zaterdag 16 mei 2015

Ingezonden – Tweede kandidaat voor de Kasteelboerderij bestaat wel

Afgelopen maandag verscheen in Dagblad De Limburger een uitvoerig artikel over de Kasteelboerderij (lees het hier). Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) reageerde daarop met een (nog niet in de krant gepubliceerde) ingezonden brief. Jan stuurde een uitgebreide versie van die brief ook aan Horst-sweet-Horst. Horst-sweet-Horst is dankbaar voor elke ingezonden bijdrage, van wie dan ook, en publiceert die terstond. Komt-ze:

TWEEDE KANDIDAAT VOOR DE KASTEELBOERDERIJ BESTAAT WEL

‘JEDER SOLL NACH SEINER FASSON SELIG WERDEN’

In 1744, het jaar dat de Kasteelboerderij van het Huys ter Horst werd gebouwd, was Frederik de Grote van Pruisen de koning van de mensen die de huidige gemeente Horst aan de Maas bevolkten. Frederik II wilde dat zijn onderdanen op hun eigen manier (‘nach seiner Fasson’) gelukkig konden worden. Hij had tolerantie van andersdenkenden en -gelovigen hoog in het vaandel staan. Tot op zekere hoogte: tenslotte kon er maar één echt de baas zijn.
Frederik II van Pruisen
Tegenwoordig is het theoretisch de gemeenteraad die in Horst aan de Maas het hoogste gezag vormt. In de praktijk blijkt het in onze gemeente mogelijk te zijn dat een aantal CDA-prominenten ongezien een opzet maakt om een Rijksmonument in het bezit te brengen van een hen welgevallige ondernemer. Dit zonder ter zake deskundigen en belanghebbenden te raadplegen en uit te gaan van hun eigen lekenoordeel.

Ronduit beschamend is het botweg negeren van de belangen en wensen van de vrijwilligers van de Stichting Kasteel Huys ter Horst die samen meer dan 30.000 manuren aan de opbouw van het Horster kasteel gewerkt hebben. Het samenbrengen van het kasteel en de boerderij was de kroon op hun werk geweest. Daar hebben ze de gemeente herhaaldelijk om gevraagd. En voor het links laten liggen van deze mensen bij de verkoop van de kasteelboerderij is niemand verantwoordelijk? En niet voor het met een kluitje het riet insturen van de pers? De eenzijdige en manipulatieve berichtgeving in ons aller gemeentenieuws kan zo maar? Moeten we dan gaan denken dat deze kwalijke nieuwsvoorziening in Horst aan de Maas normaal is?

Aan de maatschappelijke discussie  in Horst aan de Maas over de gang van zaken heeft het gemeentebestuur (het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en de burgemeester) blijkbaar geen enkele boodschap. Serieuze vragen van bezorgde en betrokken burgers worden door het gemeentebestuur keihard genegeerd. Ik denk dat ook in Horst aan de Maas de moderne, mondige burger veel waarde hecht aan transparantie van het bestuur en een eerlijke voorlichting door de gemeente. We leven toch niet meer in de tijd van Frederik de Grote? 

Waar staat geschreven dat je alleen op de CDA-manier zalig kunt worden? Ik bedank er in ieder geval feestelijk voor.

Jan Duijf
Kloosterstraat

maandag 11 mei 2015

Klein mysterie 645 – Wanksy

Zou Wanksy dan werkelijk Het Kanaal zijn overgestoken? Of heeft Horst aan de Maas zijn eigen Wanksy-epigoon? U zult het vast niet geloven, maar die vragen houden me momenteel meer bezig dan de hele Kasteelboerderijsaga.

Nietsvermoedend fietste ik gisterochtend in afwachting van de kraker tussen Wittenhorst en Someren onder een heerlijk voorjaarszonnetje over de Graafsebosweg, precies op de grens van de voormalige gemeenten Horst en Sevenum. Bijna gearriveerd op de kruising met de Kronenbergweg viel mijn oog ineens op een op het wegdek aangebrachte tekening van iets dat onmiskenbaar het mannelijk geslachtsdeel moet voorstellen.
Normaalgesproken zou ik de tekening met belangstelling hebben gadegeslagen en doodgemoedereerd zijn verder gefietst: graffiti van het mannelijk geslachtsdeel zijn zelfs in het zo graffitiarme Horst aan de Maas geen zeldzaamheid. En om nou te zeggen dat deze weergave van het mannelijk geslachtsdeel kwalitatief uitsteekt boven andere: niet bepaald. Nee, deze tekening zou het vermelden niet waard zijn geweest als ik niet twee weken geleden via de Facebookpagina van ZOAB (Zeer Origineel Auto Blad) op een wonderlijk artikel in The Daily Telegraph van 29 april was gestuit (klik hier). Kop: ‘Meet the man using penises to fill potholes’. Dan wil je wel snel verder lezen, zelfs als je weet dat een pothole een gat in de weg is. Het komt erop neer dat de in Manchester residerende Wanksy de aandacht van de autoriteiten wil vestigen op de deplorabele staat van de lokale wegen. Hij doet dit op bepaald onorthodoxe wijze: met penisgraffiti markeert hij gaten in de weg. En het blijkt te werken! ‘Within 48 hours of the anonymous artist’s work appearing, many of the potholes have been filled.’ Wanksy voegt daar aan toe: 
‘I wanted to attract attention to the pothole and make it memorable. Nothing seemed to do this better than a giant comedy phallus. I just want to make people smile and draw attention to the problem.’
De plaatselijke autoriteiten mogen dan wel telkens tot actie overgaan, ze zijn tegelijkertijd not amused
‘The actions of this individual are not only stupid but incredibly insulting to local residents. Has this person, for just one second, considered how families with young children must feel when they are confronted with these obscene symbols as they walk to school?’
Snapt u nu waarom de penisgraffito aan de Campsbosweg wel degelijk het vermelden waard is? Zou Wanksy (die een eigen Facebookpagina blijkt te hebben – klik hier) dan werkelijk Het Kanaal zijn overgestoken? Of heeft Horst aan de Maas zijn eigen Wanksy-epigoon? Zullen ook hier de komende tijd meer penisgraffiti verschijnen om de gemeente te attenderen op gaten in de weg? Zou de gemeente ook hier overhaast overgaan tot het vullen van de gaten?

Klein mysterie 644 – Snàmedaags

‘Snàmedaags laet vád zich lichtig efkes te röste.’
Op weg naar bakkerij Gerards-Steeghs (u weet wel, van die overheerlijke kersenkruimelvlaai) werd ik zaterdag op de fiets gepasseerd door Jacqueline, een van de Horst-sweet-Horst-fans van het eerste uur. In het voorbijgaan voegde ze me toe dat snàmedaags ook zo’n typisch Horster woord is. Daarna ging ze haars weegs, mij met een schuldgevoel achterlatend: wat het woord betekende was me onmiddellijk duidelijk, maar ik had het nooit eerder gehoord, laat staan zelf gebruikt.
Ik voel me verplicht aan Jacqueline stil te staan bij snàmedaags. Al was het maar omdat ik ondanks een belofte daartoe – al vele jaren geleden gedaan – hier nog nooit aandacht heb geschonken aan vorgaat – een woord dat ik eveneens aan haar ontleen, dat ik eveneens nooit eerder had gehoord en waarvan de precieze betekenis me intussen is ontschoten.

Denk niet dat ik het podium met tegenzin vrijmaak voor snàmedaags. Absoluut niet. Ik ontruk het met alle plezier aan de vergetelheid. Dat het aldaar vertoeft lijkt me zonneklaar: snàmedaags is een van die honderden (duizenden?) Horster woorden die met uitsterven worden bedreigd. Je kunt dat jammer vinden – en dat vind ik – maar je doet er niets aan. Je ertegen verzetten is per definitie een achterhoedegevecht. Wat je nog wel kunt doen is een monumentje voor zulke woorden oprichten voordat ze dood en begraven zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van een stukje op Horst-sweet-Horst. En laten we wel wezen, in al zijn eenvoud is snàmedaags een woord dat beslist recht heeft op een dergelijk eerbetoon.
Voor mij is het de klemtoon die het ’m doet. Die ligt namelijk ergens waar je ’m absoluut niet zou verwachten: op de derde lettergreep. In het Duits ligt-ie op de eerste lettergreep: nachmittags. In het Nederlands kan de klemtoon, als ik het wel heb, zowel op de eerste als op de tweede lettergreep liggen: ’s namiddags en ’s namiddags. Maar in het Horster is het dus snàmedaags – luister maar naar Jacqueline (klik op de pijl om het filmpje te starten):
Vreemd. Zijn er meer woorden waarbij dit verschijnsel zich voordoet? Zijn er (would be) dialectologen die er een verklaring voor hebben? En als die (would be) dialectologen dan toch bezig zijn, kunnen ze dan misschien ook even verklaren waarom half Horst (waaronder ik) inmiddels zegt ‘Hé, de Hallo zit al in de bus’ in plaats van het veel meer voor de hand liggende ‘Hé, de Hallo zit al in de bus’?

Intermezzo – Norbertuswijkse geveldoeken (1)

Als de lokale media het nieuws niet oppikken, doet Horst-sweet-Horst het maar: de geveldoeken in de Norbertuswijk worden vervangen!
Onder het motto ‘Kleur in de wijk’ verschenen in 2008 op strategische plaatsen in de Norbertuswijk levensgrote doeken aan zijgevels van een aantal woningen en flats. De afbeeldingen op de doeken waren gemaakt door leerlingen van de lagere school in de wijk. Na twee jaar was de tijd rijp voor nieuwe doeken, ditmaal ontworpen door leerlingen van het Dendron College. Zoals dat gaat, vervaagden ook die nieuwe doeken na verloop van tijd. Vervangen of verwijderen was er niet bij, zodat op een gegeven moment de vraag gerechtvaardigd was of het motto ‘Kleur in de wijk’ misschien cynisch bedoeld was. Een Horst-sweet-Horst top 5 van vervaagde Norbertuswijkse geveldoeken kon natuurlijk niet uitblijven (klik hier).
Maar nu valt in het meinummer van NorbertusNieuws te lezen dat de huidige doeken dan toch worden vervangen. Er komen vijf nieuwe doeken, opnieuw ontworpen door leerlingen van het Dendron College. Thema is ditmaal duurzaamheid. De feestelijke onthulling vindt plaats op donderdagmiddag 25 juni.
Goed nieuws uiteraard, al wil ik niet verhelen dat ik liever had gezien dat professionele kunstenaars aan het werk waren gezet. Ik herhaal maar weer eens: de verhoudingen tussen professionele en publieksparticipatieve kunst zijn de afgelopen jaren in Horst aan de Maas danig scheefgegroeid en het is zo langzamerhand de hoogste tijd voor een inhaalslag. Met name de zijgevel van de Noordsingelflat aan de rotondekant schreeuwt om een gigantische muurschildering van Berlijnse of Doelse allure (nadat die zo gruwelijk in de weg staande boom is verwijderd).
Tik op Google afbeeldingen gewoon voor de aardigheid eens ‘Doel street art’ in. Ik ben ervan overtuigd dat u vervolgens met mij zegt: ‘Wat zou het fantastisch zijn als zoiets ook die zijgevel van de Noordsingelflat zou sieren.’

Klein mysterie 643 – Archeologie of economie?

Als historicus hoor je een beetje minachtend te doen over archeologie en archeologen. Ik doe daar maar al te graag aan mee. Niets leuker dan de plaatselijke archeoloog op de kast jagen door hem ‘schatgraver’ te noemen. Ook altijd lachen gieren brullen: al die archeologen die op basis van een fragment van een pijlpunt de hele wereldgeschiedenis menen te kunnen verklaren.   
Dat gezegd zijnde valt moeilijk te ontkennen dat archeologen er in een aantal opzichten veel beter in slagen hun belangen veilig te stellen dan historici. Mooiste voorbeeld is het uit 1992 daterende Verdrag van Malta. Dat biedt archeologische resten in heel Europa bescherming. Volgens een van de belangrijkste bepalingen in het verdrag betaalt de verstoorder van de bodem voor het verrichten van opgravingen en onderzoek. Dit is vanaf het begin een pijnpunt geweest, zowel voor overheden als particulieren: archeologisch onderzoek is kostbaar en tijdrovend. In de ‘Archeologische kroniek van Limburg over 2013’, gepubliceerd in het onlangs verschenen Jaarboek 2014 van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG), wordt de vinger nog maar eens op deze zere plek gelegd (p. 180):
‘Een negatieve kanttekening bij dit jaar is dat ook in Limburg de kwaliteit van het archeologisch onderzoek onder druk staat. In Nederland komen de kosten voor rekening van de “verstoorders” van het bodemarchief, terwijl de gemeenten de kwaliteit van het onderzoek moeten bewaken. Het valt op dat soms getracht wordt de eisen aan het uit te voeren onderzoek naar beneden bij te stellen. Dit kan leiden tot ondermaats onderzoek en verlies van historische gegevens. Voor gemeenten en betrokken burgers is waakzaamheid geboden.’
Alsof het zo moet zijn stelt de Horster gemeenteraad in zijn vergadering van 26 mei het gemeentelijk archeologiebeleid vast. En warempel, ook hier is gedoe!  
Twistpunt zijn de gebieden waarvan het vermoeden bestaat dat ze grote archeologische waarde hebben. Hoeveel vierkante meter mag daar maximaal worden bebouwd zonder dat archeologisch onderzoek vereist is? Het door de gemeente ingehuurde onderzoeksbureau Vestigia zegt maximaal 500 vierkante meter, de om advies gevraagde (gemeentelijke) commissie Ruimtelijke Kwaliteit zegt maximaal 250 vierkante meter. En hoe diep mag in diezelfde gebieden met een hoge archeologische verwachting maximaal worden gegraven zonder dat archeologisch onderzoek vereist is? Vestigia zegt maximaal 50 centimeter, de commissie Ruimtelijke Kwaliteit zegt maximaal 30 centimeter.
500 of 250? 50 of 30? Simpeler gesteld: economie (500, 50) of archeologie (250, 30)? Het gemeentebestuur kiest – hoe verrassend – voor economie en schuift daarmee het advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit terzijde (klik hier, ga naar agendapunt 10 en klik vervolgens op 10a). De gemeenteraad heeft op 26 mei het laatste woord. Mijn pappenheimers kennende wil ik alvast op voorhand mijn medeleven betuigen aan de dames en heren archeologen. Zonder enige minachting.

zaterdag 9 mei 2015

Intermezzo – Kasteelboerderij (4)

Op 17 april stelde ik 27 vragen over de verkoop van de Kasteelboerderij door de gemeente Horst aan de Maas (klik hier). De vragen waren aan niemand in het bijzonder gericht. Toch reageerde de gemeente een dag later: ‘Veel vragen! We doen ons best ze komende week te beantwoorden.’ ‘Kijk, dat is nou eens een keer precies zoals het hoort’, zei ik daarop tegen iedereen die het horen wilde. Een voorbeeld van hoe de communicatie tussen de gemeente en een oprecht bezorgde burger zou moeten verlopen. Des te betreurenswaardiger is dat de vragen ook na meer dan drie weken nog altijd niet zijn beantwoord. Zeg het dan niet toe!
Haperende communicatie, de gemeente is er zeer bedreven in als het om de Kasteelboerderij gaat. Zo onthulde Dagblad De Limburger deze week dat wethouder Bob Vostermans de Stichting Kasteel Huys ter Horst z’n excuses heeft aangeboden (klik hier). De stichting was voornemens de Kasteelboerderij te kopen, beheren en restaureren, maar vond bij de gemeente geen gehoor. ‘Communicatiefoutje’, aldus de wethouder. Als doekje voor het bloeden mag de stichting in een stuurgroep meepraten over de ontwikkeling van de Kasteelse Bossen. 
Uit het krantenartikel wordt helaas niet duidelijk waarvoor de wethouder precies z’n excuses heeft aangeboden. Volgens mij zijn er twee mogelijkheden:
1. de wethouder heeft excuses aangeboden voor het feit dat het gemeentebestuur niet wist dat er met de stichting nog een tweede gegadigde was voor overname van de Kasteelboerderij;
2. de plannen van de stichting hebben het gemeentebestuur wel bereikt, maar de wethouder heeft excuses aangeboden voor het feit dat het gemeentebestuur de stichting niet heeft laten weten dat het verkoop van de boerderij aan de stichting niet ziet zitten.
Is het eerste het geval dan is dit schokkend nieuws. Je mag aannemen dat dit ernstige consequenties heeft voor degene(n) die verantwoordelijk is (zijn) voor deze kapitale blunder. Maar nog is het niet te laat: als we Dagblad De Limburger moeten geloven vindt de verkoop dinsdag pas plaats.

Is het tweede het geval dan is dit eveneens schokkend nieuws. Excuses aan de stichting zijn dan zeker op hun plaats, maar het is dan tevens zo dat de wethouder ons, burgers, ook het een en ander heeft uit te leggen. Het gemeentebestuur heeft immers tot nu toe steeds de schijn gewekt dat er slechts één overnamekandidaat was. Wat zijn dan de redenen waarom het de Kasteelboerderij niet aan de stichting wil verkopen? Het zou de wethouder in dat geval sieren als hij op eigen initiatief met die redenen naar buiten treedt en niet pas nadat daar door de media of door de gemeenteraad om is gevraagd.
Overigens lijkt het erop dat het tweede het geval is. Mij hebben althans nog geen geluiden bereikt dat de verkoop aan Eric Janssen is afgeblazen. En veel wijst erop dat de gemeente zonder andere opties serieus te overwegen het zo plotseling uit de hemel gevallen aanbod van Eric Janssen om de Kasteelboerderij over te nemen gretig, met gezwinde spoed en in dank heeft aanvaard. Dit terwijl het aflopen van de pachtovereenkomst met de huidige uitbater juist alle gelegenheid bood de toekomst van de Kasteelboerderij eens rustig te overdenken.
Intussen heeft het gemeentebestuur wel de veertien vragen beantwoord die de gemeenteraadsfractie van de SP – tot dusverre de enige politieke partij die er openlijk blijk van heeft gegeven zich het lot van de Kasteelboerderij aan te trekken – onlangs heeft gesteld over de verkoop. Lees de antwoorden maar eens door (klik hier). Bij mij roepen ze vooral nieuwe vragen op – om te beginnen de vraag waarom zoveel vragen niet of niet volledig worden beantwoord. Communicatiefoutje waarschijnlijk.

woensdag 6 mei 2015

Ingezonden – Kasteelboerderij van Huys ter Horst niet op waarde geschat

De verkoop van de Kasteelboerderij laat Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) – zoals zoveel Horstenaren – maar niet los. Opnieuw een ingezonden bijdrage. ‘Ik geloof een beetje een boos stukkie’, schreef Jan in de begeleidende tekst. Ik weet dat wel zeker. Hier komt het:
Kasteelboerderij van Huys ter Horst niet op waarde geschat

Hoe een rijksmonument wordt verkwanseld

Diverse bronnen melden dat de gemeente Horst aan de Maas bij verkoop van de Horster Kasteelboerderij slechts 135.000 euro van Eric Janssen van De Lange ontvangt. Daarnaast zou Janssen een afkoopsom aan Frank Kuijpers, de huidige uitbater van de boerderij, hebben betaald om te bereiken dat deze zo spoedig mogelijk uit het pand vertrekt: deze constructie is een CDA-slimmigheidje; dezelfde bronnen vertellen namelijk dat de beoogde exclusieve verkoop van de boerderij in het garen is gehangen door oud-wethouder Leon Litjens (CDA),  wethouder Bob Vostermans (CDA) en ‘centrumburgemeester’ Jan Nabben (CDA).

De gemeente is in haar recente persbericht ‘vergeten’ om melding te maken van de grote zorgen van het bestuur van de Horster historische kring (LGOG Ter Horst) (klik hier en klik vervolgens bovenaan de pagina op ‘klik hier’). Bestuurders die bij uitstek de historische waarde van de Kasteelboerderij kunnen beoordelen. Hun mening: voorstander van het in gemeentelijk bezit houden, past niet in de kraam (frame) van de gemeentevoorlichting. Toch zeer bevreemdend dat de gemeente in haar persbericht niet benoemt dat deskundigen tegen de verkoop zijn? Waarom zijn ter zake deskundigen en belanghebbenden als het LGOG (historische kring) Ter Horst en de stichting Huys ter Horst niet van tevoren geraadpleegd over de verkoopplannen? Dat lijkt toch sterk op onbehoorlijk bestuur.

Wat dacht u van de waarde van de Kasteelboerderij voor de mensen die sinds jaar en dag enorm veel vrije tijd, energie en idealisme hebben gestoken in het in de huidige staat brengen van het Huys ter Horst en het kasteelterrein? Gaan hun onbetaalde vrijwilligersuren ongezien over in een zuiver commercieel belang? Hebben zij al die tijd gratis gewerkt voor De Lange, terwijl bij hen de verwachting is gewekt dat boerderij en kasteel ooit samen zouden komen?  Dat hun idealistische inzet voor het unieke Horster monument wel naar waarde werd geschat? Telt hun mening niet? Staan ze er nu bij voor Piet Snot, terwijl de snelle CDA-boys de blits willen maken door de Kasteelboerderij te verpatsen? Betaalt De Lange hen ook een afkoopsom voor de geleverde arbeidsuren?
Het is een gotspe en een schandaal wat hier in Horst gebeurt. Hoe cultureel erfgoed wordt verkwanseld en de openbare mening wordt gemanipuleerd. En dan zijn er nog de geruchten dat Eric Janssen enkele maanden geleden lid van het CDA geworden is; zelfs beoogd gemeenteraadslid voor die partij zou zijn. Dat hem straks het uitbaten van de horecagelegenheid in het Gasthôes wordt gegund.

‘Alles van waarde is weerloos’, schreef de Nederlandse dichter Lucebert ooit. Bij sommige mensen wil het er blijkbaar maar niet in dat er in deze wereld ook andere waarden zijn dan economische doelmatigheid en rendement. Ze zijn niet in staat de ‘waarde op zich’ van cultureel erfgoed te zien. Zij snappen niet wat een lezeres van Horst-sweet-Horst bedoelt, als ze in een  reactie op de kasteelboerderij-affaire verzucht: ‘De kasteelboerderij is van de Horster mensen, dat verkoop je niet in een achterkamertje.’ 

Jan Duijf Kloosterstraat

maandag 4 mei 2015

Klein mysterie 642 – Waers (4)

‘“Wij willen recht, recht en alleen maar recht. Daarom slaan we iedereen die in onze wei durft te komen de kop in. We vertrouwen niemand meer van die kerels. Allemaal hebben ze ons bedonderd en bedrogen. We vechten tot de dood voor onze grond.” Woorden van deze strekking klonken gistermorgen tussen negen en twaalf uur regelmatig op de Langstraat in Hegelsom uit de goed gesmeerde kelen van de kinderen Geurts uit deze plaats omdat een ploeg van de Kon. Ned. Heide Mij. een begin wilde maken met de aanleg van een afscheidingssloot in hun voormalig perceel. Het is echter bij een poging gebleven want toen de dragline het weiland van de kinderen Geurts wilde inrijden zette het vijftal zich gewapend met stokken en vlijmscherpe (‘We hebben ze gisteren nog geslepen’) aspergesmessen achter de draad.’
Op zoek naar de context bij een ge-wel-di-ge foto van Jacques Peeters (klik hier) stuitte ik deze week op een artikel in het Dagblad voor Noord-Limburg. Dit helaas ongesigneerde stuk kan in geweldigheid wedijveren met de foto. Het dateert van 17 mei 1972 en beschrijft met veel oog voor detail de ‘dramatische en af en toe hysterische taferelen’ die zich een dag eerder hadden afgespeeld in een weiland aan de Langstraat in Hegelsom. Aanleiding was een ruilverkavelingskwestie waarbij vijf leden van de familie Geurts – in het artikel consequent ‘de kinderen Geurts’ genoemd – in hun ogen ten onrechte afstand moesten doen van een perceel grond. Nadat de rechter hen in het ongelijk had gesteld wilde de Heidemaatschappij op dinsdag 16 mei 1972 een sloot aanleggen op het voormalige perceel van de kinderen Geurts. En toen brak de hel los:
‘De drie landmeters van het kadaster konden nog ongestoord hun werkzaamheden uitvoeren. Anders was het echter toen tegen tien uur de mensen van de Kon. Ned. Heide Mij. aan de slag wilden gaan. De scheldwoorden aan het adres van alle Nederlandse rechtsprekers en ook aan de leden van de verkavelingscommissie en de nieuwe eigenaar van de grond werden met de minuut niet alleen feller maar ook schunniger. Ten einde raad riep de heer Imhoff van de Cultuur Technische Dienst de assistentie van de rijkspolitie in. Hoewel de heer Imhoff zag, dat de kinderen Geurts voor geen enkele reden vatbaar waren probeerde hij hen toch te overtuigen, dat er “wettelijk niets meer aan te doen was”. De komst van de sterke arm zinde een van het vijftal in het geheel niet. “We komen alleen wel voor ons recht op en het lijkt onderhand hier op de Hegelsom wel een communistische bende.” Tegen tien over 10 werden de eerste paaltjes in de wei geslagen. Nadat de heer Van Osch van de Kon. Ned. Heide Mij. een poging had gedaan de poort te openen – bijna kostte hem dit na een wilde achtervolging een mep met een knuppel – zette de machinist van de dragline het voertuig in beweging.’
Daarna ging het van kwaad tot erger:
‘Met knuppels en aspergesmessen had het als het ware voor behoud van de grond vechtende vijftal plaats genomen achter de prikkeldraad afrastering. Een hunner ging zelfs op de grond liggen. Na vijf minuten werd de dragline aan de kant van de weg gezet en konden de negen kalveren in de wei weer vredig gaan grazen. Inmiddels was ook burgemeester Steeghs ten tonele verschenen en was het aantal politiemensen tot acht gegroeid. Ook burgemeester Steeghs slaagde er niet in het kwintet op andere gedachten te brengen. Steeds maar weer moest hij horen “Wij vechten voor ons recht”. Tegen kwart voor twaalf ging het vijftal in op de vele malen herhaalde verzoeken van burgemeester Steeghs om “thuis rustig de gehele zaak nog eens door te praten”.’
Ruim twee uur lang werd op Pastoor Debijestraat 24 druk overleg gepleegd. Pas nadat ook pastoor Bruynen als bemiddelaar was ingeschakeld kwam er tegen drie uur een oplossing. Die bleek verrassend simpel: de kinderen Geurts kochten de grond terug van de nieuwe eigenaar, de familie Van Rens. De koopsom werd meteen voldaan en daarmee ‘kreeg deze slepende zaak alsnog een happy end’.
Aspergesmessen (‘gisteren nog geslepen’), een communistische bende, een wilde achtervolging, knuppels, schunnige scheldwoorden en toch een happy end: als hier geen speelfilm of op z’n minst een toneelstuk op locatie inzit, weet ik het echt niet meer.

Klein mysterie 641 – Waers (3)

Sinds jaar en dag koester ik een werkelijk ge-wel-di-ge foto van Jacques Peeters, voormalig fotograaf in dienst van het Dagblad voor Noord-Limburg en Dagblad De Limburger. Een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging tot een beschrijving van de (zwart-wit) foto:
Een weiland. Koeien en kassen op de achtergrond. Drie mannen met pet, één vrouw met regenjas en witte schoenen waarmee je eerder op de dansvloer dan in een weiland de show steelt. Eén man, op het oog de oudste van het stel, ligt gestrekt in het gras. De man op de achtergrond kijkt met geamuseerde blik naar de in het gras liggende man. De man op de voorgrond is niet alleen gewapend met een pijp, maar ook met een lange witte lat. Evenals de vrouw tuurt hij naar iets dat buiten het kader van de foto valt.
Waarom ik de foto niet scan en hier publiceer? Om te voorkomen dat ze door mijn toedoen en buiten medeweten van Jacques een triomftocht gaat maken op het internet. Daarom zult u het moeten doen met deze wat gekunstelde weergave:
De foto werd dertien jaar geleden als ansichtkaart uitgegeven. Ik had haar een hoofdrol toebedacht in het stukje van vorige week over waersigheid (klik hier). Perfecter valt waersigheid immers nauwelijks te illustreren. Wat het helemaal tot een godsgeschenk maakte, was dat op de achterzijde van de kaart staat vermeld ‘Verzet tegen ruilverkaveling in Sevenum’. Mijn mooie plannetje viel helaas in duigen toen ik op zoek ging naar context: de foto is volgens dit boek
niet gemaakt in Sevenum, maar in Hegelsom. Op het allerlaatste moment zag ik me daardoor gedwongen het geplande stukje rigoureus te wijzigen – niet zo’n heel groot probleem overigens, de voorbeelden van Sevenumse waersigheid liggen voor het oprapen.  
Intussen was ik wel helemaal in de ban geraakt van de foto. Noord-Limburg 1970-1975 vermeldt 17 mei 1972 als publicatiedatum. Ongetwijfeld zou ze zijn terug te vinden in het Dagblad voor Noord-Limburg van die dag. Toevallig had ik sowieso een bezoekje aan het Gemeentearchief Venlo  – waar oude jaargangen van de krant op microfiches ter inzage zijn – op het programma staan. In een mum van tijd had ik de foto én het bijbehorende artikel gevonden. Meteen werd me duidelijk dat die ge-wel-di-ge foto niet uit de lucht is komen vallen. Er hoort ook een ge-wel-dig verhaal bij. Klik hier voor dat verhaal. U zou uzelf beslist tekort doen als u dat klikken achterwege liet.

Intermezzo – De tragische rol van Jacques Schreurs

Iedereen van pakweg 45 en ouder moet er wel iets van hebben meegekregen: de televisieserie Dagboek van een herdershond. Zestien delen, uitgezonden door de KRO, razend populair tussen 1978 en 1980. Met Jo De Meyere als jonge kapelaan Erik Odekerke en verder onder meer Kees Brusse als engelbewaarder en Ko van Dijk jr. als Nicolaas Bonte. Gebaseerd op het eerste deel van de trilogie Kroniek eener parochie, tussen 1941 en 1948 geschreven door priester-dichter/schrijver Jacques Schreurs. Diezelfde Schreurs, in 1893 geboren in Sittard en in 1966 overleden in Weert, speelde in augustus 1943 ongewild een tragische rol bij het verraad van een groep onderduikers en verzetsmensen in Meterik.
Schreurs verrichtte vanaf 1941 of 1942 verzetswerk. Tijdens een verblijf in het Sint-Theresiaklooster in Meterik raakte hij betrokken bij het plaatselijke verzet. In juni 1943 kwam hij in contact met Antonie Damen, een jonge scheepswerktuigbouwkundige die voor de Duitse inlichtingendienst werkte zonder dat dit in verzetskringen bekend was. Schreurs vertrouwde Damen volledig en introduceerde hem bij de Meterikse kapelaan Antoon Hubert Adams, Toon Steeghs en de Horster veldwachter Mathieu Starren. Zij behoorden tot een verzetsgroep die onderduikers, studenten en piloten had ondergebracht in twee kampen in de Schadijkse Bossen. Damen infiltreerde in de groep en lichtte zijn Duitse superieuren in. Op grond van zijn aanwijzingen kwam de Sicherheitspolizei, ondersteund door leden van de Grüne Polizei, op 19 augustus 1943 in actie. Ze kamde de Schadijkse Bossen uit en verrichtte zestien arrestaties. Onder de arrestanten bevonden zich Jacques Schreurs en Mathieu Starren. Kapelaan Adams en Toon Steeghs wisten de dans te ontspringen.
De arrestanten werden na indringende verhoren eerst verspreid over verschillende kampen en gevangenissen in Nederland en later op transport gesteld naar Duitsland. Mathieu Starren overleefde het niet: hij overleed op 31 mei 1945 in Bergen-Belsen. Jacques Schreurs belandde via gevangenissen in Maastricht en Haaren uiteindelijk in de beruchte gevangenis van Scheveningen. Daaruit werd hij op 11 februari 1944 plotseling ontslagen. Pas na de oorlog werd hem duidelijk dat hij dit te danken had aan een medewerker van de Duitse inlichtingendienst met wie hij in de jaren dertig had kennisgemaakt.
Antonie Damen werd na de bevrijding na een aanvankelijk levenslang veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Jacques Schreurs huldigde na de oorlog het standpunt dat collaborateurs geholpen moesten worden. Dit gold bijvoorbeeld voor zijn uitgever Albert Kuyle en dichter Martien Beversluis, overtuigde nationaalsocialisten. Het motto ‘genade voor de zondaar’ strekte zich zelfs uit tot Anton Mussert, schreef Schreurs in weekblad De Linie. Veel publieke steun voor dit standpunt ondervond hij niet.

(Dit stukje is gebaseerd op A.P.M. Cammaert, Het verborgen front (Leeuwarden-Mechelen 1994) 313-315; Loe Derix, Oud Horst in het nieuws. 6: 1943-1946 (Horst 1994) 48-53; Theo Schouw, De krekel op de harp. De priester-dichter Jacques Schreurs (Sittard 1993) 44-61.)

Intermezzo – Haegelsum, mien dörpke (4)

Vandaag de laatste van vier afleveringen met vertalingen van Haegelsum, mien dörpke. De vertalingen zagen het licht ter ere van de opening van de acht Hegelsomse Grensposten op 5 april (klik hier).
We beginnen onze wereldreis vandaag in Zuid-Limburg. Betty Jacobs, Horsterse van Gulpense afkomst, vertaalde het officieuze Hegelsomse volkslied in het Gulpens (klik hier voor de originele Hegelsomse versie; klik op de afbeelding om haar te vergroten):
Marlies Willems zorgde voor de vertaling in het Portugees:
Het Portugees staat op de achtste plaats in de top 25 van meest gesproken talen ter wereld. Het Spaans neemt op die ranglijst achter het Chinees/Mandarijn en Engels zelfs de derde plaats in. De uit Hegelsom afkomstige maar op Aruba woonachtige Joris Peeters vertaalde Haegelsum, mien dörpke in het Spaans. De voordracht is – om het helemaal internationaal te maken – door de Meterikse Italiaanse Ivana van Lieshout-Fattori:
Verplaatsen we ons richting Oost-Europa. Via via bezorgde Marlies Willems ons de vertaling van het refrein in het Sloveens:
De Horsterse Moldavische Ludmila Seroo-Ferroni was op 5 april een van de smaakmakers met haar voordracht van Haegelsum, mien dörpke in zowel het Moldavisch als het Russisch. Vandaag de Russische versie (wat een mooie taal is dat toch):
Hegelsom, moja wioska, zo luidt de titel van het lied dan weer in het Pools. De Horsterse Poolse Zaneta Janik zorgde voor de vertaling:
We eindigen onze wereldreis van vandaag weer waar we waren begonnen: in Nederland. In Twente om precies te zijn. Het refrein van het Hegelsomse volkslied in het Twents, vertaald door Anja Damhuis:
Horst-sweet-Horst dankt nogmaals alle deelnemers voor hun vertalingen en Tuutetrek/Hegga Metamorfosa voor alle medewerking bij de totstandkoming van dit project. Overigens zijn op het weblog Hegga Metamorfosa (klik hier) talloze foto’s van de manifestatie op 5 april gepubliceerd. En op het YouTube-kanaal van Hegga Metamorfosa (klik hier) zijn filmpjes te bewonderen van het merendeel van de voordrachten van de vertalingen van Haegelsum, mien dörpke op 5 april.

zaterdag 2 mei 2015

Klein mysterie 640 – 11 vervolgvragen bij de verkoop van de Kasteelboerderij aan Eric Janssen

Op 14 april publiceerde Dagblad De Limburger een artikel over de voorgenomen verkoop van de Kasteelboerderij door de gemeente Horst aan de Maas aan horecaondernemer Eric Janssen. Twee dagen later stelde ik daar 27 vragen over (klik hier). Twee weken later is er daarvan nog geen enkele beantwoord, noch door de gemeente (ondanks een belofte daartoe; klik hier), noch door andere geadresseerden. Wel publiceerde de gemeente woensdag op haar website een artikel getiteld ‘Stand van zaken verkoop Kasteelboerderij’ (klik hier). Dit artikel roept bij mij nieuwe, aanvullende vragen op. 11 om precies te zijn:
1. ‘De gemeente Horst aan de Maas heeft plannen om de Kasteelboerderij te verkopen.
Hierdoor ontstaan mogelijkheden om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.’ Wat zijn die mogelijkheden voor nieuwe initiatieven? Zijn die mogelijkheden er niet bij verhuur of verpachting van de Kasteelboerderij? Zo nee, waarom niet?

2. ‘De gemeente is enige jaren in een juridische procedure verwikkeld met de huidige uitbater van de Kasteelboerderij. Het monument verkeert ondertussen in zeer slechte staat van onderhoud.’ Wie is verantwoordelijk voor de zeer slechte staat van onderhoud: de huidige uitbater of de gemeente? Is de zeer slechte staat van onderhoud een gevolg van de slepende juridische procedure of was de staat van onderhoud ook daarvoor al slecht?

3. ‘Intussen heeft horecaondernemer Eric Janssen zich bij de gemeente gemeld met de vraag of hij de Kasteelboerderij van de gemeente kan kopen. Janssen geeft hierbij aan dat hij een regeling treft met de huidige uitbater zodat het pand vrij opgeleverd kan worden en de juridische procedure afgesloten kan worden.’ Moet bij ‘een regeling’ worden gedacht aan een afkoopsom? Heeft de gemeente zelf overwogen een regeling met de huidige uitbater te treffen? Zo nee, waarom niet? Waarom heeft de gemeente ervoor gekozen haar conflict met de huidige uitbater te laten beslechten door een derde partij? Gebeurt dit vaker?
4. ‘Dit aanbod biedt mogelijkheden om het monument weer in volle glorie te herstellen met een passende functie. Bovendien is het een oneigenlijke situatie dat de gemeente eigenaar is van een horecapand.’ Is overwogen het bestemmingsplan te wijzigen en de Kasteelboerderij te ontdoen van de bestemming ‘lichte horeca activiteiten’? Zo nee, waarom niet?

5. Mag uit het feit dat de gemeente het eigendom van een horecapand als een oneigenlijke situatie beschouwt worden geconcludeerd dat het vernieuwde Gasthoês, dat onder meer een horecafunctie moet krijgen, in de toekomst eveneens in privaat bezit komt?

6. Wat is ‘een passende functie’? Wie bepaalt of heeft bepaald wat ‘een passende functie’ is?
7. ‘Inmiddels hebben de gesprekken geleid tot een overeenkomst die door alle drie de betrokken partijen ondertekend is.’ Is of wordt deze overeenkomst openbaar? Zo nee, waarom niet?

8. ‘Op basis van deze overeenkomst kan de verkoop van de Kasteelboerderij binnenkort bezegeld worden.’ Dagblad De Limburger berichtte eerder dat op 15 april de handtekeningen onder het koopcontract zouden worden gezet. Waarom is dit niet gebeurd? Wanneer vindt de ondertekening dan wel plaats?

9. ‘De prijs is tot stand gekomen op basis van twee taxaties.’ Wie heeft de taxaties uitgevoerd? Zijn of worden de taxatierapporten openbaar? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

10. ‘Met de stichting Kasteel [sic] ter Horst hebben al meerdere gesprekken plaatsgevonden. Gezamenlijk wordt bekeken hoe de aantrekkingskracht van het gebied verbeterd kan worden.’ Wie is in gesprek met de Stichting Huys ter Horst: de gemeente, de nieuwe eigenaar van de Kasteelboerderij of allebei?
11. ‘Overigens kunnen de ontwikkelingen rond de Sportzone Kasteelse Bossen ook mooi aansluiten op de nieuwe situatie rond de Kasteelboerderij.’ Op welke manier kunnen de ontwikkelingen rond de sportzone mooi aansluiten op de nieuwe situatie? Hoe ziet die nieuwe situatie eruit, of althans de contouren daarvan? Is de verkoop van de Kasteelboerderij besproken met de initiatiefnemers van de sportzone?

Ingezonden – De Kasteelboerderij in een frame

Ook Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) is het artikel over de Kasteelboerderij op de gemeentelijke website niet ontgaan. Hij stuurde me onderstaande ingezonden bijdrage.

De Kasteelboerderij in een frame

Je kunt van de gemeente zeggen wat je wilt: framing hebben ze goed onder de knie. Lees (klik hier) hoe de woord- en  taalkunstenaars van de gemeente de vragen van Wim Moorman over de Kasteelboerderij goeddeels omzeilen en toch de schijn wekken opening van zaken te geven. Op welke vragen wordt in het artikel van onze gemeentelijke overheid geen concreet antwoord gegeven? Klik hier voor de vragen van Wim. Mijn artikel is trouwens ook een frame.
Wat is framing volgens Wikipedia?
‘Framing is een begin 21e eeuw in het Nederlands terechtgekomen Engelse term die verwijst naar een overtuigingstechniek in communicatie. De techniek bestaat eruit woorden en beelden zo te kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren. Onder meer in de politiek, de journalistiek en de reclame wordt van framing bewust (en onbewust) gebruik gemaakt.’
Vorm uw eigen mening en uit die (klik hier) naar Horst-Sweet-Horst (en duizenden inwoners van Horst aan de Maas).

Jan Duijf, Kloosterstraat

Intermezzo – Kasteelboerderij (3)

‘Ik, en met mij velen, herkennen na de verbouwing van de kasteelboerderij de oude “tiendschuur” niet meer. Ik vind het onvoorstelbaar dat Monumentenzorg toestemming heeft gegeven voor deze verbouwplannen. Ik vind zowel de motieven van Monumentenzorg als van het college om medewerking te verlenen aan deze plannen onduidelijk, er is meer waarde gehecht aan de vestiging van een restaurant dan aan het behoud van een historisch pand.’
Geen paniek, geen paniek! De Kasteelboerderij is nog niet verbouwd, ze is waarschijnlijk zelfs nog niet eens verkocht. Bovenstaande woorden dateren dan ook uit 1981. Ze werden uitgesproken door Lambert Herraets, gemeenteraadslid voor het CDA, in de raadsvergadering van 16 februari van dat jaar.
Als bijvangst van een ander onderzoek stuitte ik deze week in het Gemeentearchief Venlo op enkele krantenartikelen van omstreeks 1980 over de Kasteelboerderij. Hoogst interessante krantenartikelen, al was het maar vanwege zekere en mogelijke parallellen met de huidige situatie.
Op 17 september 1979 debatteerde de gemeenteraad over het collegevoorstel de Kasteelboerderij in erfpacht te geven aan de firma E.H.E.M. Royal BV uit Nuenen. Dit voor een periode van dertig jaar en tegen een symbolische vergoeding van een gulden per jaar. Niet de minsten kantten zich tegen dit voorstel: 
‘Woordvoerder J. Moorman van de PvdA wilde zelfs een opschorting van de behandeling van dit voorstel, omdat hij vond dat het college eerst maar eens met een advies van de commissie sociaal-culturele aangelegenheden over de brug moest komen.’ 
Mijn vader (want dat was die ‘J. Moorman van de PvdA’) refereerde aan die commissie omdat die in een eerder stadium had gepleit voor de vestiging van een museum in de Tiendschuur. Maar mijn vader haalde bakzeil: met negen stemmen voor en zes tegen ging de raad akkoord met het collegevoorstel. De tegenstemmen waren van de voltallige PvdA- en ABC-fractie en van CDA-dissident – althans in dit geval – Lambert Herraets.
De verbouwing van de boerderij leidde vervolgens tot protesten van vooral Lambert Herraets. Aan de woorden waarmee dit stukje opende voegde hij in dezelfde vergadering van 16 februari 1981 nog toe: 
‘Normaal legt Monumentenzorg strenge maatstaven aan voor het verbouwen van monumenten, zowel bij interne als externe restauratie of verbouwing. Bij de kasteelboerderij staat intern niets meer overeind en extern hebben flinke ingrepen plaatsgevonden. Zo zijn er plotseling vier poorten in plaats van de oorspronkelijke twee. Ik snap de rol van Monumentenzorg niet, aangezien bij de besprekingen over de bouwaanvraag door deze dienst steeds detailtekeningen gevraagd werden van de poorten.’
Herraets kreeg steun van de PvdA. Woordvoerder Jos Weijs: ‘Zowel Monumentenzorg als het college heeft getracht de kool (het monument) en de geit (de horeca) te sparen en dat is weer eens onmogelijk gebleken.’
Financiële perikelen leidden er in de herfst van 1981 toe dat de verbouwing stil kwam te liggen. Pas het jaar daarop werd de boerderij in gebruik genomen. Een tussentijds voorstel van de PvdA-fractie en Lambert Herraets om de erfpacht te verhogen vanwege niet nagekomen verplichtingen werd door een raadsmeerderheid verworpen. Jos Weijs: ‘Het college wil Royal in de watten blijven leggen. Alles wordt met de mantel der liefde bedekt.’

Intermezzo – Kasteelboerderij (2)

Een kwart eeuw geleden was ik enkele jaren elftalleider van een jeugdteam bij Wittenhorst. Mooi en dankbaar werk. Pionnen klaarzetten, vervoer naar uitwedstrijden regelen, wedstrijdverslagjes maken, voor grensrechter spelen, thee zetten, hesjes uitdelen: ik deed het allemaal met veel plezier. Maar er was één ding waar ik godsgruwelijk de schurft aan had: fluiten. Als ik ergens niet voor in de wieg ben gelegd, dan wel voor de rol van scheidsrechter. Zelfs niet bij twaalfjarigen. Scheidsrechter zijn vereist resoluut en gedecideerd optreden, autoriteit uitstralen en geen enkele (zelf)twijfel toelaten. Stuk voor stuk eigenschappen waarover ik niet beschik. Gelukkig hadden we een min of meer vaste scheidsrechter. Alleen wilde de goeie man zich nog wel eens op het allerlaatste moment afmelden. Voor mij bleef dan slechts één uitweg over: naar de telefoon sprinten en die wat slungelachtige jongen bellen die er schijnbaar de grootste lol in had de fluit te hanteren. En hoe laat ik ook belde of wat voor hondenweer het ook was: mijn reddende engel was steevast binnen vijf minuten ter plekke. Eeuwige dankbaarheid mijnerzijds viel hem ten deel. Zijn naam, vraagt u? Wilt u het per se weten? Nou, goed dan: Eric Janssen. Alias De Lange.
De afgelopen weken is door sommigen geïnsinueerd dat ik een hekel aan Eric Janssen zou hebben. Het tegendeel is het geval: hij heeft bij mij altijd een streepje voor – u weet nu waarom. Maar zelfs als Eric geen streepje voor had, dan nog zou ik hem niet kwalijk nemen dat hij voornemens is de Kasteelboerderij te kopen (of intussen misschien zelfs al gekocht heeft). Als ambitieus horecaondernemer ziet hij brood in de Kasteelboerderij en als zich dan ineens om wat voor reden of op welke wijze dan ook de mogelijkheid tot overname aandient, zou hij wel gek zijn om dat buitenkansje niet te grijpen.
Het gaat in deze zaak dan ook niet in eerste instantie om Eric Janssen en zelfs niet om de huidige uitbater Frank Kuijpers. Nee, het gaat eerst en vooral om de gemeente en de vraag waarom zij handelt zoals zij handelt. Onbegrijpelijk dat het antwoord op die vraag zo lang op zich laat wachten.