Posts tonen met het label scholen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scholen. Alle posts tonen

vrijdag 25 september 2026

Intermezzo – Weisterbeek

Een villa.
Een straat.
Een voormalige school.
Een kindcentrum.

Allemaal vernoemd naar iets dat foetsie is: de Weisterbeek.


- Jullie hebben het wel steeds over de Weisterbeek, maar waar ligt die beek eigenlijk?
- Eeeehhh… Bestaat die nog wel?
- Is het niet dat beekje tussen De Riet en het nieuwe kindcentrum Weisterbeek, dat uitmondt in de Kabroeksebeek?
- Nee, dat heet America of zoiets.
- Oh ja, hebben we het eerder over gehad.


Toch maar eens een vluchtig onderzoekje aan gewijd. Voornaamste conclusie: de Weisterbeek in de vorm van een beek bestaat niet. Heeft er dan ooit een beek(je) bestaan met de naam Weisterbeek? Vermoedelijk wel. Waar die ontsprong? Geen idee. Waar die precies liep? Geen idee. Hoe heet het beekje dan tussen De Riet en het nieuwe kindcentrum Weisterbeek? Voor-America.


Op negentiende-eeuwse kadastrale kaarten van Horst komt Weisterbeek voor als toponiem voor het gebied tussen ruwweg de huidige Americaanseweg, Herstraat, Schoolstraat en Waterstraat. Verondersteld mag worden dat het gebied zijn naam ontleende aan een beek die er doorheen stroomde. Bij gebrek aan straatnamen werd het toponiem Weisterbeek gebruikt als een plaatsaanduiding. Zo rept een krantenbericht uit 1941 over de sigarenfabriek van G.H.J. Timmermans ‘gelegen aan den kiezelweg naar America (Weijsterbeek)’. Die sigarenfabriek, nu onderdeel van Museum De Kantfabriek, ligt aan de huidige Americaanseweg. Verder zijn er ook talloze krantenberichten over de verkoop van grond, huizen, schuren enzovoort ‘gelegen te Wei(j)sterbeek’. Weisterbeek duikt eveneens vaak op in de burgerlijke stand, als aanduiding waar iemand woonde.


En dan was er ook nog een Weisterbe(e)ksveld. Daar, bij de huidige splitsing Jacob Merlostraat-Molenstaat-Vijverlaan, nam Pieter Frans Beuijssen in 1850 een molen in gebruik die de allereerste stoommachine van Noord-Limburg herbergde.


Terwijl het begrip Weisterbeek in verschillende gedaanten voortleeft, bestaat het vandaag de dag niet meer als beek(je) en evenmin als toponiem. Misschien een idee om het beekje met de naam Voor-America te hernoemen in Weisterbeek? Of kan het zelfs zo zijn dat dat beekje ooit Weisterbeek heette?

woensdag 15 april 2026

Intermezzo – Voormalige vuilstortplaatsen (5) | Meisterskoel

Nog een maand en dan is het voorbij: door de Schoolstraat richting het Horster centrum fietsen en bij het naderen van de Weisterbeekschool de vertrouwde speelkwartiergeluiden horen, onvermijdelijk gevolgd door eigen Weisterbeekiaanse speelkwartierherinneringen: knikkeren, tikkertje (hennevot, losse ketting, vaste ketting) en vechtpartijtjes (‘Ru-zie! Ru-zie! Ru-zie!’), maar ook dat hoge hek tussen speelplaats en straat dat een kooigevoel opriep.


Dat die speelplaats ooit een poel (‘koel’ in het Horster dialect) was geweest, drong pas tientallen jaren later tot me door. Uit kaarten uit het begin van de vorige eeuw blijkt dat die poel een lengte van wel enkele tientallen meters moet hebben gehad.


Het gebied rondom de poel bleef lange tijd vrijwel onbebouwd. Dat veranderde toen in 1861 aan de huidige Jacob Merlostraat een nieuwe openbare jongensschool werd gebouwd (in mijn jeugd bekend als de Witte School; afgebroken in 1975). Aan die school ontleende de poel zijn prachtige naam: Meisterskoel.

De zogeheten Witte School aan de Jacob Merlostraat kort voor de afbraak in 1975
Na zestig jaar barstte de jongensschool uit zijn voegen. Nieuwbouw was noodzakelijk. De gemeenteraad had een uitgesproken voorkeur voor een nieuwe locatie: het perceel achter de bestaande school en de Meisterskoel. Probleem was alleen dat de Meisterskoel bij veel centrumbewoners als vuilstortplaats in gebruik was. Dempen van de poel was noodzakelijk, zoals blijkt uit het verslag van de gemeenteraadsvergadering van 5 oktober 1920 in de Nieuwe Venlosche Courant:


Nadat de Meisterskoel was gedempt, werd in april 1922 de nieuwe jongensschool in gebruik genomen. Op de plek van de poel lag vanaf dat moment de speelplaats van de nieuwe school. Die was voorzien van kiezel. Betegeling liet liefst dertig jaar op zich wachten. In 1951 klaagde het schoolbestuur bij de gemeente dat de situatie onhoudbaar was geworden: ‘Reeds sinds jaren is de speelplaats een zorgenkind geweest. Bij wind is ’t een en al stof, bij regen een modderbad.’

Schoolhoofd Jos van Bommel poseert kort na de oplevering in 1922 voor de nieuwe jongensschool. Duidelijk zichtbaar is hoe modderig de speelplaats is.
Kort daarna ging de gemeenteraad akkoord met betegeling. Het stofprobleem was daarmee opgelost, het waterprobleem niet helemaal: als ik het me goed herinner stond in mijn schooltijd bij een flinke plensbui vooral het dichtst bij de Herstraat gelegen deel van de speelplaats, bij de fietsenstalling, al vrij snel onder water.

woensdag 8 april 2026

Intermezzo – Molenpark (2)

Nu de verhuizing van de Weisterbeekschool naar De Afhang aanstaande is, dringt zich steeds meer de vraag op wat er gaat gebeuren met het grote gebied dat daardoor vrijkomt. Twee weken geleden was er een bijeenkomst voor buurtbewoners en andere belanghebbenden. Aan de orde waren denkrichtingen die ontwerpbureau Falsework heeft ontwikkeld.  


Vreemd genoeg was ik niet uitgenodigd. Is dan niet elke inwoner van Horst een belanghebbende? Zou dit niet juist een onderwerp moeten zijn waar het hele dorp iets van mag vinden? Het gaat hier namelijk om een plek in het centrum die het gezicht van Horst voor de komende honderd jaar mede bepaalt. Geef Horst daarom de kans zich expliciet uit te spreken over de toekomst van deze plek.

Onwetend van de denkrichtingen van Falsework heb ik eerder (klik hier) opgeroepen om de herinrichting van dit gebied tot onderwerp te maken van het eerste burgerberaad in de gemeente Horst aan de Maas. Kan geen kwaad deze denkrichting juist op dit moment nog eens te herhalen. De introductie van een burgerberaad staat immers op de agenda van de komende coalitiebesprekingen.


Het is allerminst zeker dat zo’n burgerberaad er daadwerkelijk van komt. Daarom maar eens mijn andere, eveneens eerder geventileerde denkrichting toelichten: herstel de situatie van vóór 1850 en maak van deze locatie een dorpspark. Van oudsher is dit een nagenoeg onbebouwd gebied en het totaal versteende centrum van Horst heeft grote behoefte aan licht, lucht en groen. Deze situatieschets uit 1848 maakt prachtig duidelijk hoeveel open ruimte hier tot 1850 was:


Opmerkelijk hoe weinig er in de afgelopen tweehonderd jaar is veranderd aan de ruimtelijke structuur. De huidige Jacob Merlostraat, Molenstraat, Schoolstraat en Herstraat hebben nog steeds ongeveer dezelfde loop. Daar tussenin ligt het grote terrein dat nu onderwerp van gesprek is. De cijfers 1 tot en met 5 geven verdere duiding:
  • 1, op de hoek van de huidige Jacob Merlostraat en Molenstraat, was eigendom van de familie Beuijssen, die hier in 1850 een molen bouwde met de eerste stoommachine van Noord-Limburg;
  • 2 (moeilijk leesbaar), schuin tegenover wat ook toen al ’t Groenewoud heette, is het destijds enige bebouwde perceel: hier stond de woning van klokkenmaker Frans Trommar;
  • 3 en 5 zijn bleekvelden: weitjes waarop wasgoed en linnen werden gelegd om in het zonlicht te drogen en spierwit te worden, te ‘bleken’. 5 ligt ongeveer op de plek van de in 1921 gebouwde jongensschool (nu appartementen);
  • 4, ongeveer op de plek van de huidige speelplaats van de Weisterbeekschool, is een poel.

Mijn denkrichting is simpelweg: herstel zoveel mogelijk van de situatie van 1848. Sloop van de huidige bebouwing aan Herstraat en Schoolstraat en van de voormalige jongensschool zal vrees ik een brug te ver zijn. Maar breng die poel met de flankerende weitjes terug, maak van de rest van het terrein een park en markeer daarin de plekken met historische betekenis (school, molen, eerste stoommachine, klokkenmaker, Boerenleenbank) met kunstwerken die refereren aan die betekenis.


Waag het trouwens niet deze denkrichting out of the box te noemen: veel preciezer dan hierboven geschetst kun je niet binnen de lijntjes kleuren.

donderdag 1 januari 2026

Intermezzo – Landbouwschool Hegelsom

Mijn opa van moederskant was afkomstig uit Meerssen. Een klassieker uit zijn herinneringenrepertoire was dat hij (1906-1997) in zijn jonge jaren had gedanst in het café-restaurant in de top van de watertoren in het nabijgelegen Schimmert. Die ongenaakbare watertoren, zo leerde ik later, was in 1926 ontworpen door Jos Wielders. Net als Alphons Boosten (1893-1951) en Frits Peutz (1896-1974) behoorde Sittardenaar Wielders (1883-1949) tot de meest vooraanstaande Limburgse architecten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Lange tijd verkeerde ik in de veronderstelling dat Wielders geen sporen had nagelaten in Horst, in tegenstelling tot Boosten (Sint-Lambertuskerk) en Peutz (Mèrthal). Totdat ik er enkele jaren geleden achter kwam dat Wielders ontwerper is van de landbouwschool (de latere biologische school) aan de Stationsstraat in Hegelsom.


Een dezer dagen las ik in het jongste nummer van De Maasgouw (‘tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en archeologie’) een bijdrage van Jos Pouls over de Schoutenhof in Epen. Ontworpen door Jos Wielders. Pouls plaatst Wielders in zijn artikel in een breder kader. Hij schetst hoe Wielders in het begin van zijn loopbaan moderne, zakelijke bouwstijlen zoals de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen aanhing. Omstreeks 1930 bekeerde hij zich tot een meer traditionalistische, minder rationalistische en meer romantische en decoratieve stijl.


In de uit 1938 daterende landbouwschool met onderwijzerswoning in Hegelsom komt duidelijk de bekeerde Wielders tot uiting, dunkt me.


‘De school is mooi aangepast aan de landelijke omgeving’, schreef De Limburger na de officiële opening op 24 november 1939. ‘Het lijkt wel een boerderij’, sprak burgemeester Van Grunsven bij diezelfde gelegenheid. De Limburger Koerier noemde dat vervolgens ‘het beste compliment’ dat Wielders kon krijgen. Wat allemaal niet wegneemt dat uit de prominente plaats die Wielders het markante overkapte fietsenrek toebedeelde, beslist lef spreekt.


Zoals je ook zou kunnen zeggen dat het van enige eigenwijsheid getuigt om de ingang van de school niet te centreren. Opmerkelijk genoeg is de ingang in het voorlopig ontwerp uit juni 1938 trouwens wel degelijk gecentreerd.


De latere aanbouw heeft het oorspronkelijke aanzien van het gebouw helaas danig aantast. Ook de veel te nadrukkelijk aanwezige reclame-uitingen van de huidige gebruiker doen afbreuk aan het pand.


N.B. 1 Hoofd van de school was vanaf de stichting in 1938 tot 1958 Jan (‘meester’) Achten. Recentelijk is aan de overzijde van de school een straat naar hem vernoemd.

N.B. 2 Foto 1 en 2 en het fragment van de bouwtekening zijn afkomstig van de website van Heemkunde Hegelsom 
 

zondag 19 oktober 2025

Intermezzo – Molenpark (1)

Vorige week berichtte De Limburger dat de oplevering van de nieuwe school (het vreselijke woord ‘kindcentrum’ wil maar niet uit mijn toetsenbord vloeien) in de Horster wijk De Afhang vertraging dreigt op te lopen omdat het gebouw nog niet op het stroomnet is aangesloten. Dit zou volgens de gemeente Horst aan de Maas ook tot vertraging leiden bij de herontwikkeling van het gebied rondom de huidige Weisterbeekschool.


Inmiddels heeft netbeheerder Enexis laten weten dat de gemeente niet bang hoeft te zijn voor bouwvertraging. Resteert de vraag wat er gaat gebeuren met het gebied tussen Jacob Merlostraat, Molenstraat en Schoolstraat als de Weisterbeekschool eenmaal is verkast naar De Afhang. Naar mijn beste weten is die vraag nog niet beantwoord. Wel ligt er het uit januari van dit jaar daterende onderzoek Toekomstperspectief Horst-West, uitgevoerd in opdracht van het Atelier Rijksbouwmeester, in samenwerking met de gemeente en Wonen Limburg.


Dit onderzoek zegt over het gebied rondom de Weisterbeekschool:
‘Deze locatie biedt veel kansen voor het aanhechten van het centrum met west, voor het creëren van een groene ruimte, het ontsluiten van (wandel-)routes naar de wijken toe en het toevoegen van een alternatief woonprogramma waar in de rest van de gemeente behoefte aan is.’
Concreet betekent dit de bouw van enkele tientallen woningen voor ouderen en starters, het minimaliseren van het aantal parkeerplaatsen en ‘een significant percentage publiek toegankelijk groen’. Dit laatste houdt in dat minstens de helft van het gebied onverhard en onbebouwd dient te blijven en dertig procent een bladerdek krijgt.


Dat klinkt gelukkig heel anders dan ‘volplempen met appartementencomplexen voorzien van een winkelplint’. Maar het kan nog aanzienlijk revolutionairder én goedkoper: het héle gebied onbebouwd en onverhard laten. Het zou eeuwig zonde zijn om deze unieke kans om het steenrijke en groenarme centrum van Horst significant te vergroenen voorbij te laten gaan. Maak er gewoon een dorpspark van, een groene oase van rust waar het onder een dicht bladerdak aangenaam verpozen is.


Een naam verzinnen voor dit dorpspark hoeft ook al niet veel hoofdbrekens te kosten: Molenpark of Beuijssenpark. In de noordoostelijke hoek van dit gebied lag immers vanaf 1849 de beeldbepalende molen van de familie Beuijssen, die werd uitgerust met de allereerste stoommachine in heel Noord-Limburg.


Zo eenvoudig kan het allemaal zijn. Of laat er anders gewoon eens een burgerberaad op los.

(Dit stukje verscheen afgelopen week in iets andere vorm ook in Via Horst-Venray)

zondag 10 augustus 2025

Intermezzo – Griendtsveen, een stervend dorp? (6)

Verder met de serie over de bijzondere scriptie uit 1949 van Jet Jansen over Griendtsveen. Vandaag de zesde aflevering over voorzieningen en de politieke gezindheid in het dorp. Klik hier, hier, hier, hier en hier voor de eerdere afleveringen.

Griendtsveen had in 1949 een openbare jongensschool, een door zusters gerunde meisjesschool en een eveneens door zusters geleide bewaarschool. De jongensschool telde 52 leerlingen, de meisjesschool 47 en de bewaarschool (een voorloper van de kleuterschool) 24. Het leerlingenaantal vertoonde een licht dalende tendens. Een huisarts was er niet, wel kwam wekelijks een arts uit het Brabantse langs voor een spreekuur. Jonge moeders waren aangewezen op het consultatiebureau in Horst.


Griendtsveen had een zaal die eigendom was van de Maatschappij. Daaraan waren nadelen verbonden. Jet:
‘Wil men over deze zaal beschikken dan moet vooraf verlof gevraagd worden, elke keer opnieuw, aan de directeur van de Maatschappij. Wordt er in Griendtsveen eens iets op touw gezet en de gangmaker vraagt toestemming om voor de bijeenkomst de zaal te mogen gebruiken, dan wordt deze meestal wel gegeven en lijkt alles heel goed te gaan. Als echter na een poosje door een of ander verschil van mening het verlof wordt ingetrokken of men begint het gebedel om de zaal zo vernederend te vinden, dan zit men weer met het probleem ruimte.’

Bijna alle volwassenen waren lid van de KVP (een voorloper van het CDA), al duurde het even voordat ze hiervoor uitkwamen. Jet:
‘Het was opmerkelijk dat, als men in de gezinnen vroeg of de man of vrouw lid was van een politieke vereniging de mensen je eerst verbaasd aankeken wat je wel van ze dacht en dan heftig ontkenden, maar op de vraag of ze soms lid waren van de KVP wisten ze meestal wel te vertellen dat ze daar wel een kaart van hadden waar elk jaar op betaald moest worden en met die richting waren ze het ook wel eens. Naderhand bleek dat men een politieke partij vereenzelvigde met iets dat met de communisten in verband stond en met dat slechte gedoe wilde men niets te doen hebben.’
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1946 153 van de 164 in Griendtsveen uitgebrachte stemmen naar de KVP gingen.

donderdag 26 juni 2025

Intermezzo – Landbouwwinterschool

Afgelopen week werd bekend dat de voormalige landbouwwinterschool aan de Venrayseweg in Horst behouden blijft. Goed nieuws. In de eerste plaats omdat er al veel te veel beeldbepalende openbare gebouwen uit de eerste naoorlogse decennia zijn gesloopt. Maar ook omdat de school een tastbare herinnering vormt aan de rivaliteit tussen Horst en Venray.


Jongens die na de lagere school meer wilden leren over het boerenbedrijf waren in de tweede helft van de negentiende eeuw aangewezen op landbouwcursussen in de wintermaanden. Die groeiden uit tot een vorm van volledig dagonderwijs die de naam landbouwwinterschool kreeg. Limburg kende landbouwwinterscholen in Sittard (sinds 1895) en Roermond (sinds 1919).

Na de Tweede Wereldoorlog groeide in Noord-Limburg de behoefte aan een landbouwwinterschool voor de eigen regio. Voor de locatie van die school waren twee gegadigden: Venray en Horst. Venray beriep zich op een deal uit 1945 waarbij de lagere tuinbouwschool in Horst zou worden gevestigd en de landbouwwinterschool in Venray. De tuinbouwschool zou inderdaad naar de gemeente Horst gaan en opende in 1947 in het jeugdhuis in Meterik zijn deuren. Maar toen het in 1949 tot een besluit moest komen over de landbouwwinterschool, herinnerde niemand in Horst en iedereen in Venray zich de afspraak uit 1945 nog. Schriftelijk bewijs ervan ontbrak, het dook althans niet op. Een speciaal in het leven geroepen commissie beslechtte het pleit uiteindelijk in het voordeel van Horst.


‘Slag voor Venray’, schreef de Venrayse deken Berden vervolgens in weekblad Peel en Maas. ‘Horst, dat sinds dat Venray door de oorlog geslagen machteloos neerligt, tracht ‘t centrum van Noord-Limburg te worden. Dit achteruit zetten van Venray, dat tracht overeind te komen, is heel erg.’ De redactie van Peel en Maas suggereerde dat ‘slechts de persoonlijke voorkeur van de scheidsrechter’ de doorslag had gegeven. Nogal wiedes: behalve de voorzitter, ir. A.L.H. Roebroek, eerder onder meer directeur-generaal van de Landbouw, bestond de arbitragecommissie die de locatie moest bepalen namelijk uit de burgemeesters van Horst en Venray. Zij prefereerden ongetwijfeld hun eigen gemeente als vestigingsplaats van de school.  Dus uiteraard was de stem van de ‘scheidsrechter’ doorslaggevend.


De Venrayse woede kwam in 1951 tot een kookpunt. Bij de openingsplechtigheid van de school was een van de sprekers de uit Meterik afkomstige Wim Droesen, Tweede Kamerlid voor de KVP én, in dit verband meer relevant, voorzitter van de Vereniging voor Landbouwonderwijs. Droesen noemde Venray in zijn speech ‘een sportieve verliezer’. Peel en Maas: ‘Misschien had hij beter “bedrogene” dan “verliezer” kunnen zeggen.’ Dat kon Droesen natuurlijk niet op zich laten zitten. Einde van het liedje was dat zowel Droesen als Peel en Maas wat water bij de wijn deden. Het knarsetanden was tot in de verre omtrek te horen.

(Dit is een, met dank aan Jan Janssen, verbeterde versie van het stukje dat gisteren verscheen in Via Horst-Venray)

zondag 1 juni 2025

Intermezzo – Paddeltje

Vanaf mijn geboorte is de voormalige kleuterschool ’t Paddeltje aan de Doolgaardstraat in Horst een constante factor in mijn leven. En pas nu het te laat is, kom ik verdomme op het idee er foto’s van te maken. Nee inderdaad, het gebouw is nog niet weg, maar het is wel z’n karakter kwijt, dichtgetimmerd als het sinds een tijdje is – denkend aan ’t Paddeltje zag ik altijd in de eerste plaats ramen, oneindig veel ramen.


Waarom ik er niet eerder foto’s van maakte? Ik vermoed vanwege het idee dat het toch geen haast deed omdat ’t Paddeltje bestemd leek voor de eeuwigheid. Wat ook zal hebben meegespeeld: ik ben er geen leerling geweest en het gebouw heeft me nooit bijzonder aangesproken – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Doolgaardschool –, ondanks mijn voorliefde voor wederopbouwarchitectuur.


De Horster kleuterschool was, net als de meisjesschool, van oudsher gevestigd in het ursulinenklooster, naast de Sint-Lambertuskerk. Nadat in 1953 met De Doolgaard een nieuwe meisjesschool was gebouwd, volgde vier jaar later ook een nieuwe kleuterschool. Op dinsdag 19 november 1957 zegende deken Debye het vierklassige schoolgebouw in. Aannemer was de Horster firma Cuppen-Beelen en architect de ervaren Manus Mens uit Vught, die ook de Doolgaardschool ontwierp. De nieuwe kleuterschool kreeg de naam ’t Paddeltje, naar Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter, een boek van Joh.H. Been uit 1908 – vanwaar toch altijd die mallotige namen voor onderwijsinstellingen voor jonge kinderen?


’t Paddeltje moest uiteindelijk uitgroeien tot een schoolgebouw met elf klassen (acht leslokalen en drie speelzalen). Zover is het nooit gekomen omdat de eveneens vierklassige voormalige tekenschool aan de Jacob Merlostraat – in de volksmond ‘de Witte School’ –  jarenlang grotendeels voorzag in de behoefte aan ruimte voor kleuterschoolleerlingen.  


Tinie Mooren (1928-1996) was kleuterleidster aan die Witte School, maar ook bekend met ’t Paddeltje. In het boek De muren doorbroken uitte ze zich uitermate lovend over ‘t Paddeltje: ‘Ten opzichte van de Witte School was ’t Paddeltje geweldig. Daar had men ruimte, licht, ramen, aanrechtjes, een grote kleibak, een grote speelzaal, een speelveld en veel opbergkasten. Bovendien had men centrale verwarming en wij oliekachels.’

't Paddeltje in 1964. Links, bij het klimrek, Tinie Mooren.
De Wet op het basisonderwijs uit 1985 maakte een einde aan het zelfstandig bestaan van ’t Paddeltje. De kleuterschool werd onderdeel van De Doolgaard. Als dependance kreeg ’t Paddeltje na verloop van tijd de naam ’t Depje – over mallotige namen voor onderwijsinstellingen gesproken.


En nu nadert het einde. Een appartementencomplex, het zoveelste, komt er voor in de plaats. Weer een stukje jaren vijftig naar de gallemieze. Stemt toch een beetje verdrietig.

woensdag 9 oktober 2024

Intermezzo – Gymzaal Meterik

Gisteren werd bekend dat onze plaatselijke Zonnekoning zijn begerig oog op de voormalige gymnastiekzaal in Meterik heeft laten vallen. In afwachting van de mogelijke joyeuse entrée aldaar van le roi soleil alvast wat over de geschiedenis van dit aan de Sint-Jansstraat gelegen pand.


Wat tot vorig jaar een gymzaal was, werd in 1891 gebouwd als school. Meterik beschikte al minimaal vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw over een eigen lagere school. In 1849 opende op de huidige locatie een nieuwe school zijn deuren. Na veertig jaar voldeed dit gebouw niet meer. In 1891 werd daarom besloten tot nieuwbouw op dezelfde plek. Tot architect werd uitverkoren de in Roermond gevestigde Jan Jorna (1854-1927). Een jaar eerder had dezelfde Jorna al het gemeentehuis aan de Steenstraat in Horst ontworpen. Tien jaar later was hij ook verantwoordelijk voor het ontwerp van het huidige Gasthoês. Zijn school in Meterik heeft net als beide Horster gebouwen stijlkenmerken van de neorenaissance. Hoewel aanzienlijk soberder uitgevoerd dan gemeentehuis en Gasthoês, is de school evengoed rijkelijk voorzien van decoraties en siermetselwerk. Een markant element is nog altijd het zolderluik in de linker zijgevel.


De afmetingen van de school bedroegen 22,7 x 7,9 meter. De drie klaslokalen waren naast elkaar gesitueerd en vormden een gesloten front aan de straatzijde. Tegen de achtergevel was een gang gebouwd van 16,9 x 2,9 meter. Centraal daarin bevond zich de dubbele deur van de school die toegang verschafte tot de gang waaraan de drie lokalen lagen. Het schoolplein was gelegen achter die gang.


De school was 35 jaar lang bestemd voor zowel jongens als meisjes. Vanaf 1926 gingen de meisjes voortaan naar de bijzondere lagere meisjesschool in het Theresiaklooster. De school aan de Sint-Jansstraat ging verder als openbare jongensschool. Die werd in 1948 omgezet in een bijzondere school, vernoemd naar Sint Tarcisius.


In 1967 kwam een einde aan de schoolfunctie van het gebouw. Zowel jongens als meisjes genoten daarna lager onderwijs in het Theresiaklooster. Het schoolgebouw aan de Sint-Jansstraat ging vanaf 1970 fungeren als entree en kleedgelegenheid voor de aanpalende gymnastiekzaal die verrees op het voormalige schoolplein. De entree werd gecreëerd centraal in de gevel aan de Sint-Jansstraat. Het pand bleef vervolgens tot vorig jaar de functie van gymzaal behouden.

(Dit stukje is voornamelijk gebaseerd op T.H.G. Pubben, Horster historiën 4. Van leem naar steen (Horst 1993) 119-120)

dinsdag 26 december 2023

Horst in oude ansichten (1) – Lts, Gebroeders van Doornelaan

Gezegend de tijden waarin een modernistisch schoolgebouw nog onderwerp van een ansichtkaart kon zijn. Het werd geopend op 23 mei 1964. Destijds misschien wel het langste gebouw van Horst?

Weinig herinneringen aan, ben er, met uitzondering van de aanpalende gymzaal, nooit binnen geweest.

Markant afscheidingsmuurtje tussen trottoir en gazon. Een tot voetballen uitnodigend gazon. Toch werd bij mijn weten nauwelijks gehoor gegeven aan die uitnodiging. Vanwege het wakend oog van schooldirecteur Flapper – gezegend de tijden waarin schooldirecteuren nog voornaamloos door het leven gingen – die pal tegenover gazon en school woonde?

De lts was voor mij vooral Achter de lts.
‘Vanmiddag voetballen?’
‘Ja!’
‘Waar?’
‘Achter de lts.’

Voetbalkleren aan, bal onder bagagedrager, fiets op, lts rechts laten liggen, onverharde weg op tussen Van Doornelaan en hockeyvelden. En daar lag Achter de lts dan. Grasveld ter grootte van misschien wel twee voetbalvelden, aan de ene lengtezijde geflankeerd door de hockeyvelden, aan de andere door een rij hoge populieren, strak in het gelid. Vrij egaal veld. Partijtjes, alleen maar partijtjes. Tot de vijf. Of tien. Geen doelen, in elk geval lange tijd niet. Jassen en andere kledingstukken fungeerden als paal, aan een lat deden we niet. Met als onvermijdelijk gevolg ongemeen felle hij-zat-wel/niet-discussies.

donderdag 14 september 2023

Intermezzo – Sloop

In de categorie ‘Belangrijk regionaal nieuws dat ik door een verblijf van twee maanden in het buitenland niet de aandacht heb kunnen geven die het verdient maar graag alsnog wil memoreren’ nu svp even uw aandacht voor een gebouw waarvan ik me pas op betrekkelijk hoge leeftijd heb gerealiseerd dat het een architectonische schepping was. Wat het voormalige Boschveldcollege in Venray eerder voor mij dan wel was? Een middelbare school, een instituut, een leerfabriek, een moloch. Maar vooral: iets waaraan ik een grondige hekel had, een angstaanjager.

Als leerling, ruim veertig jaar geleden, heb ik het Boschveldcollege in elk geval nooit beschouwd als een gebouw met esthetische of architectonische waarde. Nee, het was er gewoon en dat was al erg genoeg. Het heeft decennia geduurd voordat ik het Boschveldcollege, inmiddels Raaylandcollege geheten, óók kon zien als een waardevolle toevoeging aan de Venrayse openbare ruimte met architectonische kwaliteiten. Met zijn strakke horizontale geleding, witte gevels, platte dak en gebrek aan opsmuk was het in 1968 door de Venrayse architect Piet Lerou ontworpen gebouw een typerende representant van de wederopbouwarchitectuur.

En nu, terwijl ik buitenslands vertoefde, is het voormalige Boschveldcollege dus gesloopt. En vind ik dat zonde. Houdt het in Venray dan nooit op met het verkwanselen van naoorlogs architectonisch erfgoed? Na onder meer Inalfa, busstation en postkantoor opnieuw een naoorlogs gebouw dat is opgeofferd aan iets waarvan je je kan afvragen of het vooruitgang valt te noemen. Ik besef maar al te goed dat niet alles kan worden bewaard, maar enige prudentie is hopelijk toch niet teveel gevraagd?

Intussen dreigt in Horst aan de Maas sloop voor een ander markant voorbeeld van naoorlogse architectuur: Zonnehof. Dit wooncomplex in Tienray bestaat uit twee cirkels waaromheen in beide gevallen 22 woningen zijn gebouwd, respectievelijk in 1969 en 1973. In elk van beide cirkels staat in het midden een boom. De bouw van de woningen in een rond hofje en de binnentuin voor collectief gebruik bevorderen het gemeenschapsgevoel. De echtgenote van toenmalig commissaris der koningin Charles van Rooy verrichtte op 4 mei 1971 de officiële opening van het eerste deel van Zonnehof. Aanvankelijk woonden in de in grijze betonstenen met bitumen dakbedekking gebouwde woningen uitsluitend bejaarden, inmiddels mensen van alle leeftijden.


De huidige bewoners krijgen steeds meer en steeds duidelijker signalen dat eigenaar Wonen Limburg van plan is Zonnehof binnen afzienbare tijd te slopen. Ook in dit geval: zonde. Niet voor niets noemt Erik van Maarschalkerwaard, architectonisch vormgever en inwoner van Tienray de bouwwijze van Zonnehof ‘afwijkend en vrij uniek in zijn soort’. Toch vrees ik dat ook Zonnehof niet meer te redden valt.

Wanneer gaan Venray en Horst aan de Maas nu eindelijk eens echt serieus werk maken van inventarisatie en behoud van wederopbouwarchitectuur?

P.S. 1 Dit stukje verscheen in ingedikte vorm gisteren ook in Via Horst-Venray
P.S. 2 De twee foto’s van Zonnehof bij dit stukje zijn gemaakt door Erik van Maarschalkerwaard, de eerste in 2009, de tweede recentelijk. Voor het gebruik ervan en ook voor zijn aanvullende informatie over Zonnehof dank ik hem hartelijk.
P.S. 3 Binnenkort meer op Horst-sweet-Horst over Zonnehof

donderdag 17 februari 2022

Ingezonden – Essentie

Om wat voor reden dan ook verschenen vandaag geen bijdragen van de lokale politieke partijen in Hallo Horst aan de Maas. Om in deze leemte te voorzien heeft Horst-sweet-Horst alle aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnemende partijen eenmalig de ruimte geboden om een stukje te publiceren: het stukje dat normaalgesproken in Hallo zou verschijnen of iets anders. Als eerste Essentie.  


Trots op Horst aan de Maas

Ik ben trots op onze gemeente. Ik woon er graag met mijn gezin. Het is goed bereikbaar, heeft veel voorzieningen, mooie wandelgebieden en fietsroutes. De Maas, de Peel en de kernen. Ik voel me hier thuis.

Ik reis regelmatig naar diverse delen van Nederland. Vaak krijg ik de opmerking “moet je helemaal naar Limburg?”. Maar Rotterdam is anderhalf uur en Amsterdam is ietsje verder. Vaak verbaasde reacties. De reistijd tussen de steden onderling is vaak al een uur en ik reis niet veel langer. Maar hier kan ik genieten van de rust, ruimte en de natuur. Die woonkwaliteit mogen we best meer uitdragen. Misschien zijn we soms te bescheiden. De cultuur van “niet lullen maar poetsen”. Dat is ook de kracht van onze gemeente en heeft ons al veel gebracht!

Afgelopen raadsperiode heb ik me ingezet voor het behoud van De Weisterbeek als centrumschool. Ik heb me hard gemaakt voor meer speelvoorzieningen en voor versnelling van de woningbouwopgave. Ons eerdere 300-woningenplan zorgde voor een 1.000-woningenplan.  Komende raadsperiode ben ik weer verkiesbaar. Ik wil van Horst aan de Maas de beste woongemeente van Limburg te maken. Een plek waar het goed wonen is, je kunt recreëren en waar je een prima uitvalsbasis hebt.

Ik wil graag investeren in verdere vergroening en verduurzaming van onze gemeente. Daarmee maken we onze mooie gemeente klaar voor de toekomst. De toekomst van onze kinderen. Zodat ook zij hier weer prettig kunnen wonen en trots kunnen zijn op Horst aan de Maas.

Jeroen Brouns, raadslid Essentie

donderdag 13 januari 2022

Intermezzo – Wandelgang (23) | Egbert Derix

Ik: ‘Dag Egbert, Je zult wel hebben gedacht “Ik had me op tijd aangemeld, waarom reageert die klootzak niet?” Maar dat heeft een reden: je bent om de een of andere reden in mijn spambox verzeild geraakt. Jouw geluk is dat ik om de een of andere voor mijzelf onverklaarbare reden zojuist iets deed wat ik normaliter nooit doe: in mijn spambox kijken. Dus vergeef me. Zullen we alsnog een afspraak maken?’

Egbert: ‘Ik dacht al zoiets. Lijkt me leuk een wandeling te maken langs het Östenriekske, de Vlies, de JoHo, Steppin In, Desperado, Zopo of wat daar nog allemaal van over is.’

Ik: ‘Een kroegentocht! Leuk! “Is de cirkel rond”, zou Louis van Gaal zeggen: de serie begon met Geert (klik hier) bij de Nieuwe Lind en eindigt dan met jou bij een aantal andere verdwenen kroegen. Er zullen tijdens de wandeling ook nieuwe werelden opengaan voor mij: geloof het of niet, in geen enkele van de gelegenheden die je noemt, ben ik ooit geweest.’


Egbert Derix (51) is pianist, componist en docent aan Fontys Rockacademie in Tilburg. Hij woont al zijn hele leven in Horst, ik ken hem van jongs af aan. We hebben op dinsdagavond afgesproken bij De Leste Geulde, voorheen het Östenriekske. Egbert: ‘Het Östenriekske was mijn eerste uitgaansgelegenheid. Op vrijdagavond, voor vijfde- en zesdeklassers van de Sint-Jozefschool. Er zat destijds een bepaalde opbouw in de uitgaansmogelijkheden voor de jeugd, gerelateerd aan je leeftijd. Na het Östenriekske ging je naar JoHo, vervolgens naar De Vlies en daarna was je oud genoeg om naar Zopo of het café te gaan. Het sterke aan JoHo en De Vlies was dat de begeleiders maar een paar jaar ouder waren dan de bezoekers. Zij hadden een natuurlijk overwicht en dat zorgde voor een ontspannen sfeer.’ Deze uitgaanscultuurinfrastructuur bestaat al lang niet meer. We concluderen dat dit een verlies is en mijmeren over de mogelijke oorzaken. We komen er niet uit.


De Vlies is nu een kerk. Egbert herinnert zich dat De Vlies tijdens de nieuwbouw onderdak vond aan de overzijde van de straat, in de ook al lang geleden verdwenen Tuinbouwloods. Onderweg naar Zopo, het huidige OJC Niks, gaat het over corona. Egbert zag zijn optredens drastisch teruglopen. Lesgeven aan de Rockacademie doet hij nu online, met uitzondering van de eindexamenleerlingen. Hij bespeurt een almaar toenemende moedeloosheid onder zijn studenten.


Op weg naar het dorpscentrum hebben we het over school. Egbert heeft gelezen dat ik het Boschveldcollege – ook zíjn middelbare school – verschrikkelijk vond. Hij verbaast zich daarover. Zelf vond hij het wel meevallen. Ook de gymnastiekleraar op Boschveld komt weer ter sprake – de man is zo langzamerhand uitgegroeid tot de running gag van deze serie wandelingen.


We houden halt voor Gossimijne. Ooit was hier café Desperado gevestigd. Egbert: ‘Ik kwam daar maar zelden.’ Dat was anders met het ook al verdwenen Steppin In, schuin tegenover Desperado aan de huidige Jan ván Tenggats: ‘Steppin In was jarenlang mijn stamkroeg. Met het mooiste terras van Horst, onder de plataan.’


Verder gaat het, naar het begin van de Schoolstraat, waar in de voormalige bioscoop ooit het roemruchte Modern zetelde. Egbert: ‘Hier kwam ik veel toen ik een jaar of 16, 17 was, vrijdag, zaterdag en zondag. En later vaak bij het Happy Hour, vroeg op de avond.’ Via de Molenstraat belanden we op de Venrayseweg. Op de kruising met de Noordsingel bevond zich ook jarenlang een café. Namen die ons daarbij te binnenschieten: Aquarius, De Koets, Liesbeth.


Verderop ligt Cambrinus, na de sluiting van Steppin In Egberts nieuwe stamkroeg, totdat die in 2018 zijn deuren sloot. Zowel het eerste als het laatste muzikale optreden in Cambrinus werd verzorgd door Egbert. Het Horster cafébezoek van Egbert beperkt zich sindsdien vooral tot Liesbeth’s Grand Café.


Door de straten van onze jeugd in het Neej Dörrep wandelen we terug naar De Leste Geulde. Egbert wil nog één ding van mij weten: mijn wandeling met Kay Thijssen (klik hier) riep bij hem de vraag op of ik soms de Horster politiek in wil gaan. Haha, nee hoor, dank je feestelijk! En al zeker niet bij Essentie, ondanks de veren die ik Kay in zijn achterste stak.

Ten slotte: hoewel het voorgaande misschien een andere indruk wekt, heb ik niet het idee dat Egbert een probleemdrinker of alcoholist is of was. Zullen we het op kroegtijger houden?


Hiermee eindigt
Wandelgang, een serie van 23 wandelingen met Horst-sweet-Horst. Klik hier voor een toelichting op deze serie.