodsimpel: op de rechterpagina’s steeds een op het wegdek geschilderd nummer (oplopend van 13 tot en met 22), op de linkerpagina’s een tegen een muur gedrapeerde opgerolde oranje glasvezelkabel. Inclusief voor- en achterzijde 22 foto’s, dat is het hele boekje. ‘Saai, wat moet ik hier nu mee?’, zullen 99 van de 100 mensen zeggen. Laat ik nu net de honderdste zijn … Bij mij zet het doorbladeren van Straatschrift Tienray juist van alles in werking.
Had de glasvezelaar behalve sleuvengravers ook aparte nummers-op-wegdek-aanbrengers ingehuurd?
De nummers zijn in het boekje opeenvolgend. Zijn ze dat in werkelijkheid ook?
Hoeveel manieren zijn er wel niet om de 1 te schrijven?
20 is het enige nummer in het boekje waarvan beide cijfers met elkaar zijn verbonden. Zou dat bij andere tientallen eveneens het geval zijn?
Zou de kabelspaghetti op de bladzijde naast nummer 19 ooit zijn ontward?
De kabel verdwijnt bij de ene muur in een oranje slangetje en bij de andere in een zwart. Waarom?
In Horst kom ik ook veel witte nummers tegen, in Straatschrift Tienray zijn ze allemaal geel. Heeft dat kleurverschil iets te betekenen en zo ja wat?
Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan, maar ik neem aan dat u uit het voorgaande al kunt opmaken dat ik Straatschrift Tienray fantastisch vind. Mijn enige bezwaar is de kleinschaligheid, de isbn-loosheid en het laten van bol.com voor wat het is. 99 van de 100 mensen mogen het dan achteloos terzijde schuiven, dat betekent tegelijkertijd dat duizenden het fascinerend zullen vinden. Die laatsten blijven nu verstoken van dit juweeltje.

De meest intrigerende foto vind ik overigens deze:
Mijn verklaring: Tadeusz Koplin, de godvruchtige huisschilder uit het Mazurische Szczytno die tijdelijk door Gebroeders Van der Donk was ingehuurd als nummers-op-wegdek-aanbrenger heeft de verleiding niet kunnen weerstaan zijn handtekening achter te laten in Mariabedevaartsoord Tienray. De pijl duidt op de richting die hij wenst in te slaan nadat hij z’n laatste levensadem heeft uitgeblazen.

Klein mysterie 495 – Ruëpe

‘Doa ginge weej vroeger duk ruëpe.’
Een zin die ik vrijdag opvang als een conversatie gaande is tussen drie Melderslose mannen die de pensioengerechtigde leeftijd te boven zijn. 
‘Ruëpe? Nog nooit van gehoord!’ Daar begrijpen ze alle drie niets van. Ruëpe is toch een doodnormaal Horster woord? Gevraagd naar de betekenis vallen ze desondanks een beetje stil: ‘Ruëpe … struëpe …’ Is ruëpe dan gewoon hetzelfde als struëpe (stropen)? Nee, beide begrippen liggen wel in elkaars verlengde, maar identiek zijn ze niet. Verder doorvragen leidt tot de conclusie dat ruëpe ‘vlaegelechtiger’ is dan struëpe. Ruëpe is nog net binnen de wet, struëpe er ver buiten.
Thuisgekomen natuurlijk meteen È maes inne taes en Zò bót ás en hiëp erop nageslagen. Géén ruëpe, struëpe trouwens evenmin. Maar het betreft hier dan ook eerder woordenlijsten dan woordenboeken. Het dialekt van de gemeente Meerlo-Wanssum van Th. van de Voort is  wel een echt woordenboek, toch komt ruëpe ook daarin niet voor.
In de Lottumse en Sevenumse internetwoordenlijsten staat het evenmin vermeld. Het Venrays woordenboek van W. Schols en G. Linssen dan? Zowaar, bladzijde 389:
Alleen is dit wel een heel andere betekenis dan onze drie Melderslose vrienden eraan toekennen. Met googlen komen we ook al niet veel verder. Eén resultaat slechts, uit een Overloonse woordenlijst: ‘ruëpe (geruëpt), struinen’. Daar zeggen wij volgens mij dan weer schupe tegen, hoewel È maes inne taes dat omschrijft als ‘ván hoês goan en óp zeuk ziën nár iets’.  
Dit laat een aantal opties open. Ik neem ze even met u door:
-          ruëpe is een normaal Horster woord met een betekenis die in het verlengde ligt van struëpe;
-          ruëpe is een normaal Horster woord met een betekenis die niet in het verlengde ligt van struëpe, maar in het verlengde van het Overloonse dan wel Venrayse stru(u)ëpe;
-          ruëpe is een woord dat in de gemeente Horst aan de Maas alleen in Melderslo wordt gebezigd en een betekenis heeft die in het verlengde ligt van struëpe;
-          ruëpe is een woord dat in de gemeente Horst aan de Maas alleen in Melderslo wordt gebezigd en een betekenis heeft die niet in het verlengde ligt van struëpe, maar in het verlengde van het Overloonse dan wel Venrayse stru(u)ëpe;
-          ruëpe is geen Horster woord en al helemaal geen Meldersloos woord. De drie Melderslose mannen die de pensioengerechtigde leeftijd te boven zijn hebben me gewoon wat op de mouw gespeld, zijn gniffelend naar huis gegaan en zien in mijn onnozelheid het definitieve bewijs van de superioriteit van de Melderslonaar ten opzichte van de Horstenaar.
Wie brengt licht in de duisternis?

Intermezzo – Populieren

Onlangs (op Arte) Teorema gezien, een film van Pier Paolo Pasolini uit 1968. Anderhalf uur genoten, hoewel ik er nog niet de helft van begreep (klik om ’m hier te bekijken – Engelse ondertiteling).

Dankzij Tante Pollewop meteen daarna ook het (bijna) gelijknamige boek gelezen. Even prachtig, al zou ik ook daarvan nog niet de helft weten te duiden.
In T(h)eorema barst het van de populieren. Niet dat ze een hoofdrol spelen, wel een belangrijke bijrol. Film en boek zijn doordrenkt van melancholie en Pasolini lijkt de populieren te gebruiken om die melancholie te verzinnebeelden. Ze staan bijvoorbeeld nooit in de volle zon, altijd in een flets, omfloerst licht.
‘De populieren die als doorschijnende kathedralen tegen de asgrauwe, nog ijzig koude lucht afsteken.’ (p. 70)
‘Op de achtergrond wordt het platteland zichtbaar, een trillend doorschijnend panorama van populieren waarvan de eerste blaadjes de aarzelende kleur van de aarde hebben, en de weinige knoppen nog zijn opgekruld als dorre bladeren.’ (p. 97)
‘Er zit iets onnatuurlijks in het onnoemelijke aantal populieren dat velden en hemel links, rechts, voor en achter omlijst; lijsten van populieren, zo weids als exercitiepleinen of oosterse esplanaden, of ook smal en afgemeten als grondvlakken van kathedralen. De ene doorzichtige rij na de andere tot in het oneindige: een schuine rij schijnt door een rechte rij heen; een rechte rij schijnt door een andere rechte heen, die er parallel aan loopt; en die schijnt weer door een volgende, die er loodrecht op staat.’ (p. 97-98)
‘De kathedralen van populieren volgen elkaar doorschijnend op maar lopen al snel vast op een muur van stilhangende mist.’ (p. 141)
‘Dan komt ze langs een kleine populiergaard waar de bomen dicht op elkaar staan in regelmatige, onafzienbaar lange rijen die verzweven in de droevig stralende zon.’ (p. 142)
Voor een top 5 van Horster populiergaarden is het nog wat vroeg. Wel zou ik alvast een lans willen breken voor het populierenbosje aan de Rotvenweg. Hooguit een hectare groot, desondanks filmische potentie van heb ik jou daar.
Pasolini beschouwt als ik het wel heb elke afzonderlijke populier als een kathedraal. Ik zou de populiergaard aan de Rotvenweg in z'n geheel als kathedraal willen bestempelen. Hoofdingang aan de Rotvenweg; priesterkoor daar recht tegenover, te bereiken via een breed middenpad; verder een imposant schip en machtige gewelven. Het prachtige ellipsvormige silhouet laten we dan nog buiten beschouwing (evenals de foeilelijke boerderette die het vrije zicht daarop belemmert).
Wat Pasolini links laat liggen is het ruisen van de populieren. Terwijl dat toch evenmin te versmaden is. Ook daarvoor kun je aan de Rotvenweg terecht, zowel in de zomer
als in de herfst (beluister het verschil door op beide pijltjes te klikken).
Welke Horster cineast gaat de filmische potentie van de populiergaard aan de Rotvenweg benutten? Mochten de heren (zijn er ook filmende Horster dames?) nog verlegen zitten om inspiratie dan kan ik ze behalve Theorema ook Novecento aanraden (ga naar 47.00 minuten; ook als het geen populieren mochten blijken te zijn blijft de scène geweldig):
En anders wel The Suspended Step of the Stork, een van de meesterwerkjes van de Griekse grootheid Theo Angelopoulos: