Posts tonen met het label Eduard van de Griendt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eduard van de Griendt. Alle posts tonen

zaterdag 7 juni 2025

Intermezzo – Griendtsveen, een stervend dorp? (3)

Verder met de serie over de bijzondere scriptie uit 1949 van Jet Jansen over Griendtsveen. Vandaag de derde aflevering, over de bestaansmogelijkheden. Klik hier voor aflevering 1 en hier voor aflevering 2.

In Griendtsveen woonden in 1949 79 gezinnen. Een overgrote meerderheid van de gezinshoofden was in dienst van de N.V. Maatschappij Van de Griendt's Land-Exploitatie. Er waren dertien tuinders, aldus Jet, maar ‘het zijn eigenlijk meer kleine boerenbedrijven, zij houden kippen, een of twee koeien en een paar varkens, maar tuinder klinkt beter dan boertje’.


Jongeren werkten nauwelijks bij de Maatschappij. ‘Men ziet dat elke ochtend 80% van de jongeren er liever een lange fietstocht voor over heeft dan op het land van de Maatschappij te werken. En als zij nu na die fietstocht het beloofde land zouden bereiken zou men dit er graag voor over hebben, maar de fabrieken in Deurne en Helmond zullen wel net zo zijn als in andere steden en erg moeilijk met het beloofde land te vergelijken.’ Dit moet betrekking hebben op jongens, want over meisjes schrijft Jet: ‘De meisjes in Griendtsveen kennen niet zo de vraag wat ze zullen worden en waar ze zullen werken als de meisjes in de stad. Over het algemeen blijven zij thuis of zij zoeken een betrekking als dienstbode voor dag en nacht.’


‘Wat is de afkeer van de jeugd tegen de Maatschappij?’, vraagt Jet zich af. ‘Een zeer belangrijk feit lijkt mij, dat de Maatschappij nog van vroeger de naam heeft nu niet bepaald het doel voor ogen te hebben zijn arbeiders een behoorlijk bestaan te garanderen. (…) De ouders zien hun kinderen liever iets hoger op de maatschappelijke ladder klimmen dan zij zelf gedaan hebben. Bij de Maatschappij is opklimmen onmogelijk. (…) De directeur van de Maatschappij ziet als reden dat “de jeugd van tegenwoordig liever met een leren portefeuille in de zak loopt dan de spade te hanteren en de handen vuil te maken.”’ Conclusie van Jet: ‘Dat lijkt me toch niet erg waarschijnlijk.’


Tot zover voor nu. Volgende keer meer over het wonen en de water- en elektriciteitsvoorziening in 1949.

vrijdag 23 mei 2025

Intermezzo – Griendtsveen, een stervend dorp? (2)

Anderhalve week geleden schreef ik hier over de bijzondere scriptie uit 1949 van Jet Jansen over Griendtsveen. Vandaag het vervolg; in de komende tijd volgen meer afleveringen.

Jet opent haar scriptie met een korte schets van de geschiedenis van Griendtsveen. Die begint als de gemeente Horst in 1885 ruim vierhonderd hectare veengrond verkoopt aan ondernemer Eduard van de Griendt. Hij sticht een turfstrooiselfabriek die werk biedt aan arbeiders uit alle windstreken. Geleidelijk ontstaat rondom de turfstrooiselfabriek een dorpje, dat de naam Griendtsveen krijgt.


Hierna beschrijft Jet beeldend hoe Griendtsveen er in 1949 uitziet:
‘Een onbekende die het tegenwoordige Griendtsveen bezoekt wordt getroffen door iets eigenaardigs aan het plaatsje. Na een lange kanaalweg afgelegd te hebben, die op een zeker punt overgaat van zwart asphalt in rode steenslag, waarschuwt tegelijkertijd een groot bord “Eigen Weg” aan de kant, dat men Griendtsveens gebied betreedt. Eventjes later doemen dan aan weerszijde van het kanaal kleine huisjes op. Het hele gehucht doet sterk denken aan een verzameling speelgoedhuisjes, waarmee een kind een dorp gebouwd heeft. De huisjes staan ordelijk op een rij, elk huis heeft een tuintje, in ieder tuintje groeien viooltjes, naast elk huis ligt een turfhoop en iedereen kijkt op als er eens iemand langs komt. Een eindje buiten de kom van het dorp, in zover men hier van een dorpskom kan spreken, staat, verscholen tussen machtige bomen, een groot herenhuis “De grote villa”, waar de landeigenaar, tevens directeur van de N.V. Maatschappij Van de Griendt’s Landexploitatie woont. Het hele gehucht, uitgezonderd het klooster, de meisjesschool, pastorie en kerk, en de openbare school met het schoolhuis is opgebouwd door en eigendom van de Maatschappij. (…) Men ziet niet veel leven in het dorp, verkeer komt heel weinig door Griendtsveen, er is geen fabriekje of werkplaats te bespeuren.’

Dat nagenoeg het hele dorp eigendom is van de familie Van de Griendt, verleidt Jet tot een opmerkelijk kritische observatie aan het slot van haar beschouwing: ‘Het geheel doet sterk denken aan een feodale maatschappij in de Middeleeuwen, het kasteel met rondom de huizen van de ondergeschikten, de Heer met zijn onderhorigen.’


In de volgende aflevering meer over de bevolkingsopbouw en de middelen van bestaan in Griendtsveen in 1949. 

donderdag 23 juli 2015

Intermezzo – Griendtsveen, hel op aarde

Alarmerende berichtgeving eergisteren in het Eindhovens Dagblad en gisteren op de website van Omroep Reindonk (klik hier) over de toestand in Griendtsveen. Muggen maken het leven in het pittoreske Peeldorpje tot een hel. Gerold van der Vrande, uitbater van Herberg De Morgenstond, tegenover Omroep Reindonk: ‘Je kunt ’s avonds nauwelijks nog buiten zitten vanwege de wolken muggen. Speciaal voor mijn klanten heb ik maar allerlei spuitbussen gekocht.’ Dorpsraadslid Jan van de Kam in het Eindhovens Dagblad: ‘Je kunt hier op dit moment echt niet buiten zitten.’ Van de Kam sluit een gang naar de rechter niet uit: ‘We kunnen niet voortaan áltijd overlast hebben.’ Horst-sweet-Horst zou Horst-sweet-Horst niet zijn als het niet naar het rampgebied was afgereisd om de situatie ter plekke met eigen ogen te aanschouwen. Die valt in twee woorden te omschrijven: dramatisch. Een korte impressie.
Van kilometers afstand komt het gekmakende gezoem van miljarden muggen je al tegemoet. In het normaliter zo levendige centrum van het Venetië van het Noorden kun je nu een kanon afschieten. Dat is dan ook precies wat er gebeurt: met een van het Oorlogsmuseum in Overloon geleend Duits kanon wordt op de muggen geschoten. Veel effect lijkt het vooralsnog niet te hebben, maar elke uitgeschakelde mug is er eentje minder.
De enkeling die zich wel op straat durft te wagen, is getooid met een klamboe
of gehuld in een outfit waarop marsmannetjes jaloers zouden zijn.
Op tal van plaatsen kom je zeefjes tegen die worden gebruikt bij het muggenziften, een dezer dagen veelbeoefende bezigheid in de zo zwaar getroffen Parel van de Peel. 
Straten en bermen liggen bezaaid met lege verpakkingen van muggenmelk- en After Bitegel-, -sprays en -rollers.
Wat je momenteel ook opmerkelijk veel aantreft in de wegbermen van het Giethoorn van het Zuiden is het singletje ’t Is weer voorbij die mooie zomer
Naar verluidt dumpen de dorpelingen deze hit uit 1973 massaal omdat zanger Gerard Cox er ‘het scherpe hoge zoemen van een mug’ in verheerlijkt (klik op het pijltje om het filmpje te starten):
Hartverwarmend is daarentegen de steun die Griendtsveen van alle zijden krijgt, zelfs uit het buitenland. Uit de Franse Camargue is nota bene een auto ingevlogen van de Insectes volants, een vrijwilligersorganisatie die eerste hulp biedt bij muggenrampen.
Boven het oorverdovende muggengezoem lijkt zo nu en dan trompetgeschal op te klinken. Een min of meer rake observatie, zo blijkt. Een lokalo die anoniem wenst te blijven verklaart: ‘Wat je hoort, is het getrompetter van olifanten. Gebleken is namelijk dat de dorpsraad over de bijzondere gave beschikt om van een mug een olifant te maken. Die olifanten doen geen vlieg kwaad. En daardoor raken we van de regen in de drup: het muggenprobleem dreigt een vliegenprobleem te worden.’
Griendtsveen, hel op aarde.

P.S. Ook het Jeugdjournaal doet vandaag verslag uit het rampgebied: klik hier.

maandag 1 december 2014

Intermezzo – Socialistische woelingen in Griendtsveen

In maart 1893 waren in de Peel tussen het huidige Griendtsveen en Helenaveen achthonderd veenarbeiders werkzaam namens de Maatschappij Griendtsveen. Het betrof omstreeks vierhonderd arbeiders afkomstig uit Noord-Brabant, tweehonderd uit Limburg en tweehonderd uit Friesland en Overijssel. Op donderdagmiddag 30 maart 1893 brak onder de Friezen een staking uit. De stakers eisten een loonsverhoging. Het katholieke dagblad De Tijd kwalificeerde de staking als ‘een zuivere uiting van den oproerigen, socialistischen geest der moderne Friesche werkstakers’ en berichtte: ‘Vereenigd trokken zij het veld door en wisten hun makkers te overreden of te dwingen met hen mee te gaan.’ Overleg met de directie had geen resultaat, waarna de volgende dag ‘het leventje’ opnieuw begon, aldus De Tijd: ‘In processie, gepakt en gezakt, een stok of een stuk hout in de hand, trokken 150 forsch gebouwde Friezen nogmaals naar het directiegebouw.’
Terwijl hun leiders binnen overlegden, doodden de stakers buiten hun tijd met haasje-over en andere spelletjes. De Tijd: ‘Een enkele keer slechts werd een socialistisch liedje aangeheven, een enkel maal werden de ruwe kreten vernomen: “Wij zullen hier de vrijheidsster doen schitteren, de roode vlag doen wapperen!”’
De vrijheidsster zou in Griendtsveen nooit schitteren, de rode vlag zou er niet gaan wapperen, de staking had geen resultaat, de lonen bleven even laag, de arbeidsomstandigheden even miserabel. Tot opluchting van De Tijd (klik op de afbeelding om haar te vergroten):
Blijft de vraag wat er zou zijn gebeurd als de Noord-Brabanders, de Limburgers en de Overijsselaars zich bij de stakers hadden aangesloten en één machtig front hadden gevormd. Zou de directie de loonsverhoging dan nog steeds hebben geweigerd?
120 jaar later is er nauwelijks iets veranderd: een effectieve verdeel-en-heers-politiek zorgt er nog altijd voor dat de verworpenen der aarden geen gemene zaak maken, maar elkaar bestrijden. Teruggebracht naar de Horster verhoudingen: de ‘kut-Polen’ krijgen de schuld, terwijl de ware verantwoordelijken de dans ontspringen. Links valt te verwijten dat het mee is gaan huilen met de wolven in het bos en zelf inspeelt op goedkope sentimenten. Zo wordt het nooit wat met die rode droom. Hoe zei Bertolt Brecht het ook alweer?

Unsre Herrn, wer sie auch seien,
sehen unsre Zwietracht gern,
denn solang sie uns entzweien,
bleiben sie doch unsre Herrn.

Proletarier aller Länder,
einigt euch und ihr seid frei.
Eure großen Regimenter
brechen jede Tyrannei!

maandag 31 december 2012

Intermezzo – 2012

Tweet met het hoogste kijk-mij-eens-lef-hebben-gehalte: ‘Floriade: een half miljard spin-off, 10 a 15 miljoen extra investeringen, 8 miljoen tekort in exploitatie. Wat hapert hieraan?’ (Ger Driessen)
Zieligste verkeersbord in de nabijheid van nep-authentiekste muur:
Meeste uitroeptekens: Johan!!!!!!!!!!!!!!!
Intrigerendste tweet: Y.
Mooiste aanwinst: Tante Pollewop.
Beste wat Horster gemeenteraad is overkomen: de terugkeer van Thijs Coppus.
Verkeersbord dat het meeste geweld is aangedaan:
Meelijwekkendste bloembakken: de Sevenumse 
Beste dijenkletser: Floriade.
Meest gemist: straatmuzikanten.
Vermoeiendste gespreksonderwerp: afvalbeleid.
Beste Horst-sweet-Horst bloed-onder-de-nagels-vandaanhaler: Raymond Knops.
Slechtst naar Horst-sweet-Horst geluisterd: de bouwers van de Sint-Joriskapel in Hegelsom.
Scheelste vogel: wiewouw.
Meeste spin-off in kortste tijd: Floriade.
Grootste gemis van Horst-sweet-Horst: discussie.
Onbetrouwbaarste plaatsnaambord:
Meest bedreigde Horster openbare bibliotheek: allemaal.
Zorgwekkendste twitterterugval: Ger Driessen (slechts 25 tweets in 2012, waarvan ook nog 8 op 21 januari).
Minst gemist: Gerd Leers.
Talrijkste metamorfoses: Eduard van de Griendt.
Initiatiefrijkste gemeenteraadslid: Roy Bouten.
Zotste nominatie: die voor de Hein Roethofprijs.
Grootste persoonlijke uitglijder: MIBO-magazijn.
Best verpakte gebouw:
Problematischte Horster caps locktoets: die van LEON LITJENS.
Op de glasvezelaars na onbetrouwbaarste sujetten: Engelse asfalteerders.
Ernstigste twee taalfouten in één graffitowoord (aangetroffen in de jongeren ontmoetingsplek in Broekhuizenvorst):
Beklagenswaardigste stewards: de Horster centrumstewards.
Lekkerste eieren: gepimpte Hegelsomse.
Meest ten onrechte compleet veronachtzaamde kerstwens:

maandag 18 juni 2012

Intermezzo – Twaalfde man (2)

Godzijdank zijn we er weer voor minimaal twee jaar van verlost. Adel verplicht echter. Helaas. Dus hierbij met frisse tegenzin toch nog maar even een korte analyse van de afgelopen veertien dagen.

De belangrijkste oorzaak van het falen lag in mijn ogen in de veel te grote ruimte tussen de linies.
Vooral het gat tussen middenveld en verdediging viel op een gegeven moment niet meer te belopen.
En dan dat ontstellende gebrek aan fantasie. Eenheidsworst, niemand die eens z’n nek durfde uit te steken.
Altijd maar dat beschutting zoeken, om doodziek van te worden.
Dat was twee jaar geleden tijdens het WK allemaal wel anders. Oké, van de waterdragers mag je misschien niet meer verwachten, maar als zelfs de meest creatieve spelers – of op z’n Italiaans: fantasisti – terugvallen op oude patronen dan wordt het wel verdomd lastig:
Hier, nog zo iemand die sinds dat WK in z’n ontwikkeling is blijven stilstaan:
Te vaak ook lag de focus op de verkeerde zaken:
Wat daarnaast een verderfelijke invloed had was het tegen elkaar opzetten van de teamleden door de buitenwacht:
En tja, als zelfs de twaalfde man je in de steek laat, is het natuurlijk helemaal vechten tegen de bierkaai.
Als er iemand rijp is voor een wissel is hij het wel dunkt me.

maandag 28 mei 2012

Klein mysterie 348 – Klarhülle met blaadje

Onderweg naar Griendtsveen voor Eduard. Aan de linkerzijde van de Griendtsveenseweg en de Kanaalweg hangen om de paar honderd meter aan houten paaltjes bevestigde Klarhüllen. Geperforeerde Klarhüllen van A4-formaat. Met daarin een blaadje. Met opschrift. Klapperend in de wind. Tegen mijn rijrichting in. Interessant. Moet ik op de terugweg eens even bij stoppen. Om te lezen waarom die mededeling zo belangwekkend is dat ze om de paar honderd meter wordt herhaald.
Eduard gekiekt. Op naar m’n nieuwe missie. Ook met de rijrichting mee is de mededeling op het blaadje vanuit de auto niet te ontcijferen, zo constateer ik nadat ik de eerste vijf paaltjes met Klarhülle steeds stapvoetser ben gepasseerd. Dat klapperen in de wind maakt het lezen er ook niet eenvoudiger op. E. O. RM. P. Kan er geen soep van maken.
Er zit weinig anders op dan te stoppen en uit te stappen.
Volgende paaltje: een gans met jongen. Die idylle mag ik niet verstoren. Er volgen immers nog paaltjes genoeg.
Volgende vier paaltjes: bumperklever die me op de hielen zit. Nu remmen zou wel eens fatale gevolgen kunnen hebben.
Bumperklever passeert.
Volgende paaltje: twee wandelaars. Stoppen? Nee, toch maar even doorrijden, anders moet ik die wandelaars weer van alles uit gaan leggen wat ik helemaal niet wíl uitleggen. Om het risico te vermijden dat ik alsnog met de wandelaars wordt geconfronteerd sla ik de twee volgende paaltjes ook over.
Volgende drie paaltjes: een peloton wielrenners. Nu stoppen zou oorlog betekenen. Eén wielrenner kan ik wel aan. Twee misschien ook nog, maar een heel peloton?
Volgende p… Kruising met Midden Peelweg. Er is helemaal geen volgend paaltje. Wel godverdegodver. Ach, laat maar zitten ook die stomme blaadjes. Verzin wel iets anders voor Horst-sweet-Horst.
Peelheideweg. Maar wat moet ik dan verzinnen voor Horst-sweet-Horst?
Meteriksebaan. En wat als die blaadjes in die Klarhüllen nou allemaal hilarische antihondenpoepteksten bevatten? Of curieuze mededelingen van een mij tot op heden onbekende actiegroep tegen aan de Slengweg woonachtige boerkadraagsters? Dan zou ik mezelf wel voor m’n hoofd kunnen slaan.
Crommentuijnstraat. Terug. Ik móet terug.
Kanaalweg. Paaltje met Klarhülle. In de verste verte geen gans met jongen, geen bumperklever, geen wandelaars en geen peloton wielrenners te bekennen.
Auto netjes in de berm parkeren.
Uitstappen.
Fototoestel in de aanslag.
Toevallig net geen windvlaag.
Na twee uur stad en land afbellen weet ik eindelijk een tractor te charteren die m’n limousine uit de zachte berm weet te trekken. Drie uur later ben ik thuis. Slachtoffer van m’n eigen nieuwsgierigheid.

Intermezzo – Eduard (7)

Zaterdag 26 mei, 19.09 uur, komt er een e-mail met foto binnen: ‘Vanmiddag kwam ik door Griendtsveen en wat zag ik? Eduard met een lange jas en rode sjaal. De foto is niet al te best. Met de telefoon genomen, wat normaliter redelijk goede foto’s oplevert, maar wellicht had ik het autoraam even open moeten doen … ;)
Was met mijn moeder onderweg, aan het genieten van de mooie natuur, dus het moest even tussendoor. Misschien kun je er iets mee, zie maar.’


‘Misschien kun je er iets mee.’ Natuurlijk kan ik er iets mee! Interactie tussen de blogger en z’n publiek, wat wil je nog meer? Geweldig! Alleen die foto … Het autoraampje open doen was inderdaad misschien verstandiger geweest. Duidelijk is dat Eduard een lange zwarte jas aan heeft en een rode sjaal om z’n hals heeft geknoopt. Op z’n hoofd iets dat verdacht veel op een helm lijkt. En prijkt bovenop die helm geen mijnwerkerslamp? Is 26 mei wellicht de naamdag van de Heilige Barbara, behalve beschermheilige van de mijnwerkers ook patrones van Griendtsveen? Snel de heiligenkalender geraadpleegd. Barbara van Nicomedië. Feestdag 4 december. Niet dus. En hoe ik ook m’n best doe, het lukt me niet deze uitdossing op de een of andere manier met Pinksteren in verband te brengen. Nog maar eens een nachtje over slapen.

Zondag. Prachtig weer. Voor m’n pc verder gaan zoeken naar de mogelijke betekenis van de vermomming van Eduard? Of een gokje wagen en naar Griendtsveen rijden in de hoop dat Eduard niet van tooi is veranderd, ik ’m van dichterbij kan vastleggen op de gevoelige plaat en mogelijk ter plekke een verklaring voor z’n dracht kan vinden? Ik besluit tot het laatste. Al ruimschoots voor ik Griendtsveen bereik, heb ik de verklaring gevonden. Iets voorbij de kerk van Meterik ontwaar ik aan de rechterkant van de weg dit bordje:
Eduard moet dus de gedaante van nostalgische motorrijder hebben aangenomen! Tien minuten later volgt de bevestiging van dit vermoeden:
Wat ik even voor een mijnwerkerslamp aanzag, blijkt bij nader inzien weerkaatsing van de zon te zijn geweest.
Oranjesupporter, schaatser, koningshuisvereerder, 1-meivierder, Hells Angel: Eduard heeft een aanzienlijk spannender leven dan ik ooit had kunnen vermoeden.
Jammer dat de heren voetballers van Griendtsveen Pinkpop belangrijker vinden dan promoveren naar de vijfde klasse. Eduard met blauwwitte sjaal had me ook wel wat geleken.

maandag 14 mei 2012

Intermezzo – Eduard (6)

Allemaal leuk en aardig met die Eduard, maar ik ben gisteren dus wel helemaal voor noppes naar Griendtsveen getuft.
12,5 kilometer heen, 12,5 kilometer terug. Was ik soms te vroeg (omstreeks 10.13 uur)? Of doet Eduard helemaal niet aan Moederdag? ‘Aan mijn lijf geen Moederdag. Hier in huis geen knieval voor de commercie, zegt m’n lief Katrientje altijd.’ Zou me dan weer meevallen van ’m. Zou me ook wat vergevingsgezinder maken. Wel vraag ik me nu al af wat ik donderdag moet doen. Is Eduard Hemelvaartsdagvierder of heeft hij ook daarvan een afkeer? En wat doet meneer als Griendtsveen tegen alle verwachtingen in naar de vijfde klasse promoveert? Een blauwwitte sjaal lijkt me toch wel het minste. Of is Eduard zo iemand die neerkijkt op de edele voetbalsport en liever een cricketmatch aanschouwt?
Wat ik eigenlijk wil zeggen: ik zou het wel waarderen als de anonieme decorateur/decoratrice van Eduard mij in ruil voor al m’n loftuitingen en gratis Griendtsveenpromotie van tevoren even inseint als Eduard weer eens van kleur dreigt te verschieten. Anders zie ik me in de toekomst wellicht genoodzaakt een onkostendeclaratie in te dienen voor vergeefs gemaakte kilometers.
Nu we het toch over Griendtsveen hebben: wist u dat het dorp en z’n omgeving in de jaren zestig aan een ramp is ontsnapt? Tijdens een bezoek aan het Horster gemeentearchief stuitte ik onlangs op een artikel over Griendtsveen uit Panorama. Verschenen in de zomer van 1962, kort nadat de gemeente Horst het dorp had gekocht van de Maatschappij Griendtsveen. Uit het artikel blijkt dat de Horster vroede vaderen snode plannen hadden met Griendtsveen, ‘die de bestaanszekerheid en de leefbaarheid van de Griendtsveense gemeenschap zullen verzekeren’. Het blad kopt zelfs: ‘Een paradijs in de Peel’ (klik op de afbeelding om haar te vergroten).
Dat paradijs zou ontstaan door ontsluiting van het veengebied van duizend hectare aan de rand van Griendtsveen. Het dorp zou daardoor worden opgestoten in de vaart der volkeren. In de woorden van Panoramajournalist Anton Martin:
‘Dit unieke complex van 1000 ha ongerepte natuur, met zijn bossen, zijn waters en zijn kanalen, zal ontsloten worden en gemaakt tot een gedroomd recreatie- en vakantieoord. Griendtsveen zal van dit “gebied” de verzorging hebben. Dat wil zeggen: de toeloop van toeristen, hengelaars, wandelaars, kampeerders, waterskiërs en noem maar op zal door een Griendtsveense thans nog niet bestaande “middenstand” bevoorraad moeten worden. Er wordt in de komende jaren een zeer grote inwijking in Griendtsveen verwacht. Van bakkers en kruideniers, van zuivelhandelaren en cafetariahouders, van garagebedrijven en ijstenten. De lijst is voor uitbreiding vatbaar. Heeft u een tent? Heeft u een caravan? Heeft u een motorboot? Nog even geduld en u kunt naar Griendtsveen.’
De ramp was niet te overzien geweest. Wat een geluk dat sommige snode plannen sneven. Zelfs die van Horster vroede vaderen.