Posts tonen met het label Hay Martens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hay Martens. Alle posts tonen

maandag 31 augustus 2015

Intermezzo – Lei Martens (1) / Introductie

Meer dan zeven jaar bestaat Horst-sweet-Horst nu. En nog nooit is hier ook maar één stukje over Lei Martens verschenen. Een schande, al zeg ik het zelf. Hoogste tijd om dit recht te zetten. Wat dacht u van een serie over het leven en vooral de architectonische nalatenschap van deze telg uit een geslacht van Horster aannemers en architecten?
Het zou te ver voeren om te zeggen dat Lei Martens (1932-1978) een stempel op het naoorlogse Horst heeft gedrukt. Kan ook niet, daarvoor was zijn werkzame leven helaas te kort. Wel heeft hij een aantal beeldbepalende gebouwen op zijn naam staan. Vermoedelijk door hun modernistische stijl weten ze ook meer dan vijftig jaar na hun bouw de gemoederen nog altijd te beroeren (ik ben geneigd dat als een bewijs van hun kwaliteit te zien).
Denk trouwens niet dat die stukjes over zijn leven en werk in een vloek en een zucht zijn geschreven: naar mijn beste weten is er in de (architectonische) literatuur nagenoeg niets over Lei Martens te vinden. En dat is eigenlijk best wel vreemd als je nagaat dat zijn werk door sommige deskundigen is vergeleken (heel voorzichtig, maar toch) met dat van grootheden als Fritz Peutz en Frank Lloyd Wright.
Wat ik over Lei Martens weet, heb ik nagenoeg allemaal van zijn broer, Hay Martens (1931-2009; klik ook hier). Samen met Thijs Coppus had ik in 2007 een memorabel gesprek met Hay. Dat ging vooral over het toen met sloop bedreigde, door Lei ontworpen, gebouw Mooren. Maar tussendoor verhaalde Hay ook vol trots over het leven van zijn dierbare broer. 
Lei werd in 1932 in Horst geboren. Na de MULO gevolgd te hebben, werd hij aan de RK Leergangen in Tilburg opgeleid tot architect. Hij studeerde af op een studie naar de eeuwenoude kerk van Thorn. Daarna opende hij in 1955 aan de Herstraat zijn eigen eenmansarchitectenbureau. Over opdrachten had hij nooit te klagen. Hij tekende vooral particuliere woningen, maar bijvoorbeeld ook het Groene Kruisgebouw in America en de garage aan de Van Douverenstraat waarin nu Autobedrijf Jos Willems is gevestigd.
Dat Lei geen grotere bekendheid kreeg, is te wijten aan twee tragische ongevallen. Hay Martens: ‘In november 1962 liep hij bij een auto-ongeluk in Oss een schedelbasisfractuur op. Daar herstelde hij nog redelijk van. Maar enkele jaren later was het helemaal voorbij. Op de Venrayseweg reed een bromfietser hem van het trottoir. Opnieuw was de diagnose een schedelbasisfractuur. Daar is hij nooit meer van opgeknapt. Werken ging niet meer. Uiteindelijk overleed hij in de kerstnacht van 1978. Hij werd slechts 46.’

Een van de laatste ontwerpen van Lei zou Hay altijd bijblijven: ‘Dat was na zijn eerste ongeluk. Lei stuurde een schets in voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam waarvoor een wedstrijd was uitgeschreven. Daar deden zo’n 250 architecten aan mee. Ik ben toen met hem naar Amsterdam gereden om de tekening in te dienen. Zelf autorijden kon hij op dat moment al niet meer. Zijn ontwerp kwam tenslotte als 24e uit de bus. Dat was toch niet mis voor zo’n jongen uit een boerendorpje.’
In de volgende afleveringen aandacht voor wél gerealiseerde ontwerpen van Lei. Vooraf dit: ik heb er geen idee van hoe groot het oeuvre van Lei Martens is. Op grond van informatie van Hay ben ik tot een lijstje van negentien panden gekomen (achttien in Horst aan de Maas; één in Castenray) die door hem zouden zijn ontworpen. Ongetwijfeld is dat lijstje niet compleet. Kent u door Lei Martens ontworpen panden? Weet u meer over zijn leven? Mail me dan s.v.p.: horstsweethorst@gmail.com. Elke snipper is welkom. Mijn dank is bij voorbaat groot. 

maandag 1 november 2010

Intermezzo – Witte raaf van Horst

Woensdag 27 oktober 2010. Wat de dag had moeten worden van de val van het kabinet Rutte én van de glorieuze wederopstanding van VVV, werd de dag van de definitieve redding van gebouw Mooren. Als er een hemel is – ik ben daar niet zo zeker van – heeft Hay Martens (‘Als het moet, keten ik me aan het gebouw vast als de bulldozers komen’) ongetwijfeld een vreugdedans gemaakt en een glas gedronken op dit goede nieuws. Want goed nieuws is het natuurlijk dat de witte raaf van Horst behouden blijft, nee, beter nog: in oude staat wordt hersteld. Hulde aan iedereen die zich daarvoor sterk heeft gemaakt.Los van de architectonische en esthetische waarde staat gebouw Mooren voor mij vooral voor iets dat je in de Horster architectuur van tegenwoordig nauwelijks meer tegenkomt: vooruitgangsgeloof.
Ik stel me het Horst van de jaren vijftig van de vorige eeuw voor als een conservatieve gemeenschap. Met kranten dichtgeplakt. Koesteren wat we hebben, veranderingen met mate en vooral niet te rigoureus. Van achter de gordijntjes houden we goed in de gaten wat er op straat gebeurt. Als iemand uit de pas loopt, fluisteren we dat het ongehoord is. De middenstanders in hun kleine, benauwde winkels met weinig lichtinval vinden het allemaal wel goed zo: waarom zouden we het anders doen dan onze voorouders? Gebouwd wordt er zoals er in de honderd jaar daarvoor is gebouwd. Dingen veranderen? Waarom? Krijg je alleen maar gepraat van.En dan ineens, in 1960, wordt deze lethargie doorbroken. Wordt een steen in de vijver geworpen. Door een architect (Lei Martens) en twee ambitieuze middenstanders (de gebroeders Jan en Jef Mooren). Weg met dat benauwde, dat bedompte, dat muffe. Tijd voor een frisse wind. We zetten de ramen open. We gaan het anders doen. Niet op zeker spelen, maar risico nemen en lef tonen. Geen baksteen maar beton. Geen schemerige vertrekjes maar twee grote open transparante ruimtes waarin het daglicht met emmers tegelijk naar binnen stroomt. Niks klein-klein maar een riant winkelpaleis van vier bouwlagen. Niet terugvallen op het oude, maar vernieuwen. We willen vooruit! Alsof de moderne tijd eindelijk ook in Horst halt houdt.Dat is dus waar gebouw Mooren in mijn ogen óók voor staat. Alleen daarom al is het goed dat het in oude luister wordt hersteld. En ach, dat kabinet Rutte valt toch wel. En heus, die glorieuze wederopstanding van VVV komt er ooit (al vraag ik me zo langzamerhand wel af wanneer).