Posts tonen met het label Nieuw Gemengd Bedrijf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuw Gemengd Bedrijf. Alle posts tonen

woensdag 13 augustus 2025

Intermezzo – De terugkeer van Leon Litjens

Don Leon ist wieder da! Nou ja, mits de leden van CDA-afdeling Horst aan de Maas op 28 augustus instemmen met zijn lijsttrekkerschap bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar. Maar dat zit wel snor.


Horst-sweet-Horst verheugt zich op de terugkeer van de man die tussen 2007 en 2013 wethouder was in Horst aan de Maas. Zelden verlegen zitten om een mening, nooit een onorthodoxe oplossing schuwen, altijd eenvoudig uit de tent te lokken, nooit te beroerd om gepassioneerd tegengas te geven: een ideale voedingsbodem voor talloze Horst-sweet-Horst-stukjes over de soms ondoorgrondelijke wegen van Leon Litjens. Hopelijk kunnen we de draad vanaf volgend jaar weer oppakken. Maar waarom eigenlijk wachten tot die tijd?


Het CDA noemt hem nu ‘een bewezen daadkrachtige leider in het openbaar bestuur’. Mijn beeld is eerder dat van een uiterst ambitieuze wethouder. Om Horst aan de Maas ‘op de kaart te zetten’ was hij tot alles bereid, zeker als hij daarmee het (agrarisch) ondernemersbelang kon dienen. Zo wist hij het omstreden Nieuw Gemengd Bedrijf, de grootste megastal van Nederland, er ongegeneerd doorheen te jassen. (Inmiddels is besloten tot sloop van de varkensstallen.) Nog zo’n hot item tijdens zijn wethouderschap was de Floriade. Het miljoenenverlies praatte hij steevast goed door te wijzen op ‘de spin-off-effecten’. (Heten die effecten niet vooral Greenport, verdozing en arbeidsmigranten?) Wat nu het Rode Kruisplein is, moest het Quartier Latin van Horst worden, vol kunstwinkels, galerieën en ateliers. (Kijk wat ervan is geworden.)


Na zijn vertrek als wethouder bleef Don Leon onnadrukkelijk nadrukkelijk aanwezig in Horst aan de Maas, op de achtergrond meedenkend, adviserend, sturend. Zo dook zijn naam onlangs op in het hoofdpijndossier Kleefsedijk.


‘Het gaat er om wat de klant vind [sic] en niet de bestuurlijke waarheid’, zei hij ooit in een Twitterfittie met Hans Gilissen, toen burgemeester van Venray. Benieuwd of hij nog steeds achter die in mijn ogen laakbare opvatting voor een overheidsbestuurder staat.


Is het dan louter kommer en kwel? Nee. Mede dankzij Leon Litjens staan er weer moelbaere in de Moelbaerenbos. En nooit zal ik vergeten hoe hij in 2008 terugkwam op zijn mening dat gebouw Mooren in Horst tegen de vlakte moest. De argumenten van tegenstanders van sloop hadden hem overtuigd. Respect! De politiek is gebaat bij politici die erkennen op een dwaalspoor te zitten. In dat kader blijft het wel jammer dat hij niet wilde deelnemen aan een paneldiscussie over de Limburgse bestuurscultuur, drie jaar geleden in OJC Niks…

woensdag 31 maart 2021

Intermezzo – Integriteit

Twee jaar geleden de voormalige Limburgse gedeputeerden die baantjes kregen toegeschoven van de gemeente. Vorig jaar de staatssecretaris uit Hegelsom met een omstreden gronddeal. In januari de Venrayse wethouder met een omstreden gronddeal. Vorige week de schandalige zelfverrijking van de voormalige Limburgse gedeputeerde. Vorige week de twee Limburgse gedeputeerden en de commissaris van de koning die hadden zitten te slapen bij de schandalige zelfverrijking van de voormalige Limburgse gedeputeerde. En dan ook nog het gore lef hebben om moraliteit te prediken. (Ger Koopmans: ‘Er is ook nog zoiets als moraliteit: mag je elke mogelijkheid te baat nemen die de overheid je biedt?’)


Houdt het dan nooit op? Zijn er überhaupt nog Limburgse politici waarvoor je je hand in het vuur durft te steken? Die integer en naar eer en geweten handelen? Toch wel, Richard van der Weegen was zo iemand. Denk ik, zeker weten doe je het nooit, van niemand. U kent hem niet, Richard van der Weegen? Valt u nauwelijks kwalijk te nemen. Het trieste lot van politici die niet sjoemelen en die niet zelfpromotie tot hoogste doel hebben verheven, maar datgene waar het om gaat: de inhoud.


Richard van der Weegen was vijftien jaar gemeenteraadslid in Horst aan de Maas namens de PvdA. Vorige week nam hij afscheid. De gemeenteraad zal ‘m gaan missen. Gekscherend hield burgemeester Ryan Palmen hem vorige week voor dat zijn bijdragen regelmatig aan de lange kant waren geweest. Zelfs als dat al zo is: hoe lang hij misschien ook aan het woord was, hij had altijd iets te zeggen. In heldere bewoordingen en beargumenteerd. Zijn dossierkennis was ongeëvenaard. Bovendien was hij vasthoudend. En als sterk debater – een zeldzaamheid in de gemeenteraad van Horst aan de Maas – wist hij wethouders het vuur na aan de schenen te leggen. Onvergetelijk zijn discussies met voormalig wethouder Leon Litjens over het Nieuw Gemengd Bedrijf. Gerede kans dat Don Leon daar ’s nachts nog wel eens gillend van wakker wordt.


Viel er dan helemaal niets aan te merken op Richard van der Weegen? Jawel, hoor. Hoe treffend zijn analyses doorgaans ook waren, als het op stemmen aankwam voegde hij zich naar mijn smaak iets te vaak naar het college van burgemeester en wethouders. Dat is inderdaad het trieste lot van gemeenteraadsleden van een coalitiepartij, maar toch. Wat me ook zo nu en dan stak was zijn gevit op de andere linkse partijen, D66+GroenLinks en vooral de SP. Verder heb ik hem wel eens verweten dat hij soms roomser dan de paus wilde zijn. Hyper integer dus. Dat verwijt trek ik bij dezen graag in: beter hyper integer dan een beetje integer.

(Een ingekorte versie van dit stukje verscheen vandaag in Via Horst-Venray)

donderdag 2 juli 2020

Intermezzo – Gezondste Regio (2)

Wij Limburgers hebben nogal snel de neiging ons door de rest van Nederland in het algemeen en Randstedelingen in het bijzonder tekortgedaan of belachelijk gemaakt te voelen. Maarten van Rossem die zegt dat Limburg op een klompvoet lijkt? Wij Limburgers staan op onze achterste poten! Hollands geschamper over onze zachte g? Wij Limburgers staan op onze achterste poten! Wéér een van gesjoemel verdachte Limburgse politicus die aan de schandpaal wordt genageld? Wij Limburgers staan op onze achterste poten!


Zou het misschien ook zo kunnen zijn dat wij Limburgers het er soms een beetje naar maken? Dat wij Limburgers soms een beetje aanleiding geven tot dat gemeesmuil en gespot? Neem nu de Gezondste Regio 2025. U weet wel, dat enkele jaren geleden door lokale ondernemers opgerichte vehikel dat is opgetuigd voor de instandhouding van het agrarisch belang. Dat vehikel dat vervolgens liefdevol is omarmd door het gemeentebestuur van Horst aan de Maas en de lokale politiek. 


Hoe geloofwaardig is het om als zo ongeveer de ongezondste regio van Europa binnen enkele jaren de gezondste regio van Europa te willen worden? Hoe geloofwaardig is het om als Gezondste Regio je ondernemersprijs uit te reiken aan de grootste megastal van Nederland? Hoe geloofwaardig is het om als Gezondste Regio een aantal grote mestverwerkers die bij elkaar vele honderden tonnen mest per jaar verwerken geen strobreed in de weg te leggen? Hoe geloofwaardig is het om als Gezondste Regio allerlei agrarische bedrijven die zich niet houden aan vergunningsvoorwaarden tegemoet te komen en te koesteren? Hoe geloofwaardig is het om als Gezondste Regio zelfs in je deze week vastgestelde Verordening geurhinder en veehouderij ruim boven de door de GGD aanbevolen geurnorm te gaan zitten? Enzovoort enzovoort.


Lees week na week alle ingezonden brieven in Hallo Horst aan de Maas, beluister of bekijk tweewekelijks de gemeenteraadsvergadering en je beseft meteen dat de Gezondste Regio een boemerangeffect heeft (een boemerangeffect is volgens Van Dale ‘een verschijnsel dat een handeling of gebeurtenis waar iemand zelf verantwoordelijk voor is, zich op termijn tegen de bedenker keert’). En je beseft ook meteen dat het volstrekt logisch is dat de Gezondste Regio een boemerangeffect heeft.


Eén geluk hebben we: de rest van Nederland in het algemeen en Randstedelingen in het bijzonder lijken nog altijd niet te hebben opgemerkt dat we ons onsterfelijk belachelijk maken met de Gezondste Regio. Dus welgemeend advies: geef de Gezondste Regio zo snel als maar kan een andere naam, voordat we dadelijk weer op onze achterste poten staan omdat we ons tekortgedaan of belachelijk gemaakt voelen. Agrarisch Afvoerputje zou zo’n andere naam kunnen zijn, maar ongetwijfeld heeft u veel betere suggesties.  

zondag 24 mei 2020

Intermezzo – Stank (2)


als je continu in de stank zit
ruik je niet meer dat het stinkt

stront laat je van je afglijden
ja, je stinkt
maar niemand die het ruikt

je besmeurt je marionetten met stront
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je doet geen deksel op de beerput
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je stopt de beerput zo vol als je wilt
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je leegt de beerput nooit
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

je legt de rode loper uit
voor de grootste stinkerd van allemaal
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes bedenk je plannetjes
om mensen in de stank te laten wonen
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes bedenk je plannetjes
om zelf goedkoper in de stank te gaan wonen
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes en je marionetten schreeuw je van de daken
dat het in 2025 nergens zo lekker stinkt als bij ons
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

met je vriendjes en je marionetten geef je de grootste stinkerd van allemaal een prijs
ja, dat stinkt
maar niemand die het ruikt

tegen iemand die zegt dat het stinkt
zeg je dat hij het niet begrijpt
want je ruikt niet dat het stinkt

tegen iemand die zegt dat het niet stinkt
zeg je dat hij het tenminste begrijpt
want je ruikt niet dat het stinkt

want als je continu in de stank zit
ruik je niet meer dat het stinkt

donderdag 7 mei 2020

Intermezzo – Onderzoek intensieve veehouderij

Wie de grafiekjes en kaartjes van coronaslachtoffers bekijkt, ziet dat Oost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg zowel in absolute aantallen als procentueel bovenmatig zijn getroffen. Opmerkelijk. Her en der is geopperd dat dit mogelijk te verklaren valt uit het grote aantal carnavalsvierders in deze regio’s: juist in de carnavalsperiode liet corona zich voor het eerst gelden in Nederland. En als érgens grote groepen mensen dicht bij elkaar op de neus zitten en staan dan wel tijdens carnaval. Onderzoek zal moeten uitwijzen of er inderdaad een verband is tussen coronaslachtoffers en carnaval.


Onderzoek zal eveneens moeten uitwijzen of er een verband bestaat tussen het hoge aantal coronagetroffenen en de slechte luchtkwaliteit in deze regio’s. De hoeveelheid fijnstof is hier aanzienlijk groter dan in andere delen van Nederland. Boosdoener lijkt de intensieve veehouderij te zijn. Onderzoekers van de Wereldbank en de Vrije Universiteit Amsterdam zijn er zelfs al van overtuigd dat twintig procent méér fijnstof kan leiden tot een verdubbeling van het aantal coronabesmettingen. Alleen maar goed dus dat de minister van Landbouw, Carola Schouten, het RIVM heeft verzocht een en ander te onderzoeken.


Wat me verbaast is dat laatstgenoemd onderzoek geen al te hoge urgentie lijkt te hebben. Terwijl ik zou denken: hoe eerder hoe beter. Wat me evenzeer verbaast (maar misschien heb ik niet goed opgelet) is dat ik nog nergens de suggestie heb gehoord of gelezen om de intensieve veehouderijen met onmiddellijke ingang stil te leggen en eerst de resultaten van het onderzoek af te wachten. Dat zou inderdaad de nodige consequenties hebben, maar ook de sluiting van de horeca, kapperszaken, bibliotheken, musea en noem maar op had de nodige consequenties. En toch is het gebeurd. Wat mij betreft zouden de getroffen intensieve veehouders in het geval van stillegging ook financieel gecompenseerd dienen te worden.


Tot nu toe was het, bijvoorbeeld bij het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst, altijd zo dat eventuele schadelijke gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij eerst maar eens moesten worden aangetoond. Vraagt het buitengewone geval corona niet om buitengewoon beleid? Zou in het geval corona geen omgekeerde bewijslast kunnen of moeten gelden? Zodat eerst aan de hand van onderzoek dient te worden aangetoond dat intensieve veehouderijen géén toename van het aantal coronabesmettingen veroorzaken voordat ze weer in bedrijf mogen gaan?

(Dit stukje verscheen gisteren in licht gewijzigde vorm in Via Horst-Venray.)

maandag 27 april 2020

Intermezzo – Varkens

Gisteren. Voor de verandering maar eens een wandeling langs de Langevenseloop. Door mensenhand gegraven, beginnend ergens in het grensgebied tussen Sevenum, Hegelsom en Horst en in Swolgen uitmondend in het Schuitwater. Heerlijk zonnetje, muziek uit m’n oortjes en daar gaan we. Rechts aaneengesloten kassen, tuinbouwgebied Californië. Deprimerend. Links weilanden, akkers, grote varkensbedrijven. A73. Daarna links blauwebessenplantages. Daarachter de megavarkensstal van het Nieuw Gemengd Bedrijf in aanbouw. Deprimerend. Losbaan oversteken. Links over een enorme lengte een kas. Rechts akkers. Deprimerend. Lottumseweg in Melderslo oversteken. Links of rechts langs de Langevenseloop? Rechts. Verrek zijn dat daar links varkens? Terug. Links. Het zijn varkens! In de buitenlucht.


Stuk of tien, verdeeld over twee omgewoelde varkensweiden. Nieuwsgierig, enthousiast rondjes rennend, wroetend, luierend, drinkend in de poel, spelend. Ontroerend, tranen in m’n ogen. Ik sta wel twintig minuten te kijken en foto’s te maken. Dan komt de varkenshouder aanlopen. Johan Vullings. We raken in gesprek.


Hij is begonnen als traditionele varkenshouder. Tot hij genoeg had van de voortdurende druk van de bank. Hij wilde kleinschaliger, diervriendelijker. Het werden Livar varkens. Of hij ervan kan leven? Bij duizend varkens. Hij heeft er vijfhonderd en werkt daarnaast parttime. Hij vraagt zich af waarom Nederland voor de hele wereld varkensvlees moet produceren. Onhoudbaar ook, meent hij: Rusland is zelf al overgegaan tot grootschalige productie, andere landen zullen snel volgen.


Het Nieuw Gemengd Bedrijf, nauwelijks een kilometer verderop? Hij was en is tegen. Hij gruwt van de massaliteit, van de drie verdiepingen met varkens. Onbegrijpelijk dat de megastal pal tegen een geitenbedrijf mocht worden gebouwd. Verspreiding van virussen valt niet te voorkomen, weet hij zeker.


Op gemeentelijke en andere bijeenkomsten roert hij zich, maar zijn stem wordt niet gehoord. De LLTB en LTO Nederland zijn dominant. Op de achtergrond spreekt ook de bank een woordje mee. Toch blijft hij strijden, toch is hij ervan overtuigd dat het gaat veranderen. Niet nu, niet morgen, niet overmorgen, maar het gáát veranderen. Zeker weten.


We nemen afscheid. Ik loop door langs de Langevenseloop. Overal immense kassen, immense varkensstallen, immense blauwebessenplantages. Deprimerend. De varkens, Johan en ons gesprek blijven door m’n hoofd spoken. Uiteindelijk zijn ook de varkens van Johan bestemd voor de slacht en voor de markt. Zou van mij niet per se hoeven, maar een productievarkensloze wereld zal voorlopig wel een utopie blijven. En dan mag je als varken eigenlijk toch wel gezegend zijn met iemand als Johan, die je de ruimte geeft om te spelen, te wroeten, te luieren, te badderen. Die je de mogelijkheden biedt om jezelf te zijn, om varken te zijn. Die zich hard maakt voor een beter leven voor je soortgenoten. Waren er maar meer varkenshouders zoals Johan.

woensdag 15 april 2020

Intermezzo – Vuile lucht (2)

Afgelopen zaterdag kreeg viroloog Marion Koopmans in De Limburger de vraag voorgelegd of ze voorstander is van het stoppen met megastallen. Haar reactie:
‘Je moet er in elk geval serieus naar kijken. Moet het wel zo? Kijken naar de prijs die we betalen voor het vooral gefocust zijn op het welzijn en de welvaart van mensen, van onszelf? Meer virus-uitbraken zoals we die nu beleven, is de prijs. Dat risico moet je dan willens en wetens gaan nemen. (…) Als je alleen maar vanuit de mens geredeneerd blijft groeien, steeds meer land inpikt, dan krijg je dat vroeg of laat op je bord.’

Diezelfde dag bepleitten 170 wetenschappers verbonden aan acht universiteiten een radicaal duurzamer en eerlijker Nederland. Eén van hun vijf voorstellen:
‘Overgang naar een circulaire landbouw, gebaseerd op het behoud van biodiversiteit, duurzame, veelal lokale voedselproductie, vermindering van vleesproductie en werkgelegenheid met eerlijke arbeidsvoorwaarden.’

Op Facebook (klik hier) reageerde John van Helden op een stukje dat ik hier afgelopen zaterdag publiceerde:
‘Wat ik mis in deze zurige discussie, is dat er echt vooruitgang gemaakt wordt als je die maar wil zien ook bij het Gemengd Bedrijf. Maak een afspraak om te gaan kijken! We hebben alles in onze handen of kunnen ervoor zorgen dat dingen verbeteren. En als je samen ontdekt wat beter kan gebeuren er mooie dingen. Zoals ook voor uitstoot van ammoniak en fijnstof door de IV. Er is toch niets leukers dan op zoek te gaan naar deze verbetering of verandering ... ander voer uit reststromen, zie en lees Kipster en Nijssen Granico mooie voorbeelden uit onze regio dat het anders kan, misschien nog niet helemaal zoals jullie willen Lotte en Wim dat begrijp ik maar wel een enorme verbetering. We leven met 17 miljoen mensen in Nederland en iedereen maakt keuzes voor of tegen IV, wereldwijd zie je een enorme toename van plantaardige vleesvervangers in alle geledingen dat betekent dat de vraagt toeneemt en er verandering op komst is, help mee als je in die verandering gelooft, want zurig zijn en zelfs blijven dat is het leven in mijn ogen niet waard, het is toch veel mooier om mee te werken aan de verandering waarin je zelf gelooft?’

De reactie van John maakt duidelijk dat ik blijkbaar niet duidelijk genoeg ben geweest. Zoals al vaker gezegd: ik geloof heel graag dat er bij het Nieuw Gemengd Bedrijf, bij Kipster, bij Nijssen Granico en ongetwijfeld op nog meer plaatsen vooruitgang wordt geboekt. Maar waar ik niet in geloof is het hele systeem. Ik geloof niet in het systeem waarin miljoenen dieren uitsluitend als product, als dingen met een economische waarde worden gezien. Ik geloof niet in een systeem dat dieren niet als levende wezens ziet. En ik geloof óók niet in een systeem dat mensen ziek maakt.


De verandering waarin John gelooft, beschouw ik als ‘minder van hetzelfde’. Minder van hetzelfde is inderdaad een vooruitgang ten opzichte van hetzelfde. Maar het is een misverstand van John om te denken dat ik net als hij geloof in minder van hetzelfde en dat ik het net als hij mooi zou vinden om daaraan mee te werken. Ik geloof namelijk niet in minder van hetzelfde. Ik geloof alleen in radicaal stoppen met deze waanzin. In díe verandering geloof ik en aan díe verandering wil ik graag meewerken.


Zie het als een pleister bij een wond. Die kun je stukje bij beetje lostrekken. Elk stukje en elk beetje dat je lostrekt doet pijn, de wond geneest niet en het duurt een eeuwigheid voor de hele pleister los is. Je kunt de pleister ook in één keer lostrekken. Dan ben je in één keer van de pijn af en de wond geneest veel beter en sneller.

maandag 13 april 2020

Ingezonden – Ronk het biggetje

Koud vandaag. Ideaal weer dus om bij het haardvuur Ronk het biggetje, een ingezonden bijdrage van Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) te lezen.


Ronk het biggetje

Er leefde eens een lief, klein varkentje dat niets liever deed dan een paar keer per jaar op vakantie gaan. Hij was een beetje verwend en erg op luxe gesteld. Nu moet je weten dat ons biggetje bijzonder knap van uiterlijk was: zijn neusgaten zaten op precies de goede plaats, zijn welgevormde oren vielen in een elegante vouw langs zijn hoofdje en zijn staart krulde sierlijk als het mooiste Jugendstilornament. Het voortbewegen van de big was in zijn lichtvoetigheid te allen tijde gracieus. De fijn gevormde pootjes waren helemaal in stijl. Het zachte roze van zijn huid liet hem bovendien blaken van gezondheid. Kortom: het was een varkentje om in te bijten.

Omdat Ronk zo mooi was, trok hij tijdens zijn vakanties bij de mensen veel bekijks. Hij had het charisma van een beroemde filmster. Iedereen wilde met hem op de foto. Dat streelde zijn ego en ijdelheid. Minder leuk vond hij de behoefte van de mensen om hem constant aan te raken: te vaak werd hij ongevraagd in zijn wang of buikspek geknepen, zijn krulstaart gerecht of op het achterwerk gekletst. Op den duur hing hem dat behoorlijk de keel uit. Hij wilde niet als een stuk vlees worden behandeld. Het varken staat als intelligent te boek, daarom wilde Ronk graag dat de mensen van zijn karakter hielden; van het totale biggetje.

Ronk hield van kinderen en kinderen van hem. Een rol als knuffelvarken leek hem wel wat: af en toe een pootje of een kopje geven en een beetje voor de show apporteren. Liefst natuurlijk bij een familie die regelmatig op vakantie ging, zodat hij een boel van de wereld kon zien. Een gezin met een royale camper was zijn ideaal. Ronk kende geen mensen die hem als huisvarken zouden willen hebben, daarom spelde hij elke morgen de advertenties in de krant. Spellen met dyslexie was in zijn geval een riskante onderneming: hij noemde zich Ronk, terwijl in zijn geboorteakte toch duidelijk Knor stond geschreven. Ons biggetje bleef evenwel halsstarrig aan zijn eigen spelling vasthouden, zoals wel vaker voorkomt in agrarische kringen.

Op een stralende zomerdag viel zijn oog op een grote advertentie. Ronk stond te trillen op zijn varkenspootjes toen hij las: ‘Wij houden van varkens.’ De volgende zin: ‘wij hebben ideale transportmogelijkheden’, zette hem helemaal in vuur en vlam. Hij zag zich al overal en eindeloos rondtoeren. Ronk werd helemaal warm van binnen. Zijn varkensoogjes begonnen te glinsteren van blijdschap. Hij maakte een sprong; een volmaakte pirouette van vreugde. Vanaf dat moment was Ronk met huid en haar verkocht, want als mensen zoiets met grote letters in de krant zetten, moest het wel waar zijn. Hij begon opgewonden te fantaseren over wonen in Horst aan de Maas, want daar woonden die schatten van mensen.

Op het aanvraagformulier voor zijn nieuwe onderkomen bleef Ronk zich gewoon Ronk noemen. Hij was overtuigd zijn ideale plek in de wereld gevonden te hebben: hij droomde onophoudelijk over de hoge zandgronden en het arcadische, onaangetaste landschap van die diervriendelijke gemeente. Hij zag zich in gedachten al in een bootje over een zacht golvende Horster Maas varen, terwijl zijn perfecte neusgaten een frisse, gezonde lucht opsnoven. Wat was hij bang dat ze hem niet zouden willen hebben!

Gelukkig hadden ze aan de Witveldweg (o, wat zat de idylle al in de naam) nog een plaatsje vrij. Ze zouden hem met open armen ontvangen. De levenslustige Ronk verheugde zich enorm op de privacy, het lekkere eten en de ideale luchtverversing van zijn nieuwe woonverblijf. Op de mobiele mogelijkheden. Op de plek bij uitstek waar alle varkens gelijk zijn.

Jan Duijf Kloosterstraat

zaterdag 11 april 2020

Intermezzo – Vuile lucht (1)

‘Vuile lucht vergroot kans om te sterven aan Covid-19’ kopte NRC Handelsblad donderdag. Naar aanleiding van het daaropvolgende artikel schreef Lotte Spreeuwenberg op haar Facebookpagina (klik hier):
‘In Nederland is de meest vervuilde lucht niet in Amsterdam of Rotterdam te vinden, maar in Nederweert. Oorzaak: (pluim)veehouderij. Uit eerder onderzoek van Universiteit Utrecht bleek dat in regio's met intensieve veehouderij 50 procent meer (!) longontstekingen voorkomen dan elders op het platteland. In Horst aan de Maas werd een half jaar geleden nog doodleuk de grootste megastal van het land geopend. Wanneer gaan we begrijpen dat dit soort bedrijven in de vorm van groter ! meer ! winstgevender ! (onder het mom van 'innovatie' en 'verbeterde productie') ons géén gezondheid of goede levens gaat opleveren? Misschien is de Coronacrisis het laatste duwtje in de rug om dan nu écht zaken te gaan veranderen. Lokaal, minder, eenvoudiger. Worden we heel misschien ook nog écht Gezondste Regio 2025.’

Lotte riep mij op hierover ook nog eens ‘een zuur stukje’ te schrijven. Als Lotte je vraagt, kan je onmogelijk weigeren. Dus deed ik een greep uit mijn azijnkelder en zette een fles koud. Toen de azijn vanochtend op temperatuur was, heb ik de fles ontkurkt.



Lieve Lotte,

Al twaalf jaar schrijf ik op deze plaats met enige regelmaat kritisch (jij noemt het zuur, ook prima) over de almaar voortgaande moord op duizenden, tienduizenden, honderdduizenden varkens en kippen, over de aantasting van het landschap, over de zorgwekkende hoeveelheden fijnstof, over de permanente stank in deze gemeente. Allemaal veroorzaakt door de intensieve veehouderij. In de loop van die twaalf jaar is de maatschappij kritischer geworden over tal van aspecten van de intensieve veehouderij. Maar in Horst aan de Maas regeert onverminderd het agrarisch belang. Zou corona daar verandering in gaan brengen? Ik heb er een hard hoofd in. Jij iets minder geloof ik – die Hoffnung stirbt zuletzt. Wel een kleine correctie: je hebt het over corona als ‘laatste duwtje in de rug’ voor échte veranderingen. Dat impliceert dat er al duwtjes zijn geweest. Maar hier in Horst aan de Maas moet het eerste duwtje nog komen.


In dat artikel in de NRC komt ook het verband tussen vervuiling en sterfte door Covid-19 aan de orde. De ene wetenschapper gaat er vanuit dat dat verband er is, de andere zegt dat dat eerst nog maar eens moet worden bewezen. ‘Dat moet eerst nog maar eens worden bewezen’ is hier ook al jaren het adagium. Negatieve gevolgen van het Nieuw Gemengd Bedrijf? ‘Dat moet eerst nog maar eens worden bewezen.’ En dus is het grootste dierenconcentratiekamp van Nederland nu deels operationeel. Over tien jaar meer zieken en doden in Melderslo en Grubbenvorst en omgeving? Door het Nieuw Gemengd Bedrijf? ‘Dat moet eerst nog maar eens worden bewezen.’


Is het wel zo dat dingen die iedereen met een gezond boerenverstand op zijn klompen kan aanvoelen eerst moeten worden bewezen? Soms kunnen er jaren overheen gaan voordat er onomstotelijk bewijs is. Het kwaad is dan al geschied, als het kalf (het kuiken, het biggetje) is verdronken dempt men de put. Dit laat zich niet verenigen met rentmeesterschap, nog zo’n gevleugeld CDA-begrip, recentelijk enigszins in de versukkeling geraakt. Laat ik eens een in dit verband onverdachte bron aanhalen: Jan Peter Balkenende. De toenmalige minister-president zei in 2005: ‘De aarde en de natuur hebben we in bruikleen. We mogen er gebruik van maken. Maar we moeten dat kostbare geschenk ook weer in goede staat overdragen aan volgende generaties.’ Is dat wat nu gebeurt? Hier in Horst aan de Maas? In plaats van onomstotelijk bewijs vraagt rentmeesterschap soms ook om proactief handelen.


In jouw verwijzing naar Gezondste Regio 2025 meen ik enig cynisme te proeven. Dat doet me deugd. Wat Gezondste Regio 2025 ook allemaal mag zijn, het is in de eerste plaats een vehikel, een dekmantel, opgericht en opgetuigd voor de instandhouding van het agrarisch belang. Zolang dat zo blijft maakt dat Gezondste Regio 2025 tot iets volkomen ongeloofwaardigs.   


Tot slot wil ik nog even terugkomen op jouw ‘laatste duwtje’. Wat corona en de daarmee gepaard gaande crisis ook laten zien, is dat rigoureuze veranderingen ongekend snel kunnen gaan. Hetzelfde geldt voor aanpassingen aan die veranderingen. Vandaag weten we al niet meer wat de zekerheden van gisteren waren. Morgen weten we al niet meer wat de zekerheden van vandaag waren. Improvisatievermogen viert hoogtij. De voorbeelden kun je zelf wel invullen. Met dat in het achterhoofd zou ik niet willen pleiten voor een ‘laatste duwtje’, maar voor een hele ferme trap onder de kont. Weg met die intensieve veehouderij. Stoppen met die waanzin. Nu. Meteen.


Zuur genoeg zo, Lotte? Anders hebben we het er nog wel een keer over, op anderhalve meter afstand, onder het genot van een heerlijk glaasje azijn.

Liefs,

Wim

donderdag 3 oktober 2019

Ingezonden – Pioniers van het platteland

Horst-sweet-Horst ontving een ingezonden bijdrage van Lotte Spreeuwenberg. Lotte is afkomstig uit Melderslo en is onderzoeker en docent filosofie aan Universiteit Antwerpen. 

Pioniers van het platteland

Deze week protesteerden de boeren tegen het steeds kleiner wordende draagvlak voor voedselproductie in Nederland. In Horst aan de Maas lijkt dat draagvlak nochtans erg groot: afgelopen weekend werd het Nieuw Gemengd Bedrijf geopend (de grootste megastal van het land) en vlak daarvoor werden datzelfde bedrijf en zijn coöperatie genomineerd voor de lokaal prestigieuze ondernemersprijs (met dit jaar het thema ‘mens en dier’). In diezelfde week gaf de commissie Remkes aan dat er minder dieren gehouden moeten worden en legden wereldwijd meer dan zes miljoen mensen voor één dag hun werk neer om klimaatactie op te eisen.


Over de idealen in de regio, een overwegend agrarisch gebied waar trots geboerd wordt, kunnen we positief zijn. Varketing Group wil ‘door samenwerkingsverband maatschappelijk verantwoord vernieuwen’. Uitgangspunt voor NGB is ‘hoe kunnen we het beter doen dan de gangbare intensieve veehouderij’ met aandacht voor ‘zorgvuldige, duurzame, diervriendelijke productie van gezond en veilig voedsel’. Criteria voor het winnen van de ondernemersprijs zijn (zo lezen we op de site) ‘het inspelen op trends zoals gezondheid, dierenwelzijn, energietransitie’ en ‘het op de kaart zetten van Horst aan de Maas’. In Horst aan de Maas willen we pionieren. In Horst aan de Maas willen we in 2025 zelfs de Gezondste Regio te zijn.


De idealen op het platteland doen dus in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd niet onder voor de wereldwijde transitie die gaande is in focussen op een groener en duurzamer beleid. Toch blijft het fors achter in het uitvoeren ervan. Want hoe kunnen we Gezondste Regio rijmen met een rode loper voor elk agrarisch belang? Voor de wetenschap, gezondheidszorg, ethici en andere delen van het land is het overduidelijk dat die twee onverenigbaar zijn. Hoe kan een gemeenschap als Horst aan de Maas achterblijven terwijl de juiste doelen gesteld worden?

Het probleem zit in de vraagstelling. In Horst aan de Maas vragen we ons af: ‘Hoe kunnen we de gezondste regio worden?’ of ‘Hoe kunnen we verduurzamen?’ We vergeten daarbij de vragen die daaraan voorafgaan. Wat ís gezondheid eigenlijk? Gezond voor wie? Wat is duurzaamheid? Wat is de relatie tussen mens, dier en de natuur? En hoe zou die moeten zijn?

Vragen beantwoorden doen we altijd vanuit ons eigen perspectief. Door andere ervaringen heeft iedereen kennis van andere zaken en zullen we dus anders op vragen antwoorden. Daarnaast spelen belangen (bewust en onbewust) ook mee. Op de vraag wat gezond is zal een dokter anders antwoorden dan een veehouder. Het gaat dus om de juiste vragen stellen, maar ook om die zo eerlijk mogelijk te beantwoorden. In een gemeenschap als Horst aan de Maas worden (kijkend naar de afgelopen decennia) de vragen en antwoorden structureel door dezelfde mensen gesteld en bepaald: agrariërs en de politieke partij die het meest met de agrariërs voor heeft. Een groep mensen met dezelfde doelen en wensen. Het gaat er (nu) niet om of die wensen goed of verkeerd zijn, maar een homogene groep stelt onvermijdelijk dezelfde vragen, geeft dezelfde antwoorden en stelt dus ook steeds dezelfde prioriteiten boven andere belangen. Pionieren wordt dan moeilijk – maar niet onmogelijk.


Iedereen groeit op in een systeem waarvan we denken dat dát systeem toevallig precies het juiste is. Door voorbij de grenzen van onze eigen wereld te kijken en onze voorkeuren open te bevragen kunnen we blijven leren en de vooruitgang boeken die we allemaal zo graag willen. Wie opgroeit in een systeem dat prioriteit geeft aan economische belangen (‘the sky is the limit!’), legt die prioriteit automatisch minder bij ecologische waarden. Er kan tenslotte maar één ding tegelijk het belangrijkste zijn. Maar we hoeven niet toe te geven aan wat we gewend zijn. Het ‘eco’ in beide woorden komt van het Griekse ‘oikos’: huis. Hoe willen we zorgen voor ons huis, onze gemeenschap, onze aarde? Geven we prioriteit aan economie of ecologie?

Naast open vragen stellen en eerlijke antwoorden zoeken is nog iets anders noodzakelijk voor vooruitgang: het erkennen van onze prioriteiten. Een megastal kan zo duurzaam mógelijk ingericht worden, maar een duurzame megastal bestaat niet. Een megastal kan ingericht worden dat het zo goed mógelijk bij een gezonde regio past, maar het meest gezond is het natuurlijk niet. Wie het daar niet mee eens is zou zichzelf de open vraag moeten stellen: wat is gezond? En voor wie? Let op: je mag niet je eigen prioriteiten mee laten wegen. (Vervelend spel hè.)


Erkennen van prioriteiten is een stap in de richting van vooruitgang. Diervriendelijk vlees bestaat niet. Vonden we welzijn van de dieren belangrijker dan onze eetwensen, dan lieten we zo'n megastal snel achterwege. Een ‘Doener in Passie’ (lees hier) zou daarnaast ook een ‘Denker over zijn Passies’ mogen zijn. Vinden we Gezondste Regio en een transitie naar een groener en duurzamer Horst aan de Maas het belangrijkst? Dan moeten andere belangen daar automatisch voor wijken. Dat heeft niets met boertje pesten of politieke voorkeur te maken, dat zijn de spelregels van logica.

Wie is er nu verantwoordelijk voor die vooruitgang? Het is inderdaad enorm oneerlijk de last volledig bij het platteland en de boer te leggen. De stedeling kan zijn prioriteiten makkelijker verschuiven: die heeft niet dezelfde belangen. Het is te makkelijk om vanuit de stad te zeggen dat de boer de juiste vragen moet stellen, om vervolgens wel de goedkoopste kip te willen eten. Die prioriteit voor economische belangen bij zowel politiek als burger zorgt ervoor dat de boer al decennia steeds meer moet voor steeds minder. Pionieren begint daarom bij het erkennen dat we in een niet langer houdbaar systeem zitten. Prioriteit voor financiële belangen heeft niet gewerkt: de aarde raakt op, de boer houdt de kop niet boven water, we missen de natuur en we willen verandering. De echte pioniers bevinden zich juist daarom op het platteland: daar moet men meer opgeven om vooruitgang te bewerkstelligen. Boeren is een prachtig beroep, net als ondernemen. Er zijn al mooie voorbeelden van door de lokale consument gestuurde boerenbedrijven waarbij de boer duurzaam en zonder financiële risico’s kan boeren (zie - klik hier - de aflevering ‘Plattelandspioniers’ van Tegenlicht).


Maar ook dichtbij proberen ondernemers de Horstenaar voorbij de grenzen van de eigen wereld te laten kijken. Foodbar Gember bijvoorbeeld (genomineerd voor de jonge ondernemersprijs) laat zien hoe we ook anders kunnen ondernemen, tegen de gebaande paden in: Gember werkt nauw samen met Natuurwijzer (ook al zo’n pionier) om verspilling tegen te gaan en duurzaamheidsenthousiasme bij de klant aan te wakkeren. Overigens een perfect voorbeeld van blind zijn in ons eigen Horster perspectief: Natuurwijzer ontving in 2017 de prijs ‘Ondernemer van het jaar’ van Horst-Centrum onder andere vanwege ‘een innovatief concept’. Ironisch, want Wilmi Thijssen opende de winkel al in 1991. Maar ook positief: haar vooruitziende en gedurfde open blik wordt erkend.


Pionieren lukt alleen als we onze vragen met open blik stellen. Zijn we bereid eerlijke antwoorden te zoeken, die niet alleen vanuit ons eigen perspectief komen? Zoals de organisatie Gezondste Regio zegt: ‘Stilstand is achteruitgang!’ Maar vooruitgang eist bereidheid om onze andere belangen achterwege te laten. Dat is best moeilijk wanneer de initiatiefnemers van je organisatie – Gezondste Regio 2025 – wéér uit diezelfde groep mensen met dezelfde wensen bestaat. Durven we onze eigen opvattingen te bevragen? Durven we de juiste prioriteiten te stellen? En durven we de eerlijkste antwoorden te accepteren? Wie écht vooruitgang wil is nooit klaar met leren. Maar dan moeten we wel willen.

Lotte Spreeuwenberg

zondag 10 maart 2019

Klein mysterie 766 – Nieuw Gemengd Bedrijf (8)

Op 11 augustus 2008 dook het Nieuw Gemengd Bedrijf (een te bouwen megastal voor meer dan dertigduizend varkens en meer dan een miljoen kippen aan het Witveld) voor de eerste keer op in de kolommen van Horst-sweet-Horst (klik hier). Het Nieuw Gemengd Bedrijf zou er nooit meer uit verdwijnen. Het zal er voorlopig ook nog wel even in blijven.


Twee weken geleden was het Nieuw Gemengd Bedrijf, en in het bijzonder de uitstootreductie van luchtwassers, weer eens onderwerp van gesprek in de gemeenteraad (klik hier en ga naar 1.12.00). Vooral Richard van der Weegen (PvdA), het op dit punt best ingevoerde gemeenteraadslid, en verantwoordelijk wethouder Eric Beurskens (Essentie) kruisten de degens. Uit beider betogen een aantal passages. Oordeel ditmaal maar eens zelf.  


Richard van der Weegen:
‘Het knelpunt zijn de slecht presterende luchtwassers. Het lijkt erop dat de gemeente gewoon accepteert dat de geurbelasting fors toeneemt als gevolg van veel slechter presterende luchtwassers. Het is te goedkoop om te zeggen dat de provincie hierover gaat. Was het niet de gemeente die in 2008 opdracht gaf aan Blonk Milieu Advies om het duurzame en innovatieve karakter van het NGB hard te maken? We lezen in dat rapport: “Met het gebruik van luchtwassers zal het kiemniveau in de uitgaande lucht sterk worden gereduceerd.” Of: “De stallen van het NGB zullen worden uitgerust met combiluchtwassers die ammoniak, geur en fijnstof filteren.” Tachtig procent reductie! De GGD bevestigde in 2012 met een gezondheidskundige risicobeoordeling dit overwegend positieve beeld. “Een minimaal extra gezondheidsrisico”, was de conclusie. Op basis daarvan zijn toen politiek vergaande conclusies getrokken. En later ook juridisch vergaande conclusies. Met een toename van 25 duizend varkens op die locatie toch minder fijnstof, minder ammoniak, minder geur. Het leek te mooi om waar te zijn: méér dieren, minder belasting.’
‘Jarenlang is ons door uw college en ook door de provincie Limburg voorgehouden dat sturen op dierenaantallen helemaal niet nodig was. Weet u dat we er bijna in gingen geloven? Dat het allemaal te mooi was om waar te zijn, bleek op 3 april vorig jaar. Toen kwam de staatssecretaris met het rapport Evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen bij stallen. De luchtwassers blijken vele malen slechter te presteren. Natuurlijk hebben we oog voor bestaande bedrijven die dit niet in één keer kunnen aanpassen. Maar bij het NGB is het volstrekt anders. Er zijn nog geen dieren, er is nog geen uitstoot en er is nog geen geurbelasting. Het betreft hier de grootste veefabriek van Nederland. In 2007 liep iedereen van enthousiasme over. Van minister tot wethouder tot gedeputeerde. Zelfs de toenmalige burgemeester slaagde er niet in zijn enthousiasme te verbergen. Miljoenen aan subsidies werden verstrekt. Want het NGB was duurzamer dan duurzaam. Nemen diezelfde bestuurders ook nu hun verantwoordelijkheid?’
‘Feitelijk kunnen we alle onderzoeken, MERS en andere uitspraken door de papierversnipperaar halen. In het Witveld werken we nu willens en wetens mee aan het verder om zeep helpen van ons milieu en worden de risico’s voor de volksgezondheid er in ieder geval niet kleiner op. En het gaat er zeker meer stinken. En met het houden van dieren op deze schaal kunnen we een milieuramp niet uitsluiten.’

Eric Beurskens:
‘Het is niet helemaal zeker dat de uitkomsten uit het onderzoek naar de luchtwassers wel kloppen. Voelt de gemeente zich verantwoordelijk voor de volksgezondheid van de burgers? Ja. Is die hogere uitstoot toelaatbaar? Nee, in de basis niet, laten we daar eerlijk over zijn. Maar hebben we een alternatief dat we op dit moment kunnen aanbieden, waarbij we niet in eerste instantie van plan zijn bedrijven stil te leggen? Dat laatste zou u ook niet moeten willen, want dan legt u een hele sector op slot. Maar dat hier iets moet gebeuren is voor ons duidelijk, is voor de provincie duidelijk en is voor het ministerie duidelijk. Het duurt alleen wel erg lang.’
‘We hebben nog niet overwogen de bouw stil te leggen en we hebben nog geen opdracht tot onderzoek gegeven.’

Richard van der Weegen:
‘U haalt onmiddellijk het bedrijfsbelang aan: “We zouden niet moeten willen dat een bedrijf wordt stilgelegd.” Nee, natuurlijk niet. Maar we zouden ook niet moeten willen dat hier een milieuramp ontstaat met enorme overlast voor de omgeving. De besluiten van destijds hebben we genomen op basis van heel andere aannames.’
‘Natuurlijk is het ontoelaatbaar dat daar in deze omvang dieren komen zo lang hier geen goede oplossing voor is. Het is een ontoelaatbaar risico om er al dieren in te zetten voordat we zeker weten dat er een hele goede oplossing is. Dit gaat niet over klein geld, dit gaat over enorme aantallen dieren, waarover we in het verleden richting samenleving hebben gezegd “Het wordt er allemaal beter op, beste samenleving. Dít is de goede manier om in de toekomst dieren te houden.” Nu moeten we ook onze verantwoordelijkheid hierin nemen.’
‘We zijn erg verbaasd dat u de GGD nog geen opdracht heeft gegeven voor het gezondheidsonderzoek. Laten we alsjeblieft vaststellen of er gezondheidsrisico’s zijn vóórdat er ook maar één dier in de stallen van het NGB zit.’

woensdag 27 februari 2019

Top 5 – Mogelijke verklaringen voor de betekenis van de pleisters op de kont van het paard voor het gemeentehuis

Gisteravond, 19.28 uur. Ik nestel me voor m’n pc: live uitzending raadsvergadering, met op de agenda enkele heikele punten. Smullen! Maar godverdegodver: ‘In verband met een technische storing op locatie is er momenteel geen audio/video.’ Er zit weinig anders op dan op de fiets te springen en naar het gemeentehuis te racen. Om tien voor acht betreed ik het gemeentehuis. Klokslag twaalf uur verlaat ik het weer, terwijl de vergadering nog in volle gang is. Onderweg naar m’n fiets zie ik dat de kont van het paard voor het gemeentehuis is beplakt met pleisters.


Mijn top 5 van mogelijke verklaringen voor de betekenis van de pleisters op de kont van het paard voor het gemeentehuis:

5. De pleisters zijn bestemd voor de diepe wonden die het vier uur en tien minuten zitten op de bepaald niet comfortabele banken van de publieke tribune in mijn kont heeft geslagen.


4. De pleisters zijn bestemd voor de diepe wonden die wethouder Geurts in mijn gemoed sloeg toen ik hem tot drie keer toe hoorde zeggen dat het vernieuwde Gasthoês vooral ‘netjes’ moet zijn. Netjes! 😢😢😢 Grrrr.   

3. De pleisters waren bestemd voor de diepe wonden die het niet hijsen van de regenboogvlag in januari sloeg. Dit vanwege het ontbreken van een protocol. Een protocol is er denk ik nog steeds niet, maar gisteren maakte wethouder Beurskens bekend dat er in elk geval een regenboogzebrapad komt. En wel in de omgeving van de Sint-Lambertuskerk (symbolisch?). Dus die pleisters kunnen voorzichtig worden losgeweekt, dunkt me.


2. De pleisters zijn bestemd voor de diepe wonden die het Nieuw Gemengd Bedrijf nog steeds slaat. Ook gisteren weer. Richard van der Weegen (PvdA) in een indrukwekkend betoog (misschien moet ik hem eens lief aankijken en hem vragen of ik de tekst hier mag publiceren): ‘In het Witveld werken we willens en wetens mee aan het verder om zeep helpen van ons milieu. Met het houden van dieren op deze schaal kunnen we een milieuramp niet uitsluiten.’

1. De pleisters zijn bestemd voor de diepe wonden die de renovatie van het Gasthoês nu al jaren slaat. Ook gisteren weer. Wat een feest zou moeten zijn, roept al jaren onbegrip en ergernis op. De ene fout wordt op de andere blunder gestapeld. Ten hemel schreiend.

zondag 11 maart 2018

Helden in ons buitengebied (2) – Parel tegen de zwijnen

Jan Duijf (Kloosterstraat Horst) wil in een drietal artikelen op Horst-sweet-Horst laten zien hoe flinke delen van onze gemeentelijke bevolking in toenemende mate de dupe worden van het politiek-economische beleid in ons buitengebied. Hoe die burgers terechtkomen in een harde en afmattende strijd met het almachtige blok van overheid, politiek en ondernemer. Hoe dat gevecht een zware wissel trekt op hun persoonlijke levens. Welke moed, inzet en volharding nodig is om voor de goede zaak te blijven vechten. In het uiteindelijke belang van een mooi landschap en goede gezondheid voor ons allemaal. Vandaag het tweede artikel (klik hier voor het eerste).

Parel tegen de zwijnen

Aan de Grubbenvorster Witveldweg ontmoet ik een blijmoedige en energieke jongeman van 62 jaar. André Vollenberg is zijn naam. Gehuwd en vader van drie prachtige dochters, die in Peru, Engeland en Melderslo wonen. Zelf is hij afkomstig uit Castenray. Zijn vader werkte als magazijnbediende bij de Boerenbond. Hij is de oudste van tien kinderen. André voltooide de Middelbare Tuinbouwschool en studeerde af aan de HEAO, richting bedrijfseconomie en commerciële economie.


In 1979 startte hij zijn biologisch-dynamisch tuinbouwbedrijf aan de Witveldweg. Hij verbouwde onder andere prei, bospeen, pompoenen, courgettes, witlof, Chinese kool, witte kool, witlof en asperges. Zonder bestrijdingsmiddelen. Door veel agrariërs werd hij voor gek versleten. Toch heeft hij tegen hun negatieve verwachting in goed geboerd, want in 2012 kon hij zijn bedrijf verkopen, zodat hij vanaf dat moment nog meer tijd en energie kon steken in de zorg voor het milieu. Hij wordt daarbij gedreven door de gedachte dat de economie de mens moet dienen en niet andersom.

André Vollenberg is medeoprichter en voorzitter van Behoud de Parel, regionaal voorzitter van de Natuur en Milieufederatie en vrijwilliger bij De Locht, waar hij bezig is met de herbouw van een middeleeuwse boerderij. De vereniging Behoud de Parel is opgericht naar aanleiding van een informatiebijeenkomst over het Nieuw Gemengd Bedrijf. Al snel kwam de vereniging tot de conclusie dat het nieuwe type bedrijf een aanslag zou zijn op het landschap en de gezondheid van de mensen. Bovendien is het milieuvijandig vanwege de aanvoer van voedsel voor de dieren uit Zuid-Amerika. Het vervoer van de ingedikte mestkorrels naar het buitenland richt op zijn beurt weer schade aan het milieu aan.

André vindt dat het stimuleren van grootschalige bedrijven met miljoenensubsidies een oneerlijke concurrentie met de kleine boeren in de hand werkt: de laatsten kunnen daarom in prijs niet meer concurreren en hun bedrijven zijn door de schaalvergroting ten dode opgeschreven. Zo ontstaat een race om het grote (subsidie)geld die ten koste gaat van natuur en mens. Het is hem een raadsel waarom het CDA, dat de grootschaligheid in onze gemeente fanatiek promoot, hiermee blijkbaar bij de kleine boer wegkomt.

De vereniging Behoud de Parel is ook opgericht om juridische procedures aan te kunnen gaan. Op die manier wordt de vereniging betrokken bij de politieke meningsverschillen over de Nieuwe Gemengde Bedrijven en de mestvergisters. André maakt zich ernstig zorgen over de toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied. Er zit nogal wat grootschaligheid in de planning. Tegen wil en dank ontwikkelde André op dit vlak een gedegen kennis, waarbij uitspraken van de rechter kunnen leiden tot euforie of een flink in de put zitten.

Vele malen heeft André bij negatieve uitslagen overwogen om het bijltje erbij neer te gooien. Uiteindelijk kon hij het nooit over zijn hart verkrijgen. Waarom niet? De verbondenheid en het gemeenschapsgevoel in de buurt en Grubbenvorst zijn groot. Hij kent de verhalen van mensen uit de buurt die hun huis niet verkocht krijgen of overspannen worden. Het is ook in hun belang dat ondernemers, de politiek en de maatschappij kritischer staan ten opzichte van zaken als grootschalige mestverwerking. En wat dat met mensen doet.

André Vollenberg voelt zich heel verantwoordelijk, door alle toestanden heeft hij geleerd om zich steeds beter en deskundiger uit te kunnen drukken: hij heeft geleerd om te spreken in het openbaar, kan zaken op schrift behoorlijk verwoorden en draait zijn hand niet meer om voor overleg met hoge ambtenaren of politici. Hij wil en kan de bevolking niet in de steek laten. Zijn engagement is geworteld in een diepe innerlijke overtuiging.

André vertelt dat hij de vliegerclub VMVL heeft opgericht en zijn vliegbrevet heeft gehaald. Dat hij dan vanuit het vliegtuigje kan zien dat een mestvergister het zaakje niet goed heeft afgedekt. Het van afstand naar zaken kunnen kijken, is zeker een kwaliteit die deze positief ingestelde man bezit. Hij kan zien en waarderen dat zijn inzet voor mens en milieu leiden tot een aanscherping van de eisen die bijvoorbeeld aan het Nieuw Gemengd Bedrijf worden gesteld, dat het politiek een belangrijk onderwerp is en bovenal: het bedrijf staat er nog steeds niet. Daar zal ook de Partij voor de Dieren heel blij mee zijn.

Jan Duijf   Kloosterstraat

donderdag 7 december 2017

Intermezzo – Eén groot agrarisch industrieterrein

Afgelopen zaterdag publiceerde NRC Handelsblad een interview van Jannetje Koelewijn met Geert Mak, die in 1996 wereldberoemd werd in Nederland met Hoe God verdween uit Jorwerd. In het interview trekt Mak een vergelijking tussen Amsterdam en Jorwerd.


Mak: ‘In Amsterdam ziet men nu de waarde van het verleden, men gaat er steeds preciezer mee om. Nee, de melancholie die ik vroeger bij Amsterdam voelde, voel ik nu bij het Friese platteland, bij de Greidhoeke.’
Koelewijn: ‘Waar Jorwerd in ligt.’
Mak: ‘In een van oorsprong heel mooi klassiek cultuurlandschap met prachtige terpdorpen. De afgelopen twee, drie decennia is het behoorlijk aan gort geholpen. Een kennis van me in Jorwerd wilde een fietsenhokje neerzetten, nou, de gemeente lag meteen dwars. Maar elke boer die een joekel van een stal in het landschap wil flikkeren krijgt binnen drie weken toestemming. Dan moet hij er wel bomen omheen planten, maar die regel wordt nergens gehandhaafd. De Greidhoeke wordt één groot agrarisch industrieterrein waar babymelkpoeder voor de Chinese markt wordt geproduceerd.’


‘Klassiek cultuurlandschap’, ‘aan gort geholpen’, ‘joekel van een stal in het landschap flikkeren’, ‘toestemming’, ‘bomen omheen planten’, ‘nergens gehandhaafd’, ‘één groot agrarisch industrieterrein’: dit doet me allemaal ergens aan denken.


Geert Mak wordt er behalve melancholisch ook woedend van (net als ik). Maar hij heeft ook hoop (net als ik): ‘Goddank begint er nu wel een tegenbeweging op gang te komen.’


Als we nu eens zouden kunnen afspreken dat iedereen die zich verzet
tegen het Nieuw Gemengd Bedrijf,
tegen Ashorst,
tegen een megastal aan de Kleefsedijk,
tegen de stankoverlast van Monaghan en Hofmans aan de Hamweg,
tegen een vergister van 600 duizend ton mest aan de Horsterweg in Grubbenvorst
en tegen nog een hele reeks agrarisch-industriële ontwikkelingen in Horst aan de Maas

bij de komende gemeenteraadsverkiezingen nu eens een keer niet op het CDA stemt, dan zou de wereld er in Horst aan de Maas al meteen heel anders uitzien.