Posts tonen met het label brand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brand. Alle posts tonen

woensdag 6 mei 2026

Intermezzo – Peelbrand

Op 1 maart 1932 woedde in de Peel bij Griendtsveen een grote brand. Het Algemeen Handelsblad berichtte een dag later:
‘Terwijl de Peel op verschillende plaatsen in vollen gloed stond, heerschte in de dorpjes aan den rand diepe rust. Dit is niet zoo onverklaarbaar als het voor buitenstaanders lijkt. Er gaat immers geen jaar voorbij zonder ten minste een flinken Peelbrand, ofschoon het zelden of nooit zoo hevig heeft gebrand als gisteravond en in den afgeloopen nacht.’
Ook in Horst lag niemand wakker van de brand, aldus het Algemeen Handelsblad:
‘In de Dorpsstraat van Horst kregen wij een boer in het licht van den schijnwerper. “Baas, waar brandt de Peel?” vroegen wij kort. “Is-t-er weer Peelbrand? Niks van ‘eheurd.”’

De Limburger Koerier bespeurde eveneens weinig opwinding:
‘Horst weet weinig van den peelbrand af, tenminste een late wandelaar, die zich naar huis spoedde, stond er verwonderd van te kijken, dat er zooiets als een peelbrand in de Peel aan den gang was.’
Afgelopen vrijdag woedde in de Peel bij Griendtsveen een brandje dat de brandweer in een mum van tijd onder controle had. Geen ‘vollen gloed’ dus. Toch heerste in ‘de dorpjes aan den rand’ ditmaal geen diepe rust. Althans niet bij Facebookend Horst aan de Maas. Dat stond in lichterlaaie. ‘Aangestoken’, was de eensluidende conclusie. Maar waarom? En door wie? ‘De roverheid zelf’, suggereerde iemand. Waarom dan? ‘Ze moeten iets doen om de mensheid meer belasting te laten betalen om de natuur te redden. Allemaal bewust... kijk maar eens wat onderhoud kost, en daarbij kunnen ze mooi angstzaaien zodat je nog meer belasting gaat betalen.’ Zou de overheid echt geen effectievere manieren weten om meer belastinggeld binnen te harken?


Nee, het was niet de roverheid, meenden anderen. Wie dan wel? Activisten! ‘Geeft toch te denken nu we worden gebrainwashed over de opwarming van de aarde, dit is geen toeval. Misschien eens rondkijken bij die klimaatactivisten, die gaan heel ver om hun zin te krijgen.’ Dus klimaatactivisten gaan in de Peel een fikkie stoken om de opwarming van de aarde te bevorderen? Zodat hun gelijk des te eerder wordt bevestigd?


Ja, het moeten wel activisten zijn geweest, denkt iemand anders, maar dan activisten uit een andere hoek. ‘Mensen geven defensie de schuld maar denk dat ze alle branden maar eens goed moeten onderzoeken. Is een groep die erachter zit. Activisten bijv!!’ Spijker op de kop volgens weer een ander: ‘Ook mijn gedachten. Mensen die een hekel aan defensie hebben.’ Ah zo! Dus mensen die een hekel hebben aan defensie stichten brand om defensie zo een slechte(re) naam te bezorgen?


Gruwelijk heimwee naar de nuchterheid van 1932.

vrijdag 2 mei 2025

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (4) | Konijnswarande

Vage jeugdherinneringen waar je net niet bij kunt, zijn misschien wel de mooiste herinneringen. Een beeld, een flard is het enige dat ervan resteert. Maar hoe betrouwbaar is dat beeld, die flard? Was je erbij of heb je mensen erover horen praten en heb je daar zelf een beeld bij bedacht? Zo heb ik nog een beeld van de vuurzee bij de grote brand in 1969 in de veilinghallen in Grubbenvorst. Ik was toen vier jaar en twee maanden. Oud genoeg om me die vuurzee te herinneren? Of heb ik dat beeld zelf gecreëerd uit de verhalen die ik erover hoorde?


Een ander beeld dat van heel diep zo nu en dan aan de oppervlakte verschijnt, is dat van een vuilstortplaats in Melderslo. Daniëlweg, van Horst uit gezien na enkele honderden meters net voor het bosje linksaf, een ballastweg weg op – de Kniensvrang (officieel: Konijnswarande) geheten – en dan na een meter of honderdvijftig aan de rechterkant prikkeldraad met daarachter een vuilstortplaats. Is dat beeld overeenkomstig de waarheid? Bevond zich op dit inmiddels geheel begroeide perceel inderdaad ooit een vuilstortplaats?


Eerst eens ter plekke kijken of er misschien sporen zijn van een vuilstortplaats. Het is een bosje van niets, grof geschat tweehonderd bij vijftig meter. Maar betreed het en je waant je in een andere wereld. Slingerpaadjes, wilde begroeiing, diep uitgesleten dalen, hoge kliffen. Een paradijs van postzegelformaat. Sporen van een vuilstortplaats? Moeilijk te detecteren. Twee ijzeren paaltjes wellicht, maar dan heb je het ook wel gehad. En lagere, strakker in het gelid staande bomen op de plek waar ik de voormalige vuilstortplaats vermoed.


Ik ga te rade bij (bijna) alles-van-Melderslo-weter Jarvin van de Ven. Ja, zou goed kunnen, hij meent dat hij Harry Litjens, voormalig voorzitter van Stichting Geschiedenis Melderslo, ooit iets over een vuilstortplaats op de bedoelde plek had horen zeggen. Jarvin suggereert verder om Piet Lenssen, nog zo’n allesweter, eens te vragen. Zat ik zelf ook al aan te denken. Piet zegt het niet zoveel, maar hij gaat voor mij aan het werk en spreekt met twee buurtbewoners, Wiel Custers, die aan de Horster kant van het bosje woont, en Paul Jakobs, die sinds 1983 in het eerste huis achter (van Horst uit gezien) het bosje woont.


Uit die twee gesprekken valt te destilleren dat, precies op de plaats waar ik vermoed, inderdaad een vuilstortplaats heeft gelegen, waarschijnlijk tot midden jaren zeventig. Wat ik hierboven ‘diep uitgesleten dalen’ noemde, moet in die tijd het hart van de vuilnisbelt zijn geweest. Na de sluiting van de belt is het afgegraven. Heel zorgvuldig moet dat niet zijn gebeurd: Wiel Custers vertelde dat er ’s winters, als er weinig begroeiing was, nog wel eens wat plastic zichtbaar was op de plek van de belt. Een voorbeeld van zo’n plasticrestant is trouwens nog steeds te zien: 


En die twee ijzeren palen? Daarvan is onduidelijk of ze tot de afrastering van de vuilstortplaats behoorden; zou kunnen maar is niet zeker.


Verblijdende conclusie: met mijn geheugen is niets mis. Althans niet op dit punt.

(Met grote dank aan Jarvin, Piet, Wiel en Paul)

zaterdag 10 april 2021

Intermezzo – Kerkfoto’s

En toen ploften er, enkele weken geleden, zomaar ineens drie foto’s in mijn brievenbus. Twee van een verwoeste kerk, een van een kerk in aanbouw. Drie foto’s zonder enige duiding. Zonder afzender ook. Een schenking van iemand die op de hoogte is van mijn belangstelling voor de lokale geschiedenis? Ik proefde er in elk geval ook een aansporing in om er in stukje aan te wijden op Horst-sweet-Horst.


Op een van de foto’s herkende ik Leonard Debye, voormalig pastoor-deken van Horst. En die verwoeste kerk, was dat niet die van Meterik, met op de ene foto het nog altijd bestaande transformatorhuisje? Ik kon het zo snel niet achterhalen. Geleidelijk verdwenen de foto’s uit mijn blikveld. Totdat ik deze week Joop, mijn oom uit Blerick, aan de telefoon had. Enigszins terloops meldde hij enkele weken geleden drie uit het familiearchief afkomstige foto’s van de Sint-Lambertuskerk in Horst in mijn brievenbus te hebben gedeponeerd. Op een ervan stond zijn broer, tevens mijn vader. Vandaar dat ik ze kreeg. Raadsel opgelost!  


Laten we beginnen met de foto waarop mijn vader als misdienaar prijkt (rechts). Naast mijn vader inderdaad deken Debye (met wie m’n vader later nog wel eens de degens zou kruisen) en links Leo Wijnen, eveneens in de rol van misdienaar. Ik vermoed dat de foto is gemaakt op 26 augustus 1951 – mijn vader was toen 12 –, de dag van de officiële eerstesteenlegging van de nieuwe Sint-Lambertuskerk. De huizen op de achtergrond zouden dan aan de Hoofdstraat moeten liggen. Overigens meen ik mijn vader ook te herkennen op een andere foto van de eerstesteenlegging, helemaal rechtsonder. De misdienaar naast hem zou dan logischerwijze weer Leo Wijnen moeten zijn.


De belangstelling voor de eerstesteenlegging viel overigens tegen omdat diezelfde middag aan de Herstraat het rieten dak van villa De Roskam, bewoond door de familie Vullinghs, vlam vatte. Deken Debye was not amused, bleek enkele dagen later in De Echo van Noord-Limburg:
‘We zijn niet tevreden over de opkomst der parochianen. Zelfs als we brand en andere dingen in aanmerking nemen dan was deze nog beneden peil te noemen. We moeten eerlijk bekennen dat we dit geen ogenblik hadden verwacht.’

Dan die twee andere foto’s. Enig geblader in diverse publicaties leidde tot de onomstotelijke conclusie dat het hier niet de naoorlogse puinhopen van de Meterikse kerk betreft maar die van de Sint-Odakerk in Melderslo. Beide foto’s zijn (onder meer) afgedrukt op bladzijde 111 van deel 6 van Oud Horst in het nieuws. Ook dit trafohuisje bestaat trouwens nog steeds: het ligt op de kruising Vlasvenstraat – Odastraat – Rector Mulderstraat.


P.S. Ik vroeg Joop of ik hem in dit stukje ‘J.’ moest noemen of dat ‘Joop’ ook was toegestaan. Zijn reactie is te mooi om onvermeld te laten: ‘Ik ben geen boef, je mag mijn naam noemen. Terzijde: als dank voor het kordate optreden van de vrijwillige brandweer van Horst tav de brand rieten dak De Roskam is Vullinghs de brouwer toegetreden tot de vrijwillige brandweer. Jammer dat Jun [mijn vader] kerkelijke bezigheden had anders had hij beslist vooraan gestaan in Herstraat.’

dinsdag 29 december 2020

Intermezzo – Smulderslust

‘Relaxcentrum’, ‘sexcentrum’, ‘eroscentrum’, ‘relax-gelegenheid’, ‘club’, ‘etablissement’: het beestje kan maar een naam hebben. En dat was dan nog slechts het eerste deel van de naam. Het was vooral het tweede deel dat tot commotie leidde in America: Smulderslust.


Gerard Smulders was een inwoner van America die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat. 26 jaar oud werd hij op 19 augustus 1944 in Kamp Vught gefusilleerd. Na de oorlog werd in America een straat naar hem vernoemd. In die straat opende eind 1973 Smulderslust zijn deuren. ‘Een etablissement waar men zogenaamd gezellig kan relaxen’, aldus het Dagblad voor Noord-Limburg.


America, de familie Smulders voorop, stond op z’n achterste poten omdat Gerard werd onteerd door de naam Smulderslust. Het Americaanse gemeenteraadslid Geurts verzocht het gemeentebestuur dan ook om in actie te komen. Maar dat verklaarde zich niet bevoegd tot optreden, hoewel wethouder Claassens liet weten dat het gemeentebestuur ‘met walging’ had kennisgenomen van advertenties voor Smulderslust.


De familie van Smulders liet het er niet bij zitten en diende een aanklacht in bij de officier van justitie in Roermond. Op zijn beurt was de exploitant van het eroscentrum weer verontwaardigd dat de familie geen contact met hem had opgenomen. De echtgenote van de exploitant verklaarde in dagblad Trouw: ‘Ze zijn achter onze rug onmiddellijk naar de gemeente en de rechtbank gestapt in plaats van aan ons te vragen of wij de naam van de zaak wilden veranderen. Dat hadden we zeker gedaan. Wij wisten niets af van die verzetsstrijder, die was doodgeschoten. Ik kan me wel voorstellen dat de familie het akelig vindt dat wij die naam gebruiken voor onze zaak.’ Of haar man de naam dan ging veranderen? ‘Nou, ik weet het niet. Als ze eerst naar ons waren toegekomen en het hadden gevraagd, hadden we het zeker gedaan, maar nu ze direkt naar de rechtbank zijn gestapt, weet ik het niet. Dan heeft hij ook een harde kop.’ Overigens vermoedde de vrouw dat de weerstand van de dorpsbewoners ook voortkwam uit ongemak over de aard van het etablissement. Daarvan was ze niet onder de indruk: ‘Ze zijn hier niks gewend.’


Dat van die harde kop bleek te kloppen: de naam bleef zoals ie was. Daarop stelde de politierechter in Roermond de familie Smulders in het voorjaar van 1974 in het gelijk en veroordeelde de exploitant wegens belediging. Die uitspraak kwam alleen als mosterd na de maaltijd: Smulderslust was op 27 februari 1974, Aswoensdag (!), tot de grond toe afgebrand en zou niet meer worden opgebouwd.


(Bronnen: Dagblad voor Noord-Limburg, Peel en Maas, Trouw en Het Parool)

zondag 14 mei 2017

Klein mysterie 740 – Martin Bom

Voor de afwisseling weer eens een duikje in het verleden. Het altijd boeiende verleden. Om de een of andere reden heeft geschiedenis de naam stoffig en saai te zijn. Volkomen ten onrechte: geschiedenis is net zo stoffig en saai als je het zelf maakt. Geschiedenis prikkelt de verbeelding en als je er oog voor hebt ligt op elke hoek de emotie voor het oprapen. Oók het archief van de gemeente Horst aan de Maas bevat tal van documenten die het leven van soms honderden jaren geleden dichtbij brengen, welhaast tastbaar maken. Zoals het proces-verbaal, opgemaakt na het overlijden van Martin Bom, en diens overlijdensakte (klik op de afbeeldingen om ze te vergroten).*
Woensdag 12 juni 1833. Om zeven uur ’s avonds verschijnt boer Antoon de Bijl bij Leonard Neujean, assessor (een functie enigszins vergelijkbaar met de huidige wethouder) van de gemeente Horst en Sevenum. De Bijl verklaart dat hij die middag ‘in de Peel’ een van turf gemaakte hut heeft zien afbranden. Daarbij is een dodelijk slachtoffer gevallen: de omstreeks tien jaar oude Martin Bom, ‘welke in genoemde hut zich te slapen had nedergelegd’. 
Om zeven uur de volgende ochtend begeeft Neujean zich samen met de veldwachters Jan Hermans en Pieter Peeters naar de plek van de afgebrande hut. Neujean: ‘Aldaar gekomen zijnde, hebben wij hetzelve [kind] zoodanig verbrand gevonden, dat het ons noodzakelijk scheen om hetzelve dadelijk ter aarde te doen bestellen.’ Neujean spreekt vervolgens met de dagloners Jan Dings (31) en Jakob Buijssen (58) en boer Theodor Christiaens (31). Zij zijn alle drie getuige geweest van de brand, maar kunnen het ontstaan ervan niet verklaren. 
Nog diezelfde dag komen Pieter Weijs (63) en Jan de Bijl (21), allebei dagloner en allebei het schrijven niet machtig, bij Neujean aangifte doen van het overlijden van hun buurjongen. Uit de overlijdenakte blijkt dat Martin een dag eerder omstreeks drie uur moet zijn overleden, slechts 11 jaar oud. Wat Antoon de Bijl omschreef als een van turf gemaakte hut in de Peel heet in de overlijdensakte ‘het huis gelegen aan den Oostenrijk in deze gemeente’. 
Al te veel fantasie is niet benodigd om je dit drama voor ogen te kunnen toveren. Daarnaast is er ook het nodige om aan de verbeelding over te laten. Hoe is de brand ontstaan? Waarom legt een 11-jarige jongen zich om drie uur ’s middags te ruste? Waarom duiken de ouders van Martin, Pieter Bom (1778-1848) en Petronella van Kempen (1786-1844), niet in het verhaal op? Worden ze gekweld door zelfverwijten? Zijn ze de klap van het overlijden van hun tweede kind (dochter Maria Petronella was in 1818 negen dagen na haar geboorte overleden) nog te boven gekomen? 

* De genoemde documenten bevinden zich in de archieven van de gemeente Horst (1579-1939) in de inventarisnummers 5118 en 5887. 

maandag 26 januari 2015

Intermezzo – Dikke DAF

Toen het zaterdagochtend hard sneeuwde, plaatste ik dit berichtje met foto op de Horst-sweet-Horst Facebookpagina:
‘In de strijd tegen de sneeuw is nu op diverse plaatsen in Horst aan de Maas het leger ingezet. Op bijgaande foto zijn de manschappen heroïsch in de weer aan de Meterikseweg in Horst.’
Dit leidde tot de volgende reactie van de in Melderslo geboren en opgegroeide Joost Claassens:
‘In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam Het Leger vaker in Horst, op manoeuvre. De vervaarlijke tank op deze foto werd toen uitgebeeld door een Dikke DAF (voor de niet dienstplichtigen: een vrachtauto) aan beide zijden van bordkartonnen platen te voorzien, met daarop de zijkant van een tank geschilderd. Het geheel was ook nog van een kachelpijp voorzien, een tank moet toch ook een masculien geval als een kanon hebben! Verder is Het Leger ook nog te prijzen voor zijn inzet in een extreem droge zomer, koeien stonden zieltogend smachtend in de wei, enkel dor gras, tot er met een aantal Dikke DAF’s bietenloof uit Brabant werd aangevoerd. Dit heeft veel dierenleed voorkomen en het heeft de economie van Melderslo een ferme zet gegeven. Het Leger kan dus niet meer kapot.’
Prachtig toch? Op mijn vraag of hij geen foto had van die dikke DAF stuurde Joost me vervolgens een privébericht, dat nog veel prachtiger is dan zijn eerste reactie (klik op de tekeningen om ze te vergroten):
Geen foto, wel een tekening die ik in 1961 in klas 1 van het RK Lyceum voor Jongens Immaculatae Conceptionis der Paters Franciscanen te Venray heb gemaakt.
Het betrof een brand in 1959 waarvan de rook in Melderslo te zien was, naast de sensatie van de zich voortspoedende brandweerauto’s en later de Dikke DAF’s met soldaten van de kazerne in Venlo voldoende om ons op de fietsen naar de plek des onheils, vele hectaren bos, te spoeden. Ik heb er slechts een 7 1/2 voor gekregen van de fameuze meneer Min. Te zien zijn diverse technieken om bosbranden te blussen, zoals spuiten van water, vuurharken en graven van brandgangen. Er zit ook een grapje in: het waarschuwingsbord “voorzichtig met vuur” staat zelf in brand. Waar midden in het bos het water werd gehaald, zie de dikke slang in het midden, is mij een raadsel, misschien met een motorpomp uit het Schuitwater. Er staat ook een klein uitgevallen Dikke DAF op de tekening.
Als bonus uit dezelfde periode een “Groeten uit Melderslo” prentbriefkaart, met naast kerk, ruïne en het houten huis [Vlasvenstraat 20], ook de ruïne van de oude kerk.
Waarop ik Joost, na dankzegging voor beide tekeningen en het bijbehorende verhaal, liet weten dat die meneer Min dan wel fameus mocht zijn geweest, maar in dit geval in mijn ogen toch een lelijke uitglijer had gemaakt met dat lage punt. Wat zou Joost er trouwens van vinden als ik onze dialoog niet zou laten verdwijnen in de krochten van Facebook maar zou opwaarderen tot een volwaardig weblogstukje? Zijn reactie:
‘Lees hier het relaas van de brand, inclusief de brandweer van Horst en militairen uit Venlo en zelfs Roermond en Weert. Het was dus 1959, toen zat ik nog op de RK Lagere School te Melderslo. Ongetwijfeld zal ik in het tekencahier bij Meester van Rijswijck ook al geprobeerd hebben mijn ervaringen beeldend weer te geven, ik zag blijkbaar mijn kans schoon om meteen op de eerste klas in Venray een groter publiek te bereiken en dan krijg ik ook nog eens, zestig jaar later, via jou het podium van de wereld! Dus ga je gang!
Bij dezen.


N.B. Joost liet me ook nog weten dat zijn verhaal op het punt van de legerinzet bij de droogte bij verificatie niet helemaal correct bleek: het veevoer werd gelost op het plein bij de Boerenbond in Melderslo en werd daar opgehaald door de boeren. Zie ook hier.

maandag 20 januari 2014

Klein mysterie 523 – De Oude Lind (3)

In de periferie van Horst wonen heeft beslist vele voordelen. Toch kleeft er ook een enkel nadeel aan. Zo willen de geluiden van de dorpstamtam hier niet altijd even luid en duidelijk doordringen. Meestal werkt het ding overigens prima, hoor. Zo sijpelde hier exact een week geleden het bericht al door dat Tom van Bergen voor een flinke hoop pietermannen Wittenhorst verruilt voor het Duitse ASV Süchteln. En ook de mare dat in de gedaante van CDA-lijsttrekker Bob Vostermans een nieuwe Messias is opgestaan, werd hier al in een vroegtijdig stadium opgevangen. Maar hoe lang het niet heeft geduurd voordat het nieuws van de sluiting van Kling zich een weg naar het buitengebied baande? En de tijding dat een 41-jarige Horstenaar z’n doopnamen uit het bevolkingsregister mag laten schrappen, moesten we hier zelfs uit de krant vernemen.
Nu bij het etablissement dat decennialang De Oude Lind heette en daarna als De Alde Lind en Aan Tafel door het leven ging, weer allerlei activiteiten plaatsvinden, blijft de dorpstamtam opnieuw in gebreke. Althans, zijn geluid draagt niet tot in de Horster periferie. 
Het verhaal mag bekend zijn: twee jaar geleden verwoestte een brand de bovenverdieping van Aan Tafel. Bovendien ontstond ernstige schade aan de benedenverdieping. Sindsdien oogde het pand als een bouwval.
Dit tot grote ergernis van weldenkend Horst. Volgens de PvdA-PK-gemeenteraadsfractie, die er (nooit beantwoorde?) vragen over stelde, zouden automobilisten de noordelijke toegangsweg tot het Horster centrum zelfs mijden om maar niet te worden geconfronteerd met deze schande. (Ook weer zo’n geluid dat de dorpstamtam voor de periferie verborgen hield, maar dit terzijde.) Intussen kwamen wel de dreps en de sierlijke vetmuur, twee uiterst zeldzame planten, tot wasdom op het afgebrande dak. En het hek rond de ruïne groeide uit tot een staalkaart van wat Horst aan de Maas op het gebied van evenementen allemaal vermag.
Twee jaar lang leek De Oude Lind / De Alde Lind / Aan Tafel zo dood als een pier. Maar ziedaar, ineens zijn er weer tekenen van leven. Aan de achterzijde gonst het van de bedrijvigheid en aan de voorzijde is afgelopen week het vermaledijde hek verwijderd en de stoep schoongeveegd.
De vensters zijn nog bekleed met spaanplaat, maar het lijkt een kwestie van tijd voor er weer glas in komt te hangen.
En nu vraagt Horst-sweet-Horst zich dus af waartoe al die bezigheden moeten leiden. Kan iemand de dorpstamtam weer wat harder zetten, zodat we hier in de periferie ook kunnen meegenieten?

maandag 6 mei 2013

Intermezzo – Brand! Brand!

Sinds deze week heerst weer code geel in Noord-Limburg. Blijft het nog een paar dagen droog dan volgt ongetwijfeld code oranje: groot gevaar voor bos- en heidebranden. Bij zulke berichten veer ik altijd op. Ik mag op z’n tijd namelijk graag een lekkere fik zien. Is waarschijnlijk historisch bepaald: m’n opa werd in 1929 benoemd tot Horster brandweercommandant (voorste rij, tweede van links).


Bij mij begon het allemaal met de grote brand in de veilinghallen in wat toen nog Grubbenvorst was. Een zonovergoten zondagmiddag in mijn herinnering. We waren op bezoek bij m’n oma (opa was al enkele jaren dood) toen het nieuws van de veilingbrand doordrong. Daar moest m’n vader, nooit weg van enige sensatie, natuurlijk bij zijn. Ik mocht mee. Vanachter een hek dat de provinciale weg van het veilingterrein scheidde, zagen we hoe een immense vuurzee de veilinghallen verwoestte. (Enig speurwerk doet me wel twijfelen aan de betrouwbaarheid van m’n geheugen: de brand vond plaats op 30 april 1969 – ik was toen 4 jaar en 2 maanden. En zonovergoten? Nee, half bewolkt! Een zondag? Nee, een woensdag, zij het dan Koninginnedag. Als ik er al bij ben geweest, moet het een van mijn oudste herinneringen zijn.)


M’n vader en ik bleven daarna hartstochtelijke brandliefhebbers, waarbij de lol niet zozeer zat in de brand zelf als wel in het lokaliseren ervan én in het met vliegende vaart zo kort mogelijk achter de brandweerwagen aanrijden.


Voor Horster pyrofielen waren de jaren zeventig een gouden tijdperk. De Peel was nog niet onder water gezet en stond dus vanaf april tot diep in oktober min of meer continu in brand. Woonachtig aan de westkant van Horst konden we wel wat met dat gegeven. Hoorden we de brandweersirene, dan sprongen we in de Eend en zetten, nog voordat de brandweerwagen gepasseerd was, koers richting Peel – een toppunt van pyrofielengeluk beleefden we toen we op een keer eerder dan de brandweer op de plek des onheils arriveerden.


Was het toentertijd trouwens niet zo dat in heel Horst de sirene afging bij brand? Als signaal voor brandweerlieden om zich naar de brandweerkazerne te spoeden? In elk geval hing bij de tuinbouwloods (op de hoek Loevestraat - Gastendonkstraat) een bordje waarop met krijt de locatie van de brand was geschreven – even handig voor vertraagde brandweermannen als voor vertraagde sensatiezoekers.


Toen de brandweerkazerne verhuisde van de Gastendonkstraat naar de Americaanseweg werd het allemaal minder: de Meterikseweg was niet langer de meest logische uitvalsweg richting Peel en daarmee waren we in een klap onze vanzelfsprekende voorsprong op de brandweerwagen kwijt. Sowieso nam het aantal Peelbranden vanaf het begin van de jaren tachtig schrikbarend af. Woningbranden konden ons aanzienlijk minder bekoren. Al bleef het een sport de locatie van de brand te traceren, bijvoorbeeld aan de hand van het waterspoor dat de brandweerwagen in bochten achterliet. En ik schaam me niet te erkennen dat ik de grote branden bij het champignonverwerkingsbedrijf tussen de A73 en de Venrayseweg (begin van deze eeuw) en Keijsers Interieurbouw aan de Songertweg (2008) met enig genoegen heb gadegeslagen. Zoals het ook een frustratie blijft dat ik enkele jaren geleden een grote brand op het industrieterrein heb gemist.